Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap | Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
15 DECEMBER 2000. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de | 15 DECEMBER 2000. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de |
kwaliteitszorg in de voorzieningen voor de sociale integratie van | kwaliteitszorg in de voorzieningen voor de sociale integratie van |
personen met een handicap | personen met een handicap |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een | Gelet op het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een |
Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, | Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, |
inzonderheid op de artikelen 47 en 49; | inzonderheid op de artikelen 47 en 49; |
Gelet op het decreet van 29 april 1997 inzake de kwaliteitszorg in de | Gelet op het decreet van 29 april 1997 inzake de kwaliteitszorg in de |
welzijnsvoorzieningen, inzonderheid op artikel 7, § 1, gewijzigd bij | welzijnsvoorzieningen, inzonderheid op artikel 7, § 1, gewijzigd bij |
het decreet van 22 december 1999, op artikel 8 en op artikel 10, § 1; | het decreet van 22 december 1999, op artikel 8 en op artikel 10, § 1; |
Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling |
van de voorwaarden voor erkenning van de inrichtingen, tehuizen en | van de voorwaarden voor erkenning van de inrichtingen, tehuizen en |
diensten voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, | diensten voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, |
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december | gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december |
1987, 15 december 1993, 30 maart 1994, 15 juni 1994 en 24 juli 1996; | 1987, 15 december 1993, 30 maart 1994, 15 juni 1994 en 24 juli 1996; |
Gelet op het koninklijk besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling |
van de voorwaarden voor de erkenning van de tehuizen voor kortverblijf | van de voorwaarden voor de erkenning van de tehuizen voor kortverblijf |
ten behoeve van de gehandicapten, gewijzigd bij de besluiten van de | ten behoeve van de gehandicapten, gewijzigd bij de besluiten van de |
Vlaamse regering van 15 december 1993, 15 juni 1994 en 24 juli 1996; | Vlaamse regering van 15 december 1993, 15 juni 1994 en 24 juli 1996; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 1990 houdende | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 1990 houdende |
de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en | de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en |
subsidiëringsmodaliteiten voor de diensten voor begeleid wonen voor | subsidiëringsmodaliteiten voor de diensten voor begeleid wonen voor |
mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het | mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het |
koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een | koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een |
Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, | Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, |
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 14 november | gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 14 november |
1990, 24 juli 1991, 2 augustus 1991, 15 december 1993, 19 januari | 1990, 24 juli 1991, 2 augustus 1991, 15 december 1993, 19 januari |
1994, 30 maart 1994, 15 juni 1994, 24 maart 1998 en 8 december 1998; | 1994, 30 maart 1994, 15 juni 1994, 24 maart 1998 en 8 december 1998; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende |
de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en | de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en |
subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van | subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van |
gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het | gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het |
koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een | koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een |
Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, | Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, |
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 12 december | gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 12 december |
1990, 24 juli 1991, 15 december 1993, 19 januari 1994, 30 maart 1994, | 1990, 24 juli 1991, 15 december 1993, 19 januari 1994, 30 maart 1994, |
15 juni 1994, 6 juli 1994 en 24 juli 1997; | 15 juni 1994, 6 juli 1994 en 24 juli 1997; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 juni 1994 | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 juni 1994 |
betreffende het beheer van gelden of goederen van personen met een | betreffende het beheer van gelden of goederen van personen met een |
handicap door beheerders of personeelsleden van voorzieningen, bedoeld | handicap door beheerders of personeelsleden van voorzieningen, bedoeld |
in het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams | in het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams |
Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap; | Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 1996 | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 1996 |
betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten | betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten |
voor personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de | voor personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de |
Vlaamse regering van 31 maart 2000; | Vlaamse regering van 31 maart 2000; |
Gelet op het ministerieel besluit van 21 juni 1990 tot vaststelling | Gelet op het ministerieel besluit van 21 juni 1990 tot vaststelling |
van de vorm en de inhoud van de begeleidingsovereenkomst zoals bedoeld | van de vorm en de inhoud van de begeleidingsovereenkomst zoals bedoeld |
in artikel 9, §§ 1 en 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 | in artikel 9, §§ 1 en 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 |
april 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de | april 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de |
werkings- en subsidiëringsmodaliteiten van de diensten voor begeleid | werkings- en subsidiëringsmodaliteiten van de diensten voor begeleid |
wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, | wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, |
van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling | van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling |
van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor | van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor |
gehandicapten; | gehandicapten; |
Gelet op het ministerieel besluit van 21 november 1990 tot | Gelet op het ministerieel besluit van 21 november 1990 tot |
vaststelling van de vorm en de inhoud van de | vaststelling van de vorm en de inhoud van de |
dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 14 van het | dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 14 van het |
besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de | besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de |
vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en | vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en |
subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van | subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig wonen van |
gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het | gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het |
koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een | koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een |
Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten; | Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten; |
Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor | Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor |
Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gegeven op 26 | Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gegeven op 26 |
oktober 1999; | oktober 1999; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 15 juli 2000; | begroting, gegeven op 15 juli 2000; |
Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 15 juli 2000, | Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 15 juli 2000, |
betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een | betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een |
maand; | maand; |
Gelet op het advies nr. 30.563/3 van de Raad van State, gegeven op 10 | Gelet op het advies nr. 30.563/3 van de Raad van State, gegeven op 10 |
oktober 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de | oktober 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke | Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke |
Kansen; | Kansen; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en van de bijlagen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en van de bijlagen |
verstaat men onder : | verstaat men onder : |
1° voorziening : een voorziening die erkend is of een erkenning heeft | 1° voorziening : een voorziening die erkend is of een erkenning heeft |
aangevraagd op grond van het decreet van 27 juni 1990 houdende | aangevraagd op grond van het decreet van 27 juni 1990 houdende |
oprichting van een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen | oprichting van een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen |
met een Handicap; | met een Handicap; |
2° het Fonds : het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen | 2° het Fonds : het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen |
met een Handicap; | met een Handicap; |
3° verantwoorde hulp- en dienstverlening : een hulp- en | 3° verantwoorde hulp- en dienstverlening : een hulp- en |
dienstverlening die gebruikersgericht wordt verleend en voldoet aan de | dienstverlening die gebruikersgericht wordt verleend en voldoet aan de |
vereisten van doeltreffendheid, doelmatigheid, continuïteit en | vereisten van doeltreffendheid, doelmatigheid, continuïteit en |
maatschappelijke aanvaardbaarheid; | maatschappelijke aanvaardbaarheid; |
4° gebruiker : de persoon die een beroep doet op de hulp- en | 4° gebruiker : de persoon die een beroep doet op de hulp- en |
dienstverlening van een voorziening. Met gebruiker wordt in voorkomend | dienstverlening van een voorziening. Met gebruiker wordt in voorkomend |
geval gelijkgesteld, de wettelijke vertegenwoordiger, de | geval gelijkgesteld, de wettelijke vertegenwoordiger, de |
vertrouwenspersoon of de belangrijke betrokken derde, met inbegrip van | vertrouwenspersoon of de belangrijke betrokken derde, met inbegrip van |
de plaatsende instantie bij gedwongen hulp- en dienstverlening; | de plaatsende instantie bij gedwongen hulp- en dienstverlening; |
5° gebruikersgerichtheid : de mate waarin de hulp- en dienstverlening | 5° gebruikersgerichtheid : de mate waarin de hulp- en dienstverlening |
afgestemd is op de specifieke behoeften van de gebruiker; | afgestemd is op de specifieke behoeften van de gebruiker; |
6° doeltreffendheid : de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd | 6° doeltreffendheid : de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd |
worden; | worden; |
7° doelmatigheid : de mate waarin de resultaten zich verhouden tot de | 7° doelmatigheid : de mate waarin de resultaten zich verhouden tot de |
middelen. De resultaten zijn het antwoord op de behoeften van de | middelen. De resultaten zijn het antwoord op de behoeften van de |
gebruiker. Met middelen wordt bedoeld : personeel, financiën, gebouwen | gebruiker. Met middelen wordt bedoeld : personeel, financiën, gebouwen |
en inrichting, uitrusting, technieken en methoden; | en inrichting, uitrusting, technieken en methoden; |
8° continuïteit : de mate waarin de hulpverlener zorg draagt voor een | 8° continuïteit : de mate waarin de hulpverlener zorg draagt voor een |
goede overdracht van hulp- en dienstverlening in situaties waarin | goede overdracht van hulp- en dienstverlening in situaties waarin |
verschillende hulp- en dienstverleners betrokken zijn die elkaar | verschillende hulp- en dienstverleners betrokken zijn die elkaar |
aflossen, vervangen of opvolgen; | aflossen, vervangen of opvolgen; |
9° maatschappelijke aanvaardbaarheid : de mate waarin de hulp- en | 9° maatschappelijke aanvaardbaarheid : de mate waarin de hulp- en |
dienstverlening wordt aangeboden vanuit in consensus aanvaarde | dienstverlening wordt aangeboden vanuit in consensus aanvaarde |
maatschappelijke waarden en rechten die minimaal vervat liggen in de | maatschappelijke waarden en rechten die minimaal vervat liggen in de |
Belgische grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de | Belgische grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de |
Mens en van de VN-verklaring omtrent de rechten van de personen met | Mens en van de VN-verklaring omtrent de rechten van de personen met |
een handicap; | een handicap; |
10° het collectief overleg van de voorziening : het proces waarbij de | 10° het collectief overleg van de voorziening : het proces waarbij de |
gebruikers als groep in dialoog treden met de voorziening; | gebruikers als groep in dialoog treden met de voorziening; |
11° de beroepsprocedure inzake vergunningen en erkenningen : de | 11° de beroepsprocedure inzake vergunningen en erkenningen : de |
procedure zoals bepaald in artikel 13 tot en met 16 van het decreet | procedure zoals bepaald in artikel 13 tot en met 16 van het decreet |
van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Gezins- en Welzijnsraad | van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Gezins- en Welzijnsraad |
en van een adviserende beroepscommissie inzake Gezins- en | en van een adviserende beroepscommissie inzake Gezins- en |
welzijnsaangelegen-heden en in het besluit van de Vlaamse regering van | welzijnsaangelegen-heden en in het besluit van de Vlaamse regering van |
15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het | 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het |
verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Fonds voor | verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Fonds voor |
Sociale Integratie van Personen met een Handicap. | Sociale Integratie van Personen met een Handicap. |
HOOFDSTUK II. - Erkenning | HOOFDSTUK II. - Erkenning |
Art. 2.Om erkend te worden en erkend te blijven, dient een |
Art. 2.Om erkend te worden en erkend te blijven, dient een |
voorziening, onverminderd de naleving van andere erkenningsnormen, een | voorziening, onverminderd de naleving van andere erkenningsnormen, een |
kwaliteitshandboek op te maken, overeenkomstig de componenten vermeld | kwaliteitshandboek op te maken, overeenkomstig de componenten vermeld |
in bijlage I, en de sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen na te | in bijlage I, en de sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen na te |
leven inzake gebruikersgerichtheid, maatschappelijke aanvaardbaarheid, | leven inzake gebruikersgerichtheid, maatschappelijke aanvaardbaarheid, |
doeltreffendheid, doelmatigheid en continuïteit, zoals bepaald in | doeltreffendheid, doelmatigheid en continuïteit, zoals bepaald in |
bijlage II. | bijlage II. |
Elke voorziening maakt jaarlijks een kwaliteitsplanning op en bezorgt | Elke voorziening maakt jaarlijks een kwaliteitsplanning op en bezorgt |
deze aan het Fonds in de vorm en binnen de termijnen zoals bepaald | deze aan het Fonds in de vorm en binnen de termijnen zoals bepaald |
door het Fonds. | door het Fonds. |
HOOFDSTUK III. - Toezicht, bestuurlijk ingrijpen, sancties | HOOFDSTUK III. - Toezicht, bestuurlijk ingrijpen, sancties |
Art. 3.De ambtenaren van het Fonds, gemachtigd om toezichtsopdrachten |
Art. 3.De ambtenaren van het Fonds, gemachtigd om toezichtsopdrachten |
uit te voeren overeenkomstig hoofdstuk X van het decreet van 27 juni | uit te voeren overeenkomstig hoofdstuk X van het decreet van 27 juni |
1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale | 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale |
Integratie van Personen met een Handicap, worden eveneens belast met | Integratie van Personen met een Handicap, worden eveneens belast met |
het toezicht op de naleving van de kwaliteitszorg in de voorzieningen. | het toezicht op de naleving van de kwaliteitszorg in de voorzieningen. |
Elke voorziening is er toe verplicht de gemachtigde ambtenaren van het | Elke voorziening is er toe verplicht de gemachtigde ambtenaren van het |
Fonds toe te laten ter plaatse de elementen van het kwaliteitshandboek | Fonds toe te laten ter plaatse de elementen van het kwaliteitshandboek |
te toetsen aan de vereisten van artikel 2 en alle stappen te | te toetsen aan de vereisten van artikel 2 en alle stappen te |
ondernemen die daarvoor noodzakelijk zijn. | ondernemen die daarvoor noodzakelijk zijn. |
De beheerders, de directie en het personeel van de voorziening zijn | De beheerders, de directie en het personeel van de voorziening zijn |
verplicht aan de gemachtigde ambtenaren van het Fonds alle medewerking | verplicht aan de gemachtigde ambtenaren van het Fonds alle medewerking |
te verlenen bij de uitoefening van hun toezichtsopdracht. | te verlenen bij de uitoefening van hun toezichtsopdracht. |
Art. 4.§ 1. De gemachtigde ambtenaar van het Fonds deelt aan de |
Art. 4.§ 1. De gemachtigde ambtenaar van het Fonds deelt aan de |
voorziening schriftelijk de resultaten en bevindingen van zijn in | voorziening schriftelijk de resultaten en bevindingen van zijn in |
artikel 3 bedoelde toezichtsopdrachten mee in een rapport. | artikel 3 bedoelde toezichtsopdrachten mee in een rapport. |
§ 2. Als een voorziening niet voldoet aan de vereisten inzake een | § 2. Als een voorziening niet voldoet aan de vereisten inzake een |
verantwoorde hulp- en dienstverlening en de daaruit voortvloeiende | verantwoorde hulp- en dienstverlening en de daaruit voortvloeiende |
verplichtingen op het vlak van de kwaliteitszorg, zoals deze decretaal | verplichtingen op het vlak van de kwaliteitszorg, zoals deze decretaal |
en reglementair bepaald zijn, stelt de gemachtigde ambtenaar van het | en reglementair bepaald zijn, stelt de gemachtigde ambtenaar van het |
Fonds dit vast in een proces-verbaal dat toegevoegd wordt aan het in § | Fonds dit vast in een proces-verbaal dat toegevoegd wordt aan het in § |
1 bedoelde rapport, en dat op gemotiveerde wijze aangeeft op welke | 1 bedoelde rapport, en dat op gemotiveerde wijze aangeeft op welke |
punten de vereisten inzake een verantwoorde hulp- en dienstverlening | punten de vereisten inzake een verantwoorde hulp- en dienstverlening |
en de daaruit voortvloeiende decretaal en reglementair bepaalde | en de daaruit voortvloeiende decretaal en reglementair bepaalde |
verplichtingen op het vlak van de kwaliteitszorg niet of onvoldoende | verplichtingen op het vlak van de kwaliteitszorg niet of onvoldoende |
nageleefd werden. Dit document vermeldt eveneens de termijn van | nageleefd werden. Dit document vermeldt eveneens de termijn van |
maximum zes maanden waarbinnen de voorziening de nodige maatregelen | maximum zes maanden waarbinnen de voorziening de nodige maatregelen |
dient te nemen. | dient te nemen. |
De voorziening heeft het recht hieromtrent schriftelijk bezwaar in te | De voorziening heeft het recht hieromtrent schriftelijk bezwaar in te |
dienen bij de leidend ambtenaar van het Fonds. Na onderzoek van de | dienen bij de leidend ambtenaar van het Fonds. Na onderzoek van de |
bezwaren bevestigt of ontkracht de leidend ambtenaar dit | bezwaren bevestigt of ontkracht de leidend ambtenaar dit |
proces-verbaal, of geeft hij opdracht tot een nieuw onderzoek. | proces-verbaal, of geeft hij opdracht tot een nieuw onderzoek. |
§ 3. Als bij bevestiging van het proces-verbaal door de leidend | § 3. Als bij bevestiging van het proces-verbaal door de leidend |
ambtenaar en bij het verstrijken van de in § 2 voorziene termijn | ambtenaar en bij het verstrijken van de in § 2 voorziene termijn |
blijkt dat de voorziening de nodige maatregelen niet heeft genomen, | blijkt dat de voorziening de nodige maatregelen niet heeft genomen, |
kan het Fonds een erkenning van een beperkte termijn afleveren, die de | kan het Fonds een erkenning van een beperkte termijn afleveren, die de |
zes maanden niet mag overschrijden, of de lopende erkenning herleiden | zes maanden niet mag overschrijden, of de lopende erkenning herleiden |
tot diezelfde beperkte termijn, op voorwaarde dat de voorziening zich | tot diezelfde beperkte termijn, op voorwaarde dat de voorziening zich |
ertoe verbindt om binnen die termijn aan de in het proces-verbaal | ertoe verbindt om binnen die termijn aan de in het proces-verbaal |
vastgestelde tekortkomingen te verhelpen. | vastgestelde tekortkomingen te verhelpen. |
De voorziening heeft het recht hieromtrent door het Fonds gehoord te | De voorziening heeft het recht hieromtrent door het Fonds gehoord te |
worden en het recht schriftelijk haar bezwaren tegen deze beslissing | worden en het recht schriftelijk haar bezwaren tegen deze beslissing |
bij het Fonds te laten gelden. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt | bij het Fonds te laten gelden. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt |
of vernietigt het Fonds deze beslissing. | of vernietigt het Fonds deze beslissing. |
Het Fonds brengt de voorziening schriftelijk op de hoogte van zijn | Het Fonds brengt de voorziening schriftelijk op de hoogte van zijn |
gemotiveerde beslissing. Als deze beslissing de erkenning voor een | gemotiveerde beslissing. Als deze beslissing de erkenning voor een |
beperkte termijn bevestigt, zal tevens vermeld worden dat de erkenning | beperkte termijn bevestigt, zal tevens vermeld worden dat de erkenning |
zal ingetrokken of niet toegekend worden na het verstrijken van deze | zal ingetrokken of niet toegekend worden na het verstrijken van deze |
termijn als de voorziening niet de nodige maatregelen neemt om te | termijn als de voorziening niet de nodige maatregelen neemt om te |
voldoen aan de vereisten van artikel 2 van dit besluit. | voldoen aan de vereisten van artikel 2 van dit besluit. |
De gebruikers van de voorziening worden via het collectief | De gebruikers van de voorziening worden via het collectief |
overlegorgaan onverwijld door de voorziening schriftelijk op de hoogte | overlegorgaan onverwijld door de voorziening schriftelijk op de hoogte |
gebracht van deze beslissing. | gebracht van deze beslissing. |
Art. 5.Als de voorziening na de procedure, bepaald in artikel 4 |
Art. 5.Als de voorziening na de procedure, bepaald in artikel 4 |
voldoet aan de gestelde voorwaarden, wordt de erkenning verlengd en | voldoet aan de gestelde voorwaarden, wordt de erkenning verlengd en |
brengt het Fonds de voorziening op de hoogte. De voorziening brengt de | brengt het Fonds de voorziening op de hoogte. De voorziening brengt de |
gebruikers onverwijld op de hoogte via het collectief overleg. | gebruikers onverwijld op de hoogte via het collectief overleg. |
Als de voorziening niet voldoet aan de gestelde voorwaarden, wordt de | Als de voorziening niet voldoet aan de gestelde voorwaarden, wordt de |
erkenning ingetrokken. Het Fonds brengt de voorziening schriftelijk op | erkenning ingetrokken. Het Fonds brengt de voorziening schriftelijk op |
de hoogte van zijn gemotiveerde beslissing. De gebruikers van de | de hoogte van zijn gemotiveerde beslissing. De gebruikers van de |
voorziening worden via het collectief overleg onverwijld door de | voorziening worden via het collectief overleg onverwijld door de |
voorziening schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing. | voorziening schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing. |
De voorziening kan tegen de intrekking van de erkenning een beroep | De voorziening kan tegen de intrekking van de erkenning een beroep |
aantekenen overeenkomstig de bepalingen van de beroepsprocedure inzake | aantekenen overeenkomstig de bepalingen van de beroepsprocedure inzake |
vergunningen en erkenningen. | vergunningen en erkenningen. |
HOOFDSTUK IV. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen |
Art. 6.In hoofstuk I, II.B., "Werking", van de bijlage, gevoegd bij |
Art. 6.In hoofstuk I, II.B., "Werking", van de bijlage, gevoegd bij |
het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de | het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de |
voorwaarden voor erkenning van de inrichtingen, tehuizen en diensten | voorwaarden voor erkenning van de inrichtingen, tehuizen en diensten |
voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, wordt a) en | voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, wordt a) en |
b) opgeheven. | b) opgeheven. |
Art. 7.In B. "Werking", van de bijlage, gevoegd bij het koninklijk |
Art. 7.In B. "Werking", van de bijlage, gevoegd bij het koninklijk |
besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling van de voorwaarden voor | besluit van 25 januari 1971 tot vaststelling van de voorwaarden voor |
de erkenning van de tehuizen voor kortverblijf ten behoeve van | de erkenning van de tehuizen voor kortverblijf ten behoeve van |
gehandicapten, worden a), b) en d) opgeheven. | gehandicapten, worden a), b) en d) opgeheven. |
Art. 8.Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 april |
Art. 8.Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 april |
1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de | 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de |
werkings- en subsidiëringsmodaliteiten voor de diensten voor begeleid | werkings- en subsidiëringsmodaliteiten voor de diensten voor begeleid |
wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, | wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, |
van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling | van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling |
van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor | van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor |
gehandicapten, wordt opgeheven. | gehandicapten, wordt opgeheven. |
Art. 9.De artikelen 14 en 16 van het besluit van de Vlaamse regering |
Art. 9.De artikelen 14 en 16 van het besluit van de Vlaamse regering |
van 31 juli 1990 houdende de vaststelling van de | van 31 juli 1990 houdende de vaststelling van de |
erkenningsvoorwaarden, de werkings- en subsidiërings-modaliteiten voor | erkenningsvoorwaarden, de werkings- en subsidiërings-modaliteiten voor |
diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen zoals | diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen zoals |
bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 | bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 |
november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en | november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en |
pedagogische zorg voor gehandicapten, worden opgeheven. | pedagogische zorg voor gehandicapten, worden opgeheven. |
Art. 10.In artikel 5, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse |
Art. 10.In artikel 5, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse |
regering van 15 juni 1994 betreffende het beheer van gelden of | regering van 15 juni 1994 betreffende het beheer van gelden of |
goederen van personen met een handicap door beheerders of | goederen van personen met een handicap door beheerders of |
personeelsleden van voorzieningen, bedoeld in het decreet van 27 juni | personeelsleden van voorzieningen, bedoeld in het decreet van 27 juni |
1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale | 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale |
Integratie van Personen met een Handicap, worden de volgende | Integratie van Personen met een Handicap, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht; | wijzigingen aangebracht; |
1° in 2° worden de woorden « het bevoegde orgaan » vervangen door de | 1° in 2° worden de woorden « het bevoegde orgaan » vervangen door de |
woorden « de inrichtende macht »; | woorden « de inrichtende macht »; |
2° in 3° wordt het woord « opname » vervangen door de woorden « hulp- | 2° in 3° wordt het woord « opname » vervangen door de woorden « hulp- |
en dienstverlening ». | en dienstverlening ». |
Art. 11.In artikel 8, § 1, 1°, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 11.In artikel 8, § 1, 1°, van hetzelfde besluit worden de |
woorden « de in de voorziening opgerichte gebruikersraad » vervangen | woorden « de in de voorziening opgerichte gebruikersraad » vervangen |
door de woorden « het in de voorziening opgericht collectief | door de woorden « het in de voorziening opgericht collectief |
overlegorgaan ». | overlegorgaan ». |
Art. 12.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 12.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt : | volgt : |
« Art. 9.Bij de vaststelling van de wederzijdse rechten en plichten, |
« Art. 9.Bij de vaststelling van de wederzijdse rechten en plichten, |
als bedoeld in artikel 1, § 2 van de bijlage II bij het besluit van de | als bedoeld in artikel 1, § 2 van de bijlage II bij het besluit van de |
Vlaamse regering van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in | Vlaamse regering van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in |
de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een | de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een |
handicap, moet de samenstelling van de toezichtsraad voor het beheer | handicap, moet de samenstelling van de toezichtsraad voor het beheer |
van gelden en goederen van de gebruiker vermeld, als de voorziening | van gelden en goederen van de gebruiker vermeld, als de voorziening |
ertoe gehouden is dergelijke toezichtsraad op te richten met | ertoe gehouden is dergelijke toezichtsraad op te richten met |
toepassing van artikel 48 van voormeld decreet van 27 juni 1990. | toepassing van artikel 48 van voormeld decreet van 27 juni 1990. |
De oprichting en samenstelling van de toezichtsraad, evenals alle | De oprichting en samenstelling van de toezichtsraad, evenals alle |
wijzigingen hieraan, worden onverwijld schriftelijk medegedeeld aan | wijzigingen hieraan, worden onverwijld schriftelijk medegedeeld aan |
het Fonds en aan de gebruikers. » | het Fonds en aan de gebruikers. » |
Art. 13.Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 |
Art. 13.Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 |
december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van | december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van |
thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap, wordt | thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap, wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 14.In artikel 10, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt het |
Art. 14.In artikel 10, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt het |
tweede lid opgeheven. | tweede lid opgeheven. |
Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden « ras, |
Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden « ras, |
nationaliteit, geslacht, vermogenstoestand of » geschrapt. | nationaliteit, geslacht, vermogenstoestand of » geschrapt. |
Art. 16.Het ministerieel besluit van 21 juni 1990 tot vaststelling |
Art. 16.Het ministerieel besluit van 21 juni 1990 tot vaststelling |
van de vorm en de inhoud van de begeleidingsovereenkomst zoals bedoeld | van de vorm en de inhoud van de begeleidingsovereenkomst zoals bedoeld |
in artikel 9, §§ 1 en 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 | in artikel 9, §§ 1 en 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 |
april 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de | april 1990 houdende de vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de |
werkings- en subsidiëringsmodaliteiten van de diensten voor begeleid | werkings- en subsidiëringsmodaliteiten van de diensten voor begeleid |
wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, | wonen voor mentaal gehandicapten zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, |
van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling | van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling |
van een Fonds voor medische, sociale en padagogische zorg voor | van een Fonds voor medische, sociale en padagogische zorg voor |
gehandicapten, wordt opgeheven. | gehandicapten, wordt opgeheven. |
Art. 17.Het ministerieel besluit van 21 november 1990 tot |
Art. 17.Het ministerieel besluit van 21 november 1990 tot |
vaststelling van de vorm en de inhoud van de | vaststelling van de vorm en de inhoud van de |
dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 14 van het | dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 14 van het |
besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de | besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de |
vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en | vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en |
subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig begeleid | subsidiëringsmodaliteiten voor diensten voor zelfstandig begeleid |
wonen van gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, | wonen van gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, |
van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling | van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling |
van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor | van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor |
gehandicapten, wordt opgeheven. | gehandicapten, wordt opgeheven. |
HOOFDSTUK V. - Overgangs-, inwerkingtredings- en slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Overgangs-, inwerkingtredings- en slotbepalingen |
Art. 18.Bij wijze van overgangsmaatregel : |
Art. 18.Bij wijze van overgangsmaatregel : |
1° beschikken de voorzieningen over een termijn die afloopt op 31 | 1° beschikken de voorzieningen over een termijn die afloopt op 31 |
december 2002 om te voldoen aan alle bepalingen van dit besluit; | december 2002 om te voldoen aan alle bepalingen van dit besluit; |
2° kunnen de voorzieningen die dat wensen vóór 31 december 2002 | 2° kunnen de voorzieningen die dat wensen vóór 31 december 2002 |
toetreden tot de in dit besluit omschreven kwaliteitszorg. Deze | toetreden tot de in dit besluit omschreven kwaliteitszorg. Deze |
toetreding is afhankelijk van het afsluiten van een convenant tussen | toetreding is afhankelijk van het afsluiten van een convenant tussen |
het Fonds, de voorziening en de gebruikers via het collectief overleg. | het Fonds, de voorziening en de gebruikers via het collectief overleg. |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de derde |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de derde |
maand volgend op de maand waarin het besluit in het Belgisch | maand volgend op de maand waarin het besluit in het Belgisch |
Staatsblad is bekendgemaakt. | Staatsblad is bekendgemaakt. |
Art. 20.Het decreet van 29 april 1997 inzake de kwaliteitszorg in de |
Art. 20.Het decreet van 29 april 1997 inzake de kwaliteitszorg in de |
welzijnsvoorzieningen treedt, voor wat de gehandicaptensector betreft, | welzijnsvoorzieningen treedt, voor wat de gehandicaptensector betreft, |
op dezelfde datum in werking als dit besluit. | op dezelfde datum in werking als dit besluit. |
Art. 21.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, |
Art. 21.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, |
is belast met de uitvoering van dit besluit. | is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 15 december 2000. | Brussel, 15 december 2000. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, | De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, |
Mevr. M. VOGELS | Mevr. M. VOGELS |
Bijlage I | Bijlage I |
Kwaliteitshandboek | Kwaliteitshandboek |
1. Inleiding | 1. Inleiding |
1.1. Structuur van het kwaliteitshandboek | 1.1. Structuur van het kwaliteitshandboek |
1.2. Beschrijving van het aanbod van de voorziening | 1.2. Beschrijving van het aanbod van de voorziening |
2. Kwaliteitsbeleid | 2. Kwaliteitsbeleid |
2.1. Missie, visie, waarden, objectieven, geschreven referentiekader | 2.1. Missie, visie, waarden, objectieven, geschreven referentiekader |
2.2. Sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen | 2.2. Sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen |
2.3. Het geven van toelating aan de overheid tot verificatie en | 2.3. Het geven van toelating aan de overheid tot verificatie en |
evaluatie | evaluatie |
3. Kwaliteitsplanning | 3. Kwaliteitsplanning |
4. Kwaliteitssysteem | 4. Kwaliteitssysteem |
4.1. Organisatiestructuur | 4.1. Organisatiestructuur |
4.2. Verantwoordelijke die met het kwaliteitsbeleid is belast | 4.2. Verantwoordelijke die met het kwaliteitsbeleid is belast |
4.3. Overzicht en werking van de overlegorganen | 4.3. Overzicht en werking van de overlegorganen |
4.4. Deelname aan externe overlegorganen | 4.4. Deelname aan externe overlegorganen |
4.5. Middelen | 4.5. Middelen |
4.6. Overzicht van de procedures | 4.6. Overzicht van de procedures |
4.6.1. De intake | 4.6.1. De intake |
4.6.2. Het opstellen van het hulp- en dienstverleningsplan | 4.6.2. Het opstellen van het hulp- en dienstverleningsplan |
4.6.3. Het uitvoeren, evalueren en bijsturen van het hulp -en | 4.6.3. Het uitvoeren, evalueren en bijsturen van het hulp -en |
dienstverleningsplan | dienstverleningsplan |
4.6.4. Het beëindigen van de hulp- en dienstverlening | 4.6.4. Het beëindigen van de hulp- en dienstverlening |
4.6.5. Het organiseren van het collectief overleg | 4.6.5. Het organiseren van het collectief overleg |
4.6.6. Het toetsen van de tevredenheid van de gebruikers | 4.6.6. Het toetsen van de tevredenheid van de gebruikers |
4.6.7. Het afhandelen van klachten van gebruikers | 4.6.7. Het afhandelen van klachten van gebruikers |
4.6.8. Het implementeren van corrigerende en preventieve maatregelen | 4.6.8. Het implementeren van corrigerende en preventieve maatregelen |
4.6.9. Het selecteren en aanwerven van het personeel | 4.6.9. Het selecteren en aanwerven van het personeel |
4.6.10. Het vormen, trainen en opleiden van het personeel | 4.6.10. Het vormen, trainen en opleiden van het personeel |
4.6.11. Het ondersteunen en evalueren van het personeel | 4.6.11. Het ondersteunen en evalueren van het personeel |
4.6.12. Het periodiek evalueren van de ingezette middelen | 4.6.12. Het periodiek evalueren van de ingezette middelen |
4.6.13. Het beheren van de documenten van het kwaliteitshandboek | 4.6.13. Het beheren van de documenten van het kwaliteitshandboek |
4.6.14. Het plannen en implementeren van kwaliteitsaudits | 4.6.14. Het plannen en implementeren van kwaliteitsaudits |
4.6.15. Het beoordelen van het kwaliteitshandboek door de directie | 4.6.15. Het beoordelen van het kwaliteitshandboek door de directie |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering | Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering |
van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen | van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen |
voor de sociale integratie van personen met een handicap. | voor de sociale integratie van personen met een handicap. |
Brussel, 15 december 2000. | Brussel, 15 december 2000. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, | De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, |
Mevr. M. VOGELS | Mevr. M. VOGELS |
Bijlage II | Bijlage II |
Sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen | Sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen |
Artikel 1.Gebruikersgerichtheid |
Artikel 1.Gebruikersgerichtheid |
§ 1. Overleg tussen de gebruiker en de voorziening op individueel en | § 1. Overleg tussen de gebruiker en de voorziening op individueel en |
collectief vlak | collectief vlak |
1° Informatierecht : | 1° Informatierecht : |
De voorziening en de gebruiker bepalen samen over welke elementen van | De voorziening en de gebruiker bepalen samen over welke elementen van |
de hulp -en dienstverlening de gebruiker geïnformeerd wordt, en dit | de hulp -en dienstverlening de gebruiker geïnformeerd wordt, en dit |
zowel op individueel als op collectief vlak.De voorziening geeft | zowel op individueel als op collectief vlak.De voorziening geeft |
volledig, nauwkeurig en tijdig informatie aan de gebruiker over deze | volledig, nauwkeurig en tijdig informatie aan de gebruiker over deze |
elementen.De voorziening geeft de gebruikers, op collectief vlak, | elementen.De voorziening geeft de gebruikers, op collectief vlak, |
informatie over de inzet van haar financiële middelen. | informatie over de inzet van haar financiële middelen. |
2° Adviesrecht : | 2° Adviesrecht : |
De voorziening en de gebruiker bepalen samen over welke elementen van | De voorziening en de gebruiker bepalen samen over welke elementen van |
de hulp -en dienstverlening voorafgaandelijk overlegd wordt met en | de hulp -en dienstverlening voorafgaandelijk overlegd wordt met en |
advies gevraagd wordt aan de gebruiker, en dit zowel op individueel | advies gevraagd wordt aan de gebruiker, en dit zowel op individueel |
als op collectief vlak. De gebruiker heeft het recht om advies uit te | als op collectief vlak. De gebruiker heeft het recht om advies uit te |
brengen inzake de hulp- en dienstverlening, en dit zowel op | brengen inzake de hulp- en dienstverlening, en dit zowel op |
individueel als op collectief vlak. | individueel als op collectief vlak. |
3° Antwoordplicht : | 3° Antwoordplicht : |
De voorziening hoort de gebruiker inzake alle aangelegenheden die de | De voorziening hoort de gebruiker inzake alle aangelegenheden die de |
verhouding voorziening-gebruiker aangaan, en dit zowel op individueel | verhouding voorziening-gebruiker aangaan, en dit zowel op individueel |
als op collectief vlak. | als op collectief vlak. |
De voorziening antwoordt op de door de gebruiker gestelde vragen | De voorziening antwoordt op de door de gebruiker gestelde vragen |
binnen overeengekomen termijnen. | binnen overeengekomen termijnen. |
4° Medezeggenschap van de gebruiker : | 4° Medezeggenschap van de gebruiker : |
De voorziening garandeert medezeggenschap van de gebruiker, inzake de | De voorziening garandeert medezeggenschap van de gebruiker, inzake de |
hulp- en dienstverlening van de voorziening, en dit zowel op | hulp- en dienstverlening van de voorziening, en dit zowel op |
individueel als op collectief vlak. | individueel als op collectief vlak. |
5° Aanwenden van de ervaringsdeskundigheid van de gebruiker : | 5° Aanwenden van de ervaringsdeskundigheid van de gebruiker : |
De voorziening maakt gebruik van de ervaringen en inzichten van de | De voorziening maakt gebruik van de ervaringen en inzichten van de |
gebruiker inzake de hulp- en dienstverlening van de voorziening, en | gebruiker inzake de hulp- en dienstverlening van de voorziening, en |
dit zowel op individueel als op collectief vlak. | dit zowel op individueel als op collectief vlak. |
6° Ondersteunen en versterken van de mondigheid van de gebruiker : | 6° Ondersteunen en versterken van de mondigheid van de gebruiker : |
De voorziening neemt de nodige maatregelen om de mondigheid van de | De voorziening neemt de nodige maatregelen om de mondigheid van de |
gebruiker met betrekking tot de hulp- en dienstverlening van de | gebruiker met betrekking tot de hulp- en dienstverlening van de |
voorziening te ondersteunen en te versterken, en dit zowel op | voorziening te ondersteunen en te versterken, en dit zowel op |
individueel als op collectief vlak. De voorziening, waar de gemiddelde | individueel als op collectief vlak. De voorziening, waar de gemiddelde |
duur van de hulp- en dienstverlening meer dan twee jaar bedraagt, | duur van de hulp- en dienstverlening meer dan twee jaar bedraagt, |
neemt het initiatief tot het oprichten en het ondersteunen van een | neemt het initiatief tot het oprichten en het ondersteunen van een |
structureel collectief overlegorgaan. | structureel collectief overlegorgaan. |
§ 2. Duidelijkheid van het aanbod | § 2. Duidelijkheid van het aanbod |
1° Wederzijdse rechten en plichten : | 1° Wederzijdse rechten en plichten : |
De wederzijdse rechten en plichten van de gebruiker en de voorziening | De wederzijdse rechten en plichten van de gebruiker en de voorziening |
worden in overleg opgesteld, schriftelijk vastgelegd en door beide | worden in overleg opgesteld, schriftelijk vastgelegd en door beide |
partijen ondertekend, en dit zowel op individueel als op collectief | partijen ondertekend, en dit zowel op individueel als op collectief |
vlak. | vlak. |
2° Kenbaar maken van het aanbod : | 2° Kenbaar maken van het aanbod : |
Het aanbod van de voorziening en de modaliteiten ervan worden | Het aanbod van de voorziening en de modaliteiten ervan worden |
beschreven en kenbaar gemaakt aan de gebruiker en aan derden. | beschreven en kenbaar gemaakt aan de gebruiker en aan derden. |
§ 3. Respectvolle bejegening van de gebruiker | § 3. Respectvolle bejegening van de gebruiker |
1° Integriteit : | 1° Integriteit : |
De voorziening respecteert steeds de eigenheid van de gebruiker en | De voorziening respecteert steeds de eigenheid van de gebruiker en |
aanvaardt hem/haar als een volwaardig persoon. De voorziening neemt | aanvaardt hem/haar als een volwaardig persoon. De voorziening neemt |
maatregelen om de integriteit van de gebruiker te waarborgen. Hiertoe | maatregelen om de integriteit van de gebruiker te waarborgen. Hiertoe |
ontwikkelt de voorziening een geschreven referentiekader. | ontwikkelt de voorziening een geschreven referentiekader. |
2° Betrokkenheid : | 2° Betrokkenheid : |
De voorziening garandeert dat de relatie met de gebruiker vertrekt | De voorziening garandeert dat de relatie met de gebruiker vertrekt |
vanuit een grondhouding van vertrouwen en gekenmerkt wordt door | vanuit een grondhouding van vertrouwen en gekenmerkt wordt door |
inleving en echtheid. Hiertoe ontwikkelt de voorziening een geschreven | inleving en echtheid. Hiertoe ontwikkelt de voorziening een geschreven |
referentiekader. | referentiekader. |
3° Privacy : | 3° Privacy : |
De voorziening respecteert de privacy van de gebruiker, rekening | De voorziening respecteert de privacy van de gebruiker, rekening |
houdend met de eigenheid van de gebruiker. Hiertoe ontwikkelt de | houdend met de eigenheid van de gebruiker. Hiertoe ontwikkelt de |
voorziening een geschreven referentiekader. | voorziening een geschreven referentiekader. |
§ 4. Hulp- en dienstverlening, op maat van de gebruiker | § 4. Hulp- en dienstverlening, op maat van de gebruiker |
1° Kennis van de behoefte aan hulp- en dienstverlening : | 1° Kennis van de behoefte aan hulp- en dienstverlening : |
De voorziening peilt naar en registreert de wensen, behoeften en | De voorziening peilt naar en registreert de wensen, behoeften en |
mogelijkheden van de gebruiker. | mogelijkheden van de gebruiker. |
2° Geïndividualiseerd : | 2° Geïndividualiseerd : |
De voorziening beschrijft haar hulp- en dienstverlening voor elke | De voorziening beschrijft haar hulp- en dienstverlening voor elke |
gebruiker en houdt hierbij rekening met de individuele wensen, | gebruiker en houdt hierbij rekening met de individuele wensen, |
behoeften en mogelijkheden van de gebruiker. | behoeften en mogelijkheden van de gebruiker. |
3° Zelfstandigheid en zelfbeschikkingsrecht van de gebruiker : | 3° Zelfstandigheid en zelfbeschikkingsrecht van de gebruiker : |
De voorziening houdt rekening met en bevordert de zelfstandigheid en | De voorziening houdt rekening met en bevordert de zelfstandigheid en |
het zelfbeschikkingsrecht van de gebruiker. | het zelfbeschikkingsrecht van de gebruiker. |
4° Keuzevrijheid : | 4° Keuzevrijheid : |
De gebruiker beschikt over keuzevrijheid in het aanbod waar mogelijk. | De gebruiker beschikt over keuzevrijheid in het aanbod waar mogelijk. |
5° Flexibiliteit : | 5° Flexibiliteit : |
De voorziening past de hulp- en dienstverlening aan aan de zich | De voorziening past de hulp- en dienstverlening aan aan de zich |
wijzigende behoeften van de gebruiker. | wijzigende behoeften van de gebruiker. |
6° Aangepaste fysieke omgeving : | 6° Aangepaste fysieke omgeving : |
De voorziening neemt maatregelen om haar gebouwen, inrichting en | De voorziening neemt maatregelen om haar gebouwen, inrichting en |
uitrusting af te stemmen op de eigenheid van de gebruiker. | uitrusting af te stemmen op de eigenheid van de gebruiker. |
7° Toegankelijke communicatie : | 7° Toegankelijke communicatie : |
De voorziening neemt maatregelen om haar communicatie af te stemmen op | De voorziening neemt maatregelen om haar communicatie af te stemmen op |
de eigenheid van de gebruiker. | de eigenheid van de gebruiker. |
§ 5. Tevredenheid van de gebruiker | § 5. Tevredenheid van de gebruiker |
1° Toetsing van de tevredenheid van de gebruikers : | 1° Toetsing van de tevredenheid van de gebruikers : |
De voorziening heeft permanent aandacht voor en peilt periodiek naar | De voorziening heeft permanent aandacht voor en peilt periodiek naar |
de tevredenheid van de gebruikers over de hulp- en dienstverlening. | de tevredenheid van de gebruikers over de hulp- en dienstverlening. |
2° Klachtenprocedure : | 2° Klachtenprocedure : |
De voorziening beschrijft, in overleg met de gebruikers de wijze | De voorziening beschrijft, in overleg met de gebruikers de wijze |
waarop ze de klachten van de gebruikers afhandelt. De voorziening | waarop ze de klachten van de gebruikers afhandelt. De voorziening |
maakt kenbaar aan alle gebruikers hoe klachten ingediend en | maakt kenbaar aan alle gebruikers hoe klachten ingediend en |
afgehandeld worden. De voorziening stelt de gebruiker ervan op de | afgehandeld worden. De voorziening stelt de gebruiker ervan op de |
hoogte dat hij zich kan wenden tot het Vlaams Fonds indien de interne | hoogte dat hij zich kan wenden tot het Vlaams Fonds indien de interne |
klachtenprocedure geen voldoening geeft. | klachtenprocedure geen voldoening geeft. |
Art. 2.Maatschappelijke aanvaardbaarheid |
Art. 2.Maatschappelijke aanvaardbaarheid |
§ 1. Maatschappelijke integratie van de gebruiker | § 1. Maatschappelijke integratie van de gebruiker |
De voorziening streeft bij de hulp- en dienstverlening naar | De voorziening streeft bij de hulp- en dienstverlening naar |
maatschappelijke integratie van de gebruiker, rekening houdend met de | maatschappelijke integratie van de gebruiker, rekening houdend met de |
eigenheid van de gebruiker. | eigenheid van de gebruiker. |
§ 2. Niet-discriminerend | § 2. Niet-discriminerend |
De voorziening weigert geen gebruiker op grond van etnische afkomst, | De voorziening weigert geen gebruiker op grond van etnische afkomst, |
nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid, sociale achtergrond, | nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid, sociale achtergrond, |
ideologische, filosofische, godsdienstige overtuiging of financieel | ideologische, filosofische, godsdienstige overtuiging of financieel |
onvermogen. De voorziening respecteert de ideologische, filosofische | onvermogen. De voorziening respecteert de ideologische, filosofische |
of godsdienstige overtuiging van de gebruiker voor zover de werking | of godsdienstige overtuiging van de gebruiker voor zover de werking |
van de voorziening en de integriteit van de medegebruikers niet in het | van de voorziening en de integriteit van de medegebruikers niet in het |
gedrang komen. | gedrang komen. |
§ 3. Regionaal overleg | § 3. Regionaal overleg |
De voorziening werkt mee aan het regionaal overleg met het oog op de | De voorziening werkt mee aan het regionaal overleg met het oog op de |
afstemming van vraag en aanbod van de hulp- en dienstverlening en aan | afstemming van vraag en aanbod van de hulp- en dienstverlening en aan |
het overleg omtrent de invulling van de niet-beantwoorde behoeften in | het overleg omtrent de invulling van de niet-beantwoorde behoeften in |
de regio. | de regio. |
§ 4. Veiligheid en gezondheid | § 4. Veiligheid en gezondheid |
De voorziening neemt de nodige maatregelen om de veiligheid en de | De voorziening neemt de nodige maatregelen om de veiligheid en de |
gezondheid van de gebruiker te vrijwaren. | gezondheid van de gebruiker te vrijwaren. |
Art. 3.Doeltreffendheid |
Art. 3.Doeltreffendheid |
§ 1. Kwaliteitsbeleid | § 1. Kwaliteitsbeleid |
De voorziening beschrijft haar missie, visie en waarden ten aanzien | De voorziening beschrijft haar missie, visie en waarden ten aanzien |
van de hulp- en dienstverlening, en maakt deze kenbaar aan de | van de hulp- en dienstverlening, en maakt deze kenbaar aan de |
gebruikers, het personeel en aan derden. De voorziening beschrijft en | gebruikers, het personeel en aan derden. De voorziening beschrijft en |
actualiseert periodiek haar objectieven ten aanzien van haar | actualiseert periodiek haar objectieven ten aanzien van haar |
doelgroep(en). De voorziening beschrijft haar kwaliteitsplanning en | doelgroep(en). De voorziening beschrijft haar kwaliteitsplanning en |
evalueert en actualiseert deze jaarlijks. | evalueert en actualiseert deze jaarlijks. |
§ 2. Planmatig en methodisch handelen | § 2. Planmatig en methodisch handelen |
De voorziening beschrijft voor elke gebruiker de hulp- en | De voorziening beschrijft voor elke gebruiker de hulp- en |
dienstverlening. Deze hulp- en dienstverlening wordt in overleg met de | dienstverlening. Deze hulp- en dienstverlening wordt in overleg met de |
gebruiker gepland, uitgevoerd, periodiek geëvalueerd, bijgestuurd en | gebruiker gepland, uitgevoerd, periodiek geëvalueerd, bijgestuurd en |
geregistreerd. | geregistreerd. |
§ 3. Kennis | § 3. Kennis |
De voorziening actualiseert haar kennis inzake ontwikkelingen in de | De voorziening actualiseert haar kennis inzake ontwikkelingen in de |
hulp- en dienstverlening. | hulp- en dienstverlening. |
De voorziening stelt periodiek een vormings-, trainings-, en | De voorziening stelt periodiek een vormings-, trainings-, en |
opleidingsplan op voor het personeel en voert dit uit. | opleidingsplan op voor het personeel en voert dit uit. |
§ 4. Corrigerende en preventieve maatregelen | § 4. Corrigerende en preventieve maatregelen |
De voorziening stelt corrigerende en preventieve maatregelen op ten | De voorziening stelt corrigerende en preventieve maatregelen op ten |
aanzien van de hulp- en dienstverlening, voert deze uit en evalueert | aanzien van de hulp- en dienstverlening, voert deze uit en evalueert |
ze. | ze. |
§ 5. Personeel | § 5. Personeel |
De voorziening beschrijft de wijze waarop ze het personeel selecteert, | De voorziening beschrijft de wijze waarop ze het personeel selecteert, |
ondersteunt en evalueert. | ondersteunt en evalueert. |
§ 6. Organisatiestructuur | § 6. Organisatiestructuur |
De voorziening beschrijft de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en | De voorziening beschrijft de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en |
onderlinge verhoudingen van het personeel, en maakt deze kenbaar aan | onderlinge verhoudingen van het personeel, en maakt deze kenbaar aan |
haar gebruikers, het personeel en de overheid. | haar gebruikers, het personeel en de overheid. |
§ 7. Kwaliteitshandboek | § 7. Kwaliteitshandboek |
De voorziening beschrijft de structuur van het kwaliteitshandboek. De | De voorziening beschrijft de structuur van het kwaliteitshandboek. De |
voorziening beschrijft op welke manier aan de sectorspecifieke | voorziening beschrijft op welke manier aan de sectorspecifieke |
minimale kwaliteitseisen voldaan wordt. De voorziening zorgt ervoor | minimale kwaliteitseisen voldaan wordt. De voorziening zorgt ervoor |
dat de elementen van het kwaliteitshandboek op een doeltreffende wijze | dat de elementen van het kwaliteitshandboek op een doeltreffende wijze |
geïmplementeerd en geactualiseerd worden. | geïmplementeerd en geactualiseerd worden. |
Art. 4.Doelmatigheid |
Art. 4.Doelmatigheid |
§ 1. Overlegkanalen | § 1. Overlegkanalen |
De voorziening beschrijft de wijze waarop ze de interne communicatie | De voorziening beschrijft de wijze waarop ze de interne communicatie |
en het overleg organiseert. | en het overleg organiseert. |
§ 2. Interdisciplinaire werking | § 2. Interdisciplinaire werking |
De voorziening bevordert interdisciplinaire werking. | De voorziening bevordert interdisciplinaire werking. |
§ 3. Evaluatie van ingezette middelen | § 3. Evaluatie van ingezette middelen |
De voorziening evalueert periodiek haar ingezette middelen in functie | De voorziening evalueert periodiek haar ingezette middelen in functie |
van de resultaten. | van de resultaten. |
§ 4. Financiële middelen | § 4. Financiële middelen |
De voorziening zet de toegekende financiële middelen van de overheid | De voorziening zet de toegekende financiële middelen van de overheid |
en de persoonlijke financiële bijdrage van de gebruiker in op een | en de persoonlijke financiële bijdrage van de gebruiker in op een |
doelmatige manier. | doelmatige manier. |
Art. 5.Continuïteit |
Art. 5.Continuïteit |
§ 1. Aanmelding | § 1. Aanmelding |
Indien de voorziening, na kennisname van de behoeften van de | Indien de voorziening, na kennisname van de behoeften van de |
gebruiker, niet kan voorzien in de aangewezen hulp- en | gebruiker, niet kan voorzien in de aangewezen hulp- en |
dienstverlening, verwijst de voorziening de gebruiker door. | dienstverlening, verwijst de voorziening de gebruiker door. |
§ 2. Naadloosheid | § 2. Naadloosheid |
De voorziening zorgt voor een soepele overgang tussen de verschillende | De voorziening zorgt voor een soepele overgang tussen de verschillende |
vormen van de hulp- en dienstverlening binnen haar eigen werking. | vormen van de hulp- en dienstverlening binnen haar eigen werking. |
§ 3. Samenwerking met derden | § 3. Samenwerking met derden |
Indien de voorziening zelf niet kan voorzien in bepaalde behoeften van | Indien de voorziening zelf niet kan voorzien in bepaalde behoeften van |
de gebruiker zoekt zij actief naar samenwerking met derden. | de gebruiker zoekt zij actief naar samenwerking met derden. |
§ 4. Doorverwijzing | § 4. Doorverwijzing |
De voorziening zoekt actief mee naar alternatieven wanneer zij | De voorziening zoekt actief mee naar alternatieven wanneer zij |
vaststelt dat zij niet meer kan voldoen aan de behoeften van de | vaststelt dat zij niet meer kan voldoen aan de behoeften van de |
gebruiker. | gebruiker. |
De voorziening streeft naar een soepele overgang bij doorverwijzing. | De voorziening streeft naar een soepele overgang bij doorverwijzing. |
§ 5. Beëindiging | § 5. Beëindiging |
De voorziening maakt duidelijke afspraken met de gebruiker over de | De voorziening maakt duidelijke afspraken met de gebruiker over de |
omstandigheden waarin en de wijze waarop de hulp -en dienstverlening | omstandigheden waarin en de wijze waarop de hulp -en dienstverlening |
beëindigd wordt. | beëindigd wordt. |
§ 6. Informatieoverdracht | § 6. Informatieoverdracht |
De voorziening waarborgt een verantwoorde overdracht van relevante | De voorziening waarborgt een verantwoorde overdracht van relevante |
informatie met betrekking tot de hulp- en dienstverlening in overleg | informatie met betrekking tot de hulp- en dienstverlening in overleg |
met de gebruiker. | met de gebruiker. |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering | Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering |
van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen | van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen |
voor de sociale integratie van personen met een handicap. | voor de sociale integratie van personen met een handicap. |
Brussel, 15 december 2000. | Brussel, 15 december 2000. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, | De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, |
Mevr. M. VOGELS | Mevr. M. VOGELS |