Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 16/12/1997
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra "
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
16 DECEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering betreffende de 16 DECEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering betreffende de
onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie
van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs,
inzonderheid op artikel 77, eerste lid; inzonderheid op artikel 77, eerste lid;
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie
van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de
gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel
51, eerste lid; 51, eerste lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij de onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 20 augustus 1996 en 8 augustus 1997; koninklijke besluiten van 20 augustus 1996 en 8 augustus 1997;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991
betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting,
gegeven op 26 juni 1997; gegeven op 26 juni 1997;
Gelet op het protocol nr. 277 van 23 september 1997 houdende de Gelet op het protocol nr. 277 van 23 september 1997 houdende de
conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke
vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse
Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en
plaatselijke overheidsdiensten; plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op het protocol nr. 59 van 23 september 1997 houdende de Gelet op het protocol nr. 59 van 23 september 1997 houdende de
conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend
onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot
oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd
onderwijs; onderwijs;
Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 30 september Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 30 september
1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen 1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen
één maand; één maand;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 oktober 1997, Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 oktober 1997,
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State; wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op :

1° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 1° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van
27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde
personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van de personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van de
personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten; personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
2° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 2° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van
27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden
van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde
psycho-medisch-sociale centra. psycho-medisch-sociale centra.
HOOFDSTUK II. - Volledige loopbaanonderbreking HOOFDSTUK II. - Volledige loopbaanonderbreking

Art. 2.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of

Art. 2.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of

tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan volledig tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan volledig
onderbreken op voorwaarde dat zij : onderbreken op voorwaarde dat zij :
1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; 1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt;
2° belast zijn met een of meer betrekkingen die samen ten minste de 2° belast zijn met een of meer betrekkingen die samen ten minste de
helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor
een ambt met volledige prestaties. een ambt met volledige prestaties.

Art. 3.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk

Art. 3.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk

aangesteld zijn, mogen hun loopbaan volledig onderbreken op voorwaarde aangesteld zijn, mogen hun loopbaan volledig onderbreken op voorwaarde
dat zij aangesteld zijn : dat zij aangesteld zijn :
1° in een of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn 1° in een of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn
voor reaffectatie of wedertewerkstelling; voor reaffectatie of wedertewerkstelling;
2° voor een volledig schooljaar in een of meer vacante of niet-vacante 2° voor een volledig schooljaar in een of meer vacante of niet-vacante
betrekkingen; betrekkingen;
3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; 3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt;
4° in een of meer betrekkingen die samen ten minste de helft van het 4° in een of meer betrekkingen die samen ten minste de helft van het
aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met
volledige prestaties. volledige prestaties.

Art. 4.§ 1. De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan omvat al

Art. 4.§ 1. De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan omvat al

de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten
die het personeelslid uitoefent in het onderwijs en in de die het personeelslid uitoefent in het onderwijs en in de
psycho-medisch-sociale centra en die als hoofdambt beschouwd worden. psycho-medisch-sociale centra en die als hoofdambt beschouwd worden.
§ 2. De totale duur van de volledige onderbreking van de § 2. De totale duur van de volledige onderbreking van de
beroepsloopbaan mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 72 maanden beroepsloopbaan mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 72 maanden
bedragen. bedragen.
HOOFDSTUK III. - Gedeeltelijke loopbaanonderbreking HOOFDSTUK III. - Gedeeltelijke loopbaanonderbreking

Art. 5.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of

Art. 5.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of

tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk
onderbreken op voorwaarde dat zij : onderbreken op voorwaarde dat zij :
1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; 1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt;
2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van 2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van
het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt
met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten
steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het
geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Art. 6.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk

Art. 6.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk

aangesteld zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken op aangesteld zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken op
voorwaarde dat zij : voorwaarde dat zij :
1° aangesteld zijn in een of meer betrekkingen die voor hun geheel 1° aangesteld zijn in een of meer betrekkingen die voor hun geheel
niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling; niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling;
2° aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een of meer vacante 2° aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een of meer vacante
of niet-vacante betrekkingen; of niet-vacante betrekkingen;
3° aangesteld zijn in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; 3° aangesteld zijn in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt;
4° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van 4° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van
het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt
met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten
steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het
geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Art. 7.Onverminderd artikel 8 mag de totale duur van de gedeeltelijke

Art. 7.Onverminderd artikel 8 mag de totale duur van de gedeeltelijke

onderbreking van de beroepsloopbaan voor de ganse loopbaan niet meer onderbreking van de beroepsloopbaan voor de ganse loopbaan niet meer
dan 72 maanden bedragen. dan 72 maanden bedragen.

Art. 8.§ 1. De in artikel 5 genoemde personeelsleden kunnen vanaf 1

Art. 8.§ 1. De in artikel 5 genoemde personeelsleden kunnen vanaf 1

september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van
vijftig jaar tot uiterlijk 31 augustus van het school- of dienstjaar vijftig jaar tot uiterlijk 31 augustus van het school- of dienstjaar
waarin de betrokkenen de leeftijd van zestig jaar bereiken, een waarin de betrokkenen de leeftijd van zestig jaar bereiken, een
gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen. gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen.
De betrokken personeelsleden moeten vast benoemd of tot de proeftijd De betrokken personeelsleden moeten vast benoemd of tot de proeftijd
toegelaten zijn, zowel voor de prestatie-eenheden waarvoor zij de toegelaten zijn, zowel voor de prestatie-eenheden waarvoor zij de
gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor de
prestatie-eenheden die zij blijven uitoefenen. prestatie-eenheden die zij blijven uitoefenen.
§ 2. De personeelsleden die de gedeeltelijke loopbaanonderbreking § 2. De personeelsleden die de gedeeltelijke loopbaanonderbreking
bedoeld in § 1 krijgen en die tijdens vermelde periode hun ambt bedoeld in § 1 krijgen en die tijdens vermelde periode hun ambt
opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun
werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk
besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van
onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en
de psycho-medisch-sociale centra. de psycho-medisch-sociale centra.
De personeelsleden genoemd in het eerste lid, kunnen niet opnieuw het De personeelsleden genoemd in het eerste lid, kunnen niet opnieuw het
voordeel krijgen van § 1 en van voormeld artikel 4, § 3, van het voordeel krijgen van § 1 en van voormeld artikel 4, § 3, van het
koninklijk besluit van 12 augustus 1991. koninklijk besluit van 12 augustus 1991.
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 9.Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden bedoeld in

Art. 9.Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden bedoeld in

de artikelen 2, 3, 5, 6 en 8, wordt eveneens rekening gehouden met de de artikelen 2, 3, 5, 6 en 8, wordt eveneens rekening gehouden met de
prestaties verstrekt in instellingen voor hoger onderwijs, genoemd in prestaties verstrekt in instellingen voor hoger onderwijs, genoemd in
het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.
Voor het bepalen van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan, Voor het bepalen van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan,
zoals bedoeld in artikel 4, § 1, worden de ambten uitgeoefend in de zoals bedoeld in artikel 4, § 1, worden de ambten uitgeoefend in de
voornoemde instellingen voor hoger onderwijs steeds beschouwd als voornoemde instellingen voor hoger onderwijs steeds beschouwd als
hoofdambt. hoofdambt.

Art. 10.§ 1. De volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de

Art. 10.§ 1. De volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de

beroepsloopbaan wordt toegestaan voor een periode die begint op 1 beroepsloopbaan wordt toegestaan voor een periode die begint op 1
september of 1 oktober van het school- of dienstjaar en eindigt op 31 september of 1 oktober van het school- of dienstjaar en eindigt op 31
augustus van hetzelfde school- of dienstjaar : augustus van hetzelfde school- of dienstjaar :
1° voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend, het opvoedend 1° voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend, het opvoedend
hulp- en het paramedisch personeel, het medisch, psychologisch, hulp- en het paramedisch personeel, het medisch, psychologisch,
orthopedagogisch en sociaal personeel; orthopedagogisch en sociaal personeel;
2° voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra. 2° voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra.
§ 2. Voor de andere personeelsleden dan diegenen vermeld in § 1, wordt § 2. Voor de andere personeelsleden dan diegenen vermeld in § 1, wordt
de volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan de volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan
toegestaan voor periodes van ten minste zes maanden en van ten hoogste toegestaan voor periodes van ten minste zes maanden en van ten hoogste
één jaar. één jaar.
Deze periodes dienen steeds aan te vangen op de eerste dag van de Deze periodes dienen steeds aan te vangen op de eerste dag van de
maand. maand.

Art. 11.In afwijking van artikel 10, § 1, wordt de volledige en de

Art. 11.In afwijking van artikel 10, § 1, wordt de volledige en de

gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan toegestaan : gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan toegestaan :
1° voor een periode die begint de dag van de reaffectatie of de 1° voor een periode die begint de dag van de reaffectatie of de
wedertewerkstelling en eindigt op 31 augustus van het lopende school- wedertewerkstelling en eindigt op 31 augustus van het lopende school-
of dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die of dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die
op 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op op 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op
beide data, ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van beide data, ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van
betrekking, maar vóór 1 september hebben meegedeeld dat zij hun betrekking, maar vóór 1 september hebben meegedeeld dat zij hun
beroepsloopbaan wensen te onderbreken; beroepsloopbaan wensen te onderbreken;
2° voor een periode die begint de dag na het einde van het 2° voor een periode die begint de dag na het einde van het
bevallingsverlof toegestaan door artikel 39 van de arbeidswet van 16 bevallingsverlof toegestaan door artikel 39 van de arbeidswet van 16
maart 1971 en eindigt op 31 augustus van het lopende school- of maart 1971 en eindigt op 31 augustus van het lopende school- of
dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die op dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die op
1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op beide 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op beide
data, met bevallingsverlof zijn. data, met bevallingsverlof zijn.

Art. 12.§ 1. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, wordt de

Art. 12.§ 1. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, wordt de

volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan
toegestaan voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding. toegestaan voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsopleiding Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsopleiding
verstaan : verstaan :
1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse 1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse
regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de
arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding en georganiseerd door de in arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding en georganiseerd door de in
datzelfde besluit, Titel III, Hoofdstuk II vermelde centra; datzelfde besluit, Titel III, Hoofdstuk II vermelde centra;
2° elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd, 2° elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd,
gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid, gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid,
waarvan het programma tenminste 120 uur op jaarbasis omvat. waarvan het programma tenminste 120 uur op jaarbasis omvat.
§ 2. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, hebben de personeelsleden § 2. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, hebben de personeelsleden
het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te
onderbreken voor een periode van een maand, eventueel verlengbaar met onderbreken voor een periode van een maand, eventueel verlengbaar met
één maand, voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een één maand, voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een
persoon krachtens de bepalingen van de artikelen 100bis en 102bis van persoon krachtens de bepalingen van de artikelen 100bis en 102bis van
de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve
verzorging elke vorm van bijstand verstaan en inzonderheid medische, verzorging elke vorm van bijstand verstaan en inzonderheid medische,
sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van
personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een
terminale fase bevinden. terminale fase bevinden.

Art. 13.Elke onderbreking van de beroepsloopbaan eindigt uiterlijk op

Art. 13.Elke onderbreking van de beroepsloopbaan eindigt uiterlijk op

31 augustus van het school- of dienstjaar waarin het personeelslid van 31 augustus van het school- of dienstjaar waarin het personeelslid van
wie de loopbaanonderbreking loopt de leeftijd van zestig jaar bereikt. wie de loopbaanonderbreking loopt de leeftijd van zestig jaar bereikt.

Art. 14.§ 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te

Art. 14.§ 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te

onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij de inrichtende macht onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij de inrichtende macht
van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waar hij werkt, met van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waar hij werkt, met
vermelding van de datum waarop hij wenst dat de volledige of de vermelding van de datum waarop hij wenst dat de volledige of de
gedeeltelijke onderbreking van zijn loopbaan zou aanvangen en de duur gedeeltelijke onderbreking van zijn loopbaan zou aanvangen en de duur
ervan. ervan.
De inrichtende macht dient haar principiële beslissing mee te delen De inrichtende macht dient haar principiële beslissing mee te delen
aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf
de ontvangst van de aanvraag. de ontvangst van de aanvraag.
Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16,
§ 2, van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geldt § 2, van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geldt
als definitieve toestemming. als definitieve toestemming.
§ 2. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om een § 2. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om een
beroepsopleiding te volgen, voegt bij zijn aanvraag een attest van de beroepsopleiding te volgen, voegt bij zijn aanvraag een attest van de
Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de Brusselse Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de Brusselse
Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (BGDA), de onderwijs- of Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (BGDA), de onderwijs- of
vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de
duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken. duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken.
§ 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het § 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het
verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan de verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan de
inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij
hij tewerkgesteld is. Hij voegt bij deze mededeling een attest hij tewerkgesteld is. Hij voegt bij deze mededeling een attest
afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die
palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het
personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging
te verstrekken, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt te verstrekken, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt
vermeld. vermeld.
De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van
palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op
de week waarin voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger de week waarin voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger
tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht. tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht.
Ingeval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van Ingeval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van
de periode met één maand, dient het opnieuw een doktersattest in te de periode met één maand, dient het opnieuw een doktersattest in te
dienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de dienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de
palliatieve verzorging van eenzelfde persoon. palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.
De inrichtende macht vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, De inrichtende macht vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2,
van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in en van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in en
overhandigt het aan het personeelslid. overhandigt het aan het personeelslid.

Art. 15.§ 1. De onderbreking van de beroepsloopbaan moet worden

Art. 15.§ 1. De onderbreking van de beroepsloopbaan moet worden

toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die gelijktijdig voldoet toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die gelijktijdig voldoet
aan de volgende voorwaarden : aan de volgende voorwaarden :
1° ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking of 1° ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking of
volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of gelijkgestelde zijn; volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of gelijkgestelde zijn;
2° in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; 2° in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;
3° voldoen aan de eisen van het opvoedingsproject van de inrichtende 3° voldoen aan de eisen van het opvoedingsproject van de inrichtende
macht. macht.
De inrichtende macht mag nagaan of de kandidaat-vervanger de eventueel De inrichtende macht mag nagaan of de kandidaat-vervanger de eventueel
vereiste nuttige ervaring heeft voor het in het eerste lid, 2°, vereiste nuttige ervaring heeft voor het in het eerste lid, 2°,
genoemde bekwaamheidsbewijs. Het onderzoek daartoe dient te gebeuren genoemde bekwaamheidsbewijs. Het onderzoek daartoe dient te gebeuren
op dezelfde wijze als door de inrichtende macht gevolgd wordt bij de op dezelfde wijze als door de inrichtende macht gevolgd wordt bij de
aanwerving van een personeelslid op grond van de bepalingen van de aanwerving van een personeelslid op grond van de bepalingen van de
hierna volgende decreten : hierna volgende decreten :
1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van 1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van
bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs; bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van 2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van
sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de
gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
§ 2. De bepalingen van § 1 gelden voor een periode van zes jaar § 2. De bepalingen van § 1 gelden voor een periode van zes jaar
onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig
of gedeeltelijk onderbroken wordt. of gedeeltelijk onderbroken wordt.
De bepalingen van § 1 gelden eveneens voor de vastbenoemde of tot de De bepalingen van § 1 gelden eveneens voor de vastbenoemde of tot de
proeftijd toegelaten personeelsleden voor de volledige periode van de proeftijd toegelaten personeelsleden voor de volledige periode van de
gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september of
1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van vijftig jaar. 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van vijftig jaar.
In geval van weigering moet de inrichtende macht haar weigering In geval van weigering moet de inrichtende macht haar weigering
schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de
aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het
personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de
kandidaat-vervanger. kandidaat-vervanger.
§ 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 gelden niet voor de onderbreking § 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 gelden niet voor de onderbreking
van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve
verzorging, zoals bedoeld in artikel 12, § 2. verzorging, zoals bedoeld in artikel 12, § 2.

Art. 16.Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het

Art. 16.Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het

personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een
periode van dienstactiviteit. periode van dienstactiviteit.
Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan
onderbreekt, krijgt het geen wedde(toelage); hij krijgt wel een onderbreekt, krijgt het geen wedde(toelage); hij krijgt wel een
onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld
koninklijk besluit van 12 augustus 1991. koninklijk besluit van 12 augustus 1991.

Art. 17.§ 1. Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een

Art. 17.§ 1. Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een

opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan
onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs
of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op
te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van
onderbreking van de beroepsloopbaan is verstreken. onderbreking van de beroepsloopbaan is verstreken.
Deze opzegging moet worden gericht aan de Vlaamse minister bevoegd Deze opzegging moet worden gericht aan de Vlaamse minister bevoegd
voor het onderwijs : voor het onderwijs :
1° door tussenkomst en met akkoord van de Autonome Raad voor het 1° door tussenkomst en met akkoord van de Autonome Raad voor het
Gemeenschapsonderwijs voor de onder deze raad ressorterende Gemeenschapsonderwijs voor de onder deze raad ressorterende
instellingen en centra; instellingen en centra;
2° door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht in het 2° door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht in het
gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale
centra. centra.
§ 2. De personeelsleden genoemd in artikel 10, § 1, en in artikel 11, § 2. De personeelsleden genoemd in artikel 10, § 1, en in artikel 11,
1° en 2°, kunnen in geen geval hun ambt weer opnemen of opnieuw 1° en 2°, kunnen in geen geval hun ambt weer opnemen of opnieuw
volledig uitoefenen na 1 mei van het school- of dienstjaar. volledig uitoefenen na 1 mei van het school- of dienstjaar.
§ 3. Behoudens de toepassing van de §§ 1 en 2, kunnen de in artikel 8 § 3. Behoudens de toepassing van de §§ 1 en 2, kunnen de in artikel 8
genoemde personeelsleden hun ambt slechts opnieuw volledig uitoefenen genoemde personeelsleden hun ambt slechts opnieuw volledig uitoefenen
met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de
inrichtende macht vóór 1 mei. inrichtende macht vóór 1 mei.
§ 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn § 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn
gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop
het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking. het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.
§ 5. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de § 5. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de
personeelsleden die hun loopbaan onderbreken om de redenen bedoeld in personeelsleden die hun loopbaan onderbreken om de redenen bedoeld in
artikel 12, §§ 1 en 2. artikel 12, §§ 1 en 2.
Het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het Het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het
verstrekken van palliatieve verzorging, kan evenwel, na het overlijden verstrekken van palliatieve verzorging, kan evenwel, na het overlijden
van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van
de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is,
de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw
volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de
beroepsloopbaan verstreken is. beroepsloopbaan verstreken is.

Art. 18.Een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, wordt

Art. 18.Een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, wordt

vervangen door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens vervangen door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens
ontstentenis van betrekking volgens de geldende reglementaire ontstentenis van betrekking volgens de geldende reglementaire
bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van
betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
Bij ontstentenis van personeelsleden zoals bedoeld in het eerste lid, Bij ontstentenis van personeelsleden zoals bedoeld in het eerste lid,
wordt het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, wordt het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt,
vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die
uitkeringen geniet voor alle dagen van de week, of door een van de uitkeringen geniet voor alle dagen van de week, of door een van de
personen die, in uitvoering van de artikelen 100, vierde lid, en 102, personen die, in uitvoering van de artikelen 100, vierde lid, en 102,
§ 1, derde lid, van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale § 1, derde lid, van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale
bepalingen, voor de toepassing van deze bepalingen ermee gelijkgesteld bepalingen, voor de toepassing van deze bepalingen ermee gelijkgesteld
is. is.

Art. 19.Elke wijziging inzake vervanging dient door de in artikel 17,

Art. 19.Elke wijziging inzake vervanging dient door de in artikel 17,

§ 1, tweede lid, vermelde overheid meegedeeld te worden aan de Vlaamse § 1, tweede lid, vermelde overheid meegedeeld te worden aan de Vlaamse
minister bevoegd voor het onderwijs, met vermelding van de datum van minister bevoegd voor het onderwijs, met vermelding van de datum van
mededeling ervan aan het bevoegde Gewestelijke Werkloosheidsbureau van mededeling ervan aan het bevoegde Gewestelijke Werkloosheidsbureau van
de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

Art. 20.§ 1. Als bij beslissing van de directeur van het

Art. 20.§ 1. Als bij beslissing van de directeur van het

werkloosheidsbureau het recht op uitkeringen wordt ontzegd aan een werkloosheidsbureau het recht op uitkeringen wordt ontzegd aan een
personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, dient de in personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, dient de in
artikel 17, § 1, tweede lid, vermelde overheid dit onverwijld mee te artikel 17, § 1, tweede lid, vermelde overheid dit onverwijld mee te
delen aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, met delen aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, met
vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat. vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.
§ 2. Gedurende de periode(n) waarin het personeelslid, op grond van § 2. Gedurende de periode(n) waarin het personeelslid, op grond van
het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geen recht heeft het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geen recht heeft
op een onderbrekingsuitkering, kan het evenmin verlof voor volledige op een onderbrekingsuitkering, kan het evenmin verlof voor volledige
of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan krijgen. of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan krijgen.
In afwijking van het eerste lid kan wel verlof voor volledige of In afwijking van het eerste lid kan wel verlof voor volledige of
gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan worden toegekend aan gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan worden toegekend aan
het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en
op grond van artikel 6 van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus op grond van artikel 6 van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus
1991 een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering krijgt. 1991 een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering krijgt.
§ 3. Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft § 3. Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft
onderbroken, maar geen recht heeft op een onderbrekingsuitkering, onderbroken, maar geen recht heeft op een onderbrekingsuitkering,
wordt, behoudens als hij zich bevindt in de toestand bedoeld in § 2, wordt, behoudens als hij zich bevindt in de toestand bedoeld in § 2,
tweede lid, met ingang van de datum van de beslissing waarbij op grond tweede lid, met ingang van de datum van de beslissing waarbij op grond
van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 hem het recht op van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 hem het recht op
onderbrekingsuitkering wordt ontzegd, ambtshalve omgezet in : onderbrekingsuitkering wordt ontzegd, ambtshalve omgezet in :
1° afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke 1° afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke
aangelegenheid bij gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan; aangelegenheid bij gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan;
2° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden bij 2° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden bij
volledige onderbreking van de beroepsloopbaan. volledige onderbreking van de beroepsloopbaan.
In dit geval mag de duur overschreden worden van de In dit geval mag de duur overschreden worden van de
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het
betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire
bepalingen die terzake op hem van toepassing zijn. Deze bepalingen die terzake op hem van toepassing zijn. Deze
terbeschikkingstelling eindigt alleszins bij het verstrijken van de terbeschikkingstelling eindigt alleszins bij het verstrijken van de
lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de
beroepsloopbaan was aangevraagd. beroepsloopbaan was aangevraagd.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991

betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
wordt opgeheven, wat de instellingen en de personeelsleden betreft, wordt opgeheven, wat de instellingen en de personeelsleden betreft,
waarop dit besluit van toepassing is. waarop dit besluit van toepassing is.

Art. 22.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997,

Art. 22.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997,

met uitzondering van : met uitzondering van :
1° de artikelen 12, 14, §§ 2 en 3 en artikel 17, § 5 die uitwerking 1° de artikelen 12, 14, §§ 2 en 3 en artikel 17, § 5 die uitwerking
hebben met ingang van 15 juni 1995; hebben met ingang van 15 juni 1995;
2° de artikelen 4, § 2 en 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 2° de artikelen 4, § 2 en 7, die uitwerking hebben met ingang van 1
september 1996; september 1996;
3° de artikelen 3, 4, § 1, 6, 8, 9, 13 en 15, die uitwerking hebben 3° de artikelen 3, 4, § 1, 6, 8, 9, 13 en 15, die uitwerking hebben
met ingang van 1 januari 1997. met ingang van 1 januari 1997.

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel,16 december 1997. Brussel,16 december 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
^