Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 10/12/2004
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en het statuut van de leersecretaris "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en het statuut van de leersecretaris Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en het statuut van de leersecretaris
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
10 DECEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 10 DECEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
erkenning en het statuut van de leersecretaris erkenning en het statuut van de leersecretaris
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en de Gelet op het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en de
begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote
ondernemingen, inzonderheid op artikel 48, gewijzigd bij het decreet ondernemingen, inzonderheid op artikel 48, gewijzigd bij het decreet
van 7 juli 1998, en op artikel 62 en 63; van 7 juli 1998, en op artikel 62 en 63;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 april 1998 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 april 1998
betreffende het statuut van de leersecretaris, gewijzigd bij de betreffende het statuut van de leersecretaris, gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 en 3 mei 2002; besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 en 3 mei 2002;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 1999 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 1999
betreffende de ondernemersopleiding bedoeld in het decreet van 23 betreffende de ondernemersopleiding bedoeld in het decreet van 23
januari 1991 betreffende de vorming en de begeleiding van de januari 1991 betreffende de vorming en de begeleiding van de
zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen, gewijzigd bij zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen, gewijzigd bij
het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002; het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002;
Gelet op het advies van de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut Gelet op het advies van de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut
voor het Zelfstandig Ondernemen, gegeven op 25 februari 2003 en 10 voor het Zelfstandig Ondernemen, gegeven op 25 februari 2003 en 10
juni 2003; juni 2003;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Instituut Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Instituut
voor het Zelfstandig Ondernemen, gegeven op 28 februari 2003 en 9 mei voor het Zelfstandig Ondernemen, gegeven op 28 februari 2003 en 9 mei
2003; 2003;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
Begroting, gegeven op 28 april 2004; Begroting, gegeven op 28 april 2004;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
Ambtenarenzaken, gegeven op 19 november 2003; Ambtenarenzaken, gegeven op 19 november 2003;
Gelet op het protocol nr. 210.663 van 27 mei 2004 van het Sectorcomité Gelet op het protocol nr. 210.663 van 27 mei 2004 van het Sectorcomité
XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest; XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;
Gelet op het advies 37.548/1/V van de Raad van State, gegeven op 3 Gelet op het advies 37.548/1/V van de Raad van State, gegeven op 3
augustus 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van augustus 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Wetenschap,
Innovatie en Buitenlandse Handel en de Vlaamse minister van Werk, Innovatie en Buitenlandse Handel en de Vlaamse minister van Werk,
Onderwijs en Vorming; Onderwijs en Vorming;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° decreet : het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en 1° decreet : het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en
de begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote de begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote
ondernemingen; ondernemingen;
2° VIZO : het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen, 2° VIZO : het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen,
opgericht bij artikel 20 van het decreet; opgericht bij artikel 20 van het decreet;
3° leertrajectbegeleider : de leersecretaris, bedoeld in artikelen 62, 3° leertrajectbegeleider : de leersecretaris, bedoeld in artikelen 62,
63 en 73 van het decreet; 63 en 73 van het decreet;
4° praktijkcommissie : de praktijkcommissie, bedoeld in artikel 22 van 4° praktijkcommissie : de praktijkcommissie, bedoeld in artikel 22 van
het decreet; het decreet;
5° overeenkomst : de overeenkomst tussen de praktijkcommissie en de 5° overeenkomst : de overeenkomst tussen de praktijkcommissie en de
leersecretaris, bedoeld in artikel 63, § 2 en § 3 van het decreet; leersecretaris, bedoeld in artikel 63, § 2 en § 3 van het decreet;
6° leerovereenkomst : de leerovereenkomst bedoeld in artikel 5 van het 6° leerovereenkomst : de leerovereenkomst bedoeld in artikel 5 van het
decreet; decreet;
7° stageovereenkomst : de leerovereenkomst tot het vervullen van de 7° stageovereenkomst : de leerovereenkomst tot het vervullen van de
praktijkstage bedoeld in artikel 8 van het decreet; praktijkstage bedoeld in artikel 8 van het decreet;
8° Syntra : de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en 8° Syntra : de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en
middelgrote ondernemingen bedoeld in artikelen 57 tot en met 61 van middelgrote ondernemingen bedoeld in artikelen 57 tot en met 61 van
het decreet; het decreet;
9° stambesluit VOI : het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 9° stambesluit VOI : het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni
2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van
sommige Vlaamse openbare instellingen. sommige Vlaamse openbare instellingen.
HOOFDSTUK II. - Begeleidingsopdracht HOOFDSTUK II. - Begeleidingsopdracht

Art. 2.§ 1. De opdracht van de leertrajectbegeleider omvat :

Art. 2.§ 1. De opdracht van de leertrajectbegeleider omvat :

1° het begeleiden van leerovereenkomsten zoals omschreven in artikel 1° het begeleiden van leerovereenkomsten zoals omschreven in artikel
62 van het decreet; 62 van het decreet;
2° het begeleiden van stageovereenkomsten met toepassing van artikel 2° het begeleiden van stageovereenkomsten met toepassing van artikel
62 van het decreet, met dien verstande dat voor de toepassing ervan de 62 van het decreet, met dien verstande dat voor de toepassing ervan de
leerling wordt vervangen door de stagiair en de leerovereenkomst door leerling wordt vervangen door de stagiair en de leerovereenkomst door
de stageovereenkomst. de stageovereenkomst.
§ 2. De praktijkcommissie kan de begeleidingsopdracht, genoemd in § 1, § 2. De praktijkcommissie kan de begeleidingsopdracht, genoemd in § 1,
nader omschrijven, rekening houdend met de taken van de Syntra. Ze kan nader omschrijven, rekening houdend met de taken van de Syntra. Ze kan
hiertoe samenwerkingsovereenkomsten met de Syntra sluiten. hiertoe samenwerkingsovereenkomsten met de Syntra sluiten.
HOOFDSTUK III. - Erkenning HOOFDSTUK III. - Erkenning

Art. 3.De leertrajectbegeleider wordt erkend door de

Art. 3.De leertrajectbegeleider wordt erkend door de

praktijkcommissie. Hiertoe sluit de praktijkcommissie met hem een praktijkcommissie. Hiertoe sluit de praktijkcommissie met hem een
overeenkomst waarin de praktijkcommissie hem extra verplichtingen kan overeenkomst waarin de praktijkcommissie hem extra verplichtingen kan
opleggen en een deel van haar bevoegdheden kan overdragen. opleggen en een deel van haar bevoegdheden kan overdragen.

Art. 4.Om erkend te kunnen worden moet de leertrajectbegeleider aan

Art. 4.Om erkend te kunnen worden moet de leertrajectbegeleider aan

de volgende voorwaarden voldoen : de volgende voorwaarden voldoen :
1° van onberispelijk gedrag zijn; 1° van onberispelijk gedrag zijn;
2° de burgerlijke en politieke rechten genieten; 2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
3° houder zijn van ten minste het diploma van het hoger onderwijs van 3° houder zijn van ten minste het diploma van het hoger onderwijs van
één cyclus; één cyclus;
4° lichamelijk geschikt zijn; 4° lichamelijk geschikt zijn;
5° geslaagd zijn voor een vergelijkend examen georganiseerd door de 5° geslaagd zijn voor een vergelijkend examen georganiseerd door de
praktijkcommissie. praktijkcommissie.

Art. 5.Het examen, bedoeld in artikel 4, 5°, omvat een schriftelijke

Art. 5.Het examen, bedoeld in artikel 4, 5°, omvat een schriftelijke

proef en een interview waarbij wordt nagegaan of het profiel van de proef en een interview waarbij wordt nagegaan of het profiel van de
kandidaat overeenstemt met de specifieke vereisten van de betrekking. kandidaat overeenstemt met de specifieke vereisten van de betrekking.
Het houdt tevens rekening met de ervaring en de verdiensten van de Het houdt tevens rekening met de ervaring en de verdiensten van de
kandidaat. kandidaat.
De examencommissie is samengesteld uit vier leden, van wie twee leden De examencommissie is samengesteld uit vier leden, van wie twee leden
worden aangewezen door de vertegenwoordigers van de representatieve worden aangewezen door de vertegenwoordigers van de representatieve
werknemersorganisaties en twee leden door de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties en twee leden door de vertegenwoordigers van de
representatieve organisaties van zelfstandigen en kleine en representatieve organisaties van zelfstandigen en kleine en
middelgrote ondernemingen van de praktijkcommissie. De leidend middelgrote ondernemingen van de praktijkcommissie. De leidend
ambtenaar of een van de adjunct-leidend ambtenaren of hun ambtenaar of een van de adjunct-leidend ambtenaren of hun
afgevaardigde maakt ambtshalve deel uit van de examencommissie maar afgevaardigde maakt ambtshalve deel uit van de examencommissie maar
heeft geen stemrecht. heeft geen stemrecht.
De examencommissie bepaalt vooraf de inhoud van het examen en de wijze De examencommissie bepaalt vooraf de inhoud van het examen en de wijze
van evalueren. van evalueren.

Art. 6.In afwijking van artikel 4, 3° en 5°, en van artikel 5 kunnen

Art. 6.In afwijking van artikel 4, 3° en 5°, en van artikel 5 kunnen

de statutaire personeelsleden van het VIZO van niveau B of die de statutaire personeelsleden van het VIZO van niveau B of die
geslaagd zijn voor een examen van niveau B op hun verzoek door de geslaagd zijn voor een examen van niveau B op hun verzoek door de
praktijkcommissie worden erkend als leertrajectbegeleider als zij na praktijkcommissie worden erkend als leertrajectbegeleider als zij na
een inwerkperiode van zes maanden hiertoe geschikt worden bevonden een inwerkperiode van zes maanden hiertoe geschikt worden bevonden
door hun evaluatoren. door hun evaluatoren.

Art. 7.De overeenkomst, bedoeld in artikel 3, wordt schriftelijk

Art. 7.De overeenkomst, bedoeld in artikel 3, wordt schriftelijk

gesloten overeenkomstig het model A dat als bijlage I bij dit besluit gesloten overeenkomstig het model A dat als bijlage I bij dit besluit
is gevoegd. Die overeenkomst kan overeenkomstig de erkenning voor is gevoegd. Die overeenkomst kan overeenkomstig de erkenning voor
onbepaalde of voor bepaalde duur gelden. onbepaalde of voor bepaalde duur gelden.

Art. 8.§ 1. De erkenning van de leertrajectbegeleider vervalt van

Art. 8.§ 1. De erkenning van de leertrajectbegeleider vervalt van

rechtswege : rechtswege :
1° de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de 1° de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de
leertrajectbegeleider de leeftijd van 65 jaar bereikt; leertrajectbegeleider de leeftijd van 65 jaar bereikt;
2° als de leertrajectbegeleider niet meer met een arbeidsovereenkomst 2° als de leertrajectbegeleider niet meer met een arbeidsovereenkomst
aan het VIZO verbonden is. aan het VIZO verbonden is.
§ 2. De erkenning van leertrajectbegeleider wordt van rechtswege § 2. De erkenning van leertrajectbegeleider wordt van rechtswege
geschorst gedurende de periode van schorsing van de geschorst gedurende de periode van schorsing van de
arbeidsovereenkomst met het VIZO. arbeidsovereenkomst met het VIZO.

Art. 9.Als de leertrajectbegeleider zijn opdracht niet naar behoren

Art. 9.Als de leertrajectbegeleider zijn opdracht niet naar behoren

vervult, overeenkomstig de bepalingen van het decreet, de besluiten, vervult, overeenkomstig de bepalingen van het decreet, de besluiten,
genomen ter uitvoering ervan, de overeenkomst of de richtlijnen genomen ter uitvoering ervan, de overeenkomst of de richtlijnen
vastgelegd door de praktijkcommissie, kan de praktijkcommissie de vastgelegd door de praktijkcommissie, kan de praktijkcommissie de
volgende acties ondernemen : volgende acties ondernemen :
1° de erkenning schorsen in geval van zwaarwichtige of dringende 1° de erkenning schorsen in geval van zwaarwichtige of dringende
redenen die tijdelijk het functioneren van de leertrajectbegeleider redenen die tijdelijk het functioneren van de leertrajectbegeleider
onmogelijk maken; onmogelijk maken;
2° de erkenning opheffen in geval van zwaarwichtige redenen die 2° de erkenning opheffen in geval van zwaarwichtige redenen die
definitief het functioneren van de leertrajectbegeleider onmogelijk definitief het functioneren van de leertrajectbegeleider onmogelijk
maken; maken;
3° de erkenning intrekken als de leertrajectbegeleider valse 3° de erkenning intrekken als de leertrajectbegeleider valse
verklaringen heeft afgelegd om erkend te kunnen worden. verklaringen heeft afgelegd om erkend te kunnen worden.

Art. 10.§ 1. De sancties genoemd in artikel 9, kunnen pas worden

Art. 10.§ 1. De sancties genoemd in artikel 9, kunnen pas worden

genomen nadat het advies van de evaluatoren van de genomen nadat het advies van de evaluatoren van de
leertrajectbegeleider is ingewonnen en na onderzoek door de leertrajectbegeleider is ingewonnen en na onderzoek door de
praktijkcommissie. praktijkcommissie.
§ 2. De leertrajectbegeleider wordt door de praktijkcommissie § 2. De leertrajectbegeleider wordt door de praktijkcommissie
verwittigd van de start van het onderzoek, bedoeld in § 1. verwittigd van de start van het onderzoek, bedoeld in § 1.
§ 3. De leertrajectbegeleider moet op zijn verzoek door de § 3. De leertrajectbegeleider moet op zijn verzoek door de
praktijkcommissie worden gehoord. In voorkomend geval kan de praktijkcommissie worden gehoord. In voorkomend geval kan de
leertrajectbegeleider zich laten bijstaan door een raadsman. leertrajectbegeleider zich laten bijstaan door een raadsman.
HOOFDSTUK IV. - Statuut HOOFDSTUK IV. - Statuut

Art. 11.De leertrajectbegeleider die erkend is door de

Art. 11.De leertrajectbegeleider die erkend is door de

praktijkcommissie en minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring praktijkcommissie en minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring
heeft, wordt als leertrajectbegeleider in dienst genomen door het heeft, wordt als leertrajectbegeleider in dienst genomen door het
VIZO. Overeenkomstig de duur van de erkenning krijgt hij een VIZO. Overeenkomstig de duur van de erkenning krijgt hij een
arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of van bepaalde duur. arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of van bepaalde duur.
De praktijkcommissie bepaalt welke activiteiten voor de nuttige De praktijkcommissie bepaalt welke activiteiten voor de nuttige
praktijkervaring, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking komen. praktijkervaring, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking komen.

Art. 12.De arbeidsovereenkomst wordt beëindigd bij het vervallen, de

Art. 12.De arbeidsovereenkomst wordt beëindigd bij het vervallen, de

opheffing of de intrekking van de erkenning. opheffing of de intrekking van de erkenning.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 13.Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 april 1998

Art. 13.Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 april 1998

betreffende het statuut van de leersecretarissen, gewijzigd bij de betreffende het statuut van de leersecretarissen, gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 en 3 mei 2002, besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 en 3 mei 2002,
worden opgeheven. worden opgeheven.

Art. 14.Artikelen 71 en 72 van het besluit van de Vlaamse Regering

Art. 14.Artikelen 71 en 72 van het besluit van de Vlaamse Regering

van 23 februari 1999 betreffende de ondernemersopleiding, bedoeld bij van 23 februari 1999 betreffende de ondernemersopleiding, bedoeld bij
het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en de het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en de
begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote
ondernemingen, worden opgeheven. ondernemingen, worden opgeheven.

Art. 15.In afwijking van artikel 13 blijven, voor de duur van

Art. 15.In afwijking van artikel 13 blijven, voor de duur van

artikelen 17 en 18 van dit besluit, de genoemde regelingen, bedoeld in artikelen 17 en 18 van dit besluit, de genoemde regelingen, bedoeld in
artikelen 13 en 14 van kracht. artikelen 13 en 14 van kracht.

Art. 16.Onverminderd de toepassing van artikel 18, wordt de

Art. 16.Onverminderd de toepassing van artikel 18, wordt de

leertrajectbegeleider die erkend is op de datum van inwerkingtreding leertrajectbegeleider die erkend is op de datum van inwerkingtreding
van dit besluit en door een overeenkomst van onbepaalde duur aan de van dit besluit en door een overeenkomst van onbepaalde duur aan de
praktijkcommissie gebonden is, met toepassing van het besluit van de praktijkcommissie gebonden is, met toepassing van het besluit van de
Vlaamse Regering van 7 april 1998 betreffende het statuut van Vlaamse Regering van 7 april 1998 betreffende het statuut van
leersecretaris, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 23 leersecretaris, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 23
juli 1998, beschouwd als erkend in het kader van dit besluit. juli 1998, beschouwd als erkend in het kader van dit besluit.

Art. 17.De leertrajectbegeleider, genoemd in artikel 16, wordt op

Art. 17.De leertrajectbegeleider, genoemd in artikel 16, wordt op

voorwaarde dat hij minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring als voorwaarde dat hij minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring als
bedoeld in artikel 11, tweede lid, heeft, op zijn verzoek als speciaal bedoeld in artikel 11, tweede lid, heeft, op zijn verzoek als speciaal
leertrajectbegeleider met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur leertrajectbegeleider met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur
door het VIZO in dienst genomen. Hij moet hiertoe een schriftelijk door het VIZO in dienst genomen. Hij moet hiertoe een schriftelijk
verzoek bij aangetekende brief richten aan de leidend ambtenaar van verzoek bij aangetekende brief richten aan de leidend ambtenaar van
het VIZO, uiterlijk binnen een termijn van zes maanden die in werking het VIZO, uiterlijk binnen een termijn van zes maanden die in werking
treedt de dag van de inwerkingtreding van dit besluit. Als hij niet treedt de dag van de inwerkingtreding van dit besluit. Als hij niet
minstens het diploma, bedoeld in artikel 4, 3°, bezit, moet hij slagen minstens het diploma, bedoeld in artikel 4, 3°, bezit, moet hij slagen
voor het examen, bedoeld in artikel 29, van het besluit van de Vlaamse voor het examen, bedoeld in artikel 29, van het besluit van de Vlaamse
Regering van 10 december 2004, houdende organisatie van het Vlaams Regering van 10 december 2004, houdende organisatie van het Vlaams
Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen en de instellingsspecifieke Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen en de instellingsspecifieke
regeling van de rechtspositie van het personeel. Hij treedt in dienst regeling van de rechtspositie van het personeel. Hij treedt in dienst
van het VIZO binnen een periode van zes maanden die ingaat op de dag van het VIZO binnen een periode van zes maanden die ingaat op de dag
die volgt op zijn verzoek of in voorkomend geval de dag dat hij die volgt op zijn verzoek of in voorkomend geval de dag dat hij
verneemt dat hij voor het examen geslaagd is. verneemt dat hij voor het examen geslaagd is.
De leertrajectbegeleider, genoemd in het eerste lid, valt bij zijn De leertrajectbegeleider, genoemd in het eerste lid, valt bij zijn
indiensttreding in het VIZO onder de toepassing van dit besluit met indiensttreding in het VIZO onder de toepassing van dit besluit met
uitzondering van artikel 4, 3°, en 5° en artikelen 5, 6, 11, 18 en 19. uitzondering van artikel 4, 3°, en 5° en artikelen 5, 6, 11, 18 en 19.

Art. 18.De leertrajectbegeleider die niet kiest voor de toepassing

Art. 18.De leertrajectbegeleider die niet kiest voor de toepassing

van artikel 17 of die niet slaagt voor het examen, bedoeld in artikel van artikel 17 of die niet slaagt voor het examen, bedoeld in artikel
17, eerste lid, blijft zijn opdracht uitoefenen overeenkomstig de 17, eerste lid, blijft zijn opdracht uitoefenen overeenkomstig de
bepalingen van het besluit, genoemd in artikel 16. In dat geval blijft bepalingen van het besluit, genoemd in artikel 16. In dat geval blijft
de erkenning, bedoeld in artikel 16 gedurende maximaal tien jaar de erkenning, bedoeld in artikel 16 gedurende maximaal tien jaar
behouden. De periode van tien jaar gaat in op de dag van de behouden. De periode van tien jaar gaat in op de dag van de
inwerkingtreding van dit besluit. Bij het verstrijken van de termijn inwerkingtreding van dit besluit. Bij het verstrijken van de termijn
vervalt de erkenning als leertrajectbegeleider van rechtswege. vervalt de erkenning als leertrajectbegeleider van rechtswege.
In afwijking van het eerste lid moet de leertrajectbegeleider, genoemd In afwijking van het eerste lid moet de leertrajectbegeleider, genoemd
in het eerste lid, wil hij erkend blijven, binnen een termijn van één in het eerste lid, wil hij erkend blijven, binnen een termijn van één
jaar, die in werking treedt de dag van de inwerkingtreding van dit jaar, die in werking treedt de dag van de inwerkingtreding van dit
besluit, met de praktijkcommissie een overeenkomst tot vervanging van besluit, met de praktijkcommissie een overeenkomst tot vervanging van
de overeenkomst van aanneming sluiten overeenkomstig het model B, dat de overeenkomst van aanneming sluiten overeenkomstig het model B, dat
als bijlage II bij dit besluit is gevoegd. Bij het ontbreken van een als bijlage II bij dit besluit is gevoegd. Bij het ontbreken van een
dergelijke overeenkomst binnen de voornoemde termijn vervalt de dergelijke overeenkomst binnen de voornoemde termijn vervalt de
erkenning. erkenning.
In de overeenkomst, genoemd in het tweede lid, wordt het werkgebied In de overeenkomst, genoemd in het tweede lid, wordt het werkgebied
van de leertrajectbegeleider vastgelegd zoals dat geldt op de datum van de leertrajectbegeleider vastgelegd zoals dat geldt op de datum
van de inwerkingtreding van dit besluit. Dit werkgebied kan nadien van de inwerkingtreding van dit besluit. Dit werkgebied kan nadien
niet meer worden verruimd. Het kan worden ingekrompen na wederzijds niet meer worden verruimd. Het kan worden ingekrompen na wederzijds
akkoord tussen de leertrajectbegeleider en de praktijkcommissie. akkoord tussen de leertrajectbegeleider en de praktijkcommissie.

Art. 19.De contractuele personeelsleden die bij de inwerkingtreding

Art. 19.De contractuele personeelsleden die bij de inwerkingtreding

van dit besluit in dienst van het VIZO zijn en aan de van dit besluit in dienst van het VIZO zijn en aan de
erkenningsvoorwaarden van artikel 4 van leertrajectbegeleider voldoen, erkenningsvoorwaarden van artikel 4 van leertrajectbegeleider voldoen,
kunnen overeenkomstig dit besluit door de praktijkcommissie worden kunnen overeenkomstig dit besluit door de praktijkcommissie worden
erkend als leertrajectbegeleider. Zij kunnen in dienst worden genomen erkend als leertrajectbegeleider. Zij kunnen in dienst worden genomen
door het VIZO, als zij minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring, door het VIZO, als zij minstens vijf jaar nuttige praktijkervaring,
als bedoeld in artikel 11, tweede lid, hebben. Die arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 11, tweede lid, hebben. Die arbeidsovereenkomst
kan overeenkomstig de duur van de erkenning voor onbepaalde of voor kan overeenkomstig de duur van de erkenning voor onbepaalde of voor
bepaalde duur gelden. bepaalde duur gelden.

Art. 20.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005.

Art. 20.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005.

Art. 21.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Middenstandsopleiding,

Art. 21.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Middenstandsopleiding,

is belast met de uitvoering van dit besluit. is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 10 december 2004. Brussel, 10 december 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en
Buitenlandse Handel, Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
Bijlage I Bijlage I
MODEL A MODEL A
Overeenkomst tot erkenning als leertrajectbegeleider Overeenkomst tot erkenning als leertrajectbegeleider
Tussen Tussen
de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig
Ondernemen (VIZO), gevestigd in de Kanselarijstraat 19, 1000 BRUSSEL Ondernemen (VIZO), gevestigd in de Kanselarijstraat 19, 1000 BRUSSEL
vertegenwoordigd door de heer .............................., vertegenwoordigd door de heer ..............................,
voorzitter van praktijkcommissie, voorzitter van praktijkcommissie,
en en
de heer X, geboren in X, op ....../maand/......, met woonplaats in X de heer X, geboren in X, op ....../maand/......, met woonplaats in X
hierna leertrajectbegeleider te noemen, hierna leertrajectbegeleider te noemen,
wordt overeengekomen wat volgt : wordt overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.De leertrajectbegeleider wordt erkend voor onbepaalde

Artikel 1.De leertrajectbegeleider wordt erkend voor onbepaalde

duur/voor een duur van ........., ingaande op ....../maand/...... en duur/voor een duur van ........., ingaande op ....../maand/...... en
eindigend op ....../maand/...... door de praktijkcommissie eindigend op ....../maand/...... door de praktijkcommissie
overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het decreet van 23 januari overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het decreet van 23 januari
1991 betreffende de vorming en de begeleiding van de zelfstandigen en 1991 betreffende de vorming en de begeleiding van de zelfstandigen en
de kleine en middelgrote ondernemingen en de besluiten, genomen ter de kleine en middelgrote ondernemingen en de besluiten, genomen ter
uitvoering van dit decreet. uitvoering van dit decreet.

Art. 2.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe te zorgen voor de

Art. 2.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe te zorgen voor de

bemiddeling bij en de begeleiding van leerovereenkomsten, bemiddeling bij en de begeleiding van leerovereenkomsten,
leerverbintenissen en stageovereenkomsten, overeenkomstig de leerverbintenissen en stageovereenkomsten, overeenkomstig de
bepalingen van het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming bepalingen van het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming
en de begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote en de begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote
ondernemingen, de besluiten, genomen ter uitvoering van dit decreet, ondernemingen, de besluiten, genomen ter uitvoering van dit decreet,
en de richtlijnen van de praktijkcommissie. en de richtlijnen van de praktijkcommissie.

Art. 3.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe geen enkele

Art. 3.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe geen enkele

activiteit uit te oefenen die de objectieve uitvoering van zijn activiteit uit te oefenen die de objectieve uitvoering van zijn
opdracht bemoeilijkt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengt. opdracht bemoeilijkt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengt.

Art. 4.Deze overeenkomst wordt geschorst, beëindigd of opgezegd

Art. 4.Deze overeenkomst wordt geschorst, beëindigd of opgezegd

overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering
van ....../maand/...... betreffende de erkenning en het statuut van de van ....../maand/...... betreffende de erkenning en het statuut van de
leertrajectbegeleider. leertrajectbegeleider.

Art. 5.Alle geschillen met betrekking tot deze overeenkomst zullen

Art. 5.Alle geschillen met betrekking tot deze overeenkomst zullen

door de praktijkcommissie worden beslecht. door de praktijkcommissie worden beslecht.
Opgemaakt in twee exemplaren Brussel, ....../maand/....... Opgemaakt in twee exemplaren Brussel, ....../maand/.......
Namens de praktijkcommissie, De leertrajectbegeleider, Namens de praktijkcommissie, De leertrajectbegeleider,
De voorzitter, De voorzitter,
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 10 december 2004 betreffende de erkenning en het statuut van de van 10 december 2004 betreffende de erkenning en het statuut van de
leersecretaris, leersecretaris,
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en
Buitenlandse Handel, Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
Bijlage II Bijlage II
MODEL B MODEL B
Overeenkomst tot vervanging van de overeenkomst (van aanneming) tussen Overeenkomst tot vervanging van de overeenkomst (van aanneming) tussen
de praktijkcommissie de praktijkcommissie
en de leersecretaris betreffende de begeleiding van leerovereenkomsten en de leersecretaris betreffende de begeleiding van leerovereenkomsten
en leerverbintenissen en leerverbintenissen
Tussen Tussen
de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig de praktijkcommissie van het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig
Ondernemen (VIZO), gevestigd in de Kanselarijstraat 19, 1000 BRUSSEL, Ondernemen (VIZO), gevestigd in de Kanselarijstraat 19, 1000 BRUSSEL,
vertegenwoordigd door de heer .............................., vertegenwoordigd door de heer ..............................,
voorzitter van de praktijkcommissie, en de heer voorzitter van de praktijkcommissie, en de heer
........................, administrateur-generaal, enerzijds, ........................, administrateur-generaal, enerzijds,
en en
de heer X, geboren in X, op ....../maand/......, wonende X en erkend de heer X, geboren in X, op ....../maand/......, wonende X en erkend
als leersecretaris op ....../maand/...... als leersecretaris op ....../maand/......
hierna leertrajectbegeleider te noemen, anderzijds, hierna leertrajectbegeleider te noemen, anderzijds,
wordt overeengekomen wat volgt : wordt overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Deze overeenkomst wordt gesloten tot vervanging van de

Artikel 1.Deze overeenkomst wordt gesloten tot vervanging van de

overeenkomst (van aanneming) (*) tussen de praktijkcommissie en de overeenkomst (van aanneming) (*) tussen de praktijkcommissie en de
leersecretaris betreffende de begeleiding van leerovereenkomsten, leersecretaris betreffende de begeleiding van leerovereenkomsten,
leerverbintenissen en stageovereenkomsten. leerverbintenissen en stageovereenkomsten.
Op deze overeenkomst zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Op deze overeenkomst zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse
Regering van ....../maand/...... betreffende de erkenning en het Regering van ....../maand/...... betreffende de erkenning en het
statuut van de leersecretaris van toepassing. statuut van de leersecretaris van toepassing.

Art. 2.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe, gedurende de

Art. 2.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe, gedurende de

geldigheidsduur van deze overeenkomst, te zorgen voor de bemiddeling geldigheidsduur van deze overeenkomst, te zorgen voor de bemiddeling
bij en de begeleiding van leerovereenkomsten, leerverbintenissen en bij en de begeleiding van leerovereenkomsten, leerverbintenissen en
stageovereenkomsten, hierna overeenkomsten te noemen. stageovereenkomsten, hierna overeenkomsten te noemen.

Art. 3.§ 1. De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe de

Art. 3.§ 1. De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe de

verantwoordelijkheid te dragen voor de opdrachten bepaald in artikel verantwoordelijkheid te dragen voor de opdrachten bepaald in artikel
62 van het decreet van 23 januari 1991, betreffende de vorming en de 62 van het decreet van 23 januari 1991, betreffende de vorming en de
begeleiding van de zelfstandigen en kleine en middelgrote begeleiding van de zelfstandigen en kleine en middelgrote
ondernemingen. ondernemingen.
§ 2. Bovendien verbindt de leertrajectbegeleider zich tot : § 2. Bovendien verbindt de leertrajectbegeleider zich tot :
a) de documenten die door de praktijkcommissie worden bepaald a) de documenten die door de praktijkcommissie worden bepaald
opstellen en bijhouden; opstellen en bijhouden;
b) een atelierbezoek afleggen en een schriftelijk verslag maken in de b) een atelierbezoek afleggen en een schriftelijk verslag maken in de
volgende gevallen : volgende gevallen :
? bij of na het sluiten van een overeenkomst met een nieuw ? bij of na het sluiten van een overeenkomst met een nieuw
ondernemingshoofd-opleider; ondernemingshoofd-opleider;
? bij wezenlijke veranderingen in de onderneming die worden ? bij wezenlijke veranderingen in de onderneming die worden
vastgesteld uit de contacten met de partijen; vastgesteld uit de contacten met de partijen;
? bij het sluiten van een overeenkomst voor een ander beroep dan de ? bij het sluiten van een overeenkomst voor een ander beroep dan de
bestaande beroepen; bestaande beroepen;
? op verzoek van de praktijkcommissie; ? op verzoek van de praktijkcommissie;
Binnen de werkregeling, die zelf door de leertrajectbegeleider wordt Binnen de werkregeling, die zelf door de leertrajectbegeleider wordt
bepaald, moet voor de overeenkomsten, die tussen 1 juli en 30 bepaald, moet voor de overeenkomsten, die tussen 1 juli en 30
september zijn gesloten, uiterlijk op 31 december het atelierbezoek september zijn gesloten, uiterlijk op 31 december het atelierbezoek
afgelegd zijn en het verslag ingediend zijn. Voor de overeenkomsten, afgelegd zijn en het verslag ingediend zijn. Voor de overeenkomsten,
die tussen 1 oktober en 30 juni gesloten zijn, moet dat binnen de drie die tussen 1 oktober en 30 juni gesloten zijn, moet dat binnen de drie
maanden na het sluiten van de overeenkomst zijn gebeurd. maanden na het sluiten van de overeenkomst zijn gebeurd.
Het schriftelijk verslag moet aan de provinciale diensten van het VIZO Het schriftelijk verslag moet aan de provinciale diensten van het VIZO
worden bezorgd; worden bezorgd;
c) jaarlijks minstens één begeleidingscontact zowel met de leerling of c) jaarlijks minstens één begeleidingscontact zowel met de leerling of
de stagiair als met het ondernemingshoofd-opleider hebben. Dat de stagiair als met het ondernemingshoofd-opleider hebben. Dat
begeleidingscontact vindt bij voorkeur in het tweede semester plaats. begeleidingscontact vindt bij voorkeur in het tweede semester plaats.
Een verslag van die contacten wordt bijgehouden in het dossier van de Een verslag van die contacten wordt bijgehouden in het dossier van de
leerling en het ondernemingshoofd-opleider. Naargelang de aard van het leerling en het ondernemingshoofd-opleider. Naargelang de aard van het
contact moet het verslag in beide dossiers te vinden zijn; contact moet het verslag in beide dossiers te vinden zijn;
d) de voortgangscontrole van leerlingen met een Aanvullende d) de voortgangscontrole van leerlingen met een Aanvullende
Pedagogische Overeenkomst (APO). Die controle moet minstens eenmaal Pedagogische Overeenkomst (APO). Die controle moet minstens eenmaal
per maand plaatsvinden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de per maand plaatsvinden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de
afwezigheidsmeldingen van het centrum. afwezigheidsmeldingen van het centrum.
e) de overeenkomsten bij de provinciale dienst van het VIZO indienen e) de overeenkomsten bij de provinciale dienst van het VIZO indienen
binnen de termijn van één maand na het ondertekenen ervan. Een binnen de termijn van één maand na het ondertekenen ervan. Een
afwijking op deze termijn moet worden gemotiveerd; afwijking op deze termijn moet worden gemotiveerd;
f) aanwezig zijn op vergaderingen, georganiseerd door het VIZO of de f) aanwezig zijn op vergaderingen, georganiseerd door het VIZO of de
Syntra; Syntra;
g) een ondersteuningssysteem toepassen met betrekking tot de geldende g) een ondersteuningssysteem toepassen met betrekking tot de geldende
tewerkstellingsmaatregelen, om de leerlingen, de stagiairs en de tewerkstellingsmaatregelen, om de leerlingen, de stagiairs en de
ondernemingshoofden-opleiders te informeren; ondernemingshoofden-opleiders te informeren;
h) de pedagogische en didactische begeleiding en opleiding van de h) de pedagogische en didactische begeleiding en opleiding van de
ondernemingshoofden-opleiders en monitors ondersteunen; ondernemingshoofden-opleiders en monitors ondersteunen;
i) meewerken aan de opbouw van onderlinge samenwerkingsverbanden met i) meewerken aan de opbouw van onderlinge samenwerkingsverbanden met
andere leertrajectbegeleiders; andere leertrajectbegeleiders;
j) in geval van een voltijdse leertrajectbegeleider : het houden van j) in geval van een voltijdse leertrajectbegeleider : het houden van
minstens tien spreekuren per week, gedurende minstens 45 weken per minstens tien spreekuren per week, gedurende minstens 45 weken per
jaar. In geval van een deeltijdse leertrajectbegeleider wordt het jaar. In geval van een deeltijdse leertrajectbegeleider wordt het
aantal uren bepaald in verhouding tot de deeltijdse prestatie. De aantal uren bepaald in verhouding tot de deeltijdse prestatie. De
leertrajectbegeleider bepaalt zelf zijn uurrooster, met dien verstande leertrajectbegeleider bepaalt zelf zijn uurrooster, met dien verstande
dat hij zijn uren evenwichtig moet verspreiden over de week. Het dat hij zijn uren evenwichtig moet verspreiden over de week. Het
uurrooster, de locaties en wijzigingen worden medegedeeld aan de uurrooster, de locaties en wijzigingen worden medegedeeld aan de
provinciale dienst van het VIZO. provinciale dienst van het VIZO.

Art. 4.De leertrajectbegeleider behoudt het statuut en de vergoeding

Art. 4.De leertrajectbegeleider behoudt het statuut en de vergoeding

die hem werden toegekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse die hem werden toegekend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse
Regering van 7 april 1998 betreffende het statuut van de Regering van 7 april 1998 betreffende het statuut van de
leersecretaris, gewijzigd bij besluit van 23 juli 1998 en 3 mei 2002. leersecretaris, gewijzigd bij besluit van 23 juli 1998 en 3 mei 2002.

Art. 5.De leertrajectbegeleider oefent zijn opdracht uit in het

Art. 5.De leertrajectbegeleider oefent zijn opdracht uit in het

werkgebied .............................................. werkgebied ..............................................

Art. 6.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe geen enkele

Art. 6.De leertrajectbegeleider verbindt zich ertoe geen enkele

activiteit uit te oefenen die de objectieve uitvoering van zijn activiteit uit te oefenen die de objectieve uitvoering van zijn
opdracht bemoeilijkt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengt. opdracht bemoeilijkt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengt.
Dat impliceert dat zijn bemiddeling en begeleiding, alsook alle Dat impliceert dat zijn bemiddeling en begeleiding, alsook alle
daarmee samenhangende diensten aan de betrokken partijen, kosteloos daarmee samenhangende diensten aan de betrokken partijen, kosteloos
zijn. zijn.

Art. 7.Alle geschillen met betrekking tot deze overeenkomst zullen

Art. 7.Alle geschillen met betrekking tot deze overeenkomst zullen

worden beslecht door de praktijkcommissie. worden beslecht door de praktijkcommissie.

Art. 8.Als de leertrajectbegeleider de bepalingen van deze

Art. 8.Als de leertrajectbegeleider de bepalingen van deze

overeenkomst niet naleeft, kan de praktijkcommissie deze overeenkomst overeenkomst niet naleeft, kan de praktijkcommissie deze overeenkomst
schorsen of beëindigen. De leertrajectbegeleider wordt hiertoe in schorsen of beëindigen. De leertrajectbegeleider wordt hiertoe in
gebreke gesteld door de praktijkcommissie. De praktijkcommissie gebreke gesteld door de praktijkcommissie. De praktijkcommissie
spreekt zich uit binnen een maand na het horen van de leersecretaris. spreekt zich uit binnen een maand na het horen van de leersecretaris.
De beslissing gaat in na betekening van de uitspraak. Na beëindiging De beslissing gaat in na betekening van de uitspraak. Na beëindiging
van deze overeenkomst is de vergoeding, bedoeld in artikel 4, niet van deze overeenkomst is de vergoeding, bedoeld in artikel 4, niet
meer verschuldigd. meer verschuldigd.

Art. 9.Deze overeenkomst mag in geen geval een duurtijd van tien jaar

Art. 9.Deze overeenkomst mag in geen geval een duurtijd van tien jaar

overschrijden. De termijn wordt gerekend vanaf de datum van de overschrijden. De termijn wordt gerekend vanaf de datum van de
inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende
de erkenning en het statuut van de leersecretaris. de erkenning en het statuut van de leersecretaris.
Deze overeenkomst gaat in op de dag van de inwerkingtreding van het Deze overeenkomst gaat in op de dag van de inwerkingtreding van het
besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en het
statuut van de leersecretaris, met name ....../maand/...... en eindigt statuut van de leersecretaris, met name ....../maand/...... en eindigt
op ....../maand/....... op ....../maand/.......
Opgemaakt in twee exemplaren Brussel, ....../maand/....... Opgemaakt in twee exemplaren Brussel, ....../maand/.......
Namens de praktijkcommissie, De leertrajectbegeleider, Namens de praktijkcommissie, De leertrajectbegeleider,
De voorzitter, De voorzitter,
De administrateur-generaal, De administrateur-generaal,
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 10 december 2004 betreffende de erkenning en het statuut van de van 10 december 2004 betreffende de erkenning en het statuut van de
leersecretaris, leersecretaris,
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en De Vlaamse minister van Economie, Wetenschap, Innovatie en
Buitenlandse Handel, Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
_______ _______
Nota's Nota's
(*) (schrappen indien geen overeenkomst van aanneming) (*) (schrappen indien geen overeenkomst van aanneming)
^