Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 24/07/2006
← Terug naar "Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde "
Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
24 JULI 2006. - Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de 24 JULI 2006. - Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de
verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verordening van het Comité van de verzekering voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de
wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de
sociaal verzekerde sociaal verzekerde
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest »
van de sociaal verzekerde, inzonderheid artikel 22, § 2, a) ; van de sociaal verzekerde, inzonderheid artikel 22, § 2, a) ;
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op artikel 22, 11°; 1994, inzonderheid op artikel 22, 11°;
Gelet op de verordening van het Comité van de verzekering voor Gelet op de verordening van het Comité van de verzekering voor
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de invaliditeitsverzekering tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de
wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de
sociaal verzekerde, aangenomen tijdens zijn vergadering van 22 mei sociaal verzekerde, aangenomen tijdens zijn vergadering van 22 mei
2006, 2006,
Besluit : Besluit :
Enig artikel. De als bijlage bij dit besluit gevoegde verordening van Enig artikel. De als bijlage bij dit besluit gevoegde verordening van
het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het
Rijksinstituut voor ziekte- en Invaliditeitsverzekering tot uitvoering Rijksinstituut voor ziekte- en Invaliditeitsverzekering tot uitvoering
van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van
het « Handvest » van de sociaal verzekerde, wordt goedgekeurd. het « Handvest » van de sociaal verzekerde, wordt goedgekeurd.
Brussel, 24 juli 2006. Brussel, 24 juli 2006.
R. DEMOTTE R. DEMOTTE
Verordening van 22 mei 2006 tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van Verordening van 22 mei 2006 tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van
de wet van 11 april 1995 de wet van 11 april 1995
tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde
Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering,
Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest »
van de sociaal verzekerde, inzonderheid op artikel 22, § 2, a); van de sociaal verzekerde, inzonderheid op artikel 22, § 2, a);
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, inzonderheid op artikel 22, 11°; 1994, inzonderheid op artikel 22, 11°;
Na erover te hebben beraadslaagd in haar vergadering van 22 mei 2006, Na erover te hebben beraadslaagd in haar vergadering van 22 mei 2006,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De sociaal verzekerde aan wie een beslissing tot

Artikel 1.De sociaal verzekerde aan wie een beslissing tot

terugvordering van het onverschuldigde bedrag werd betekend, kan een terugvordering van het onverschuldigde bedrag werd betekend, kan een
verzoek tot verzaking indienen bij het Comité van de Dienst voor verzoek tot verzaking indienen bij het Comité van de Dienst voor
administratieve controle opdat hiervan zou worden afgezien; het administratieve controle opdat hiervan zou worden afgezien; het
verzoek evenals het daartoe samengestelde dossier, worden door de verzoek evenals het daartoe samengestelde dossier, worden door de
verzekeringsinstelling van betrokkene aan het Comité overgemaakt. verzekeringsinstelling van betrokkene aan het Comité overgemaakt.
Om in aanmerking genomen te kunnen worden, moet de aanvraag tot Om in aanmerking genomen te kunnen worden, moet de aanvraag tot
verzaking ingediend zijn binnen de drie maanden te rekenen vanaf de verzaking ingediend zijn binnen de drie maanden te rekenen vanaf de
dag die volgt op het verstrijken van de beroepstermijn of vanaf de dag dag die volgt op het verstrijken van de beroepstermijn of vanaf de dag
waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden. waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.

Art. 2.Verzaking aan terugvordering van het onverschuldigde bedrag

Art. 2.Verzaking aan terugvordering van het onverschuldigde bedrag

kan slechts worden toegestaan wanneer de sociaal verzekerde te goeder kan slechts worden toegestaan wanneer de sociaal verzekerde te goeder
trouw is en zich in een behartigenswaardige toestand bevindt. trouw is en zich in een behartigenswaardige toestand bevindt.

Art. 3.Het dossier bevat alle nuttige aanwijzingen waarmee de goede

Art. 3.Het dossier bevat alle nuttige aanwijzingen waarmee de goede

of kwade trouw van de sociaal verzekerde kan worden aangetoond. De of kwade trouw van de sociaal verzekerde kan worden aangetoond. De
sociaal verzekerde kan elk element dat hij in dat opzicht relevant sociaal verzekerde kan elk element dat hij in dat opzicht relevant
acht en dat door de verzekeringsinstelling aan het in artikel 1 acht en dat door de verzekeringsinstelling aan het in artikel 1
bedoelde Comité zal worden meegedeeld, doen gelden. Het Comité kan de bedoelde Comité zal worden meegedeeld, doen gelden. Het Comité kan de
verzekerde vragen elk document over te maken die hem nuttig lijkt om verzekerde vragen elk document over te maken die hem nuttig lijkt om
zijn beslissing te nemen. zijn beslissing te nemen.

Art. 4.De behartigenswaardigheid wordt bepaald op basis van het

Art. 4.De behartigenswaardigheid wordt bepaald op basis van het

gezinsinkomen. Onder gezinsinkomen wordt begrepen het bedrag van de gezinsinkomen. Onder gezinsinkomen wordt begrepen het bedrag van de
inkomsten vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 inkomsten vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 8
augustus 1997 ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de augustus 1997 ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de
voorwaarden in verband met de ingang, het behoud en de intrekking van voorwaarden in verband met de ingang, het behoud en de intrekking van
het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, welke bedoeld het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, welke bedoeld
zijn in artikel 37, § 1, van de wet betreffende de verplichte zijn in artikel 37, § 1, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994. gecoördineerd op 14 juli 1994.
Wanneer het gezinsinkomen lager ligt dan het bedrag bedoeld in artikel Wanneer het gezinsinkomen lager ligt dan het bedrag bedoeld in artikel
1 van hoger genoemd koninklijk besluit van 8 augustus 1997, wordt er 1 van hoger genoemd koninklijk besluit van 8 augustus 1997, wordt er
verzaakt aan terugvordering van het onverschuldigde bedrag. verzaakt aan terugvordering van het onverschuldigde bedrag.
Wanneer het gezinsinkomen hoger ligt dan het bedrag bedoeld in het Wanneer het gezinsinkomen hoger ligt dan het bedrag bedoeld in het
vorige lid maar lager dan 150 % van datzelfde bedrag, wordt verzaakt vorige lid maar lager dan 150 % van datzelfde bedrag, wordt verzaakt
aan terugvordering voor het deel van het onverschuldigde bedrag dat de aan terugvordering voor het deel van het onverschuldigde bedrag dat de
helft overschrijdt van het bedrag van het gezinsinkomen dat hoger ligt helft overschrijdt van het bedrag van het gezinsinkomen dat hoger ligt
dan het bedrag bedoeld in het vorige lid. dan het bedrag bedoeld in het vorige lid.

Art. 5.Het dossier dat wordt ingediend op basis van artikel 4 bevat

Art. 5.Het dossier dat wordt ingediend op basis van artikel 4 bevat

de bij omzendbrief vastgestelde bewijsdocumenten, met betrekking tot de bij omzendbrief vastgestelde bewijsdocumenten, met betrekking tot
het gezinsinkomen van de sociaal verzekerde. het gezinsinkomen van de sociaal verzekerde.

Art. 6.In afwijking van artikel 4 wordt er verzaakt aan

Art. 6.In afwijking van artikel 4 wordt er verzaakt aan

terugvordering wanneer het onverschuldigde bedrag is vastgesteld in terugvordering wanneer het onverschuldigde bedrag is vastgesteld in
het kader van de toekenning van het maximumfactuur bedoeld in het kader van de toekenning van het maximumfactuur bedoeld in
hoofdstuk IIIbis van titel III van de wet betreffende de verplichte hoofdstuk IIIbis van titel III van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994 of in het kader van de intrekking van de gecoördineerd op 14 juli 1994 of in het kader van de intrekking van de
verhoogde tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 1, tweede lid en § verhoogde tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 1, tweede lid en §
19 van dezelfde wet, enkel in het geval waar dit voortvloeit uit een 19 van dezelfde wet, enkel in het geval waar dit voortvloeit uit een
herziening van de hoogte van het bedrag van het belastbaar herziening van de hoogte van het bedrag van het belastbaar
gezinsinkomen als gevolg van een retroactieve aanslag van de gezinsinkomen als gevolg van een retroactieve aanslag van de
Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, dat tot Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, dat tot
gevolg heeft dat de sociaal verzekerde voor het jaar in kwestie niet gevolg heeft dat de sociaal verzekerde voor het jaar in kwestie niet
langer beantwoordt aan de inkomensvoorwaarden en aldus niet langer langer beantwoordt aan de inkomensvoorwaarden en aldus niet langer
geniet van het recht op de maximumfactuur of de verhoogde geniet van het recht op de maximumfactuur of de verhoogde
tegemoetkoming en dit ongeacht de omvang van het gezinsinkomen van de tegemoetkoming en dit ongeacht de omvang van het gezinsinkomen van de
sociaal verzekerde. sociaal verzekerde.

Art. 7.Het dossier dat wordt ingediend op basis van artikel 6 bevat

Art. 7.Het dossier dat wordt ingediend op basis van artikel 6 bevat

de bewijsdocumenten met betrekking tot de herziening van het bedrag de bewijsdocumenten met betrekking tot de herziening van het bedrag
van het belastbaar gezinsinkomen. De bewijsmodaliteiten kunnen in een van het belastbaar gezinsinkomen. De bewijsmodaliteiten kunnen in een
circulaire worden vastgesteld. circulaire worden vastgesteld.

Art. 8.Het dossier bevat tevens een kopie van de schuldbekentenis,

Art. 8.Het dossier bevat tevens een kopie van de schuldbekentenis,

ondertekend door betrokkene of, bij gebreke hieraan, van de beslissing ondertekend door betrokkene of, bij gebreke hieraan, van de beslissing
tot terugvordering van het onverschuldigde bedrag, betekend aan de tot terugvordering van het onverschuldigde bedrag, betekend aan de
betrokkene, waartegen geen hoger beroep zou zijn ingesteld binnen de betrokkene, waartegen geen hoger beroep zou zijn ingesteld binnen de
op straffe van verval voorgeschreven termijn, of van de uitvoerbare op straffe van verval voorgeschreven termijn, of van de uitvoerbare
titel die het bestaan van het onverschuldigde bedrag vaststelt en de titel die het bestaan van het onverschuldigde bedrag vaststelt en de
grootte hiervan. Ingeval van betwisting betreffende het grootte hiervan. Ingeval van betwisting betreffende het
onverschuldigde bedrag voor de bevoegde rechtscolleges, zal het onverschuldigde bedrag voor de bevoegde rechtscolleges, zal het
dossier pas onderzocht kunnen worden na het verkrijgen van de dossier pas onderzocht kunnen worden na het verkrijgen van de
uitvoerbare titel. uitvoerbare titel.

Art. 9.Zodra het dossier ontvangen wordt, meldt de Dienst voor

Art. 9.Zodra het dossier ontvangen wordt, meldt de Dienst voor

administratieve controle de ontvangst van het verzoek aan de sociaal administratieve controle de ontvangst van het verzoek aan de sociaal
verzekerde en houdt hem op de hoogte van het onderzoek van zijn verzekerde en houdt hem op de hoogte van het onderzoek van zijn
dossier. dossier.

Art. 10.Wanneer het in artikel 1 bedoelde Comité op basis van het

Art. 10.Wanneer het in artikel 1 bedoelde Comité op basis van het

advies gegeven door de Dienst voor administratieve controle, beslist advies gegeven door de Dienst voor administratieve controle, beslist
om te verzaken aan de terugvordering van het onverschuldigde bedrag, om te verzaken aan de terugvordering van het onverschuldigde bedrag,
wordt die beslissing door de dienst zo snel mogelijk per gewone brief wordt die beslissing door de dienst zo snel mogelijk per gewone brief
ter kennis gebracht van sociaal verzekerde; de dienst stuurt een kopie ter kennis gebracht van sociaal verzekerde; de dienst stuurt een kopie
van deze kennisgeving aan de verzekeringsinstelling. van deze kennisgeving aan de verzekeringsinstelling.

Art. 11.Wanneer het in artikel 1 bedoelde Comité, op basis van het

Art. 11.Wanneer het in artikel 1 bedoelde Comité, op basis van het

advies gegeven door de Dienst voor administratieve controle, beslist advies gegeven door de Dienst voor administratieve controle, beslist
de aanvraag tot afstand te verwerpen of een gedeeltelijke verzaking de aanvraag tot afstand te verwerpen of een gedeeltelijke verzaking
toe te staan, wordt die beslissing door de dienst zo snel mogelijk, toe te staan, wordt die beslissing door de dienst zo snel mogelijk,
per aangetekende zending en met de vermeldingen opgesomd in artikel 14 per aangetekende zending en met de vermeldingen opgesomd in artikel 14
van het handvest van de sociaal verzekerde aan de sociaal verzekerde van het handvest van de sociaal verzekerde aan de sociaal verzekerde
betekend; de dienst stuurt een kopie van deze kennisgeving aan de betekend; de dienst stuurt een kopie van deze kennisgeving aan de
verzekeringsinstelling. verzekeringsinstelling.

Art. 12.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Art. 12.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

De termijn van drie maanden bedoeld in artikel 1, tweede lid neemt pas De termijn van drie maanden bedoeld in artikel 1, tweede lid neemt pas
een aanvang op de dag waarop deze verordening wordt gepubliceerd in een aanvang op de dag waarop deze verordening wordt gepubliceerd in
het Belgisch Staatsblad. het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 22 mei 2006. Brussel, 22 mei 2006.
De Leidend Ambtenaar, De Leidend Ambtenaar,
H. De Ridder. H. De Ridder.
De Voorzitter, De Voorzitter,
D. Sauer. D. Sauer.
^