← Terug naar "Ministerieel besluit houdende aanwijzing van de ambtenaar belast met de vestiging en de invordering van de onroerende voorheffing "
| Ministerieel besluit houdende aanwijzing van de ambtenaar belast met de vestiging en de invordering van de onroerende voorheffing | Ministerieel besluit houdende aanwijzing van de ambtenaar belast met de vestiging en de invordering van de onroerende voorheffing |
|---|---|
| MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
| 1 DECEMBER 2000. - Ministerieel besluit houdende aanwijzing van de | 1 DECEMBER 2000. - Ministerieel besluit houdende aanwijzing van de |
| ambtenaar belast met de vestiging en de invordering van de onroerende | ambtenaar belast met de vestiging en de invordering van de onroerende |
| voorheffing | voorheffing |
| De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en | De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en |
| Europese Aangelegenheden, | Europese Aangelegenheden, |
| Gelet op het decreet van 9 juni 1998 houdende bepalingen tot wijziging | Gelet op het decreet van 9 juni 1998 houdende bepalingen tot wijziging |
| van het Wetboek van Inkomstenbelastingen voor wat betreft de | van het Wetboek van Inkomstenbelastingen voor wat betreft de |
| onroerende voorheffing, inzonderheid op artikel 2; | onroerende voorheffing, inzonderheid op artikel 2; |
| Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op | Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op |
| de artikelen 298, 335, 336, 355, 356, 366, 367, 374, 375, 376, 410, | de artikelen 298, 335, 336, 355, 356, 366, 367, 374, 375, 376, 410, |
| 417, 420, 445, 447 en 461, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 juni | 417, 420, 445, 447 en 461, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 juni |
| 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de | 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de |
| begroting 2000; | begroting 2000; |
| Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot |
| bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, | bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, |
| zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid de artikelen 4, eerste lid, | zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid de artikelen 4, eerste lid, |
| 2°, 15, § 1, 1° en 18, | 2°, 15, § 1, 1° en 18, |
| Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Inzake de vestiging en de invordering van de onroerende |
Artikel 1.Inzake de vestiging en de invordering van de onroerende |
| voorheffing in het Vlaamse Gewest wordt de directeur-generaal van de | voorheffing in het Vlaamse Gewest wordt de directeur-generaal van de |
| administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van | administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van |
| het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap aangewezen als gemachtigde | het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap aangewezen als gemachtigde |
| ambtenaar zoals bedoeld in de artikelen 298, 335, 336, 355, 356, 366, | ambtenaar zoals bedoeld in de artikelen 298, 335, 336, 355, 356, 366, |
| 367, 374, 375, 376, 410, 417, 420, 445, 447 en 461 van het Wetboek van | 367, 374, 375, 376, 410, 417, 420, 445, 447 en 461 van het Wetboek van |
| Inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 juni | Inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 juni |
| 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de | 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de |
| begroting 2000. | begroting 2000. |
Art. 2.De directeur-generaal kan de in artikel 1 bedoelde machtiging |
Art. 2.De directeur-generaal kan de in artikel 1 bedoelde machtiging |
| delegeren aan ambtenaren van de administratie Budgettering, Accounting | delegeren aan ambtenaren van de administratie Budgettering, Accounting |
| en Financieel Management van het ministerie van de Vlaamse | en Financieel Management van het ministerie van de Vlaamse |
| Gemeenschap, met uitzondering van de machtiging verleend voor de | Gemeenschap, met uitzondering van de machtiging verleend voor de |
| toepassing van de artikelen 366, 410 en 420 van het Wetboek van | toepassing van de artikelen 366, 410 en 420 van het Wetboek van |
| Inkomstenbelastingen, mits hij hiervan vooraf kennis geeft aan de | Inkomstenbelastingen, mits hij hiervan vooraf kennis geeft aan de |
| Vlaamse minister bevoegd voor de financiën. | Vlaamse minister bevoegd voor de financiën. |
Art. 3.Het ministerieel besluit van 18 mei 1999 houdende aanwijzing |
Art. 3.Het ministerieel besluit van 18 mei 1999 houdende aanwijzing |
| van ambtenaren belast met de vestiging en invordering van de | van ambtenaren belast met de vestiging en invordering van de |
| onroerende voorheffing wordt opgeheven. | onroerende voorheffing wordt opgeheven. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2000. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2000. |
| Brussel, 1 december 2000. | Brussel, 1 december 2000. |
| De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en | De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en |
| Europese Aangelegenheden, | Europese Aangelegenheden, |
| P. DEWAEL | P. DEWAEL |