Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra | Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
16 DECEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering betreffende de | 16 DECEMBER 1997. Besluit van de Vlaamse regering betreffende de |
onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het | onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het |
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra | onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie | Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie |
van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, | van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, |
inzonderheid op artikel 77, eerste lid; | inzonderheid op artikel 77, eerste lid; |
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie | Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie |
van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de | van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de |
gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel | gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel |
51, eerste lid; | 51, eerste lid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het | toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het |
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij de | onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 20 augustus 1996 en 8 augustus 1997; | koninklijke besluiten van 20 augustus 1996 en 8 augustus 1997; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 |
betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de | betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de |
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; | personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, |
gegeven op 26 juni 1997; | gegeven op 26 juni 1997; |
Gelet op het protocol nr. 277 van 23 september 1997 houdende de | Gelet op het protocol nr. 277 van 23 september 1997 houdende de |
conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke | conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke |
vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse | vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse |
Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en | Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en |
plaatselijke overheidsdiensten; | plaatselijke overheidsdiensten; |
Gelet op het protocol nr. 59 van 23 september 1997 houdende de | Gelet op het protocol nr. 59 van 23 september 1997 houdende de |
conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend | conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend |
onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot | onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot |
oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd | oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd |
onderwijs; | onderwijs; |
Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 30 september | Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 30 september |
1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen | 1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen |
één maand; | één maand; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 oktober 1997, | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 oktober 1997, |
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde | met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State; | wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op : |
1° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van | 1° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van |
27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde | 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde |
personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van de | personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van de |
personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten; | personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten; |
2° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van | 2° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van |
27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden | 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden |
van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde | van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde |
psycho-medisch-sociale centra. | psycho-medisch-sociale centra. |
HOOFDSTUK II. - Volledige loopbaanonderbreking | HOOFDSTUK II. - Volledige loopbaanonderbreking |
Art. 2.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of |
Art. 2.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of |
tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan volledig | tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan volledig |
onderbreken op voorwaarde dat zij : | onderbreken op voorwaarde dat zij : |
1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; | 1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; |
2° belast zijn met een of meer betrekkingen die samen ten minste de | 2° belast zijn met een of meer betrekkingen die samen ten minste de |
helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor | helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor |
een ambt met volledige prestaties. | een ambt met volledige prestaties. |
Art. 3.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk |
Art. 3.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk |
aangesteld zijn, mogen hun loopbaan volledig onderbreken op voorwaarde | aangesteld zijn, mogen hun loopbaan volledig onderbreken op voorwaarde |
dat zij aangesteld zijn : | dat zij aangesteld zijn : |
1° in een of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn | 1° in een of meer betrekkingen die voor hun geheel niet vatbaar zijn |
voor reaffectatie of wedertewerkstelling; | voor reaffectatie of wedertewerkstelling; |
2° voor een volledig schooljaar in een of meer vacante of niet-vacante | 2° voor een volledig schooljaar in een of meer vacante of niet-vacante |
betrekkingen; | betrekkingen; |
3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; | 3° in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; |
4° in een of meer betrekkingen die samen ten minste de helft van het | 4° in een of meer betrekkingen die samen ten minste de helft van het |
aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met | aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met |
volledige prestaties. | volledige prestaties. |
Art. 4.§ 1. De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan omvat al |
Art. 4.§ 1. De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan omvat al |
de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten | de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten |
die het personeelslid uitoefent in het onderwijs en in de | die het personeelslid uitoefent in het onderwijs en in de |
psycho-medisch-sociale centra en die als hoofdambt beschouwd worden. | psycho-medisch-sociale centra en die als hoofdambt beschouwd worden. |
§ 2. De totale duur van de volledige onderbreking van de | § 2. De totale duur van de volledige onderbreking van de |
beroepsloopbaan mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 72 maanden | beroepsloopbaan mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 72 maanden |
bedragen. | bedragen. |
HOOFDSTUK III. - Gedeeltelijke loopbaanonderbreking | HOOFDSTUK III. - Gedeeltelijke loopbaanonderbreking |
Art. 5.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of |
Art. 5.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die vast benoemd of |
tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk | tot de proeftijd toegelaten zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk |
onderbreken op voorwaarde dat zij : | onderbreken op voorwaarde dat zij : |
1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; | 1° een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; |
2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van | 2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van |
het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt | het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt |
met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten | met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten |
steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het | steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het |
geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. | geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. |
Art. 6.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk |
Art. 6.De in artikel 1 genoemde personeelsleden die tijdelijk |
aangesteld zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken op | aangesteld zijn, mogen hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken op |
voorwaarde dat zij : | voorwaarde dat zij : |
1° aangesteld zijn in een of meer betrekkingen die voor hun geheel | 1° aangesteld zijn in een of meer betrekkingen die voor hun geheel |
niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling; | niet vatbaar zijn voor reaffectatie of wedertewerkstelling; |
2° aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een of meer vacante | 2° aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een of meer vacante |
of niet-vacante betrekkingen; | of niet-vacante betrekkingen; |
3° aangesteld zijn in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; | 3° aangesteld zijn in een ambt dat beschouwd wordt als hoofdambt; |
4° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van | 4° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van |
het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt | het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt |
met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten | met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten |
steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het | steeds worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het |
geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. | geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur. |
Art. 7.Onverminderd artikel 8 mag de totale duur van de gedeeltelijke |
Art. 7.Onverminderd artikel 8 mag de totale duur van de gedeeltelijke |
onderbreking van de beroepsloopbaan voor de ganse loopbaan niet meer | onderbreking van de beroepsloopbaan voor de ganse loopbaan niet meer |
dan 72 maanden bedragen. | dan 72 maanden bedragen. |
Art. 8.§ 1. De in artikel 5 genoemde personeelsleden kunnen vanaf 1 |
Art. 8.§ 1. De in artikel 5 genoemde personeelsleden kunnen vanaf 1 |
september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van | september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van |
vijftig jaar tot uiterlijk 31 augustus van het school- of dienstjaar | vijftig jaar tot uiterlijk 31 augustus van het school- of dienstjaar |
waarin de betrokkenen de leeftijd van zestig jaar bereiken, een | waarin de betrokkenen de leeftijd van zestig jaar bereiken, een |
gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen. | gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen. |
De betrokken personeelsleden moeten vast benoemd of tot de proeftijd | De betrokken personeelsleden moeten vast benoemd of tot de proeftijd |
toegelaten zijn, zowel voor de prestatie-eenheden waarvoor zij de | toegelaten zijn, zowel voor de prestatie-eenheden waarvoor zij de |
gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor de | gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor de |
prestatie-eenheden die zij blijven uitoefenen. | prestatie-eenheden die zij blijven uitoefenen. |
§ 2. De personeelsleden die de gedeeltelijke loopbaanonderbreking | § 2. De personeelsleden die de gedeeltelijke loopbaanonderbreking |
bedoeld in § 1 krijgen en die tijdens vermelde periode hun ambt | bedoeld in § 1 krijgen en die tijdens vermelde periode hun ambt |
opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun | opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun |
werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk | werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk |
besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van | besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van |
onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en | onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en |
de psycho-medisch-sociale centra. | de psycho-medisch-sociale centra. |
De personeelsleden genoemd in het eerste lid, kunnen niet opnieuw het | De personeelsleden genoemd in het eerste lid, kunnen niet opnieuw het |
voordeel krijgen van § 1 en van voormeld artikel 4, § 3, van het | voordeel krijgen van § 1 en van voormeld artikel 4, § 3, van het |
koninklijk besluit van 12 augustus 1991. | koninklijk besluit van 12 augustus 1991. |
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen | HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 9.Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden bedoeld in |
Art. 9.Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden bedoeld in |
de artikelen 2, 3, 5, 6 en 8, wordt eveneens rekening gehouden met de | de artikelen 2, 3, 5, 6 en 8, wordt eveneens rekening gehouden met de |
prestaties verstrekt in instellingen voor hoger onderwijs, genoemd in | prestaties verstrekt in instellingen voor hoger onderwijs, genoemd in |
het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse | het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
Voor het bepalen van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan, | Voor het bepalen van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan, |
zoals bedoeld in artikel 4, § 1, worden de ambten uitgeoefend in de | zoals bedoeld in artikel 4, § 1, worden de ambten uitgeoefend in de |
voornoemde instellingen voor hoger onderwijs steeds beschouwd als | voornoemde instellingen voor hoger onderwijs steeds beschouwd als |
hoofdambt. | hoofdambt. |
Art. 10.§ 1. De volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de |
Art. 10.§ 1. De volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de |
beroepsloopbaan wordt toegestaan voor een periode die begint op 1 | beroepsloopbaan wordt toegestaan voor een periode die begint op 1 |
september of 1 oktober van het school- of dienstjaar en eindigt op 31 | september of 1 oktober van het school- of dienstjaar en eindigt op 31 |
augustus van hetzelfde school- of dienstjaar : | augustus van hetzelfde school- of dienstjaar : |
1° voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend, het opvoedend | 1° voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend, het opvoedend |
hulp- en het paramedisch personeel, het medisch, psychologisch, | hulp- en het paramedisch personeel, het medisch, psychologisch, |
orthopedagogisch en sociaal personeel; | orthopedagogisch en sociaal personeel; |
2° voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra. | 2° voor het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra. |
§ 2. Voor de andere personeelsleden dan diegenen vermeld in § 1, wordt | § 2. Voor de andere personeelsleden dan diegenen vermeld in § 1, wordt |
de volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan | de volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan |
toegestaan voor periodes van ten minste zes maanden en van ten hoogste | toegestaan voor periodes van ten minste zes maanden en van ten hoogste |
één jaar. | één jaar. |
Deze periodes dienen steeds aan te vangen op de eerste dag van de | Deze periodes dienen steeds aan te vangen op de eerste dag van de |
maand. | maand. |
Art. 11.In afwijking van artikel 10, § 1, wordt de volledige en de |
Art. 11.In afwijking van artikel 10, § 1, wordt de volledige en de |
gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan toegestaan : | gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan toegestaan : |
1° voor een periode die begint de dag van de reaffectatie of de | 1° voor een periode die begint de dag van de reaffectatie of de |
wedertewerkstelling en eindigt op 31 augustus van het lopende school- | wedertewerkstelling en eindigt op 31 augustus van het lopende school- |
of dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die | of dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die |
op 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op | op 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op |
beide data, ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van | beide data, ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van |
betrekking, maar vóór 1 september hebben meegedeeld dat zij hun | betrekking, maar vóór 1 september hebben meegedeeld dat zij hun |
beroepsloopbaan wensen te onderbreken; | beroepsloopbaan wensen te onderbreken; |
2° voor een periode die begint de dag na het einde van het | 2° voor een periode die begint de dag na het einde van het |
bevallingsverlof toegestaan door artikel 39 van de arbeidswet van 16 | bevallingsverlof toegestaan door artikel 39 van de arbeidswet van 16 |
maart 1971 en eindigt op 31 augustus van het lopende school- of | maart 1971 en eindigt op 31 augustus van het lopende school- of |
dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die op | dienstjaar voor de in artikel 10, § 1, genoemde personeelsleden die op |
1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op beide | 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op beide |
data, met bevallingsverlof zijn. | data, met bevallingsverlof zijn. |
Art. 12.§ 1. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, wordt de |
Art. 12.§ 1. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, wordt de |
volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan | volledige en de gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan |
toegestaan voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding. | toegestaan voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding. |
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsopleiding | Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsopleiding |
verstaan : | verstaan : |
1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse | 1° de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse |
regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de | regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de |
arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding en georganiseerd door de in | arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding en georganiseerd door de in |
datzelfde besluit, Titel III, Hoofdstuk II vermelde centra; | datzelfde besluit, Titel III, Hoofdstuk II vermelde centra; |
2° elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd, | 2° elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd, |
gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid, | gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid, |
waarvan het programma tenminste 120 uur op jaarbasis omvat. | waarvan het programma tenminste 120 uur op jaarbasis omvat. |
§ 2. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, hebben de personeelsleden | § 2. In afwijking van artikel 10, §§ 1 en 2, hebben de personeelsleden |
het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te | het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te |
onderbreken voor een periode van een maand, eventueel verlengbaar met | onderbreken voor een periode van een maand, eventueel verlengbaar met |
één maand, voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een | één maand, voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een |
persoon krachtens de bepalingen van de artikelen 100bis en 102bis van | persoon krachtens de bepalingen van de artikelen 100bis en 102bis van |
de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. | de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. |
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve | Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve |
verzorging elke vorm van bijstand verstaan en inzonderheid medische, | verzorging elke vorm van bijstand verstaan en inzonderheid medische, |
sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van | sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van |
personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een | personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een |
terminale fase bevinden. | terminale fase bevinden. |
Art. 13.Elke onderbreking van de beroepsloopbaan eindigt uiterlijk op |
Art. 13.Elke onderbreking van de beroepsloopbaan eindigt uiterlijk op |
31 augustus van het school- of dienstjaar waarin het personeelslid van | 31 augustus van het school- of dienstjaar waarin het personeelslid van |
wie de loopbaanonderbreking loopt de leeftijd van zestig jaar bereikt. | wie de loopbaanonderbreking loopt de leeftijd van zestig jaar bereikt. |
Art. 14.§ 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te |
Art. 14.§ 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te |
onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij de inrichtende macht | onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij de inrichtende macht |
van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waar hij werkt, met | van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waar hij werkt, met |
vermelding van de datum waarop hij wenst dat de volledige of de | vermelding van de datum waarop hij wenst dat de volledige of de |
gedeeltelijke onderbreking van zijn loopbaan zou aanvangen en de duur | gedeeltelijke onderbreking van zijn loopbaan zou aanvangen en de duur |
ervan. | ervan. |
De inrichtende macht dient haar principiële beslissing mee te delen | De inrichtende macht dient haar principiële beslissing mee te delen |
aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf | aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf |
de ontvangst van de aanvraag. | de ontvangst van de aanvraag. |
Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, | Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, |
§ 2, van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geldt | § 2, van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geldt |
als definitieve toestemming. | als definitieve toestemming. |
§ 2. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om een | § 2. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om een |
beroepsopleiding te volgen, voegt bij zijn aanvraag een attest van de | beroepsopleiding te volgen, voegt bij zijn aanvraag een attest van de |
Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de Brusselse | Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de Brusselse |
Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (BGDA), de onderwijs- of | Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (BGDA), de onderwijs- of |
vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de | vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de |
duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken. | duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken. |
§ 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het | § 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het |
verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan de | verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan de |
inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij | inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij |
hij tewerkgesteld is. Hij voegt bij deze mededeling een attest | hij tewerkgesteld is. Hij voegt bij deze mededeling een attest |
afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die | afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die |
palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het | palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het |
personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging | personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging |
te verstrekken, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt | te verstrekken, zonder dat hierbij de identiteit van de patiënt wordt |
vermeld. | vermeld. |
De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van | De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van |
palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op | palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op |
de week waarin voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger | de week waarin voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger |
tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht. | tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht. |
Ingeval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van | Ingeval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van |
de periode met één maand, dient het opnieuw een doktersattest in te | de periode met één maand, dient het opnieuw een doktersattest in te |
dienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de | dienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de |
palliatieve verzorging van eenzelfde persoon. | palliatieve verzorging van eenzelfde persoon. |
De inrichtende macht vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, | De inrichtende macht vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, |
van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in en | van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in en |
overhandigt het aan het personeelslid. | overhandigt het aan het personeelslid. |
Art. 15.§ 1. De onderbreking van de beroepsloopbaan moet worden |
Art. 15.§ 1. De onderbreking van de beroepsloopbaan moet worden |
toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die gelijktijdig voldoet | toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die gelijktijdig voldoet |
aan de volgende voorwaarden : | aan de volgende voorwaarden : |
1° ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking of | 1° ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking of |
volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of gelijkgestelde zijn; | volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of gelijkgestelde zijn; |
2° in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; | 2° in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; |
3° voldoen aan de eisen van het opvoedingsproject van de inrichtende | 3° voldoen aan de eisen van het opvoedingsproject van de inrichtende |
macht. | macht. |
De inrichtende macht mag nagaan of de kandidaat-vervanger de eventueel | De inrichtende macht mag nagaan of de kandidaat-vervanger de eventueel |
vereiste nuttige ervaring heeft voor het in het eerste lid, 2°, | vereiste nuttige ervaring heeft voor het in het eerste lid, 2°, |
genoemde bekwaamheidsbewijs. Het onderzoek daartoe dient te gebeuren | genoemde bekwaamheidsbewijs. Het onderzoek daartoe dient te gebeuren |
op dezelfde wijze als door de inrichtende macht gevolgd wordt bij de | op dezelfde wijze als door de inrichtende macht gevolgd wordt bij de |
aanwerving van een personeelslid op grond van de bepalingen van de | aanwerving van een personeelslid op grond van de bepalingen van de |
hierna volgende decreten : | hierna volgende decreten : |
1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van | 1° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van |
bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs; | bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs; |
2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van | 2° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van |
sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de | sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de |
gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. | gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. |
§ 2. De bepalingen van § 1 gelden voor een periode van zes jaar | § 2. De bepalingen van § 1 gelden voor een periode van zes jaar |
onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig | onderbreking van de beroepsloopbaan, ongeacht of de loopbaan volledig |
of gedeeltelijk onderbroken wordt. | of gedeeltelijk onderbroken wordt. |
De bepalingen van § 1 gelden eveneens voor de vastbenoemde of tot de | De bepalingen van § 1 gelden eveneens voor de vastbenoemde of tot de |
proeftijd toegelaten personeelsleden voor de volledige periode van de | proeftijd toegelaten personeelsleden voor de volledige periode van de |
gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september of | gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan vanaf 1 september of |
1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van vijftig jaar. | 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van vijftig jaar. |
In geval van weigering moet de inrichtende macht haar weigering | In geval van weigering moet de inrichtende macht haar weigering |
schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de | schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de |
aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het | aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het |
personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de | personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de |
kandidaat-vervanger. | kandidaat-vervanger. |
§ 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 gelden niet voor de onderbreking | § 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 gelden niet voor de onderbreking |
van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve | van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve |
verzorging, zoals bedoeld in artikel 12, § 2. | verzorging, zoals bedoeld in artikel 12, § 2. |
Art. 16.Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het |
Art. 16.Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het |
personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een | personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een |
periode van dienstactiviteit. | periode van dienstactiviteit. |
Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan | Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan |
onderbreekt, krijgt het geen wedde(toelage); hij krijgt wel een | onderbreekt, krijgt het geen wedde(toelage); hij krijgt wel een |
onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld | onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld |
koninklijk besluit van 12 augustus 1991. | koninklijk besluit van 12 augustus 1991. |
Art. 17.§ 1. Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een |
Art. 17.§ 1. Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een |
opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan | opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan |
onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs | onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs |
of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op | of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op |
te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van | te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van |
onderbreking van de beroepsloopbaan is verstreken. | onderbreking van de beroepsloopbaan is verstreken. |
Deze opzegging moet worden gericht aan de Vlaamse minister bevoegd | Deze opzegging moet worden gericht aan de Vlaamse minister bevoegd |
voor het onderwijs : | voor het onderwijs : |
1° door tussenkomst en met akkoord van de Autonome Raad voor het | 1° door tussenkomst en met akkoord van de Autonome Raad voor het |
Gemeenschapsonderwijs voor de onder deze raad ressorterende | Gemeenschapsonderwijs voor de onder deze raad ressorterende |
instellingen en centra; | instellingen en centra; |
2° door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht in het | 2° door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht in het |
gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale | gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale |
centra. | centra. |
§ 2. De personeelsleden genoemd in artikel 10, § 1, en in artikel 11, | § 2. De personeelsleden genoemd in artikel 10, § 1, en in artikel 11, |
1° en 2°, kunnen in geen geval hun ambt weer opnemen of opnieuw | 1° en 2°, kunnen in geen geval hun ambt weer opnemen of opnieuw |
volledig uitoefenen na 1 mei van het school- of dienstjaar. | volledig uitoefenen na 1 mei van het school- of dienstjaar. |
§ 3. Behoudens de toepassing van de §§ 1 en 2, kunnen de in artikel 8 | § 3. Behoudens de toepassing van de §§ 1 en 2, kunnen de in artikel 8 |
genoemde personeelsleden hun ambt slechts opnieuw volledig uitoefenen | genoemde personeelsleden hun ambt slechts opnieuw volledig uitoefenen |
met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de | met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de |
inrichtende macht vóór 1 mei. | inrichtende macht vóór 1 mei. |
§ 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn | § 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn |
gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de | gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de |
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop | Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop |
het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking. | het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking. |
§ 5. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de | § 5. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de |
personeelsleden die hun loopbaan onderbreken om de redenen bedoeld in | personeelsleden die hun loopbaan onderbreken om de redenen bedoeld in |
artikel 12, §§ 1 en 2. | artikel 12, §§ 1 en 2. |
Het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het | Het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het |
verstrekken van palliatieve verzorging, kan evenwel, na het overlijden | verstrekken van palliatieve verzorging, kan evenwel, na het overlijden |
van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van | van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van |
de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, | de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, |
de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw | de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw |
volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de | volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de |
beroepsloopbaan verstreken is. | beroepsloopbaan verstreken is. |
Art. 18.Een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, wordt |
Art. 18.Een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, wordt |
vervangen door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens | vervangen door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens |
ontstentenis van betrekking volgens de geldende reglementaire | ontstentenis van betrekking volgens de geldende reglementaire |
bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van | bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van |
betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. | betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. |
Bij ontstentenis van personeelsleden zoals bedoeld in het eerste lid, | Bij ontstentenis van personeelsleden zoals bedoeld in het eerste lid, |
wordt het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, | wordt het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan onderbreekt, |
vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die | vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die |
uitkeringen geniet voor alle dagen van de week, of door een van de | uitkeringen geniet voor alle dagen van de week, of door een van de |
personen die, in uitvoering van de artikelen 100, vierde lid, en 102, | personen die, in uitvoering van de artikelen 100, vierde lid, en 102, |
§ 1, derde lid, van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale | § 1, derde lid, van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale |
bepalingen, voor de toepassing van deze bepalingen ermee gelijkgesteld | bepalingen, voor de toepassing van deze bepalingen ermee gelijkgesteld |
is. | is. |
Art. 19.Elke wijziging inzake vervanging dient door de in artikel 17, |
Art. 19.Elke wijziging inzake vervanging dient door de in artikel 17, |
§ 1, tweede lid, vermelde overheid meegedeeld te worden aan de Vlaamse | § 1, tweede lid, vermelde overheid meegedeeld te worden aan de Vlaamse |
minister bevoegd voor het onderwijs, met vermelding van de datum van | minister bevoegd voor het onderwijs, met vermelding van de datum van |
mededeling ervan aan het bevoegde Gewestelijke Werkloosheidsbureau van | mededeling ervan aan het bevoegde Gewestelijke Werkloosheidsbureau van |
de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. | de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. |
Art. 20.§ 1. Als bij beslissing van de directeur van het |
Art. 20.§ 1. Als bij beslissing van de directeur van het |
werkloosheidsbureau het recht op uitkeringen wordt ontzegd aan een | werkloosheidsbureau het recht op uitkeringen wordt ontzegd aan een |
personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, dient de in | personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, dient de in |
artikel 17, § 1, tweede lid, vermelde overheid dit onverwijld mee te | artikel 17, § 1, tweede lid, vermelde overheid dit onverwijld mee te |
delen aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, met | delen aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, met |
vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat. | vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat. |
§ 2. Gedurende de periode(n) waarin het personeelslid, op grond van | § 2. Gedurende de periode(n) waarin het personeelslid, op grond van |
het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geen recht heeft | het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 geen recht heeft |
op een onderbrekingsuitkering, kan het evenmin verlof voor volledige | op een onderbrekingsuitkering, kan het evenmin verlof voor volledige |
of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan krijgen. | of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan krijgen. |
In afwijking van het eerste lid kan wel verlof voor volledige of | In afwijking van het eerste lid kan wel verlof voor volledige of |
gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan worden toegekend aan | gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan worden toegekend aan |
het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en | het personeelslid dat rechthebbende is op een overlevingspensioen en |
op grond van artikel 6 van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus | op grond van artikel 6 van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus |
1991 een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering krijgt. | 1991 een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering krijgt. |
§ 3. Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft | § 3. Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft |
onderbroken, maar geen recht heeft op een onderbrekingsuitkering, | onderbroken, maar geen recht heeft op een onderbrekingsuitkering, |
wordt, behoudens als hij zich bevindt in de toestand bedoeld in § 2, | wordt, behoudens als hij zich bevindt in de toestand bedoeld in § 2, |
tweede lid, met ingang van de datum van de beslissing waarbij op grond | tweede lid, met ingang van de datum van de beslissing waarbij op grond |
van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 hem het recht op | van voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991 hem het recht op |
onderbrekingsuitkering wordt ontzegd, ambtshalve omgezet in : | onderbrekingsuitkering wordt ontzegd, ambtshalve omgezet in : |
1° afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke | 1° afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke |
aangelegenheid bij gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan; | aangelegenheid bij gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan; |
2° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden bij | 2° terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden bij |
volledige onderbreking van de beroepsloopbaan. | volledige onderbreking van de beroepsloopbaan. |
In dit geval mag de duur overschreden worden van de | In dit geval mag de duur overschreden worden van de |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het |
betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire | betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire |
bepalingen die terzake op hem van toepassing zijn. Deze | bepalingen die terzake op hem van toepassing zijn. Deze |
terbeschikkingstelling eindigt alleszins bij het verstrijken van de | terbeschikkingstelling eindigt alleszins bij het verstrijken van de |
lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de | lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de |
beroepsloopbaan was aangevraagd. | beroepsloopbaan was aangevraagd. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 21.Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 |
Art. 21.Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 |
betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de | betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de |
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra | personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra |
wordt opgeheven, wat de instellingen en de personeelsleden betreft, | wordt opgeheven, wat de instellingen en de personeelsleden betreft, |
waarop dit besluit van toepassing is. | waarop dit besluit van toepassing is. |
Art. 22.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997, |
Art. 22.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997, |
met uitzondering van : | met uitzondering van : |
1° de artikelen 12, 14, §§ 2 en 3 en artikel 17, § 5 die uitwerking | 1° de artikelen 12, 14, §§ 2 en 3 en artikel 17, § 5 die uitwerking |
hebben met ingang van 15 juni 1995; | hebben met ingang van 15 juni 1995; |
2° de artikelen 4, § 2 en 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 | 2° de artikelen 4, § 2 en 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 |
september 1996; | september 1996; |
3° de artikelen 3, 4, § 1, 6, 8, 9, 13 en 15, die uitwerking hebben | 3° de artikelen 3, 4, § 1, 6, 8, 9, 13 en 15, die uitwerking hebben |
met ingang van 1 januari 1997. | met ingang van 1 januari 1997. |
Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel,16 december 1997. | Brussel,16 december 1997. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |