Ministerieel besluit houdende de indeling van biogas- en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen | Ministerieel besluit houdende de indeling van biogas- en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
Omgeving | Omgeving |
8 DECEMBER 2017. - Ministerieel besluit houdende de indeling van | 8 DECEMBER 2017. - Ministerieel besluit houdende de indeling van |
biogas- en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde | biogas- en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde |
inputstromen | inputstromen |
DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCI"N EN ENERGIE, | DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCI"N EN ENERGIE, |
Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd | Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd |
bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4/1, § 1, eerste lid, | bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4/1, § 1, eerste lid, |
ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij het | ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij het |
decreet van 17 februari 2017; | decreet van 17 februari 2017; |
Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, § | Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, § |
2, ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en gewijzigd bij het | 2, ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en gewijzigd bij het |
besluit van 12 mei 2017, artikel 6.1.16, ingevoegd bij het besluit van | besluit van 12 mei 2017, artikel 6.1.16, ingevoegd bij het besluit van |
8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 12 mei 2017, en | 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 12 mei 2017, en |
artikelen 6.2/1.2 en 6.2/1.4, telkens het tweede lid, ingevoegd bij | artikelen 6.2/1.2 en 6.2/1.4, telkens het tweede lid, ingevoegd bij |
het besluit van 12 mei 2017; | het besluit van 12 mei 2017; |
Gelet op het advies nr. 62.358/3 van de Raad van State, gegeven op 27 | Gelet op het advies nr. 62.358/3 van de Raad van State, gegeven op 27 |
november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van | november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van |
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, | de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Een installatie wordt als een biogasinstallatie of een |
Artikel 1.Een installatie wordt als een biogasinstallatie of een |
warmte-krachtinstallatie op biogas beschouwd indien, op energiebasis, | warmte-krachtinstallatie op biogas beschouwd indien, op energiebasis, |
minstens 85% van de als brandstof toegevoerde energie biogas betreft. | minstens 85% van de als brandstof toegevoerde energie biogas betreft. |
Dit percentage wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de | Dit percentage wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de |
aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. | aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. |
Art. 2.§ 1. Biogasinstallaties of warmte-krachtinstallaties op biogas |
Art. 2.§ 1. Biogasinstallaties of warmte-krachtinstallaties op biogas |
met een startdatum vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 | met een startdatum vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 |
worden ingedeeld in een van de volgende types: | worden ingedeeld in een van de volgende types: |
1° `vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en | 1° `vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en |
tuinbouwgerelateerde stromen': het aandeel op massabasis van mest- | tuinbouwgerelateerde stromen': het aandeel op massabasis van mest- |
en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen bedraagt meer dan 50%; | en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen bedraagt meer dan 50%; |
2° `GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie': het | 2° `GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie': het |
aandeel op massabasis van GFT-afval, inclusief natuur- en bermmaaisel, | aandeel op massabasis van GFT-afval, inclusief natuur- en bermmaaisel, |
bedraagt ten minste 75%; | bedraagt ten minste 75%; |
3° `recuperatie van stortgas': het aandeel op energiebasis van biogas | 3° `recuperatie van stortgas': het aandeel op energiebasis van biogas |
afkomstig uit stortgaswinning bedraagt ten minste 85%; | afkomstig uit stortgaswinning bedraagt ten minste 85%; |
4° `vergisting van rioolwaterzuiveringsslib': het aandeel op | 4° `vergisting van rioolwaterzuiveringsslib': het aandeel op |
energiebasis van biogas afkomstig van vergisting van | energiebasis van biogas afkomstig van vergisting van |
rioolwaterzuiveringsslib bedraagt ten minste 85%; of | rioolwaterzuiveringsslib bedraagt ten minste 85%; of |
5° `overige vergisting'. | 5° `overige vergisting'. |
§ 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en | § 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en |
ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in | ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in |
§ 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de | § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de |
aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. | aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. |
Art. 3.§ 1. Biogasinstallaties of warmte-krachtinstallaties op biogas |
Art. 3.§ 1. Biogasinstallaties of warmte-krachtinstallaties op biogas |
met een startdatum vanaf 1 januari 2018 worden ingedeeld in een van de | met een startdatum vanaf 1 januari 2018 worden ingedeeld in een van de |
volgende types: | volgende types: |
1° `GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie': het | 1° `GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie': het |
aandeel op massabasis van GFT-afval, inclusief natuur en bermmaaisel, | aandeel op massabasis van GFT-afval, inclusief natuur en bermmaaisel, |
bedraagt ten minste 75%; | bedraagt ten minste 75%; |
2° `recuperatie van stortgas': het aandeel op energiebasis van biogas | 2° `recuperatie van stortgas': het aandeel op energiebasis van biogas |
afkomstig uit stortgaswinning bedraagt ten minste 85%; | afkomstig uit stortgaswinning bedraagt ten minste 85%; |
3° `vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of | 3° `vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of |
rioolwaterzuiveringsslib': het aandeel op energiebasis van biogas | rioolwaterzuiveringsslib': het aandeel op energiebasis van biogas |
afkomstig als bijproduct van een anaerobe waterzuiveringsinstallatie | afkomstig als bijproduct van een anaerobe waterzuiveringsinstallatie |
of biogas afkomstig van de vergisting van slib dat op zijn beurt een | of biogas afkomstig van de vergisting van slib dat op zijn beurt een |
bijproduct is van een waterzuiveringsinstallatie, bedraagt ten minste | bijproduct is van een waterzuiveringsinstallatie, bedraagt ten minste |
85%; of | 85%; of |
4° `vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen | 4° `vergisting van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen |
of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen: het | of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen: het |
aandeel op massabasis van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde | aandeel op massabasis van mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde |
stromen of andere organische-biologische stoffen of afvalstoffen | stromen of andere organische-biologische stoffen of afvalstoffen |
bedraagt ten minste 85%. | bedraagt ten minste 85%. |
§ 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en | § 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en |
ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in | ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in |
§ 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de | § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de |
aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. | aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. |
Art. 4.§ 1. Verbrandingsinstallaties met een startdatum vanaf 1 |
Art. 4.§ 1. Verbrandingsinstallaties met een startdatum vanaf 1 |
januari 2013 worden ingedeeld in een van de volgende types: | januari 2013 worden ingedeeld in een van de volgende types: |
1° `verbranding van huishoudelijk of bedrijfsafval': het aandeel | 1° `verbranding van huishoudelijk of bedrijfsafval': het aandeel |
huishoudelijk of bedrijfsafval op energiebasis bedraagt ten minste | huishoudelijk of bedrijfsafval op energiebasis bedraagt ten minste |
85%; | 85%; |
2° `verbranding van biomassa-afval': het aandeel biomassa-afval op | 2° `verbranding van biomassa-afval': het aandeel biomassa-afval op |
energiebasis bedraagt ten minste 85%; | energiebasis bedraagt ten minste 85%; |
3° `verbranding van vloeibare biomassa': het aandeel vloeibare | 3° `verbranding van vloeibare biomassa': het aandeel vloeibare |
biomassa op energiebasis bedraagt ten minste 85%; of | biomassa op energiebasis bedraagt ten minste 85%; of |
4° `verbranding van vaste biomassa': het aandeel vaste biomassa op | 4° `verbranding van vaste biomassa': het aandeel vaste biomassa op |
energiebasis bedraagt ten minste 85%. | energiebasis bedraagt ten minste 85%. |
§ 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en | § 2. Installaties worden in de in § 1 opgegeven volgorde getoetst en |
ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in | ingedeeld in het eerst passende type. Het aandeel, zoals beschreven in |
§ 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de | § 1, wordt bepaald als een voortschrijdend gemiddelde van de |
aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. | aangewende energiebronnen over de voorbije 12 maanden. |
Art. 5.§ 1. Bij de principe-aanvraag, als vermeld in artikel 6.1.2, § |
Art. 5.§ 1. Bij de principe-aanvraag, als vermeld in artikel 6.1.2, § |
1, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor de types die | 1, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor de types die |
vermeld worden in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 5°, artikel 3, § 1, 1° en | vermeld worden in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 5°, artikel 3, § 1, 1° en |
artikel 4 van dit besluit moet als bijlage een gedetailleerde | artikel 4 van dit besluit moet als bijlage een gedetailleerde |
verhalende beschrijving van de inputstromen toegevoegd worden om de | verhalende beschrijving van de inputstromen toegevoegd worden om de |
installatie in te delen in een bepaald type en daaruit volgend in te | installatie in te delen in een bepaald type en daaruit volgend in te |
delen in een projectcategorie. De gedetailleerde verhalende | delen in een projectcategorie. De gedetailleerde verhalende |
beschrijving betreft zowel de verschillende types inputstromen alsook | beschrijving betreft zowel de verschillende types inputstromen alsook |
de verschillende leveranciers (groep/sector). | de verschillende leveranciers (groep/sector). |
Voor de in § 1 vermelde types moet bij de definitieve aanvraag, als | Voor de in § 1 vermelde types moet bij de definitieve aanvraag, als |
vermeld in artikel 6.1.2, § 2, van het Energiebesluit van 19 november | vermeld in artikel 6.1.2, § 2, van het Energiebesluit van 19 november |
2010, een overzichtstabel digitaal worden toegevoegd van alle | 2010, een overzichtstabel digitaal worden toegevoegd van alle |
inputstromen, opgesplitst zowel per type als per leverancier. Op basis | inputstromen, opgesplitst zowel per type als per leverancier. Op basis |
van deze tabel, wint het VEA steeds het advies van de OVAM in over de | van deze tabel, wint het VEA steeds het advies van de OVAM in over de |
aard van de gemelde inputstromen voor zover het afval betreft. Hiervan | aard van de gemelde inputstromen voor zover het afval betreft. Hiervan |
stelt het VEA het sjabloon ter beschikking op haar website. | stelt het VEA het sjabloon ter beschikking op haar website. |
§ 2. De overzichtstabel van de inputstromen, geactualiseerd met de | § 2. De overzichtstabel van de inputstromen, geactualiseerd met de |
gegevens van het voorbije kalenderjaar, moet jaarlijks digitaal voor | gegevens van het voorbije kalenderjaar, moet jaarlijks digitaal voor |
30 april als rekenblad bezorgd worden aan het Vlaams | 30 april als rekenblad bezorgd worden aan het Vlaams |
Energieagentschap. De levering- of weegbonnen van de aan de | Energieagentschap. De levering- of weegbonnen van de aan de |
productie-installatie geleverde biomassa worden bijgehouden gedurende | productie-installatie geleverde biomassa worden bijgehouden gedurende |
een periode van minstens vijf jaar. Het Vlaams Energieagentschap of | een periode van minstens vijf jaar. Het Vlaams Energieagentschap of |
een door het Vlaams Energieagentschap aangewezen keuringsinstantie kan | een door het Vlaams Energieagentschap aangewezen keuringsinstantie kan |
op elk moment deze levering- of weegbonnen opvragen ter controle van | op elk moment deze levering- of weegbonnen opvragen ter controle van |
de maandelijkse rapporteringen. Dit zal minstens gebeuren bij de | de maandelijkse rapporteringen. Dit zal minstens gebeuren bij de |
tweejaarlijkse herkeuring van de productie-installatie, indien deze | tweejaarlijkse herkeuring van de productie-installatie, indien deze |
verplicht is. Daarbij worden de overzichtstabel van de inputstromen, | verplicht is. Daarbij worden de overzichtstabel van de inputstromen, |
het register van de toegevoerde biomassa evenals de levering- of | het register van de toegevoerde biomassa evenals de levering- of |
weegbonnen van de aan de productie-installatie geleverde biomassa | weegbonnen van de aan de productie-installatie geleverde biomassa |
tijdens de twee jaar voorafgaand aan de groenestroomkeuring | tijdens de twee jaar voorafgaand aan de groenestroomkeuring |
voorgelegd. | voorgelegd. |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
ervan in het Belgisch Staatsblad. | ervan in het Belgisch Staatsblad. |
Brussel, 8 december 2017. | Brussel, 8 december 2017. |
De Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, | De Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, |
B. TOMMELEIN | B. TOMMELEIN |