Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van het Ministerie van Financiën en waarbij aan deze colleges sommige bevoegdheden inzake de loopbaan van het Rijkspersoneel worden toevertrouwd | Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van het Ministerie van Financiën en waarbij aan deze colleges sommige bevoegdheden inzake de loopbaan van het Rijkspersoneel worden toevertrouwd |
---|---|
MINISTERIE VAN FINANCIEN | MINISTERIE VAN FINANCIEN |
16 JANUARI 1998. Ministerieel besluit tot wijziging van het | 16 JANUARI 1998. Ministerieel besluit tot wijziging van het |
ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende oprichting en | ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende oprichting en |
samenstelling der colleges van dienstchefs van het Ministerie van | samenstelling der colleges van dienstchefs van het Ministerie van |
Financiën en waarbij aan deze colleges sommige bevoegdheden inzake de | Financiën en waarbij aan deze colleges sommige bevoegdheden inzake de |
loopbaan van het Rijkspersoneel worden toevertrouwd | loopbaan van het Rijkspersoneel worden toevertrouwd |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het | Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het |
statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 55, gewijzigd | statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 55, gewijzigd |
bij de koninklijke besluiten van 17 maart 1995 en 6 februari 1997; | bij de koninklijke besluiten van 17 maart 1995 en 6 februari 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de |
beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, inzonderheid op | beoordeling en de loopbaan van het Rijkspersoneel, inzonderheid op |
artikel 27, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1964; | artikel 27, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1964; |
Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling |
van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de | van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de |
bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut | bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut |
van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 7, § 2, gewijzigd bij | van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 7, § 2, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 14 november 1978; | het koninklijk besluit van 14 november 1978; |
Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van |
de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij | de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 6 juli 1997; | het koninklijk besluit van 6 juli 1997; |
Gelet op het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de | Gelet op het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende de |
verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het | verdeling van de betrekkingen per organieke afdeling van het |
Ministerie van Financiën, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 | Ministerie van Financiën, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 |
november 1997; | november 1997; |
Gelet op het ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende | Gelet op het ministerieel besluit van 20 november 1978 houdende |
oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van het | oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van het |
Ministerie van Financiën en waarbij aan deze colleges sommige | Ministerie van Financiën en waarbij aan deze colleges sommige |
bevoegdheden inzake de loopbaan van het Rijkspersoneel worden | bevoegdheden inzake de loopbaan van het Rijkspersoneel worden |
toevertrouwd, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 23 maart | toevertrouwd, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 23 maart |
1989, 10 juni 1994, 16 december 1994 en 2 augustus 1995; | 1989, 10 juni 1994, 16 december 1994 en 2 augustus 1995; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 |
juli 1989 en 4 augustus 1996; | juli 1989 en 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de oprichting van de Administratie van de | Overwegende dat de oprichting van de Administratie van de |
ondernemings- en inkomensfiscaliteit, inwerkingtreding op 2 juli 1997, | ondernemings- en inkomensfiscaliteit, inwerkingtreding op 2 juli 1997, |
evenals de algemene baremaherziening en de vereenvoudiging van de | evenals de algemene baremaherziening en de vereenvoudiging van de |
loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën | loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën |
behorende tot de niveaus 1 en 2+, inwerkingtreding op 1 juli 1997, | behorende tot de niveaus 1 en 2+, inwerkingtreding op 1 juli 1997, |
gevolgen hebben voor de samenstelling en de werking van de colleges | gevolgen hebben voor de samenstelling en de werking van de colleges |
van dienstchefs van het Ministerie van Financiën; dat het van belang | van dienstchefs van het Ministerie van Financiën; dat het van belang |
is dat die colleges geldig kunnen vergaderen en zo snel mogelijk hun | is dat die colleges geldig kunnen vergaderen en zo snel mogelijk hun |
bevoegdheden kunnen uitoefenen; dat, in het bijzonder het college van | bevoegdheden kunnen uitoefenen; dat, in het bijzonder het college van |
dienstchefs van de Algemene diensten, voor 31 januari 1998 moet | dienstchefs van de Algemene diensten, voor 31 januari 1998 moet |
vergaderen; dat het derhalve dringend is dit besluit zonder verwijl te | vergaderen; dat het derhalve dringend is dit besluit zonder verwijl te |
nemen, | nemen, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Artikel 2 van het ministerieel besluit van 20 november 1978 |
Artikel 1.Artikel 2 van het ministerieel besluit van 20 november 1978 |
houdende oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van | houdende oprichting en samenstelling der colleges van dienstchefs van |
het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij de ministeriële besluiten | het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij de ministeriële besluiten |
van 23 maart 1983, 16 december 1994 en 2 augustus 1995, wordt | van 23 maart 1983, 16 december 1994 en 2 augustus 1995, wordt |
vervangen door de volgende bepaling : | vervangen door de volgende bepaling : |
« Art. 2.§ 1. Het college van dienstchefs van de Algemene Diensten is |
« Art. 2.§ 1. Het college van dienstchefs van de Algemene Diensten is |
samengesteld uit de ambtenaren-generaal die een in de | samengesteld uit de ambtenaren-generaal die een in de |
personeelsformatie opgenomen betrekking bezetten, met uitzondering van | personeelsformatie opgenomen betrekking bezetten, met uitzondering van |
de adviseurs-generaal. | de adviseurs-generaal. |
§ 2. De bij artikel 1, 2° tot 4° en 5° tot 9° bedoelde colleges zijn | § 2. De bij artikel 1, 2° tot 4° en 5° tot 9° bedoelde colleges zijn |
samengesteld uit de ambtenaren-generaal die een in de | samengesteld uit de ambtenaren-generaal die een in de |
personeelsformatie opgenomen betrekking bezetten. | personeelsformatie opgenomen betrekking bezetten. |
§ 3. Het in artikel 1, 4°bis bedoeld college is samengesteld uit de | § 3. Het in artikel 1, 4°bis bedoeld college is samengesteld uit de |
Administrateur-generaal van de belastingen, de | Administrateur-generaal van de belastingen, de |
Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen en de | Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen en de |
directeurs-generaal van de administraties die samen deel uitmaken van | directeurs-generaal van de administraties die samen deel uitmaken van |
de Algemene Administratie van de belastingen. | de Algemene Administratie van de belastingen. |
§ 4. Bij ministerieel besluit genomen op advies van de Directieraad, | § 4. Bij ministerieel besluit genomen op advies van de Directieraad, |
kunnen één of meer dienstchefs van het hoofdbestuur, titularis van een | kunnen één of meer dienstchefs van het hoofdbestuur, titularis van een |
graad van ten minste rang 13, toegevoegd worden aan de | graad van ten minste rang 13, toegevoegd worden aan de |
ambtenaren-generaal die deel uitmaken van de colleges van dienstchefs. | ambtenaren-generaal die deel uitmaken van de colleges van dienstchefs. |
§ 5. Wat betreft het college bedoeld in artikel 1, 4°bis, mogen er, | § 5. Wat betreft het college bedoeld in artikel 1, 4°bis, mogen er, |
overeenkomstig § 4, alleen ambtenaren-generaal aangeduid worden die | overeenkomstig § 4, alleen ambtenaren-generaal aangeduid worden die |
deel uitmaken van één van de administraties die behoren tot de | deel uitmaken van één van de administraties die behoren tot de |
Algemene administratie van de belastingen. ». | Algemene administratie van de belastingen. ». |
Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
ministerieel besluit van 16 december 1994, worden de woorden « artikel | ministerieel besluit van 16 december 1994, worden de woorden « artikel |
2, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 2 § 4 ». | 2, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 2 § 4 ». |
Art. 3.In artikel 4, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
Art. 3.In artikel 4, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
ministeriële besluiten van 23 maart 1989 en 16 december 1994, worden | ministeriële besluiten van 23 maart 1989 en 16 december 1994, worden |
de woorden « Het college van dienstchefs van de Algemene Diensten | de woorden « Het college van dienstchefs van de Algemene Diensten |
wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal » opgeheven. | wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal » opgeheven. |
Art. 4.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële |
Art. 4.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële |
besluiten van 23 maart 1989, 10 juni 1994 en 16 december 1994, wordt | besluiten van 23 maart 1989, 10 juni 1994 en 16 december 1994, wordt |
vervangen door de volgende bepaling : | vervangen door de volgende bepaling : |
« Art. 5.§ 1. De bij de artikelen 23, 26 en 67 van het koninklijk |
« Art. 5.§ 1. De bij de artikelen 23, 26 en 67 van het koninklijk |
besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan | besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan |
van het Rijkspersoneel aan de Directieraad toegekende machten worden | van het Rijkspersoneel aan de Directieraad toegekende machten worden |
toevertrouwd aan het college van dienstchefs van de administratie waar | toevertrouwd aan het college van dienstchefs van de administratie waar |
de benoeming door verandering van graad, bevordering door verhoging in | de benoeming door verandering van graad, bevordering door verhoging in |
graad of door verhoging in weddeschaal moet geschieden, behalve : | graad of door verhoging in weddeschaal moet geschieden, behalve : |
a) voor de ambtenaren van niveau 1 van de centrale administraties; | a) voor de ambtenaren van niveau 1 van de centrale administraties; |
b) voor de ambtenaren van de buitendiensten, kandidaten voor de | b) voor de ambtenaren van de buitendiensten, kandidaten voor de |
betrekkingen van rang 13, met uitsluiting van de overtallige | betrekkingen van rang 13, met uitsluiting van de overtallige |
benoemingen correlatief met de benoeming van de hypotheekbewaarders. | benoemingen correlatief met de benoeming van de hypotheekbewaarders. |
§ 2. Wanneer het college van dienstchefs van een van de in artikel 1, | § 2. Wanneer het college van dienstchefs van een van de in artikel 1, |
5° tot 8°, bedoelde administraties de aanspraken voor benoeming door | 5° tot 8°, bedoelde administraties de aanspraken voor benoeming door |
verandering van graad, voor bevordering door verhoging in graad of | verandering van graad, voor bevordering door verhoging in graad of |
door verhoging in weddschaal moet onderzoeken van kandidaten ter | door verhoging in weddschaal moet onderzoeken van kandidaten ter |
beschikking gesteld of te stellen van de Administratie van de | beschikking gesteld of te stellen van de Administratie van de |
bijzondere belastinginspectie of van de Administratie van de | bijzondere belastinginspectie of van de Administratie van de |
ondernemings- en inkomensfiscaliteit, kan de Administrateur-generaal | ondernemings- en inkomensfiscaliteit, kan de Administrateur-generaal |
van de belastingen, één of meer ambtenaren van bedoelde administraties | van de belastingen, één of meer ambtenaren van bedoelde administraties |
van ten minste rang 13 met raadgevende stem aan dit college toevoegen. | van ten minste rang 13 met raadgevende stem aan dit college toevoegen. |
Hetzelfde geldt wanneer het bij het eerste lid bedoelde college zich | Hetzelfde geldt wanneer het bij het eerste lid bedoelde college zich |
moet uitspreken over andere individuele maatregelen betreffende een | moet uitspreken over andere individuele maatregelen betreffende een |
ambtenaar ter beschikking gesteld van de Administratie van de | ambtenaar ter beschikking gesteld van de Administratie van de |
bijzondere belastinginspectie of van de Administratie van de | bijzondere belastinginspectie of van de Administratie van de |
ondernemings- en inkomensfiscaliteit. ». | ondernemings- en inkomensfiscaliteit. ». |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Brussel, 16 januari 1998. | Brussel, 16 januari 1998. |
Ph. MAYSTADT | Ph. MAYSTADT |