Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 24/10/2003
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel inzake de reis- en maaltijdvergoeding "
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel inzake de reis- en maaltijdvergoeding Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel inzake de reis- en maaltijdvergoeding
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
24 OKTOBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van 24 OKTOBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van
het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 houdende het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 houdende
statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen
en de regeling van de rechtspositie van het personeel inzake de reis- en de regeling van de rechtspositie van het personeel inzake de reis-
en maaltijdvergoeding en maaltijdvergoeding
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd bij de wet instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd bij de wet
van 8 augustus 1988; van 8 augustus 1988;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997
houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke
instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel,
zoals tot op heden gewijzigd; zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op het advies van de directieraad van het Instituut voor Bosbouw Gelet op het advies van de directieraad van het Instituut voor Bosbouw
en Wildbeheer, gegeven op 23 januari 2003; en Wildbeheer, gegeven op 23 januari 2003;
Gelet op het advies van de directieraad van het Instituut voor Gelet op het advies van de directieraad van het Instituut voor
Natuurbehoud, gegeven op 28 januari 2003; Natuurbehoud, gegeven op 28 januari 2003;
Overwegende dat de directieraden van het Instituut voor het Overwegende dat de directieraden van het Instituut voor het
Archeologisch Patrimonium, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Archeologisch Patrimonium, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
te Antwerpen en het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën geen te Antwerpen en het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën geen
advies binnen de vereiste termlijn hebben verstrekt; advies binnen de vereiste termlijn hebben verstrekt;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14
februari 2003; februari 2003;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
Begroting, gegeven op 20 maart 2003; Begroting, gegeven op 20 maart 2003;
Gelet op het protocol nr. 200.614 van 16 juni 2003 van het Gelet op het protocol nr. 200.614 van 16 juni 2003 van het
Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest; Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;
Gelet op het advies nr. 35.828/1/V van de Raad van State, gegeven op 1 Gelet op het advies nr. 35.828/1/V van de Raad van State, gegeven op 1
september 2003, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1o, september 2003, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1o,
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken; Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.In het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997

Artikel 1.In het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari 1997

houdende personeelsstatuut van de Vlaamse wetenschappelijke houdende personeelsstatuut van de Vlaamse wetenschappelijke
instellingen, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering instellingen, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering
van 8 maart 2002, inzake de reis- en maaltijdvergoeding wordt een van 8 maart 2002, inzake de reis- en maaltijdvergoeding wordt een
artikel XIII 106quater ingevoegd luidend als volgt : artikel XIII 106quater ingevoegd luidend als volgt :
"Art. XIII 106quater . Onkostenstaten die na een termijn van 6 maand "Art. XIII 106quater . Onkostenstaten die na een termijn van 6 maand
bij de onmiddellijke hiërarchische meerdere worden ingediend zijn bij de onmiddellijke hiërarchische meerdere worden ingediend zijn
onontvankelijk. De ambtenaar die binnen een termijn van drie maanden onontvankelijk. De ambtenaar die binnen een termijn van drie maanden
zijn behoorlijk en volledig ingevulde onkostenstaat bij zijn zijn behoorlijk en volledig ingevulde onkostenstaat bij zijn
onmiddellijke hiërarchische meerdere heeft ingediend, maar 3 maand na onmiddellijke hiërarchische meerdere heeft ingediend, maar 3 maand na
de indiening nog niet werd betaald, ontvangt vanaf de vierde maand na de indiening nog niet werd betaald, ontvangt vanaf de vierde maand na
de indiening een jaarintrest van 3 %. » de indiening een jaarintrest van 3 %. »

Art. 2.Artikel XIII 106quater van hetzelfde besluit wordt vervangen

Art. 2.Artikel XIII 106quater van hetzelfde besluit wordt vervangen

als volgt : als volgt :
"Art. XIII 106quinquies . § 1. De ambtenaar die voor dienstreizen "Art. XIII 106quinquies . § 1. De ambtenaar die voor dienstreizen
gebruik maakt van zijn privé-voertuig, zoals hierna vermeld, heeft per gebruik maakt van zijn privé-voertuig, zoals hierna vermeld, heeft per
afgelegde kilometer recht op een overeenkomstige vergoeding van : afgelegde kilometer recht op een overeenkomstige vergoeding van :
auto, motorfiets en bromfiets :0,2677 EUR/km auto, motorfiets en bromfiets :0,2677 EUR/km
fiets : 0,15 EUR/km fiets : 0,15 EUR/km
op basis van een onkostenstaat voor reis- en maaltijdvergoeding. op basis van een onkostenstaat voor reis- en maaltijdvergoeding.
In voorkomend geval heeft hij ook recht op de terugbetaling van In voorkomend geval heeft hij ook recht op de terugbetaling van
parkeerkosten. parkeerkosten.
§ 2. Ingeval van carpooling wordt voor de bestuurder de vergoeding § 2. Ingeval van carpooling wordt voor de bestuurder de vergoeding
verhoogd met de helft. De personeelsleden die meereizen hebben geen verhoogd met de helft. De personeelsleden die meereizen hebben geen
recht op km-vergoeding. recht op km-vergoeding.
§ 3. Indien de ambtenaar een reizende functie uitoefent kan hem voor § 3. Indien de ambtenaar een reizende functie uitoefent kan hem voor
het gebruik van zijn privé-voertuig een forfaitaire vergoeding worden het gebruik van zijn privé-voertuig een forfaitaire vergoeding worden
betaald overeenkomstig bijlage XIIIb bij dit besluit. In dit geval betaald overeenkomstig bijlage XIIIb bij dit besluit. In dit geval
dient hij geen onkostenstaat in. De reizende functies worden dient hij geen onkostenstaat in. De reizende functies worden
gedefinieerd door de directieraad. Voor het bepalen van deze reizende gedefinieerd door de directieraad. Voor het bepalen van deze reizende
functies, worden gemiddeld 3 000 km en 60 dienstreizen per jaar als functies, worden gemiddeld 3 000 km en 60 dienstreizen per jaar als
minimum gesteld. minimum gesteld.
§ 4. De bedragen voor het gebruik van het privé-voertuig : auto, § 4. De bedragen voor het gebruik van het privé-voertuig : auto,
motorfiets of bromfiets, vermeld in §§ 1 en 2, en de bedragen vermeld motorfiets of bromfiets, vermeld in §§ 1 en 2, en de bedragen vermeld
in bijlage XIIIb worden elk jaar op 1 juli herzien door de Vlaamse in bijlage XIIIb worden elk jaar op 1 juli herzien door de Vlaamse
minister bevoegd voor Ambtenarenzaken in functie van de evolutie van minister bevoegd voor Ambtenarenzaken in functie van de evolutie van
de criteria zoals bepaald in de federale reglementering inzake de criteria zoals bepaald in de federale reglementering inzake
reiskosten. » reiskosten. »
Art. 3 . Artikel XIII 106quinquies van hetzelfde besluit wordt Art. 3 . Artikel XIII 106quinquies van hetzelfde besluit wordt
vervangen als volgt : vervangen als volgt :
"Art. XIII 106sexies . § 1. Wanneer de ambtenaar verplicht is zijn "Art. XIII 106sexies . § 1. Wanneer de ambtenaar verplicht is zijn
privé-voertuig : hetzij auto, hetzij motorfiets, hetzij bromfiets te privé-voertuig : hetzij auto, hetzij motorfiets, hetzij bromfiets te
gebruiken voor een dienstreis, wordt de verplaatsing van de woonplaats gebruiken voor een dienstreis, wordt de verplaatsing van de woonplaats
naar de standplaats vergoed aan de helft van de kilometervergoeding. naar de standplaats vergoed aan de helft van de kilometervergoeding.
§ 2. Wanneer de kortste afstand van de woonplaats naar de plaats § 2. Wanneer de kortste afstand van de woonplaats naar de plaats
waarheen de ambtenaar zich moet begeven niet over de administratieve waarheen de ambtenaar zich moet begeven niet over de administratieve
standplaats loopt dan wordt de ambtenaar volledig vergoed vanaf de standplaats loopt dan wordt de ambtenaar volledig vergoed vanaf de
woonplaats. » woonplaats. »
Art. 4 . Artikel XIII 106octies van hetzelfde besluit wordt vervangen Art. 4 . Artikel XIII 106octies van hetzelfde besluit wordt vervangen
als volgt : als volgt :
"Art. XIII 106novies . § 1. De vergoeding voor middagmaal wordt "Art. XIII 106novies . § 1. De vergoeding voor middagmaal wordt
slechts uitbetaald voor dienstreizen die in het totaal minstens zes slechts uitbetaald voor dienstreizen die in het totaal minstens zes
uur duren. uur duren.
§ 2. Indien de ambtenaar een reizende functie uitoefent kan hem voor § 2. Indien de ambtenaar een reizende functie uitoefent kan hem voor
de vergoeding voor middagmaal een forfaitaire vergoeding worden de vergoeding voor middagmaal een forfaitaire vergoeding worden
betaald overeenkomstig bijlage XIVb. In dit geval dient hij geen betaald overeenkomstig bijlage XIVb. In dit geval dient hij geen
onkostenstaat in. De reizende functies worden gedefinieerd door de onkostenstaat in. De reizende functies worden gedefinieerd door de
directieraad. directieraad.
Voor het bepalen van deze reizende functies houdt de directieraad Voor het bepalen van deze reizende functies houdt de directieraad
rekening met de minima bepaald in artikel XIII 106quinquies , § 3. rekening met de minima bepaald in artikel XIII 106quinquies , § 3.
§ 3. De vergoeding voor avondmaal wordt slechts uitbetaald voor § 3. De vergoeding voor avondmaal wordt slechts uitbetaald voor
dienstreizen, die in het totaal minstens zes uur duren en beginnen om dienstreizen, die in het totaal minstens zes uur duren en beginnen om
of na 14 uur. of na 14 uur.
§ 4. In uitzonderlijke gevallen kan de vergoeding voor middagmaal en § 4. In uitzonderlijke gevallen kan de vergoeding voor middagmaal en
deze voor avondmaal slechts gecumuleerd worden voor dienstreizen die deze voor avondmaal slechts gecumuleerd worden voor dienstreizen die
minstens 12 uur duren. minstens 12 uur duren.
§ 5. Er wordt geen maaltijdvergoeding toegekend voor dienstreizen § 5. Er wordt geen maaltijdvergoeding toegekend voor dienstreizen
binnen een straal van 25 km vanaf de standplaats of woonplaats wanneer binnen een straal van 25 km vanaf de standplaats of woonplaats wanneer
de verplaatsing met een motorvoertuig gedaan wordt of binnen een de verplaatsing met een motorvoertuig gedaan wordt of binnen een
straal van 5 km in het andere geval. Onder motorvoertuig wordt straal van 5 km in het andere geval. Onder motorvoertuig wordt
verstaan een auto, een motorfiets of een bromfiets. Indien een verstaan een auto, een motorfiets of een bromfiets. Indien een
ambtenaar om dienstredenen verplicht wordt om gedurende een bepaalde ambtenaar om dienstredenen verplicht wordt om gedurende een bepaalde
periode een maaltijd te nemen in een restaurant waar de kostprijs in periode een maaltijd te nemen in een restaurant waar de kostprijs in
ruime mate hoger ligt dan in een restaurant van de instelling of het ruime mate hoger ligt dan in een restaurant van de instelling of het
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, kan de Vlaamse minister bevoegd ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, kan de Vlaamse minister bevoegd
voor Ambtenarenzaken hem op deze bepaling een tijdelijke afwijking voor Ambtenarenzaken hem op deze bepaling een tijdelijke afwijking
toestaan en dus toch een maaltijdvergoeding toekennen. toestaan en dus toch een maaltijdvergoeding toekennen.
§ 6.Voor eigen kosten van de werkgever heeft de ambtenaar die een § 6.Voor eigen kosten van de werkgever heeft de ambtenaar die een
binnenlandse dienstreis maakt met overnachting maximaal recht tot binnenlandse dienstreis maakt met overnachting maximaal recht tot
terugbetaling van kamer en ontbijt tot een bedrag van 115 euro in de terugbetaling van kamer en ontbijt tot een bedrag van 115 euro in de
agglomeratie Brussel en 100 euro in de rest van het land. Dit bedrag agglomeratie Brussel en 100 euro in de rest van het land. Dit bedrag
wordt niet geïndexeerd maar herzien samen met bijlage I van de wordt niet geïndexeerd maar herzien samen met bijlage I van de
omzendbrief PEBE/DVR/2003/4 van 4 april 2003 inzake de reis- en omzendbrief PEBE/DVR/2003/4 van 4 april 2003 inzake de reis- en
dagvergoeding voor buitenlandse reizen. dagvergoeding voor buitenlandse reizen.
§ 7. De vergoeding bedoeld in §§ 1, 3 en 4 bedraagt 9,5 EUR (100 %) en § 7. De vergoeding bedoeld in §§ 1, 3 en 4 bedraagt 9,5 EUR (100 %) en
volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer, overeenkomstig volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer, overeenkomstig
artikel XIII 22. De vergoeding bedoeld in §§ 1 en 3 wordt betaald na artikel XIII 22. De vergoeding bedoeld in §§ 1 en 3 wordt betaald na
het indienen van een onkostenstaat. » het indienen van een onkostenstaat. »

Art. 5.§ 1. In deel XIII, titel 4, hoofdstuk 3, 'Reis-en hotelkosten

Art. 5.§ 1. In deel XIII, titel 4, hoofdstuk 3, 'Reis-en hotelkosten

en maaltijdvergoeding voor dienstreizen', afdeling 3 'Hotelkosten en en maaltijdvergoeding voor dienstreizen', afdeling 3 'Hotelkosten en
maaltijdvergoeding' van hetzelfde besluit wordt het opschrift van maaltijdvergoeding' van hetzelfde besluit wordt het opschrift van
onderafdeling 1 vervangen door 'Binnenlandse reizen' en het opschrift onderafdeling 1 vervangen door 'Binnenlandse reizen' en het opschrift
van onderafdeling 2 door 'Buitenlandse reizen' van onderafdeling 2 door 'Buitenlandse reizen'
§ 2. Het opschrift van de voormelde Afdeling 3 wordt vervangen als § 2. Het opschrift van de voormelde Afdeling 3 wordt vervangen als
volgt : "Hotel- en dagvergoeding." volgt : "Hotel- en dagvergoeding."
§ 3. Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt vervangen als volgt : "Reis- § 3. Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt vervangen als volgt : "Reis-
en hotelvergoeding en maaltijd- en dagvergoeding voor dienstreizen". en hotelvergoeding en maaltijd- en dagvergoeding voor dienstreizen".

Art. 6.Artikel XIII 106novies van hetzelfde besluit wordt vervangen

Art. 6.Artikel XIII 106novies van hetzelfde besluit wordt vervangen

door de volgende bepalingen : door de volgende bepalingen :
"Art. XIII 106decies . § 1. Voor dienstopdrachten in het buitenland "Art. XIII 106decies . § 1. Voor dienstopdrachten in het buitenland
worden de reservaties en de betalingen voor overnachting en ontbijt op worden de reservaties en de betalingen voor overnachting en ontbijt op
basis van een eenpersoonskamer, maaltijden en andere eigen kosten van basis van een eenpersoonskamer, maaltijden en andere eigen kosten van
de werkgever, gedaan door de cel buitenlands beleid van de betrokken de werkgever, gedaan door de cel buitenlands beleid van de betrokken
entiteit of wanneer er geen is door de leidend ambtenaar. entiteit of wanneer er geen is door de leidend ambtenaar.
Daarnaast kan de ambtenaar een onkostenstaat met originele Daarnaast kan de ambtenaar een onkostenstaat met originele
bewijsstukken indienen voor eigen kosten van de werkgever die : bewijsstukken indienen voor eigen kosten van de werkgever die :
- niet konden voorzien worden door de cel buitenlands beleid van zijn - niet konden voorzien worden door de cel buitenlands beleid van zijn
entiteit of door de leidend ambtenaar entiteit of door de leidend ambtenaar
- of niet in de reservatie zijn inbegrepen. - of niet in de reservatie zijn inbegrepen.
§ 2. Wanneer voor de buitenlandse reis niet de nodige reservaties § 2. Wanneer voor de buitenlandse reis niet de nodige reservaties
werden gedaan door de cel buitenlands beleid van zijn entiteit of werden gedaan door de cel buitenlands beleid van zijn entiteit of
wanneer er geen is door de leidend ambtenaar, heeft de ambtenaar die wanneer er geen is door de leidend ambtenaar, heeft de ambtenaar die
een dienstreis in het buitenland maakt en de overnachting met ontbijt, een dienstreis in het buitenland maakt en de overnachting met ontbijt,
maaltijden en andere kleine onkosten dient te betalen, maximum recht maaltijden en andere kleine onkosten dient te betalen, maximum recht
op : op :
- de terugbetaling van kamer en ontbijt op basis van een - de terugbetaling van kamer en ontbijt op basis van een
eenpersoonskamer; eenpersoonskamer;
- een dagvergoeding - een dagvergoeding
volgens de bedragen vermeld in bijlage I bij de omzendbrief volgens de bedragen vermeld in bijlage I bij de omzendbrief
PEBE/DVR/2003/4 van 4 april 2003 inzake de reis - en dagvergoeding PEBE/DVR/2003/4 van 4 april 2003 inzake de reis - en dagvergoeding
voor buitenlandse reizen. voor buitenlandse reizen.
Deze bedragen worden niet geïndexeerd." Deze bedragen worden niet geïndexeerd."

Art. 7.De nummering van de bestaande artikelen van hetzelfde besluit

Art. 7.De nummering van de bestaande artikelen van hetzelfde besluit

wordt als volgt aangepast : wordt als volgt aangepast :
- artikel XIII 106sexies wordt XIII 106septies; - artikel XIII 106sexies wordt XIII 106septies;
- artikel XIII 106septies wordt XIII 106octies. - artikel XIII 106septies wordt XIII 106octies.
Art. 8 . Bijlage XIIIb en XIVb bij hetzelfde besluit wordt vervangen Art. 8 . Bijlage XIIIb en XIVb bij hetzelfde besluit wordt vervangen
respectievelijk door bijlage I en II bij dit besluit. respectievelijk door bijlage I en II bij dit besluit.
Art. 9 . Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2003, Art. 9 . Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2003,
uitgezonderd de bedragen vermeld in artikel XIII 106quinquies , § 1, uitgezonderd de bedragen vermeld in artikel XIII 106quinquies , § 1,
sub artikel 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2002. sub artikel 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2002.

Art. 10.Artikel 2, wat artikel XIII 106quinquies § 3 betreft, heeft

Art. 10.Artikel 2, wat artikel XIII 106quinquies § 3 betreft, heeft

uitwerking met ingang van 1 september 2001. uitwerking met ingang van 1 september 2001.
Brussel, 24 oktober 2003. Brussel, 24 oktober 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd
en Ambtenarenzaken, en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN P. VAN GREMBERGEN
Bijlage I (WI-binnenlandse reizen) Bijlage I (WI-binnenlandse reizen)
Forfaitarisering km-vergoeding Forfaitarisering km-vergoeding
(geldig vanaf 1 juli 2002) (geldig vanaf 1 juli 2002)
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari
1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke
instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel,
inzake de reis- en maaltijdvergoeding. inzake de reis- en maaltijdvergoeding.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd
en Ambtenarenzaken, en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN P. VAN GREMBERGEN
Bijlage II (WI - binnenlandse reizen) Bijlage II (WI - binnenlandse reizen)
Forfaitarisering maaltijdvergoeding Forfaitarisering maaltijdvergoeding
(vanaf 1 april 2003) (vanaf 1 april 2003)
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 januari
1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke 1997 houdende statuut en organisatie van de Vlaamse wetenschappelijke
instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel, instellingen en de regeling van de rechtspositie van het personeel,
inzake de reis- en maaltijdvergoeding. inzake de reis- en maaltijdvergoeding.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd
en Ambtenarenzaken, en Ambtenarenzaken,
P. VAN GRIMBERGEN P. VAN GRIMBERGEN
^