Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 01/03/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot invoering van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën "
Koninklijk besluit tot invoering van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën Koninklijk besluit tot invoering van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën
MINISTERIE VAN FINANCIEN MINISTERIE VAN FINANCIEN
1 MAART 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van de bepalingen 1 MAART 1998. - Koninklijk besluit tot invoering van de bepalingen
inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire
teksten van het Ministerie van Financiën teksten van het Ministerie van Financiën
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 107, tweede lid van de Grondwet; Gelet op artikel 107, tweede lid van de Grondwet;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het
statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten
van 16 maart 1964, 28 augustus 1967, 13 november 1967, 18 april 1969, van 16 maart 1964, 28 augustus 1967, 13 november 1967, 18 april 1969,
17 september 1969, 4 februari 1971, 10 maart 1971, 13 september 1972, 17 september 1969, 4 februari 1971, 10 maart 1971, 13 september 1972,
26 mei 1975, 1 augustus 1975, 4 december 1975, 5 april 1976, 27 juli 26 mei 1975, 1 augustus 1975, 4 december 1975, 5 april 1976, 27 juli
1981, 12 augustus 1981, 10 september 1981, 16 november 1981, 18 1981, 12 augustus 1981, 10 september 1981, 16 november 1981, 18
november 1982, 30 maart 1983, 22 februari 1985, 25 februari 1985, 1er november 1982, 30 maart 1983, 22 februari 1985, 25 februari 1985, 1er
maart 1985, 24 mei 1985, 3 juli 1985, 28 februari 1986, 21 januari maart 1985, 24 mei 1985, 3 juli 1985, 28 februari 1986, 21 januari
1987, 13 juli 1987, 2 februari 1988, 10 februari 1988, 28 oktober 1987, 13 juli 1987, 2 februari 1988, 10 februari 1988, 28 oktober
1988, 20 februari 1989, 10 maart 1989, 13 juni 1990, 12 november 1990, 1988, 20 februari 1989, 10 maart 1989, 13 juni 1990, 12 november 1990,
20 november 1990, 27 december 1990, 16 april 1991, 25 oktober 1991, 6 20 november 1990, 27 december 1990, 16 april 1991, 25 oktober 1991, 6
november 1991, 21 november 1991, 22 november 1991, 4 maart 1993, 15 november 1991, 21 november 1991, 22 november 1991, 4 maart 1993, 15
maart 1993, de wet van 22 juli 1993, de koninklijke besluiten van 12 maart 1993, de wet van 22 juli 1993, de koninklijke besluiten van 12
augustus 1993, 3 november 1993, 14 september 1994, 26 september 1994, augustus 1993, 3 november 1993, 14 september 1994, 26 september 1994,
17 maart 1995, 30 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 10 mei 17 maart 1995, 30 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 10 mei
1995, 6 mei 1996, 10 juni 1996, 10 juli 1996 en 6 februari 1997; 1995, 6 mei 1996, 10 juni 1996, 10 juli 1996 en 6 februari 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de
beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 16 maart 1964, 17 september 1969, 14 koninklijke besluiten van 16 maart 1964, 17 september 1969, 14
december 1970, 23 september 1971, 31 januari 1977, 30 januari 1978, 4 december 1970, 23 september 1971, 31 januari 1977, 30 januari 1978, 4
juli 1979, 25 april 1980, 12 augustus 1981, 28 februari 1986, 31 mei juli 1979, 25 april 1980, 12 augustus 1981, 28 februari 1986, 31 mei
1988, 28 oktober 1988, 20 maart 1989, 16 oktober 1989, 19 september 1988, 28 oktober 1988, 20 maart 1989, 16 oktober 1989, 19 september
1990, 13 november 1990, 31 juli 1991, 18 november 1991, 27 oktober 1990, 13 november 1990, 31 juli 1991, 18 november 1991, 27 oktober
1992, 15 maart 1993, 14 september 1994, 17 maart 1995, 30 maart 1995, 1992, 15 maart 1993, 14 september 1994, 17 maart 1995, 30 maart 1995,
31 maart 1995, 10 april 1995, 6 september 1996 et 6 februari 1997; 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 september 1996 et 6 februari 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling
van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de
bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut
van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19
januari 1972, 18 juli 1972, 11 oktober 1973, 7 december 1973, 25 juli januari 1972, 18 juli 1972, 11 oktober 1973, 7 december 1973, 25 juli
1974, 10 oktober 1974, 19 november 1974, 30 juni 1975, 9 januari 1976, 1974, 10 oktober 1974, 19 november 1974, 30 juni 1975, 9 januari 1976,
10 februari 1976, 30 maart 1976, 30 juli 1976, 15 maart 1977, 15 april 10 februari 1976, 30 maart 1976, 30 juli 1976, 15 maart 1977, 15 april
1977, 7 oktober 1977, 31 oktober 1977, 23 juni 1978, 13 november 1978, 1977, 7 oktober 1977, 31 oktober 1977, 23 juni 1978, 13 november 1978,
14 november 1978, 11 december 1978, 5 juni 1979, 4 februari 1980, 11 14 november 1978, 11 december 1978, 5 juni 1979, 4 februari 1980, 11
december 1980, 2 maart 1981, 26 maart 1982, 27 januari 1983, 9 december 1980, 2 maart 1981, 26 maart 1982, 27 januari 1983, 9
september 1983, 8 december 1983, 2 mei 1984, 31 augustus 1984, 9 september 1983, 8 december 1983, 2 mei 1984, 31 augustus 1984, 9
oktober 1984, 16 januari 1985, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni oktober 1984, 16 januari 1985, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni
1986, 22 juni 1988, 21 februari 1989, 14 augustus 1989, 5 december 1986, 22 juni 1988, 21 februari 1989, 14 augustus 1989, 5 december
1989, 22 juni 1990, 6 augustus 1990, 13 augustus 1990, 9 januari 1991, 1989, 22 juni 1990, 6 augustus 1990, 13 augustus 1990, 9 januari 1991,
18 januari 1991, 16 juli 1991, 16 september 1991, 26 september 1991, 18 januari 1991, 16 juli 1991, 16 september 1991, 26 september 1991,
17 oktober 1991, 23 oktober 1991, 4 mei 1992, 22 oktober 1992, 15 17 oktober 1991, 23 oktober 1991, 4 mei 1992, 22 oktober 1992, 15
januari 1993, 14 april 1993, 2 juli 1993, 1 december 1993, 10 november januari 1993, 14 april 1993, 2 juli 1993, 1 december 1993, 10 november
1994, 2 maart 1995, 13 februari 1996, 10 mei 1996, 10 juni 1996, 10 1994, 2 maart 1995, 13 februari 1996, 10 mei 1996, 10 juni 1996, 10
juli 1996, 20 december 1996, 31 januari 1997, 21 februari 1997 et 6 juli 1996, 20 december 1996, 31 januari 1997, 21 februari 1997 et 6
juli 1997; juli 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse
maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de
Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt
afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in
1993, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 1993, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6
juli 1997; juli 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van Gelet op het koninklijk besluit van 6 februari 1997 tot wijziging van
het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling
en de loopbaan van het rijkspersoneel; en de loopbaan van het rijkspersoneel;
Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van
Financiën, gegeven op 19 september 1997; Financiën, gegeven op 19 september 1997;
Gelet op het protocol van 1 oktober 1997 van het Sectorcomité II Gelet op het protocol van 1 oktober 1997 van het Sectorcomité II
Financiën; Financiën;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13
juni 1997; juni 1997;
Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op
28 juli 1997; 28 juli 1997;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4
juli 1989 en 4 augustus 1996; juli 1989 en 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de reglementering betreffende de evaluatie van de Overwegende dat de reglementering betreffende de evaluatie van de
rijksambtenaren moet worden aangepast aan de bijzondere omvang van het rijksambtenaren moet worden aangepast aan de bijzondere omvang van het
Ministerie van Financiën; Ministerie van Financiën;
Overwegende dat deze reglementering in werking moet treden op 15 Overwegende dat deze reglementering in werking moet treden op 15
september 1997 voor de ambtenaren van niveau 1 en 2+ en op 15 september 1997 voor de ambtenaren van niveau 1 en 2+ en op 15
september 1998 voor de ambtenaren van de andere niveaus; september 1998 voor de ambtenaren van de andere niveaus;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister
van Begroting, van Onze Minister van Pensioenen en op het advies van van Begroting, van Onze Minister van Pensioenen en op het advies van
Onze in Raad vergaderde Ministers, Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 29 oktober HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 29 oktober
1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie
van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de
uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel

Artikel 1.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971

Artikel 1.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971

tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van
Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de
uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij het uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 14 november 1978, wordt aangevuld met de koninklijk besluit van 14 november 1978, wordt aangevuld met de
volgende bepaling : volgende bepaling :
« § 3. De Colleges van dienstchefs behandelen daarenboven bepaalde « § 3. De Colleges van dienstchefs behandelen daarenboven bepaalde
beroepen inzake evaluatie wat de inhoud betreft. beroepen inzake evaluatie wat de inhoud betreft.
De Colleges van dienstchefs kunnen, wanneer zij beroepen inzake De Colleges van dienstchefs kunnen, wanneer zij beroepen inzake
evaluatie behandelen, worden gesplitst in Evaluatiecolleges. evaluatie behandelen, worden gesplitst in Evaluatiecolleges.
Elk Evaluatiecollege bestaat uit drie leden van het College van Elk Evaluatiecollege bestaat uit drie leden van het College van
dienstchefs. Het voorzitterschap wordt waargenomen door het lid met de dienstchefs. Het voorzitterschap wordt waargenomen door het lid met de
hoogste graad of, bij gelijkheid van graad met de grootste hoogste graad of, bij gelijkheid van graad met de grootste
graadanciënniteit. graadanciënniteit.
Indien het College van dienstchefs of het Evaluatiecollege niet geldig Indien het College van dienstchefs of het Evaluatiecollege niet geldig
kan worden samengesteld, wordt het beroep voor de Directieraad kan worden samengesteld, wordt het beroep voor de Directieraad
gebracht. » gebracht. »

Art. 2.Een afdeling 1bis getiteld « Afdeling 1bis - Bijzondere

Art. 2.Een afdeling 1bis getiteld « Afdeling 1bis - Bijzondere

bepalingen betreffende de evaluatie » wordt ingevoegd na Afdeling 1 bepalingen betreffende de evaluatie » wordt ingevoegd na Afdeling 1
van hoofdstuk I van Titel II van hetzelfde besluit. van hoofdstuk I van Titel II van hetzelfde besluit.

Art. 3.De artikelen 9quinquies tot 9quatrodecies luidende als volgt,

Art. 3.De artikelen 9quinquies tot 9quatrodecies luidende als volgt,

worden in afdeling 1bis, voorzien in artikel 2 van dit besluit, worden in afdeling 1bis, voorzien in artikel 2 van dit besluit,
ingevoegd : ingevoegd :
«

Art. 9quinquies.De bepalingen betreffende de evaluatie van het

«

Art. 9quinquies.De bepalingen betreffende de evaluatie van het

Rijkspersoneel zijn toepasbaar voor de ambtenaren die aan dit besluit Rijkspersoneel zijn toepasbaar voor de ambtenaren die aan dit besluit
zijn onderworpen, onder voorbehoud van de afwijkingen die door deze zijn onderworpen, onder voorbehoud van de afwijkingen die door deze
afdeling worden ingevoerd. afdeling worden ingevoerd.

Art. 9sexies.Deze afdeling is niet van toepassing op de leden van het

Art. 9sexies.Deze afdeling is niet van toepassing op de leden van het

Korps van de Inspectie van Financiën. Korps van de Inspectie van Financiën.
Art. 9septies, § 1. Voor elke ambtenaar bepaalt de Directieraad of het Art. 9septies, § 1. Voor elke ambtenaar bepaalt de Directieraad of het
College van dienstchefs het evaluatierooster en verricht de weging van College van dienstchefs het evaluatierooster en verricht de weging van
de criteria met bepaling van het relatiefbelang ervan. Hij maakt de criteria met bepaling van het relatiefbelang ervan. Hij maakt
daartoe onderscheid tussen de niet-relevante criteria, de relevante daartoe onderscheid tussen de niet-relevante criteria, de relevante
criteria en de sleutelcriteria. criteria en de sleutelcriteria.
De in het eerste lid bedoelde weging wordt opgemaakt : De in het eerste lid bedoelde weging wordt opgemaakt :
- in de administraties bedoeld in artikel 1, 4°, op grond van de graad - in de administraties bedoeld in artikel 1, 4°, op grond van de graad
van deambtenaar en van het advies van de systeembeheerder; van deambtenaar en van het advies van de systeembeheerder;
- in de andere administraties en diensten, op grond van de graad of de - in de andere administraties en diensten, op grond van de graad of de
functie van de ambtenaar en van het advies van de systeembeheerder. functie van de ambtenaar en van het advies van de systeembeheerder.
§ 2. De in de eerste paragraaf bedoelde weging wordt als volgt § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde weging wordt als volgt
opgemaakt : opgemaakt :
1° geen enkel punt als het criterium niet-relevant is; 1° geen enkel punt als het criterium niet-relevant is;
2° één punt als het criterium relevant is; 2° één punt als het criterium relevant is;
3° twee punten als het gaat om een sleutelcriterium. 3° twee punten als het gaat om een sleutelcriterium.
§ 3. Wanneer het onontbeerlijk blijkt over te gaan tot een aanpassing § 3. Wanneer het onontbeerlijk blijkt over te gaan tot een aanpassing
van de weging van de criteria van bepaalde roosters om beter te van de weging van de criteria van bepaalde roosters om beter te
beantwoorden aan zeer specifieke functies, stelt de Directieraad of beantwoorden aan zeer specifieke functies, stelt de Directieraad of
het College van dienstchefs die aanpassing op, op voorstel van de het College van dienstchefs die aanpassing op, op voorstel van de
onmiddellijke hiërarchische meerdere, bijgestaan door de onmiddellijke hiërarchische meerdere, bijgestaan door de
systeembeheerder. systeembeheerder.
§ 4. De ambtenaar wordt ingelicht over het rooster dat op hem van § 4. De ambtenaar wordt ingelicht over het rooster dat op hem van
toepassing is uiterlijk tegen 15 september die de evaluatie twee jaar toepassing is uiterlijk tegen 15 september die de evaluatie twee jaar
voorafgaat, en ontvangt in dat verband alle nodige uitleg. voorafgaat, en ontvangt in dat verband alle nodige uitleg.
In afwijking van het eerste lid en in geval een nieuw rooster moet In afwijking van het eerste lid en in geval een nieuw rooster moet
worden toegepast, wordt de ambtenaar onmiddellijk ingelicht over het worden toegepast, wordt de ambtenaar onmiddellijk ingelicht over het
nieuwe rooster dat op hem van toepassing is. nieuwe rooster dat op hem van toepassing is.
Hij viseert binnen vijf werkdagen het rooster dat hem werd Hij viseert binnen vijf werkdagen het rooster dat hem werd
medegedeeld. medegedeeld.
§ 5. In afwijking van § 1 zijn de specifieke criteria voor de met de § 5. In afwijking van § 1 zijn de specifieke criteria voor de met de
evaluatie belaste ambtenaren ambtshalve relevant en worden, voor het evaluatie belaste ambtenaren ambtshalve relevant en worden, voor het
eindtotaal, bij de evaluatiecriteria gevoegd die tot hun rooster eindtotaal, bij de evaluatiecriteria gevoegd die tot hun rooster
behoren. behoren.

Art. 9octies.De Secretaris-generaal of de administratiechef van de

Art. 9octies.De Secretaris-generaal of de administratiechef van de

administratie waartoe de ambtenaar behoort, wijst de hiërarchische administratie waartoe de ambtenaar behoort, wijst de hiërarchische
meerderen aan die bevoegd zijn om de evaluatie toe te kennen aan de meerderen aan die bevoegd zijn om de evaluatie toe te kennen aan de
ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4, evenals de leden van de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, 3 en 4, evenals de leden van de
evaluatieconferenties die belast zijn met het toekennen van de evaluatieconferenties die belast zijn met het toekennen van de
evaluatie aan de ambtenaren van niveau 1. evaluatie aan de ambtenaren van niveau 1.
De aangewezen personen mogen niet de vermelding « onvoldoende » hebben De aangewezen personen mogen niet de vermelding « onvoldoende » hebben
verkregen bij hun eigen evaluatie of hun laatste beoordeling. verkregen bij hun eigen evaluatie of hun laatste beoordeling.

Art. 9nonies.De onmiddellijke hiërarchische meerdere vult, bij wijze

Art. 9nonies.De onmiddellijke hiërarchische meerdere vult, bij wijze

van voorbereiding, het evaluatierooster in door aan elk criterium de van voorbereiding, het evaluatierooster in door aan elk criterium de
vereiste quotering te geven. Hij deelt het mede aan de ambtenaar en vereiste quotering te geven. Hij deelt het mede aan de ambtenaar en
aan de voorzitter van de evaluatieconferentie, of aan de tweede aan de voorzitter van de evaluatieconferentie, of aan de tweede
aangewezen hiërarchische meerdere, uiterlijk tegen 15 september van aangewezen hiërarchische meerdere, uiterlijk tegen 15 september van
het jaar van de evaluatie. het jaar van de evaluatie.

Art. 9decies.§ 1. De evaluatieconferentie die bevoegd is om de

Art. 9decies.§ 1. De evaluatieconferentie die bevoegd is om de

evaluatievermeldingen toe te kennen aan de ambtenaren van niveau 1, evaluatievermeldingen toe te kennen aan de ambtenaren van niveau 1,
bestaat uit : bestaat uit :
1° een voorzitter, de administratiechef van de administratie waartoe 1° een voorzitter, de administratiechef van de administratie waartoe
de ambtenaar behoort of zijn vertegenwoordiger; de ambtenaar behoort of zijn vertegenwoordiger;
2° de tweetalig adjunct van de in 1° bedoelde administratiechef 2° de tweetalig adjunct van de in 1° bedoelde administratiechef
wanneer die eentalig is; wanneer die eentalig is;
3° de onmiddellijke hiërarchische meerdere; 3° de onmiddellijke hiërarchische meerdere;
4° een ambtenaar bekleed met een hogere graad dan deze van de te 4° een ambtenaar bekleed met een hogere graad dan deze van de te
evalueren ambtenaar en van minimun rang 13. evalueren ambtenaar en van minimun rang 13.
De evaluatieconferentie vergadert geldig wanneer drie van haar leden De evaluatieconferentie vergadert geldig wanneer drie van haar leden
aanwezig zijn, onder wie de hiërarchische meedere. Eén van de drie aanwezig zijn, onder wie de hiërarchische meedere. Eén van de drie
leden behoort tot een andere dienst dan de dienst waartoe de betrokken leden behoort tot een andere dienst dan de dienst waartoe de betrokken
ambtenaar behoort. Ten minste een van de drie leden behoort tot ambtenaar behoort. Ten minste een van de drie leden behoort tot
dezelfde taalrol als de ambtenaar. dezelfde taalrol als de ambtenaar.
§ 2. Vóór het onderhoud kunnen de leden van de evaluatieconferentie § 2. Vóór het onderhoud kunnen de leden van de evaluatieconferentie
kennis nemen van het individueel dossier van de ambtenaar. kennis nemen van het individueel dossier van de ambtenaar.
§ 3. De evaluatieconferentie kan inlichtingen inwinnen bij elke § 3. De evaluatieconferentie kan inlichtingen inwinnen bij elke
persoon die geacht wordt waarderingselementen aan te brengen in persoon die geacht wordt waarderingselementen aan te brengen in
verband met de evaluatie van de ambtenaar, voor zover deze persoon verband met de evaluatie van de ambtenaar, voor zover deze persoon
behoort tot het Ministerie van Financiën of de ambtenaar onder zijn behoort tot het Ministerie van Financiën of de ambtenaar onder zijn
bevel had in de loop van de refertieperiode. bevel had in de loop van de refertieperiode.
De ambtenaar wordt hierover ingelicht. De ambtenaar wordt hierover ingelicht.

Art. 9undecies.§ 1. De twee hiërarchische meerderen die bevoegd zijn

Art. 9undecies.§ 1. De twee hiërarchische meerderen die bevoegd zijn

om de evaluatie toe te kennen aan de ambtenaren van de niveaus 2+, 2, om de evaluatie toe te kennen aan de ambtenaren van de niveaus 2+, 2,
3 en 4, hebben een verschillende graad en weddeschaal. 3 en 4, hebben een verschillende graad en weddeschaal.
§ 2. Vóór het onderhoud kunnen de twee hiërarchische meederen kennis § 2. Vóór het onderhoud kunnen de twee hiërarchische meederen kennis
nemen van het individueel dossier van de ambtenaar. nemen van het individueel dossier van de ambtenaar.
§ 3. De twee hiërarchische meerderen kunnen inlichtingen inwinnen bij § 3. De twee hiërarchische meerderen kunnen inlichtingen inwinnen bij
elke persoon die geacht wordt waarderingselementen aan te brengen in elke persoon die geacht wordt waarderingselementen aan te brengen in
verband met de evaluatie van de ambtenaar, voor zover deze persoon verband met de evaluatie van de ambtenaar, voor zover deze persoon
behoort tot het Ministerie van Financiën of de ambtenaar onder zijn behoort tot het Ministerie van Financiën of de ambtenaar onder zijn
bevel had in de loop van de referteperiode. bevel had in de loop van de referteperiode.
De ambtenaar wordt hierover ingelicht. De ambtenaar wordt hierover ingelicht.
§ 4. Indien er geen overeenstemming is tussen de twee aangewezen § 4. Indien er geen overeenstemming is tussen de twee aangewezen
meerderen is de mening van de hiërarchische meedere met de hoogste meerderen is de mening van de hiërarchische meedere met de hoogste
graad beslissend. graad beslissend.

Art. 9duodecies.§ 1. Als de ambtenaar zich niet akkoord kan verklaren

Art. 9duodecies.§ 1. Als de ambtenaar zich niet akkoord kan verklaren

met de eindvermelding van de hem betekende evaluatie, wegens het feit met de eindvermelding van de hem betekende evaluatie, wegens het feit
dat hij niet de eindvermelding « zeer goed » heeft verkregen, heeft dat hij niet de eindvermelding « zeer goed » heeft verkregen, heeft
hij de mogelijkheid om de zaak, wat de inhoud betreft, bij het College hij de mogelijkheid om de zaak, wat de inhoud betreft, bij het College
van dienstchefs aanhangig te maken binnen tien dagen na de betekening van dienstchefs aanhangig te maken binnen tien dagen na de betekening
van de evaluatie. van de evaluatie.
Het beroep schorst de beslissing. Het beroep schorst de beslissing.
De leden van het College van dienstchefs mogen niet beraadslagen noch De leden van het College van dienstchefs mogen niet beraadslagen noch
aan de stemming deelnemen wanneer ze in enige hoedanigheid een rol aan de stemming deelnemen wanneer ze in enige hoedanigheid een rol
hebben gespeeld bij de evaluatie van de ambtenaar. hebben gespeeld bij de evaluatie van de ambtenaar.
§ 2. De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen § 2. De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen
gelden.Hij kan, voor zijn verdediging, door een persoon naar eigen gelden.Hij kan, voor zijn verdediging, door een persoon naar eigen
keuze worden bijgestaan. keuze worden bijgestaan.
Indien de ambtenaar zonder geldige reden afwezig is, wordt het beroep Indien de ambtenaar zonder geldige reden afwezig is, wordt het beroep
als onontvankelijk beschouwd. De Directieraad, het College van als onontvankelijk beschouwd. De Directieraad, het College van
dienstchefs of het Evaluatiecollege, doet uitspraak op grond van de dienstchefs of het Evaluatiecollege, doet uitspraak op grond van de
stukken van het dossier, zelfs indien de ambtenaar wegens een geldige stukken van het dossier, zelfs indien de ambtenaar wegens een geldige
reden afwezig is, zodra de zaak voor een tweede maal ter zitting komt. reden afwezig is, zodra de zaak voor een tweede maal ter zitting komt.
§ 3. Het College van dienstchefs neemt zijn beslissing uiterlijk § 3. Het College van dienstchefs neemt zijn beslissing uiterlijk
binnen twee maanden volgend op het indienen van het beroep. binnen twee maanden volgend op het indienen van het beroep.
§ 4. Tegen de beslissing van het College van dienstchefs is geen § 4. Tegen de beslissing van het College van dienstchefs is geen
beroep mogelijk. beroep mogelijk.

Art. 9tredecies.§ 1. De ambtenaar die een vormgebrek kan aanvoeren of

Art. 9tredecies.§ 1. De ambtenaar die een vormgebrek kan aanvoeren of

die zich niet akkoord kan verklaren met de eindvermelding van de hem die zich niet akkoord kan verklaren met de eindvermelding van de hem
betekende evaluatie wegens het feit dat hij niet de eindvermelding « betekende evaluatie wegens het feit dat hij niet de eindvermelding «
goed » heeft verkregen, heeft de mogelijkheid om de zaak aanhangig te goed » heeft verkregen, heeft de mogelijkheid om de zaak aanhangig te
maken bij de bevoegde Raad van beroep binnen tien dagen na de maken bij de bevoegde Raad van beroep binnen tien dagen na de
betekening van de evaluatie. Onder « vormgebrek » moet worden verstaan betekening van de evaluatie. Onder « vormgebrek » moet worden verstaan
« elk gebrek dat de regelmatigheid van de procedure aantast ». « elk gebrek dat de regelmatigheid van de procedure aantast ».
Het beroep schorst de beslissing. Het beroep schorst de beslissing.
De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen
gelden. Hij kan, voor zijn verdediging, door een persoon naar eigen gelden. Hij kan, voor zijn verdediging, door een persoon naar eigen
keuze worden bijgestaan. keuze worden bijgestaan.
§ 2. De Voorzitter stuurt het dossier terug naar het College van § 2. De Voorzitter stuurt het dossier terug naar het College van
dienstchefs als het beroep tot de bevoegdheid van laatstgenoemde dienstchefs als het beroep tot de bevoegdheid van laatstgenoemde
behoort. behoort.
§ 3. Het beroep dat wegens vormgebrek bij de raad van beroep is § 3. Het beroep dat wegens vormgebrek bij de raad van beroep is
ingesteld, schorst het bij het College van dienstchefs ingestelde ingesteld, schorst het bij het College van dienstchefs ingestelde
beroep. beroep.

Art. 9quatrodecies.§ 1. Het evaluatieblad bedoeld in artikel 57 van

Art. 9quatrodecies.§ 1. Het evaluatieblad bedoeld in artikel 57 van

het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het
rijkspersoneel, wordt opgemaakt overeenkomstig het in bijlage VII van rijkspersoneel, wordt opgemaakt overeenkomstig het in bijlage VII van
dit besluit gevoegde model. dit besluit gevoegde model.
§ 2. De eindvermelding van de evaluatie wordt aan de ambtenaar § 2. De eindvermelding van de evaluatie wordt aan de ambtenaar
betekend uiterlijk op 15 december van het evaluatiejaar. Onverminderd betekend uiterlijk op 15 december van het evaluatiejaar. Onverminderd
de bepalingen betreffende de geldelijke gevolgen, wordt er met de de bepalingen betreffende de geldelijke gevolgen, wordt er met de
evaluatie rekening gehouden om de administratieve toestand van de evaluatie rekening gehouden om de administratieve toestand van de
ambtenaar te bepalen met ingang van 15 december van het evaluatiejaar. ambtenaar te bepalen met ingang van 15 december van het evaluatiejaar.
». ».

Art. 4.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende

Art. 4.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
- in 3° worden de woorden « de beste beoordeling, voor zover de - in 3° worden de woorden « de beste beoordeling, voor zover de
bedoelde ambtenaren aan de beoordeling onderworpen zijn » vervangen bedoelde ambtenaren aan de beoordeling onderworpen zijn » vervangen
door de woorden : « de meest positieve evaluatievermelding »; door de woorden : « de meest positieve evaluatievermelding »;
- het 4° wordt vervangen door de volgende bepaling : - het 4° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 4° bij dezelfde evaluatievermelding hebben, de ambtenaar met de « 4° bij dezelfde evaluatievermelding hebben, de ambtenaar met de
grootste graadanciënniteit. » grootste graadanciënniteit. »

Art. 5.In artikel 25quinquies. § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd

Art. 5.In artikel 25quinquies. § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd

bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de woorden « bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de woorden «
voorwaarden met betrekking tot de beoordeling » vervangen door de voorwaarden met betrekking tot de beoordeling » vervangen door de
woorden « voorwaarden met betrekking tot de evaluatie ». woorden « voorwaarden met betrekking tot de evaluatie ».

Art. 6.Artikel 29, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen

Art. 6.Artikel 29, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen

door de volgende bepaling : door de volgende bepaling :
« Bovendien moeten zij ten minste de vermelding « goed » hebben « Bovendien moeten zij ten minste de vermelding « goed » hebben
verkregen bij hun laatste evaluatie. » verkregen bij hun laatste evaluatie. »

Art. 7.Artikel 45, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

Art. 7.Artikel 45, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

volgende bepaling : volgende bepaling :
« § 1. In alle gevallen waarin er, voor het vaststellen van de « § 1. In alle gevallen waarin er, voor het vaststellen van de
rangschikking der kandidaten voor een benoeming, rekening wordt rangschikking der kandidaten voor een benoeming, rekening wordt
gehouden met de evaluatie, kunnen de ambtenaren, die met de vermelding gehouden met de evaluatie, kunnen de ambtenaren, die met de vermelding
« goed » in hun graad geëvalueerd zijn en in die graad minder dan drie « goed » in hun graad geëvalueerd zijn en in die graad minder dan drie
jaar anciënniteit tellen, bij het indienen van hun kandidatuur de jaar anciënniteit tellen, bij het indienen van hun kandidatuur de
gunstigere evaluatievermelding of beoordeling inroepen,die ze het gunstigere evaluatievermelding of beoordeling inroepen,die ze het
laatst in hun vorige graad bezaten, wanneer hun titels moeten worden laatst in hun vorige graad bezaten, wanneer hun titels moeten worden
vergeleken met die van andere kandidaten, titularissen van laatst vergeleken met die van andere kandidaten, titularissen van laatst
bedoelde graad. bedoelde graad.
Nochtans mag de evaluatie of de beoordeling in de vorige graad niet Nochtans mag de evaluatie of de beoordeling in de vorige graad niet
worden ingeroepen door de ambtenaar die, in de graad waarvan hij worden ingeroepen door de ambtenaar die, in de graad waarvan hij
titularis is de vermelding « goed » gekregen heeft, nadat hij voordien titularis is de vermelding « goed » gekregen heeft, nadat hij voordien
in dezelfde graad de vermelding « zeer goed » had bekomen. » in dezelfde graad de vermelding « zeer goed » had bekomen. »

Art. 8.Bijlage V van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk

Art. 8.Bijlage V van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk

besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen door bijlage 1 van dit besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen door bijlage 1 van dit
besluit. besluit.

Art. 9.In artikel 2 van bijlage VI van hetzelfde besluit, ingevoegd

Art. 9.In artikel 2 van bijlage VI van hetzelfde besluit, ingevoegd

bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
- in artikel 11, § 1., worden de woorden « de beste beoordeling » - in artikel 11, § 1., worden de woorden « de beste beoordeling »
vervangen door de woorden « de evaluatievermelding »; vervangen door de woorden « de evaluatievermelding »;
- in artikel 11, § 2., worden de woorden « de beoordeling » vervangen - in artikel 11, § 2., worden de woorden « de beoordeling » vervangen
door dewoorden « de evaluatievermelding »; door dewoorden « de evaluatievermelding »;
- in artikel 12, § 2., b) worden de woorden « de beste beoordeling » - in artikel 12, § 2., b) worden de woorden « de beste beoordeling »
vervangen door de woorden « de beste evaluatievermelding »; vervangen door de woorden « de beste evaluatievermelding »;
- artikel 12, § 2. c), wordt vervangen door de volgende bepaling : - artikel 12, § 2. c), wordt vervangen door de volgende bepaling :
« c) onder geslaagden met dezelfde evaluatievermelding, aan de « c) onder geslaagden met dezelfde evaluatievermelding, aan de
laureaat die het best gerangschikt is volgens de graadanciënniteit; ». laureaat die het best gerangschikt is volgens de graadanciënniteit; ».

Art. 10.Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage VII toegevoegd

Art. 10.Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage VII toegevoegd

waarvan bijlage 2 bij dit besluit de tekst uitmaakt. waarvan bijlage 2 bij dit besluit de tekst uitmaakt.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 7 december HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 7 december
1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de 1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de
buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de
betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de
interne markt in 1993 interne markt in 1993

Art. 11.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 7 december 1992

Art. 11.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 7 december 1992

houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de
buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de
betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de
interne markt in 1993, worden de woorden « de beoordeling welke » interne markt in 1993, worden de woorden « de beoordeling welke »
vervangen door de woorden « de evaluatie die ». vervangen door de woorden « de evaluatie die ».
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van :

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van :

1° 15 september 1997 voor de ambtenaren van de niveaus 1 en 2+; 1° 15 september 1997 voor de ambtenaren van de niveaus 1 en 2+;
2° 15 september 1998 voor de ambtenaren van de niveaus 2, 3 en 4; 2° 15 september 1998 voor de ambtenaren van de niveaus 2, 3 en 4;
met uitzondering van artikel 4 dat in werking treedt op : met uitzondering van artikel 4 dat in werking treedt op :
- 15 september 1998 voor de ambtenaren van de niveaus 1 en 2+; - 15 september 1998 voor de ambtenaren van de niveaus 1 en 2+;
- 15 september 1999 voor de ambtenaren van de niveaus 2, 3 en 4. - 15 september 1999 voor de ambtenaren van de niveaus 2, 3 en 4.

Art. 13.Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Begroting en

Art. 13.Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Begroting en

Onze Minister van Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met Onze Minister van Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met
de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 maart 1998. Gegeven te Brussel, 1 maart 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
Ministerie van Financiën, Ministerie van Financiën,
Ph. MAYSTADT Ph. MAYSTADT
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY H. VAN ROMPUY
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998 tot invoering Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998 tot invoering
van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in
bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën
Bijlage V Bijlage V
Volgorde van toekenning van sommige betrekkingen bezoldigd door een Volgorde van toekenning van sommige betrekkingen bezoldigd door een
hogere weddeschaal. hogere weddeschaal.
1. Bij de buitendiensten van de Administratie van het kadaster worden 1. Bij de buitendiensten van de Administratie van het kadaster worden
binnen elke groep van betrekkingen, zoals bepaald sub II van bijlage binnen elke groep van betrekkingen, zoals bepaald sub II van bijlage
IV, de vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een IV, de vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een
fiscaal bestuur, waaraan de functie van dienstchef niet is verbonden fiscaal bestuur, waaraan de functie van dienstchef niet is verbonden
en die kunnen bezoldigd worden met de weddeschaal 10S3, binnen de en die kunnen bezoldigd worden met de weddeschaal 10S3, binnen de
limieten vastgesteld in artikel 2, A, 22°, d. van het koninklijk limieten vastgesteld in artikel 2, A, 22°, d. van het koninklijk
besluit tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel besluit tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel
van het Ministerie van Financiën, in de volgende orde toegekend aan : van het Ministerie van Financiën, in de volgende orde toegekend aan :
1° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op de dag 1° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op de dag
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het koninklijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het koninklijk
besluit betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige besluit betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige
ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1
en 2+, bekleed was met de geschrapte graad van hoofdcontroleur bij een en 2+, bekleed was met de geschrapte graad van hoofdcontroleur bij een
fiscaal bestuur : fiscaal bestuur :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit
telt. De graadanciënniteit verworven in de geschrapte graad van telt. De graadanciënniteit verworven in de geschrapte graad van
controleur B bij een fiscaal bestuur wordt niet in aanmerking genomen; controleur B bij een fiscaal bestuur wordt niet in aanmerking genomen;
c) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub b), de grootste c) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub b), de grootste
anciënniteit in niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een anciënniteit in niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een
maximum van 6 jaar, telt; maximum van 6 jaar, telt;
d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste
anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking
genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt; genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt;
e) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best is e) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best is
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°;
2° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op de dag 2° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op de dag
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het koninklijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het koninklijk
besluit betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige besluit betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige
ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1
en 2+, bekleed was met de geschrapte graad van controleur B bij een en 2+, bekleed was met de geschrapte graad van controleur B bij een
fiscaal bestuur : fiscaal bestuur :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit
telt; telt;
c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in
niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6 niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6
jaar, telt; jaar, telt;
d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste
anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking
genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt; genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt;
e) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best is e) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best is
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°;
3° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur niet bedoeld 3° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur niet bedoeld
sub 1° en 2°. Deze eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur sub 1° en 2°. Deze eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur
worden onderling gerangschikt overeenkomstig de bepalingen vervat worden onderling gerangschikt overeenkomstig de bepalingen vervat
onder 2. hierna. onder 2. hierna.
2. De vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een 2. De vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een
fiscaal bestuur, niet bedoeld sub 1., die kunnen bezoldigd worden met fiscaal bestuur, niet bedoeld sub 1., die kunnen bezoldigd worden met
de weddeschaal 10S3, worden binnen de limieten vastgesteld in artikel de weddeschaal 10S3, worden binnen de limieten vastgesteld in artikel
2, A, 22°, d., van het koninklijk besluit tot vaststelling van de 2, A, 22°, d., van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van
Financiën, in de volgende orde toegekend aan de eerstaanwezend Financiën, in de volgende orde toegekend aan de eerstaanwezend
inspecteurs bij een fiscaal bestuur : inspecteurs bij een fiscaal bestuur :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit
tellen; tellen;
c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in
niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6 niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6
jaar, tellen; jaar, tellen;
d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste
anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking
genomen anciënniteit in een graad van rang 28 tellen; genomen anciënniteit in een graad van rang 28 tellen;
e) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best zijn e) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°.
3. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 3. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van eerste attaché van financiën die kunnen bezoldigd betrekkingen van eerste attaché van financiën die kunnen bezoldigd
worden met de weddeschaal 10S3, in de volgende orde toegekend aan de worden met de weddeschaal 10S3, in de volgende orde toegekend aan de
eerste attachés van financiën : eerste attachés van financiën :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste graadanciënniteit
tellen; tellen;
c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in c) die, bij gelijke graadanciënniteit, de grootste anciënniteit in
niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6 niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6
jaar, tellen; jaar, tellen;
d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste d) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), de grootste
anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking anciënniteit in niveau 2+ verminderd met de sub c) in aanmerking
genomen anciënniteit in een graad van rang 28, tellen; genomen anciënniteit in een graad van rang 28, tellen;
e) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best zijn e) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub d), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°.
4. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 4. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van assistent bij financiën bezoldigd met de weddeschaal betrekkingen van assistent bij financiën bezoldigd met de weddeschaal
30S3 in de volgende orde toegekend : 30S3 in de volgende orde toegekend :
1° aan de assistenten bij financiën bezoldigd met de weddeschaal 30S2 1° aan de assistenten bij financiën bezoldigd met de weddeschaal 30S2
: :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds de benoeming tot de graad van leidend tekenaar van het tellen sinds de benoeming tot de graad van leidend tekenaar van het
kadaster, hoofdfinanciebeambte of hoofddouanebeambte of sinds de kadaster, hoofdfinanciebeambte of hoofddouanebeambte of sinds de
toekenning van de weddeschaal 30S2; toekenning van de weddeschaal 30S2;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 6°, 7° en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 6°, 7° en 8°;
2° aan de assistenten bij financiën laureaat van het examen voor 2° aan de assistenten bij financiën laureaat van het examen voor
verhoging tot de graad van hoofdfinanciebeambte of hoofddouanebeambte verhoging tot de graad van hoofdfinanciebeambte of hoofddouanebeambte
of van het examen voor verhoging tot de weddeschaal 30S2, het best of van het examen voor verhoging tot de weddeschaal 30S2, het best
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 3° tot 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 3° tot 8°.
5. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 5. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42E in de betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42E in de
volgende orde toegekend : volgende orde toegekend :
1° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42D : 1° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42D :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 44 of sinds de tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 44 of sinds de
toekenning van de weddeschaal 42D; toekenning van de weddeschaal 42D;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°;
2° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42C : 2° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42C :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 43 of sinds de tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 43 of sinds de
toekenning van de weddeschaal 42C; toekenning van de weddeschaal 42C;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°;
3° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42B : 3° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42B :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de
toekenning van de weddeschaal 42B; toekenning van de weddeschaal 42B;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°.
6. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 6. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42D in de betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42D in de
volgende orde toegekend : volgende orde toegekend :
1° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42C 1° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42C
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 43 of sinds de tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 43 of sinds de
toekenning van de weddeschaal 42C; toekenning van de weddeschaal 42C;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°; gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7 en 8°;
2° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42B : 2° aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal 42B :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de toekenning sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de toekenning
van de weddeschaal 42B; van de weddeschaal 42B;
c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn c) die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub a), het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°.
7. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 7. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42C in de betrekkingen van beambte bezoldigd met de weddeschaal 42C in de
volgende orde toegekend aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal volgende orde toegekend aan de beambten bezoldigd met de weddeschaal
42B : 42B :
1° met de beste evaluatievermelding; 1° met de beste evaluatievermelding;
2° die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit 2° die, bij gelijke evaluatievermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de tellen sinds hun benoeming tot een graad van rang 42 of sinds de
toekenning van de weddeschaal 42B; toekenning van de weddeschaal 42B;
3° die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub 1°, het best zijn 3° die, bij gelijke anciënniteit bedoeld sub 1°, het best zijn
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°.
8. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot 8. Binnen de limieten vastgesteld bij het ministerieel besluit tot
uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden de vacante
betrekkingen van geschoold arbeider bezoldigd met de weddeschaal 42E betrekkingen van geschoold arbeider bezoldigd met de weddeschaal 42E
in de volgende orde toegekend : in de volgende orde toegekend :
1° aan de geschoold arbeiders, titularis sinds 1 januari 1994 van de 1° aan de geschoold arbeiders, titularis sinds 1 januari 1994 van de
weddeschaal 42C en die sinds deze datum geen anciënniteit hebben weddeschaal 42C en die sinds deze datum geen anciënniteit hebben
verloren : verloren :
a) met de beste evaluatievermelding; a) met de beste evaluatievermelding;
b) die, bij gelijke evaluatlevermelding, de grootste anciënniteit b) die, bij gelijke evaluatlevermelding, de grootste anciënniteit
tellen sinds hun benoeming tot de graad van gespecialiseerd werkman tellen sinds hun benoeming tot de graad van gespecialiseerd werkman
en, subsidiair, de best gerangschikten volgens de bepalingen van en, subsidiair, de best gerangschikten volgens de bepalingen van
artikel 11, 5°, 7° en 8; artikel 11, 5°, 7° en 8;
c) die de grootste anciënniteit tellen sinds hun benoeming tot de c) die de grootste anciënniteit tellen sinds hun benoeming tot de
graad van bijzonder geschoold werkman, eerste werkvrouw A, geschoold graad van bijzonder geschoold werkman, eerste werkvrouw A, geschoold
werkman B of eerste werkvrouw, voor zover ze geslaagd zijn voor de werkman B of eerste werkvrouw, voor zover ze geslaagd zijn voor de
proef over beroepsbekwaamheid voor gespecialiseerd werkman of die proef over beroepsbekwaamheid voor gespecialiseerd werkman of die
toegang verleent tot een graad van rang 44 en, subsidiair, de best toegang verleent tot een graad van rang 44 en, subsidiair, de best
gerangschikten volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°; gerangschikten volgens de bepalingen van artikel 11, 5°, 7° en 8°;
d) die de grootste anciënniteit tellen sinds hun benoeming tot de d) die de grootste anciënniteit tellen sinds hun benoeming tot de
graad van bijzonder geschoold werkman of geschoold werkman B, maar die graad van bijzonder geschoold werkman of geschoold werkman B, maar die
niet geslaagd zijn voor de proef over beroepsbekwaamheid voor niet geslaagd zijn voor de proef over beroepsbekwaamheid voor
gespecialiseerd werkman of die toegang verleent tot een graad van rang gespecialiseerd werkman of die toegang verleent tot een graad van rang
44 en, subsidiair, de best gerangschikten volgens de bepalingen van 44 en, subsidiair, de best gerangschikten volgens de bepalingen van
artikel 11, 5°, 7° en 8°; artikel 11, 5°, 7° en 8°;
e) niet bedoeld sub a) tot c), die het best gerangschikt zijn volgens e) niet bedoeld sub a) tot c), die het best gerangschikt zijn volgens
de bepalingen van artikel 11, 4°, 7° en 8°; de bepalingen van artikel 11, 4°, 7° en 8°;
2° aan de geschoold arbeiders, niet bedoeld sub 1°, het best 2° aan de geschoold arbeiders, niet bedoeld sub 1°, het best
gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 4°, 5°, 7° en 8°. gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 4°, 5°, 7° en 8°.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 maart 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 maart 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Financien, De Minister van Financien,
Ph. MAYSTADT. Ph. MAYSTADT.
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY. H. VAN ROMPUY.
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
BIJLAGE 2 bij het koninklijk besluit van l maart 1998 tot invoering BIJLAGE 2 bij het koninklijk besluit van l maart 1998 tot invoering
van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in
bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën. bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën.
Bijlage VII Bijlage VII
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 maart 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 maart 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT Ph. MAYSTADT
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY H. VAN ROMPUY
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
^