Koninklijk besluit betreffende de afgifte van scheepsafval en ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement | Koninklijk besluit betreffende de afgifte van scheepsafval en ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de afgifte van | 1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit betreffende de afgifte van |
scheepsafval en ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk | scheepsafval en ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement | besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van de | Gelet op de wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van de |
verontreiniging van de zee door schepen, inzonderheid op de artikelen | verontreiniging van de zee door schepen, inzonderheid op de artikelen |
5 en 9; | 5 en 9; |
Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende |
zeevaartinspectiereglement, inzonderheid op artikel 24, gewijzigd bij | zeevaartinspectiereglement, inzonderheid op artikel 24, gewijzigd bij |
de koninklijke besluiten van 28 maart 1984, 13 september 1998 en 31 | de koninklijke besluiten van 28 maart 1984, 13 september 1998 en 31 |
januari 2003; | januari 2003; |
Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen | Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen |
van dit besluit betrokken zijn; | van dit besluit betrokken zijn; |
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de | Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de |
omstandigheid dat artikel 16, eerste lid, van richtlijn 2000/59/EG van | omstandigheid dat artikel 16, eerste lid, van richtlijn 2000/59/EG van |
het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende | het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende |
havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen, | havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen, |
bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke | bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke |
bepalingen in werking doen treden om vóór 28 december 2002 aan de | bepalingen in werking doen treden om vóór 28 december 2002 aan de |
richtlijn te voldoen; | richtlijn te voldoen; |
Overwegende dat, aangezien België zijn verplichtingen niet tijdig is | Overwegende dat, aangezien België zijn verplichtingen niet tijdig is |
nagekomen, de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 13 mei 2003 | nagekomen, de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 13 mei 2003 |
een gemotiveerd advies krachtens artikel 226 vare het Verdrag tot | een gemotiveerd advies krachtens artikel 226 vare het Verdrag tot |
oprichting van de Europese Gemeenschap heeft uitgebracht; dat België | oprichting van de Europese Gemeenschap heeft uitgebracht; dat België |
zich onverwijld dient te conformeren aan dit advies door omzetting van | zich onverwijld dient te conformeren aan dit advies door omzetting van |
de richtlijn in nationaal recht om alsnog een veroordeling door het | de richtlijn in nationaal recht om alsnog een veroordeling door het |
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te voorkomen; | Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te voorkomen; |
Gelet op advies 36.869/4 van de Raad van State, gegeven op 5 april | Gelet op advies 36.869/4 van de Raad van State, gegeven op 5 april |
2004 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2004 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van | Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van |
Begroting en Overheidsbedrijven en Onze Minister van Mobiliteit, | Begroting en Overheidsbedrijven en Onze Minister van Mobiliteit, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit ter omzetting van |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit ter omzetting van |
richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de | richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de |
Europese Unie van 27 november 2000 betreffende | Europese Unie van 27 november 2000 betreffende |
havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen, | havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen, |
gewijzigd bij richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de | gewijzigd bij richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de |
Raad van de Europese Unie van 5 november 2002, wordt verstaan onder : | Raad van de Europese Unie van 5 november 2002, wordt verstaan onder : |
1° "schip" : zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat in het mariene | 1° "schip" : zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat in het mariene |
milieu opereert, met inbegrip van draagvleugelboten, | milieu opereert, met inbegrip van draagvleugelboten, |
luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen en drijvende vaartuigen; | luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen en drijvende vaartuigen; |
2° "Marpol 73/78" : het Internationaal Verdrag ter voorkoming van | 2° "Marpol 73/78" : het Internationaal Verdrag ter voorkoming van |
verontreiniging door schepen van 1973, als gewijzigd door het | verontreiniging door schepen van 1973, als gewijzigd door het |
desbetreffend protocol van 1978, in de versie die van kracht is; | desbetreffend protocol van 1978, in de versie die van kracht is; |
3° "scheepsafval" : afval, met inbegrip van sanitair afval, en | 3° "scheepsafval" : afval, met inbegrip van sanitair afval, en |
residuen, niet zijnde ladingresiduen, die ontstaan tijdens de | residuen, niet zijnde ladingresiduen, die ontstaan tijdens de |
bedrijfsvoering van een schip en vallen onder het toepassingsgebied | bedrijfsvoering van een schip en vallen onder het toepassingsgebied |
van de bijlagen I, IV en V van Marpol 73/78, en ladinggebonden afval | van de bijlagen I, IV en V van Marpol 73/78, en ladinggebonden afval |
zoals omschreven in de richtsnoeren voor de uitvoering van bijlage V | zoals omschreven in de richtsnoeren voor de uitvoering van bijlage V |
van Marpol 73/78; | van Marpol 73/78; |
4° "ladingresiduen" : de restanten van lading in ruimen of tanks aan | 4° "ladingresiduen" : de restanten van lading in ruimen of tanks aan |
boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van | boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van |
restanten na lading of lossing en morsingen; | restanten na lading of lossing en morsingen; |
5° "havenontvangstvoorziening" : elke vaste, drijvende of mobiele | 5° "havenontvangstvoorziening" : elke vaste, drijvende of mobiele |
voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval of | voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval of |
ladingresiduen; | ladingresiduen; |
6° "vissersvaartuig" : schip, uitgerust of met commercieel oogmerk | 6° "vissersvaartuig" : schip, uitgerust of met commercieel oogmerk |
gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de | gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de |
zee; | zee; |
7° "pleziervaartuig" : schip, bestemd of gebruikt voor sport of | 7° "pleziervaartuig" : schip, bestemd of gebruikt voor sport of |
vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing; | vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing; |
8° "haven" : plaats of geografisch gebied met verbeteringswerken en | 8° "haven" : plaats of geografisch gebied met verbeteringswerken en |
voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, | voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, |
met inbegrip van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen. | met inbegrip van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen. |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op alle schepen, |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op alle schepen, |
vissersvaartuigen en pleziervaartuigen, ongeacht hun vlag, die een | vissersvaartuigen en pleziervaartuigen, ongeacht hun vlag, die een |
Belgische haven aandoen of daar in bedrijf zijn, met uitzondering van | Belgische haven aandoen of daar in bedrijf zijn, met uitzondering van |
oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of | oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of |
onder beheer van een staat die uitsluitend voor een niet-commerciële | onder beheer van een staat die uitsluitend voor een niet-commerciële |
overheidsdienst worden gebruikt. | overheidsdienst worden gebruikt. |
Art. 3.De kapitein van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig of |
Art. 3.De kapitein van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig of |
een pleziervaartuig waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden | een pleziervaartuig waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden |
vervoerd, dat op weg is naar een Belgische haven, vult het formulier, | vervoerd, dat op weg is naar een Belgische haven, vult het formulier, |
dat door het bevoegde gewest is vastgesteld, waarheidsgetrouw en | dat door het bevoegde gewest is vastgesteld, waarheidsgetrouw en |
nauwkeurig in en verstrekt de informatie aan de autoriteit of | nauwkeurig in en verstrekt de informatie aan de autoriteit of |
instantie die door het bevoegde gewest voor dat doel is aangewezen : | instantie die door het bevoegde gewest voor dat doel is aangewezen : |
1° ten minste 24 uur vóór aankomst, indien de aanloophaven bekend is; | 1° ten minste 24 uur vóór aankomst, indien de aanloophaven bekend is; |
of | of |
2° zodra de aanloophaven bekend is, indien die informatie minder dan | 2° zodra de aanloophaven bekend is, indien die informatie minder dan |
24 uur voor aankomst beschikbaar is; of | 24 uur voor aankomst beschikbaar is; of |
3° uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de | 3° uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de |
reis minder dan 24 uur bedraagt. | reis minder dan 24 uur bedraagt. |
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt ten minste tot de | De in het eerste lid bedoelde informatie wordt ten minste tot de |
volgende aanloophaven aan boord bewaard en desgevraagd ter beschikking | volgende aanloophaven aan boord bewaard en desgevraagd ter beschikking |
gesteld van de autoriteiten van de lid-Staten van de Europese Unie. | gesteld van de autoriteiten van de lid-Staten van de Europese Unie. |
Art. 4.De kapitein van een schip dat een Belgische haven aandoet, |
Art. 4.De kapitein van een schip dat een Belgische haven aandoet, |
geeft alle scheepsafval voor vertrek uit die haven af bij een | geeft alle scheepsafval voor vertrek uit die haven af bij een |
havenontvangstvoorziening. | havenontvangstvoorziening. |
Niettegenstaande het eerste lid kan een schip naar de volgende | Niettegenstaande het eerste lid kan een schip naar de volgende |
aanloophaven doorvaren zonder afgifte van het scheepsafval, indien uit | aanloophaven doorvaren zonder afgifte van het scheepsafval, indien uit |
de overeenkomstig artikel 3 verstrekte informatie blijkt dat er | de overeenkomstig artikel 3 verstrekte informatie blijkt dat er |
voldoende aparte opslagcapaciteit aan boord aanwezig is voor alle | voldoende aparte opslagcapaciteit aan boord aanwezig is voor alle |
scheepsafval dat is ontstaan en dat tijdens de voorgenomen reis van | scheepsafval dat is ontstaan en dat tijdens de voorgenomen reis van |
het schip tot de haven van afgifte nog zal ontstaan. | het schip tot de haven van afgifte nog zal ontstaan. |
Indien er goede redenen zijn om aan te nemen dat er geen toereikende | Indien er goede redenen zijn om aan te nemen dat er geen toereikende |
havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn in de beoogde haven van | havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn in de beoogde haven van |
afgifte, of, indien die haven niet bekend is en er derhalve een risico | afgifte, of, indien die haven niet bekend is en er derhalve een risico |
bestaat dat het afval op zee zal worden geloosd, kunnen de met de | bestaat dat het afval op zee zal worden geloosd, kunnen de met de |
scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, | scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, |
eisen dat het schip voor het vertrek uit de haven zijn scheepsafval | eisen dat het schip voor het vertrek uit de haven zijn scheepsafval |
afgeeft en daartoe het schip aanhouden. | afgeeft en daartoe het schip aanhouden. |
Het tweede en derde lid zijn van toepassing onverminderd strengere | Het tweede en derde lid zijn van toepassing onverminderd strengere |
afgiftevoorschriften voor schepen die overeenkomstig het | afgiftevoorschriften voor schepen die overeenkomstig het |
internationale recht zijn vastgesteld. | internationale recht zijn vastgesteld. |
Art. 5.Een schip dat volgens een dienstregeling frequent en |
Art. 5.Een schip dat volgens een dienstregeling frequent en |
regelmatig een haven aandoet en kan aantonen dat een regeling is | regelmatig een haven aandoet en kan aantonen dat een regeling is |
getroffen voor de afgifte van scheepsafval en de betaling van | getroffen voor de afgifte van scheepsafval en de betaling van |
bijdragen in een op de route van het schip liggende haven, kan van de | bijdragen in een op de route van het schip liggende haven, kan van de |
bevoegde gewestelijke overheid een vrijstelling verkrijgen van de | bevoegde gewestelijke overheid een vrijstelling verkrijgen van de |
verplichting tot aanmelden en van de verplichting tot afgifte van | verplichting tot aanmelden en van de verplichting tot afgifte van |
scheepsafval. | scheepsafval. |
Binnen twintig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot | Binnen twintig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot |
vrijstelling van de bevoegde gewestelijke overheid, brengt de met de | vrijstelling van de bevoegde gewestelijke overheid, brengt de met de |
scheepvaartcontrole belaste dienst van het Directoraat-generaal | scheepvaartcontrole belaste dienst van het Directoraat-generaal |
Maritiem Vervoer een advies uit aan de bevoegde gewestelijke overheid. | Maritiem Vervoer een advies uit aan de bevoegde gewestelijke overheid. |
Art. 6.De kapitein van een schip dat een Belgische haven aandoet, |
Art. 6.De kapitein van een schip dat een Belgische haven aandoet, |
draagt er zorg voor dat de ladingresiduen bij een | draagt er zorg voor dat de ladingresiduen bij een |
havenontvangstvoorziening overeenkomstig de voorschriften van Marpol | havenontvangstvoorziening overeenkomstig de voorschriften van Marpol |
73/78 worden afgegeven. | 73/78 worden afgegeven. |
Art. 7.§ 1. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die |
Art. 7.§ 1. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die |
daartoe aangesteld zijn, kunnen elk schip inspecteren om na te gaan of | daartoe aangesteld zijn, kunnen elk schip inspecteren om na te gaan of |
het voldoet aan de artikelen 4 en 6. | het voldoet aan de artikelen 4 en 6. |
§ 2. Voor inspecties van andere schepen dan vissersvaartuigen en | § 2. Voor inspecties van andere schepen dan vissersvaartuigen en |
pleziervaartuigen waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden | pleziervaartuigen waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden |
vervoerd, geldt het volgende : | vervoerd, geldt het volgende : |
a) bij de selectie van te inspecteren schepen besteden de met de | a) bij de selectie van te inspecteren schepen besteden de met de |
scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn | scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn |
bijzondere aandacht aan : | bijzondere aandacht aan : |
- schepen die niet aan de aanmeldingsvoorschriften van artikel 3 | - schepen die niet aan de aanmeldingsvoorschriften van artikel 3 |
hebben voldaan; | hebben voldaan; |
- schepen waarbij het onderzoek van de door de kapitein overeenkomstig | - schepen waarbij het onderzoek van de door de kapitein overeenkomstig |
artikel 3 aangemelde informatie andere redenen aan het licht heeft | artikel 3 aangemelde informatie andere redenen aan het licht heeft |
gebracht voor de veronderstelling dat het schip niet aan dit besluit | gebracht voor de veronderstelling dat het schip niet aan dit besluit |
voldoet; | voldoet; |
b) deze inspectie vindt plaats in het kader van het koninklijk besluit | b) deze inspectie vindt plaats in het kader van het koninklijk besluit |
van 13 september 1998 houdende havenstaatcontrole en wijziging van het | van 13 september 1998 houdende havenstaatcontrole en wijziging van het |
koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende | koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende |
zeevaartinspectiereglement; het in het besluit vermelde vereiste van | zeevaartinspectiereglement; het in het besluit vermelde vereiste van |
25 % inspecties is van toepassing; | 25 % inspecties is van toepassing; |
c) indien de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe | c) indien de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe |
aangesteld zijn het resultaat van de inspectie niet bevredigend | aangesteld zijn het resultaat van de inspectie niet bevredigend |
achten, zorgen ze er voor dat het schip de haven niet verlaat voordat | achten, zorgen ze er voor dat het schip de haven niet verlaat voordat |
het zijn scheepsafval en ladingresiduen bij een | het zijn scheepsafval en ladingresiduen bij een |
havenontvangstvoorziening heeft afgegeven overeenkomstig de artikelen | havenontvangstvoorziening heeft afgegeven overeenkomstig de artikelen |
4 en 6 ; | 4 en 6 ; |
d) wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat een schip is uitgevaren | d) wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat een schip is uitgevaren |
zonder aan artikel 4 of artikel 6 te hebben voldaan, stellen de met de | zonder aan artikel 4 of artikel 6 te hebben voldaan, stellen de met de |
scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn de | scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn de |
bevoegde autoriteit van de volgende aanloophaven daarvan in kennis en | bevoegde autoriteit van de volgende aanloophaven daarvan in kennis en |
verlenen ze aan dat schip geen toestemming de haven te verlaten | verlenen ze aan dat schip geen toestemming de haven te verlaten |
alvorens een evaluatie van de factoren met betrekking tot de naleving | alvorens een evaluatie van de factoren met betrekking tot de naleving |
van dit besluit door het schip, zoals de juistheid van de | van dit besluit door het schip, zoals de juistheid van de |
overeenkomstig artikel 3 verstrekte informatie, heeft plaatsgevonden. | overeenkomstig artikel 3 verstrekte informatie, heeft plaatsgevonden. |
Art. 8.In artikel 24 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 |
Art. 8.In artikel 24 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 |
houdende zeevaartinspectiereglement, gewijzigd bij de koninklijke | houdende zeevaartinspectiereglement, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 28 maart 1984, 13 september 1998 en 31 januari 2003 | besluiten van 28 maart 1984, 13 september 1998 en 31 januari 2003 |
wordt punt 1 vervangen als volgt : | wordt punt 1 vervangen als volgt : |
« 1. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 | « 1. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 |
september 1998 houdende havenstaatcontrole en wijziging van het | september 1998 houdende havenstaatcontrole en wijziging van het |
koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende | koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende |
zeevaartinspectiereglement en van het koninklijk besluit van 1 | zeevaartinspectiereglement en van het koninklijk besluit van 1 |
september 2004 betreffende de afgifte van scheepsafval en | september 2004 betreffende de afgifte van scheepsafval en |
ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli | ladingresiduen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli |
1973 houdende zeevaartinspectiereglement, betreft het toezicht over de | 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, betreft het toezicht over de |
vreemde schepen in de Belgische zeewateren, al de eisen voor vreemde | vreemde schepen in de Belgische zeewateren, al de eisen voor vreemde |
schepen die in dit besluit zijn vastgesteld. ». | schepen die in dit besluit zijn vastgesteld. ». |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 10.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en |
Art. 10.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en |
Overheidsbedrijven en Onze Minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hem | Overheidsbedrijven en Onze Minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hem |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 september 2004. | Gegeven te Brussel, 1 september 2004. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting | De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting |
en Overheidsbedrijven, | en Overheidsbedrijven, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Mobiliteit, | De Minister van Mobiliteit, |
R. LANDUYT | R. LANDUYT |