Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 74 betreffende de toekenning van een investeringspremie voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 | Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 74 betreffende de toekenning van een investeringspremie voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 |
---|---|
WAALSE OVERHEIDSDIENST | WAALSE OVERHEIDSDIENST |
22 DECEMBER 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere | 22 DECEMBER 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere |
machten nr. 74 betreffende de toekenning van een investeringspremie | machten nr. 74 betreffende de toekenning van een investeringspremie |
voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 | voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op het decreet van 29 oktober 2020 tot toekenning van bijzondere | Gelet op het decreet van 29 oktober 2020 tot toekenning van bijzondere |
machten aan de Waalse Regering om te reageren op de tweede golf van de | machten aan de Waalse Regering om te reageren op de tweede golf van de |
gezondheidscrisis door Covid-19, artikel 1, § 1; | gezondheidscrisis door Covid-19, artikel 1, § 1; |
Gelet op het verslag van 3 december 2020 opgesteld overeenkomstig | Gelet op het verslag van 3 december 2020 opgesteld overeenkomstig |
artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering | artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering |
van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties | van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties |
die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie | die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie |
van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; | van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 |
december 2020; | december 2020; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 10 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 10 |
december 2020; | december 2020; |
Gelet op advies nr. 68.470/2 van de Raad van State, gegeven op 17 | Gelet op advies nr. 68.470/2 van de Raad van State, gegeven op 17 |
december 2020, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de | december 2020, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Gelet op de mededeling van de Commissie in verband met de tijdelijke | Gelet op de mededeling van de Commissie in verband met de tijdelijke |
omkadering van de staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de | omkadering van de staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de |
economie in de actuele context van de wijd verspreide COVID-19 | economie in de actuele context van de wijd verspreide COVID-19 |
epidemie, afdeling 3.8; | epidemie, afdeling 3.8; |
Gelet op artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de | Gelet op artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de |
Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel huldigt in het kader van het | Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel huldigt in het kader van het |
beheer van een internationale gezondheidscrisis en de actieve | beheer van een internationale gezondheidscrisis en de actieve |
voorbereiding op de potentialiteit van deze crisis; dat dit beginsel | voorbereiding op de potentialiteit van deze crisis; dat dit beginsel |
inhoudt dat het, wanneer een ernstig risico zich allerwaarschijnlijkst | inhoudt dat het, wanneer een ernstig risico zich allerwaarschijnlijkst |
voor kan doen, de publieke overheden toekomt, dringende en tijdelijke | voor kan doen, de publieke overheden toekomt, dringende en tijdelijke |
maatregelen aan te nemen; | maatregelen aan te nemen; |
Gelet op de het bestaan van een tweede golf van het coronavirus | Gelet op de het bestaan van een tweede golf van het coronavirus |
COVID-19 op Europees grondgebied en in België; | COVID-19 op Europees grondgebied en in België; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid en het gezondheidsrisico dat | Gelet op de dringende noodzakelijkheid en het gezondheidsrisico dat |
het coronavirus COVID-19 voor de Belgische bevolking inhoudt; | het coronavirus COVID-19 voor de Belgische bevolking inhoudt; |
Overwegende dat het, om de verspreiding van het virus te vertragen en | Overwegende dat het, om de verspreiding van het virus te vertragen en |
te beperken, nodig is onmiddellijk de in overweging genomen | te beperken, nodig is onmiddellijk de in overweging genomen |
maatregelen te bevelen, welke onontbeerlijk blijken op vlak van | maatregelen te bevelen, welke onontbeerlijk blijken op vlak van |
volksgezondheid; | volksgezondheid; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, ingegeven door het feit dat de | Gelet op de dringende noodzakelijkheid, ingegeven door het feit dat de |
sanitaire crisis COVID-19 de gezondheid en het leven van de Waalse | sanitaire crisis COVID-19 de gezondheid en het leven van de Waalse |
bevolking hard treft; | bevolking hard treft; |
Overwegende dat het nodig is zo spoedig mogelijk oplossingen te vinden | Overwegende dat het nodig is zo spoedig mogelijk oplossingen te vinden |
om de beheersing van de gezondheidscrisis COVID-19 te handhaven, met | om de beheersing van de gezondheidscrisis COVID-19 te handhaven, met |
name via de vervaardiging van de producten waarmee het opflakkeren van | name via de vervaardiging van de producten waarmee het opflakkeren van |
de epidemie kan worden bestreden; | de epidemie kan worden bestreden; |
Overwegende dat rekening is gehouden met het gemeenschappelijk doel | Overwegende dat rekening is gehouden met het gemeenschappelijk doel |
nagestreefd door huidige regeling en het positief effect ervan op de | nagestreefd door huidige regeling en het positief effect ervan op de |
bestrijding van de sanitaire noodtoestand te wijten aan COVID-19; | bestrijding van de sanitaire noodtoestand te wijten aan COVID-19; |
Overwegende dat het belangrijk is de ondernemingen, die bij machte | Overwegende dat het belangrijk is de ondernemingen, die bij machte |
zijn zulke producten te vervaardigen, financieel bij te staan om ze | zijn zulke producten te vervaardigen, financieel bij te staan om ze |
van de middelen te voorzien om zo snel mogelijk te kunnen reageren; | van de middelen te voorzien om zo snel mogelijk te kunnen reageren; |
Dat de investeringspremie daarom zo snel mogelijk moet kunnen | Dat de investeringspremie daarom zo snel mogelijk moet kunnen |
uitgekeerd worden, en de dringende noodzakelijkheid dus verantwoord | uitgekeerd worden, en de dringende noodzakelijkheid dus verantwoord |
is; | is; |
Op de voordracht van de Minister van Economie; | Op de voordracht van de Minister van Economie; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° onderneming : de micro-onderneming, de kleine of middelgrote | 1° onderneming : de micro-onderneming, de kleine of middelgrote |
onderneming en de onderneming die niet overeenstemt met de | onderneming en de onderneming die niet overeenstemt met de |
personeelsaantallen en financiële bedragen uit de begripsomschrijving | personeelsaantallen en financiële bedragen uit de begripsomschrijving |
micro-onderneming, kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in de | micro-onderneming, kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in de |
artikelen 2 en 3 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van | artikelen 2 en 3 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van |
de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op | de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op |
grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt | grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt |
verenigbaar worden verklaard, uitgezonderd de publiekrechtelijke | verenigbaar worden verklaard, uitgezonderd de publiekrechtelijke |
rechtspersonen en de verenigingen zonder winstgevend doel; | rechtspersonen en de verenigingen zonder winstgevend doel; |
2° Minister : de Minister bevoegd voor Economie en kmo's; | 2° Minister : de Minister bevoegd voor Economie en kmo's; |
3° de Administratie : de "Service public de Wallonie Economie, Emploi | 3° de Administratie : de "Service public de Wallonie Economie, Emploi |
et Recherche" (de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en | et Recherche" (de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en |
Onderzoek). | Onderzoek). |
Art. 2.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de |
Art. 2.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de |
Minister of de daartoe afgevaardigde ambtenaar tot en met 30 juni 2021 | Minister of de daartoe afgevaardigde ambtenaar tot en met 30 juni 2021 |
uiterlijk, volgens de door hem bepaalde nadere regels, een | uiterlijk, volgens de door hem bepaalde nadere regels, een |
investeringspremie toekennen voor de vervaardiging van producten in | investeringspremie toekennen voor de vervaardiging van producten in |
verband met COVID-19, aan de onderneming die : | verband met COVID-19, aan de onderneming die : |
1° die in het Waalse Gewest eigenaar is van een vestigingseenheid als | 1° die in het Waalse Gewest eigenaar is van een vestigingseenheid als |
bedoeld in artikel I.2., 16°, van Boek I van het Wetboek van | bedoeld in artikel I.2., 16°, van Boek I van het Wetboek van |
economisch recht; | economisch recht; |
2° er een investering verricht, bestaande uit de vervaardiging van | 2° er een investering verricht, bestaande uit de vervaardiging van |
producten in verband met COVID-19; | producten in verband met COVID-19; |
3° een eerste dwingende rechtsverbintenis of enige andere verbintenis | 3° een eerste dwingende rechtsverbintenis of enige andere verbintenis |
heeft verricht die de investering onomkeerbaar maakt afhankelijk van | heeft verricht die de investering onomkeerbaar maakt afhankelijk van |
de gebeurtenis die zich het eerst voordoet met betrekking tot de | de gebeurtenis die zich het eerst voordoet met betrekking tot de |
investering bedoeld in 2°, te rekenen van 1 februari 2020; | investering bedoeld in 2°, te rekenen van 1 februari 2020; |
4° geen onderneming in moeilijkheden is op 31 december 2019 in de zin | 4° geen onderneming in moeilijkheden is op 31 december 2019 in de zin |
van artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de | van artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de |
Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond | Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond |
van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt | van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt |
verenigbaar worden verklaard; | verenigbaar worden verklaard; |
5° niet in faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel | 5° niet in faillissement, ontbinding of vrijwillige dan wel |
gerechtelijke vereffening verkeert; | gerechtelijke vereffening verkeert; |
6° een investering als bedoeld in 2° van minstens 50.000 euro | 6° een investering als bedoeld in 2° van minstens 50.000 euro |
uitvoert; | uitvoert; |
7° zijn werkgelegenheid berekend op het jaar 2019 op hetzelfde niveau | 7° zijn werkgelegenheid berekend op het jaar 2019 op hetzelfde niveau |
aanhoudt in de jaren 2020 en 2021; | aanhoudt in de jaren 2020 en 2021; |
8° in orde is met de wettelijke bepalingen over de uitoefening van hun | 8° in orde is met de wettelijke bepalingen over de uitoefening van hun |
activiteit en met de wetgeving en reglementering inzake fiscaal recht, | activiteit en met de wetgeving en reglementering inzake fiscaal recht, |
sociaal recht en milieurecht. | sociaal recht en milieurecht. |
De producten in verband met COVID-19, als bedoeld in lid 1, 2°, zijn | De producten in verband met COVID-19, als bedoeld in lid 1, 2°, zijn |
effectieve geneesmiddelen, vaccins en medische behandelingen, de | effectieve geneesmiddelen, vaccins en medische behandelingen, de |
tussenproducten ervan, de werkzame farmaceutische stoffen en de | tussenproducten ervan, de werkzame farmaceutische stoffen en de |
grondstoffen, alsmede de diagnosemiddelen. | grondstoffen, alsmede de diagnosemiddelen. |
De afgevaardigd ambtenaar, bedoeld in lid 1, is houder van volgende | De afgevaardigd ambtenaar, bedoeld in lid 1, is houder van volgende |
ambten in het Departement Investeringen om de beslissingen te nemen | ambten in het Departement Investeringen om de beslissingen te nemen |
inzake toekenning, weigering en vereffening van de investeringspremies | inzake toekenning, weigering en vereffening van de investeringspremies |
voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19, ter | voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19, ter |
hoogte van bedragen als volgt : | hoogte van bedragen als volgt : |
1° directeur-generaal : 1.500.000 euro; | 1° directeur-generaal : 1.500.000 euro; |
2° inspecteur-generaal : 1.000.000 euro; | 2° inspecteur-generaal : 1.000.000 euro; |
3° directeur : 700.000 euro. | 3° directeur : 700.000 euro. |
De bedragen als bedoeld in lid 3 dienen te worden verstaan als | De bedragen als bedoeld in lid 3 dienen te worden verstaan als |
toelaatbare investeringskosten bij toekenning of vereffening van een | toelaatbare investeringskosten bij toekenning of vereffening van een |
investeringspremie voor de vervaardiging van producten in verband met | investeringspremie voor de vervaardiging van producten in verband met |
COVID-19, als bedoeld in lid 2. | COVID-19, als bedoeld in lid 2. |
De Minister kan de lijst producten in verband met COVID-19, als | De Minister kan de lijst producten in verband met COVID-19, als |
bedoeld in lid 2, nader bepalen. | bedoeld in lid 2, nader bepalen. |
Art. 3.De investeringspremie voor de vervaardiging van producten in |
Art. 3.De investeringspremie voor de vervaardiging van producten in |
verband met COVID-19 stemt overeen met 50% van de toelaatbare | verband met COVID-19 stemt overeen met 50% van de toelaatbare |
investeringskosten in verband met de vervaardiging van producten in | investeringskosten in verband met de vervaardiging van producten in |
verband met COVID-19, als bedoeld in artikel 2, lid 2. | verband met COVID-19, als bedoeld in artikel 2, lid 2. |
De investeringspremie als bedoeld in lid 1 is beperkt tot 1.500.000 | De investeringspremie als bedoeld in lid 1 is beperkt tot 1.500.000 |
euro per onderneming. | euro per onderneming. |
De in het eerste lid bedoelde investeringspremie voor de vervaardiging | De in het eerste lid bedoelde investeringspremie voor de vervaardiging |
van producten in verband met COVID-19 kan slechts eenmaal per | van producten in verband met COVID-19 kan slechts eenmaal per |
onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden | onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden |
toegekend, overeenkomstig boek III, Titel 2, hoofdstuk 1, van het | toegekend, overeenkomstig boek III, Titel 2, hoofdstuk 1, van het |
Wetboek van Economisch recht. | Wetboek van Economisch recht. |
De investeringspremie kan niet worden toegekend als er reeds andere | De investeringspremie kan niet worden toegekend als er reeds andere |
gewestelijke, federale of Europese steun is toegekend voor de kosten | gewestelijke, federale of Europese steun is toegekend voor de kosten |
als bedoeld in artikel 4, lid 2. | als bedoeld in artikel 4, lid 2. |
Art. 4.§ 1. De toelaatbare investeringskosten als bedoeld in artikel |
Art. 4.§ 1. De toelaatbare investeringskosten als bedoeld in artikel |
3 dienen in de vaste activa te worden opgenomen en zijn noodzakelijk | 3 dienen in de vaste activa te worden opgenomen en zijn noodzakelijk |
voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 als | voor de vervaardiging van producten in verband met COVID-19 als |
bedoeld in artikel 2, lid 2. | bedoeld in artikel 2, lid 2. |
De als vaste activa opgenomen toelaatbare kosten zijn : | De als vaste activa opgenomen toelaatbare kosten zijn : |
1° het inrichten en uitrusten van gebouwen; | 1° het inrichten en uitrusten van gebouwen; |
2° nieuw, tweedehands of herverpakt materieel, en de bijkomende | 2° nieuw, tweedehands of herverpakt materieel, en de bijkomende |
desbetreffende kosten nodig voor de vervaardiging, daaronder | desbetreffende kosten nodig voor de vervaardiging, daaronder |
inbegrepen de opslag en het vervoer en het eventueel inpakken van de | inbegrepen de opslag en het vervoer en het eventueel inpakken van de |
producten vernoemd in artikel 2, lid 2, vervaardigd door de aanvrager; | producten vernoemd in artikel 2, lid 2, vervaardigd door de aanvrager; |
3° de kosten in verband met de inbedrijfsnameproeven van nieuwe | 3° de kosten in verband met de inbedrijfsnameproeven van nieuwe |
productie-installaties; | productie-installaties; |
4° de kosten in verband met de certificering van producten. | 4° de kosten in verband met de certificering van producten. |
§ 2. De investeringen zijn uitgesloten, verband houdend met: | § 2. De investeringen zijn uitgesloten, verband houdend met: |
1° de verpakkingen met statiegeld; | 1° de verpakkingen met statiegeld; |
2° het materieel, het meubilair of de onroerende goeden die voor | 2° het materieel, het meubilair of de onroerende goeden die voor |
verhuur bestemd zijn; | verhuur bestemd zijn; |
3° tweedehands of herverpakt materieel aangekocht door de onderneming | 3° tweedehands of herverpakt materieel aangekocht door de onderneming |
van een onderneming in de zin van artikel 3, § 3, van bijlage I bij | van een onderneming in de zin van artikel 3, § 3, van bijlage I bij |
Verordening (EU) nr 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij | Verordening (EU) nr 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij |
bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van | bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van |
het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. | het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. |
Art. 5.De investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2, dienen op |
Art. 5.De investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2, dienen op |
dwingende wijze afgewerkt te zijn binnen een termijn van zes maanden | dwingende wijze afgewerkt te zijn binnen een termijn van zes maanden |
te rekenen van de datum van toekenning van de investeringspremie. | te rekenen van de datum van toekenning van de investeringspremie. |
Behoudens als de achterstand te wijten is aan factoren buiten de wil | Behoudens als de achterstand te wijten is aan factoren buiten de wil |
van de onderneming om, is de onderneming, bij niet-inachtneming van de | van de onderneming om, is de onderneming, bij niet-inachtneming van de |
termijn van zes maanden, verplicht om per maand achterstand 25% van | termijn van zes maanden, verplicht om per maand achterstand 25% van |
het bedrag van de toegekende investeringspremie terug te storten. | het bedrag van de toegekende investeringspremie terug te storten. |
De investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2, worden als afgewerkt | De investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2, worden als afgewerkt |
beschouw bij de laatste uitgaande factuur uiterlijk zes maanden na de | beschouw bij de laatste uitgaande factuur uiterlijk zes maanden na de |
datum van toekenning van de investeringspremie. | datum van toekenning van de investeringspremie. |
Art. 6.Volgens de nadere regels, als bepaald door de Minister, dient |
Art. 6.Volgens de nadere regels, als bepaald door de Minister, dient |
de onderneming, uiterlijk tegen 30 april 2021, een dossier bij de | de onderneming, uiterlijk tegen 30 april 2021, een dossier bij de |
administratie in, gebaseerd op een type-formulier bepaald door de | administratie in, gebaseerd op een type-formulier bepaald door de |
Minister op voorstel van de administratie. | Minister op voorstel van de administratie. |
Bij de indiening van het dossier dient de onderneming een verklaring | Bij de indiening van het dossier dient de onderneming een verklaring |
op erewoord voor te leggen waaruit blijkt dat de onderneming in orde | op erewoord voor te leggen waaruit blijkt dat de onderneming in orde |
is met de wettelijke bepalingen over de uitoefening van haar | is met de wettelijke bepalingen over de uitoefening van haar |
activiteit en met de wetgeving en reglementering inzake fiscaal recht, | activiteit en met de wetgeving en reglementering inzake fiscaal recht, |
sociaal recht en milieurecht overeenkomstig artikel 2, lid 1, 8°. | sociaal recht en milieurecht overeenkomstig artikel 2, lid 1, 8°. |
De dossiers worden in de volgorde van hun indiening bij de | De dossiers worden in de volgorde van hun indiening bij de |
administratie behandeld en het bedrag van de investeringspremie wordt | administratie behandeld en het bedrag van de investeringspremie wordt |
overeenkomstig artikel 3 behandeld. | overeenkomstig artikel 3 behandeld. |
Art. 7.De onderneming dient uiterlijk drie maanden na de laatste |
Art. 7.De onderneming dient uiterlijk drie maanden na de laatste |
factuur als bedoeld in artikel 5, lid 3, een aanvraag in bij de | factuur als bedoeld in artikel 5, lid 3, een aanvraag in bij de |
administratie tot vereffening van de investeringspremie, omvattende | administratie tot vereffening van de investeringspremie, omvattende |
het bewijs van de verwezenlijking en de betaling van de volledige | het bewijs van de verwezenlijking en de betaling van de volledige |
investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2. | investeringen als bedoeld in artikel 2, lid 2. |
Art. 8.Onverminderd artikel 61, 5°, van het decreet van 15 december |
Art. 8.Onverminderd artikel 61, 5°, van het decreet van 15 december |
2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de | 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de |
verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt de | verslaggeving van de Waalse openbare bestuurseenheid wordt de |
investeringspremie, bij niet-inachtneming van de voorwaarden van dit | investeringspremie, bij niet-inachtneming van de voorwaarden van dit |
besluit en de daaruit voortvloeiende maatregelen, niet toegekend of | besluit en de daaruit voortvloeiende maatregelen, niet toegekend of |
teruggestort wanneer de onderneming bewust onjuiste of onvolledige | teruggestort wanneer de onderneming bewust onjuiste of onvolledige |
informatie mededeelt, ongeacht het gevolg dat die informatie mag | informatie mededeelt, ongeacht het gevolg dat die informatie mag |
hebben op het bedrag van de investeringspremie, onverminderd de | hebben op het bedrag van de investeringspremie, onverminderd de |
strafrechtelijke vervolgingen die van toepassing zouden zijn op de | strafrechtelijke vervolgingen die van toepassing zouden zijn op de |
personen die zulke informatie mede zouden hebben gedeeld. | personen die zulke informatie mede zouden hebben gedeeld. |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt. | Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt. |
Art. 10.De Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit |
Art. 10.De Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Namen, 22 december 2020. | Namen, 22 december 2020. |
Voor de Regering : | Voor de Regering : |
De Minister-President, | De Minister-President, |
E. DI RUPO | E. DI RUPO |
De Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, | De Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, |
Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", | Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", |
en de Vaardigheidscentra, | en de Vaardigheidscentra, |
W. BORSUS | W. BORSUS |