Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 18/11/1997
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering houdende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur van de erkende sociale verhuurkantoren "
Besluit van de Vlaamse regering houdende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur van de erkende sociale verhuurkantoren Besluit van de Vlaamse regering houdende de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur van de erkende sociale verhuurkantoren
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
18 NOVEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering houdende de 18 NOVEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering houdende de
erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en
overlegstructuur van de erkende sociale verhuurkantoren overlegstructuur van de erkende sociale verhuurkantoren
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 20 december 1996 houdende de algemene Gelet op het decreet van 20 december 1996 houdende de algemene
uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar
1997; 1997;
Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode,
inzonderheid op artikel 57 en 58; inzonderheid op artikel 57 en 58;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 november 1994 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 november 1994
houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van
huurdersbonden en van een overleg- en ondersteuningscentrum; huurdersbonden en van een overleg- en ondersteuningscentrum;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 17 november 1997; begroting, gegeven op 17 november 1997;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, §1, gewijzigd bij de wetten van 4 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, gewijzigd bij de wetten van 4
juli 1989 en 4 augustus 1996; juli 1989 en 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat op 31 oktober 1997 de overeenkomst van 26 november Overwegende dat op 31 oktober 1997 de overeenkomst van 26 november
1993 over het ondersteunen en het evalueren van de werking van sociale 1993 over het ondersteunen en het evalueren van de werking van sociale
verhuurkantoren afloopt, terwijl de artikelen 57 en 58 van de Vlaamse verhuurkantoren afloopt, terwijl de artikelen 57 en 58 van de Vlaamse
Wooncode op 1 november 1997 in werking treden; Wooncode op 1 november 1997 in werking treden;
Overwegende dat de bestaande samenwerkings- en overlegstructuur onder Overwegende dat de bestaande samenwerkings- en overlegstructuur onder
de Conventie kennis en expertise inzake de werking van sociale de Conventie kennis en expertise inzake de werking van sociale
verhuurkantoren en huurdersorganisaties heeft opgebouwd, dat die verhuurkantoren en huurdersorganisaties heeft opgebouwd, dat die
kennis en expertise één van de basisvoorwaarden is voor de kennis en expertise één van de basisvoorwaarden is voor de
geïnstitutionaliseerde werking van de samenwerkings- en geïnstitutionaliseerde werking van de samenwerkings- en
overlegstructuur en dat die verloren dreigen te gaan; overlegstructuur en dat die verloren dreigen te gaan;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Stedelijk Beleid en Huisvesting; Stedelijk Beleid en Huisvesting;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° afdeling Woonbeleid : de afdeling Woonbeleid van de administratie 1° afdeling Woonbeleid : de afdeling Woonbeleid van de administratie
Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen bij Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen bij
het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren : besluit van de 2° erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren : besluit van de
Vlaamse regering van 21 oktober 1997 houdende bepaling van de Vlaamse regering van 21 oktober 1997 houdende bepaling van de
erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren; erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren;
3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting; 3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting;
4° sociaal verhuurkantoor : de sociale verhuurkantoren die zijn erkend 4° sociaal verhuurkantoor : de sociale verhuurkantoren die zijn erkend
en de sociale verhuurkantoren die zijn gesubsidieerd overeenkomstig en de sociale verhuurkantoren die zijn gesubsidieerd overeenkomstig
het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 1997 houdende het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 1997 houdende
bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale
verhuurkantoren; verhuurkantoren;
5° Vlaamse Wooncode : het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse 5° Vlaamse Wooncode : het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse
Wooncode. Wooncode.
HOOFDSTUK II. - De erkenning van de samenwerkings- en overlegstructuur HOOFDSTUK II. - De erkenning van de samenwerkings- en overlegstructuur

Art. 2.De minister kan, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit,

Art. 2.De minister kan, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit,

de vereniging zonder winstoogmerk die erkend is als overleg- en de vereniging zonder winstoogmerk die erkend is als overleg- en
ondersteuningscentrum voor de huurdersbonden overeenkomstig het ondersteuningscentrum voor de huurdersbonden overeenkomstig het
besluit van de Vlaamse regering van 30 november 1994 houdende de besluit van de Vlaamse regering van 30 november 1994 houdende de
voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van huurdersbonden en van voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van huurdersbonden en van
een overleg- en ondersteuningscentrum, erkennen als samenwerkings-en een overleg- en ondersteuningscentrum, erkennen als samenwerkings-en
overlegstructuur voor de sociale verhuurkantoren. De minister kan haar overlegstructuur voor de sociale verhuurkantoren. De minister kan haar
afhankelijk van de kredieten op het Fonds voor de Huisvesting subsidie afhankelijk van de kredieten op het Fonds voor de Huisvesting subsidie
verlenen voor de uitvoering van de taken, vermeld in dit besluit. verlenen voor de uitvoering van de taken, vermeld in dit besluit.

Art. 3.De erkende samenwerkings- en overlegstructuur moet de volgende

Art. 3.De erkende samenwerkings- en overlegstructuur moet de volgende

taken vervullen : taken vervullen :
1° de opdrachten uitvoeren, vermeld in artikel 57, § 3 van de Vlaamse 1° de opdrachten uitvoeren, vermeld in artikel 57, § 3 van de Vlaamse
Wooncode; Wooncode;
2° de sociale verhuurkantoren bijstaan bij de toepassing van het 2° de sociale verhuurkantoren bijstaan bij de toepassing van het
genormaliseerde rekeningstelsel, bedoeld in artikel 12, § 1, eerste genormaliseerde rekeningstelsel, bedoeld in artikel 12, § 1, eerste
lid van het erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren; lid van het erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren;
3° signaleren, via de in artikel 9 van dit besluit bedoelde 3° signaleren, via de in artikel 9 van dit besluit bedoelde
commissaris, aan de afdeling Woonbeleid van commissaris, aan de afdeling Woonbeleid van
a) de tekortkomingen in de werking van een sociaal verhuurkantoor; a) de tekortkomingen in de werking van een sociaal verhuurkantoor;
b) de niet-naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden door een b) de niet-naleving van de erkennings- en subsidievoorwaarden door een
sociaal verhuurkantoor; sociaal verhuurkantoor;
c) de onbehoorlijke uitvoering door een sociaal verhuurkantoor van de c) de onbehoorlijke uitvoering door een sociaal verhuurkantoor van de
taken die het erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren oplegt. taken die het erkenningsbesluit voor sociale verhuurkantoren oplegt.

Art. 4.Het in artikel 2 vermelde overleg- en ondersteuningscentrum

Art. 4.Het in artikel 2 vermelde overleg- en ondersteuningscentrum

kan slechts worden erkend en gesubsidieerd voor zover het voor de kan slechts worden erkend en gesubsidieerd voor zover het voor de
uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken ten minste een voltijds uitvoering van de in artikel 3 vermelde taken ten minste een voltijds
personeelsequivalent met een diploma van academisch hoger onderwijs of personeelsequivalent met een diploma van academisch hoger onderwijs of
met drie jaar nuttige ervaring inzake huisvestingsproblematiek, en een met drie jaar nuttige ervaring inzake huisvestingsproblematiek, en een
halftijds personeelsequivalent voor administratief werk tewerkstelt. halftijds personeelsequivalent voor administratief werk tewerkstelt.
De aanvraag voor de erkenning en subsidiëring moet worden ingediend De aanvraag voor de erkenning en subsidiëring moet worden ingediend
bij de afdeling Woonbeleid. Deze afdeling bezorgt het dossier, met bij de afdeling Woonbeleid. Deze afdeling bezorgt het dossier, met
haar gemotiveerd advies, binnen tien werkdagen aan de minister voor haar gemotiveerd advies, binnen tien werkdagen aan de minister voor
een beslissing. een beslissing.
De afdeling Woonbeleid stelt de organisatie in kwestie in kennis van De afdeling Woonbeleid stelt de organisatie in kwestie in kennis van
de beslissing tot erkenning en subsidiëring of tot weigering van de de beslissing tot erkenning en subsidiëring of tot weigering van de
erkenning en eventueel van de motivering van de weigeringsbeslissing. erkenning en eventueel van de motivering van de weigeringsbeslissing.
Bij de kennisgeving van de erkenning is een subsidiebesluit gevoegd Bij de kennisgeving van de erkenning is een subsidiebesluit gevoegd
dat melding maakt van : dat melding maakt van :
1° de periode waarvoor de erkenning als samenwerkings- en 1° de periode waarvoor de erkenning als samenwerkings- en
overlegstructuur geldt; overlegstructuur geldt;
2° het maximumbedrag van de jaarlijkse subsidie voor personeelskosten 2° het maximumbedrag van de jaarlijkse subsidie voor personeelskosten
en van het bedrag van de jaarlijkse forfaitaire subsidie voor en van het bedrag van de jaarlijkse forfaitaire subsidie voor
werkingskosten. werkingskosten.

Art. 5.De erkenning geldt tot op 31 december van het vijfde

Art. 5.De erkenning geldt tot op 31 december van het vijfde

kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding ervan. Ze kan telkens met kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding ervan. Ze kan telkens met
vijf jaar worden verlengd voorzover de samenwerkings- en vijf jaar worden verlengd voorzover de samenwerkings- en
overlegstructuur uiterlijk 6 maanden voor de vervaldatum een aanvraag overlegstructuur uiterlijk 6 maanden voor de vervaldatum een aanvraag
tot verlenging van de erkenning bij de afdeling Woonbeleid ingediend tot verlenging van de erkenning bij de afdeling Woonbeleid ingediend
heeft. heeft.
De eerste erkenning gaat in op 1 november 1997. Als ze niet werd De eerste erkenning gaat in op 1 november 1997. Als ze niet werd
verleend vóór 15 december 1997, gaat ze in op de eerste dag van de verleend vóór 15 december 1997, gaat ze in op de eerste dag van de
maand die volgt op de datum van het erkenningsbesluit. maand die volgt op de datum van het erkenningsbesluit.

Art. 6.Onverminderd de toepassing van het koninklijk besluit van 31

Art. 6.Onverminderd de toepassing van het koninklijk besluit van 31

mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met
subsidies, vergoedingen en toelagen, gewijzigd bij de wet van 7 juni subsidies, vergoedingen en toelagen, gewijzigd bij de wet van 7 juni
1994, kan de minister, na gemotiveerd advies van de afdeling 1994, kan de minister, na gemotiveerd advies van de afdeling
Woonbeleid, de uitbetaling van de subsidie stopzetten indien Woonbeleid, de uitbetaling van de subsidie stopzetten indien
1° tegensprekelijk wordt vastgesteld dat de samenwerkings- en 1° tegensprekelijk wordt vastgesteld dat de samenwerkings- en
overlegstructuur niet meer voldoet aan één van de voorwaarden voor de overlegstructuur niet meer voldoet aan één van de voorwaarden voor de
erkenning en/of de subsidiëring én ze niet kan aantonen dat ze opnieuw erkenning en/of de subsidiëring én ze niet kan aantonen dat ze opnieuw
aan de voorwaarden voldoet op het einde van het eerste trimester aan de voorwaarden voldoet op het einde van het eerste trimester
volgend op de datum van de tegensprekelijke vaststelling; volgend op de datum van de tegensprekelijke vaststelling;
2° de samenwerkings- en overlegstructuur een ernstige onregelmatigheid 2° de samenwerkings- en overlegstructuur een ernstige onregelmatigheid
begaat bij de uitvoering van haar taak; begaat bij de uitvoering van haar taak;
3° de samenwerkings- en overlegstructuur ten onrechte een erkenning 3° de samenwerkings- en overlegstructuur ten onrechte een erkenning
en/of subsidiëring heeft bekomen op grond van onjuiste informatie. en/of subsidiëring heeft bekomen op grond van onjuiste informatie.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, 2° wordt de toegekende In het geval, bedoeld in het eerste lid, 2° wordt de toegekende
subsidie slechts uitbetaald voor het lopende trimester, tenzij de subsidie slechts uitbetaald voor het lopende trimester, tenzij de
minister beslist tot een onmiddellijke stopzetting en/of tot een minister beslist tot een onmiddellijke stopzetting en/of tot een
invordering van de voor het lopende kalenderjaar uitbetaalde subsidie invordering van de voor het lopende kalenderjaar uitbetaalde subsidie
ten gunste van het Fonds voor de Huisvesting. ten gunste van het Fonds voor de Huisvesting.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, 3° wordt de uitbetaling In het geval, bedoeld in het eerste lid, 3° wordt de uitbetaling
onmiddellijk stopgezet en de voor het lopende kalenderjaar uitbetaalde onmiddellijk stopgezet en de voor het lopende kalenderjaar uitbetaalde
subsidie teruggevorderd ten gunste van het Fonds voor de Huisvesting. subsidie teruggevorderd ten gunste van het Fonds voor de Huisvesting.

Art. 7.§ 1.De jaarlijkse subsidie bedraagt :

Art. 7.§ 1.De jaarlijkse subsidie bedraagt :

1° maximum 2 600 000 frank voor personeelskosten; 1° maximum 2 600 000 frank voor personeelskosten;
2° een forfaitair bedrag van 900 000 frank voor werkingskosten. 2° een forfaitair bedrag van 900 000 frank voor werkingskosten.
Deze bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de Deze bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende de consumptieprijzen overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende de
inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de
overheidssector aan het indexcijfer van het rijk worden gekoppeld, met overheidssector aan het indexcijfer van het rijk worden gekoppeld, met
dien verstande dat de geldende spilindex op 1 januari 1997 gekoppeld dien verstande dat de geldende spilindex op 1 januari 1997 gekoppeld
wordt aan het verhogingspercentage 100. wordt aan het verhogingspercentage 100.
§ 2. De uitbetaling gebeurt voor elk volledig kalenderjaar via 4 § 2. De uitbetaling gebeurt voor elk volledig kalenderjaar via 4
voorschotten van elk 22,5 % op het toegestane maximumbedrag. De voorschotten van elk 22,5 % op het toegestane maximumbedrag. De
voorschotten worden ambtshalve betaalbaar gesteld door de afdeling voorschotten worden ambtshalve betaalbaar gesteld door de afdeling
Financiering Huisvestingsbeleid van de administratie Ruimtelijke Financiering Huisvestingsbeleid van de administratie Ruimtelijke
Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen vóór het einde van Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen vóór het einde van
elk trimester. Ze worden afgetrokken bij de afrekening van de subsidie elk trimester. Ze worden afgetrokken bij de afrekening van de subsidie
voor elk kalenderjaar nadat de minister het jaarverslag over de voor elk kalenderjaar nadat de minister het jaarverslag over de
werking heeft goedgekeurd en de verantwoordingsstukken m.b.t. de werking heeft goedgekeurd en de verantwoordingsstukken m.b.t. de
personeelskosten zijn gecontroleerd. personeelskosten zijn gecontroleerd.
De subsidiëring voor de personeelskosten wordt bij de jaarlijkse De subsidiëring voor de personeelskosten wordt bij de jaarlijkse
afrekening berekend op grond van de werkelijke lasten van de afrekening berekend op grond van de werkelijke lasten van de
bezoldiging van de voltijds of deeltijds tewerkgestelde bezoldiging van de voltijds of deeltijds tewerkgestelde
personeelsleden, met inbegrip van de werkgeverslasten, het personeelsleden, met inbegrip van de werkgeverslasten, het
vakantiegeld, de eindejaarstoelage en het vervroegde vakantiegeld bij vakantiegeld, de eindejaarstoelage en het vervroegde vakantiegeld bij
uitdiensttreding. Er wordt rekening gehouden met de anciënniteit in uitdiensttreding. Er wordt rekening gehouden met de anciënniteit in
een voltijdse of deeltijdse dagtaak. De voormelde lasten worden een voltijdse of deeltijdse dagtaak. De voormelde lasten worden
bewezen door overlegging van een staat van stortingen aan een bewezen door overlegging van een staat van stortingen aan een
organisatie voor sociale zekerheid of aan een pensioenfonds. organisatie voor sociale zekerheid of aan een pensioenfonds.
Wanneer na controle van de verantwoordingsstukken blijkt dat Wanneer na controle van de verantwoordingsstukken blijkt dat
niet-verschuldigde subsidies werden uitbetaald, kunnen deze bedragen niet-verschuldigde subsidies werden uitbetaald, kunnen deze bedragen
worden afgetrokken van de voorschotten en/of de afrekening voor het worden afgetrokken van de voorschotten en/of de afrekening voor het
volgende kalenderjaar. volgende kalenderjaar.
§ 3. De subsidie voor de maanden tussen de inwerkingtreding van het § 3. De subsidie voor de maanden tussen de inwerkingtreding van het
subsidiebesluit en 1 januari van het eerste volledige kalenderjaar subsidiebesluit en 1 januari van het eerste volledige kalenderjaar
wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden. Ze wordt wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden. Ze wordt
uitbetaald volgens de voorschottenregeling, opgenomen in § 2, per uitbetaald volgens de voorschottenregeling, opgenomen in § 2, per
periode van maximum 3 maanden. In dat geval wordt de subsidie periode van maximum 3 maanden. In dat geval wordt de subsidie
afgerekend samen met de afrekening voor het eerste volledige afgerekend samen met de afrekening voor het eerste volledige
kalenderjaar. kalenderjaar.

Art. 8.§ 1. De samenwerkings- en overlegstructuur moet een

Art. 8.§ 1. De samenwerkings- en overlegstructuur moet een

boekhouding voeren gebaseerd op een minimum genormaliseerd boekhouding voeren gebaseerd op een minimum genormaliseerd
rekeningstelsel overeenkomstig de modaliteiten, bepaald door de rekeningstelsel overeenkomstig de modaliteiten, bepaald door de
minister. minister.
Ze bezorgt jaarlijks uiterlijk op 15 maart, behalve in het eerste Ze bezorgt jaarlijks uiterlijk op 15 maart, behalve in het eerste
volledige kalenderjaar na de inwerkingtreding van het subsidiebesluit, volledige kalenderjaar na de inwerkingtreding van het subsidiebesluit,
de volgende stukken aan de afdeling Woonbeleid : de volgende stukken aan de afdeling Woonbeleid :
1° een staat van inkomsten en uitgaven en een balans betreffende het 1° een staat van inkomsten en uitgaven en een balans betreffende het
afgelopen kalenderjaar, overeenkomstig het in het eerste lid vermelde afgelopen kalenderjaar, overeenkomstig het in het eerste lid vermelde
genormaliseerde rekeningstelsel, alsook een begroting voor het lopende genormaliseerde rekeningstelsel, alsook een begroting voor het lopende
kalenderjaar, die goedgekeurd is door het bevoegde bestuursorgaan; kalenderjaar, die goedgekeurd is door het bevoegde bestuursorgaan;
2° een afschrift van alle individuele RSZ-staten voor de 2° een afschrift van alle individuele RSZ-staten voor de
tewerkgestelde personeelsleden over de gesubsidieerde periode; tewerkgestelde personeelsleden over de gesubsidieerde periode;
3° een jaarverslag over de eigen activiteiten m.b.t. de taken vermeld 3° een jaarverslag over de eigen activiteiten m.b.t. de taken vermeld
in artikel 3. in artikel 3.
Ze bezorgt bovendien jaarlijks uiterlijk op 30 april, behalve in het Ze bezorgt bovendien jaarlijks uiterlijk op 30 april, behalve in het
eerste volledige kalenderjaar na de inwerkingtreding van het besluit eerste volledige kalenderjaar na de inwerkingtreding van het besluit
waarbij een sociaal verhuurkantoor wordt erkend, een verslag met haar waarbij een sociaal verhuurkantoor wordt erkend, een verslag met haar
analyse van de werking van het sociale verhuurkantoor. analyse van de werking van het sociale verhuurkantoor.
De samenwerkings- en overlegstructuur brengt ook onmiddellijk bij De samenwerkings- en overlegstructuur brengt ook onmiddellijk bij
aangetekend schrijven de afdeling Woonbeleid in kennis van elke aangetekend schrijven de afdeling Woonbeleid in kennis van elke
wijziging in de statuten, de personeelsbezetting en de werking van de wijziging in de statuten, de personeelsbezetting en de werking van de
organisatie. organisatie.
§ 2. De afdeling Financiering Huisvestingsbeleid is belast met de § 2. De afdeling Financiering Huisvestingsbeleid is belast met de
controle op de stukken bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 2°. Ze maakt controle op de stukken bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 2°. Ze maakt
een ontwerp van afrekening op zoals bedoeld in artikel 7, § 2 en een ontwerp van afrekening op zoals bedoeld in artikel 7, § 2 en
bezorgt haar opmerkingen over voormelde stukken aan de afdeling bezorgt haar opmerkingen over voormelde stukken aan de afdeling
Woonbeleid. Woonbeleid.
De afdeling Woonbeleid legt uiterlijk op 31 mei de verslagen, vermeld De afdeling Woonbeleid legt uiterlijk op 31 mei de verslagen, vermeld
in § 1, samen met haar advies over de eigen activiteiten van de in § 1, samen met haar advies over de eigen activiteiten van de
erkende samenwerkings- en overlegstructuur, met het ontwerp van erkende samenwerkings- en overlegstructuur, met het ontwerp van
afrekening en met de eventuele opmerkingen van de afdeling afrekening en met de eventuele opmerkingen van de afdeling
Financiering Huisvestingsbeleid, ter goedkeuring aan de minister voor. Financiering Huisvestingsbeleid, ter goedkeuring aan de minister voor.
HOOFDSTUK III. - Toezicht HOOFDSTUK III. - Toezicht

Art. 9.Bij de samenwerkings- en overlegstructuur wordt ter uitvoering

Art. 9.Bij de samenwerkings- en overlegstructuur wordt ter uitvoering

van artikel 57, § 2 van de Vlaamse Wooncode een commissaris benoemd van artikel 57, § 2 van de Vlaamse Wooncode een commissaris benoemd
door de Vlaamse ministers respectievelijk bevoegd voor de huisvesting door de Vlaamse ministers respectievelijk bevoegd voor de huisvesting
en financiën en begroting, die in het bijzonder belast is met het en financiën en begroting, die in het bijzonder belast is met het
toezicht op de besteding van de subsidies door de samenwerkings- en toezicht op de besteding van de subsidies door de samenwerkings- en
overlegstructuur en het toezicht op de opportuniteit van beslissingen overlegstructuur en het toezicht op de opportuniteit van beslissingen
van het bestuursorgaan van de samenwerkings- en overlegstructuur. van het bestuursorgaan van de samenwerkings- en overlegstructuur.
Hij/zij bezorgt een afschrift van zijn/haar rapportering bij de Hij/zij bezorgt een afschrift van zijn/haar rapportering bij de
minister aan de afdeling Woonbeleid.Onverminderd de bevoegdheid van de minister aan de afdeling Woonbeleid.Onverminderd de bevoegdheid van de
commissaris, hebben de daartoe aangewezen ambtenaren van de afdeling commissaris, hebben de daartoe aangewezen ambtenaren van de afdeling
Woonbeleid en van de afdeling Financiering Huisvestingsbeleid, alsook Woonbeleid en van de afdeling Financiering Huisvestingsbeleid, alsook
de Inspecteur van Financiën vrije toegang tot de lokalen van de de Inspecteur van Financiën vrije toegang tot de lokalen van de
erkende samenwerkings- en overlegstructuur. Ze hebben het recht zich erkende samenwerkings- en overlegstructuur. Ze hebben het recht zich
ter plaatse alle administratieve stukken die noodzakelijk zijn voor de ter plaatse alle administratieve stukken die noodzakelijk zijn voor de
uitoefening van hun opdracht ter inzage te laten overhandigen. uitoefening van hun opdracht ter inzage te laten overhandigen.
De daartoe aangewezen ambtenaren van de afdeling Woonbeleid hebben De daartoe aangewezen ambtenaren van de afdeling Woonbeleid hebben
bovendien het recht deel te nemen aan alle overlegvergaderingen die bovendien het recht deel te nemen aan alle overlegvergaderingen die
worden belegd door de erkende samenwerkings- en overlegstructuur. worden belegd door de erkende samenwerkings- en overlegstructuur.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 10.Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring

Art. 10.Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring

ervan, met uitzondering van artikel 5, 7 en 8 die in werking treden op ervan, met uitzondering van artikel 5, 7 en 8 die in werking treden op
1 november 1997. 1 november 1997.

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor huisvesting is belast met

Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor huisvesting is belast met

de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 november 1997. Brussel, 18 november 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid
en Huisvesting, en Huisvesting,
L. PEETERS L. PEETERS
^