Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 20/06/2003
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte aardgasmarkt "
Besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte aardgasmarkt Besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte aardgasmarkt
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
20 JUNI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de 20 JUNI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de
sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte aardgasmarkt sociale openbaredienstverplichtingen in de vrijgemaakte aardgasmarkt
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht Gelet op het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht
op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, inzonderheid op op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, inzonderheid op
artikel 3, 4, 6 en 7; artikel 3, 4, 6 en 7;
Gelet op het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de Gelet op het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de
gasmarkt, inzonderheid op artikel 18, 1°, b) , c) , e) en h) , en 2°, gasmarkt, inzonderheid op artikel 18, 1°, b) , c) , e) en h) , en 2°,
b) en e) ; b) en e) ;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23
april 2003; april 2003;
Gelet op het advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Gelet op het advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de
Elektriciteits- en Gasmarkt, gegeven op 19 mei 2003; Elektriciteits- en Gasmarkt, gegeven op 19 mei 2003;
Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen,
gegeven op 22 mei 2003; gegeven op 22 mei 2003;
Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen,
gegeven op 27 mei 2003; gegeven op 27 mei 2003;
Gelet op het advies van Intermixt en Inter-Regies, gegeven op Gelet op het advies van Intermixt en Inter-Regies, gegeven op
respectievelijk 13 juni 2003 en 20 mei 2003; respectievelijk 13 juni 2003 en 20 mei 2003;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de
omstandigheid dat de aardgasmarkt volledig vrijgemaakt wordt op 1 juli omstandigheid dat de aardgasmarkt volledig vrijgemaakt wordt op 1 juli
2003 en dat er specifieke maatregelen moeten worden genomen om de 2003 en dat er specifieke maatregelen moeten worden genomen om de
sociaal zwakkeren in de maatschappij extra te beschermen in een sociaal zwakkeren in de maatschappij extra te beschermen in een
vrijgemaakte aardgasmarkt; vrijgemaakte aardgasmarkt;
Gelet op het advies 35.554/1 van de Raad van State, gegeven op 5 juni Gelet op het advies 35.554/1 van de Raad van State, gegeven op 5 juni
2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en
Energie; Energie;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° huishoudelijke afnemer : elke natuurlijke persoon die aardgas 1° huishoudelijke afnemer : elke natuurlijke persoon die aardgas
afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die
samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn; samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn;
2° budgetmeter : aardgasmeter die wordt opgeladen via een systeem met 2° budgetmeter : aardgasmeter die wordt opgeladen via een systeem met
voorafbetaling; voorafbetaling;
3° hulpkrediet : een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een 3° hulpkrediet : een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een
huishoudelijke afnemer zodra het op de budgetmeter opgeladen bedrag huishoudelijke afnemer zodra het op de budgetmeter opgeladen bedrag
opgebruikt is; opgebruikt is;
4° erkende instelling van schuldbemiddeling : instelling, erkend 4° erkende instelling van schuldbemiddeling : instelling, erkend
volgens het decreet van 24 juli 1996 houdende de regeling tot volgens het decreet van 24 juli 1996 houdende de regeling tot
erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling in de Vlaamse erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling in de Vlaamse
Gemeenschap; Gemeenschap;
5° beschermde klant : huishoudelijke afnemer met een aansluiting op 5° beschermde klant : huishoudelijke afnemer met een aansluiting op
het aardgasdistributienet, waarbij op het adres van de aansluiting het aardgasdistributienet, waarbij op het adres van de aansluiting
minstens een persoon gedomicilieerd is die behoort tot een van de minstens een persoon gedomicilieerd is die behoort tot een van de
volgende categorieën : volgende categorieën :
a) de personen die een verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds a) de personen die een verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds
ontvangen, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 ontvangen, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 8 augustus 1997
ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de voorwaarden in verband ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de voorwaarden in verband
met de ingang, het behoud en de intrekking van het recht op de met de ingang, het behoud en de intrekking van het recht op de
verhoogde verzekeringstegemoetkoming, die bedoeld zijn in artikel 37, verhoogde verzekeringstegemoetkoming, die bedoeld zijn in artikel 37,
§ 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994; 1994;
b) de personen die een minnelijke of gerechtelijke b) de personen die een minnelijke of gerechtelijke
aanzuiveringsregeling hebben verkregen in het kader van de wet van 5 aanzuiveringsregeling hebben verkregen in het kader van de wet van 5
juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de
mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen
onroerende goederen; onroerende goederen;
c) de personen die in aanmerking komen voor budgetbegeleiding op basis c) de personen die in aanmerking komen voor budgetbegeleiding op basis
van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht
aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de
begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de
meest hulpbehoevenden inzake energielevering; meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
d) de personen ten aanzien van wie een beslissing is genomen voor het d) de personen ten aanzien van wie een beslissing is genomen voor het
toekennen van : toekennen van :
1) een leefloon, krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het 1) een leefloon, krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het
recht op maatschappelijke integratie; recht op maatschappelijke integratie;
2) het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, krachtens de wet van 1 2) het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, krachtens de wet van 1
april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden; april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
3) een inkomensgarantie voor ouderen, krachtens de wet van 22 maart 3) een inkomensgarantie voor ouderen, krachtens de wet van 22 maart
2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen; 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
4) een inkomensvervangende tegemoetkoming, krachtens de wet van 27 4) een inkomensvervangende tegemoetkoming, krachtens de wet van 27
februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten; februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
5) een integratietegemoetkoming, krachtens de wet van 27 februari 1987 5) een integratietegemoetkoming, krachtens de wet van 27 februari 1987
betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, als die betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, als die
gehandicapte behoort tot de categorieën II, III of IV, bepaald bij het gehandicapte behoort tot de categorieën II, III of IV, bepaald bij het
ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de
categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van
zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de
integratietegemoetkoming; integratietegemoetkoming;
6) een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, krachtens de wet van 27 6) een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, krachtens de wet van 27
februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten; februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
7) een tegemoetkoming als gehandicapte persoon ten gevolge van een 7) een tegemoetkoming als gehandicapte persoon ten gevolge van een
blijvende arbeidsongeschiktheid of een invaliditeit van ten minste 65 blijvende arbeidsongeschiktheid of een invaliditeit van ten minste 65
%, krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van %, krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van
tegemoetkomingen voor mindervaliden, binnen de perken bepaald in tegemoetkomingen voor mindervaliden, binnen de perken bepaald in
artikel 28 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de artikel 28 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan gehandicapten; tegemoetkomingen aan gehandicapten;
8) een tegemoetkoming voor de hulp van een derde persoon, krachtens de 8) een tegemoetkoming voor de hulp van een derde persoon, krachtens de
wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen
voor mindervaliden, binnen de perken bepaald bij artikel 28 van de wet voor mindervaliden, binnen de perken bepaald bij artikel 28 van de wet
van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan
gehandicapten; gehandicapten;
e) de personen die een voorschot ontvangen, toegekend door het OCMW, e) de personen die een voorschot ontvangen, toegekend door het OCMW,
op de tegemoetkomingen, bedoeld in d) ; op de tegemoetkomingen, bedoeld in d) ;
f) de personen die een steun verkrijgen die gedeeltelijk of volledig f) de personen die een steun verkrijgen die gedeeltelijk of volledig
ten laste genomen wordt door de federale staat, op basis van artikel 4 ten laste genomen wordt door de federale staat, op basis van artikel 4
en 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van en 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van
de steun, verleend door de openbare centra voor maatschappelijk de steun, verleend door de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn; welzijn;
6° klaarblijkelijke onwil : de omstandigheid dat de huishoudelijke 6° klaarblijkelijke onwil : de omstandigheid dat de huishoudelijke
afnemer de nodige financiële middelen heeft om zijn aardgasfactuur afnemer de nodige financiële middelen heeft om zijn aardgasfactuur
tijdig te betalen, maar dat hij dat, door redenen die aan hem kunnen tijdig te betalen, maar dat hij dat, door redenen die aan hem kunnen
worden toegeschreven, niet doet of niet heeft gedaan; worden toegeschreven, niet doet of niet heeft gedaan;
7° VREG : de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en 7° VREG : de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en
Gasmarkt, bedoeld in artikel 27, § 1, van het decreet van 17 juli 2000 Gasmarkt, bedoeld in artikel 27, § 1, van het decreet van 17 juli 2000
houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
8° lokale adviescommissie : de commissie, bedoeld in artikel 7 van het 8° lokale adviescommissie : de commissie, bedoeld in artikel 7 van het
decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op
minimumlevering van elektriciteit, gas en water; minimumlevering van elektriciteit, gas en water;
9° afsluiten : het buiten dienst stellen van de aansluiting of het 9° afsluiten : het buiten dienst stellen van de aansluiting of het
ontzeggen van de toegang tot het net door de aansluiting af te ontzeggen van de toegang tot het net door de aansluiting af te
koppelen van de installaties van de huishoudelijke afnemer; koppelen van de installaties van de huishoudelijke afnemer;
10° werkdag : elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, 10° werkdag : elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag,
zondag en de wettelijke feestdagen; zondag en de wettelijke feestdagen;
11° gasvervoer : het vervoer van gas, zoals bedoeld in artikel 1, 7°, 11° gasvervoer : het vervoer van gas, zoals bedoeld in artikel 1, 7°,
van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige
producten en andere door middel van leidingen; producten en andere door middel van leidingen;
12° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid. 12° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid.
HOOFDSTUK II. - Herinneringsbrief en ingebrekestelling bij wanbetaling HOOFDSTUK II. - Herinneringsbrief en ingebrekestelling bij wanbetaling
van de aardgasfactuur van de aardgasfactuur

Art. 2.Als de huishoudelijke afnemer na het verstrijken van de

Art. 2.Als de huishoudelijke afnemer na het verstrijken van de

uiterste datum voor betaling, zoals bepaald in de aardgasfactuur, maar uiterste datum voor betaling, zoals bepaald in de aardgasfactuur, maar
met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de ontvangst van met een minimumtermijn van vijftien kalenderdagen na de ontvangst van
de factuur, niet heeft betaald, stuurt de houder van een de factuur, niet heeft betaald, stuurt de houder van een
leveringsvergunning een herinneringsbrief. De aardgasfactuur wordt leveringsvergunning een herinneringsbrief. De aardgasfactuur wordt
geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de dag van de geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de dag van de
verzending ervan. verzending ervan.
In de herinneringsbrief vermeldt de houder van een leveringsvergunning In de herinneringsbrief vermeldt de houder van een leveringsvergunning
de procedure voor ingebrekestelling, bedoeld in artikel 3. de procedure voor ingebrekestelling, bedoeld in artikel 3.

Art. 3.Als de huishoudelijke afnemer vijftien kalenderdagen na de

Art. 3.Als de huishoudelijke afnemer vijftien kalenderdagen na de

verzending van de herinneringsbrief nog geen regeling heeft getroffen verzending van de herinneringsbrief nog geen regeling heeft getroffen
voor de betaling van de openstaande factuur, stuurt de houder van een voor de betaling van de openstaande factuur, stuurt de houder van een
leveringsvergunning een ingebrekestelling met een aangetekende brief. leveringsvergunning een ingebrekestelling met een aangetekende brief.

Art. 4.§ 1. De houder van een leveringsvergunning vermeldt zowel in

Art. 4.§ 1. De houder van een leveringsvergunning vermeldt zowel in

de herinneringsbrief als in de ingebrekestelling : de herinneringsbrief als in de ingebrekestelling :
1° de naam en het telefoonnummer van zijn bevoegde dienst; 1° de naam en het telefoonnummer van zijn bevoegde dienst;
2° de mogelijkheden om in geval van betalingsmoeilijkheden een 2° de mogelijkheden om in geval van betalingsmoeilijkheden een
regeling te treffen voor de betaling van de openstaande regeling te treffen voor de betaling van de openstaande
aardgasfactuur. De mogelijkheden zijn : aardgasfactuur. De mogelijkheden zijn :
a) de uitwerking van een afbetalingsplan met de houder van een a) de uitwerking van een afbetalingsplan met de houder van een
leveringsvergunning; leveringsvergunning;
b) de uitwerking van een afbetalingsplan via het O.C.M.W.; b) de uitwerking van een afbetalingsplan via het O.C.M.W.;
c) de uitwerking van een afbetalingsplan via een erkende instelling c) de uitwerking van een afbetalingsplan via een erkende instelling
voor schuldbemiddeling; voor schuldbemiddeling;
3° de mogelijkheid voor de houder van een leveringsvergunning tot 3° de mogelijkheid voor de houder van een leveringsvergunning tot
opzeg van het contract voor de levering van aardgas, bedoeld in opzeg van het contract voor de levering van aardgas, bedoeld in
artikel 7; artikel 7;
4° de procedure voor de plaatsing van budgetmeters, bedoeld in 4° de procedure voor de plaatsing van budgetmeters, bedoeld in
hoofdstuk IV; hoofdstuk IV;
5° de procedure voor het afsluiten van de aansluiting van aardgas, 5° de procedure voor het afsluiten van de aansluiting van aardgas,
bedoeld in artikel 18; bedoeld in artikel 18;
6° de voordelen voor beschermde klanten, bedoeld in artikel 13, 19, 4° 6° de voordelen voor beschermde klanten, bedoeld in artikel 13, 19, 4°
en 20, 2°. en 20, 2°.
§ 2. Als de huishoudelijke afnemer kiest voor het uitwerken van een § 2. Als de huishoudelijke afnemer kiest voor het uitwerken van een
afbetalingsplan met het OCMW of met een erkende instelling voor afbetalingsplan met het OCMW of met een erkende instelling voor
schuldbemiddeling, stuurt de houder van een leveringsvergunning het schuldbemiddeling, stuurt de houder van een leveringsvergunning het
dossier onverwijld voor verder onderzoek naar het OCMW van de dossier onverwijld voor verder onderzoek naar het OCMW van de
woonplaats van de huishoudelijke afnemer of naar de door de woonplaats van de huishoudelijke afnemer of naar de door de
huishoudelijke afnemer aangewezen erkende instelling voor huishoudelijke afnemer aangewezen erkende instelling voor
schuldbemiddeling. schuldbemiddeling.
De huishoudelijke afnemer deelt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de De huishoudelijke afnemer deelt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de
verzending van de ingebrekestelling zijn keuze schriftelijk mee aan de verzending van de ingebrekestelling zijn keuze schriftelijk mee aan de
houder van een leveringsvergunning. houder van een leveringsvergunning.

Art. 5.Alle kosten, verbonden aan het versturen van een

Art. 5.Alle kosten, verbonden aan het versturen van een

herinneringsbrief en een ingebrekestelling aan een beschermde klant, herinneringsbrief en een ingebrekestelling aan een beschermde klant,
vallen ten laste van de houder van een leveringsvergunning. vallen ten laste van de houder van een leveringsvergunning.
De beschermde klant dient bij de houder van een leveringsvergunning de De beschermde klant dient bij de houder van een leveringsvergunning de
nodige bewijsstukken in, waaruit blijkt dat hij deel uitmaakt van een nodige bewijsstukken in, waaruit blijkt dat hij deel uitmaakt van een
van de categorieën, bedoeld in artikel 1, 5°. van de categorieën, bedoeld in artikel 1, 5°.

Art. 6.De eventuele nalatigheidsintrest die door de houder van een

Art. 6.De eventuele nalatigheidsintrest die door de houder van een

leveringsvergunning wordt aangerekend, mag de wettelijke intrest niet leveringsvergunning wordt aangerekend, mag de wettelijke intrest niet
overschrijden. overschrijden.
HOOFDSTUK III. - De opzegging door de houder van een HOOFDSTUK III. - De opzegging door de houder van een
leveringsvergunning van een contract voor de levering van aardgas aan leveringsvergunning van een contract voor de levering van aardgas aan
een huishoudelijke afnemer een huishoudelijke afnemer

Art. 7.§ 1. Een houder van een leveringsvergunning kan een contract

Art. 7.§ 1. Een houder van een leveringsvergunning kan een contract

voor de levering van aardgas aan een huishoudelijke afnemer enkel voor de levering van aardgas aan een huishoudelijke afnemer enkel
opzeggen mits hij een opzegtermijn van ten minste een maand in acht opzeggen mits hij een opzegtermijn van ten minste een maand in acht
neemt. neemt.
In geval van wanbetaling van een aardgasfactuur kan de houder van een In geval van wanbetaling van een aardgasfactuur kan de houder van een
leveringsvergunning het contract voor de levering van aardgas enkel leveringsvergunning het contract voor de levering van aardgas enkel
opzeggen in de hiernavolgende gevallen : opzeggen in de hiernavolgende gevallen :
1° wanneer de huishoudelijke afnemer binnen vijftien kalenderdagen na 1° wanneer de huishoudelijke afnemer binnen vijftien kalenderdagen na
de verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk heeft de verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk heeft
meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor de betaling van de meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor de betaling van de
openstaande aardgasfactuur; openstaande aardgasfactuur;
2° wanneer de huishoudelijke afnemer binnen vijftien kalenderdagen 2° wanneer de huishoudelijke afnemer binnen vijftien kalenderdagen
nadat hij schriftelijk heeft meegedeeld welke regeling hij wil treffen nadat hij schriftelijk heeft meegedeeld welke regeling hij wil treffen
voor de betaling van de openstaande aardgasfactuur niet aan een van de voor de betaling van de openstaande aardgasfactuur niet aan een van de
volgende voorwaarden voldoet : volgende voorwaarden voldoet :
a) zijn vervallen factuur betaald hebben, a) zijn vervallen factuur betaald hebben,
b) een afbetalingsplan aanvaard hebben; b) een afbetalingsplan aanvaard hebben;
3° wanneer de huishoudelijke afnemer, na de aanvaarding van een 3° wanneer de huishoudelijke afnemer, na de aanvaarding van een
afbetalingsplan, zijn afbetalingsverplichtingen niet nakomt. afbetalingsplan, zijn afbetalingsverplichtingen niet nakomt.
§ 2. De houder van een leveringsvergunning brengt de § 2. De houder van een leveringsvergunning brengt de
aardgasnetbeheerder onverwijld en schriftelijk op de hoogte van de aardgasnetbeheerder onverwijld en schriftelijk op de hoogte van de
opzegging van een contract voor de levering van aardgas aan een opzegging van een contract voor de levering van aardgas aan een
huishoudelijke afnemer, aangesloten op zijn aardgasdistributienet, huishoudelijke afnemer, aangesloten op zijn aardgasdistributienet,
inzonderheid van de datum van het einde van de opzegtermijn. inzonderheid van de datum van het einde van de opzegtermijn.
In de gevallen, bedoeld in § 1, tweede lid, stuurt de houder van een In de gevallen, bedoeld in § 1, tweede lid, stuurt de houder van een
leveringsvergunning aan de aardgasnetbeheerder eveneens een overzicht leveringsvergunning aan de aardgasnetbeheerder eveneens een overzicht
van de tot dan gevolgde procedure. Indien de opzegging betrekking van de tot dan gevolgde procedure. Indien de opzegging betrekking
heeft op een beschermde klant voegt hij hierbij de bewijsstukken, heeft op een beschermde klant voegt hij hierbij de bewijsstukken,
bedoeld in artikel 5, tweede lid. bedoeld in artikel 5, tweede lid.
§ 3. Als de houder van een leveringsvergunning het contract voor de § 3. Als de houder van een leveringsvergunning het contract voor de
levering van aardgas aan de huishoudelijke afnemer heeft opgezegd, en levering van aardgas aan de huishoudelijke afnemer heeft opgezegd, en
als de huishoudelijke afnemer geen nieuwe houder van een als de huishoudelijke afnemer geen nieuwe houder van een
leveringsvergunning heeft gevonden uiterlijk tien kalenderdagen voor leveringsvergunning heeft gevonden uiterlijk tien kalenderdagen voor
het einde van de opzegtermijn, wordt de huishoudelijke afnemer vanaf het einde van de opzegtermijn, wordt de huishoudelijke afnemer vanaf
het einde van de opzegtermijn van aardgas voorzien door de het einde van de opzegtermijn van aardgas voorzien door de
aardgasnetbeheerder. aardgasnetbeheerder.
HOOFDSTUK IV. - De budgetmeter HOOFDSTUK IV. - De budgetmeter
Afdeling I. - Het plaatsen en het uitschakelen van de budgetmeter Afdeling I. - Het plaatsen en het uitschakelen van de budgetmeter

Art. 8.In de gevallen waarin een huishoudelijke afnemer door een

Art. 8.In de gevallen waarin een huishoudelijke afnemer door een

aardgasnetbeheerder van aardgas wordt voorzien, plaatst de aardgasnetbeheerder van aardgas wordt voorzien, plaatst de
aardgasnetbeheerder een budgetmeter bij deze huishoudelijke afnemer. aardgasnetbeheerder een budgetmeter bij deze huishoudelijke afnemer.
Wanneer de aardgasnetbeheerder geen normale toegang heeft tot de Wanneer de aardgasnetbeheerder geen normale toegang heeft tot de
woning, kan de aardgasnetbeheerder na een overeenkomstig gemotiveerd woning, kan de aardgasnetbeheerder na een overeenkomstig gemotiveerd
advies van de lokale adviescommissie overgaan tot het afsluiten van advies van de lokale adviescommissie overgaan tot het afsluiten van
het aardgas, overeenkomstig artikel 18, § 1, 3°. het aardgas, overeenkomstig artikel 18, § 1, 3°.
De VREG kan technische vereisten vaststellen waaraan de budgetmeter De VREG kan technische vereisten vaststellen waaraan de budgetmeter
moet voldoen. moet voldoen.

Art. 9.De houder van een leveringsvergunning kan bij de

Art. 9.De houder van een leveringsvergunning kan bij de

aardgasnetbeheerder de plaatsing van een budgetmeter aanvragen, in de aardgasnetbeheerder de plaatsing van een budgetmeter aanvragen, in de
hiernavolgende gevallen : hiernavolgende gevallen :
1° de huishoudelijke afnemer vraagt de plaatsing van een budgetmeter; 1° de huishoudelijke afnemer vraagt de plaatsing van een budgetmeter;
2° de huishoudelijke afnemer heeft binnen vijftien kalenderdagen na de 2° de huishoudelijke afnemer heeft binnen vijftien kalenderdagen na de
verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk meegedeeld welke verzending van de ingebrekestelling niet schriftelijk meegedeeld welke
regeling hij wil treffen voor de betaling van de openstaande regeling hij wil treffen voor de betaling van de openstaande
aardgasfactuur; aardgasfactuur;
3° de huishoudelijke afnemer heeft binnen vijftien kalenderdagen nadat 3° de huishoudelijke afnemer heeft binnen vijftien kalenderdagen nadat
hij schriftelijk heeft meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor hij schriftelijk heeft meegedeeld welke regeling hij wil treffen voor
de betaling van de openstaande aardgasfactuur niet aan een van de de betaling van de openstaande aardgasfactuur niet aan een van de
volgende voorwaarden voldaan : volgende voorwaarden voldaan :
a) zijn vervallen factuur betaald hebben, a) zijn vervallen factuur betaald hebben,
b) een afbetalingsplan aanvaard hebben; b) een afbetalingsplan aanvaard hebben;
4° de huishoudelijke afnemer komt, na de aanvaarding van een 4° de huishoudelijke afnemer komt, na de aanvaarding van een
afbetalingsplan, zijn afbetalingsverplichtingen niet na. afbetalingsplan, zijn afbetalingsverplichtingen niet na.
De aardgasnetbeheerder is ertoe gehouden om binnen tien kalenderdagen De aardgasnetbeheerder is ertoe gehouden om binnen tien kalenderdagen
na ontvangst van deze aanvraag een budgetmeter te plaatsen bij de na ontvangst van deze aanvraag een budgetmeter te plaatsen bij de
huishoudelijke afnemer, op voorwaarde dat hij normale toegang heeft huishoudelijke afnemer, op voorwaarde dat hij normale toegang heeft
tot de woning. tot de woning.
Wanneer de aardgasnetbeheerder geen normale toegang heeft tot de Wanneer de aardgasnetbeheerder geen normale toegang heeft tot de
woning, kan de aardgasnetbeheerder na een overeenkomstig gemotiveerd woning, kan de aardgasnetbeheerder na een overeenkomstig gemotiveerd
advies van de lokale adviescommissie overgaan tot het afsluiten van advies van de lokale adviescommissie overgaan tot het afsluiten van
het aardgas, overeenkomstig artikel 18, § 1, 3°. het aardgas, overeenkomstig artikel 18, § 1, 3°.

Art. 10.Bij de installatie van een budgetmeter wordt de budgetmeter

Art. 10.Bij de installatie van een budgetmeter wordt de budgetmeter

door de aardgasnetbeheerder zodanig ingesteld dat een hulpkrediet ter door de aardgasnetbeheerder zodanig ingesteld dat een hulpkrediet ter
waarde van 250 kWh tegen het sociaal tarief ter beschikking wordt waarde van 250 kWh tegen het sociaal tarief ter beschikking wordt
gesteld van de huishoudelijke afnemer. gesteld van de huishoudelijke afnemer.

Art. 11.De aardgasnetbeheerder stelt minstens de volgende informatie

Art. 11.De aardgasnetbeheerder stelt minstens de volgende informatie

ter beschikking van de betrokken huishoudelijke afnemer bij de ter beschikking van de betrokken huishoudelijke afnemer bij de
plaatsing van de budgetmeter : plaatsing van de budgetmeter :
1° een gebruikershandleiding; 1° een gebruikershandleiding;
2° een telefoonnummer voor het melden van problemen en voor 2° een telefoonnummer voor het melden van problemen en voor
noodgevallen; noodgevallen;
3° een lijst met de plaats en de toegankelijkheid van de 3° een lijst met de plaats en de toegankelijkheid van de
dichtstbijzijnde oplaadmogelijkheden; dichtstbijzijnde oplaadmogelijkheden;
4° gedetailleerde informatie en instructies over de gegevens die van 4° gedetailleerde informatie en instructies over de gegevens die van
de budgetmeter kunnen worden afgelezen; de budgetmeter kunnen worden afgelezen;
5° het ter beschikking gestelde hulpkrediet en de manier waarop het 5° het ter beschikking gestelde hulpkrediet en de manier waarop het
hulpkrediet wordt verrekend bij het opladen van de meter. hulpkrediet wordt verrekend bij het opladen van de meter.
De houder van een leveringsvergunning, in de gevallen, bedoeld in De houder van een leveringsvergunning, in de gevallen, bedoeld in
artikel 15, of de aardgasnetbeheerder, in de gevallen, bedoeld in artikel 15, of de aardgasnetbeheerder, in de gevallen, bedoeld in
artikel 14, stelt de toegepaste aardgasprijs ter beschikking van de artikel 14, stelt de toegepaste aardgasprijs ter beschikking van de
betrokken huishoudelijke afnemer bij de plaatsing van de budgetmeter. betrokken huishoudelijke afnemer bij de plaatsing van de budgetmeter.

Art. 12.§ 1. De aardgasnetbeheerder zal, op verzoek van de

Art. 12.§ 1. De aardgasnetbeheerder zal, op verzoek van de

huishoudelijke afnemer, de budgetmeter uitschakelen als : huishoudelijke afnemer, de budgetmeter uitschakelen als :
1° in de gevallen, bedoeld in artikel 15 : de huishoudelijke afnemer 1° in de gevallen, bedoeld in artikel 15 : de huishoudelijke afnemer
alle openstaande rekeningen bij zijn houder van een alle openstaande rekeningen bij zijn houder van een
leveringsvergunning heeft betaald; leveringsvergunning heeft betaald;
2° in de gevallen, bedoeld in artikel 14 : de huishoudelijke afnemer 2° in de gevallen, bedoeld in artikel 14 : de huishoudelijke afnemer
alle openstaande rekeningen bij zijn aardgasnetbeheerder heeft betaald alle openstaande rekeningen bij zijn aardgasnetbeheerder heeft betaald
en een contract voor de levering van aardgas met een houder van een en een contract voor de levering van aardgas met een houder van een
leveringsvergunning heeft gesloten. leveringsvergunning heeft gesloten.
§ 2. Vanaf het uitschakelen van de budgetmeter, overeenkomstig de § 2. Vanaf het uitschakelen van de budgetmeter, overeenkomstig de
procedure, bedoeld in § 1, wordt de huishoudelijke afnemer verder van procedure, bedoeld in § 1, wordt de huishoudelijke afnemer verder van
aardgas voorzien door de houder van een leveringsvergunning waarmee aardgas voorzien door de houder van een leveringsvergunning waarmee
hij een contract voor de levering van aardgas heeft gesloten. hij een contract voor de levering van aardgas heeft gesloten.
§ 3. Als de huishoudelijke afnemer met budgetmeter verhuist, schakelt § 3. Als de huishoudelijke afnemer met budgetmeter verhuist, schakelt
de aardgasnetbeheerder de budgetmeter uit op de oude locatie en wordt de aardgasnetbeheerder de budgetmeter uit op de oude locatie en wordt
er een budgetmeter geplaatst op de nieuwe locatie. Als de er een budgetmeter geplaatst op de nieuwe locatie. Als de
huishoudelijke afnemer verhuist naar een plek buiten het grondgebied huishoudelijke afnemer verhuist naar een plek buiten het grondgebied
van de aardgasnetbeheerder, meldt de aardgasnetbeheerder aan de van de aardgasnetbeheerder, meldt de aardgasnetbeheerder aan de
aardgasnetbeheerder op de nieuwe locatie dat bij de betreffende aardgasnetbeheerder op de nieuwe locatie dat bij de betreffende
huishoudelijke afnemer een budgetmeter moet worden geplaatst. huishoudelijke afnemer een budgetmeter moet worden geplaatst.
De aardgasnetbeheerder op de nieuwe locatie is ertoe gehouden om bij De aardgasnetbeheerder op de nieuwe locatie is ertoe gehouden om bij
de betreffende huishoudelijke afnemer een budgetmeter te plaatsen. de betreffende huishoudelijke afnemer een budgetmeter te plaatsen.

Art. 13.Bij beschermde klanten vallen alle kosten die verbonden zijn

Art. 13.Bij beschermde klanten vallen alle kosten die verbonden zijn

aan de budgetmeter, met inbegrip van het plaatsen en het uitschakelen aan de budgetmeter, met inbegrip van het plaatsen en het uitschakelen
ervan, ten laste van de aardgasnetbeheerder. ervan, ten laste van de aardgasnetbeheerder.
De beschermde klant dient uit zichzelf of op verzoek van de De beschermde klant dient uit zichzelf of op verzoek van de
aardgasnetbeheerder bij de aardgasnetbeheerder de nodige bewijsstukken aardgasnetbeheerder bij de aardgasnetbeheerder de nodige bewijsstukken
in waaruit blijkt dat hij deel uitmaakt van een van de categorieën, in waaruit blijkt dat hij deel uitmaakt van een van de categorieën,
bedoeld in artikel 1, 5°. bedoeld in artikel 1, 5°.
Afdeling II. - De levering van aardgas aan huishoudelijke afnemers met Afdeling II. - De levering van aardgas aan huishoudelijke afnemers met
een budgetmeter een budgetmeter

Art. 14.Na de plaatsing van een budgetmeter wordt de huishoudelijke

Art. 14.Na de plaatsing van een budgetmeter wordt de huishoudelijke

afnemer voorzien van aardgas door zijn aardgasnetbeheerder, tenzij in afnemer voorzien van aardgas door zijn aardgasnetbeheerder, tenzij in
de gevallen, bedoeld in artikel 15. de gevallen, bedoeld in artikel 15.

Art. 15.In de gevallen, bedoeld in artikel 9, wordt de huishoudelijke

Art. 15.In de gevallen, bedoeld in artikel 9, wordt de huishoudelijke

afnemer verder van aardgas voorzien door zijn houder van een afnemer verder van aardgas voorzien door zijn houder van een
leveringsvergunning. leveringsvergunning.
Afdeling III. - Het opladen van de budgetmeters Afdeling III. - Het opladen van de budgetmeters

Art. 16.§ 1. Iedere aardgasnetbeheerder staat binnen zijn

Art. 16.§ 1. Iedere aardgasnetbeheerder staat binnen zijn

aardgasdistributienet in voor het ter beschikking stellen van een aardgasdistributienet in voor het ter beschikking stellen van een
systeem voor het opladen van zijn budgetmeters. systeem voor het opladen van zijn budgetmeters.
De VREG kan technische vereisten vaststellen waaraan het systeem voor De VREG kan technische vereisten vaststellen waaraan het systeem voor
het opladen van de budgetmeters moet voldoen. het opladen van de budgetmeters moet voldoen.
§ 2. Iedere aardgasnetbeheerder zorgt ervoor dat alle huishoudelijke § 2. Iedere aardgasnetbeheerder zorgt ervoor dat alle huishoudelijke
afnemers met een budgetmeter in stedelijke gebieden een afnemers met een budgetmeter in stedelijke gebieden een
oplaadmogelijkheid hebben binnen een straal van drie kilometer en dat oplaadmogelijkheid hebben binnen een straal van drie kilometer en dat
alle huishoudelijke afnemers met een budgetmeter in niet-stedelijke alle huishoudelijke afnemers met een budgetmeter in niet-stedelijke
gebieden een oplaadmogelijkheid hebben per 10.000 inwoners, met een gebieden een oplaadmogelijkheid hebben per 10.000 inwoners, met een
minimum van één oplaadmogelijkheid per gemeente. minimum van één oplaadmogelijkheid per gemeente.

Art. 17.Bij het opladen van de budgetmeter kan een gedeelte van het

Art. 17.Bij het opladen van de budgetmeter kan een gedeelte van het

opgeladen bedrag alleen aangewend worden voor de betaling van opgeladen bedrag alleen aangewend worden voor de betaling van
aardgasverbruik uit het verleden, voor zover dit aardgas verbruikt aardgasverbruik uit het verleden, voor zover dit aardgas verbruikt
werd na 1 juli 2003 en geleverd werd door dezelfde leverancier als de werd na 1 juli 2003 en geleverd werd door dezelfde leverancier als de
leverancier die aardgas levert via de budgetmeter. leverancier die aardgas levert via de budgetmeter.
Het gedeelte van het opgeladen bedrag, bedoeld in het eerste lid, Het gedeelte van het opgeladen bedrag, bedoeld in het eerste lid,
wordt bepaald door de aardgasnetbeheerder en mag niet meer bedragen wordt bepaald door de aardgasnetbeheerder en mag niet meer bedragen
dan 35 %. dan 35 %.
Als de huishoudelijke afnemer een schuldbemiddeling bij een OCMW of Als de huishoudelijke afnemer een schuldbemiddeling bij een OCMW of
bij een erkende dienst voor schuldbemiddeling krijgt, wordt het bij een erkende dienst voor schuldbemiddeling krijgt, wordt het
gedeelte van het opgeladen bedrag, bedoeld in het eerste lid, gedeelte van het opgeladen bedrag, bedoeld in het eerste lid,
vastgesteld in onderlinge afspraak met het OCMW of met de erkende vastgesteld in onderlinge afspraak met het OCMW of met de erkende
dienst voor schuldbemiddeling. Daarbij wordt rekening gehouden met de dienst voor schuldbemiddeling. Daarbij wordt rekening gehouden met de
individuele omstandigheden van de afnemer in kwestie. individuele omstandigheden van de afnemer in kwestie.
HOOFDSTUK V. - Het afsluiten en heraansluiten van een huishoudelijke HOOFDSTUK V. - Het afsluiten en heraansluiten van een huishoudelijke
afnemer afnemer

Art. 18.§ 1. De aardgasnetbeheerder kan de huishoudelijke afnemer

Art. 18.§ 1. De aardgasnetbeheerder kan de huishoudelijke afnemer

enkel afsluiten in de volgende gevallen : enkel afsluiten in de volgende gevallen :
1° bij een onmiddellijke bedreiging voor de veiligheid, zolang die 1° bij een onmiddellijke bedreiging voor de veiligheid, zolang die
toestand duurt; toestand duurt;
2° bij fraude door de huishoudelijke afnemer, na een overeenkomstig 2° bij fraude door de huishoudelijke afnemer, na een overeenkomstig
gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie; gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie;
3° bij klaarblijkelijke onwil van de huishoudelijke afnemer, na een 3° bij klaarblijkelijke onwil van de huishoudelijke afnemer, na een
overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie. overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie.
§ 2. De huishoudelijke afnemer kan in de gevallen, bedoeld in § 1, 3°, § 2. De huishoudelijke afnemer kan in de gevallen, bedoeld in § 1, 3°,
niet afgesloten worden tijdens de periode van 1 december tot 1 maart. niet afgesloten worden tijdens de periode van 1 december tot 1 maart.
§ 3. De aardgasnetbeheerder zal de huishoudelijke afnemer § 3. De aardgasnetbeheerder zal de huishoudelijke afnemer
heraansluiten overeenkomstig de procedure, bepaald in afdeling III van heraansluiten overeenkomstig de procedure, bepaald in afdeling III van
hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september
1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale
adviescommissie omtrent de minimale levering van aardgas, gas en adviescommissie omtrent de minimale levering van aardgas, gas en
water. water.
§ 4. Alle kosten die verbonden zijn aan het afsluiten en het § 4. Alle kosten die verbonden zijn aan het afsluiten en het
heraansluiten van de huishoudelijke afnemer in de gevallen, bedoeld in heraansluiten van de huishoudelijke afnemer in de gevallen, bedoeld in
§ 1, 1°, vallen ten laste van de aardgasnetbeheerder, tenzij de § 1, 1°, vallen ten laste van de aardgasnetbeheerder, tenzij de
aardgasnetbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van de onveiligheid aardgasnetbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van de onveiligheid
aan de huishoudelijke afnemer kan worden toegeschreven. aan de huishoudelijke afnemer kan worden toegeschreven.
Alle kosten die verbonden zijn aan het afsluiten en het heraansluiten Alle kosten die verbonden zijn aan het afsluiten en het heraansluiten
van de huishoudelijke afnemer in de gevallen, bedoeld in § 1, 2° en van de huishoudelijke afnemer in de gevallen, bedoeld in § 1, 2° en
3°, vallen ten laste van de huishoudelijke afnemer. 3°, vallen ten laste van de huishoudelijke afnemer.
HOOFDSTUK VI. - Overige sociale openbaredienstverplichtingen HOOFDSTUK VI. - Overige sociale openbaredienstverplichtingen

Art. 19.De houder van een leveringsvergunning is ertoe gehouden :

Art. 19.De houder van een leveringsvergunning is ertoe gehouden :

1° aan alle huishoudelijke afnemers één globale factuur voor de 1° aan alle huishoudelijke afnemers één globale factuur voor de
verkoop en het vervoer van aardgas te bezorgen, waarop de kostprijs verkoop en het vervoer van aardgas te bezorgen, waarop de kostprijs
van de verkoop, de aardgasdistributie en het gasvervoer afzonderlijk van de verkoop, de aardgasdistributie en het gasvervoer afzonderlijk
worden vermeld; worden vermeld;
2° leesbare facturen, herinneringsbrieven en ingebrekestellingen voor 2° leesbare facturen, herinneringsbrieven en ingebrekestellingen voor
huishoudelijke afnemers op te stellen; huishoudelijke afnemers op te stellen;
3° verschillende betalingsmogelijkheden aan de huishoudelijke afnemer 3° verschillende betalingsmogelijkheden aan de huishoudelijke afnemer
aan te bieden, waaronder in ieder geval betalingen per maand, per twee aan te bieden, waaronder in ieder geval betalingen per maand, per twee
maanden of per kwartaal en betalingen via domiciliëring en maanden of per kwartaal en betalingen via domiciliëring en
overschrijving; overschrijving;
4° kosteloos op verzoek van beschermde klanten de factuur zowel naar 4° kosteloos op verzoek van beschermde klanten de factuur zowel naar
een derde partij, aangewezen door de huishoudelijke afnemer, als naar een derde partij, aangewezen door de huishoudelijke afnemer, als naar
de afnemer zelf te sturen; de afnemer zelf te sturen;
5° aan alle huishoudelijke afnemers de mogelijkheid te bieden om 5° aan alle huishoudelijke afnemers de mogelijkheid te bieden om
telefonisch of via een ander communicatiemiddel uitleg te vragen over telefonisch of via een ander communicatiemiddel uitleg te vragen over
hun aardgasfactuur; hun aardgasfactuur;
6° aan alle huishoudelijke afnemers de mogelijkheid te geven om 6° aan alle huishoudelijke afnemers de mogelijkheid te geven om
inlichtingen te vragen en klachten in te dienen met betrekking tot de inlichtingen te vragen en klachten in te dienen met betrekking tot de
levering van aardgas. levering van aardgas.

Art. 20.De aardgasnetbeheerder is ertoe gehouden :

Art. 20.De aardgasnetbeheerder is ertoe gehouden :

1° speciale voorzieningen te treffen voor de ondubbelzinnige 1° speciale voorzieningen te treffen voor de ondubbelzinnige
identificatie van personen die handelen in naam van de identificatie van personen die handelen in naam van de
aardgasnetbeheerder en die zich bij de huishoudelijke afnemer aardgasnetbeheerder en die zich bij de huishoudelijke afnemer
aanbieden; aanbieden;
2° de meterstand minstens om de twee jaar zelf af te lezen bij 2° de meterstand minstens om de twee jaar zelf af te lezen bij
huishoudelijke afnemers; op verzoek van beschermde klanten gebeurt de huishoudelijke afnemers; op verzoek van beschermde klanten gebeurt de
meteropname minstens één keer per jaar zonder extra kosten; meteropname minstens één keer per jaar zonder extra kosten;
3° voor beschermde klanten, de meter zonder meerkosten te plaatsen of 3° voor beschermde klanten, de meter zonder meerkosten te plaatsen of
te verplaatsen op of naar een goed toegankelijke, veilige en technisch te verplaatsen op of naar een goed toegankelijke, veilige en technisch
en economisch verantwoorde plaats. en economisch verantwoorde plaats.

Art. 21.Jaarlijks worden vóór 31 maart minstens de volgende gegevens

Art. 21.Jaarlijks worden vóór 31 maart minstens de volgende gegevens

over huishoudelijke afnemers en over het vorige kalenderjaar ter over huishoudelijke afnemers en over het vorige kalenderjaar ter
beschikking gesteld van de VREG, telkens opgesplitst per gemeente en beschikking gesteld van de VREG, telkens opgesplitst per gemeente en
in beschermde en niet-beschermde klanten : in beschermde en niet-beschermde klanten :
1° door de houder van een leveringsvergunning : 1° door de houder van een leveringsvergunning :
a) het aantal aansluitingen waarvoor een herinneringsbrief werd a) het aantal aansluitingen waarvoor een herinneringsbrief werd
gestuurd; gestuurd;
b) het aantal aansluitingen waarvoor een ingebrekestelling werd b) het aantal aansluitingen waarvoor een ingebrekestelling werd
gestuurd; gestuurd;
c) het aantal toegestane betalingsplannen en het gemiddelde c) het aantal toegestane betalingsplannen en het gemiddelde
betalingsbedrag per maand; betalingsbedrag per maand;
d) het aantal niet-nageleefde betalingsplannen; d) het aantal niet-nageleefde betalingsplannen;
e) het aantal dossiers die werden doorgestuurd naar het OCMW; e) het aantal dossiers die werden doorgestuurd naar het OCMW;
f) het aantal dossiers die werden doorgestuurd naar een erkende f) het aantal dossiers die werden doorgestuurd naar een erkende
instelling voor schuldbemiddeling; instelling voor schuldbemiddeling;
2° door de aardgasnetbeheerder : 2° door de aardgasnetbeheerder :
a) het aantal geplaatste of opnieuw ingeschakelde budgetmeters, zowel a) het aantal geplaatste of opnieuw ingeschakelde budgetmeters, zowel
inclusief als exclusief het aantal geplaatste of opnieuw ingeschakelde inclusief als exclusief het aantal geplaatste of opnieuw ingeschakelde
budgetmeters als gevolg van de verhuizing van de afnemers; budgetmeters als gevolg van de verhuizing van de afnemers;
b) het aantal uitgeschakelde budgetmeters, zowel inclusief als b) het aantal uitgeschakelde budgetmeters, zowel inclusief als
exclusief het aantal uitgeschakelde budgetmeters als gevolg van de exclusief het aantal uitgeschakelde budgetmeters als gevolg van de
verhuizing van afnemers; verhuizing van afnemers;
c) het aantal afgesloten huishoudelijke afnemers; c) het aantal afgesloten huishoudelijke afnemers;
d) het aantal heraangesloten huishoudelijke afnemers binnen d) het aantal heraangesloten huishoudelijke afnemers binnen
vierentwintig uur, tussen een en zeven kalenderdagen, tussen acht en vierentwintig uur, tussen een en zeven kalenderdagen, tussen acht en
dertig kalenderdagen en na meer dan dertig kalenderdagen. dertig kalenderdagen en na meer dan dertig kalenderdagen.
De VREG stelt deze gegevens jaarlijks vóór 31 mei ter beschikking van De VREG stelt deze gegevens jaarlijks vóór 31 mei ter beschikking van
de minister. de minister.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003, met

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003, met

uitzondering van de artikelen 8 tot en met 17, die in werking treden uitzondering van de artikelen 8 tot en met 17, die in werking treden
op de datum bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor het op de datum bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor het
energiebeleid. energiebeleid.

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid, is

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid, is

belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 juni 2003. Brussel, 20 juni 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
G. BOSSUYT G. BOSSUYT
^