← Terug naar "Ministerieel besluit houdende erkenning van de deskundigen aangewezen door de vennootschap voor het beheer van de rechten in het kader van de adviesprocedure die is vastgesteld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd "
Ministerieel besluit houdende erkenning van de deskundigen aangewezen door de vennootschap voor het beheer van de rechten in het kader van de adviesprocedure die is vastgesteld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd | Ministerieel besluit houdende erkenning van de deskundigen aangewezen door de vennootschap voor het beheer van de rechten in het kader van de adviesprocedure die is vastgesteld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
9 NOVEMBER 2010. - Ministerieel besluit houdende erkenning van de | 9 NOVEMBER 2010. - Ministerieel besluit houdende erkenning van de |
deskundigen aangewezen door de vennootschap voor het beheer van de | deskundigen aangewezen door de vennootschap voor het beheer van de |
rechten in het kader van de adviesprocedure die is vastgesteld in | rechten in het kader van de adviesprocedure die is vastgesteld in |
artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende | artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende |
de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren | de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren |
voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of | voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of |
op soortgelijke wijze zijn vastgelegd | op soortgelijke wijze zijn vastgelegd |
De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, | De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, |
Gelet op de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de | Gelet op de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de |
naburige rechten, de artikelen 59 tot 61; | naburige rechten, de artikelen 59 tot 61; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de |
vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren | vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren |
voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of | voor privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of |
op soortgelijke wijze zijn vastgelegd, artikel 14; | op soortgelijke wijze zijn vastgelegd, artikel 14; |
Overwegende dat in artikel 60 van voornoemde wet van 30 juni 1994 is | Overwegende dat in artikel 60 van voornoemde wet van 30 juni 1994 is |
bepaald dat de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën | bepaald dat de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën |
van werken vervaardigen, een vergoeding moeten betalen die evenredig | van werken vervaardigen, een vergoeding moeten betalen die evenredig |
is aan het aantal vervaardigde kopieën of, desgevallend, met décharge | is aan het aantal vervaardigde kopieën of, desgevallend, met décharge |
van eerstgenoemden, zij die onder bezwarende titel of gratis een | van eerstgenoemden, zij die onder bezwarende titel of gratis een |
reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen; | reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen; |
Overwegende dat artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit van | Overwegende dat artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit van |
30 oktober 1997 aan degene die de vergoeding verschuldigd is bedoeld | 30 oktober 1997 aan degene die de vergoeding verschuldigd is bedoeld |
in artikel 60 van de voornoemde wet van 30 juni 1994, met het oog op | in artikel 60 van de voornoemde wet van 30 juni 1994, met het oog op |
de betaling van de in artikel 9 van het voornoemde koninklijk besluit | de betaling van de in artikel 9 van het voornoemde koninklijk besluit |
van 30 oktober 1997 vastgestelde bedragen, bepaalde verplichtingen | van 30 oktober 1997 vastgestelde bedragen, bepaalde verplichtingen |
oplegt in het kader van de algemene medewerking betreffende de | oplegt in het kader van de algemene medewerking betreffende de |
aangifte van het aantal gemaakte kopieën van beschermde werken; | aangifte van het aantal gemaakte kopieën van beschermde werken; |
Overwegende dat krachtens artikel 10, 3°, a), van het voornoemde | Overwegende dat krachtens artikel 10, 3°, a), van het voornoemde |
koninklijk besluit van 30 oktober 1997 dat aantal in overleg met de | koninklijk besluit van 30 oktober 1997 dat aantal in overleg met de |
vennootschap voor het beheer van de rechten kan worden geraamd; | vennootschap voor het beheer van de rechten kan worden geraamd; |
Overwegende dat vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting | Overwegende dat vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting |
van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare | van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare |
uitlening van oordeel kunnen zijn dat het aantal gemaakte kopieën van | uitlening van oordeel kunnen zijn dat het aantal gemaakte kopieën van |
beschermde werken, vastgesteld op basis van de gestandaardiseerde | beschermde werken, vastgesteld op basis van de gestandaardiseerde |
roosters als bedoeld in artikel 11 van het voornoemde koninklijk | roosters als bedoeld in artikel 11 van het voornoemde koninklijk |
besluit van 30 oktober 1997, lager of hoger ligt dan het aantal | besluit van 30 oktober 1997, lager of hoger ligt dan het aantal |
kopieën van beschermde werken gemaakt met de apparaten gebruikt door | kopieën van beschermde werken gemaakt met de apparaten gebruikt door |
een of meer van die instellingen; | een of meer van die instellingen; |
Overwegende dat in dat geval de vergoedingsplichtigen die zorgen voor | Overwegende dat in dat geval de vergoedingsplichtigen die zorgen voor |
de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen | de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen |
voor openbare uitlening ook de mogelijkheid hebben mee te werken | voor openbare uitlening ook de mogelijkheid hebben mee te werken |
overeenkomstig artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit van 30 | overeenkomstig artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit van 30 |
oktober 1997; | oktober 1997; |
Overwegende dat bij gebrek aan een raming in onderling overleg van het | Overwegende dat bij gebrek aan een raming in onderling overleg van het |
aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde | aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde |
periode, artikel 14 van het voornoemde koninklijk besluit van 30 | periode, artikel 14 van het voornoemde koninklijk besluit van 30 |
oktober 1997 bepaalt dat de vennootschap voor het beheer van de | oktober 1997 bepaalt dat de vennootschap voor het beheer van de |
rechten een advies kan vragen omtrent de raming van het aantal | rechten een advies kan vragen omtrent de raming van het aantal |
gemaakte kopieën van beschermde werken; | gemaakte kopieën van beschermde werken; |
Overwegende dat dit advies moet worden gevraagd aan een of meer | Overwegende dat dit advies moet worden gevraagd aan een of meer |
deskundigen, die werd(en) aangewezen hetzij in onderling overleg door | deskundigen, die werd(en) aangewezen hetzij in onderling overleg door |
de vergoedingsplichtige en de vennootschap voor het beheer van de | de vergoedingsplichtige en de vennootschap voor het beheer van de |
rechten, hetzij door de vennootschap voor het beheer van de rechten; | rechten, hetzij door de vennootschap voor het beheer van de rechten; |
Overwegende dat in het laatstgenoemde geval de aangewezen | Overwegende dat in het laatstgenoemde geval de aangewezen |
deskundige(n) moet(en) worden erkend door de minister bevoegd voor het | deskundige(n) moet(en) worden erkend door de minister bevoegd voor het |
auteursrecht, op voorwaarde dat hij (zij) voldoet (voldoen) aan de | auteursrecht, op voorwaarde dat hij (zij) voldoet (voldoen) aan de |
voorwaarden gesteld in artikel 14, § 3, van het voornoemde koninklijk | voorwaarden gesteld in artikel 14, § 3, van het voornoemde koninklijk |
besluit van 30 oktober 1997; | besluit van 30 oktober 1997; |
Overwegende dat de personen bedoeld in voorliggend besluit voldoen aan | Overwegende dat de personen bedoeld in voorliggend besluit voldoen aan |
de voorwaarden gesteld in artikel 14, § 3 van het voornoemde | de voorwaarden gesteld in artikel 14, § 3 van het voornoemde |
koninklijk besluit van 30 oktober 1997, | koninklijk besluit van 30 oktober 1997, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Worden erkend als deskundigen, aangewezen bij de |
Artikel 1.Worden erkend als deskundigen, aangewezen bij de |
vennootschap voor het beheer van de rechten CVBA Reprobel met | vennootschap voor het beheer van de rechten CVBA Reprobel met |
maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, De Brouckèreplein 12, en met | maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, De Brouckèreplein 12, en met |
ondernemingsnummer 0453.088.681, bij toepassing van artikel 14 van het | ondernemingsnummer 0453.088.681, bij toepassing van artikel 14 van het |
koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de vergoeding | koninklijk besluit van 30 oktober 1997 betreffende de vergoeding |
verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor | verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor |
privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op | privégebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op |
soortgelijke wijze zijn vastgelegd : | soortgelijke wijze zijn vastgelegd : |
Mevr. Nadine DEFRENE, wonende te 1390 Grez Doiceau; | Mevr. Nadine DEFRENE, wonende te 1390 Grez Doiceau; |
De heer Theo RAEDSCHELDERS, wonende te 3680 Maaseik; | De heer Theo RAEDSCHELDERS, wonende te 3680 Maaseik; |
De heer Marc VAN GYSEL, wonende te 2540 Hove; | De heer Marc VAN GYSEL, wonende te 2540 Hove; |
De heer Jean-Michel LAHAYE, wonende te 1050 Ixelles; | De heer Jean-Michel LAHAYE, wonende te 1050 Ixelles; |
De heer Paul VAN PUYENBROECK, wonende te 2940 Stabroek; | De heer Paul VAN PUYENBROECK, wonende te 2940 Stabroek; |
De heer Dirk DE SLOOVERE, wonende te 9040 Gent; | De heer Dirk DE SLOOVERE, wonende te 9040 Gent; |
De heer Guido SMOLDERS, wonende te 3980 Tessenderlo. | De heer Guido SMOLDERS, wonende te 3980 Tessenderlo. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Brussel, 9 november 2010. | Brussel, 9 november 2010. |
V VAN QUICKENBORNE | V VAN QUICKENBORNE |