Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Waalse Regering van 24/01/2019
← Terug naar "Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten die door de directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de financieel directeurs in een gemeente, in de openbare en privé-sector werden verricht "
Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten die door de directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de financieel directeurs in een gemeente, in de openbare en privé-sector werden verricht Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten die door de directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de financieel directeurs in een gemeente, in de openbare en privé-sector werden verricht
WAALSE OVERHEIDSDIENST WAALSE OVERHEIDSDIENST
24 JANUARI 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van 24 JANUARI 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van
de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten
die door de directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de die door de directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de
financieel directeurs in een gemeente, in de openbare en privé-sector financieel directeurs in een gemeente, in de openbare en privé-sector
werden verricht werden verricht
De Waalse Regering, De Waalse Regering,
Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en de Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en de
decentralisatie, de artikelen L1124-9, eerste lid, gewijzigd bij de decentralisatie, de artikelen L1124-9, eerste lid, gewijzigd bij de
decreten van 18 april 2013 en 19 juli 2018 en L1124-35, derde lid, decreten van 18 april 2013 en 19 juli 2018 en L1124-35, derde lid,
gewijzigd bij het decreet van 18 april 2013; gewijzigd bij het decreet van 18 april 2013;
Gelet op het verslag van 13 juni 2018, opgesteld overeenkomstig Gelet op het verslag van 13 juni 2018, opgesteld overeenkomstig
artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering
van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties
die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie
van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
Gelet op het onderhandelingsprotocol van 13 juli 2018 van het Waals Gelet op het onderhandelingsprotocol van 13 juli 2018 van het Waals
Comité C van de plaatselijke en provinciale openbare diensten; Comité C van de plaatselijke en provinciale openbare diensten;
Gelet op het advies van de "Union des villes et communes de Wallonie" Gelet op het advies van de "Union des villes et communes de Wallonie"
(Unie van de Waalse steden en gemeenten), gegeven op 11 september (Unie van de Waalse steden en gemeenten), gegeven op 11 september
2018; 2018;
Gelet op het verzoek om advies binnen een termijn van 30 dagen, Gelet op het verzoek om advies binnen een termijn van 30 dagen,
gericht aan de Raad van State op 26 november 2018, overeenkomstig gericht aan de Raad van State op 26 november 2018, overeenkomstig
artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973; gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn; Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn;
Op de voordracht van de Minister van de Plaatselijke Besturen; Op de voordracht van de Minister van de Plaatselijke Besturen;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de

Artikel 1.Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de

directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de financieel directeurs-generaal, de adjunct-directeurs-generaal en de financieel
directeurs in een gemeente, worden de verrichte prestaties in de directeurs in een gemeente, worden de verrichte prestaties in de
volgende overheidsdiensten in aanmerking genomen : volgende overheidsdiensten in aanmerking genomen :
1° de diensten van de Europese Unie, van een Lidstaat van de Europese 1° de diensten van de Europese Unie, van een Lidstaat van de Europese
Unie, van Afrika, van de agglomeraties van gemeenten, van de Unie, van Afrika, van de agglomeraties van gemeenten, van de
federaties van gemeenten, van de verenigingen van gemeenten, federaties van gemeenten, van de verenigingen van gemeenten,
intercommunale diensten en inrichtingen van maatschappelijk welzijn, intercommunale diensten en inrichtingen van maatschappelijk welzijn,
van de commissies van openbare onderstand, van de openbare centra voor van de commissies van openbare onderstand, van de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn, van de openbare kassen van lening of van maatschappelijk welzijn, van de openbare kassen van lening of van
andere overheidsdiensten, hetzij als beroepsmilitair, hetzij als andere overheidsdiensten, hetzij als beroepsmilitair, hetzij als
bezoldigd ambt met volledige of onvolledige prestaties; bezoldigd ambt met volledige of onvolledige prestaties;
2°de gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, als titularis is van 2°de gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, als titularis is van
een ambt met volledige prestaties of met onvolledige prestaties die een ambt met volledige prestaties of met onvolledige prestaties die
door middel van een weddentoelage wordt bezoldigd; door middel van een weddentoelage wordt bezoldigd;
3° de gesubsidieerde diensten van school- en beroepsoriëntering en de 3° de gesubsidieerde diensten van school- en beroepsoriëntering en de
psycho-medisch-sociale centra, als titularis is van een ambt met psycho-medisch-sociale centra, als titularis is van een ambt met
volledige prestaties of met onvolledige prestaties die door middel van volledige prestaties of met onvolledige prestaties die door middel van
een weddentoelage wordt bezoldigd. een weddentoelage wordt bezoldigd.

Art. 2.Voor de toepassing van artikel 1, wordt verstaan onder :

Art. 2.Voor de toepassing van artikel 1, wordt verstaan onder :

1° de dienst van de Europese Unie, van één Lidstaat van de Europese 1° de dienst van de Europese Unie, van één Lidstaat van de Europese
Unie; elke niet over rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die Unie; elke niet over rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die
afhangt van de wetgevende, uitvoerende of rechterlijke macht; afhangt van de wetgevende, uitvoerende of rechterlijke macht;
2° de dienst van Afrika: elke niet over rechtspersoonlijkheid 2° de dienst van Afrika: elke niet over rechtspersoonlijkheid
beschikkende dienst die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo beschikkende dienst die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo
of van het gouvernement van Ruanda-Urundi; of van het gouvernement van Ruanda-Urundi;
3° de andere overheidsdiensten; 3° de andere overheidsdiensten;
elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteert onder de elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteert onder de
uitvoerende macht; uitvoerende macht;
b) elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteerde onder het b) elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteerde onder het
gouvernement van Belgisch-Kongo of onder het gouvernement van gouvernement van Belgisch-Kongo of onder het gouvernement van
Ruanda-Urundi; Ruanda-Urundi;
c) elke dienst die ressorteert onder een vereniging van gemeenten, een c) elke dienst die ressorteert onder een vereniging van gemeenten, een
openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een agglomeratie of die openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een agglomeratie of die
onder een federatie van gemeenten ressorteerde, alsook elke dienst die onder een federatie van gemeenten ressorteerde, alsook elke dienst die
onder een inrichting ondergeschikt aan een provincie of een gemeente onder een inrichting ondergeschikt aan een provincie of een gemeente
ressorteert; ressorteert;
d) elke andere instelling naar Belgisch recht, die voldoet aan d) elke andere instelling naar Belgisch recht, die voldoet aan
collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan
welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid
klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere
instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde
voorwaarden; voorwaarden;
4° beroepsmilitairs; 4° beroepsmilitairs;
de beroepsofficieren, de aanvullingsofficieren en de hulpofficieren; de beroepsofficieren, de aanvullingsofficieren en de hulpofficieren;
b) de reserveofficieren die vrijwillige prestaties verrichten met b) de reserveofficieren die vrijwillige prestaties verrichten met
uitsluiting van legeroefeningen; uitsluiting van legeroefeningen;
c) de beroepsonderofficieren, de tijdelijke onderofficieren en de c) de beroepsonderofficieren, de tijdelijke onderofficieren en de
aanvullingsonderofficieren; aanvullingsonderofficieren;
d) de militairen met een lagere graad dan die van officier, die dienen d) de militairen met een lagere graad dan die van officier, die dienen
op grond van een dienstneming of van een wederdienstneming; op grond van een dienstneming of van een wederdienstneming;
e) de aalmoezeniers van het actieve kader en de reserveaalmoezeniers e) de aalmoezeniers van het actieve kader en de reserveaalmoezeniers
die in vredestijd in dienst worden gehouden om het tijdelijk kader van die in vredestijd in dienst worden gehouden om het tijdelijk kader van
de aalmoezeniersdienst te vormen; de aalmoezeniersdienst te vormen;
5° de volledige prestaties: de arbeidsprestaties waarvan de 5° de volledige prestaties: de arbeidsprestaties waarvan de
uurregeling een normale beroepsactiviteit volledig in beslag neemt. uurregeling een normale beroepsactiviteit volledig in beslag neemt.

Art. 3.De berekening van de geldelijke anciënniteit verworven in de

Art. 3.De berekening van de geldelijke anciënniteit verworven in de

diensten bedoeld in artikel 1 wordt vastgesteld met inachtneming van diensten bedoeld in artikel 1 wordt vastgesteld met inachtneming van
de volgende beginselen : de volgende beginselen :
1° de diensten die in een ambt met volledige prestaties werden 1° de diensten die in een ambt met volledige prestaties werden
verricht, mogen voor 100 pct. worden medegerekend; verricht, mogen voor 100 pct. worden medegerekend;
2° de diensten die in een ambt met onvolledige prestaties werden 2° de diensten die in een ambt met onvolledige prestaties werden
verricht, kunnen worden medegerekend naar rata van het aantal jaren verricht, kunnen worden medegerekend naar rata van het aantal jaren
dat zij zouden vertegenwoordigen indien zij zouden zijn verricht in dat zij zouden vertegenwoordigen indien zij zouden zijn verricht in
een ambt met volledige prestaties, vermenigvuldigd met een breuk een ambt met volledige prestaties, vermenigvuldigd met een breuk
waarvan de teller het werkelijk aantal wekelijkse arbeidsprestaties is waarvan de teller het werkelijk aantal wekelijkse arbeidsprestaties is
en de noemer het aantal wekelijkse arbeidsprestaties, welke met en de noemer het aantal wekelijkse arbeidsprestaties, welke met
volledige arbeidsprestaties overeenkomen; volledige arbeidsprestaties overeenkomen;
3° de diensten worden berekend per kalendermaand; die diensten welke 3° de diensten worden berekend per kalendermaand; die diensten welke
geen volle maand bestrijken, worden niet medegeteld; geen volle maand bestrijken, worden niet medegeteld;
4° De duur van de diensten die in twee of meer gelijktijdig 4° De duur van de diensten die in twee of meer gelijktijdig
uitgeoefende ambten werden verricht, mag nooit de duur overschrijden uitgeoefende ambten werden verricht, mag nooit de duur overschrijden
van de diensten die tijdens dezelfde periode in een zelfde ambt met van de diensten die tijdens dezelfde periode in een zelfde ambt met
volledige arbeidsprestaties zouden zijn verricht. volledige arbeidsprestaties zouden zijn verricht.

Art. 4.De dienstverleningen verricht in de privé-sector of de

Art. 4.De dienstverleningen verricht in de privé-sector of de

perioden van activiteit als zelfstandige komen ook in aanmerking voor perioden van activiteit als zelfstandige komen ook in aanmerking voor
de berekening van de geldelijke anciënniteit ten belope van maximum 10 de berekening van de geldelijke anciënniteit ten belope van maximum 10
jaar op voorwaarde dat die jaren voor het ambt nuttig zijn. jaar op voorwaarde dat die jaren voor het ambt nuttig zijn.
Deze bepaling is van toepassing op de aanwervingen van directeurs die Deze bepaling is van toepassing op de aanwervingen van directeurs die
na de inwerking van dit besluit zijn uitgevoerd. na de inwerking van dit besluit zijn uitgevoerd.

Art. 5.Het koninklijk besluit van 29 maart 1995 tot vaststelling van

Art. 5.Het koninklijk besluit van 29 maart 1995 tot vaststelling van

de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten de regels betreffende de geldelijke valorisatie van vroegere diensten
die in de overheidssector door de gemeentesecretarissen en de die in de overheidssector door de gemeentesecretarissen en de
gemeenteontvangers werden verricht, wordt opgeheven. gemeenteontvangers werden verricht, wordt opgeheven.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand

volgend op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat volgend op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat
op de eerste dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch op de eerste dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch
Staatsblad. Staatsblad.

Art. 7.De Minister van de Plaatselijke Besturen is belast met de

Art. 7.De Minister van de Plaatselijke Besturen is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Namen, 24 januari 2019. Namen, 24 januari 2019.
Voor de Regering : Voor de Regering :
De Minister-President, De Minister-President,
W. BORSUS W. BORSUS
De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en
Sportinfrastucturen, Sportinfrastucturen,
V. DE BUE V. DE BUE
^