Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 16/07/1997
← Terug naar "Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe-rieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald "
Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe-rieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe-rieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
16 JULI 1997. Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe-rieel 16 JULI 1997. Ministerieel besluit tot wijziging van het ministe-rieel
besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de
bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
De Staatssecretaris voor Veiligheid, De Staatssecretaris voor Veiligheid,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer,
gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd
bij de wetten van 21 juni 1985 en 20 juli 1991; bij de wetten van 21 juni 1985 en 20 juli 1991;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende algemeen
reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op artikel reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op artikel
60.2; 60.2;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de
minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de
verkeerstekens worden bepaald, gewijzigd bij de ministeriële besluiten verkeerstekens worden bepaald, gewijzigd bij de ministeriële besluiten
van 8 december 1977, 23 juni 1978, 14 december 1979, 25 november 1980, van 8 december 1977, 23 juni 1978, 14 december 1979, 25 november 1980,
11 april 1983, 1 juni 1984, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1 11 april 1983, 1 juni 1984, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1
februari 1991, 11 maart 1991, 27 juni 1991, 19 december 1991 en 11 februari 1991, 11 maart 1991, 27 juni 1991, 19 december 1991 en 11
maart 1997; maart 1997;
Gelet op het akkoord van de Minister van Binnenlandse Zaken; Gelet op het akkoord van de Minister van Binnenlandse Zaken;
Overwegende dat de Gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen Overwegende dat de Gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen
van dit besluit; van dit besluit;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 25 april 1997 over de Gelet op het besluit van de Ministerraad van 25 april 1997 over de
adviesaanvraag binnen een termijn van een maand; adviesaanvraag binnen een termijn van een maand;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 juni 1997 met Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 juni 1997 met
toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State, wetten op de Raad van State,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Een artikel 3ter, luidend als volgt, wordt in het

Artikel 1.Een artikel 3ter, luidend als volgt, wordt in het

ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen
en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden
bepaald, ingevoegd : bepaald, ingevoegd :
«

Artikel 3ter.Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het

«

Artikel 3ter.Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het

verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk
vervoer (artikel 62ter van het algemeen reglement op de politie van vervoer (artikel 62ter van het algemeen reglement op de politie van
het wegverkeer). het wegverkeer).
De bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer van De bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer van
voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer komen voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer komen
voor op een matte zwarte cirkelvormige oppervlakte met een diameter voor op een matte zwarte cirkelvormige oppervlakte met een diameter
van ten minste 0,18 m, overeenkomstig plaat 5 van bijlage 1 tot dit van ten minste 0,18 m, overeenkomstig plaat 5 van bijlage 1 tot dit
besluit. besluit.
Zij mogen slechts gebruikt worden voor de regeling van het verkeer van Zij mogen slechts gebruikt worden voor de regeling van het verkeer van
voertuigen op een eigen bedding of op een bijzondere overrijdbare voertuigen op een eigen bedding of op een bijzondere overrijdbare
bedding bestemd voor geregelde diensten voor gemeenschappelijk bedding bestemd voor geregelde diensten voor gemeenschappelijk
vervoer. ». vervoer. ».

Art. 2.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

Art. 2.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

ministeriële besluiten van 23 juni 1978, 11 april 1983, 17 september ministeriële besluiten van 23 juni 1978, 11 april 1983, 17 september
1988,20 juli 1990, 1 februari 1991 en 19 december 1991, worden de 1988,20 juli 1990, 1 februari 1991 en 19 december 1991, worden de
volgende wijzigingen aangebracht : volgende wijzigingen aangebracht :
1° Artikel 12.5 wordt aangevuld met het volgend lid : 1° Artikel 12.5 wordt aangevuld met het volgend lid :
« Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben. « Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben.
». ».
2° Een artikel 12.5bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : 2° Een artikel 12.5bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd :
« 12.5bis. Verkeersbord F18. Aanduiding van een bijzondere « 12.5bis. Verkeersbord F18. Aanduiding van een bijzondere
overrijdbare bedding, voorbehouden voor voertuigen van geregelde overrijdbare bedding, voorbehouden voor voertuigen van geregelde
openbare diensten voor gemeenschappelijk vervoer. openbare diensten voor gemeenschappelijk vervoer.
Dit verkeersbord wordt geplaatst bij het begin van de bijzondere Dit verkeersbord wordt geplaatst bij het begin van de bijzondere
overrijdbare bedding. Het mag na elk kruispunt herhaald worden. overrijdbare bedding. Het mag na elk kruispunt herhaald worden.
Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben. ». Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben. ».

Art. 3.Artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 3.Artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

ministerieel besluit van 21 oktober 1980, wordt aangevuld met de ministerieel besluit van 21 oktober 1980, wordt aangevuld met de
volgende bepaling : volgende bepaling :
« 14.6. Afbakening van de bijzondere overrijdbare bedding, « 14.6. Afbakening van de bijzondere overrijdbare bedding,
voorbehouden aan de voertuigen van geregelde diensten voor voorbehouden aan de voertuigen van geregelde diensten voor
gemeenschappelijk vervoer. gemeenschappelijk vervoer.
De breedte van de witte doorlopende streep die de bijzondere De breedte van de witte doorlopende streep die de bijzondere
overrijdbare bedding afbakent, bedraagt ongeveer 0,20 m. overrijdbare bedding afbakent, bedraagt ongeveer 0,20 m.
Ze wordt aangebracht over gans de lengte van de bedding, behalve op de Ze wordt aangebracht over gans de lengte van de bedding, behalve op de
plaatsen waar gebruik is gemaakt van de markeringen, bepaald bij plaatsen waar gebruik is gemaakt van de markeringen, bepaald bij
artikel 19.7. artikel 19.7.
Opschriften, overeenkomstig plaat 11 van bijlage 4 tot dit besluit, Opschriften, overeenkomstig plaat 11 van bijlage 4 tot dit besluit,
kunnen op de bijzondere overrijdbare bedding worden geplaatst. ». kunnen op de bijzondere overrijdbare bedding worden geplaatst. ».

Art. 4.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

Art. 4.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de

volgende bepaling : volgende bepaling :
«

Art. 15.Overlangse voorlopige markeringen die de rijstroken

«

Art. 15.Overlangse voorlopige markeringen die de rijstroken

aanduiden aanduiden
1° De doorlopende streep wordt als volgt aangegeven : 1° De doorlopende streep wordt als volgt aangegeven :
- ofwel door twee overhoeks geplaatste reeksen oranje spijkers. Tussen - ofwel door twee overhoeks geplaatste reeksen oranje spijkers. Tussen
een spijker van één reeks en de dichtstbijgelegen spijkers van de een spijker van één reeks en de dichtstbijgelegen spijkers van de
andere reeks is er ongeveer 0,60 m tussenafstand, overeenkomstigplaat andere reeks is er ongeveer 0,60 m tussenafstand, overeenkomstigplaat
2 van bijlage 4 tot dit besluit; 2 van bijlage 4 tot dit besluit;
- ofwel door een oranje doorlopende streep van ongeveer 0,20 m breedte - ofwel door een oranje doorlopende streep van ongeveer 0,20 m breedte
op de autosnelwegen en 0,15 m op de andere wegen. op de autosnelwegen en 0,15 m op de andere wegen.
2° De onderbroken streep wordt als volgt aangegeven : 2° De onderbroken streep wordt als volgt aangegeven :
- ofwel door groepen van vijf oranje spijkers. Tussen de spijkers is - ofwel door groepen van vijf oranje spijkers. Tussen de spijkers is
er ongeveer 0,60 m tussenafstand, tussen de groepen ongeveer 10 m, er ongeveer 0,60 m tussenafstand, tussen de groepen ongeveer 10 m,
overeenkomstig plaat 2 van bijlage 4 tot dit besluit; overeenkomstig plaat 2 van bijlage 4 tot dit besluit;
ofwel door een oranje onderbroken streep van ongeveer 0,20 m breedte ofwel door een oranje onderbroken streep van ongeveer 0,20 m breedte
op de autosnelwegen en 0,15 m op de andere wegen, overeenkomstig de op de autosnelwegen en 0,15 m op de andere wegen, overeenkomstig de
bepalingen van artikel 14.3. ». bepalingen van artikel 14.3. ».

Art. 5.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 5.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

ministerieel besluit van 19 december 1991, worden de volgende ministerieel besluit van 19 december 1991, worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° In het opschrift van artikel 19.3. worden de woorden "en 1° In het opschrift van artikel 19.3. worden de woorden "en
verdrijvingsvlakken" ingevoegd tussen de woorden "verkeersgeleiders" verdrijvingsvlakken" ingevoegd tussen de woorden "verkeersgeleiders"
en "op"; en "op";
2° In artikel 19.3. 1° en 2° worden de woorden "en 2° In artikel 19.3. 1° en 2° worden de woorden "en
verdrijvingsvlakken" ingevoegd tussen de woorden "geleiders" en "op"; verdrijvingsvlakken" ingevoegd tussen de woorden "geleiders" en "op";
3° De volgende bepaling wordt toegevoegd : 3° De volgende bepaling wordt toegevoegd :
« 19.7. Dambordmarkeringen « 19.7. Dambordmarkeringen
Deze markeringen bestaan uit witte vierkanten met een zijde van Deze markeringen bestaan uit witte vierkanten met een zijde van
ongeveer 0,50 m. ongeveer 0,50 m.
Zij mogen slechts gebruikt worden om de plaats af te bakenen Zij mogen slechts gebruikt worden om de plaats af te bakenen
voorbehouden aan voertuigen voor geregelde diensten voor voorbehouden aan voertuigen voor geregelde diensten voor
gemeenschappelijk vervoer op een bijzondere overrijdbare bedding of om gemeenschappelijk vervoer op een bijzondere overrijdbare bedding of om
eigen beddingen en bijzondere overrijdbare beddingen met elkaar te eigen beddingen en bijzondere overrijdbare beddingen met elkaar te
verbinden. verbinden.
Zij mogen niet gebruikt worden wanneer de markeringen bepaald in Zij mogen niet gebruikt worden wanneer de markeringen bepaald in
artikel 14.6. aangebracht zijn. ». artikel 14.6. aangebracht zijn. ».

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1997.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1997.

Brussel, 16 juli 1997. Brussel, 16 juli 1997.
De Staatssecretaris voor Veiligheid, De Staatssecretaris voor Veiligheid,
J. PEETERS J. PEETERS
Bijlage 1 tot het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en Bijlage 1 tot het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en
de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden
bepaald. bepaald.
Plaat 5 : Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer Plaat 5 : Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer
van voertuigen van geregelde diensten voor het gemeenschappelijk van voertuigen van geregelde diensten voor het gemeenschappelijk
vervoer vervoer
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 juli Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 juli
1997. 1997.
Brussel, 16 juli 1997. Brussel, 16 juli 1997.
De Staatssecretaris voor Veiligheid, De Staatssecretaris voor Veiligheid,
J. PEETERS. J. PEETERS.
Bijlage 4 tot het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en Bijlage 4 tot het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en
de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden
bepaald. bepaald.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 juli Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 16 juli
1997. 1997.
Brussel, 16 juli 1997. Brussel, 16 juli 1997.
De Staatssecretaris voor Veiligheid, De Staatssecretaris voor Veiligheid,
J. PEETERS. J. PEETERS.
^