Ministerieel besluit betreffende de structurele bijstand in de zeevisserij, in het kader van een tijdelijk samenwerkingsverband, inrichting van mariene zones langs de kust en tijdelijke stillegging van visserijactiviteiten | Ministerieel besluit betreffende de structurele bijstand in de zeevisserij, in het kader van een tijdelijk samenwerkingsverband, inrichting van mariene zones langs de kust en tijdelijke stillegging van visserijactiviteiten |
---|---|
MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW | MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW |
6 MEI 1997. Ministerieel besluit betreffende de structurele bijstand | 6 MEI 1997. Ministerieel besluit betreffende de structurele bijstand |
in de zeevisserij, in het kader van een tijdelijk | in de zeevisserij, in het kader van een tijdelijk |
samenwerkingsverband, inrichting van mariene zones langs de kust en | samenwerkingsverband, inrichting van mariene zones langs de kust en |
tijdelijke stillegging van visserijactiviteiten | tijdelijke stillegging van visserijactiviteiten |
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, | De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, |
Gelet op de wet van 29 juli 1955 tot oprichting van een Landbouwfonds; | Gelet op de wet van 29 juli 1955 tot oprichting van een Landbouwfonds; |
Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, | Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, |
tuinbouw- en zeevisserijprodukten, gewijzigd bij de wetten van 11 | tuinbouw- en zeevisserijprodukten, gewijzigd bij de wetten van 11 |
april 1983 en 29 december 1990; | april 1983 en 29 december 1990; |
Gelet op de organieke wet van 27 december 1990 houdende de oprichting | Gelet op de organieke wet van 27 december 1990 houdende de oprichting |
van Begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993; | van Begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993; |
Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 1955 houdende opdracht | Gelet op het koninklijk besluit van 1 september 1955 houdende opdracht |
aan de Minister van Landbouw van de bevoegdheid om het bedrag en de | aan de Minister van Landbouw van de bevoegdheid om het bedrag en de |
voorwaarden van de bijdrage van het Landbouwfonds te bepalen; | voorwaarden van de bijdrage van het Landbouwfonds te bepalen; |
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 | Gelet op de Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 |
tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening | tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening |
(EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het financieringsinstrument voor | (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het financieringsinstrument voor |
de oriëntatie van de visserij; | de oriëntatie van de visserij; |
Gelet op de Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december | Gelet op de Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december |
1993 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de | 1993 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de |
structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector | structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector |
visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan, | visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan, |
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni | gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni |
1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november | 1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november |
1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; | 1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; |
Gelet op het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 3, lid | Gelet op het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 3, lid |
1, van Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993 | 1, van Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993 |
tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele | tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele |
bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en | bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en |
verwerking/afzet van de produkten daarvan, gewijzigd bij Verordening | verwerking/afzet van de produkten daarvan, gewijzigd bij Verordening |
(EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij Verordening (EG) | (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij Verordening (EG) |
nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij Verordening (EG) | nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij Verordening (EG) |
nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, ingediend door België bij de | nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, ingediend door België bij de |
Europese Commissie op 31 maart 1994 en goedgekeurd bij Beschikking van | Europese Commissie op 31 maart 1994 en goedgekeurd bij Beschikking van |
de Commissie van 22 december 1994 tot goedkeuring van het | de Commissie van 22 december 1994 tot goedkeuring van het |
communautaire programma voor de structurele bijstandsverlening van de | communautaire programma voor de structurele bijstandsverlening van de |
Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van | Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van |
de produkten daarvan in België; | de produkten daarvan in België; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 24 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 24 |
juni 1996; | juni 1996; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, 1, gewijzigd bij de wetten van 9 | 1973, inzonderheid op artikel 3, 1, gewijzigd bij de wetten van 9 |
augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus | augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus |
1996; | 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de | Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de |
omstandigheid dat men dringend over de noodzakelijke wettelijke basis | omstandigheid dat men dringend over de noodzakelijke wettelijke basis |
moet beschikken voor de uitvoering van de projecten voorzien in het | moet beschikken voor de uitvoering van de projecten voorzien in het |
enig programmeringsdocument in toepassing van het communautair | enig programmeringsdocument in toepassing van het communautair |
programma 1994-1999 voor de structurele fondsen België teneinde zich | programma 1994-1999 voor de structurele fondsen België teneinde zich |
te schikken naar het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, | te schikken naar het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, |
Besluit | Besluit |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° i.c.e.s.-gebieden : de in de mededeling van de EG-Commissie in het | 1° i.c.e.s.-gebieden : de in de mededeling van de EG-Commissie in het |
Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 24 december 1985 en | Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 24 december 1985 en |
31 december 1985 bepaalde gebieden en sektoren; | 31 december 1985 bepaalde gebieden en sektoren; |
2° FIOV : het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de | 2° FIOV : het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de |
visserij, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van | visserij, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad van |
20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van | 20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van |
Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het | Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het |
financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij ; | financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij ; |
Art. 2.Binnen de grenzen van de door de Begroting voorziene |
Art. 2.Binnen de grenzen van de door de Begroting voorziene |
financiële middelen, kan onder de voorwaarden opgelegd door | financiële middelen, kan onder de voorwaarden opgelegd door |
Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, | Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, |
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni | gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni |
1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november | 1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november |
1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, | 1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, |
steun verleend worden : | steun verleend worden : |
1. aan de acties voorzien in het kader van een tijdelijk | 1. aan de acties voorzien in het kader van een tijdelijk |
samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EG) | samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EG) |
nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij | nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij |
Verordening (EG)nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij | Verordening (EG)nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij |
Verordening (EG)nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij | Verordening (EG)nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij |
Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; | Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; |
2. aan acties voorzien in het kader van de inrichting van mariene | 2. aan acties voorzien in het kader van de inrichting van mariene |
zones langs de kust, als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG)nr. | zones langs de kust, als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG)nr. |
3699/93, van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij Verordening | 3699/93, van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij Verordening |
(EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij Verordening (EG) | (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij Verordening (EG) |
nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij Verordening (EG) | nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij Verordening (EG) |
nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; | nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996; |
3. aan acties voorzien in het kader van een tijdelijke stillegging van | 3. aan acties voorzien in het kader van een tijdelijke stillegging van |
visserijactiviteiten, als bedoeld in artikel 14 van Verordening | visserijactiviteiten, als bedoeld in artikel 14 van Verordening |
(EG)nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij | (EG)nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, gewijzigd bij |
Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij | Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni 1995, bij |
Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij | Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november 1995 en bij |
Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996. | Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996. |
Art. 3.De in artikel 2 vernoemde acties moeten ingediend worden bij |
Art. 3.De in artikel 2 vernoemde acties moeten ingediend worden bij |
de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft. De aanvraag, | de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft. De aanvraag, |
het betalingsdossier, de bewijsstukken en de verslagen dienen conform | het betalingsdossier, de bewijsstukken en de verslagen dienen conform |
de instructies van de Dienst voor de Zeevisserij, Vrijhavenstraat 5, | de instructies van de Dienst voor de Zeevisserij, Vrijhavenstraat 5, |
te Oostende, te worden opgesteld. | te Oostende, te worden opgesteld. |
Art. 4.Met de uitvoering van een actie mag pas worden begonnen na de |
Art. 4.Met de uitvoering van een actie mag pas worden begonnen na de |
schriftelijke toelating van de Minister die de landbouw onder zijn | schriftelijke toelating van de Minister die de landbouw onder zijn |
bevoegdheid heeft. | bevoegdheid heeft. |
Art. 5.Voor elke actie doet de begunstigde of doen de begunstigden de |
Art. 5.Voor elke actie doet de begunstigde of doen de begunstigden de |
Dienst voor de Zeevisserij maandelijks een verslag toekomen dat op de | Dienst voor de Zeevisserij maandelijks een verslag toekomen dat op de |
activiteiten betrekking heeft. Het verslag moet conform zijn aan de | activiteiten betrekking heeft. Het verslag moet conform zijn aan de |
instructies van de Dienst voor de Zeevisserij. Uiterlijk twee maanden | instructies van de Dienst voor de Zeevisserij. Uiterlijk twee maanden |
na het einde van de activiteiten moet bij de Minister die de landbouw | na het einde van de activiteiten moet bij de Minister die de landbouw |
onder zijn bevoegdheid heeft een eindverslag over de activiteiten zijn | onder zijn bevoegdheid heeft een eindverslag over de activiteiten zijn |
ingediend. | ingediend. |
a. acties in het kader van een tijdelijk samenwerkingsverband. | a. acties in het kader van een tijdelijk samenwerkingsverband. |
Art. 6.Voorwaarden tot deelneming aan de acties. |
Art. 6.Voorwaarden tot deelneming aan de acties. |
- Vissersvaartuigen die aan een actie in het kader van een tijdelijk | - Vissersvaartuigen die aan een actie in het kader van een tijdelijk |
samenwerkingsverband deelnemen moeten ingeschreven zijn op de | samenwerkingsverband deelnemen moeten ingeschreven zijn op de |
Officiële lijst der Belgische vissersvaartuigen, sedert meer dan vijf | Officiële lijst der Belgische vissersvaartuigen, sedert meer dan vijf |
jaar voorafgaand aan de premieaanvraag, onder de Belgische vlag in | jaar voorafgaand aan de premieaanvraag, onder de Belgische vlag in |
bedrijf zijn en tijdens de volle duur van het tijdelijke | bedrijf zijn en tijdens de volle duur van het tijdelijke |
samenwerkingsverband de Belgische vlag voeren. | samenwerkingsverband de Belgische vlag voeren. |
- De samenwerkingspremie wordt slechts toegekend voor de | - De samenwerkingspremie wordt slechts toegekend voor de |
visserijactiviteiten van elk bij het tijdelijke samenwerkingsverband | visserijactiviteiten van elk bij het tijdelijke samenwerkingsverband |
betrokken vissersvaartuig waarmee is begonnen na de schriftelijke | betrokken vissersvaartuig waarmee is begonnen na de schriftelijke |
toelating van de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid | toelating van de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid |
heeft. | heeft. |
- De premie wordt slechts toegekend voor de duur van de | - De premie wordt slechts toegekend voor de duur van de |
visserijactiviteiten van het vissersvaartuig dat, of van elk van de | visserijactiviteiten van het vissersvaartuig dat, of van elk van de |
vissersvaartuigen die van het tijdelijke samenwerkingsverband deel | vissersvaartuigen die van het tijdelijke samenwerkingsverband deel |
uitmaakt, onderscheidelijk deel uitmaken. Die visserijactiviteiten | uitmaakt, onderscheidelijk deel uitmaken. Die visserijactiviteiten |
moeten ten minste drie opeenvolgende maanden in beslag nemen. | moeten ten minste drie opeenvolgende maanden in beslag nemen. |
- De periode van inactiviteit van het of de betrokken | - De periode van inactiviteit van het of de betrokken |
vissersvaartuig(en) mag 27 dagen per periode van drie maanden niet | vissersvaartuig(en) mag 27 dagen per periode van drie maanden niet |
overschrijden, behalve in geval van overmacht, hetgeen naar behoren | overschrijden, behalve in geval van overmacht, hetgeen naar behoren |
moet worden gestaafd. | moet worden gestaafd. |
Art. 7.De duur van de visserijactiviteit van elk vissersvaartuig is |
Art. 7.De duur van de visserijactiviteit van elk vissersvaartuig is |
de periode tussen de dag van vertrek van elk vissersvaartuig uit de | de periode tussen de dag van vertrek van elk vissersvaartuig uit de |
haven waar het vissersvaartuig het vistuig en de voorraden aan boord | haven waar het vissersvaartuig het vistuig en de voorraden aan boord |
neemt en waar de bemanning voor de visserijactiviteit aan boord komt | neemt en waar de bemanning voor de visserijactiviteit aan boord komt |
en de dag van terugkeer van elk vissersvaartuig in de laatste haven | en de dag van terugkeer van elk vissersvaartuig in de laatste haven |
van aanvoer, mits in de tussentijd geen enkele activiteit is | van aanvoer, mits in de tussentijd geen enkele activiteit is |
uitgevoerd die niet in verband staat met het tijdelijke | uitgevoerd die niet in verband staat met het tijdelijke |
samenwerkingsverband. | samenwerkingsverband. |
Art. 8.De steuntarieven voor de acties in het kader van een tijdelijk |
Art. 8.De steuntarieven voor de acties in het kader van een tijdelijk |
samenwerkingsverband zijn aangegeven in lid 1.2 van bijlage IV van | samenwerkingsverband zijn aangegeven in lid 1.2 van bijlage IV van |
Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, | Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, |
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni | gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni |
1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november | 1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november |
1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, | 1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, |
waarbij 50 % wordt betaald uit federale overheidsfondsen en 50 % uit | waarbij 50 % wordt betaald uit federale overheidsfondsen en 50 % uit |
FIOV-fondsen. | FIOV-fondsen. |
Art. 9.De samenwerkingspremie wordt uitbetaald aan het einde van elke |
Art. 9.De samenwerkingspremie wordt uitbetaald aan het einde van elke |
periode van drie maanden. De betalingsaanvragen moeten binnen 45 dagen | periode van drie maanden. De betalingsaanvragen moeten binnen 45 dagen |
volgende op de betrokken periode van drie maanden bij de Dienst voor | volgende op de betrokken periode van drie maanden bij de Dienst voor |
de Zeevisserij zijn ingediend, behalve de laatste betalingsaanvraag | de Zeevisserij zijn ingediend, behalve de laatste betalingsaanvraag |
die vergezeld van het eindverslag, over de visserijactiviteiten, | die vergezeld van het eindverslag, over de visserijactiviteiten, |
uiterlijk twee maanden na het einde van de visserijactiviteiten dient | uiterlijk twee maanden na het einde van de visserijactiviteiten dient |
te worden ingediend. | te worden ingediend. |
Art. 10.Als een actie in het kader van een tijdelijk |
Art. 10.Als een actie in het kader van een tijdelijk |
samenwerkingsverband op verscheidene visservaartuigen betrekking | samenwerkingsverband op verscheidene visservaartuigen betrekking |
heeft, worden de periodes van drie maanden berekend vanaf het begin | heeft, worden de periodes van drie maanden berekend vanaf het begin |
van de activiteiten van het eerste vissersvaartuig. De premie wordt | van de activiteiten van het eerste vissersvaartuig. De premie wordt |
berekend pro rata van het aantal dagen van de activiteit. | berekend pro rata van het aantal dagen van de activiteit. |
b. acties in het kader van de inrichting van mariene zones langs de | b. acties in het kader van de inrichting van mariene zones langs de |
kust | kust |
Art. 11.De acties tot inrichting van mariene zones langs de kust |
Art. 11.De acties tot inrichting van mariene zones langs de kust |
moeten worden uitgevoerd door publieke instanties die daartoe over de | moeten worden uitgevoerd door publieke instanties die daartoe over de |
nodige bekwaamheid beschikken. Ze moeten minstens 5 jaar | nodige bekwaamheid beschikken. Ze moeten minstens 5 jaar |
wetenschappelijk begeleid worden door het Rijksstation voor | wetenschappelijk begeleid worden door het Rijksstation voor |
Zeevisserij te Oostende. | Zeevisserij te Oostende. |
Art. 12.De deelnemingspercentages voor de uitvoering van de acties |
Art. 12.De deelnemingspercentages voor de uitvoering van de acties |
tot inrichting van mariene zones langs de kust zijn vastgesteld op | tot inrichting van mariene zones langs de kust zijn vastgesteld op |
58,8 % uit federale overheidsfondsen en 41,2 % uit FIOV-fondsen. | 58,8 % uit federale overheidsfondsen en 41,2 % uit FIOV-fondsen. |
Art. 13.In beginsel wordt de bijstand voor de inrichting van de |
Art. 13.In beginsel wordt de bijstand voor de inrichting van de |
mariene zones langs de kust in niet meer dan drie gedeelten | mariene zones langs de kust in niet meer dan drie gedeelten |
uitgekeerd. | uitgekeerd. |
Een (eerste) aanvraag om gedeeltelijke betaling kan pas worden gedaan | Een (eerste) aanvraag om gedeeltelijke betaling kan pas worden gedaan |
wanneer het uitvoeringspercentage ten opzichte van de voor | wanneer het uitvoeringspercentage ten opzichte van de voor |
subsidiëring in aanmerking komende kosten ten minste 30 % bedraagt. | subsidiëring in aanmerking komende kosten ten minste 30 % bedraagt. |
De laatste betaling wordt slechts verricht wanneer voldaan is aan de | De laatste betaling wordt slechts verricht wanneer voldaan is aan de |
in het artikel 3 vermelde voorwaarden. | in het artikel 3 vermelde voorwaarden. |
c. acties in het kader van een tijdelijke stillegging van | c. acties in het kader van een tijdelijke stillegging van |
visserijactiviteiten | visserijactiviteiten |
Art. 14.Op advies van het Rijksstation voor Zeevisserij te Oostende |
Art. 14.Op advies van het Rijksstation voor Zeevisserij te Oostende |
bepaalt de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft | bepaalt de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft |
wanneer sprake is van niet te voorziene éénmalige gebeurtenissen die | wanneer sprake is van niet te voorziene éénmalige gebeurtenissen die |
met name aan biologische oorzaken te wijten zijn en aanleiding zijn | met name aan biologische oorzaken te wijten zijn en aanleiding zijn |
tot een tijdelijke stillegging van activiteiten van vissersvaartuigen | tot een tijdelijke stillegging van activiteiten van vissersvaartuigen |
die zijn ingeschreven op de Officiële lijst der Belgische | die zijn ingeschreven op de Officiële lijst der Belgische |
vissersvaartuigen, alsook de begin- en de einddatum van de | vissersvaartuigen, alsook de begin- en de einddatum van de |
stillegperiode en duidt de betrokken ices-gebieden aan alsook de | stillegperiode en duidt de betrokken ices-gebieden aan alsook de |
vissersvaartuigen die in aanmerking komen voor een tijdelijke | vissersvaartuigen die in aanmerking komen voor een tijdelijke |
stillegging. | stillegging. |
Art. 15.De steuntarieven voor een tijdelijke stillegging van |
Art. 15.De steuntarieven voor een tijdelijke stillegging van |
visserijactiviteiten zijn aangegeven in lid 1.2 van bijlage IV van | visserijactiviteiten zijn aangegeven in lid 1.2 van bijlage IV van |
Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, | Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad van 21 december 1993, |
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni | gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1624/95 van de Raad van 29 juni |
1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november | 1995, bij Verordening (EG) nr. 2719/95 van de Raad van 20 november |
1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, | 1995 en bij Verordening (EG) nr. 965/96 van de Raad van 28 mei 1996, |
waarbij50 % wordt betaald uit federale overheidsfondsen en 50 % uit | waarbij50 % wordt betaald uit federale overheidsfondsen en 50 % uit |
FIOV-fondsen. | FIOV-fondsen. |
Art. 16.De premie voor tijdelijke stillegging wordt betaald na het |
Art. 16.De premie voor tijdelijke stillegging wordt betaald na het |
verstrijken van de stillegperiode aan de eigenaar of de reder die | verstrijken van de stillegperiode aan de eigenaar of de reder die |
vermeld staat op de visvergunning. | vermeld staat op de visvergunning. |
Art. 17.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 17.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Brussel, 6 mei 1997. | Brussel, 6 mei 1997. |
K. PINXTEN | K. PINXTEN |