Ministerieel besluit tot vaststelling van de toekenningsregels van de toelagen voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard | Ministerieel besluit tot vaststelling van de toekenningsregels van de toelagen voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard |
---|---|
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING | MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING |
26 MAART 2003. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de | 26 MAART 2003. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de |
toekenningsregels van de toelagen voor sommige werken of prestaties | toekenningsregels van de toelagen voor sommige werken of prestaties |
van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard | van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard |
De Minister van Landsverdediging, | De Minister van Landsverdediging, |
Gelet op het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de |
toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan | toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan |
sommige leden van het burgerlijk personeel van het departement van | sommige leden van het burgerlijk personeel van het departement van |
Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder | Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder |
gevaarlijke of ongezonde aard, inzonderheid op artikel 6, ingevoegd | gevaarlijke of ongezonde aard, inzonderheid op artikel 6, ingevoegd |
bij het koninklijk besluit van 11 november 2002; | bij het koninklijk besluit van 11 november 2002; |
Gelet op het protocol van het Onderhandelingscomité van het militair | Gelet op het protocol van het Onderhandelingscomité van het militair |
personeel van de Krijgsmacht, afgesloten op 18 augustus 2002; | personeel van de Krijgsmacht, afgesloten op 18 augustus 2002; |
Gelet op het advies 34.422/4 van de Raad van State, gegeven op 17 | Gelet op het advies 34.422/4 van de Raad van State, gegeven op 17 |
februari 2003, | februari 2003, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° "het koninklijk besluit" : het koninklijk besluit van 21 januari | 1° "het koninklijk besluit" : het koninklijk besluit van 21 januari |
1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de | 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de |
krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel | krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel |
van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of | van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of |
prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard; | prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard; |
2° "de toelage" : de toelage voor gevaarlijke, ongezonde of | 2° "de toelage" : de toelage voor gevaarlijke, ongezonde of |
hinderlijke werken bedoeld in de tabel 4 van de bijlage bij het | hinderlijke werken bedoeld in de tabel 4 van de bijlage bij het |
koninklijk besluit zoals die gewijzigd is bij het koninklijk besluit | koninklijk besluit zoals die gewijzigd is bij het koninklijk besluit |
van 11 november 2002 houdende toekenning van toelagen aan de | van 11 november 2002 houdende toekenning van toelagen aan de |
specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van | specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van |
de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 | de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 |
januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de | januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de |
krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel | krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel |
van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of | van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of |
prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard. | prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard. |
Art. 2.§ 1. De korpscommandant brengt een advies uit over iedere |
Art. 2.§ 1. De korpscommandant brengt een advies uit over iedere |
aanvraag tot toekenning van de toelage, ingediend door leden van zijn | aanvraag tot toekenning van de toelage, ingediend door leden van zijn |
personeel. | personeel. |
§ 2. Bij gebrek aan een bestaande risicoanalyse voeren de | § 2. Bij gebrek aan een bestaande risicoanalyse voeren de |
arbeidsgeneesheer bevoegd voor de betrokken installatie en de chef van | arbeidsgeneesheer bevoegd voor de betrokken installatie en de chef van |
de lokale sectie voor preventie en bescherming, een risicoanalyse uit | de lokale sectie voor preventie en bescherming, een risicoanalyse uit |
op basis van de criteria bepaald in artikel 4. | op basis van de criteria bepaald in artikel 4. |
Ze stellen een risicoanalyseverslag op dat vaststelt of de werken | Ze stellen een risicoanalyseverslag op dat vaststelt of de werken |
bedoeld in de aanvraag tot toekenning werkelijk uitgevoerd worden op | bedoeld in de aanvraag tot toekenning werkelijk uitgevoerd worden op |
specifieke werkposten in werkplaatsen, garages, magazijnen of andere | specifieke werkposten in werkplaatsen, garages, magazijnen of andere |
technische installaties, die in geen verband staan met de | technische installaties, die in geen verband staan met de |
trainingsactiviteiten of de inzet van militairen, en of, naargelang | trainingsactiviteiten of de inzet van militairen, en of, naargelang |
het geval, de arbeidsomstandigheden : | het geval, de arbeidsomstandigheden : |
1° hetzij van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn | 1° hetzij van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn |
gedurende een periode van langer dan zes maanden, rekening houdend met | gedurende een periode van langer dan zes maanden, rekening houdend met |
de genomen maatregelen en met de aangewende collectieve en/of | de genomen maatregelen en met de aangewende collectieve en/of |
persoonlijke beschermingsmiddelen om de risico's tot een aanvaardbaar | persoonlijke beschermingsmiddelen om de risico's tot een aanvaardbaar |
niveau terug te brengen; | niveau terug te brengen; |
2° hetzij van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn | 2° hetzij van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn |
gedurende een periode die, in afwachting van het gebruik van meer | gedurende een periode die, in afwachting van het gebruik van meer |
doeltreffende beschermingsmiddelen, zes maanden niet zal | doeltreffende beschermingsmiddelen, zes maanden niet zal |
overschrijden; | overschrijden; |
3° hetzij niet van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn. | 3° hetzij niet van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke aard zijn. |
§ 3. Op basis van het dossier samengesteld uit de aanvraag tot | § 3. Op basis van het dossier samengesteld uit de aanvraag tot |
toekenning van de toelage en uit het risicoanalyseverslag, en op | toekenning van de toelage en uit het risicoanalyseverslag, en op |
gemotiveerd advies van de chef van de sectie preventie en bescherming | gemotiveerd advies van de chef van de sectie preventie en bescherming |
van de betrokken algemene directie of van het betrokken | van de betrokken algemene directie of van het betrokken |
stafdepartement, beslist de chef van de interne dienst voor preventie | stafdepartement, beslist de chef van de interne dienst voor preventie |
en bescherming op het werk, van het stafdepartement gezondheid, | en bescherming op het werk, van het stafdepartement gezondheid, |
milieu, kwaliteit van het leven en welzijn, over de toekenning van de | milieu, kwaliteit van het leven en welzijn, over de toekenning van de |
toelage. Hij deelt zijn beslissing schriftelijk mee aan de | toelage. Hij deelt zijn beslissing schriftelijk mee aan de |
korpscommandant. | korpscommandant. |
§ 4. De korpscommandant geeft van de beslissing bedoeld in § 3, kennis | § 4. De korpscommandant geeft van de beslissing bedoeld in § 3, kennis |
aan de betrokken leden van zijn personeel. | aan de betrokken leden van zijn personeel. |
Art. 3.§ 1. Ten laatste op de vijfde werkdag volgend op de in artikel |
Art. 3.§ 1. Ten laatste op de vijfde werkdag volgend op de in artikel |
2, § 4, bedoelde kennisgeving, kan het betrokken personeelslid beroep | 2, § 4, bedoelde kennisgeving, kan het betrokken personeelslid beroep |
indienen tegen de in artikel 2, § 3, bedoelde beslissing, bij de | indienen tegen de in artikel 2, § 3, bedoelde beslissing, bij de |
onderstafchef welzijn. | onderstafchef welzijn. |
§ 2. Indien het personeelslid gebruik maakt van de in § 1 bedoelde | § 2. Indien het personeelslid gebruik maakt van de in § 1 bedoelde |
mogelijkheid, wordt een kopie van het in artikel 2, § 3, bedoelde | mogelijkheid, wordt een kopie van het in artikel 2, § 3, bedoelde |
dossier overgemaakt aan de chef van de arbeidsinspectie van het | dossier overgemaakt aan de chef van de arbeidsinspectie van het |
stafdepartement gezondheid, milieu, kwaliteit van het leven en | stafdepartement gezondheid, milieu, kwaliteit van het leven en |
welzijn. | welzijn. |
De chef van de arbeidsinspectie van het stafdepartement gezondheid, | De chef van de arbeidsinspectie van het stafdepartement gezondheid, |
milieu, kwaliteit van het leven en welzijn, onderzoekt het beroep. Hij | milieu, kwaliteit van het leven en welzijn, onderzoekt het beroep. Hij |
brengt een advies uit dat gemotiveerd is door een inspectieverslag van | brengt een advies uit dat gemotiveerd is door een inspectieverslag van |
de installaties bedoeld in de aanvraag. Tijdens de inspectie kan het | de installaties bedoeld in de aanvraag. Tijdens de inspectie kan het |
betrokken personeelslid gehoord worden indien het er om verzoekt. Het | betrokken personeelslid gehoord worden indien het er om verzoekt. Het |
personeelslid kan zich hierbij laten bijstaan door de raadsman van | personeelslid kan zich hierbij laten bijstaan door de raadsman van |
zijn keuze. | zijn keuze. |
§ 3. De onderstafchef welzijn beslist over de toekenning van de | § 3. De onderstafchef welzijn beslist over de toekenning van de |
toelage. Hij brengt schriftelijk zijn beslissing ter kennis aan het | toelage. Hij brengt schriftelijk zijn beslissing ter kennis aan het |
betrokken personeelslid en aan de korpscommandant. | betrokken personeelslid en aan de korpscommandant. |
§ 4. Tegen de beslissing bedoeld in § 3, is een laatste beroep | § 4. Tegen de beslissing bedoeld in § 3, is een laatste beroep |
mogelijk bij de Minister van Landsverdediging. | mogelijk bij de Minister van Landsverdediging. |
Art. 4.De criteria bedoeld in artikel 2, § 2, zijn : |
Art. 4.De criteria bedoeld in artikel 2, § 2, zijn : |
1° om te bepalen of het personeelslid erkend wordt als beroepshalve | 1° om te bepalen of het personeelslid erkend wordt als beroepshalve |
blootgesteld aan ioniserende straling en of hij behoort tot de | blootgesteld aan ioniserende straling en of hij behoort tot de |
categorieën A of B, bepaald in artikel 2 van het algemeen militair | categorieën A of B, bepaald in artikel 2 van het algemeen militair |
reglement voor de bescherming tegen het gevaar van de ioniserende | reglement voor de bescherming tegen het gevaar van de ioniserende |
stralingen, zoals bedoeld in reeks A1 van de tabel 4 van de bijlage | stralingen, zoals bedoeld in reeks A1 van de tabel 4 van de bijlage |
bij het koninklijk besluit, de organieke functie die hij bezet met | bij het koninklijk besluit, de organieke functie die hij bezet met |
inbegrip van de nevenfunctie; | inbegrip van de nevenfunctie; |
2° om te bepalen of het werk, bij abnormale werking van de | 2° om te bepalen of het werk, bij abnormale werking van de |
installaties of bij het in gebreke blijven van de | installaties of bij het in gebreke blijven van de |
beschermingsmiddelen, kan leiden tot ernstige ongevallen of ziekten | beschermingsmiddelen, kan leiden tot ernstige ongevallen of ziekten |
die zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben, zoals bedoeld in reeks A2 | die zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben, zoals bedoeld in reeks A2 |
van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat | van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat |
het uitgeoefend wordt : | het uitgeoefend wordt : |
a) hetzij in de hoogte, op meer dan zestien meter boven de grond, en | a) hetzij in de hoogte, op meer dan zestien meter boven de grond, en |
dat een persoonlijk beschermingsmiddel tegen val noodzakelijk is; | dat een persoonlijk beschermingsmiddel tegen val noodzakelijk is; |
b) hetzij in aanwezigheid van dodelijke carcinogene of toxische | b) hetzij in aanwezigheid van dodelijke carcinogene of toxische |
agentia, met concentraties hoger dan de Belgische grenswaarden | agentia, met concentraties hoger dan de Belgische grenswaarden |
terzake, waarbij het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen werd | terzake, waarbij het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen werd |
opgelegd; | opgelegd; |
c) hetzij in isolatiekamer, bij bewuste blootstelling aan biologische | c) hetzij in isolatiekamer, bij bewuste blootstelling aan biologische |
agentia die aanleiding geven tot een beheersingniveau 3 of 4 zoals | agentia die aanleiding geven tot een beheersingniveau 3 of 4 zoals |
gedefinieerd in het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende | gedefinieerd in het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende |
de bescherming van de werknemers tegen de risico's bij blootstelling | de bescherming van de werknemers tegen de risico's bij blootstelling |
aan biologische agentia op het werk, tenzij er een doeltreffend vaccin | aan biologische agentia op het werk, tenzij er een doeltreffend vaccin |
ter beschikking staat; | ter beschikking staat; |
3° om te bepalen of het werk, hoewel niet bedoeld in 1° en 2°, | 3° om te bepalen of het werk, hoewel niet bedoeld in 1° en 2°, |
gevaarlijk en/of ongezond is, zoals bedoeld in de reeks A3 van de | gevaarlijk en/of ongezond is, zoals bedoeld in de reeks A3 van de |
tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat het | tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat het |
uitgeoefend wordt : | uitgeoefend wordt : |
a) hetzij in aanwezigheid van carcinogene of toxische agentia, waarvan | a) hetzij in aanwezigheid van carcinogene of toxische agentia, waarvan |
de aanwezigheid wordt bewezen door een risicoanalyse; | de aanwezigheid wordt bewezen door een risicoanalyse; |
b) hetzij in contact met besmet materieel en/of linnen afkomstig van | b) hetzij in contact met besmet materieel en/of linnen afkomstig van |
isolatiekamers waar biologische agentia aanwezig zijn, die aanleiding | isolatiekamers waar biologische agentia aanwezig zijn, die aanleiding |
geven tot een beheersingsniveau 3 of 4 zoals gedefinieerd in het | geven tot een beheersingsniveau 3 of 4 zoals gedefinieerd in het |
koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van | koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van |
de werknemers tegen de risico's bij blootstelling aan biologische | de werknemers tegen de risico's bij blootstelling aan biologische |
agentia op het werk, tenzij er een doeltreffend vaccin ter beschikking | agentia op het werk, tenzij er een doeltreffend vaccin ter beschikking |
staat; | staat; |
c) hetzij voor het onderhoud of het herstellen van sanitaire | c) hetzij voor het onderhoud of het herstellen van sanitaire |
installaties; | installaties; |
d) hetzij in extreme omstandigheden van technische aard waarvan de | d) hetzij in extreme omstandigheden van technische aard waarvan de |
aanwezigheid wordt bewezen door een risicoanalyse; | aanwezigheid wordt bewezen door een risicoanalyse; |
4° om te bepalen of het werk aanleiding geeft tot een wezenlijke | 4° om te bepalen of het werk aanleiding geeft tot een wezenlijke |
vermindering van de duur van de arbeidsprestatie, door het | vermindering van de duur van de arbeidsprestatie, door het |
noodzakelijk gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen of door het | noodzakelijk gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen of door het |
arbeidsklimaat van technische oorsprong, zoals bedoeld in de reeks B1 | arbeidsklimaat van technische oorsprong, zoals bedoeld in de reeks B1 |
van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat | van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat |
het zodanige rustperiodes vereist waardoor de prestaties beperkt | het zodanige rustperiodes vereist waardoor de prestaties beperkt |
worden tot een maximum van 240 minuten per dag, ten gevolge van een | worden tot een maximum van 240 minuten per dag, ten gevolge van een |
beslissing van de arbeidsgeneesheer, in uitvoering van de van kracht | beslissing van de arbeidsgeneesheer, in uitvoering van de van kracht |
zijnde regels terzake, en met uitzondering van iedere tijdelijke | zijnde regels terzake, en met uitzondering van iedere tijdelijke |
invloed te wijten aan meteorologische omstandigheden; | invloed te wijten aan meteorologische omstandigheden; |
5° om te bepalen of het over een ander hinderlijk werk gaat, dan dit | 5° om te bepalen of het over een ander hinderlijk werk gaat, dan dit |
bedoeld in 4°, waarbij het noodzakelijk is om persoonlijk | bedoeld in 4°, waarbij het noodzakelijk is om persoonlijk |
ademhalingsbescherming met toevoer van ademlucht, of uitgerust met | ademhalingsbescherming met toevoer van ademlucht, of uitgerust met |
externe, verwisselbare filters te dragen, zoals bedoeld in de reeks B2 | externe, verwisselbare filters te dragen, zoals bedoeld in de reeks B2 |
van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat | van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, het feit dat |
het uitgeoefend wordt op een werkpost waar, bij afwezigheid van een | het uitgeoefend wordt op een werkpost waar, bij afwezigheid van een |
voldoend doeltreffend collectief beschermingsmiddel, het dragen van | voldoend doeltreffend collectief beschermingsmiddel, het dragen van |
een persoonlijke ademhalingsbescherming van het vereiste type, | een persoonlijke ademhalingsbescherming van het vereiste type, |
noodzakelijk is. | noodzakelijk is. |
Art. 5.§ 1. De beslissing tot toekenning van de toelage bedoeld in |
Art. 5.§ 1. De beslissing tot toekenning van de toelage bedoeld in |
artikel 2, § 3, geldt, naargelang het geval : | artikel 2, § 3, geldt, naargelang het geval : |
1° hetzij permanent, als het risicoanalyseverslag bedoeld in artikel | 1° hetzij permanent, als het risicoanalyseverslag bedoeld in artikel |
2, § 2, aantoont dat de te voorziene duur van het gevaarlijke, | 2, § 2, aantoont dat de te voorziene duur van het gevaarlijke, |
ongezonde of hinderlijke werk langer is dan zes maanden, rekening | ongezonde of hinderlijke werk langer is dan zes maanden, rekening |
houdend met de genomen maatregelen en aangewende collectieve en/of | houdend met de genomen maatregelen en aangewende collectieve en/of |
persoonlijke beschermingsmiddelen om de risico's tot een aanvaardbaar | persoonlijke beschermingsmiddelen om de risico's tot een aanvaardbaar |
niveau terug te brengen; | niveau terug te brengen; |
2° hetzij tijdelijk, in afwachting van de ter beschikkingstelling van | 2° hetzij tijdelijk, in afwachting van de ter beschikkingstelling van |
doeltreffender beschermingsmiddelen, indien het risicoanalyseverslag | doeltreffender beschermingsmiddelen, indien het risicoanalyseverslag |
bedoeld in artikel 2, § 2, aantoont dat de te voorziene duur van het | bedoeld in artikel 2, § 2, aantoont dat de te voorziene duur van het |
gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke werk zes maanden niet zal | gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke werk zes maanden niet zal |
overschrijden. | overschrijden. |
§ 2. Indien de beslissing tot toekenning van de toelage permanent | § 2. Indien de beslissing tot toekenning van de toelage permanent |
geldt, wordt de toelage toegekend : | geldt, wordt de toelage toegekend : |
1° hetzij maandelijks, indien het gevaarlijke, ongezonde of | 1° hetzij maandelijks, indien het gevaarlijke, ongezonde of |
hinderlijke werk uitgevoerd wordt door een personeelslid van wie de | hinderlijke werk uitgevoerd wordt door een personeelslid van wie de |
functie de regelmatige uitvoering van de bedoelde prestaties of | functie de regelmatige uitvoering van de bedoelde prestaties of |
werken, zoals bepaald in artikel 6, met zich meebrengt; | werken, zoals bepaald in artikel 6, met zich meebrengt; |
2° hetzij per dag van prestatie, indien de bedoelde prestatie of het | 2° hetzij per dag van prestatie, indien de bedoelde prestatie of het |
werk occasioneel uitgevoerd wordt door een personeelslid van wie het | werk occasioneel uitgevoerd wordt door een personeelslid van wie het |
de hoofdfunctie niet is, en indien de blootstelling aan de bedoelde | de hoofdfunctie niet is, en indien de blootstelling aan de bedoelde |
risico's minimum twee uur per dag bedraagt. | risico's minimum twee uur per dag bedraagt. |
§ 3. Indien de beslissing tot toekenning van de toelage tijdelijk | § 3. Indien de beslissing tot toekenning van de toelage tijdelijk |
geldt, wordt de toelage altijd toegekend per dag van prestatie, voor | geldt, wordt de toelage altijd toegekend per dag van prestatie, voor |
zover de blootstelling aan de bedoelde risico's minimum twee uur per | zover de blootstelling aan de bedoelde risico's minimum twee uur per |
dag bedraagt. Deze beslissing blijft geldig zolang de omstandigheden | dag bedraagt. Deze beslissing blijft geldig zolang de omstandigheden |
van gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk blijven bestaan, zonder | van gevaarlijk, ongezond of hinderlijk werk blijven bestaan, zonder |
evenwel een periode van zes maanden te kunnen overschrijden vanaf de | evenwel een periode van zes maanden te kunnen overschrijden vanaf de |
datum van de aanvraag tot toekenning van de toelage. Op het einde van | datum van de aanvraag tot toekenning van de toelage. Op het einde van |
deze periode kan het betrokken personeelslid een aanvraag tot | deze periode kan het betrokken personeelslid een aanvraag tot |
verlenging indienen. | verlenging indienen. |
Art. 6.Wordt beschouwd als een functie waarvan de regelmatige |
Art. 6.Wordt beschouwd als een functie waarvan de regelmatige |
uitvoering het uitoefenen van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke | uitvoering het uitoefenen van gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke |
prestaties of werken met zich meebrengt, een functie die in gewone | prestaties of werken met zich meebrengt, een functie die in gewone |
werkomstandigheden een dagelijkse blootstelling aan het bedoelde | werkomstandigheden een dagelijkse blootstelling aan het bedoelde |
risico oplegt tijdens ten minste tweehonderd dagen per jaar. | risico oplegt tijdens ten minste tweehonderd dagen per jaar. |
In geval van wijziging van de gewone werkomstandigheden voor een | In geval van wijziging van de gewone werkomstandigheden voor een |
periode van langer dan dertig opeenvolgende dagen, wordt vanaf de | periode van langer dan dertig opeenvolgende dagen, wordt vanaf de |
eerste dag van de maand waarin de bedoelde wijziging ontstaat, de | eerste dag van de maand waarin de bedoelde wijziging ontstaat, de |
toelage evenwel niet meer maandelijks toegekend, maar per dag van | toelage evenwel niet meer maandelijks toegekend, maar per dag van |
prestatie. | prestatie. |
Art. 7.Indien de omstandigheden niet toelaten een |
Art. 7.Indien de omstandigheden niet toelaten een |
risicoanalyseverslag op te stellen voor gevaarlijk, ongezond of | risicoanalyseverslag op te stellen voor gevaarlijk, ongezond of |
hinderlijk werk, kan de chef van de interne dienst voor preventie en | hinderlijk werk, kan de chef van de interne dienst voor preventie en |
bescherming op het werk van het stafdepartement gezondheid, milieu, | bescherming op het werk van het stafdepartement gezondheid, milieu, |
kwaliteit van het leven en welzijn, een tijdelijke toelating geven tot | kwaliteit van het leven en welzijn, een tijdelijke toelating geven tot |
toekenning van de toelage. In dit geval wordt er een | toekenning van de toelage. In dit geval wordt er een |
risicoanalyseverslag opgesteld binnen de zes maanden vanaf de dag van | risicoanalyseverslag opgesteld binnen de zes maanden vanaf de dag van |
toelating tot toekenning van de toelage. | toelating tot toekenning van de toelage. |
Art. 8.De toelage is verschuldigd vanaf de dag waarop het |
Art. 8.De toelage is verschuldigd vanaf de dag waarop het |
personeelslid de functie waarvoor een toelating tot toekenning werd | personeelslid de functie waarvoor een toelating tot toekenning werd |
gegeven, bekleedt, en op zijn vroegst op de datum van inwerkingtreding | gegeven, bekleedt, en op zijn vroegst op de datum van inwerkingtreding |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Art. 9.De blootstelling aan meerdere risico's bedoeld in tabel 4 van |
Art. 9.De blootstelling aan meerdere risico's bedoeld in tabel 4 van |
de bijlage bij het koninklijk besluit kan desgevallend recht geven op | de bijlage bij het koninklijk besluit kan desgevallend recht geven op |
meerdere toelagen. | meerdere toelagen. |
De toelage voor andere gevaarlijke en/of ongezonde werken bedoeld in | De toelage voor andere gevaarlijke en/of ongezonde werken bedoeld in |
de reeks A3 van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, | de reeks A3 van de tabel 4 van de bijlage bij het koninklijk besluit, |
en de toelage voor andere werken waarbij het noodzakelijk is om | en de toelage voor andere werken waarbij het noodzakelijk is om |
persoonlijke ademhalingsbescherming te dragen met toevoer van | persoonlijke ademhalingsbescherming te dragen met toevoer van |
ademlucht, of uitgerust met externe verwisselbare filters, bedoeld in | ademlucht, of uitgerust met externe verwisselbare filters, bedoeld in |
de reeks B2 van deze tabel, kunnen evenwel niet samen toegekend worden | de reeks B2 van deze tabel, kunnen evenwel niet samen toegekend worden |
bij uitvoering van dezelfde prestatie. | bij uitvoering van dezelfde prestatie. |
Art. 10.Dit besluit treedt in uitwerking op 1 januari 2004. |
Art. 10.Dit besluit treedt in uitwerking op 1 januari 2004. |
Brussel, 26 maart 2003. | Brussel, 26 maart 2003. |
A. FLAHAUT | A. FLAHAUT |