Besluit van de Vlaamse regering betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel | Besluit van de Vlaamse regering betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
28 APRIL 2000. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de | 28 APRIL 2000. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de |
administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd | administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd |
stakingsbevel | stakingsbevel |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen; | hervorming der instellingen; |
Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de | Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de |
ruimtelijke ordening, inzonderheid op artikel 156 en 157; | ruimtelijke ordening, inzonderheid op artikel 156 en 157; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 |
februari 2000; | februari 2000; |
Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 3 maart 2000, | Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 3 maart 2000, |
betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een | betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een |
maand; | maand; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 6 april 2000, | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 6 april 2000, |
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde | met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State; | wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening | Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening |
en Media; | en Media; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° decreet: het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de | 1° decreet: het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de |
ruimtelijke ordening; | ruimtelijke ordening; |
2° proces-verbaal: het proces-verbaal, opgesteld door een bevoegd | 2° proces-verbaal: het proces-verbaal, opgesteld door een bevoegd |
verbalisant, waarin de inbreuk op een stakingsbevel, uitgevaardigd op | verbalisant, waarin de inbreuk op een stakingsbevel, uitgevaardigd op |
grond van artikel 154 van het decreet, wordt vastgesteld; | grond van artikel 154 van het decreet, wordt vastgesteld; |
3° bevoegd verbalisant : een agent of officier van gerechtelijke | 3° bevoegd verbalisant : een agent of officier van gerechtelijke |
politie, een stedenbouwkundig inspecteur of een ander ambtenaar, | politie, een stedenbouwkundig inspecteur of een ander ambtenaar, |
bedoeld in artikel 148 van het decreet. | bedoeld in artikel 148 van het decreet. |
HOOFDSTUK II. - Het opleggen van de administratieve geldboete | HOOFDSTUK II. - Het opleggen van de administratieve geldboete |
Art. 2.§ 1. De stedenbouwkundige inspecteur stuurt een door hem |
Art. 2.§ 1. De stedenbouwkundige inspecteur stuurt een door hem |
eensluidend verklaard afschrift van de beslissing waarbij hij het | eensluidend verklaard afschrift van de beslissing waarbij hij het |
stakingsbevel bekrachtigt naar de rekenplichtige van het Grondfonds. | stakingsbevel bekrachtigt naar de rekenplichtige van het Grondfonds. |
§ 2. De bevoegde verbalisant stuurt een door hem eensluidend verklaard | § 2. De bevoegde verbalisant stuurt een door hem eensluidend verklaard |
afschrift van het proces-verbaal naar de rekenplichtige van het | afschrift van het proces-verbaal naar de rekenplichtige van het |
Grondfonds. Het proces-verbaal bevat minstens de volgende | Grondfonds. Het proces-verbaal bevat minstens de volgende |
vaststellingen : | vaststellingen : |
1° de identiteit van de persoon of personen die handelingen, werken of | 1° de identiteit van de persoon of personen die handelingen, werken of |
wijzigingen heeft of hebben voortgezet in strijd met het | wijzigingen heeft of hebben voortgezet in strijd met het |
stakingsbevel; | stakingsbevel; |
2° een omschrijving van de handelingen, werken of wijzigingen die | 2° een omschrijving van de handelingen, werken of wijzigingen die |
werden voortgezet in strijd met het stakingsbevel; | werden voortgezet in strijd met het stakingsbevel; |
3° de redenen waarom de onder 2° vermelde handelingen, werken of | 3° de redenen waarom de onder 2° vermelde handelingen, werken of |
wijzigingen strijdig zijn met het stakingsbevel; | wijzigingen strijdig zijn met het stakingsbevel; |
4° een verwijzing naar artikel 154 tot en met 157 van het decreet. | 4° een verwijzing naar artikel 154 tot en met 157 van het decreet. |
De verbalisant voegt eventuele andere stukken ter staving van het | De verbalisant voegt eventuele andere stukken ter staving van het |
misdrijf bij. | misdrijf bij. |
Art. 3.De rekenplichtige van het Grondfonds legt de in het |
Art. 3.De rekenplichtige van het Grondfonds legt de in het |
proces-verbaal vermelde persoon of personen die handelingen, werken of | proces-verbaal vermelde persoon of personen die handelingen, werken of |
wijzigingen heeft of hebben voortgezet in strijd met het stakingsbevel | wijzigingen heeft of hebben voortgezet in strijd met het stakingsbevel |
een administratieve geldboete van 200.000 frank op. De betrokkenen | een administratieve geldboete van 200.000 frank op. De betrokkenen |
worden van de beslissing tot het opleggen van de administratieve | worden van de beslissing tot het opleggen van de administratieve |
geldboete in kennis gesteld door middel van een aangetekende brief met | geldboete in kennis gesteld door middel van een aangetekende brief met |
bericht van ontvangst, zoals vermeld in artikel 156, § 2, van het | bericht van ontvangst, zoals vermeld in artikel 156, § 2, van het |
decreet, waarin de betrokkene wordt verzocht de administratieve | decreet, waarin de betrokkene wordt verzocht de administratieve |
geldboete te voldoen via het bijgevoegde overschrijvingsformulier. | geldboete te voldoen via het bijgevoegde overschrijvingsformulier. |
Het overschrijvingsformulier vermeldt het adres en het rekeningnummer | Het overschrijvingsformulier vermeldt het adres en het rekeningnummer |
van het Grondfonds, de naam en het adres van de overtreder, het te | van het Grondfonds, de naam en het adres van de overtreder, het te |
betalen bedrag en een verwijzing naar het proces-verbaal. De | betalen bedrag en een verwijzing naar het proces-verbaal. De |
rekenplichtige kent aan elk overschrijvingsformulier een uniek | rekenplichtige kent aan elk overschrijvingsformulier een uniek |
refertenummer toe. | refertenummer toe. |
De aangetekende brief neemt de vaststellingen van het proces-verbaal | De aangetekende brief neemt de vaststellingen van het proces-verbaal |
over. De aangetekende brief bevat bovendien : | over. De aangetekende brief bevat bovendien : |
1° een verwijzing naar het stakingsbevel; | 1° een verwijzing naar het stakingsbevel; |
2° een verwijzing naar de beslissing waarbij de stedenbouwkundige | 2° een verwijzing naar de beslissing waarbij de stedenbouwkundige |
inspecteur het stakingsbevel bekrachtigt; | inspecteur het stakingsbevel bekrachtigt; |
3° een verwijzing naar het proces-verbaal; | 3° een verwijzing naar het proces-verbaal; |
4° het bedrag van de administratieve geldboete; | 4° het bedrag van de administratieve geldboete; |
5° de uiterste datum waarop de administratieve geldboete moet worden | 5° de uiterste datum waarop de administratieve geldboete moet worden |
betaald; | betaald; |
6° de tekst van de bepalingen van artikel 154 tot en met 157 van het | 6° de tekst van de bepalingen van artikel 154 tot en met 157 van het |
decreet en van artikel 4 en 5 van dit besluit; | decreet en van artikel 4 en 5 van dit besluit; |
7° het adres van de stedenbouwkundige inspecteur, bedoeld in artikel | 7° het adres van de stedenbouwkundige inspecteur, bedoeld in artikel |
4. | 4. |
Een afschrift van de beslissing waarbij het stakingsbevel wordt | Een afschrift van de beslissing waarbij het stakingsbevel wordt |
bekrachtigd en een afschrift van het proces-verbaal worden bijgevoegd. | bekrachtigd en een afschrift van het proces-verbaal worden bijgevoegd. |
HOOFDSTUK III. - Behandeling van het verzoek tot kwijtschelding, | HOOFDSTUK III. - Behandeling van het verzoek tot kwijtschelding, |
vermindering of uitstel van betaling | vermindering of uitstel van betaling |
Art. 4.De gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of |
Art. 4.De gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of |
uitstel van betaling, bedoeld in artikel 156, §§ 3 en 4 van het | uitstel van betaling, bedoeld in artikel 156, §§ 3 en 4 van het |
decreet, worden gericht aan de stedenbouwkundige inspecteur die | decreet, worden gericht aan de stedenbouwkundige inspecteur die |
bevoegd is voor het gehele grondgebied van het Vlaamse gewest. Deze | bevoegd is voor het gehele grondgebied van het Vlaamse gewest. Deze |
stedenbouwkundige inspecteur mag niet de persoon zijn die het | stedenbouwkundige inspecteur mag niet de persoon zijn die het |
stakingsbevel heeft bekrachtigd. | stakingsbevel heeft bekrachtigd. |
De stedenbouwkundige inspecteur brengt de rekenplichtige van het | De stedenbouwkundige inspecteur brengt de rekenplichtige van het |
Grondfonds onmiddellijk op de hoogte van de indiening van het verzoek. | Grondfonds onmiddellijk op de hoogte van de indiening van het verzoek. |
Art. 5.De in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur kan de |
Art. 5.De in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur kan de |
verzoeker horen indien deze daarom verzoekt in de aangetekende brief | verzoeker horen indien deze daarom verzoekt in de aangetekende brief |
waarmee hij zijn gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding, vermindering | waarmee hij zijn gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding, vermindering |
of uitstel heeft ingediend. De verzoeker kan zich laten bijstaan door | of uitstel heeft ingediend. De verzoeker kan zich laten bijstaan door |
een advocaat of door een ander persoon naar keuze. | een advocaat of door een ander persoon naar keuze. |
Art. 6.De in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur deelt |
Art. 6.De in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur deelt |
zijn beslissing over het verzoek tot kwijtschelding, vermindering of | zijn beslissing over het verzoek tot kwijtschelding, vermindering of |
uitstel aan de verzoeker mee per aangetekende brief met bericht van | uitstel aan de verzoeker mee per aangetekende brief met bericht van |
ontvangst. Wanneer vermindering of uitstel van betaling van de | ontvangst. Wanneer vermindering of uitstel van betaling van de |
administratieve geldboete wordt toegestaan, vermeldt de brief de | administratieve geldboete wordt toegestaan, vermeldt de brief de |
uiterste datum waarop de administratieve geldboete moet worden | uiterste datum waarop de administratieve geldboete moet worden |
betaald. Wanneer een vermindering van de administratieve geldboete | betaald. Wanneer een vermindering van de administratieve geldboete |
wordt toegestaan, wordt de termijn vastgesteld overeenkomstig de | wordt toegestaan, wordt de termijn vastgesteld overeenkomstig de |
bepaling van artikel 156, § 7, van het decreet. | bepaling van artikel 156, § 7, van het decreet. |
De stedenbouwkundige inspecteur stuurt een afschrift van zijn | De stedenbouwkundige inspecteur stuurt een afschrift van zijn |
beslissing over het verzoek naar de rekenplichtige van het Grondfonds. | beslissing over het verzoek naar de rekenplichtige van het Grondfonds. |
Art. 7.Wanneer geen kwijtschelding, vermindering of uitstel van |
Art. 7.Wanneer geen kwijtschelding, vermindering of uitstel van |
betaling wordt toegestaan, wordt de administratieve geldboete voldaan | betaling wordt toegestaan, wordt de administratieve geldboete voldaan |
via het overschrijvingsformulier, bedoeld in artikel 3. | via het overschrijvingsformulier, bedoeld in artikel 3. |
Wanneer vermindering of uitstel van betaling wordt toegestaan, voegt | Wanneer vermindering of uitstel van betaling wordt toegestaan, voegt |
de in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur bij zijn | de in artikel 4 bedoelde stedenbouwkundige inspecteur bij zijn |
aangetekende brief een nieuw overschrijvingsformulier. Het | aangetekende brief een nieuw overschrijvingsformulier. Het |
overschrijvingsformulier vermeldt het adres en het rekeningnummer van | overschrijvingsformulier vermeldt het adres en het rekeningnummer van |
het Grondfonds, de naam en het adres van de overtreder, het te betalen | het Grondfonds, de naam en het adres van de overtreder, het te betalen |
bedrag en een verwijzing naar de beslissing over het verzoek. De | bedrag en een verwijzing naar de beslissing over het verzoek. De |
rekenplichtige van het Grondfonds kent het overschrijvingsformulier | rekenplichtige van het Grondfonds kent het overschrijvingsformulier |
een uniek refertenummer toe. | een uniek refertenummer toe. |
HOOFDSTUK IV. - De invordering van de administratieve geldboete | HOOFDSTUK IV. - De invordering van de administratieve geldboete |
Art. 8.Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en |
Art. 8.Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en |
toebehoren, vaardigt de rekenplichtige van het Grondfonds een | toebehoren, vaardigt de rekenplichtige van het Grondfonds een |
dwangbevel uit. | dwangbevel uit. |
Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de | Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de |
stedenbouwkundige inspecteur, bedoeld in artikel 4. | stedenbouwkundige inspecteur, bedoeld in artikel 4. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2000. |
Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2000. |
Art. 10.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is |
Art. 10.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 28 april 2000. | Brussel, 28 april 2000. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, | De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, |
D. VAN MECHELEN | D. VAN MECHELEN |