Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project voor de informatisering van de centra voor leerlingenbegeleiding | Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project voor de informatisering van de centra voor leerlingenbegeleiding |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
12 JANUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het | 12 JANUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het |
tijdelijk project voor de informatisering van de centra voor | tijdelijk project voor de informatisering van de centra voor |
leerlingenbegeleiding | leerlingenbegeleiding |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor | Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor |
leerlingenhegeleiding, inzonderheid op de artikelen 82 tot 84; | leerlingenhegeleiding, inzonderheid op de artikelen 82 tot 84; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, |
gegeven op 14 december 2000; | gegeven op 14 december 2000; |
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de | Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de |
omstandigheid dat het uitwerken en implementeren van het | omstandigheid dat het uitwerken en implementeren van het |
informatiseringsproject onmiddellijk moet kunnen starten teneinde de | informatiseringsproject onmiddellijk moet kunnen starten teneinde de |
centra toe te laten om vanaf het schooljaar 2001-2002 op een uniforme | centra toe te laten om vanaf het schooljaar 2001-2002 op een uniforme |
wijze te registreren en om dit te kunnen realiseren de centra, | wijze te registreren en om dit te kunnen realiseren de centra, |
rekening houdend met de voorwaarden gesteld in het ontwerpbesluit, met | rekening houdend met de voorwaarden gesteld in het ontwerpbesluit, met |
ingang van 1 januari 2001 dringend de nodige software moeten laten | ingang van 1 januari 2001 dringend de nodige software moeten laten |
ontwikkelen en de benodigde hardware aankopen, zodat ze uiterlijk op l | ontwikkelen en de benodigde hardware aankopen, zodat ze uiterlijk op l |
september 2001 voldoende zijn uitgerust om effectief te starten met de | september 2001 voldoende zijn uitgerust om effectief te starten met de |
registratie van hun activiteiten; | registratie van hun activiteiten; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 december | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 december |
2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de | 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de |
gecoordinecrde wetten op de Raad van State; | gecoordinecrde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke | Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke |
Kansen en van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; | Kansen en van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan |
onder : | onder : |
1° centra : de centra voor lecrlingenbegeleiding bedoeld in het | 1° centra : de centra voor lecrlingenbegeleiding bedoeld in het |
decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor | decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor |
leerlingenbegeleiding; | leerlingenbegeleiding; |
2° centrumnet : de centrumnetten zoals bedoeld in artikel 2, 6°, van | 2° centrumnet : de centrumnetten zoals bedoeld in artikel 2, 6°, van |
hetzelfde decreet; | hetzelfde decreet; |
3° informatiseringstoelagen : de informatiseringstoelagen bedoeld in | 3° informatiseringstoelagen : de informatiseringstoelagen bedoeld in |
het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 betreffende | het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 betreffende |
informatiseringstoelagen voor de centra voor leerlingenbegeleiding. | informatiseringstoelagen voor de centra voor leerlingenbegeleiding. |
Art. 2.Er wordt een tijdelijk project voor de informatisering van de |
Art. 2.Er wordt een tijdelijk project voor de informatisering van de |
centra voor leerlingenbegeleiding opgestart dat beoogt door middel van | centra voor leerlingenbegeleiding opgestart dat beoogt door middel van |
informatiseringstoelagen de geïntegreerde multidisciplinaire werking | informatiseringstoelagen de geïntegreerde multidisciplinaire werking |
van de centra te ondersteunen. Dit tijdelijk project eindigt uiterlijk | van de centra te ondersteunen. Dit tijdelijk project eindigt uiterlijk |
op 31 december 2003. | op 31 december 2003. |
Art. 3.Alle centra, die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de |
Art. 3.Alle centra, die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de |
Vlaamse Gemeenschap, kunnen deelnemen aan het tijdelijk project, | Vlaamse Gemeenschap, kunnen deelnemen aan het tijdelijk project, |
indien zij uiterlijk op 1 maart 2001 aan het departement Onderwijs, | indien zij uiterlijk op 1 maart 2001 aan het departement Onderwijs, |
schriftelijk meedelen dat zij aanspraak wensen te maken op de | schriftelijk meedelen dat zij aanspraak wensen te maken op de |
informatiseringstoelage. | informatiseringstoelage. |
De deelnemende centra dienen uiterlijk op 1 april 2001 bij de | De deelnemende centra dienen uiterlijk op 1 april 2001 bij de |
commissie bedoeld in artikel 5, § 1 een informaticaplan in waaruit | commissie bedoeld in artikel 5, § 1 een informaticaplan in waaruit |
blijkt hoe zij, met inachtname van artikel 6, de doelstelling bedoeld | blijkt hoe zij, met inachtname van artikel 6, de doelstelling bedoeld |
in artikel 2 zullen realiseren. Deze commissie brengt hierover | in artikel 2 zullen realiseren. Deze commissie brengt hierover |
uiterlijk op 15 mei 2001 een advies uit aan de minister bevoegd voor | uiterlijk op 15 mei 2001 een advies uit aan de minister bevoegd voor |
het Onderwijs, die de informaticaplannen goedkeurt. | het Onderwijs, die de informaticaplannen goedkeurt. |
Art. 4.De drie centrumnetten stellen gezamenlijk minimumstandaarden |
Art. 4.De drie centrumnetten stellen gezamenlijk minimumstandaarden |
op waaraan de hard- en software van alle centra die deelnemen aan het | op waaraan de hard- en software van alle centra die deelnemen aan het |
tijdelijk project dient te voldoen om een maximale eenvormigheid | tijdelijk project dient te voldoen om een maximale eenvormigheid |
inzake registratie en uitwisselbaarheid van gegevens m.b.t. | inzake registratie en uitwisselbaarheid van gegevens m.b.t. |
leerlingenbegeleiding te kunnen realiseren. | leerlingenbegeleiding te kunnen realiseren. |
Deze minimumstandaarden worden uiterlijk op 1 april 2001 voorgelegd | Deze minimumstandaarden worden uiterlijk op 1 april 2001 voorgelegd |
aan de commissie bedoeld in artikel 5, § 1. Deze commissie brengt | aan de commissie bedoeld in artikel 5, § 1. Deze commissie brengt |
hierover uiterlijk op 15 mei 2001 een advies uit aan de minister | hierover uiterlijk op 15 mei 2001 een advies uit aan de minister |
bevoegd voor het Onderwijs, die de minimumatandaarden goedkeurt. De | bevoegd voor het Onderwijs, die de minimumatandaarden goedkeurt. De |
commissie houdt in haar advies rekening met : | commissie houdt in haar advies rekening met : |
- de coherentie van de minimumstandaarden; | - de coherentie van de minimumstandaarden; |
- de flexibiliteit van de minimumstandaarden in functie van | - de flexibiliteit van de minimumstandaarden in functie van |
toekomstgerichte ontwikkelingen; | toekomstgerichte ontwikkelingen; |
- de realiseerbaarbeid op korte, middellange en lange termijn. | - de realiseerbaarbeid op korte, middellange en lange termijn. |
Art. 5.§ 1. De informaticaplannen bedoeld in artikel 3 en de |
Art. 5.§ 1. De informaticaplannen bedoeld in artikel 3 en de |
minimumstandaarden bedoeld in artikel 4, worden voor advies voorgelegd | minimumstandaarden bedoeld in artikel 4, worden voor advies voorgelegd |
aan een commissie die als volgt is samengesteld : | aan een commissie die als volgt is samengesteld : |
1° twee vertegenwoordigers van het departement Onderwijs; | 1° twee vertegenwoordigers van het departement Onderwijs; |
2° twee vertegenwoordigers van het departement Welzijn, | 2° twee vertegenwoordigers van het departement Welzijn, |
Volksgezondheid en Cultuur; | Volksgezondheid en Cultuur; |
3° twee vertegenwoordigers van de CLB-inspectie; | 3° twee vertegenwoordigers van de CLB-inspectie; |
4° twee vertegenwoordigers van elk centrumnet. | 4° twee vertegenwoordigers van elk centrumnet. |
Deze commissie brengt advies uit over : | Deze commissie brengt advies uit over : |
1° de realiseerbaarheid van de ingediende informaticaplannen; | 1° de realiseerbaarheid van de ingediende informaticaplannen; |
2° de mate waarin geïnformatiseerde gegevens over de centra heen | 2° de mate waarin geïnformatiseerde gegevens over de centra heen |
uitwisselbaar zijn; | uitwisselbaar zijn; |
3° de afstemming van de geïnformatiseerde gegevens inzake overdracht | 3° de afstemming van de geïnformatiseerde gegevens inzake overdracht |
naar derden en naar het departement Onderwijs; | naar derden en naar het departement Onderwijs; |
4° de coherentie, eenvormigheid en flexibiliteit van de | 4° de coherentie, eenvormigheid en flexibiliteit van de |
minimumstandaarden. | minimumstandaarden. |
§ 2. Als de commissie negatief adviseert over een informaticaplan, | § 2. Als de commissie negatief adviseert over een informaticaplan, |
dient het betrokken centrum dit plan binnen de twintig kalenderdagen | dient het betrokken centrum dit plan binnen de twintig kalenderdagen |
volgend op het negatief advies, te herwerken en opnieuw voor advies | volgend op het negatief advies, te herwerken en opnieuw voor advies |
voor te leggen. Na een tweede negatief advies worden de uitbetaalde | voor te leggen. Na een tweede negatief advies worden de uitbetaalde |
bedragen van de eerste schijf van de informatiseringstoelage | bedragen van de eerste schijf van de informatiseringstoelage |
onmiddellijk teruggevorderd en vervalt de uitbetaling van de tweede en | onmiddellijk teruggevorderd en vervalt de uitbetaling van de tweede en |
derde schijf van de informatiseringstoelage definitief. Zolang het | derde schijf van de informatiseringstoelage definitief. Zolang het |
eerste advies niet positief is, worden de tweede en derde schijf van | eerste advies niet positief is, worden de tweede en derde schijf van |
de informatiseringstoelage niet uitbetaald. | de informatiseringstoelage niet uitbetaald. |
Art. 6.§ 1. De informatiseringstoelagen moeten in eerste instantie |
Art. 6.§ 1. De informatiseringstoelagen moeten in eerste instantie |
worden aangewend voor de aankoop van een geïntegreerd pakket met het | worden aangewend voor de aankoop van een geïntegreerd pakket met het |
oog op de ondersteuning van een geautomatiseerd registratiesysteem | oog op de ondersteuning van een geautomatiseerd registratiesysteem |
voor leerlingenbegeleiding. Voor dit geintegreerd pakket wordt door | voor leerlingenbegeleiding. Voor dit geintegreerd pakket wordt door |
centra van al de centrumnetten een gezamenlijke offerte uitgeschreven | centra van al de centrumnetten een gezamenlijke offerte uitgeschreven |
conform de bepalingen van artikel 4. Ieder centrum draagt naar rato | conform de bepalingen van artikel 4. Ieder centrum draagt naar rato |
van zijn lineair omkaderingsgewicht bij tot de aankoop van dit | van zijn lineair omkaderingsgewicht bij tot de aankoop van dit |
geïntegreerd pakket. | geïntegreerd pakket. |
§ 2. De informatiseringstoelagen kunnen bijkomend worden aangewend | § 2. De informatiseringstoelagen kunnen bijkomend worden aangewend |
voor : | voor : |
1° de aankoop of huur van de volgende hardwareproducten : | 1° de aankoop of huur van de volgende hardwareproducten : |
a) computers; | a) computers; |
b) netwerkinfrastructuur; | b) netwerkinfrastructuur; |
c) contract voor dienstverlening naverkoop; | c) contract voor dienstverlening naverkoop; |
d) printers; | d) printers; |
e) scanners; | e) scanners; |
f) modems; | f) modems; |
g) ISDN-kaart; | g) ISDN-kaart; |
2° de aankoop of huur van de volgende soitwareproducten | 2° de aankoop of huur van de volgende soitwareproducten |
a) systeemsoftware; | a) systeemsoftware; |
b) telecomsoftware; | b) telecomsoftware; |
c) bureauticapakketten : basissoftwarepakketten voor tekstverwerking, | c) bureauticapakketten : basissoftwarepakketten voor tekstverwerking, |
rekenbladen, databanken, presentatiepakketten. | rekenbladen, databanken, presentatiepakketten. |
§ 3. De informatiseringstoelagen kunnen eveneens worden gebruikt ter | § 3. De informatiseringstoelagen kunnen eveneens worden gebruikt ter |
vergoeding van tijdens het schooljaar 1999-2000 door de PMS- en | vergoeding van tijdens het schooljaar 1999-2000 door de PMS- en |
MST-centra gemaakte kosten indien deze aantoonbaar werden ingezet voor | MST-centra gemaakte kosten indien deze aantoonbaar werden ingezet voor |
de ondersteuning van de centra en binnen de doelstellingen van dit | de ondersteuning van de centra en binnen de doelstellingen van dit |
project. | project. |
Art. 7.Het tijdelijk project wordt administratief en financieel |
Art. 7.Het tijdelijk project wordt administratief en financieel |
beheerd door het departement Onderwijs van het Ministerie van de | beheerd door het departement Onderwijs van het Ministerie van de |
Vlaamse Gemeenschap. | Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 8.De centra rapporteren uiterlijk op 31 december 2003 over de |
Art. 8.De centra rapporteren uiterlijk op 31 december 2003 over de |
aanwending van de informatiseringstoelagen aan het departement | aanwending van de informatiseringstoelagen aan het departement |
Onderwijs. | Onderwijs. |
Tussentijdse evaluatierapporten worden bezorgd : | Tussentijdse evaluatierapporten worden bezorgd : |
- uiterlijk op 30 september 2001; | - uiterlijk op 30 september 2001; |
- uiterlijk op 30 september 2002. | - uiterlijk op 30 september 2002. |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor Gezondheidsbeleid, en de |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor Gezondheidsbeleid, en de |
Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, zijn belast met de | Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, zijn belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 12 januari 2001. | Brussel, 12 januari 2001. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, | De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, |
Mevr. M. VOGELS | Mevr. M. VOGELS |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, |
Mevr. M. VANDERPOORTEN | Mevr. M. VANDERPOORTEN |