Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 10/10/2003
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel "
Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
10 OKTOBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering houdende 10 OKTOBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering houdende
organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse
Gewest en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van Gewest en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van
het personeel het personeel
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het Gelet op het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het
beheer van afvalstoffen, inzonderheid op artikel 38, §§ 2 tot 4, beheer van afvalstoffen, inzonderheid op artikel 38, §§ 2 tot 4,
gewijzigd bij decreet van 7 juli 1998; gewijzigd bij decreet van 7 juli 1998;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende
de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse
openbare instellingen, zoals tot op heden gewijzigd; openbare instellingen, zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op het advies van de directieraad, gegeven op 25 oktober 2001; Gelet op het advies van de directieraad, gegeven op 25 oktober 2001;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting,
gegeven op 28 mei 2003; gegeven op 28 mei 2003;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor
Ambtenarenzaken, gegeven op 27 juni 2002; Ambtenarenzaken, gegeven op 27 juni 2002;
Gelet op het protocol nr 201.618 van 7 juli 2003 van het Sectorcomité Gelet op het protocol nr 201.618 van 7 juli 2003 van het Sectorcomité
XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaamse Gewest; XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaamse Gewest;
Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering, op 13 juni 2003 Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering, op 13 juni 2003
betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State; betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 27 augustus Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 27 augustus
2003, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, 1o, van de 2003, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, 1o, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en
Ontwikkelingssamenwerking; Ontwikkelingssamenwerking;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
DEEL I. - TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN DEEL I. - TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN
TITEL 1. - Toepassingsgebied TITEL 1. - Toepassingsgebied
Artikel I 1 . Onverminderd de bepalingen van het besluit van de Artikel I 1 . Onverminderd de bepalingen van het besluit van de
Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de
rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare
instellingen, is dit besluit van toepassing op het personeel van de instellingen, is dit besluit van toepassing op het personeel van de
Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest. Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest.
TITEL 2. - Algemene bepalingen TITEL 2. - Algemene bepalingen
Art. I 2. Onverminderd de bepalingen van het stambesluit VOI wordt Art. I 2. Onverminderd de bepalingen van het stambesluit VOI wordt
voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : voor de toepassing van dit besluit verstaan onder :
1. het stambesluit VOI : het besluit van de Vlaamse regering van 30 1. het stambesluit VOI : het besluit van de Vlaamse regering van 30
juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel
van sommige Vlaamse openbare instellingen, zoals gewijzigd; van sommige Vlaamse openbare instellingen, zoals gewijzigd;
2. de instelling : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het 2. de instelling : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het
Vlaamse Gewest; Vlaamse Gewest;
Art. I. 3. Onverminderd artikel I.3 § 2 van het stambesluit VOI kan de Art. I. 3. Onverminderd artikel I.3 § 2 van het stambesluit VOI kan de
leidend ambtenaar de bevoegdheden die hem worden toegewezen op leidend ambtenaar de bevoegdheden die hem worden toegewezen op
individuele wijze delegeren aan de adjunct-leidend ambtenaar, aan individuele wijze delegeren aan de adjunct-leidend ambtenaar, aan
afdelingshoofden of aan individuele personeelsleden. De afdelingshoofden of aan individuele personeelsleden. De
adjunct-leidend ambtenaar en de afdelingshoofden kunnen op hun beurt adjunct-leidend ambtenaar en de afdelingshoofden kunnen op hun beurt
de hen gedelegeerde of de hen in dit besluit toegewezen bevoegdheden de hen gedelegeerde of de hen in dit besluit toegewezen bevoegdheden
delegeren aan de onder hun gezag staande personeelsleden. delegeren aan de onder hun gezag staande personeelsleden.
Art. I 4. Elke wijziging of aanvulling aan dit besluit wordt Art. I 4. Elke wijziging of aanvulling aan dit besluit wordt
onderworpen aan het voorafgaand advies van de directieraad van de onderworpen aan het voorafgaand advies van de directieraad van de
instelling. Het advies moet worden gegeven binnen de 30 kalenderdagen instelling. Het advies moet worden gegeven binnen de 30 kalenderdagen
nadat er om verzocht werd tenzij een andere termijn wordt bepaald die nadat er om verzocht werd tenzij een andere termijn wordt bepaald die
niet korter mag zijn dan 15 kalenderdagen. Deze termijnen worden niet korter mag zijn dan 15 kalenderdagen. Deze termijnen worden
opgeschort in de maand augustus. Indien het advies niet binnen deze opgeschort in de maand augustus. Indien het advies niet binnen deze
termijn is gegeven, mag aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan. termijn is gegeven, mag aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.
DEEL II. - ORGANISATIE EN WERKING VAN DE INSTELLING DEEL II. - ORGANISATIE EN WERKING VAN DE INSTELLING
TITEL 1. - De directieraad TITEL 1. - De directieraad
Art. II 1 . Onverminderd zijn bevoegdheid voortvloeiend uit het Art. II 1 . Onverminderd zijn bevoegdheid voortvloeiend uit het
stambesluit VOI, beraadslaagt de directieraad over : stambesluit VOI, beraadslaagt de directieraad over :
1. Beleidsvoorstellen en problemen inzake beleidsuitvoering; 1. Beleidsvoorstellen en problemen inzake beleidsuitvoering;
2. Bevoegdheidsgeschillen aangaande het bestuur binnen de instelling. 2. Bevoegdheidsgeschillen aangaande het bestuur binnen de instelling.
De directieraad kan op eigen initiatief of op verzoek van een lid, ten De directieraad kan op eigen initiatief of op verzoek van een lid, ten
allen tijde, deskundigen uitnodigen met het oog op een technische of allen tijde, deskundigen uitnodigen met het oog op een technische of
inhoudelijke toelichting bij de bespreking van een specifiek probleem. inhoudelijke toelichting bij de bespreking van een specifiek probleem.
Art. II 2. De voorzitter van de directieraad wijst een ambtenaar van Art. II 2. De voorzitter van de directieraad wijst een ambtenaar van
niveau A aan die de functie van secretaris uitoefent. De secretaris is niveau A aan die de functie van secretaris uitoefent. De secretaris is
niet stemgerechtigd. niet stemgerechtigd.
TITEL 2. - De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar TITEL 2. - De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar
Art. II 3. De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar Art. II 3. De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar
beschikken over een secretariaat. beschikken over een secretariaat.
Art. II 4. § 1. De leidend ambtenaar is verantwoordelijk voor de Art. II 4. § 1. De leidend ambtenaar is verantwoordelijk voor de
organisatie en het bestuur van de instelling. Hij coördineert de organisatie en het bestuur van de instelling. Hij coördineert de
werkzaamheden en is belast met het toezicht op de werking ervan. werkzaamheden en is belast met het toezicht op de werking ervan.
Daartoe worden hem alle bevoegdheden van interne orde en dagelijks Daartoe worden hem alle bevoegdheden van interne orde en dagelijks
bestuur, met inbegrip van de vertegenwoordiging van de instelling in bestuur, met inbegrip van de vertegenwoordiging van de instelling in
en buiten recht, en met uitzondering van de in paragraaf 2 opgesomde en buiten recht, en met uitzondering van de in paragraaf 2 opgesomde
handelingen, gedelegeerd. handelingen, gedelegeerd.
§ 2. Volgende handelingen moeten aan de Vlaamse minister, ter § 2. Volgende handelingen moeten aan de Vlaamse minister, ter
voorafgaandelijke goedkeuring of ondertekening worden voorgelegd : voorafgaandelijke goedkeuring of ondertekening worden voorgelegd :
1o alle briefwisseling met federale ministers of staatssecretarissen 1o alle briefwisseling met federale ministers of staatssecretarissen
en met ministers van gemeenschaps- of gewestregeringen en met ministers van gemeenschaps- of gewestregeringen
2o zendingsopdrachten van de leidend ambtenaar van méér dan 3 dagen 2o zendingsopdrachten van de leidend ambtenaar van méér dan 3 dagen
naar het buitenland. naar het buitenland.
Art. II 5. De adjunct-leidend ambtenaar is, binnen zijn bevoegdheden, Art. II 5. De adjunct-leidend ambtenaar is, binnen zijn bevoegdheden,
mede verantwoordelijk voor het bestuur van de instelling. mede verantwoordelijk voor het bestuur van de instelling.
Hij rapporteert periodiek aan de leidend ambtenaar over het gebruik Hij rapporteert periodiek aan de leidend ambtenaar over het gebruik
van de aan hem gedelegeerde bevoegdheden. van de aan hem gedelegeerde bevoegdheden.
Art. II 6 . De leidend ambtenaar is bevoegd om, in het kader van de Art. II 6 . De leidend ambtenaar is bevoegd om, in het kader van de
algemene werking van de instelling, bestekken voor werken, leveringen algemene werking van de instelling, bestekken voor werken, leveringen
of diensten of de bescheiden die ze vervangen goed te keuren, de wijze of diensten of de bescheiden die ze vervangen goed te keuren, de wijze
te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, opdrachten voor de te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, opdrachten voor de
aanneming van werken, leveringen of diensten te gunnen en in te staan aanneming van werken, leveringen of diensten te gunnen en in te staan
voor de uitvoering ervan. Deze machtiging geldt slechts binnen de voor de uitvoering ervan. Deze machtiging geldt slechts binnen de
perken van de geopende kredieten en van de volgende ramingen of perken van de geopende kredieten en van de volgende ramingen of
bedragen : bedragen :
1o maximum 250.000 euro in geval van een openbare aanbesteding of een 1o maximum 250.000 euro in geval van een openbare aanbesteding of een
algemene offerteaanvraag; algemene offerteaanvraag;
2o maximum 125.000 euro in geval van een beperkte aanbesteding of een 2o maximum 125.000 euro in geval van een beperkte aanbesteding of een
beperkte offerteaanvraag; beperkte offerteaanvraag;
3o maximum 31.000 euro in geval van een onderhandse opdracht. 3o maximum 31.000 euro in geval van een onderhandse opdracht.
Hij staat bovendien in voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten Hij staat bovendien in voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten
voor de aanneming van werken, leveringen of diensten die in het kader voor de aanneming van werken, leveringen of diensten die in het kader
van het functioneren van de instelling werden gegund door de Vlaamse van het functioneren van de instelling werden gegund door de Vlaamse
regering of het bevoegde lid ervan. Onder eenvoudige uitvoering dient regering of het bevoegde lid ervan. Onder eenvoudige uitvoering dient
te worden verstaan het treffen van alle maatregelen en beslissingen te worden verstaan het treffen van alle maatregelen en beslissingen
met het oog op de verwezenlijking van de opdracht binnen de perken van met het oog op de verwezenlijking van de opdracht binnen de perken van
de aanneming, met uitzondering van de maatregelen en beslissingen die de aanneming, met uitzondering van de maatregelen en beslissingen die
een beoordeling vanwege de gunnende overheid vereisen. een beoordeling vanwege de gunnende overheid vereisen.
Hij is tevens bevoegd om : Hij is tevens bevoegd om :
1o met betrekking tot de in het eerste lid vermelde opdrachten : 1o met betrekking tot de in het eerste lid vermelde opdrachten :
a) gemotiveerde afwijkingen toe te staan op de essentiële bepalingen a) gemotiveerde afwijkingen toe te staan op de essentiële bepalingen
en voorwaarden, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit en voorwaarden, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit
van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels
van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken; van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;
b) boeten kwijt te schelden; b) boeten kwijt te schelden;
2o met betrekking tot de in het eerste en het tweede lid vermelde 2o met betrekking tot de in het eerste en het tweede lid vermelde
opdrachten : opdrachten :
a) prijsherzieningen, voortvloeiend uit de betrokken overeenkomsten, a) prijsherzieningen, voortvloeiend uit de betrokken overeenkomsten,
goed te keuren zonder beperking van bedrag; goed te keuren zonder beperking van bedrag;
b) verrekeningen, andere dan voormelde herzieningen, goed te keuren in b) verrekeningen, andere dan voormelde herzieningen, goed te keuren in
zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 25 % voortvloeien zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 25 % voortvloeien
en ze 31.000 euro niet overschrijden; en ze 31.000 euro niet overschrijden;
3o uitgaven voor het functioneren van de instelling goed te keuren, 3o uitgaven voor het functioneren van de instelling goed te keuren,
die buiten de toepassing vallen van de wetgeving op de die buiten de toepassing vallen van de wetgeving op de
overheidsopdrachten : onbeperkt voor portkosten, telefoonrekeningen en overheidsopdrachten : onbeperkt voor portkosten, telefoonrekeningen en
voor de levering van water, gas en elektriciteit, en voor uitgaven die voor de levering van water, gas en elektriciteit, en voor uitgaven die
voortvloeien uit vonnissen en arresten; beperkt tot een bedrag van voortvloeien uit vonnissen en arresten; beperkt tot een bedrag van
maximum 25.000 euro per beslissing in andere gevallen. Deze maximum 25.000 euro per beslissing in andere gevallen. Deze
bevoegdheid geldt niet voor uitgaven die voortvloeien uit dadingen of bevoegdheid geldt niet voor uitgaven die voortvloeien uit dadingen of
schulderkenningen. schulderkenningen.
De in de vorige leden vermelde bedragen zijn exclusief de belasting De in de vorige leden vermelde bedragen zijn exclusief de belasting
over de toegevoegde waarde. over de toegevoegde waarde.
TITEL 3. - Het afdelingshoofd TITEL 3. - Het afdelingshoofd
Art. II 7 . Het afdelingshoofd rapporteert periodiek aan de leidend Art. II 7 . Het afdelingshoofd rapporteert periodiek aan de leidend
ambtenaar over het gebruik van de aan hem gedelegeerde bevoegdheden. ambtenaar over het gebruik van de aan hem gedelegeerde bevoegdheden.
DEEL VIII. - DE ADMINISTRATIEVE LOOPBAAN DEEL VIII. - DE ADMINISTRATIEVE LOOPBAAN
TITEL 1. - De personeelsformatie en de hiërarchie van de graden TITEL 1. - De personeelsformatie en de hiërarchie van de graden
Art. VIII 1 . Ter uitvoering van artikel VIII 7, 2de lid van het Art. VIII 1 . Ter uitvoering van artikel VIII 7, 2de lid van het
stambesluit VOI worden in bijlage 1 bij onderhavig besluit de stambesluit VOI worden in bijlage 1 bij onderhavig besluit de
instellingsspecifieke graden opgenomen, verdeeld over de rangen en de instellingsspecifieke graden opgenomen, verdeeld over de rangen en de
niveaus, waarvan de ambtenaren van de instelling titularis kunnen niveaus, waarvan de ambtenaren van de instelling titularis kunnen
zijn. zijn.
TITEL 2. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de administratieve TITEL 2. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de administratieve
loopbaan loopbaan
Art. VIII 2. Ter uitvoering van artikel VIII 83, tweede lid van het Art. VIII 2. Ter uitvoering van artikel VIII 83, tweede lid van het
stambesluit VOI wordt in bijlage 2 bij onderhavig besluit voor de stambesluit VOI wordt in bijlage 2 bij onderhavig besluit voor de
instellingsspecifieke graden vastgesteld op welke wijze zij worden instellingsspecifieke graden vastgesteld op welke wijze zij worden
begeven met de eventuele aanduiding van de aanvullende en bijzondere begeven met de eventuele aanduiding van de aanvullende en bijzondere
voorwaarden inzake de beroepskwalificatie alsmede voor elke voorwaarden inzake de beroepskwalificatie alsmede voor elke
bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe verlenen. bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe verlenen.
TITEL 3. - Overgangsbepalingen TITEL 3. - Overgangsbepalingen
Art. VIII 3 . De ambtenaar die wat betreft vergelijkende examens voor Art. VIII 3 . De ambtenaar die wat betreft vergelijkende examens voor
de overgang naar een hoger niveau, gestart na 1 januari 1995 de overgang naar een hoger niveau, gestart na 1 januari 1995
vrijstellingen behaalde voor één of meer examengedeelten of vakken vrijstellingen behaalde voor één of meer examengedeelten of vakken
behoudt deze vrijstellingen overeenkomstig de bepalingen van de behoudt deze vrijstellingen overeenkomstig de bepalingen van de
rechtspositieregeling die op dat ogenblik op hem van toepassing was. rechtspositieregeling die op dat ogenblik op hem van toepassing was.
Art. VIII 4 . § 1. De programmeurs 2de klasse die op 1 januari 1995 in Art. VIII 4 . § 1. De programmeurs 2de klasse die op 1 januari 1995 in
dienst waren bij de instelling en ambtshalve benoemd zijn in de graad dienst waren bij de instelling en ambtshalve benoemd zijn in de graad
van technicus kunnen mits zij slagen voor een bijzonder vergelijkend van technicus kunnen mits zij slagen voor een bijzonder vergelijkend
overgangsexamen, waaraan zij tweemaal mogen deelnemen, benoemd worden overgangsexamen, waaraan zij tweemaal mogen deelnemen, benoemd worden
in de graad van programmeur. in de graad van programmeur.
§ 2. Het bijzonder vergelijkend overgangsexamen bedoeld in artikel § 2. Het bijzonder vergelijkend overgangsexamen bedoeld in artikel
VIII, 18 bestaat uit twee examengedeelten, namelijk een algemeen VIII, 18 bestaat uit twee examengedeelten, namelijk een algemeen
examen en een bijzonder examen. Alleen de kandidaten die geslaagd zijn examen en een bijzonder examen. Alleen de kandidaten die geslaagd zijn
voor het algemene gedeelte worden tot het bijzondere gedeelte voor het algemene gedeelte worden tot het bijzondere gedeelte
toegelaten. toegelaten.
Het algemene gedeelte bestaat uit het samenvatten en commentariëren Het algemene gedeelte bestaat uit het samenvatten en commentariëren
van een tekst, of uit het opstellen van een verslag over een van een tekst, of uit het opstellen van een verslag over een
aangelegenheid die verband houdt met de functie. aangelegenheid die verband houdt met de functie.
Het bijzondere gedeelte heeft tot doel te toetsen : hetzij de algemene Het bijzondere gedeelte heeft tot doel te toetsen : hetzij de algemene
vorming van de kandidaat, hetzij zijn kennis van bepaalde vakken, vorming van de kandidaat, hetzij zijn kennis van bepaalde vakken,
hetzij de vaardigheden vereist voor het uitoefenen van de functie, hetzij de vaardigheden vereist voor het uitoefenen van de functie,
hetzij verschillende van deze elementen samen. hetzij verschillende van deze elementen samen.
Art. VIII 5. De ambtenaren met de vroegere graad van bestuursdirecteur Art. VIII 5. De ambtenaren met de vroegere graad van bestuursdirecteur
en inspecteur-generaal mogen de titel bestuursdirecteur of en inspecteur-generaal mogen de titel bestuursdirecteur of
inspecteur-generaal blijven dragen. inspecteur-generaal blijven dragen.
Art. VIII 6 De anciënniteit die de ambtenaar van de instelling Art. VIII 6 De anciënniteit die de ambtenaar van de instelling
verworven heeft op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, verworven heeft op de datum van inwerkingtreding van dit besluit,
krachtens een reglementaire bepaling die op hem van toepassing was, krachtens een reglementaire bepaling die op hem van toepassing was,
blijft behouden. blijft behouden.
DEEL XIII. - GELDELIJK STATUUT DEEL XIII. - GELDELIJK STATUUT
TITEL I. - Vaststelling van de salarisschalen TITEL I. - Vaststelling van de salarisschalen
Art. XIII 1 . Aanvullend op de bepaling van art. XIII 32 van het Art. XIII 1 . Aanvullend op de bepaling van art. XIII 32 van het
stambesluit VOI worden aan de volgende graden de salarisschalen stambesluit VOI worden aan de volgende graden de salarisschalen
verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercodes : verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercodes :
1o algemeen personeel 1o algemeen personeel
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
TITEL 2. - Toelagen TITEL 2. - Toelagen
HOOFDSTUK I. - Toelagen aan specifieke categorieën van personeel HOOFDSTUK I. - Toelagen aan specifieke categorieën van personeel
Art. XIII 2. § 1. Van de toezichthoudende ambtenaren aangesteld in Art. XIII 2. § 1. Van de toezichthoudende ambtenaren aangesteld in
uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 17 december uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 17 december
1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming 1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming
en beheer, belast met het toezicht en de controle voortvloeiend uit en beheer, belast met het toezicht en de controle voortvloeiend uit
het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer
van afvalstoffen, en/of aangesteld in uitvoering van het decreet van van afvalstoffen, en/of aangesteld in uitvoering van het decreet van
22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, belast met het toezicht 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, belast met het toezicht
en de controle voortvloeiend uit dit decreet, kan geëist worden dat en de controle voortvloeiend uit dit decreet, kan geëist worden dat
zij : zij :
1o permanent beschikbaar zijn voor het uitvoeren van opgevorderde 1o permanent beschikbaar zijn voor het uitvoeren van opgevorderde
controles of voor het geven van gevolg aan dringende oproepen; controles of voor het geven van gevolg aan dringende oproepen;
2o de geplande controles buiten de normale diensturen uitvoeren die 2o de geplande controles buiten de normale diensturen uitvoeren die
ook kunnen bestaan uit nachtwerk of uit werk op een zaterdag, een ook kunnen bestaan uit nachtwerk of uit werk op een zaterdag, een
zondag of een feestdag, zoals bepaald overeenkomstig art. XI 12 van zondag of een feestdag, zoals bepaald overeenkomstig art. XI 12 van
het stambesluit VOI. het stambesluit VOI.
§ 2. Iedere toezichthoudende ambtenaar van niveau B, C en A tot en met § 2. Iedere toezichthoudende ambtenaar van niveau B, C en A tot en met
de rang A1 kan er aldus toe gehouden zijn per kwartaal deel te nemen de rang A1 kan er aldus toe gehouden zijn per kwartaal deel te nemen
aan minimum 21 opgevorderde en/of geplande controles buiten de normale aan minimum 21 opgevorderde en/of geplande controles buiten de normale
diensturen en als volgt verdeeld : diensturen en als volgt verdeeld :
6 controles tussen 00.00 uur en 08.00 uur; 6 controles tussen 00.00 uur en 08.00 uur;
12 controles tussen 17.00 uur en 01.00 uur; 12 controles tussen 17.00 uur en 01.00 uur;
3 controles op zaterdagen, zondagen of feestdagen. 3 controles op zaterdagen, zondagen of feestdagen.
De toezichthoudende ambtenaren van rang A2 die als begeleider en De toezichthoudende ambtenaren van rang A2 die als begeleider en
coördinator werken in een systeem van permanente beschikbaarheid coördinator werken in een systeem van permanente beschikbaarheid
moeten per kwartaal deelnemen aan minimum 7 opgevorderde en/of moeten per kwartaal deelnemen aan minimum 7 opgevorderde en/of
geplande controles buiten de normale diensturen en als volgt verdeeld geplande controles buiten de normale diensturen en als volgt verdeeld
: :
2 controles tussen 00.00 uur en 08.00 uur; 2 controles tussen 00.00 uur en 08.00 uur;
4 controles tussen 17.00 uur en 01.00 uur; 4 controles tussen 17.00 uur en 01.00 uur;
1 controle op zaterdagen, zondagen en feestdagen. 1 controle op zaterdagen, zondagen en feestdagen.
§ 3. De hiervoor vermelde toezichthoudende ambtenaren ontvangen voor § 3. De hiervoor vermelde toezichthoudende ambtenaren ontvangen voor
de in § 2 bedoelde opdrachten een buitengewone toelage. de in § 2 bedoelde opdrachten een buitengewone toelage.
De toelage bedraagt 431,76 euro (100 %) per maand voor de De toelage bedraagt 431,76 euro (100 %) per maand voor de
toezichthoudende ambtenaren van niveau B, van niveau C en van niveau A toezichthoudende ambtenaren van niveau B, van niveau C en van niveau A
tot en met de rang A1 en 215,87 euro (100 %) per maand voor de tot en met de rang A1 en 215,87 euro (100 %) per maand voor de
toezichthoudende ambtenaren van rang A2. Ze worden maandelijks toezichthoudende ambtenaren van rang A2. Ze worden maandelijks
tegelijkertijd met het salaris uitgekeerd. tegelijkertijd met het salaris uitgekeerd.
De staat met vermelding van de verrichte prestaties wordt per kwartaal De staat met vermelding van de verrichte prestaties wordt per kwartaal
voorgelegd en gecontroleerd door de bevoegde hiërarchische meerdere. voorgelegd en gecontroleerd door de bevoegde hiërarchische meerdere.
§ 4. Ingeval het aantal vereiste controleopdrachten, zoals vermeld in § 4. Ingeval het aantal vereiste controleopdrachten, zoals vermeld in
§ 2 niet wordt bereikt wegens jaarlijkse vakantie, voor zover die een § 2 niet wordt bereikt wegens jaarlijkse vakantie, voor zover die een
aaneengesloten periode van minstens 2 weken omvat, ziekte, gewettigde aaneengesloten periode van minstens 2 weken omvat, ziekte, gewettigde
afwezigheid of verminderde prestaties, wordt de toelage voor de afwezigheid of verminderde prestaties, wordt de toelage voor de
betrokken periode pro rata van de prestaties uitbetaald. betrokken periode pro rata van de prestaties uitbetaald.
In alle andere gevallen dat het aantal vereiste controleopdrachten In alle andere gevallen dat het aantal vereiste controleopdrachten
zoals gesteld in § 2 niet wordt bereikt, dient het tekort zoals gesteld in § 2 niet wordt bereikt, dient het tekort
gecompenseerd te worden in het volgende kwartaal. gecompenseerd te worden in het volgende kwartaal.
Indien het aantal vereiste controleopdrachten zoals gesteld in § 2 om Indien het aantal vereiste controleopdrachten zoals gesteld in § 2 om
andere redenen dan vermeld onder 1o en 2o niet wordt bereikt, wordt de andere redenen dan vermeld onder 1o en 2o niet wordt bereikt, wordt de
toelage van het betrokken kwartaal in mindering gebracht op de toelage toelage van het betrokken kwartaal in mindering gebracht op de toelage
van de volgende kwartalen of teruggevorderd. van de volgende kwartalen of teruggevorderd.
§ 5. Deze toelage is niet samen te voegen met andere toelagen voor § 5. Deze toelage is niet samen te voegen met andere toelagen voor
overuren en zaterdag-, zondags- en nachtwerk en/of met toelagen voor overuren en zaterdag-, zondags- en nachtwerk en/of met toelagen voor
gevaarlijk, ongezond en hinderlijk werk, waarop sommige van deze gevaarlijk, ongezond en hinderlijk werk, waarop sommige van deze
personeelsleden aanspraak zouden kunnen maken. personeelsleden aanspraak zouden kunnen maken.
§ 6. Deze toelage volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer, § 6. Deze toelage volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer,
overeenkomstig de bepalingen van artikel XIII 22 van het stambesluit overeenkomstig de bepalingen van artikel XIII 22 van het stambesluit
VOI VOI
HOOFDSTUK II. - Toelage voor gevaarlijk-, ongezond- of hinderlijk werk HOOFDSTUK II. - Toelage voor gevaarlijk-, ongezond- of hinderlijk werk
Art. XIII 3. De lijst van werken die als gevaarlijk, ongezond of Art. XIII 3. De lijst van werken die als gevaarlijk, ongezond of
hinderlijk worden beschouwd wordt gevoegd in bijlage 3 bij dit hinderlijk worden beschouwd wordt gevoegd in bijlage 3 bij dit
besluit. besluit.
TITEL 3. - Sociale voordelen - maaltijdcheques TITEL 3. - Sociale voordelen - maaltijdcheques
Art. XIII 4. Aan de personeelsleden van de instelling kunnen in Art. XIII 4. Aan de personeelsleden van de instelling kunnen in
uitvoering van de desbetreffende reglementering en inzonderheid deze uitvoering van de desbetreffende reglementering en inzonderheid deze
van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december
1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders
maaltijdcheques worden toegekend. maaltijdcheques worden toegekend.
Deze regeling is niet cumuleerbaar met de maaltijdvergoeding bedoeld Deze regeling is niet cumuleerbaar met de maaltijdvergoeding bedoeld
in artikel XIII 104novies van het stambesluit van 30 juni 2000. in artikel XIII 104novies van het stambesluit van 30 juni 2000.
TITEL 4. - Verhoogde rente in geval van arbeidsongeval en ongeval op TITEL 4. - Verhoogde rente in geval van arbeidsongeval en ongeval op
de weg naar en van het werk. de weg naar en van het werk.
Art. XIII 5. Voor de toepassing van de wet van 3 juli 1967 betreffende Art. XIII 5. Voor de toepassing van de wet van 3 juli 1967 betreffende
de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor
ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de
overheidssector wordt de rente in geval van blijvende invaliditeit en overheidssector wordt de rente in geval van blijvende invaliditeit en
ingeval van overlijden, toegekend ingevolge van een arbeidsongeval of ingeval van overlijden, toegekend ingevolge van een arbeidsongeval of
een ongeval op de weg naar en van het werk, berekend op basis van de een ongeval op de weg naar en van het werk, berekend op basis van de
jaarlijkse bezoldiging van het personeelslid, beperkt tot 74.368,06 jaarlijkse bezoldiging van het personeelslid, beperkt tot 74.368,06
euro per jaar en per persoon, voor de periode van 1 januari 1982 tot euro per jaar en per persoon, voor de periode van 1 januari 1982 tot
31 december 1996 en beperkt tot 123.946,76 euro per jaar en per 31 december 1996 en beperkt tot 123.946,76 euro per jaar en per
persoon, vanaf 1 januari 1997. persoon, vanaf 1 januari 1997.
TITEL 5. - Overgangsbepaling TITEL 5. - Overgangsbepaling
Art. XIII 6 . De ambtenaar die op 30 september 2000 een Art. XIII 6 . De ambtenaar die op 30 september 2000 een
overgangssalarisschaal genoot behoudt deze salarisschaal tot een overgangssalarisschaal genoot behoudt deze salarisschaal tot een
organieke salarisschaal hem voordeliger wordt. organieke salarisschaal hem voordeliger wordt.
In het geval dat de in het eerste lid bedoelde ambtenaar bevordert in In het geval dat de in het eerste lid bedoelde ambtenaar bevordert in
graad of in salarisschaal is artikel XIII 19 § 1 van het stambesluit graad of in salarisschaal is artikel XIII 19 § 1 van het stambesluit
VOI van toepassing. VOI van toepassing.
Art. XIII 7. De informaticus in dienst op 31 mei 1995 die de Art. XIII 7. De informaticus in dienst op 31 mei 1995 die de
overgangsschaal A 131 of A 132 geniet, bekomt bij bevordering in overgangsschaal A 131 of A 132 geniet, bekomt bij bevordering in
salarisschaal de overgangsschalen A 125 en A 126, respectievelijk A salarisschaal de overgangsschalen A 125 en A 126, respectievelijk A
127. 127.
DEEL XV. - ALGEMENE OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN DEEL XV. - ALGEMENE OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
TITEL 1. - Overgangsbepaling TITEL 1. - Overgangsbepaling
Art. XV. 1 . Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot Art. XV. 1 . Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot
31 december 2001 gelden voor de artikelen van dit besluit vermeld in 31 december 2001 gelden voor de artikelen van dit besluit vermeld in
de eerste kolom de bedragen in Belgische frank die in de derde kolom de eerste kolom de bedragen in Belgische frank die in de derde kolom
worden vermeld. worden vermeld.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
TITEL 2. - Opheffingsbepalingen TITEL 2. - Opheffingsbepalingen
Art. XV 2 . Het besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 Art. XV 2 . Het besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999
houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het
Vlaamse Gewest en de regeling van de rechtspositie van het personeel, Vlaamse Gewest en de regeling van de rechtspositie van het personeel,
gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 februari 2002 gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 februari 2002
wordt opgeheven wat betreft de delen die niet strijdig zijn met het wordt opgeheven wat betreft de delen die niet strijdig zijn met het
stambesluit VOI, met ingang van 1 oktober 2000, uitgezonderd artikel stambesluit VOI, met ingang van 1 oktober 2000, uitgezonderd artikel
VII 34, dat wordt opgeheven met ingang van 1 juni 2001. VII 34, dat wordt opgeheven met ingang van 1 juni 2001.
TITEL 3. - Algemene slotbepalingen TITEL 3. - Algemene slotbepalingen
Art. XV 3 . Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2000, behalve Art. XV 3 . Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2000, behalve
de hierna vermelde delen, titels, hoofdstukken of artikelen die in de hierna vermelde delen, titels, hoofdstukken of artikelen die in
werking treden op de ernaast vermelde datum : werking treden op de ernaast vermelde datum :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. XV 4. De Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu, is belast met Art. XV 4. De Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu, is belast met
de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 10 oktober 2003. Brussel, 10 oktober 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en
Ontwikkelingssamenwerking, Ontwikkelingssamenwerking,
L. SANNEN L. SANNEN
Bijlage 1 Bijlage 1
INDELING VAN DE BETREKKINGEN PER RANG INDELING VAN DE BETREKKINGEN PER RANG
Niveau A Niveau A
Rang A1 : geoloog Rang A1 : geoloog
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
van 10 oktober 2003 houdende organisatie van de Openbare van 10 oktober 2003 houdende organisatie van de Openbare
Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de
instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel. instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel.
Brussel, 10 oktober 2003. Brussel, 10 oktober 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en
Ontwikkelingssamenwerking, Ontwikkelingssamenwerking,
L. SANNEN L. SANNEN
Bijlage 2 Bijlage 2
Art. VIII 16 Art. VIII 16
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
van 10 oktober 2003 houdende organisatie van de Openbare van 10 oktober 2003 houdende organisatie van de Openbare
Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de
instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel. instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel.
Brussel, 10 oktober 2003. Brussel, 10 oktober 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en
Ontwikkelingssamenwerking, Ontwikkelingssamenwerking,
L. SANNEN L. SANNEN
Bijlage 3 Bijlage 3
LIJST VAN GEVAARLIJKE, ONGEZONDE OF HINDERLIJKE WERKEN LIJST VAN GEVAARLIJKE, ONGEZONDE OF HINDERLIJKE WERKEN
1. werk met of in water, in stof, vuur, slijk of roet met uitsluiting 1. werk met of in water, in stof, vuur, slijk of roet met uitsluiting
van de normale onderhoudsactiviteiten van lokalen, en van de normale onderhoudsactiviteiten van lokalen, en
keukenactiviteiten; keukenactiviteiten;
2. werken langs voor het verkeer toegankelijke wegen; 2. werken langs voor het verkeer toegankelijke wegen;
3. inspecties of bedrijfsbezoeken die gepaard gaan met het betreden 3. inspecties of bedrijfsbezoeken die gepaard gaan met het betreden
van risicovolle installaties; woning- en bedrijfsinspecties in van risicovolle installaties; woning- en bedrijfsinspecties in
onhygiënische omstandigheden; onhygiënische omstandigheden;
4. werk met bijtende, giftige, radioactieve of schadelijke stoffen, 4. werk met bijtende, giftige, radioactieve of schadelijke stoffen,
zuren of gassen; zuren of gassen;
5. werk in vervuilde lucht; 5. werk in vervuilde lucht;
6. het herstellen of reinigen van aalputten, afvoerleidingen van 6. het herstellen of reinigen van aalputten, afvoerleidingen van
W.C.'s of waterplaatsen; W.C.'s of waterplaatsen;
7. werk op ladders, masten of stellingen of met de heflift vanaf 2 7. werk op ladders, masten of stellingen of met de heflift vanaf 2
meter hoogte; meter hoogte;
8. werk met sneldraaiende machines; 8. werk met sneldraaiende machines;
9. werk aan elektrische installaties die onder spanning staan; 9. werk aan elektrische installaties die onder spanning staan;
10. werk aan in dienst zijnde verwarmings- of stookinstallaties; 10. werk aan in dienst zijnde verwarmings- of stookinstallaties;
11. het lassen van metalen stukken; 11. het lassen van metalen stukken;
12. werk met de betonbreekhamer, de steenboor, de betonboorhamer; 12. werk met de betonbreekhamer, de steenboor, de betonboorhamer;
13. werk of loopwerk op platformen of richels zonder leuningen; 13. werk of loopwerk op platformen of richels zonder leuningen;
14. isolatiewerk met los glaswol; 14. isolatiewerk met los glaswol;
15. werk in lawaai van minstens 160 decibel. 15. werk in lawaai van minstens 160 decibel.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
van 10 oktober 2003, houdende organisatie van de Openbare van 10 oktober 2003, houdende organisatie van de Openbare
Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de
instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel. instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel.
Brussel, 10 oktober 2003. Brussel, 10 oktober 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS B. SOMERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en
Ontwikkelingssamenwerking, Ontwikkelingssamenwerking,
L. SANNEN L. SANNEN
^