| Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting en samenstelling van het toezichtcomité ter implementatie van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 | Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting en samenstelling van het toezichtcomité ter implementatie van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 |
|---|---|
| VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
| 27 APRIL 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting en | 27 APRIL 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting en |
| samenstelling van het toezichtcomité ter implementatie van het Vlaams | samenstelling van het toezichtcomité ter implementatie van het Vlaams |
| Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 | Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 |
| De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
| Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de |
| instellingen, inzonderheid op artikel 20 en 87, § 1, gewijzigd bij de | instellingen, inzonderheid op artikel 20 en 87, § 1, gewijzigd bij de |
| bijzondere wet van 16 juli 1993; | bijzondere wet van 16 juli 1993; |
| Gelet op het decreet van 3 maart 2004 inzake de subsidiëring van meer | Gelet op het decreet van 3 maart 2004 inzake de subsidiëring van meer |
| duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor | duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor |
| meer duurzame landbouw, gewijzigd bij het decreet van 22 april 2005; | meer duurzame landbouw, gewijzigd bij het decreet van 22 april 2005; |
| Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot |
| samenstelling van het comité van toezicht ter implementatie van het | samenstelling van het comité van toezicht ter implementatie van het |
| Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, | Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, |
| gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005; | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005; |
| Overwegende dat artikel 77 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de | Overwegende dat artikel 77 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de |
| Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling | Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling |
| uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) | uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) |
| voorziet in de verplichting om binnen een termijn van ten hoogste drie | voorziet in de verplichting om binnen een termijn van ten hoogste drie |
| maanden na de beschikking tot goedkeuring van het Programma voor | maanden na de beschikking tot goedkeuring van het Programma voor |
| Plattelandsontwikkeling een toezichtcomité op te richten; | Plattelandsontwikkeling een toezichtcomité op te richten; |
| Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 |
| januari 2007; | januari 2007; |
| Gelet op het advies 42.340/3 van de Raad van State, gegeven op 6 maart | Gelet op het advies 42.340/3 van de Raad van State, gegeven op 6 maart |
| 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de | 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de |
| gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
| Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, |
| Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid; | Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid; |
| Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
| Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.§ 1. Binnen het Vlaamse Gewest wordt een toezichtcomité |
Artikel 1.§ 1. Binnen het Vlaamse Gewest wordt een toezichtcomité |
| opgericht, hierna het comité te noemen. | opgericht, hierna het comité te noemen. |
| Het comité ressorteert onder de Vlaamse minister, bevoegd voor het | Het comité ressorteert onder de Vlaamse minister, bevoegd voor het |
| landbouwbeleid, hierna de Vlaamse minister te noemen. | landbouwbeleid, hierna de Vlaamse minister te noemen. |
| § 2. Het comité heeft tot taak zich er in overeenstemming met artikel | § 2. Het comité heeft tot taak zich er in overeenstemming met artikel |
| 78 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september | 78 van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september |
| 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees | 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees |
| Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) van te vergewissen | Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) van te vergewissen |
| dat het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling doeltreffend | dat het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling doeltreffend |
| wordt uitgevoerd. | wordt uitgevoerd. |
Art. 2.§ 1. Het comité is samengesteld uit tweeëntwintig leden, onder |
Art. 2.§ 1. Het comité is samengesteld uit tweeëntwintig leden, onder |
| voorzitterschap van de Vlaamse minister. De leden hebben de | voorzitterschap van de Vlaamse minister. De leden hebben de |
| hoedanigheid van stemgerechtigd lid of raadgevend lid. | hoedanigheid van stemgerechtigd lid of raadgevend lid. |
| § 2. De twaalf stemgerechtigde leden zijn : | § 2. De twaalf stemgerechtigde leden zijn : |
| 1° de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, | 1° de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, |
| Zeevisserij en Plattelandsbeleid; | Zeevisserij en Plattelandsbeleid; |
| 2° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 2° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en | Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en |
| Plattelandsbeleid; | Plattelandsbeleid; |
| 3° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 3° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel; | Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel; |
| 4° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 4° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Werk, Onderwijs en Vorming; | Werk, Onderwijs en Vorming; |
| 5° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 5° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; | Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; |
| 6° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 6° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening; | Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening; |
| 7° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 7° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel; | Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel; |
| 8° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 8° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme; | Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme; |
| 9° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 9° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur; | Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur; |
| 10° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 10° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering; | Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering; |
| 11° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van | 11° één kabinetsraadgever, voorgedragen door de Vlaamse minister van |
| Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen; | Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen; |
| 12° de secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij, | 12° de secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij, |
| tevens de ondervoorzitter van het comité. | tevens de ondervoorzitter van het comité. |
| § 3. De tien raadgevende leden zijn : | § 3. De tien raadgevende leden zijn : |
| 1° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Europese Commissie, | 1° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Europese Commissie, |
| directoraat-generaal Landbouw; | directoraat-generaal Landbouw; |
| 2° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Milieu- en Natuurraad | 2° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Milieu- en Natuurraad |
| van Vlaanderen; | van Vlaanderen; |
| 3° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Sociaal-Economische | 3° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Sociaal-Economische |
| Raad van Vlaanderen; | Raad van Vlaanderen; |
| 4° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vlaamse Land- en | 4° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vlaamse Land- en |
| Tuinbouwraad, die vervangen zal worden door een vertegenwoordiger van | Tuinbouwraad, die vervangen zal worden door een vertegenwoordiger van |
| de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij na de oprichting van | de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij na de oprichting van |
| deze raad; | deze raad; |
| 5° één vertegenwoordiger, voorgedragen door het Agentschap voor Natuur | 5° één vertegenwoordiger, voorgedragen door het Agentschap voor Natuur |
| en Bos; | en Bos; |
| 6° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vlaamse | 6° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vlaamse |
| Landmaatschappij; | Landmaatschappij; |
| 7° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de cel Gelijke Kansen | 7° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de cel Gelijke Kansen |
| Vlaanderen van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid; | Vlaanderen van de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid; |
| 8° één vertegenwoordiger, voorgedragen door het Vlaams Betaalorgaan; | 8° één vertegenwoordiger, voorgedragen door het Vlaams Betaalorgaan; |
| 9° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van de | 9° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van de |
| Vlaamse Provincies vzw; | Vlaamse Provincies vzw; |
| 10° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van Vlaamse | 10° één vertegenwoordiger, voorgedragen door de Vereniging van Vlaamse |
| Steden en Gemeenten vzw; | Steden en Gemeenten vzw; |
| § 4. De Waalse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, kan op | § 4. De Waalse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, kan op |
| verzoek van de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, één | verzoek van de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, één |
| vertegenwoordiger voordragen als bijkomend raadgevend lid. | vertegenwoordiger voordragen als bijkomend raadgevend lid. |
| § 5. Het secretariaat wordt waargenomen door een personeelslid van het | § 5. Het secretariaat wordt waargenomen door een personeelslid van het |
| Departement Landbouw en Visserij, behorende tot de coördinerende cel | Departement Landbouw en Visserij, behorende tot de coördinerende cel |
| Europees Plattelandsbeleid. | Europees Plattelandsbeleid. |
Art. 3.§ 1. De Vlaamse minister benoemt de stemgerechtigde en |
Art. 3.§ 1. De Vlaamse minister benoemt de stemgerechtigde en |
| raadgevende leden op voordracht van de aangewezen organisaties, die | raadgevende leden op voordracht van de aangewezen organisaties, die |
| hiervoor aan de Vlaamse minister per mandaat een lijst bezorgen waarop | hiervoor aan de Vlaamse minister per mandaat een lijst bezorgen waarop |
| tweemaal zoveel kandidaten voorkomen als er mandaten zijn waarover zij | tweemaal zoveel kandidaten voorkomen als er mandaten zijn waarover zij |
| beschikken. Voor elk lid wordt er door de Vlaamse minister een | beschikken. Voor elk lid wordt er door de Vlaamse minister een |
| plaatsvervanger aangewezen die, bij afwezigheid van het lid, aan de | plaatsvervanger aangewezen die, bij afwezigheid van het lid, aan de |
| werkzaamheden van het comité deelneemt en in zijn rechten treedt. Het | werkzaamheden van het comité deelneemt en in zijn rechten treedt. Het |
| lidmaatschap is onbezoldigd en er worden geen vergoedingen uitgekeerd. | lidmaatschap is onbezoldigd en er worden geen vergoedingen uitgekeerd. |
| § 2. Het mandaat van de leden duurt tot 31 december 2013. Een lid dat | § 2. Het mandaat van de leden duurt tot 31 december 2013. Een lid dat |
| voortijdig ophoudt zijn mandaat uit te oefenen, wordt vervangen door | voortijdig ophoudt zijn mandaat uit te oefenen, wordt vervangen door |
| zijn plaatsvervanger, die zijn mandaat voltooit. | zijn plaatsvervanger, die zijn mandaat voltooit. |
| Het lidmaatschap van een lid eindigt evenwel op de datum waarop de | Het lidmaatschap van een lid eindigt evenwel op de datum waarop de |
| organisatie die de voordracht deed, aan de Vlaamse minister meldt dat | organisatie die de voordracht deed, aan de Vlaamse minister meldt dat |
| het betrokken lid niet langer haar vertegenwoordiger is. Tezelfdertijd | het betrokken lid niet langer haar vertegenwoordiger is. Tezelfdertijd |
| wordt een nieuw lid voorgedragen. | wordt een nieuw lid voorgedragen. |
| § 3. Het comité stelt een huishoudelijk reglement op dat aan de | § 3. Het comité stelt een huishoudelijk reglement op dat aan de |
| Vlaamse minister ter goedkeuring wordt voorgelegd. | Vlaamse minister ter goedkeuring wordt voorgelegd. |
| § 4. Het comité vergadert minstens eenmaal per jaar. | § 4. Het comité vergadert minstens eenmaal per jaar. |
Art. 4.De volgende besluiten worden opgeheven : |
Art. 4.De volgende besluiten worden opgeheven : |
| 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot | 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot |
| samenstelling van het comité van toezicht ter implementatie van het | samenstelling van het comité van toezicht ter implementatie van het |
| Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, | Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, |
| gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005; | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005; |
| 2° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot | 2° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2001 tot |
| samenstelling van het managementcomité ter implementatie van het | samenstelling van het managementcomité ter implementatie van het |
| Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, | Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, |
| gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005. | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005. |
Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007. |
Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007. |
Art. 6.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid, is |
Art. 6.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid, is |
| belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
| Brussel, 27 april 2007. | Brussel, 27 april 2007. |
| De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, | De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, |
| Zeevisserij en Plattelandsbeleid, | Zeevisserij en Plattelandsbeleid, |
| Y. LETERME | Y. LETERME |