Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden | Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
4 MEI 2010. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel | 4 MEI 2010. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel |
besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de | besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de |
voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in | voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in |
artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering | artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering |
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli | voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli |
1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor | 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor |
bejaarden | bejaarden |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, |
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor | Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor |
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli | geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli |
1994, artikel 32, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2007, en artikel | 1994, artikel 32, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2007, en artikel |
37, § 12, eerste lid, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en | 37, § 12, eerste lid, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en |
19 december 2008; | 19 december 2008; |
Gelet op het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling | Gelet op het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling |
van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de | van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de |
tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de | tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de |
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, | verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, |
gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en | gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en |
in de rustoorden voor bejaarden; | in de rustoorden voor bejaarden; |
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven | Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven |
op 14 oktober 2009; | op 14 oktober 2009; |
Gelet op het voorstel van het Comité van de verzekering voor | Gelet op het voorstel van het Comité van de verzekering voor |
geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en | geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en |
invaliditeitsverzekering, uitgebracht op 19 oktober 2009; | invaliditeitsverzekering, uitgebracht op 19 oktober 2009; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 |
november 2009; | november 2009; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting |
van 21 januari 2010; | van 21 januari 2010; |
Gelet op het advies 47.956/2 van de Raad van State, gegeven op 29 | Gelet op het advies 47.956/2 van de Raad van State, gegeven op 29 |
maart 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | maart 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Artikel 1 van het ministerieel besluit van 6 november 2003 |
Artikel 1.Artikel 1 van het ministerieel besluit van 6 november 2003 |
tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning | tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning |
van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet | van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet |
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en | betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en |
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en | uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en |
verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, gewijzigd bij | verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, gewijzigd bij |
ministeriële besluiten van 19 oktober 2004, 28 februari 2005, 16 | ministeriële besluiten van 19 oktober 2004, 28 februari 2005, 16 |
februari 2007 en 2 maart 2009, wordt aangevuld als volgt : | februari 2007 en 2 maart 2009, wordt aangevuld als volgt : |
« 17° "zorgpersoneel" : het verpleegkundige personeel, het | « 17° "zorgpersoneel" : het verpleegkundige personeel, het |
verzorgingspersoneel en het personeel voor reactivering. » | verzorgingspersoneel en het personeel voor reactivering. » |
Art. 2.Artikel 6, g), van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
Art. 2.Artikel 6, g), van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt aangevuld als volgt : | ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt aangevuld als volgt : |
« Deel E3 : financiering van een referentiepersoon dementie; ». | « Deel E3 : financiering van een referentiepersoon dementie; ». |
Art. 3.In artikel 8, § 2, b), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij |
Art. 3.In artikel 8, § 2, b), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij |
ministeriële besluiten van 16 februari 2007, 4 juli 2008 en 10 | ministeriële besluiten van 16 februari 2007, 4 juli 2008 en 10 |
december 2009, wordt volgend streepje ingevoegd : | december 2009, wordt volgend streepje ingevoegd : |
« - of degenen die gefinancierd worden in het kader van de | « - of degenen die gefinancierd worden in het kader van de |
overeenkomsten afgesloten in toepassing van artikel 22 van de | overeenkomsten afgesloten in toepassing van artikel 22 van de |
voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994, ». | voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994, ». |
Art. 4.Artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
Art. 4.Artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
ministerieel besluit van 2 maart 2009 en gewijzigd bij ministerieel | ministerieel besluit van 2 maart 2009 en gewijzigd bij ministerieel |
besluit van 10 december 2009, wordt gewijzigd als volgt : | besluit van 10 december 2009, wordt gewijzigd als volgt : |
1° de woorden « voor de factureringsperiode van 1 januari 2010 tot 31 | 1° de woorden « voor de factureringsperiode van 1 januari 2010 tot 31 |
december 2010, » worden geschrapt; | december 2010, » worden geschrapt; |
2° de woorden « in de instelling op 31 maart 2009 » worden vervangen | 2° de woorden « in de instelling op 31 maart 2009 » worden vervangen |
door de woorden « in de instelling op 31 maart van de | door de woorden « in de instelling op 31 maart van de |
referentieperiode ». | referentieperiode ». |
Art. 5.In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
Art. 5.In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
bij ministerieel besluit van 19 oktober 2004, wordt het woord « al » | bij ministerieel besluit van 19 oktober 2004, wordt het woord « al » |
ingevoegd tussen de woorden « de palliatieve verzorging van » en de | ingevoegd tussen de woorden « de palliatieve verzorging van » en de |
woorden « het personeel van de inrichtingen ». | woorden « het personeel van de inrichtingen ». |
Art. 6.In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
Art. 6.In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
bij ministerieel besluit van 19 oktober 2004, worden de woorden « | bij ministerieel besluit van 19 oktober 2004, worden de woorden « |
ofwel voor al hun personeel, ofwel voor sommige personeelsleden. » | ofwel voor al hun personeel, ofwel voor sommige personeelsleden. » |
vervangen door de woorden « bij voorkeur voor al hun personeel, maar | vervangen door de woorden « bij voorkeur voor al hun personeel, maar |
minstens voor het zorgpersoneel ». | minstens voor het zorgpersoneel ». |
Art. 7.Artikel 28bis, § 2, c), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij |
Art. 7.Artikel 28bis, § 2, c), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij |
ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt gewijzigd als volgt : | ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt gewijzigd als volgt : |
1° § 2, c), wordt vervangen als volgt : | 1° § 2, c), wordt vervangen als volgt : |
« c) geslaagd zijn in een van volgende aanvullende basisopleidingen : | « c) geslaagd zijn in een van volgende aanvullende basisopleidingen : |
1° kaderopleiding; | 1° kaderopleiding; |
2° universitaire opleiding : master in de verpleegkunde of | 2° universitaire opleiding : master in de verpleegkunde of |
verloskunde, of master in het beleid en management van de | verloskunde, of master in het beleid en management van de |
gezondheidszorg, of master in de gezondheidszorg (alle opties | gezondheidszorg, of master in de gezondheidszorg (alle opties |
inbegrepen); | inbegrepen); |
3° opleiding die toegang geeft tot de functie van rusthuisdirecteur; | 3° opleiding die toegang geeft tot de functie van rusthuisdirecteur; |
4° of een aanvullende opleiding van minimum 24 uren, waarvan het | 4° of een aanvullende opleiding van minimum 24 uren, waarvan het |
programma werd goedgekeurd door de FOD Volksgezondheid, aangaande : | programma werd goedgekeurd door de FOD Volksgezondheid, aangaande : |
? uurroosters, arbeidsduur en collectieve arbeidsverhoudingen, | ? uurroosters, arbeidsduur en collectieve arbeidsverhoudingen, |
? welzijn op het werk, | ? welzijn op het werk, |
? beheer van een team; | ? beheer van een team; |
d) jaarlijks een permanente vorming van minimum 8 uren volgen, erkend | d) jaarlijks een permanente vorming van minimum 8 uren volgen, erkend |
door de FOD Volksgezondheid, aangaande een of meerdere domeinen | door de FOD Volksgezondheid, aangaande een of meerdere domeinen |
bedoeld in punt c), 4°. » | bedoeld in punt c), 4°. » |
2° § 4, tweede lid, wordt vervangen als volgt : | 2° § 4, tweede lid, wordt vervangen als volgt : |
« Deze hoofdverpleegkundigen, hoofdparamedici en verpleegkundig | « Deze hoofdverpleegkundigen, hoofdparamedici en verpleegkundig |
coördinatoren moeten de basisvorming bedoeld in § 2, c), uiterlijk op | coördinatoren moeten de basisvorming bedoeld in § 2, c), uiterlijk op |
31 december 2010 hebben gevolgd. De permanente vorming bedoeld in § 2, | 31 december 2010 hebben gevolgd. De permanente vorming bedoeld in § 2, |
d), zal gevolgd worden vanaf het jaar 2011. » | d), zal gevolgd worden vanaf het jaar 2011. » |
Art. 8.Na artikel 28bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij |
Art. 8.Na artikel 28bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij |
ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt een artikel 28ter | ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt een artikel 28ter |
ingevoegd, luidende : | ingevoegd, luidende : |
« Sectie 6ter : Deel E3 : financiering van een referentiepersoon | « Sectie 6ter : Deel E3 : financiering van een referentiepersoon |
dementie | dementie |
Art. 28ter.§ 1. De tegemoetkoming per dag huisvesting en per |
Art. 28ter.§ 1. De tegemoetkoming per dag huisvesting en per |
rechthebbende voor de referentiepersoon dementie bedraagt : | rechthebbende voor de referentiepersoon dementie bedraagt : |
[(0,5 x de jaarlijkse loonkost van de referentiepersoon)/totaal aantal | [(0,5 x de jaarlijkse loonkost van de referentiepersoon)/totaal aantal |
rechthebbenden]/365. | rechthebbenden]/365. |
§ 2. Om in aanmerking te komen voor deze financiering moet de | § 2. Om in aanmerking te komen voor deze financiering moet de |
instelling aan de volgende voorwaarden voldoen : | instelling aan de volgende voorwaarden voldoen : |
1° gedurende de referentieperiode minstens gemiddeld 25 patiënten in | 1° gedurende de referentieperiode minstens gemiddeld 25 patiënten in |
de categorie Cd huisvesten; | de categorie Cd huisvesten; |
2° aan de Dienst de nodige stukken overmaken die aantonen dat een | 2° aan de Dienst de nodige stukken overmaken die aantonen dat een |
personeelslid voor minstens 0,5 VTE is aangesteld als | personeelslid voor minstens 0,5 VTE is aangesteld als |
referentiepersoon dementie. | referentiepersoon dementie. |
§ 3. De functie van referentiepersoon dementie kan als volgt | § 3. De functie van referentiepersoon dementie kan als volgt |
omschreven worden : | omschreven worden : |
1° als raadgever optreden in verband met en advies geven over vragen | 1° als raadgever optreden in verband met en advies geven over vragen |
in verband met de omkadering van en de verzorging die gegeven wordt | in verband met de omkadering van en de verzorging die gegeven wordt |
aan personen die lijden aan dementie en hun omgeving; | aan personen die lijden aan dementie en hun omgeving; |
2° zich informeren over de wetgeving in verband met dementie; | 2° zich informeren over de wetgeving in verband met dementie; |
3° de directie bijstaan bij de vorming van het personeel in verband | 3° de directie bijstaan bij de vorming van het personeel in verband |
met dementie en voorstellen formuleren over externe deskundigen die | met dementie en voorstellen formuleren over externe deskundigen die |
delen van deze opleidingen kunnen geven; | delen van deze opleidingen kunnen geven; |
4° het personeel bewust maken van tekenen van beginnende dementie. Op | 4° het personeel bewust maken van tekenen van beginnende dementie. Op |
basis hiervan in samenspraak met de hoofdverpleegkundige de | basis hiervan in samenspraak met de hoofdverpleegkundige de |
behandelende arts en/of de raadgevend en coördinerend arts hiervan op | behandelende arts en/of de raadgevend en coördinerend arts hiervan op |
de hoogte brengen; | de hoogte brengen; |
5° het personeel en de omgeving van personen met dementie stimuleren | 5° het personeel en de omgeving van personen met dementie stimuleren |
om over de problematiek van dementie na te denken en om een aanpak en | om over de problematiek van dementie na te denken en om een aanpak en |
een houding te ontwikkelen die het welzijn van deze personen kan | een houding te ontwikkelen die het welzijn van deze personen kan |
verbeteren; | verbeteren; |
6° meewerken aan het ontwikkelen van een kwaliteitspolitiek | 6° meewerken aan het ontwikkelen van een kwaliteitspolitiek |
(procedures, multidisciplinair overleg, enz.) in verband met de | (procedures, multidisciplinair overleg, enz.) in verband met de |
omkadering van en de zorg voor personen met dementie; | omkadering van en de zorg voor personen met dementie; |
7° pleiten voor het oprichten van een netwerk met daarin alle | 7° pleiten voor het oprichten van een netwerk met daarin alle |
belangrijke partners : het expertisecentrum dementie, het geriatrisch | belangrijke partners : het expertisecentrum dementie, het geriatrisch |
dagziekenhuis waarmee er een functionele band moet gecreëerd worden, | dagziekenhuis waarmee er een functionele band moet gecreëerd worden, |
de coördinerend en raadgevend arts, andere referentiepersonen in | de coördinerend en raadgevend arts, andere referentiepersonen in |
verband met dementie; | verband met dementie; |
8° instaan voor een verbindingsfunctie tussen dit netwerk en de | 8° instaan voor een verbindingsfunctie tussen dit netwerk en de |
coördinerend en raadgevend arts; | coördinerend en raadgevend arts; |
9° het personeel en de directie stimuleren om te blijven zoeken naar | 9° het personeel en de directie stimuleren om te blijven zoeken naar |
middelen die de levenskwaliteit van personen met dementie kunnen | middelen die de levenskwaliteit van personen met dementie kunnen |
verbeteren; | verbeteren; |
10° aan de directie voorstellen doen in verband met de verbetering van | 10° aan de directie voorstellen doen in verband met de verbetering van |
de levenskwaliteit van het personeel dat personen met dementie | de levenskwaliteit van het personeel dat personen met dementie |
verzorgt of bijstaat en dit binnen de ganse organisatie en onder | verzorgt of bijstaat en dit binnen de ganse organisatie en onder |
toezicht van externe deskundigen. | toezicht van externe deskundigen. |
§ 4. Komen in aanmerking om de functie van referentiepersoon dementie | § 4. Komen in aanmerking om de functie van referentiepersoon dementie |
uit te voeren, die personeelsleden die houder zijn van een diploma van | uit te voeren, die personeelsleden die houder zijn van een diploma van |
verpleegkundige of van een van de diploma's vermeld in artikel 4, § 2, | verpleegkundige of van een van de diploma's vermeld in artikel 4, § 2, |
en die : | en die : |
1° gedurende een overgangsperiode die loopt van 1 januari 2005 tot 30 | 1° gedurende een overgangsperiode die loopt van 1 januari 2005 tot 30 |
juni 2012 een relevante vorming van minstens 30 uren gevolgd hebben of | juni 2012 een relevante vorming van minstens 30 uren gevolgd hebben of |
gedurende 24 maanden relevante beroepservaring hebben opgedaan; | gedurende 24 maanden relevante beroepservaring hebben opgedaan; |
2° vanaf 1 juli 2012 een opleiding gevolgd hebben van minstens 60 uren | 2° vanaf 1 juli 2012 een opleiding gevolgd hebben van minstens 60 uren |
die de volgende onderwerpen behandeld : | die de volgende onderwerpen behandeld : |
a) de medische aspecten van dementie; | a) de medische aspecten van dementie; |
b) de psychosociale aspecten van dementie; | b) de psychosociale aspecten van dementie; |
c) de ethisch-deontologische aspecten van dementie; | c) de ethisch-deontologische aspecten van dementie; |
d) de juridische aspecten van dementie; | d) de juridische aspecten van dementie; |
e) organisatie van de zorg; | e) organisatie van de zorg; |
f) communicatie. | f) communicatie. |
§ 5. De minimumvereisten voor de opleiding bedoeld in § 4, 2°, worden | § 5. De minimumvereisten voor de opleiding bedoeld in § 4, 2°, worden |
via omzendbrief bekend gemaakt aan de instellingen door de Dienst. | via omzendbrief bekend gemaakt aan de instellingen door de Dienst. |
§ 6. Het programma van de opleidingen bedoeld in § 4, 2°, worden | § 6. Het programma van de opleidingen bedoeld in § 4, 2°, worden |
aangemeld bij de Dienst, die ze voorlegt aan de Overeenkomstcommissie | aangemeld bij de Dienst, die ze voorlegt aan de Overeenkomstcommissie |
tussen de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden, | tussen de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden, |
de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen, die | de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen, die |
nagaat of ze voldoen aan de minimumvereisten bedoeld in § 5. Na | nagaat of ze voldoen aan de minimumvereisten bedoeld in § 5. Na |
goedkeuring van deze opleidingsprogramma's zal de Dienst de lijst | goedkeuring van deze opleidingsprogramma's zal de Dienst de lijst |
ervan bekend maken. » | ervan bekend maken. » |
Art. 9.Artikel 29ter, § 2, tweede lid van hetzelfde besluit, |
Art. 9.Artikel 29ter, § 2, tweede lid van hetzelfde besluit, |
ingevoegd bij ministerieel besluit van 10 maart 2008, worden de | ingevoegd bij ministerieel besluit van 10 maart 2008, worden de |
volgende wijzigingen aangebracht : | volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « al » ingevoegd tussen de | 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « al » ingevoegd tussen de |
woorden « de sensibilisering van » en de woorden « het personeel op | woorden « de sensibilisering van » en de woorden « het personeel op |
het vlak van »; | het vlak van »; |
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « ofwel voor al hun | 2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « ofwel voor al hun |
personeel, ofwel voor sommige personeelsleden. » vervangen door de | personeel, ofwel voor sommige personeelsleden. » vervangen door de |
woorden « bij voorkeur voor al hun personeel, maar minstens voor het | woorden « bij voorkeur voor al hun personeel, maar minstens voor het |
zorgpersoneel ». | zorgpersoneel ». |
Art. 10.In artikel 33, 1°, f), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij |
Art. 10.In artikel 33, 1°, f), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij |
ministeriële besluiten van 10 maart 2008 en 10 december 2009, worden | ministeriële besluiten van 10 maart 2008 en 10 december 2009, worden |
de woorden « 31 maart 2007, 31 maart 2008 of 31 maart 2009 » vervangen | de woorden « 31 maart 2007, 31 maart 2008 of 31 maart 2009 » vervangen |
door de woorden « 31 maart van de referentieperiode ». | door de woorden « 31 maart van de referentieperiode ». |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2010 met uitzondering |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2010 met uitzondering |
van artikelen 5, 6 en 9, die in werking treden op 1 september 2010. | van artikelen 5, 6 en 9, die in werking treden op 1 september 2010. |
Brussel, 4 mei 2010. | Brussel, 4 mei 2010. |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met |
Maatschappelijke Integratie, | Maatschappelijke Integratie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |