Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 17/03/1998
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring van de landinrichtingswerken "
Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring van de landinrichtingswerken Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring van de landinrichtingswerken
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
17 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring 17 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering houdende subsidiëring
van de landinrichtingswerken van de landinrichtingswerken
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de
Vlaamse Landmaatschappij, inzonderheid op artikel 6, § 2, en op Vlaamse Landmaatschappij, inzonderheid op artikel 6, § 2, en op
artikel 13, §§ 4 tot 6, ingevoegd bij het decreet van 22 november artikel 13, §§ 4 tot 6, ingevoegd bij het decreet van 22 november
1995, en op artikel 14; 1995, en op artikel 14;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting,
gegeven op 22 april 1997; gegeven op 22 april 1997;
Gelet op het advies van de Raad van State; Gelet op het advies van de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder :

1° het decreet : het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting 1° het decreet : het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting
van de Vlaamse Landmaatschappij; van de Vlaamse Landmaatschappij;
2° de maatschappij : de Vlaamse Landmaatschappij; 2° de maatschappij : de Vlaamse Landmaatschappij;
3° de aanvrager : de maatschappij, de provincies, de gemeenten, de 3° de aanvrager : de maatschappij, de provincies, de gemeenten, de
polders, de wateringen, de ruilverkavelingscomités, de door de Vlaamse polders, de wateringen, de ruilverkavelingscomités, de door de Vlaamse
regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen, de regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen, de
privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, bedoeld privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, bedoeld
in artikel 13 van het decreet; in artikel 13 van het decreet;
4° de dienst : de afdeling Land van de administratie Milieu-, Natuur-, 4° de dienst : de afdeling Land van de administratie Milieu-, Natuur-,
Land- en Waterbeheer van het departement Leefmilieu en Infrastructuur Land- en Waterbeheer van het departement Leefmilieu en Infrastructuur
van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
5° de landinrichtingswerken : alle maatregelen, handelingen en werken, 5° de landinrichtingswerken : alle maatregelen, handelingen en werken,
die gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt die gericht zijn op het vrijwaren, herwaarderen en het meer geschikt
maken van de gebieden bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, maken van de gebieden bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid,
voor zover zij opgenomen zijn in de inrichtingsplannen, vermeld in voor zover zij opgenomen zijn in de inrichtingsplannen, vermeld in
artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996
houdende nadere regelen betreffende de landinrichting; houdende nadere regelen betreffende de landinrichting;
6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting. 6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting.

Art. 2.Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan de minister

Art. 2.Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan de minister

volgens de in het decreet en in dit besluit vastgestelde bepalingen volgens de in het decreet en in dit besluit vastgestelde bepalingen
een subsidie verlenen aan de aanvragers die belast werden met de een subsidie verlenen aan de aanvragers die belast werden met de
uitvoering van een landinrichtingsplan of een gedeelte ervan, nadat uitvoering van een landinrichtingsplan of een gedeelte ervan, nadat
zij een verzoek tot subsidiëring hebben ingediend bij de dienst. zij een verzoek tot subsidiëring hebben ingediend bij de dienst.
Ieder verzoek tot subsidiëring omvat minstens de beschrijving van de Ieder verzoek tot subsidiëring omvat minstens de beschrijving van de
werken, een raming van de kostprijs en een sluitend financieringsplan. werken, een raming van de kostprijs en een sluitend financieringsplan.
Voor de werken waarvoor één of meerdere vergunningen vereist zijn kan Voor de werken waarvoor één of meerdere vergunningen vereist zijn kan
het verzoek tot subsidiëring ingediend worden vooraleer de bedoelde het verzoek tot subsidiëring ingediend worden vooraleer de bedoelde
vergunningen verkregen worden; op grond van die aanvraag kan door de vergunningen verkregen worden; op grond van die aanvraag kan door de
minister een principiële beslissing genomen worden over de toekenning minister een principiële beslissing genomen worden over de toekenning
van de subsidie, kan de subsidie worden aangerekend ten laste van de van de subsidie, kan de subsidie worden aangerekend ten laste van de
begroting en kan aan de aanvrager meegedeeld worden dat de subsidie begroting en kan aan de aanvrager meegedeeld worden dat de subsidie
kan worden toegekend op voorwaarde dat hij de vereiste vergunningen kan worden toegekend op voorwaarde dat hij de vereiste vergunningen
verkrijgt; de subsidie kan slechts definitief door de dienst aan de verkrijgt; de subsidie kan slechts definitief door de dienst aan de
aanvragers toegezegd worden na ontvangst van een afschrift van de aanvragers toegezegd worden na ontvangst van een afschrift van de
vereiste vergunningen. vereiste vergunningen.
Voor de in artikel 13, § 4 van het decreet bedoelde werken omvat het Voor de in artikel 13, § 4 van het decreet bedoelde werken omvat het
verzoek in voorkomend geval eveneens hetzij de aanvraag voor verzoek in voorkomend geval eveneens hetzij de aanvraag voor
machtiging tot onteigening ten algemenen nutte, hetzij het bewijs van machtiging tot onteigening ten algemenen nutte, hetzij het bewijs van
verwerving in der minne, hetzij de overeenkomsten met de eigenaars, de verwerving in der minne, hetzij de overeenkomsten met de eigenaars, de
vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten. vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten.
Voor de in artikel 13, § 6 van het decreet bedoelde werken omvat het Voor de in artikel 13, § 6 van het decreet bedoelde werken omvat het
verzoek eveneens de tussen de partijen afgesloten overeenkomsten. verzoek eveneens de tussen de partijen afgesloten overeenkomsten.
De maatschappij verleent desgevraagd haar medewerking aan de De maatschappij verleent desgevraagd haar medewerking aan de
aanvragers bij de samenstelling van de dossiers, op te maken aanvragers bij de samenstelling van de dossiers, op te maken
overeenkomstig de aanwijzingen van de dienst. overeenkomstig de aanwijzingen van de dienst.

Art. 3.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

Art. 3.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het
Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4
van het decreet bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de van het decreet bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de
uitgaven voor de landinrichtingswerken op gronden die door de Vlaamse uitgaven voor de landinrichtingswerken op gronden die door de Vlaamse
regering worden of zullen worden beheerd overeenkomstig het regering worden of zullen worden beheerd overeenkomstig het
landinrichtingsplan. landinrichtingsplan.

Art. 4.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

Art. 4.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het landinrichtingswerken uitgevoerd in opdracht en voor rekening van het
Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4 Vlaamse Gewest door de maatschappij met toepassing van artikel 13, § 4
van het decreet, op gronden die door de gemeenten en provincies worden van het decreet, op gronden die door de gemeenten en provincies worden
of zullen worden beheerd overeenkomstig het landinrichtingsplan, of zullen worden beheerd overeenkomstig het landinrichtingsplan,
bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de uitgaven die door de bedraagt 100 procent van het totale bedrag van de uitgaven die door de
betrokken gemeenten en provincies niet ten laste worden genomen. Het betrokken gemeenten en provincies niet ten laste worden genomen. Het
aandeel van de betrokken gemeenten en provincies, wordt bepaald in het aandeel van de betrokken gemeenten en provincies, wordt bepaald in het
financieringsplan vastgelegd op grond van artikel 16, § 1 van het financieringsplan vastgelegd op grond van artikel 16, § 1 van het
besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 houdende nadere besluit van de Vlaamse regering van 6 juni 1996 houdende nadere
regelen betreffende de landinrichting. regelen betreffende de landinrichting.

Art. 5.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

Art. 5.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

landinrichtingswerken uitgevoerd door de gemeenten en de provincies landinrichtingswerken uitgevoerd door de gemeenten en de provincies
met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 70 procent met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 70 procent
van het totale bedrag van de uitgaven. van het totale bedrag van de uitgaven.

Art. 6.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

Art. 6.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

landinrichtingswerken, uitgevoerd door de polders, de wateringen en de landinrichtingswerken, uitgevoerd door de polders, de wateringen en de
door de Vlaamse regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen door de Vlaamse regering aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen
met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent met toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent
van het totale bedrag van : van het totale bedrag van :
1° de uitgaven voor volgende werken uitgevoerd door de polders en 1° de uitgaven voor volgende werken uitgevoerd door de polders en
wateringen die passen binnen integraal waterbeheer : wateringen die passen binnen integraal waterbeheer :
- de verhoging van de variatie in natuurlijke structuurkenmerken van - de verhoging van de variatie in natuurlijke structuurkenmerken van
de waterloop en de aanleg van oeverstroken; de waterloop en de aanleg van oeverstroken;
- het herstel en de bevordering van migratiemogelijkheden in en langs - het herstel en de bevordering van migratiemogelijkheden in en langs
de waterloop; de waterloop;
- de herwaardering van het waterbergend vermogen van valleien; - de herwaardering van het waterbergend vermogen van valleien;
- de verhoging van de natuurlijke variatie in oever- en - de verhoging van de natuurlijke variatie in oever- en
onderwatermilieus; onderwatermilieus;
2° de uitgaven voor de werken uitgevoerd door de daartoe aangewezen 2° de uitgaven voor de werken uitgevoerd door de daartoe aangewezen
polders en wateringen en door bedoelde publiekrechtelijke polders en wateringen en door bedoelde publiekrechtelijke
rechtspersonen in verband met landschapszorg, inclusief rechtspersonen in verband met landschapszorg, inclusief
erfbeplantingswerken, en voor de werken in verband met erfbeplantingswerken, en voor de werken in verband met
natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal
waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige
milieuverbeteringen, conservering van archeologische en milieuverbeteringen, conservering van archeologische en
cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie.

Art. 7.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

Art. 7.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor de

landinrichtingswerken, uitgevoerd door de ruilverkavelingscomités met landinrichtingswerken, uitgevoerd door de ruilverkavelingscomités met
toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent van toepassing van artikel 13, § 5 van het decreet bedraagt 80 procent van
het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in verband met het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in verband met
landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de werken in landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de werken in
verband met natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal verband met natuurontwikkeling, natuurtechnische milieubouw, integraal
waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige waterbeheer, waterwinning uit oppervlaktewater, kleinschalige
milieuverbeteringen, conservering van archeologische en milieuverbeteringen, conservering van archeologische en
cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie. cultuurhistorische overblijfselen en passieve recreatie.

Art. 8.Het totale bedrag van de uitgaven van de in de artikelen 3, 4,

Art. 8.Het totale bedrag van de uitgaven van de in de artikelen 3, 4,

5, 6 en 7 bedoelde werken omvat : 5, 6 en 7 bedoelde werken omvat :
1° de werkelijke kostprijs van de werken vastgesteld door de 1° de werkelijke kostprijs van de werken vastgesteld door de
eindafrekening; voor de berekening van de subsidie mag de kostprijs eindafrekening; voor de berekening van de subsidie mag de kostprijs
evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de goedgekeurde evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de goedgekeurde
inschrijving of aanbieding vermeerderd met : inschrijving of aanbieding vermeerderd met :
a) de kostprijs van de vooraf door de minister goedgekeurde a) de kostprijs van de vooraf door de minister goedgekeurde
meerwerken, meerwerken,
b) 3 procent van de prijs van de goedgekeurde inschrijving of b) 3 procent van de prijs van de goedgekeurde inschrijving of
aanbieding om de kosten te dekken voor onvoorziene en noodzakelijke aanbieding om de kosten te dekken voor onvoorziene en noodzakelijke
bijwerken, bijwerken,
c) de prijsherzieningen; c) de prijsherzieningen;
2° de algemene kosten van de aanneming met ondermeer de honoraria voor 2° de algemene kosten van de aanneming met ondermeer de honoraria voor
de ontwerper en voor de milieueffectrapportering, de kosten voor de ontwerper en voor de milieueffectrapportering, de kosten voor
geotechnische proeven en studies, de kosten voor publicatie en geotechnische proeven en studies, de kosten voor publicatie en
aanbesteding, de kosten voor proeven op materialen, de kosten voor aanbesteding, de kosten voor proeven op materialen, de kosten voor
teeltschade, afbraak van onroerende goederen en genotsderving, de teeltschade, afbraak van onroerende goederen en genotsderving, de
kosten voor onteigening en grondinname en de kosten voor het kosten voor onteigening en grondinname en de kosten voor het
verplaatsen van leidingen. verplaatsen van leidingen.
Het bedrag van de algemene kosten met uitzondering van de kosten voor Het bedrag van de algemene kosten met uitzondering van de kosten voor
onteigening en grondinname en van de kosten voor het verplaatsen van onteigening en grondinname en van de kosten voor het verplaatsen van
leidingen, mag voor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde uitgaven niet leidingen, mag voor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde uitgaven niet
meer bedragen dan 10 procent van de werkelijke kostprijs van de meer bedragen dan 10 procent van de werkelijke kostprijs van de
werken, zoals bepaald in het vorig lid. werken, zoals bepaald in het vorig lid.
Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde
B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de
B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs.
De subsidie voor onteigening of verwerving verleend op grond van de De subsidie voor onteigening of verwerving verleend op grond van de
artikelen 5 en 6 moet onmiddellijk worden terugbetaald bij artikelen 5 en 6 moet onmiddellijk worden terugbetaald bij
vervreemding van het via subsidie verworven goed binnen een termijn vervreemding van het via subsidie verworven goed binnen een termijn
van 20 jaar na het verkrijgen van de subsidie. van 20 jaar na het verkrijgen van de subsidie.

Art. 9.§ 1. De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor

Art. 9.§ 1. De subsidie van het Vlaamse Gewest voor de uitgaven voor

de landinrichtingswerken uitgevoerd door de privaatrechtelijke de landinrichtingswerken uitgevoerd door de privaatrechtelijke
rechtspersonen en de natuurlijke personen met toepassing van artikel rechtspersonen en de natuurlijke personen met toepassing van artikel
13, § 6 van het decreet bedraagt : 13, § 6 van het decreet bedraagt :
1° 30 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de 1° 30 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de
landinrichtingswerken die niet worden vermeld sub 2°; landinrichtingswerken die niet worden vermeld sub 2°;
2° 80 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in 2° 80 procent van het totale bedrag van de uitgaven voor de werken in
verband met landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de verband met landschapszorg, inclusief erfbeplantingswerken, en voor de
werken in verband met natuurontwikkeling, kleinschalige werken in verband met natuurontwikkeling, kleinschalige
milieuverbeteringen en conservering van archeologische en milieuverbeteringen en conservering van archeologische en
cultuurhistorische overblijfselen, indien bij het financieringsplan is cultuurhistorische overblijfselen, indien bij het financieringsplan is
aangetoond dat : aangetoond dat :
a) het gesubsidieerde werk een duidelijk karakter van algemeen of a) het gesubsidieerde werk een duidelijk karakter van algemeen of
regionaal belang vertoont, en regionaal belang vertoont, en
b) uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet afgesloten b) uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet afgesloten
overeenkomst tussen partijen blijkt dat de aanvrager het via subsidies overeenkomst tussen partijen blijkt dat de aanvrager het via subsidies
ingericht goed gedurende een periode van 20 jaar in stand houdt en ingericht goed gedurende een periode van 20 jaar in stand houdt en
beheert in functie van de doelstellingen van openbaar nut vastgesteld beheert in functie van de doelstellingen van openbaar nut vastgesteld
in het inrichtingsplan. in het inrichtingsplan.
§ 2. Het totale bedrag van de uitgaven van de in § 1 van dit artikel § 2. Het totale bedrag van de uitgaven van de in § 1 van dit artikel
vermelde werken omvat de werkelijke kostprijs van de werken, zoals vermelde werken omvat de werkelijke kostprijs van de werken, zoals
vastgesteld in artikel 8, 1°, vermeerderd met de algemene kosten, vastgesteld in artikel 8, 1°, vermeerderd met de algemene kosten,
zoals bedoeld in artikel 8, 2°, met uitsluiting van de verwerving van zoals bedoeld in artikel 8, 2°, met uitsluiting van de verwerving van
de grond, met dien verstande dat de in rekening gebrachte algemene de grond, met dien verstande dat de in rekening gebrachte algemene
kosten niet meer mogen bedragen dan 10 procent van de werkelijke kosten niet meer mogen bedragen dan 10 procent van de werkelijke
kostprijs van de werken. kostprijs van de werken.
Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde Wanneer de aanvrager een B.T.W.-belastingplichtige is, die de betaalde
B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de B.T.W. in rekening kan brengen in zijn B.T.W.-boekhouding, wordt de
B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs. B.T.W. in mindering gebracht van de kostprijs.

Art. 10.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moeten de

Art. 10.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moeten de

privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen de werken privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen de werken
laten uitvoeren volgens de regels van de kunst en onder toezicht van laten uitvoeren volgens de regels van de kunst en onder toezicht van
de maatschappij door aannemers en onderaannemers die voldoen aan de de maatschappij door aannemers en onderaannemers die voldoen aan de
vereisten van de wetgeving inzake de registratie en de erkenning van vereisten van de wetgeving inzake de registratie en de erkenning van
aannemers. aannemers.
§ 2. De privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen, § 2. De privaatrechtelijke rechtspersonen en de natuurlijke personen,
die het goed waarop de landinrichtingswerken werden uitgevoerd die het goed waarop de landinrichtingswerken werden uitgevoerd
vervreemden binnen een termijn van 20 jaar na het verkrijgen van de vervreemden binnen een termijn van 20 jaar na het verkrijgen van de
subsidie, of die, behoudens overmacht of faillissement, in de loop van subsidie, of die, behoudens overmacht of faillissement, in de loop van
voormelde termijn hun beheersverbintenissen niet nakomen, zoals deze voormelde termijn hun beheersverbintenissen niet nakomen, zoals deze
voortvloeien uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet voortvloeien uit de in uitvoering van artikel 13, § 6 van het decreet
tussen partijen afgesloten overeenkomst, dienen de subsidie tussen partijen afgesloten overeenkomst, dienen de subsidie
onmiddellijk terug te betalen, overeenkomstig artikel 57, eerste lid, onmiddellijk terug te betalen, overeenkomstig artikel 57, eerste lid,
1, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli
1991. Zij worden daarvan door de dienst op de hoogte gesteld bij een 1991. Zij worden daarvan door de dienst op de hoogte gesteld bij een
ter post aangetekende brief. ter post aangetekende brief.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking

Art. 11.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking

ervan in het Belgisch Staatsblad. ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 12.De Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting is belast

Art. 12.De Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 maart 1998. Brussel, 17 maart 1998.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
Th. KELCHTERMANS Th. KELCHTERMANS
^