Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Waalse Regering van 20/06/2019
← Terug naar "Besluit van de Waalse regering van 20 juni 2019 tot vaststelling van de modaliteiten voor de vastlegging van de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten "
Besluit van de Waalse regering van 20 juni 2019 tot vaststelling van de modaliteiten voor de vastlegging van de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten Besluit van de Waalse regering van 20 juni 2019 tot vaststelling van de modaliteiten voor de vastlegging van de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten
WAALSE OVERHEIDSDIENST WAALSE OVERHEIDSDIENST
20 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse regering van 20 juni 2019 tot 20 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse regering van 20 juni 2019 tot
vaststelling van de modaliteiten voor de vastlegging van de minimale vaststelling van de modaliteiten voor de vastlegging van de minimale
en maximale rentabiliteitsoppervlakten en maximale rentabiliteitsoppervlakten
De Waalse Regering, De Waalse Regering,
Gelet op het Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Gelet op het Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II,
Afdeling 3: Regels betreffende de pacht in het bijzonder, artikel 12, Afdeling 3: Regels betreffende de pacht in het bijzonder, artikel 12,
gewijzigd bij de wet van 7 juli 1988, bij de wet van 3 mei 2003, gewijzigd bij de wet van 7 juli 1988, bij de wet van 3 mei 2003,
artikel 12, § 7, lid 3 en 7, vervangen bij het decreet van 2 mei 2019; artikel 12, § 7, lid 3 en 7, vervangen bij het decreet van 2 mei 2019;
Gelet op het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van verschillende Gelet op het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van verschillende
wetgevingen inzake pacht, artikel 55, tweede lid, 1° ; wetgevingen inzake pacht, artikel 55, tweede lid, 1° ;
Gelet op het rapport van 14 februari 2019 opgesteld overeenkomstig Gelet op het rapport van 14 februari 2019 opgesteld overeenkomstig
artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2015 houdende uitvoering artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2015 houdende uitvoering
van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties
die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie
van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen
; ;
Gelet op het overleg tussen de gewestelijke Regeringen en de federale Gelet op het overleg tussen de gewestelijke Regeringen en de federale
overheid van 21 februari 2019; overheid van 21 februari 2019;
Gelet op advies nr. 66.129/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juni Gelet op advies nr. 66.129/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juni
2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Landbouw; Op de voordracht van de Minister van Landbouw;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1° de Algemene Directie Statistiek: de Algemene Directie Statistiek 1° de Algemene Directie Statistiek: de Algemene Directie Statistiek
van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en
Energie. Energie.
2° de voornaamste technische en economische oriëntatie: de 2° de voornaamste technische en economische oriëntatie: de
classificatie van de landbouwbedrijven, gedefinieerd naar gelang van classificatie van de landbouwbedrijven, gedefinieerd naar gelang van
het relatieve belang van de verschillende producties van deze het relatieve belang van de verschillende producties van deze
bedrijven in de totale brutostandaardproductie; bedrijven in de totale brutostandaardproductie;
3° de landbouwstreek: de landbouwstreek omschreven overeenkomstig het 3° de landbouwstreek: de landbouwstreek omschreven overeenkomstig het
besluit van de Waalse Regering van 24 november 2016 tot bepaling van besluit van de Waalse Regering van 24 november 2016 tot bepaling van
de landbouwstreken die op het grondgebied van het Waalse Gewest de landbouwstreken die op het grondgebied van het Waalse Gewest
aanwezig zijn aanwezig zijn
4° de provinciale landbouwstreek: het gebied van een landbouwstreek 4° de provinciale landbouwstreek: het gebied van een landbouwstreek
die deel uitmaakt van éénzelfde provincie; die deel uitmaakt van éénzelfde provincie;
5° het vergelijkbaar inkomen: het gemiddelde bruto jaarsalaris, met 5° het vergelijkbaar inkomen: het gemiddelde bruto jaarsalaris, met
inbegrip van een dertiende maand en een dubbel vakantiegeld, voor een inbegrip van een dertiende maand en een dubbel vakantiegeld, voor een
voltijdse werknemer; voltijdse werknemer;
6° inkomen uit arbeid per hectare: het economisch resultaat van het 6° inkomen uit arbeid per hectare: het economisch resultaat van het
bedrijf, na dekking van alle werkelijke lasten en lasten, berekend op bedrijf, na dekking van alle werkelijke lasten en lasten, berekend op
basis van het eigen vermogen dat door de exploitant is toegezegd, met basis van het eigen vermogen dat door de exploitant is toegezegd, met
uitzondering van de lonen, in verhouding tot de omvang van het bedrijf uitzondering van de lonen, in verhouding tot de omvang van het bedrijf
7° de Dienst: de Directie Landbouwkundige Economische Analyse van de 7° de Dienst: de Directie Landbouwkundige Economische Analyse van de
Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en
Leefmilieu; Leefmilieu;
8° de gebruikte landbouwoppervlakte: de voor de landbouwproductie 8° de gebruikte landbouwoppervlakte: de voor de landbouwproductie
gebruikte oppervlakte, rekening houdend met de kadastrale oppervlakte gebruikte oppervlakte, rekening houdend met de kadastrale oppervlakte
van het bedrijf, verminderd met de oppervlakte van gebouwen, van het bedrijf, verminderd met de oppervlakte van gebouwen,
binnenplaatsen, wegen en braakliggende grond; binnenplaatsen, wegen en braakliggende grond;
9° de arbeidseenheid: een persoon die 1.800 werkuren per jaar 9° de arbeidseenheid: een persoon die 1.800 werkuren per jaar
presteert in een landbouwbedrijf. presteert in een landbouwbedrijf.

Art. 2.§ 1. De minimale rentabiliteitsoppervlakten worden bepaald op

Art. 2.§ 1. De minimale rentabiliteitsoppervlakten worden bepaald op

basis van het gemiddelde vergelijkbare inkomen en het gemiddelde basis van het gemiddelde vergelijkbare inkomen en het gemiddelde
arbeidsinkomen per hectare arbeidsinkomen per hectare
§ 2. Het gemiddeld vergelijkbaar inkomen wordt bepaald op basis van de § 2. Het gemiddeld vergelijkbaar inkomen wordt bepaald op basis van de
gegevens uit het onderzoek van de Algemene Directie Statistiek over de gegevens uit het onderzoek van de Algemene Directie Statistiek over de
structuur en de spreiding van de lonen in ondernemingen met ten minste structuur en de spreiding van de lonen in ondernemingen met ten minste
tien werknemers, alle sectoren samen, met uitzondering van landbouw, tien werknemers, alle sectoren samen, met uitzondering van landbouw,
visserij, openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en andere aan visserij, openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en andere aan
personen verleende diensten. personen verleende diensten.
Het gemiddelde vergelijkbare inkomen is gelijk aan het gemiddelde van Het gemiddelde vergelijkbare inkomen is gelijk aan het gemiddelde van
de vergelijkbare inkomsten in de vijf jaren voorafgaand aan het jaar de vergelijkbare inkomsten in de vijf jaren voorafgaand aan het jaar
dat voorafgaat aan het jaar waarin de minimale en maximale dat voorafgaat aan het jaar waarin de minimale en maximale
rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld. rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld.
De vergelijkbare inkomsten voor elk jaar worden berekend op basis van De vergelijkbare inkomsten voor elk jaar worden berekend op basis van
de gemiddelde brutomaandsalarissen van het jaar dat in aanmerking de gemiddelde brutomaandsalarissen van het jaar dat in aanmerking
wordt genomen voor de berekening, vermeerderd met een dertiende maand wordt genomen voor de berekening, vermeerderd met een dertiende maand
en een dubbele vakantietoelage. en een dubbele vakantietoelage.
§ 3. Het gemiddelde arbeidsinkomen per hectare wordt berekend voor § 3. Het gemiddelde arbeidsinkomen per hectare wordt berekend voor
elke voornaamste technische en economische oriëntatie die op het hele elke voornaamste technische en economische oriëntatie die op het hele
Waalse grondgebied wordt gebruikt. Waalse grondgebied wordt gebruikt.
De voornaamste technische en economische oriëntaties die zijn De voornaamste technische en economische oriëntaties die zijn
aangenomen, zijn vastgesteld op basis van het algemeen aangenomen, zijn vastgesteld op basis van het algemeen
landbouwonderzoek van de Algemene Directie Statistiek. Dit zijn al de landbouwonderzoek van de Algemene Directie Statistiek. Dit zijn al de
voornaamste technische en economische oriëntaties waarvan het aantal voornaamste technische en economische oriëntaties waarvan het aantal
landbouwbedrijven ten minste tien procent van het totale aantal landbouwbedrijven ten minste tien procent van het totale aantal
landbouwbedrijven uitmaakt. landbouwbedrijven uitmaakt.
Het gemiddelde inkomen uit arbeid per hectare wordt vastgesteld op Het gemiddelde inkomen uit arbeid per hectare wordt vastgesteld op
basis van de economische gegevens van de bedrijven van het agrarisch basis van de economische gegevens van de bedrijven van het agrarisch
boekhoudingsnetwerk van de Dienst, op basis van een steekproef over de boekhoudingsnetwerk van de Dienst, op basis van een steekproef over de
vijf jaren voorafgaand aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin vijf jaren voorafgaand aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin
de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld. de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld.
Alleen bedrijven met een inkomen uit arbeid hoger of gelijk aan het Alleen bedrijven met een inkomen uit arbeid hoger of gelijk aan het
vergelijkbare inkomen worden voor de rest van de berekening in vergelijkbare inkomen worden voor de rest van de berekening in
aanmerking genomen. aanmerking genomen.
Het gemiddelde arbeidsinkomen per hectare van elke provinciale Het gemiddelde arbeidsinkomen per hectare van elke provinciale
landbouwstreek is gelijk aan het gewogen gemiddelde van het gemiddelde landbouwstreek is gelijk aan het gewogen gemiddelde van het gemiddelde
arbeidsinkomen per hectare van elk van de voornaamste technische en arbeidsinkomen per hectare van elk van de voornaamste technische en
economische oriëntaties die zijn aangenomen, in functie van het aantal economische oriëntaties die zijn aangenomen, in functie van het aantal
landbouwbedrijven die aanwezig zijn in de provinciale landbouwstreek. landbouwbedrijven die aanwezig zijn in de provinciale landbouwstreek.
§ 4. De minimale rentabiliteitsoppervlakte van elke provinciale § 4. De minimale rentabiliteitsoppervlakte van elke provinciale
landbouwstreek is de verhouding tussen het gemiddelde aantal landbouwstreek is de verhouding tussen het gemiddelde aantal
arbeidseenheden per bedrijf vermenigvuldigd met het vergelijkbare arbeidseenheden per bedrijf vermenigvuldigd met het vergelijkbare
gemiddelde inkomen en het gemiddelde inkomen uit arbeid per hectare in gemiddelde inkomen en het gemiddelde inkomen uit arbeid per hectare in
de betrokken provinciale landbouwstreek. de betrokken provinciale landbouwstreek.

Art. 3.§ 1. De maximale rentabiliteitsoppervlakten worden bepaald op

Art. 3.§ 1. De maximale rentabiliteitsoppervlakten worden bepaald op

basis van de minimale rentabiliteitsoppervlakten vastgesteld in basis van de minimale rentabiliteitsoppervlakten vastgesteld in
artikel 2 en een vermenigvuldigingsfactor. artikel 2 en een vermenigvuldigingsfactor.
§ 2. De in lid 1 bedoelde vermenigvuldigingsfactor wordt vastgesteld § 2. De in lid 1 bedoelde vermenigvuldigingsfactor wordt vastgesteld
op basis van het inkomen uit arbeid per hectare en per arbeidseenheid, op basis van het inkomen uit arbeid per hectare en per arbeidseenheid,
dat wordt bepaald op basis van de economische gegevens van de dat wordt bepaald op basis van de economische gegevens van de
bedrijven van het agrarisch boekhoudingsnetwerk van de Dienst, op bedrijven van het agrarisch boekhoudingsnetwerk van de Dienst, op
basis van een constante steekproef en waarvan de personen gedurende de basis van een constante steekproef en waarvan de personen gedurende de
gehele periode aanwezig zijn. Deze berekening wordt uitgevoerd over de gehele periode aanwezig zijn. Deze berekening wordt uitgevoerd over de
vijf jaren voorafgaand aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin vijf jaren voorafgaand aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin
de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld. de minimale en maximale rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld.
Alleen bedrijven met een arbeidsinkomen per hectare en per Alleen bedrijven met een arbeidsinkomen per hectare en per
arbeidseenheid dat hoger of gelijk is aan het omgerekende leefloon arbeidseenheid dat hoger of gelijk is aan het omgerekende leefloon
worden voor de rest van de berekening in aanmerking genomen. worden voor de rest van de berekening in aanmerking genomen.
Het in het eerste lid bedoelde omgezette leefloon wordt berekend door Het in het eerste lid bedoelde omgezette leefloon wordt berekend door
het gemiddelde leefloon als bedoeld in artikel 14 van de wet van 26 het gemiddelde leefloon als bedoeld in artikel 14 van de wet van 26
mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie van de mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie van de
vijf jaren voorafgaand aan het jaar waarin de minimale en maximale vijf jaren voorafgaand aan het jaar waarin de minimale en maximale
rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld, te delen door de rentabiliteitsoppervlakten zijn vastgesteld, te delen door de
gemiddelde nuttige landbouwoppervlakte en door het gemiddelde aantal gemiddelde nuttige landbouwoppervlakte en door het gemiddelde aantal
arbeidseenheden van de voornaamste vastgestelde technische en arbeidseenheden van de voornaamste vastgestelde technische en
economische oriëntaties. economische oriëntaties.
De vermenigvuldigingsfactor voor elke landbouwstreek is gelijk aan één De vermenigvuldigingsfactor voor elke landbouwstreek is gelijk aan één
plus twee keer de variatiecoëfficiënt van de betrokken landbouwstreek. plus twee keer de variatiecoëfficiënt van de betrokken landbouwstreek.
De variatiecoëfficiënt wordt per landbouwstreek vastgesteld op basis De variatiecoëfficiënt wordt per landbouwstreek vastgesteld op basis
van een statistische analyse van de spreiding van de oppervlakten, van een statistische analyse van de spreiding van de oppervlakten,
waardoor elke arbeidseenheid een vergelijkbaar inkomen kan bereiken. waardoor elke arbeidseenheid een vergelijkbaar inkomen kan bereiken.
De oppervlakte die elke arbeidseenheid in staat stelt het De oppervlakte die elke arbeidseenheid in staat stelt het
vergelijkbare inkomen voor het betrokken jaar te bereiken, wordt vergelijkbare inkomen voor het betrokken jaar te bereiken, wordt
berekend door het in artikel 2, § 2 vastgestelde vergelijkbare berekend door het in artikel 2, § 2 vastgestelde vergelijkbare
gemiddelde inkomen te delen door het inkomen uit arbeid per hectare en gemiddelde inkomen te delen door het inkomen uit arbeid per hectare en
per arbeidseenheid als bedoeld in het eerste lid. per arbeidseenheid als bedoeld in het eerste lid.
Het gemiddelde, de standaardafwijking en de variatiecoëfficiënt van Het gemiddelde, de standaardafwijking en de variatiecoëfficiënt van
deze oppervlakte worden voor elke landbouwstreek berekend op basis van deze oppervlakte worden voor elke landbouwstreek berekend op basis van
de gegevens van de bedrijven in de betrokken landbouwstreek. de gegevens van de bedrijven in de betrokken landbouwstreek.
§ 3. De maximale rentabiliteitsoppervlakte van elke provinciale § 3. De maximale rentabiliteitsoppervlakte van elke provinciale
landbouwstreek is gelijk aan het product van de minimale landbouwstreek is gelijk aan het product van de minimale
rentabiliteitsoppervlakte van de provinciale landbouwstreek die in rentabiliteitsoppervlakte van de provinciale landbouwstreek die in
aanmerking wordt genomen door de vermenigvuldigingsfactor van de aanmerking wordt genomen door de vermenigvuldigingsfactor van de
betrokken landbouwstreek. betrokken landbouwstreek.

Art. 4.De Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft,

Art. 4.De Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft,

bepaalt, voor elke provinciale landbouwstreek, de minimale bepaalt, voor elke provinciale landbouwstreek, de minimale
landbouwoppervlakte en de maximale landbouwoppervlakte. landbouwoppervlakte en de maximale landbouwoppervlakte.
De Dienst publiceert overigens de maximale en de minimale De Dienst publiceert overigens de maximale en de minimale
rentabiliteitsoppervlakten op het internetportaal van het Waalse rentabiliteitsoppervlakten op het internetportaal van het Waalse
Gewest. Gewest.

Art. 5.Treden in werking op 1 januari 2020 :

Art. 5.Treden in werking op 1 januari 2020 :

1° artikel 12, § 7 van afdeling 3 ("Regels betreffende de pacht in het 1° artikel 12, § 7 van afdeling 3 ("Regels betreffende de pacht in het
bijzonder") van Boek III, titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk bijzonder") van Boek III, titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk
Wetboek." Zoals gewijzigd bij artikel 15 van het decreet van 2 mei Wetboek." Zoals gewijzigd bij artikel 15 van het decreet van 2 mei
2019 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake pacht; 2019 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake pacht;
2° dit besluit. 2° dit besluit.

Art. 6.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit

Art. 6.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Namen, 20 juni 2019. Namen, 20 juni 2019.
Voor de Regering: Voor de Regering:
De Minister-President, De Minister-President,
W. BORSUS W. BORSUS
De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden, De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden,
Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio, Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio,
R. COLLIN R. COLLIN
^