Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg | Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de | 8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de |
totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor de | totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor de |
preventieve en de ambulante gezondheidszorg | preventieve en de ambulante gezondheidszorg |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur | Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur |
voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de decreten van | voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de decreten van |
20 december 1996 en 16 maart 1999; | 20 december 1996 en 16 maart 1999; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 1 juni 1999; | begroting, gegeven op 1 juni 1999; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 |
juli 1989 en 4 augustus 1996; | juli 1989 en 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat door de decreten van 20 december 1996 en 16 maart 1999 | Overwegende dat door de decreten van 20 december 1996 en 16 maart 1999 |
het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor | het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor |
persoonsgebonden aangelegenheden werd gewijzigd; dat deze wijzigingen | persoonsgebonden aangelegenheden werd gewijzigd; dat deze wijzigingen |
een dringende aanpassing van het besluit van de Vlaamse regering van 6 | een dringende aanpassing van het besluit van de Vlaamse regering van 6 |
juli 1994 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de | juli 1994 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de |
bouwtechnische normen voor de preventieve en de ambulante | bouwtechnische normen voor de preventieve en de ambulante |
gezondheidszorg noodzakelijk maken; | gezondheidszorg noodzakelijk maken; |
Overwegende dat het uit rechtvaardigheidsoverwegingen dringend | Overwegende dat het uit rechtvaardigheidsoverwegingen dringend |
noodzakelijk is om het bedrag van de investeringssubsidie voor | noodzakelijk is om het bedrag van de investeringssubsidie voor |
uitbreiding meer in overeenstemming te brengen met het bedrag voor de | uitbreiding meer in overeenstemming te brengen met het bedrag voor de |
investeringssubsidie voor nieuwbouw; | investeringssubsidie voor nieuwbouw; |
Overwegende dat door het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende | Overwegende dat door het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende |
vaststelling van de normen voor de erkenning van | vaststelling van de normen voor de erkenning van |
samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten, de | samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten, de |
samenwerkingsverbanden voor de oprichting en het beheer van | samenwerkingsverbanden voor de oprichting en het beheer van |
initiatieven van beschut wonen werden gereglementeerd; dat voor de | initiatieven van beschut wonen werden gereglementeerd; dat voor de |
goede werking van de initiatieven van beschut wonen het dringend | goede werking van de initiatieven van beschut wonen het dringend |
noodzakelijk is om de uitbouw mogelijk te maken van de aanloopadressen | noodzakelijk is om de uitbouw mogelijk te maken van de aanloopadressen |
inzake beschut wonen; dat voor een kwaliteitsvolle uitbouw de | inzake beschut wonen; dat voor een kwaliteitsvolle uitbouw de |
investeringssubsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor | investeringssubsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor |
Persoonsgebonden Aangelegenheden onontbeerlijk zijn; | Persoonsgebonden Aangelegenheden onontbeerlijk zijn; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en |
Gezondheidsbeleid; | Gezondheidsbeleid; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° initiatiefnemer : rechtspersoon die zorg- en dienstverlening | 1° initiatiefnemer : rechtspersoon die zorg- en dienstverlening |
organiseert in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, | organiseert in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, |
bedoeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | bedoeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen; | hervorming der instellingen; |
2° investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en | 2° investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en |
verbouwingswerkzaamheden, aankoop, uitrusting of apparatuur door | verbouwingswerkzaamheden, aankoop, uitrusting of apparatuur door |
initiatiefnemers, met uitzondering van de aankoop van grond; | initiatiefnemers, met uitzondering van de aankoop van grond; |
3° investeringssubsidie : subsidie als bijdrage in de kostprijs of de | 3° investeringssubsidie : subsidie als bijdrage in de kostprijs of de |
financiering van de investering door een initiatiefnemer; | financiering van de investering door een initiatiefnemer; |
4° subsidiebelofte : verbintenis, die op het lopende begrotingsjaar | 4° subsidiebelofte : verbintenis, die op het lopende begrotingsjaar |
wordt vastgelegd, om voor een investering een investeringssubsidie toe | wordt vastgelegd, om voor een investering een investeringssubsidie toe |
te kennen; | te kennen; |
5° subsidiebeslissing : de beslissing die het gedeelte bepaalt van de | 5° subsidiebeslissing : de beslissing die het gedeelte bepaalt van de |
subsidiebelofte dat voor een bepaalde projectfase wordt voorbehouden; | subsidiebelofte dat voor een bepaalde projectfase wordt voorbehouden; |
6° project : het deel van de geplande infrastructuur, zoals omschreven | 6° project : het deel van de geplande infrastructuur, zoals omschreven |
in het masterplan, waarvoor de initiatiefnemer een subsidiebelofte of | in het masterplan, waarvoor de initiatiefnemer een subsidiebelofte of |
een subsidiebeslissing vraagt; | een subsidiebeslissing vraagt; |
7° projectfase : één van de hoogstens vier delen van een project | 7° projectfase : één van de hoogstens vier delen van een project |
waarvoor een subsidiebeslissing getroffen kan worden, deze vier delen | waarvoor een subsidiebeslissing getroffen kan worden, deze vier delen |
kunnen zijn : | kunnen zijn : |
a) de ruwbouw; | a) de ruwbouw; |
b) de technische uitrusting; | b) de technische uitrusting; |
c) de afwerking; | c) de afwerking; |
d) de uitrusting en de meubilering; | d) de uitrusting en de meubilering; |
8° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van | 8° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van |
de door de initiatiefnemer geplande infrastructuur afhankelijk van de | de door de initiatiefnemer geplande infrastructuur afhankelijk van de |
doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige | doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige |
ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de | ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de |
verwachte exploitatie; | verwachte exploitatie; |
9° nieuwbouw : een nieuwe bouwconstructie met een eigen, autonome en | 9° nieuwbouw : een nieuwe bouwconstructie met een eigen, autonome en |
functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden die een | functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden die een |
ruwbouw bevat; | ruwbouw bevat; |
10° uitbreiding : het bouwen van een nieuwe bouwconstructie aan of bij | 10° uitbreiding : het bouwen van een nieuwe bouwconstructie aan of bij |
een bestaande constructie die een functionele bestemming in de | een bestaande constructie die een functionele bestemming in de |
persoonsgebonden aangelegenheden heeft of voor dergelijke bestemming | persoonsgebonden aangelegenheden heeft of voor dergelijke bestemming |
in aanmerking komt en waarbij de nieuwe constructie functioneel | in aanmerking komt en waarbij de nieuwe constructie functioneel |
aansluit; | aansluit; |
11° aankoop : de verwerving van een gebouw dat in aanmerking komt voor | 11° aankoop : de verwerving van een gebouw dat in aanmerking komt voor |
een functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden; | een functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden; |
12° verbouwing : elke materiële ingreep, met uitzondering van | 12° verbouwing : elke materiële ingreep, met uitzondering van |
uitbreiding alsmede van de onderhoudswerken of de door slijtage | uitbreiding alsmede van de onderhoudswerken of de door slijtage |
noodzakelijke vervangingswerken, tot verbetering of vernieuwing van | noodzakelijke vervangingswerken, tot verbetering of vernieuwing van |
een gebouw met een functionele bestemming in de persoonsgebonden | een gebouw met een functionele bestemming in de persoonsgebonden |
aangelegenheden, of dat voor een dergelijke functionele bestemming in | aangelegenheden, of dat voor een dergelijke functionele bestemming in |
aanmerking komt; | aanmerking komt; |
13° gezondheidscentrum : een voorziening bestaande uit het geheel van | 13° gezondheidscentrum : een voorziening bestaande uit het geheel van |
lokalen waarin verscheidene preventieve en ambulante diensten kunnen | lokalen waarin verscheidene preventieve en ambulante diensten kunnen |
worden ondergebracht, waaronder een dienst medisch schooltoezicht; | worden ondergebracht, waaronder een dienst medisch schooltoezicht; |
14° centrum voor medisch schooltoezicht : een voorziening bestaande | 14° centrum voor medisch schooltoezicht : een voorziening bestaande |
uit een geheel van lokalen voor preventieve gezondheidszorg waarin | uit een geheel van lokalen voor preventieve gezondheidszorg waarin |
enkel een equipe medisch schooltoezicht gehuisvest is; | enkel een equipe medisch schooltoezicht gehuisvest is; |
15° consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen : een voorziening | 15° consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen : een voorziening |
bestaande uit een geheel van lokalen voor preventieve gezondheidszorg | bestaande uit een geheel van lokalen voor preventieve gezondheidszorg |
waar de profylaxe en de preventie van besmettelijke respiratoire | waar de profylaxe en de preventie van besmettelijke respiratoire |
aandoeningen georganiseerd, gecoördineerd en geëvalueerd wordt, die | aandoeningen georganiseerd, gecoördineerd en geëvalueerd wordt, die |
mobiele apparatuur kan bevatten en die deel kan uitmaken van een | mobiele apparatuur kan bevatten en die deel kan uitmaken van een |
gezondheidscentrum; | gezondheidscentrum; |
16° centrum voor geestelijke gezondheidszorg : een voorziening | 16° centrum voor geestelijke gezondheidszorg : een voorziening |
bestaande uit een geheel van lokalen voor preventieve en ambulante | bestaande uit een geheel van lokalen voor preventieve en ambulante |
gezondheidszorg waar via een multidisciplinaire aanpak op het vlak van | gezondheidszorg waar via een multidisciplinaire aanpak op het vlak van |
de geestelijke gezondheidszorg aan de patiënt een curatieve zorg | de geestelijke gezondheidszorg aan de patiënt een curatieve zorg |
verstrekt wordt en tevens terzake preventieve activiteiten ontwikkeld | verstrekt wordt en tevens terzake preventieve activiteiten ontwikkeld |
worden en die deel kan uitmaken van een gezondheidscentrum; | worden en die deel kan uitmaken van een gezondheidscentrum; |
17° wijkgezondheidscentrum : een voorziening met een geheel van | 17° wijkgezondheidscentrum : een voorziening met een geheel van |
lokalen waar eerstelijnsgezondheidszorg en gezondheidspromotie worden | lokalen waar eerstelijnsgezondheidszorg en gezondheidspromotie worden |
georganiseerd gericht op de bevolking van een geografisch omschreven | georganiseerd gericht op de bevolking van een geografisch omschreven |
gebied, met lage drempel en voldoende bereikbaarheid en waar een | gebied, met lage drempel en voldoende bereikbaarheid en waar een |
georganiseerde samenwerking is tussen ten minste | georganiseerde samenwerking is tussen ten minste |
huisartsengeneeskunde, een paramedische discipline en een discipline | huisartsengeneeskunde, een paramedische discipline en een discipline |
van maatschappelijk werk. | van maatschappelijk werk. |
18° aanloopadres inzake beschut wonen : een geheel van lokalen ten | 18° aanloopadres inzake beschut wonen : een geheel van lokalen ten |
behoeve van een samenwerkingsverband voor de oprichting en het beheer | behoeve van een samenwerkingsverband voor de oprichting en het beheer |
van initiatieven van beschut wonen waar minstens ruimte is voor | van initiatieven van beschut wonen waar minstens ruimte is voor |
vergaderingen, voor individuele en groepsgesprekken, voor | vergaderingen, voor individuele en groepsgesprekken, voor |
dagactiviteiten inzake ontspanning en vorming en voor administratie; | dagactiviteiten inzake ontspanning en vorming en voor administratie; |
19° subsidiabele oppervlakte : de som van de per bouwlaag berekende | 19° subsidiabele oppervlakte : de som van de per bouwlaag berekende |
nuttige vloeroppervlakte, buitenmuren inbegrepen, die in aanmerking | nuttige vloeroppervlakte, buitenmuren inbegrepen, die in aanmerking |
wordt genomen voor subsidiëring. | wordt genomen voor subsidiëring. |
HOOFDSTUK II. - Bouwtechnische en bouwfysische normen | HOOFDSTUK II. - Bouwtechnische en bouwfysische normen |
Art. 2.De algemene bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
Art. 2.De algemene bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
de infrastructuur met een functionele bestemming in de sector van de | de infrastructuur met een functionele bestemming in de sector van de |
preventieve en de ambulante gezondheidszorg moet voldoen om voor een | preventieve en de ambulante gezondheidszorg moet voldoen om voor een |
investeringssubsidie in aanmerking te komen zijn : | investeringssubsidie in aanmerking te komen zijn : |
1° de regelgeving over de brandveiligheid; | 1° de regelgeving over de brandveiligheid; |
2° de regelgeving over de toegang van gehandicapten tot gebouwen | 2° de regelgeving over de toegang van gehandicapten tot gebouwen |
toegankelijk voor het publiek; | toegankelijk voor het publiek; |
3° de regelgeving over de minimumeisen voor thermische isolatie van | 3° de regelgeving over de minimumeisen voor thermische isolatie van |
woongebouwen; | woongebouwen; |
4° de NBN-normen, uitgegeven door het Belgisch instituut voor | 4° de NBN-normen, uitgegeven door het Belgisch instituut voor |
Normalisatie vzw en het Belgisch Elektrotechnisch Comité; | Normalisatie vzw en het Belgisch Elektrotechnisch Comité; |
5° het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming en de regelgeving | 5° het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming en de regelgeving |
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun | betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun |
werk; | werk; |
6° het Algemeen Reglement inzake elektrische installaties; | 6° het Algemeen Reglement inzake elektrische installaties; |
7° de typebestekken, gebruikt door het ministerie van de Vlaamse | 7° de typebestekken, gebruikt door het ministerie van de Vlaamse |
Gemeenschap, departement Leefmilieu en infrastructuur; | Gemeenschap, departement Leefmilieu en infrastructuur; |
8° de regelgeving over de stedenbouw en ruimtelijke ordening; | 8° de regelgeving over de stedenbouw en ruimtelijke ordening; |
9° de regelgeving over de milieuvergunningen; | 9° de regelgeving over de milieuvergunningen; |
10° de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van | 10° de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van |
openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de | openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de |
overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die | overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die |
tot de Vlaamse Gemeenschap behoren. | tot de Vlaamse Gemeenschap behoren. |
Art. 3.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
Art. 3.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
de infrastructuur van een gezondheidscentrum en een centrum voor | de infrastructuur van een gezondheidscentrum en een centrum voor |
medisch schooltoezicht moet voldoen om voor een investeringssubsidie | medisch schooltoezicht moet voldoen om voor een investeringssubsidie |
in aanmerking te komen zijn de volgende : | in aanmerking te komen zijn de volgende : |
1° Elk gebouw moet in duurzaam en geluidsisolerend materiaal | 1° Elk gebouw moet in duurzaam en geluidsisolerend materiaal |
opgetrokken zijn; | opgetrokken zijn; |
2° Al de lokalen en installaties moeten voldoen aan de vereisten van | 2° Al de lokalen en installaties moeten voldoen aan de vereisten van |
algemene hygiëne, geheimhouding van de onderzoeken, comfort en | algemene hygiëne, geheimhouding van de onderzoeken, comfort en |
veiligheid; | veiligheid; |
3° Speciale aandacht dient te worden besteed aan natuurlijke en | 3° Speciale aandacht dient te worden besteed aan natuurlijke en |
kunstmatige verlichting, luchtverversing, privacy, brandbeveiliging, | kunstmatige verlichting, luchtverversing, privacy, brandbeveiliging, |
en aan een regelbare verwarmingsinstallatie aangepast aan de | en aan een regelbare verwarmingsinstallatie aangepast aan de |
verschillende lokalen; | verschillende lokalen; |
4° De lokalen die door een gezondheidscentrum of centrum voor medisch | 4° De lokalen die door een gezondheidscentrum of centrum voor medisch |
schooltoezicht gebruikt worden, zijn enkel bestemd voor de preventieve | schooltoezicht gebruikt worden, zijn enkel bestemd voor de preventieve |
geneeskunde en moeten afgezonderd zijn van de lokalen waar curatieve | geneeskunde en moeten afgezonderd zijn van de lokalen waar curatieve |
of expertiseactiviteiten uitgeoefend worden; | of expertiseactiviteiten uitgeoefend worden; |
5° Ze moeten in eenzelfde gebouw gegroepeerd en zodanig ingericht zijn | 5° Ze moeten in eenzelfde gebouw gegroepeerd en zodanig ingericht zijn |
dat er één of meer onderzoekskringlopen bestaan waarbij elke | dat er één of meer onderzoekskringlopen bestaan waarbij elke |
onderzoekskringloop wordt gevormd door een geheel van met elkaar | onderzoekskringloop wordt gevormd door een geheel van met elkaar |
verbonden lokalen, die zo geschikt zijn dat de consultanten er kunnen | verbonden lokalen, die zo geschikt zijn dat de consultanten er kunnen |
doorlopen in de volgorde die het geneeskundig onderzoek vereist; | doorlopen in de volgorde die het geneeskundig onderzoek vereist; |
6° Wanneer de jaarlijkse activiteit van een kringloop gewoonlijk 5 000 | 6° Wanneer de jaarlijkse activiteit van een kringloop gewoonlijk 5 000 |
onderzoeken voor medisch schooltoezicht overtreft, moet de kringloop | onderzoeken voor medisch schooltoezicht overtreft, moet de kringloop |
gesplitst worden; | gesplitst worden; |
7° De schikking van de lokalen van de kringloop moet een vlotte | 7° De schikking van de lokalen van de kringloop moet een vlotte |
werking van de consultaties mogelijk maken en de gemeenschappelijke | werking van de consultaties mogelijk maken en de gemeenschappelijke |
lokalen moeten op rationele wijze aangewend kunnen worden; | lokalen moeten op rationele wijze aangewend kunnen worden; |
8° Elke onderzoekskringloop bestaat ten minste uit de lokalen die | 8° Elke onderzoekskringloop bestaat ten minste uit de lokalen die |
hierna worden opgesomd, waarbij de opgegeven nuttige vloeroppervlakten | hierna worden opgesomd, waarbij de opgegeven nuttige vloeroppervlakten |
minimumoppervlakten zijn : | minimumoppervlakten zijn : |
a) een voorkamer-kleedkamer van minimum 10 m2 bij de ingang van de | a) een voorkamer-kleedkamer van minimum 10 m2 bij de ingang van de |
kringloop, waarbij de deur van de voorkamer-kleedkamer zo dient | kringloop, waarbij de deur van de voorkamer-kleedkamer zo dient |
geconstrueerd te worden dat ze in het slot terugvalt en vanuit het | geconstrueerd te worden dat ze in het slot terugvalt en vanuit het |
secretariaat geopend moet kunnen worden; | secretariaat geopend moet kunnen worden; |
b) een wachtkamer van 25 m2 die verduisterd moet kunnen worden; | b) een wachtkamer van 25 m2 die verduisterd moet kunnen worden; |
c) een secretariaat en een informaticalokaal die gezamenlijk 20 m2 | c) een secretariaat en een informaticalokaal die gezamenlijk 20 m2 |
bedragen, bij gebruik voor verschillende kringlopen dient de | bedragen, bij gebruik voor verschillende kringlopen dient de |
gezamenlijke oppervlakte 30 m2 te bedragen; | gezamenlijke oppervlakte 30 m2 te bedragen; |
d) een biometrielokaal van 18 m2 met een minimumlengte van 5 m bestemd | d) een biometrielokaal van 18 m2 met een minimumlengte van 5 m bestemd |
voor : | voor : |
- algemeen biometrisch onderzoek; | - algemeen biometrisch onderzoek; |
- reiniging en sterilisatie van medische instrumenten; | - reiniging en sterilisatie van medische instrumenten; |
- sensoriële onderzoeken; | - sensoriële onderzoeken; |
- koel bewaren van vaccins; | - koel bewaren van vaccins; |
e) een medisch kabinet van 15 m2 met vaste wastafel voor het klinische | e) een medisch kabinet van 15 m2 met vaste wastafel voor het klinische |
onderzoek; | onderzoek; |
f) drie naast elkaar gelegen kleedhokjes van 1,3 m2 die voldoende | f) drie naast elkaar gelegen kleedhokjes van 1,3 m2 die voldoende |
privacy waarborgen en een of meer gangen van ten minste 1,3 m2 breed, | privacy waarborgen en een of meer gangen van ten minste 1,3 m2 breed, |
waardoor de consultanten van de kleedhokjes naar de onderzoeklokalen | waardoor de consultanten van de kleedhokjes naar de onderzoeklokalen |
kunnen lopen; | kunnen lopen; |
g) sanitaire lokalen voor consultanten en personeel, die | g) sanitaire lokalen voor consultanten en personeel, die |
gemeenschappelijk ter beschikking gesteld mogen worden van de | gemeenschappelijk ter beschikking gesteld mogen worden van de |
verschillende kringlopen, maar waarbij wel voldoende toiletten en | verschillende kringlopen, maar waarbij wel voldoende toiletten en |
vaste wastafels aanwezig dienen te zijn; | vaste wastafels aanwezig dienen te zijn; |
h) een polyvalente ruimte van 20 m2; | h) een polyvalente ruimte van 20 m2; |
i) een bureau van 20 m2 voor de coördinerend geneesheer; | i) een bureau van 20 m2 voor de coördinerend geneesheer; |
j) een spreekkamer van 12 m2; | j) een spreekkamer van 12 m2; |
k) er moet rekening gehouden worden met de uitbouw van een | k) er moet rekening gehouden worden met de uitbouw van een |
informaticanetwerk. | informaticanetwerk. |
Art. 4.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
Art. 4.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
de infrastructuur van een consultatiebureau voor respiratoire | de infrastructuur van een consultatiebureau voor respiratoire |
aandoeningen moet voldoen om voor een investeringssubsidie in | aandoeningen moet voldoen om voor een investeringssubsidie in |
aanmerking te komen zijn de volgende : | aanmerking te komen zijn de volgende : |
1° Een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen bestaat uit de | 1° Een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen bestaat uit de |
hierna opgesomde lokalen waarbij de opgegeven nuttige | hierna opgesomde lokalen waarbij de opgegeven nuttige |
vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : | vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : |
a) een secretariaat van 25 m2; | a) een secretariaat van 25 m2; |
b) een wachtkamer van 20 m2 met een goede natuurlijke verluchting; | b) een wachtkamer van 20 m2 met een goede natuurlijke verluchting; |
c) een kamer van 15 m2 voor tuberculinetests, waarin ook een | c) een kamer van 15 m2 voor tuberculinetests, waarin ook een |
automatische ontwikkelaar geplaatst wordt, en een vaste wastafel; | automatische ontwikkelaar geplaatst wordt, en een vaste wastafel; |
d) een radiografielokaal van 14 m2 met elektriciteitsleidingen die | d) een radiografielokaal van 14 m2 met elektriciteitsleidingen die |
aangepast zijn aan het grote verbruik van de apparatuur; | aangepast zijn aan het grote verbruik van de apparatuur; |
e) twee kleedhokjes van 1,3 m2; | e) twee kleedhokjes van 1,3 m2; |
f) één bureau van 20 m2; | f) één bureau van 20 m2; |
g) een vergaderzaal van 30 m2; | g) een vergaderzaal van 30 m2; |
h) een archiefruimte van 15 m2; | h) een archiefruimte van 15 m2; |
i) voldoende sanitair voor zowel bezoekers als personeel; | i) voldoende sanitair voor zowel bezoekers als personeel; |
j) een afzonderingslokaal van 5 m2; | j) een afzonderingslokaal van 5 m2; |
2° De consultatiebureaus met mobiele eenheden dienen bovendien te | 2° De consultatiebureaus met mobiele eenheden dienen bovendien te |
beschikken over : | beschikken over : |
a) een kamer van 10 m2 voor de technicus; | a) een kamer van 10 m2 voor de technicus; |
b) een kamer van 12 m2 waar herstellingen uitgevoerd worden; | b) een kamer van 12 m2 waar herstellingen uitgevoerd worden; |
c) een verwarmde garage voor twee grote voertuigen. | c) een verwarmde garage voor twee grote voertuigen. |
Art. 5.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
Art. 5.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
de infrastructuur van een centrum voor geestelijke gezondheidszorg | de infrastructuur van een centrum voor geestelijke gezondheidszorg |
moet voldoen om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen | moet voldoen om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen |
zijn de volgende : | zijn de volgende : |
1° Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg dient gemakkelijk | 1° Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg dient gemakkelijk |
toegankelijk te zijn en bereikbaar te zijn onder meer met het openbaar | toegankelijk te zijn en bereikbaar te zijn onder meer met het openbaar |
vervoer; | vervoer; |
2° De lokalen waarin consulten met patiënten plaatsvinden, moeten | 2° De lokalen waarin consulten met patiënten plaatsvinden, moeten |
voldoende geïsoleerd zijn tegen het geluid; | voldoende geïsoleerd zijn tegen het geluid; |
3° De basisinfrastructuur van een centrum voor geestelijke | 3° De basisinfrastructuur van een centrum voor geestelijke |
gezondheidszorg bestaat uit de hierna opgesomde lokalen waarbij de | gezondheidszorg bestaat uit de hierna opgesomde lokalen waarbij de |
opgegeven nuttige vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : | opgegeven nuttige vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : |
a) een wachtkamer van 10 m2; | a) een wachtkamer van 10 m2; |
b) een secretariaat van 20 m2; | b) een secretariaat van 20 m2; |
c) een multifunctionele ruimte voor extern gebruik van 25 m2; | c) een multifunctionele ruimte voor extern gebruik van 25 m2; |
d) een multifunctionele ruimte voor intern gebruik van 20 m2; | d) een multifunctionele ruimte voor intern gebruik van 20 m2; |
e) een archief van 10 m2; | e) een archief van 10 m2; |
f) een berging van 5 m2; | f) een berging van 5 m2; |
g) sanitair van 10 m2; | g) sanitair van 10 m2; |
h) als in het centrum speltherapie voor kinderen of ergotherapie voor | h) als in het centrum speltherapie voor kinderen of ergotherapie voor |
volwassenen wordt georganiseerd, is hiervoor telkens een aangepaste | volwassenen wordt georganiseerd, is hiervoor telkens een aangepaste |
ruimte van 20 m2 nodig; | ruimte van 20 m2 nodig; |
4° Daarnaast dient per voltijds equivalent van de erkende | 4° Daarnaast dient per voltijds equivalent van de erkende |
personeelsformatie voor de psychiatrische, de psychologische, de | personeelsformatie voor de psychiatrische, de psychologische, de |
maatschappelijke en aanvullende functies, minimum 16 m2 bureauruimte | maatschappelijke en aanvullende functies, minimum 16 m2 bureauruimte |
beschikbaar te zijn. | beschikbaar te zijn. |
Art. 6.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
Art. 6.De specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen waaraan |
de infrastructuur van een wijkgezondheidscentrum moet voldoen om voor | de infrastructuur van een wijkgezondheidscentrum moet voldoen om voor |
een investeringssubsidie in aanmerking te komen, zijn de volgende : | een investeringssubsidie in aanmerking te komen, zijn de volgende : |
1° Een wijkgezondheidscentrum dient gemakkelijk toegankelijk en | 1° Een wijkgezondheidscentrum dient gemakkelijk toegankelijk en |
bereikbaar te zijn met onder meer het openbaar vervoer; | bereikbaar te zijn met onder meer het openbaar vervoer; |
2° De disciplinegebonden lokalen waarin de disciplines worden | 2° De disciplinegebonden lokalen waarin de disciplines worden |
uitgeoefend, moeten voldoende geïsoleerd zijn tegen geluid; | uitgeoefend, moeten voldoende geïsoleerd zijn tegen geluid; |
3° De basisinfrastructuur van een wijkgezondheidscentrum bestaat uit | 3° De basisinfrastructuur van een wijkgezondheidscentrum bestaat uit |
de hierna opgesomde lokalen, waarbij de opgegeven nuttige | de hierna opgesomde lokalen, waarbij de opgegeven nuttige |
vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : | vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : |
a) algemene lokalen : | a) algemene lokalen : |
- een wachtruimte van 12 m2; | - een wachtruimte van 12 m2; |
- een secretariaat van 16 m2; | - een secretariaat van 16 m2; |
- een archief en berging van samen 10 m2; | - een archief en berging van samen 10 m2; |
- een sanitair voor de patiënten en een afzonderlijk sanitair voor het | - een sanitair voor de patiënten en een afzonderlijk sanitair voor het |
personeel; | personeel; |
- een vergaderlokaal van 20 m2; | - een vergaderlokaal van 20 m2; |
b) disciplinegebonden lokalen waarin de disciplines worden uitgeoefend | b) disciplinegebonden lokalen waarin de disciplines worden uitgeoefend |
: | : |
- voor de erkende huisartsen : een consultatieruimte van 12 m2 per | - voor de erkende huisartsen : een consultatieruimte van 12 m2 per |
twee voltijdse equivalenten; | twee voltijdse equivalenten; |
- voor de paramedische discipline : een behandelkamer van 10 m2 per | - voor de paramedische discipline : een behandelkamer van 10 m2 per |
twee voltijdse equivalenten; | twee voltijdse equivalenten; |
- voor de discipline van maatschappelijk werk : een bureel van 10 m2 | - voor de discipline van maatschappelijk werk : een bureel van 10 m2 |
per voltijds equivalent. | per voltijds equivalent. |
Art. 7.De specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen waaraan de |
Art. 7.De specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen waaraan de |
infrastructuur van een aanloopadres inzake beschut wonen moet voldoen | infrastructuur van een aanloopadres inzake beschut wonen moet voldoen |
om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen zijn : | om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen zijn : |
1° Het aanloopadres inzake beschut wonen dient gemakkelijk | 1° Het aanloopadres inzake beschut wonen dient gemakkelijk |
toegankelijk te zijn en bereikbaar te zijn onder meer met het openbaar | toegankelijk te zijn en bereikbaar te zijn onder meer met het openbaar |
vervoer; | vervoer; |
2° Het aanloopadres inzake beschut wonen dient gelokaliseerd te zijn | 2° Het aanloopadres inzake beschut wonen dient gelokaliseerd te zijn |
in de lokale leefgemeenschap en in elk geval op voldoende ruime | in de lokale leefgemeenschap en in elk geval op voldoende ruime |
afstand van het ziekenhuis dat deel uitmaakt van het | afstand van het ziekenhuis dat deel uitmaakt van het |
samenwerkingsverband voor de oprichting en het beheer van initiatieven | samenwerkingsverband voor de oprichting en het beheer van initiatieven |
van beschut wonen, zodat er zeker geen rechtstreekse toegang mogelijk | van beschut wonen, zodat er zeker geen rechtstreekse toegang mogelijk |
is vanuit het aanloopadres inzake beschut wonen naar het domein waarop | is vanuit het aanloopadres inzake beschut wonen naar het domein waarop |
het ziekenhuis gevestigd is; | het ziekenhuis gevestigd is; |
3° De lokalen waarin individuele gesprekken en teamvergaderingen | 3° De lokalen waarin individuele gesprekken en teamvergaderingen |
doorgaan, moeten voldoende geïsoleerd zijn tegen geluid; | doorgaan, moeten voldoende geïsoleerd zijn tegen geluid; |
4° De basisinfrastructuur van een aanloopadres inzake beschut wonen | 4° De basisinfrastructuur van een aanloopadres inzake beschut wonen |
bestaat uit de hierna opgesomde lokalen, waarbij de opgegeven nuttige | bestaat uit de hierna opgesomde lokalen, waarbij de opgegeven nuttige |
vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : | vloeroppervlakten minimumoppervlakten zijn : |
a) een secretariaat van 16 m2; | a) een secretariaat van 16 m2; |
b) een multifunctionele ruimte van 24 m2; | b) een multifunctionele ruimte van 24 m2; |
c) een archief- en/of bergruimte van 5 m2; | c) een archief- en/of bergruimte van 5 m2; |
d) een sanitair van 5 m2. | d) een sanitair van 5 m2. |
HOOFDSTUK III. - Uitrusting | HOOFDSTUK III. - Uitrusting |
Art. 8.Tot de extra uitrusting van een gezondheidscentrum en van een |
Art. 8.Tot de extra uitrusting van een gezondheidscentrum en van een |
centrum voor medisch schooltoezicht die voor een investeringssubsidie | centrum voor medisch schooltoezicht die voor een investeringssubsidie |
in aanmerking komen, behoort een geluidsvrije cabine met audiometer. | in aanmerking komen, behoort een geluidsvrije cabine met audiometer. |
Deze cabine kan deel uitmaken van het in artikel 3, 8°, d) genoemde | Deze cabine kan deel uitmaken van het in artikel 3, 8°, d) genoemde |
biometrielokaal. | biometrielokaal. |
Art. 9.Tot de extra uitrusting van een consultatiebureau voor |
Art. 9.Tot de extra uitrusting van een consultatiebureau voor |
respiratoire aandoeningen die voor een investeringssubsidie in | respiratoire aandoeningen die voor een investeringssubsidie in |
aanmerking wordt genomen, behoort een radiografietoestel. | aanmerking wordt genomen, behoort een radiografietoestel. |
Art. 10.Tot de extra uitrusting van een consultatiebureau voor |
Art. 10.Tot de extra uitrusting van een consultatiebureau voor |
respiratoire aandoeningen met mobiele eenheden, die voor een | respiratoire aandoeningen met mobiele eenheden, die voor een |
investeringssubsidie in aanmerking wordt genomen, behoren : | investeringssubsidie in aanmerking wordt genomen, behoren : |
1° een voertuig met vast radiografietoestel; | 1° een voertuig met vast radiografietoestel; |
2° een voertuig met verplaatsbaar radiografietoestel. | 2° een voertuig met verplaatsbaar radiografietoestel. |
HOOFDSTUK IV. - Subsidiabele oppervlakte | HOOFDSTUK IV. - Subsidiabele oppervlakte |
Art. 11.§ 1. De subsidiabele oppervlakte bedraagt maximaal : |
Art. 11.§ 1. De subsidiabele oppervlakte bedraagt maximaal : |
1° voor een gezondheidscentrum : 330 m2 per kringloop; | 1° voor een gezondheidscentrum : 330 m2 per kringloop; |
2° voor een centrum voor medisch schooltoezicht : 330 m2 per | 2° voor een centrum voor medisch schooltoezicht : 330 m2 per |
kringloop; | kringloop; |
3° voor een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen : 225 m2 | 3° voor een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen : 225 m2 |
per capaciteitseenheid; | per capaciteitseenheid; |
4° voor een centrum voor geestelijke gezondheidszorg : 50 m2 per | 4° voor een centrum voor geestelijke gezondheidszorg : 50 m2 per |
voltijds equivalent; | voltijds equivalent; |
5° voor een wijkgezondheidscentrum : 50 m2 per voltijds equivalent. | 5° voor een wijkgezondheidscentrum : 50 m2 per voltijds equivalent. |
Een aanloopadres inzake beschut wonen komt slechts voor subsidiëring | Een aanloopadres inzake beschut wonen komt slechts voor subsidiëring |
in aanmerking indien het aanloopadres minimum 15 erkende plaatsen voor | in aanmerking indien het aanloopadres minimum 15 erkende plaatsen voor |
beschut wonen omvat. De maximale subsidiabele oppervlakte bedraagt dan | beschut wonen omvat. De maximale subsidiabele oppervlakte bedraagt dan |
50 m2. Voor het aanloopadres inzake beschut wonen dat meer dan 25 | 50 m2. Voor het aanloopadres inzake beschut wonen dat meer dan 25 |
erkende plaatsen voor beschut wonen omvat wordt de maximale | erkende plaatsen voor beschut wonen omvat wordt de maximale |
subsidiabele oppervlakte van 50 m2 verhoogd met maximaal 2 m2 per | subsidiabele oppervlakte van 50 m2 verhoogd met maximaal 2 m2 per |
erkende plaats boven 25, met een maximale subsidiabele oppervlakte van | erkende plaats boven 25, met een maximale subsidiabele oppervlakte van |
200 m2 per aanloopadres inzake beschut wonen. | 200 m2 per aanloopadres inzake beschut wonen. |
§ 2. Bij uitbreiding komt enkel de nieuwgebouwde oppervlakte die | § 2. Bij uitbreiding komt enkel de nieuwgebouwde oppervlakte die |
tezamen met de oppervlakte van het behouden gedeelte van het bestaande | tezamen met de oppervlakte van het behouden gedeelte van het bestaande |
gebouw de maximale subsidiabele oppervlakte, vermeld onder § 1, niet | gebouw de maximale subsidiabele oppervlakte, vermeld onder § 1, niet |
overschrijdt, voor subsidiëring in aanmerking. | overschrijdt, voor subsidiëring in aanmerking. |
HOOFDSTUK V. - Investeringssubsidie | HOOFDSTUK V. - Investeringssubsidie |
Art. 12.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de |
Art. 12.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de |
nieuwbouw, uitrusting en meubilering inbegrepen, is voor de hele | nieuwbouw, uitrusting en meubilering inbegrepen, is voor de hele |
sector van de preventieve en de ambulante gezondheidssector | sector van de preventieve en de ambulante gezondheidssector |
vastgesteld op 22 000 frank per m2. | vastgesteld op 22 000 frank per m2. |
§ 2. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie als volgt | § 2. Bij de subsidiebelofte wordt de investeringssubsidie als volgt |
verdeeld : | verdeeld : |
1° ruwbouw : 35 %; | 1° ruwbouw : 35 %; |
2° technische uitrusting : 25 %; | 2° technische uitrusting : 25 %; |
3° afwerking : 30 %; | 3° afwerking : 30 %; |
4° uitrusting en meubilering : 10 %. | 4° uitrusting en meubilering : 10 %. |
De Vlaamse minister, bevoegd voor de investeringen voor | De Vlaamse minister, bevoegd voor de investeringen voor |
verzorgingsinstellingen, kan andere aangepaste percentages bepalen met | verzorgingsinstellingen, kan andere aangepaste percentages bepalen met |
evenwel een maximum van : | evenwel een maximum van : |
1° ruwbouw : 45 %; | 1° ruwbouw : 45 %; |
2° technische uitrusting : 35 %; | 2° technische uitrusting : 35 %; |
3° afwerking : 40 %; | 3° afwerking : 40 %; |
4° uitrusting en meubilering : 20 %. | 4° uitrusting en meubilering : 20 %. |
Art. 13.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor |
Art. 13.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor |
uitbreiding is voor de gehele sector van de preventieve en de | uitbreiding is voor de gehele sector van de preventieve en de |
ambulante gezondheidssector vastgesteld op 20 000 frank per m2. | ambulante gezondheidssector vastgesteld op 20 000 frank per m2. |
§ 2. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de eerste | § 2. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de eerste |
uitrusting en meubilering inzake uitbreiding is voor de hele sector | uitrusting en meubilering inzake uitbreiding is voor de hele sector |
van de preventieve en de ambulante gezondheidssector vastgesteld op 60 | van de preventieve en de ambulante gezondheidssector vastgesteld op 60 |
% van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag wordt, indien nodig, | % van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag wordt, indien nodig, |
verminderd op basis van de eindafrekening. De te veel ontvangen | verminderd op basis van de eindafrekening. De te veel ontvangen |
investeringssubsidie moet onmiddellijk worden terugbetaald. | investeringssubsidie moet onmiddellijk worden terugbetaald. |
§ 3. De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie | § 3. De totale som van het basisbedrag van de investeringssubsidie |
voor uitbreiding zoals bepaald in § 1 en 2 kan niet hoger zijn dan het | voor uitbreiding zoals bepaald in § 1 en 2 kan niet hoger zijn dan het |
basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw zoals bepaald | basisbedrag van de investeringssubsidie voor nieuwbouw zoals bepaald |
in artikel 12. | in artikel 12. |
Art. 14.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor |
Art. 14.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor |
verbouwing is vastgesteld op 60 % van de goedgekeurde raming. Dit | verbouwing is vastgesteld op 60 % van de goedgekeurde raming. Dit |
basisbedrag wordt, indien nodig, verminderd op basis van de | basisbedrag wordt, indien nodig, verminderd op basis van de |
eindafrekening. De te veel ontvangen investeringssubsidie moet | eindafrekening. De te veel ontvangen investeringssubsidie moet |
onmiddellijk worden terugbetaald. | onmiddellijk worden terugbetaald. |
§ 2. Het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor | § 2. Het basisbedrag van de totale investeringssubsidie voor |
verbouwing mag ten hoogste 75 % van het in artikel 13, § 1, bepaalde | verbouwing mag ten hoogste 75 % van het in artikel 13, § 1, bepaalde |
basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding bedragen. | basisbedrag van de investeringssubsidie voor uitbreiding bedragen. |
Art. 15.Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor aankoop en |
Art. 15.Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor aankoop en |
de daar noodzakelijk bijbehorende verbouwing, uitrusting en | de daar noodzakelijk bijbehorende verbouwing, uitrusting en |
meubilering inbegrepen, bedraagt maximaal 75 % van het basisbedrag van | meubilering inbegrepen, bedraagt maximaal 75 % van het basisbedrag van |
de investeringssubsidie zoals bepaald in artikel 12, § 1. Voor de | de investeringssubsidie zoals bepaald in artikel 12, § 1. Voor de |
aankoop kan ten hoogste 60 % van de som van de door het comité van | aankoop kan ten hoogste 60 % van de som van de door het comité van |
aankoop geschatte venale waarde van het gebouw en de met de aankoop | aankoop geschatte venale waarde van het gebouw en de met de aankoop |
verbonden en bewezen notariskosten en registratierechten of BTW, in | verbonden en bewezen notariskosten en registratierechten of BTW, in |
aanmerking komen voor de investeringssubsidie. | aanmerking komen voor de investeringssubsidie. |
Art. 16.In een periode van twintig jaar na de voorlopige oplevering |
Art. 16.In een periode van twintig jaar na de voorlopige oplevering |
van een investering van nieuwbouw, van uitbreiding, van aankoop met | van een investering van nieuwbouw, van uitbreiding, van aankoop met |
verbouwing of van verbouwing, kan geen investeringssubsidie worden | verbouwing of van verbouwing, kan geen investeringssubsidie worden |
verkregen voor hetzelfde project, ongeacht of de investeringssubsidie | verkregen voor hetzelfde project, ongeacht of de investeringssubsidie |
is verkregen in een andere sector van de persoonsgebonden | is verkregen in een andere sector van de persoonsgebonden |
aangelegenheden. Enkel als een verbouwing noodzakelijk wordt opgelegd | aangelegenheden. Enkel als een verbouwing noodzakelijk wordt opgelegd |
door de gewijzigde regelgeving of door de opgelegde | door de gewijzigde regelgeving of door de opgelegde |
veiligheidsvoorschriften, kan binnen deze periode een | veiligheidsvoorschriften, kan binnen deze periode een |
investeringssubsidie voor verbouwing worden verkregen. | investeringssubsidie voor verbouwing worden verkregen. |
Art. 17.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de |
Art. 17.§ 1. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor de |
bijzondere uitrusting, zoals omschreven in artikelen 8, 9 en 10, | bijzondere uitrusting, zoals omschreven in artikelen 8, 9 en 10, |
bedraagt 60 % van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag wordt, | bedraagt 60 % van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag wordt, |
indien nodig, verminderd op basis van de eindafrekening. De te veel | indien nodig, verminderd op basis van de eindafrekening. De te veel |
ontvangen investeringssubsidie moet onmiddellijk worden terugbetaald. | ontvangen investeringssubsidie moet onmiddellijk worden terugbetaald. |
§ 2. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor meubilering en | § 2. Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor meubilering en |
uitrusting, die afzonderlijk en in het bijzonder moeten worden | uitrusting, die afzonderlijk en in het bijzonder moeten worden |
aangeschaft, bedraagt 60 % van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag | aangeschaft, bedraagt 60 % van de goedgekeurde raming. Dit basisbedrag |
wordt, indien nodig, verminderd op basis van de eindafrekening. De te | wordt, indien nodig, verminderd op basis van de eindafrekening. De te |
veel ontvangen investeringssubsidie moet onmiddellijk worden | veel ontvangen investeringssubsidie moet onmiddellijk worden |
terugbetaald. | terugbetaald. |
Art. 18.De bedragen zoals bepaald in artikelen 12 en 13 worden |
Art. 18.De bedragen zoals bepaald in artikelen 12 en 13 worden |
jaarlijks op I januari aangepast aan de bouwindex. De basisindex is | jaarlijks op I januari aangepast aan de bouwindex. De basisindex is |
die van 1 januari 1994. | die van 1 januari 1994. |
Art. 19.Behalve voor de aankoop omvat de investeringssubsidie, naast |
Art. 19.Behalve voor de aankoop omvat de investeringssubsidie, naast |
het bedrag dat exclusief BTW wordt vastgesteld met toepassing van | het bedrag dat exclusief BTW wordt vastgesteld met toepassing van |
artikelen 12, 13, 14, 15 en 17, een subsidie voor de BTW tegen het | artikelen 12, 13, 14, 15 en 17, een subsidie voor de BTW tegen het |
geldende tarief en voor de algemene onkosten tegen 7 %. De totale | geldende tarief en voor de algemene onkosten tegen 7 %. De totale |
investeringssubsidie wordt dan als volgt berekend : basisbedrag + | investeringssubsidie wordt dan als volgt berekend : basisbedrag + |
geldende BTW op het basisbedrag + algemene onkosten à 7 % op het | geldende BTW op het basisbedrag + algemene onkosten à 7 % op het |
basisbedrag + geldende BTW op de algemene onkosten. | basisbedrag + geldende BTW op de algemene onkosten. |
HOOFDSTUK VI. - Specifieke subsidiëringsvoorwaarden voor de | HOOFDSTUK VI. - Specifieke subsidiëringsvoorwaarden voor de |
wijkgezondheidscentra | wijkgezondheidscentra |
Art. 20.Om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen |
Art. 20.Om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen |
dienen de wijkgezondheidscentra tevens te voldoen aan de voorwaarden | dienen de wijkgezondheidscentra tevens te voldoen aan de voorwaarden |
vermeld in artikel 21 tot en met 24. | vermeld in artikel 21 tot en met 24. |
Art. 21.Het centrum, bedoeld in artikel 1, 17°, is gelegen in een |
Art. 21.Het centrum, bedoeld in artikel 1, 17°, is gelegen in een |
gemeente die meer ontvangt dan het gewaarborgde trekkingsrecht zoals | gemeente die meer ontvangt dan het gewaarborgde trekkingsrecht zoals |
bepaald in het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen | bepaald in het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen |
inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, of in | inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, of in |
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Tevens is het centrum gelegen | het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Tevens is het centrum gelegen |
in een achtergestelde buurt zoals afgebakend in het door de Vlaamse | in een achtergestelde buurt zoals afgebakend in het door de Vlaamse |
Gemeenschap goedgekeurde beleidsplan van de betrokken gemeente of in | Gemeenschap goedgekeurde beleidsplan van de betrokken gemeente of in |
het door de Vlaamse Gemeenschap goedgekeurde beleidsplan van de | het door de Vlaamse Gemeenschap goedgekeurde beleidsplan van de |
Vlaamse Gemeenschapscommissie, overeenkomstig de bepalingen van het | Vlaamse Gemeenschapscommissie, overeenkomstig de bepalingen van het |
decreet van 14 mei 1996. | decreet van 14 mei 1996. |
Art. 22.De verlening van de geneeskundige en paramedische prestaties |
Art. 22.De verlening van de geneeskundige en paramedische prestaties |
gebeurt door een systeem van forfaitaire betalingen, zoals bepaald in | gebeurt door een systeem van forfaitaire betalingen, zoals bepaald in |
artikel 52, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor | artikel 52, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor |
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli | geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli |
1994. | 1994. |
Art. 23.Het wijkgezondheidscentrum waakt erover dat, in het bijzonder |
Art. 23.Het wijkgezondheidscentrum waakt erover dat, in het bijzonder |
de meest kwetsbare groepen, gelijke kansen op en gelijke toegang tot | de meest kwetsbare groepen, gelijke kansen op en gelijke toegang tot |
de gezondheidszorg krijgen. Om dit aan te tonen dient het centrum, met | de gezondheidszorg krijgen. Om dit aan te tonen dient het centrum, met |
betrekking tot de ingeschreven patiënten, aan het volgende criterium | betrekking tot de ingeschreven patiënten, aan het volgende criterium |
te beantwoorden. | te beantwoorden. |
De verhouding van rechthebbenden en gerechtigden met verhoogde | De verhouding van rechthebbenden en gerechtigden met verhoogde |
verzekeringstegemoetkoming als bedoeld in artikel 37 van de wet | verzekeringstegemoetkoming als bedoeld in artikel 37 van de wet |
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en | betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en |
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ten opzichte van het | uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ten opzichte van het |
totale aantal bij het centrum ingeschreven rechthebbenden en | totale aantal bij het centrum ingeschreven rechthebbenden en |
gerechtigden, moet hoger liggen dan het landelijk gemiddelde voor de | gerechtigden, moet hoger liggen dan het landelijk gemiddelde voor de |
verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, na standaardisering | verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, na standaardisering |
voor leeftijd en geslacht. | voor leeftijd en geslacht. |
Art. 24.Elk jaar brengt het wijkgezondheidscentrum verslag uit bij de |
Art. 24.Elk jaar brengt het wijkgezondheidscentrum verslag uit bij de |
administratie Gezondheidszorg van het ministerie van de Vlaamse | administratie Gezondheidszorg van het ministerie van de Vlaamse |
Gemeenschap over het beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in | Gemeenschap over het beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in |
artikelen 21 tot en met 23. | artikelen 21 tot en met 23. |
Als de administratie Gezondheidszorg vaststelt dat niet meer voldaan | Als de administratie Gezondheidszorg vaststelt dat niet meer voldaan |
wordt aan één of meerdere van de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, | wordt aan één of meerdere van de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, |
wordt dit beschouwd als een bestemmingswijziging als bedoeld in | wordt dit beschouwd als een bestemmingswijziging als bedoeld in |
artikel 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering houdende de | artikel 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering houdende de |
procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden | procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden |
aangelegenheden. | aangelegenheden. |
HOOFDSTUK Vll. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK Vll. - Slotbepalingen |
Art. 25.Het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 1994 tot |
Art. 25.Het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 1994 tot |
vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische | vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische |
normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg, gewijzigd | normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg, gewijzigd |
bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1998, wordt | bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1998, wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de investeringen voor |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de investeringen voor |
verzorgingsinstellingen, is belast met de uitvoering van dit besluit. | verzorgingsinstellingen, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 8 juni 1999. | Brussel, 8 juni 1999. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, | De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, |
Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER | Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER |