Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring van de landinrichtingswerken | Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring van de landinrichtingswerken |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
17 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring | 17 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring |
van de landinrichtingswerken | van de landinrichtingswerken |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de | Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de |
Vlaamse Landmaatschappij, inzonderheid op artikel 6, § 2, en op | Vlaamse Landmaatschappij, inzonderheid op artikel 6, § 2, en op |
artikel 13, §§ 4 tot 6, ingevoegd bij het decreet van 22 november | artikel 13, §§ 4 tot 6, ingevoegd bij het decreet van 22 november |
1995, en op artikel 14; | 1995, en op artikel 14; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, |
gegeven op 22 april 1997; | gegeven op 22 april 1997; |
Gelet op het advies van de Raad van State; | Gelet op het advies van de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° het decreet : het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting | 1° het decreet : het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting |
van de Vlaamse Landmaatschappij; | van de Vlaamse Landmaatschappij; |
2° de maatschappij : de Vlaamse Landmaatschappij; | 2° de maatschappij : de Vlaamse Landmaatschappij; |
3° de aanvrager : de maatschappij, de provincies, de gemeenten, de | 3° de aanvrager : de maatschappij, de provincies, de gemeenten, de |
polders, de wateringen, de ruilverkavelingscomités, de door de Vlaamse | polders, de wateringen, de ruilverkavelingscomités, de door de Vlaamse |
regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen, de | regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen, de |
privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, bedoeld | privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, bedoeld |
in artikel 13 van het decreet; | in artikel 13 van het decreet; |
4° de dienst : de afdeling Land van de administratie Milieu-, Natuur-, | 4° de dienst : de afdeling Land van de administratie Milieu-, Natuur-, |
Land- en Waterbeheer van het departement Leefmilieu en Infrastructuur | Land- en Waterbeheer van het departement Leefmilieu en Infrastructuur |
van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; | van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; |
5° de landinrichtingswerken : alle maatregelen, handelingen en werken, | 5° de landinrichtingswerken : alle maatregelen, handelingen en werken, |
die gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt | die gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt |
maken van de gebieden bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, | maken van de gebieden bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, |
voor zover zij opgenomen zijn in de inrichtingsplannen, vermeld in | voor zover zij opgenomen zijn in de inrichtingsplannen, vermeld in |
artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 | artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 |
houdende nadere regelen betreffende de landinrichting; | houdende nadere regelen betreffende de landinrichting; |
6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting. | 6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting. |
Art. 2.Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan de minister |
Art. 2.Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan de minister |
volgens de in het decreet en in dit besluit vastgestelde bepalingen | volgens de in het decreet en in dit besluit vastgestelde bepalingen |
een subsidie verlenen aan de aanvragers die belast werden met de | een subsidie verlenen aan de aanvragers die belast werden met de |
uitvoering van een landinrichtingsplan of een gedeelte ervan, nadat | uitvoering van een landinrichtingsplan of een gedeelte ervan, nadat |
zij een verzoek tot subsidiëring hebben ingediend bij de dienst. | zij een verzoek tot subsidiëring hebben ingediend bij de dienst. |
Ieder verzoek tot subsidiëring omvat minstens de beschrijving van de | Ieder verzoek tot subsidiëring omvat minstens de beschrijving van de |
werken, een raming van de kostprijs en een sluitend financieringsplan. | werken, een raming van de kostprijs en een sluitend financieringsplan. |
Voor de werken waarvoor één of meerdere vergunningen vereist zijn kan | Voor de werken waarvoor één of meerdere vergunningen vereist zijn kan |
het verzoek tot subsidiëring ingediend worden vooraleer de bedoelde | het verzoek tot subsidiëring ingediend worden vooraleer de bedoelde |
vergunningen verkregen worden; op grond van die aanvraag kan door de | vergunningen verkregen worden; op grond van die aanvraag kan door de |
minister een principiële beslissing genomen worden over de toekenning | minister een principiële beslissing genomen worden over de toekenning |
van de subsidie, kan de subsidie worden aangerekend ten laste van de | van de subsidie, kan de subsidie worden aangerekend ten laste van de |
begroting en kan aan de aanvrager meegedeeld worden dat de subsidie | begroting en kan aan de aanvrager meegedeeld worden dat de subsidie |
kan worden toegekend op voorwaarde dat hij de vereiste vergunningen | kan worden toegekend op voorwaarde dat hij de vereiste vergunningen |
verkrijgt; de subsidie kan slechts definitief door de dienst aan de | verkrijgt; de subsidie kan slechts definitief door de dienst aan de |
aanvragers toegezegd worden na ontvangst van een afschrift van de | aanvragers toegezegd worden na ontvangst van een afschrift van de |
vereiste vergunningen. | vereiste vergunningen. |
Voor de in artikel 13, § 4 van het decreet bedoelde werken omvat het | Voor de in artikel 13, § 4 van het decreet bedoelde werken omvat het |
verzoek in voorkomend geval eveneens hetzij de aanvraag voor | verzoek in voorkomend geval eveneens hetzij de aanvraag voor |
machtiging tot onteigening ten algemenen nutte, hetzij het bewijs van | machtiging tot onteigening ten algemenen nutte, hetzij het bewijs van |
verwerving in der minne, hetzij de overeenkomsten met de eigenaars, de | verwerving in der minne, hetzij de overeenkomsten met de eigenaars, de |
vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten. | vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten. |
Voor de in artikel 13, § 6 van het decreet bedoelde werken omvat het | Voor de in artikel 13, § 6 van het decreet bedoelde werken omvat het |
verzoek eveneens de tussen de partijen afgesloten overeenkomsten. | verzoek eveneens de tussen de partijen afgesloten overeenkomsten. |
De maatschappij verleent desgevraagd haar medewerking aan de | De maatschappij verleent desgevraagd haar medewerking aan de |
aanvragers bij de samenstelling van de dossiers, op te maken | aanvragers bij de samenstelling van de dossiers, op te maken |
overeenkomstig de aanwijzingen van de dienst. | overeenkomstig de aanwijzingen van de dienst. |
Art. 3.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
Art. 3.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het | landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het |
Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 | Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 |
van het decreet bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de | van het decreet bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de |
uitgaven voor de landinrichtingswerken op gronden die door de Vlaamse | uitgaven voor de landinrichtingswerken op gronden die door de Vlaamse |
regering worden of zullen worden beheerd overeenkomstig het | regering worden of zullen worden beheerd overeenkomstig het |
landinrichtingsplan. | landinrichtingsplan. |
Art. 4.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
Art. 4.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het | landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het |
Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 | Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 |
van het decreet, op gronden die door de gemeenten en provincies worden | van het decreet, op gronden die door de gemeenten en provincies worden |
of zullen worden beheerd overeenkomstig het landinrichtingsplan, | of zullen worden beheerd overeenkomstig het landinrichtingsplan, |
bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de uitgaven die door de | bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de uitgaven die door de |
betrokken gemeenten en provincies niet ten laste worden genomen. Het | betrokken gemeenten en provincies niet ten laste worden genomen. Het |
aandeel van de betrokken gemeenten en provincies, wordt bepaald in het | aandeel van de betrokken gemeenten en provincies, wordt bepaald in het |
financieringsplan vastgelegd op grond van artikel 16, § 1 van het | financieringsplan vastgelegd op grond van artikel 16, § 1 van het |
besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 houdende nadere | besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 houdende nadere |
regelen betreffende de landinrichting. | regelen betreffende de landinrichting. |
Art. 5.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
Art. 5.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken uitgevoerd door de gemeenten en de provincies | landinrichtingswerken uitgevoerd door de gemeenten en de provincies |
met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 70 procent | met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 70 procent |
van het totale bedrag van de uitgaven. | van het totale bedrag van de uitgaven. |
Art. 6.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
Art. 6.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken, uitgevoerd door de polders, de wateringen en de | landinrichtingswerken, uitgevoerd door de polders, de wateringen en de |
door de Vlaamse regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen | door de Vlaamse regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen |
met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent | met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent |
van het totale bedrag van : | van het totale bedrag van : |
1° de uitgaven voor volgende werken uitgevoerd door de polders en | 1° de uitgaven voor volgende werken uitgevoerd door de polders en |
wateringen die passen binnen integraal waterbeheer : | wateringen die passen binnen integraal waterbeheer : |
- de verhoging van de variatie in natuurlijke structuurkenmerken van | - de verhoging van de variatie in natuurlijke structuurkenmerken van |
de waterloop en de aanleg van oeverstroken; | de waterloop en de aanleg van oeverstroken; |
- het herstel en de bevordering van migratiemogelijkheden in en langs | - het herstel en de bevordering van migratiemogelijkheden in en langs |
de waterloop; | de waterloop; |
- de herwaardering van het waterbergend vermogen van valleien; | - de herwaardering van het waterbergend vermogen van valleien; |
- de verhoging van de natuurlijke variatie in oever- en | - de verhoging van de natuurlijke variatie in oever- en |
onderwatermilieus; | onderwatermilieus; |
2° de uitgaven voor de werken uitgevoerd door de daartoe aangewezen | 2° de uitgaven voor de werken uitgevoerd door de daartoe aangewezen |
polders en wateringen en door bedoelde publiekrechtelijke | polders en wateringen en door bedoelde publiekrechtelijke |
rechtspersonen in verband met landschapszorg, inclusief | rechtspersonen in verband met landschapszorg, inclusief |
erfbeplantingswerken, en voor de werken in verband met | erfbeplantingswerken, en voor de werken in verband met |
natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal | natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal |
waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige | waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige |
milieuverbeteringen, conservering van archeologische en | milieuverbeteringen, conservering van archeologische en |
cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. | cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. |
Art. 7.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
Art. 7.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken, uitgevoerd door de ruilverkavelingscomités met | landinrichtingswerken, uitgevoerd door de ruilverkavelingscomités met |
toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent van | toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent van |
het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in verband met | het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in verband met |
landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de werken in | landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de werken in |
verband met natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal | verband met natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal |
waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige | waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige |
milieuverbeteringen, conservering van archeologische en | milieuverbeteringen, conservering van archeologische en |
cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. | cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. |
Art. 8.Het totale bedrag van de uitgaven van de in de artikelen 3, 4, |
Art. 8.Het totale bedrag van de uitgaven van de in de artikelen 3, 4, |
5, 6 en 7 bedoelde werken omvat : | 5, 6 en 7 bedoelde werken omvat : |
1° de werkelijke kostprijs van de werken vastgesteld door de | 1° de werkelijke kostprijs van de werken vastgesteld door de |
eindafrekening; voor de berekening van de subsidie mag de kostprijs | eindafrekening; voor de berekening van de subsidie mag de kostprijs |
evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de goedgekeurde | evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de goedgekeurde |
inschrijving of aanbieding vermeerderd met : | inschrijving of aanbieding vermeerderd met : |
a) de kostprijs van de vooraf door de minister goedgekeurde | a) de kostprijs van de vooraf door de minister goedgekeurde |
meerwerken, | meerwerken, |
b) 3 procent van de prijs van de goedgekeurde inschrijving of | b) 3 procent van de prijs van de goedgekeurde inschrijving of |
aanbieding om de kosten te dekken voor onvoorziene en noodzakelijke | aanbieding om de kosten te dekken voor onvoorziene en noodzakelijke |
bijwerken, | bijwerken, |
c) de prijsherzieningen; | c) de prijsherzieningen; |
2° de algemene kosten van de aanneming met ondermeer de honoraria voor | 2° de algemene kosten van de aanneming met ondermeer de honoraria voor |
de ontwerper en voor de milieueffectrapportering, de kosten voor | de ontwerper en voor de milieueffectrapportering, de kosten voor |
geotechnische proeven en studies, de kosten voor publicatie en | geotechnische proeven en studies, de kosten voor publicatie en |
aanbesteding, de kosten voor proeven op materialen, de kosten voor | aanbesteding, de kosten voor proeven op materialen, de kosten voor |
teeltschade, afbraak van onroerende goederen en genotsderving, de | teeltschade, afbraak van onroerende goederen en genotsderving, de |
kosten voor onteigening en grondinname en de kosten voor het | kosten voor onteigening en grondinname en de kosten voor het |
verplaatsen van leidingen. | verplaatsen van leidingen. |
Het bedrag van de algemene kosten met uitzondering van de kosten voor | Het bedrag van de algemene kosten met uitzondering van de kosten voor |
onteigening en grondinname en van de kosten voor het verplaatsen van | onteigening en grondinname en van de kosten voor het verplaatsen van |
leidingen, mag voor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde uitgaven niet | leidingen, mag voor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde uitgaven niet |
meer bedragen dan 10 procent van de werkelijke kostprijs van de | meer bedragen dan 10 procent van de werkelijke kostprijs van de |
werken, zoals bepaald in het vorig lid. | werken, zoals bepaald in het vorig lid. |
Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde | Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde |
B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de | B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de |
B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. | B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. |
De subsidie voor onteigening of verwerving verleend op grond van de | De subsidie voor onteigening of verwerving verleend op grond van de |
artikelen 5 en 6 moet onmiddellijk worden terugbetaald bij | artikelen 5 en 6 moet onmiddellijk worden terugbetaald bij |
vervreemding van het via subsidie verworven goed binnen een termijn | vervreemding van het via subsidie verworven goed binnen een termijn |
van 20 jaar na het verkrijgen van de subsidie. | van 20 jaar na het verkrijgen van de subsidie. |
Art. 9.§ 1. De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor |
Art. 9.§ 1. De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor |
de landinrichtingswerken uitgevoerd door de privaatrechtelijke | de landinrichtingswerken uitgevoerd door de privaatrechtelijke |
rechtspersonen en de natuurlijke personen met toepassing van artikel | rechtspersonen en de natuurlijke personen met toepassing van artikel |
13, § 6 van het decreet bedraagt : | 13, § 6 van het decreet bedraagt : |
1° 30 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de | 1° 30 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de |
landinrichtingswerken die niet worden vermeld sub 2°; | landinrichtingswerken die niet worden vermeld sub 2°; |
2° 80 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in | 2° 80 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in |
verband met landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de | verband met landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de |
werken in verband met natuurontwikkeling, kleinschalige | werken in verband met natuurontwikkeling, kleinschalige |
milieuverbeteringen en conservering van archeologische en | milieuverbeteringen en conservering van archeologische en |
cultuurhistorische overblijfselen, indien bij het financieringsplan is | cultuurhistorische overblijfselen, indien bij het financieringsplan is |
aangetoond dat : | aangetoond dat : |
a) het gesubsidieerde werk een duidelijk karakter van algemeen of | a) het gesubsidieerde werk een duidelijk karakter van algemeen of |
regionaal belang vertoont, en | regionaal belang vertoont, en |
b) uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet afgesloten | b) uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet afgesloten |
overeenkomst tussen partijen blijkt dat de aanvrager het via subsidies | overeenkomst tussen partijen blijkt dat de aanvrager het via subsidies |
ingericht goed gedurende een periode van 20 jaar in stand houdt en | ingericht goed gedurende een periode van 20 jaar in stand houdt en |
beheert in functie van de doelstellingen van openbaar nut vastgesteld | beheert in functie van de doelstellingen van openbaar nut vastgesteld |
in het inrichtingsplan. | in het inrichtingsplan. |
§ 2. Het totale bedrag van de uitgaven van de in § 1 van dit artikel | § 2. Het totale bedrag van de uitgaven van de in § 1 van dit artikel |
vermelde werken omvat de werkelijke kostprijs van de werken, zoals | vermelde werken omvat de werkelijke kostprijs van de werken, zoals |
vastgesteld in artikel 8, 1°, vermeerderd met de algemene kosten, | vastgesteld in artikel 8, 1°, vermeerderd met de algemene kosten, |
zoals bedoeld in artikel 8, 2°, met uitsluiting van de verwerving van | zoals bedoeld in artikel 8, 2°, met uitsluiting van de verwerving van |
de grond, met dien verstande dat de in rekening gebrachte algemene | de grond, met dien verstande dat de in rekening gebrachte algemene |
kosten niet meer mogen bedragen dan 10 procent van de werkelijke | kosten niet meer mogen bedragen dan 10 procent van de werkelijke |
kostprijs van de werken. | kostprijs van de werken. |
Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde | Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde |
B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de | B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de |
B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. | B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. |
Art. 10.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moeten de |
Art. 10.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moeten de |
privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen de werken | privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen de werken |
laten uitvoeren volgens de regels van de kunst en onder toezicht van | laten uitvoeren volgens de regels van de kunst en onder toezicht van |
de maatschappij door aannemers en onderaannemers die voldoen aan de | de maatschappij door aannemers en onderaannemers die voldoen aan de |
vereisten van de wetgeving inzake de registratie en de erkenning van | vereisten van de wetgeving inzake de registratie en de erkenning van |
aannemers. | aannemers. |
§ 2. De privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, | § 2. De privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, |
die het goed waarop de landinrichtingswerken werden uitgevoerd | die het goed waarop de landinrichtingswerken werden uitgevoerd |
vervreemden binnen een termijn van 20 jaar na het verkrijgen van de | vervreemden binnen een termijn van 20 jaar na het verkrijgen van de |
subsidie, of die, behoudens overmacht of faillissement, in de loop van | subsidie, of die, behoudens overmacht of faillissement, in de loop van |
voormelde termijn hun beheersverbintenissen niet nakomen, zoals deze | voormelde termijn hun beheersverbintenissen niet nakomen, zoals deze |
voortvloeien uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet | voortvloeien uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet |
tussen partijen afgesloten overeenkomst, dienen de subsidie | tussen partijen afgesloten overeenkomst, dienen de subsidie |
onmiddellijk terug te betalen, overeenkomstig artikel 57, eerste lid, | onmiddellijk terug te betalen, overeenkomstig artikel 57, eerste lid, |
1, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli | 1, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli |
1991. Zij worden daarvan door de dienst op de hoogte gesteld bij een | 1991. Zij worden daarvan door de dienst op de hoogte gesteld bij een |
ter post aangetekende brief. | ter post aangetekende brief. |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
ervan in het Belgisch Staatsblad. | ervan in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 12.De Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting is belast |
Art. 12.De Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 17 maart 1998. | Brussel, 17 maart 1998. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, | De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, |
Th. KELCHTERMANS | Th. KELCHTERMANS |