Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 07/06/2013
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en diversiteitsbeleid "
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en diversiteitsbeleid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en diversiteitsbeleid
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
7 JUNI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de 7 JUNI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de
criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor het verlenen van
subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het loopbaan- en
diversiteitsbeleid diversiteitsbeleid
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie Gelet op het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie
op de arbeidsmarkt, artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 9 maart op de arbeidsmarkt, artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 9 maart
2007; 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot
vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor
het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het
beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit; beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 4 juni 2013; begroting, gegeven op 4 juni 2013;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, artikel 3, § 1; 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat zonder uitstel de dienstverlening op het vlak van het Overwegende dat zonder uitstel de dienstverlening op het vlak van het
loopbaan- en diversiteitsbeleid moet worden gegarandeerd; loopbaan- en diversiteitsbeleid moet worden gegarandeerd;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk,
Ruimtelijke Ordening en Sport; Ruimtelijke Ordening en Sport;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° aanvrager : de indiener van een aanvraag tot subsidiëring van een 1° aanvrager : de indiener van een aanvraag tot subsidiëring van een
plan; plan;
2° administratie : het Departement Werk en Sociale Economie van het 2° administratie : het Departement Werk en Sociale Economie van het
Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie; Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;
3° arbeidshandicap : elk langdurig en belangrijk probleem van deelname 3° arbeidshandicap : elk langdurig en belangrijk probleem van deelname
aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen
functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of
zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en
persoonlijke en externe factoren. Tot de categorie van personen met persoonlijke en externe factoren. Tot de categorie van personen met
een indicatie van arbeidshandicap behoren : een indicatie van arbeidshandicap behoren :
a) personen met een handicap, erkend door het intern verzelfstandigd a) personen met een handicap, erkend door het intern verzelfstandigd
agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen
met een Handicap; met een Handicap;
b) personen die gewezen leerling zijn van het buitengewoon onderwijs b) personen die gewezen leerling zijn van het buitengewoon onderwijs
en die hoogstens een getuigschrift of diploma behaald hebben in het en die hoogstens een getuigschrift of diploma behaald hebben in het
buitengewoon onderwijs; buitengewoon onderwijs;
c) personen die op basis van hun handicap in aanmerking komen voor een c) personen die op basis van hun handicap in aanmerking komen voor een
inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming, inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming,
verstrekt aan personen met een handicap op basis van de wet van 27 verstrekt aan personen met een handicap op basis van de wet van 27
februari 1987 houdende tegemoetkomingen aan personen met een handicap; februari 1987 houdende tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
d) personen die in het bezit zijn van een afschrift van een definitief d) personen die in het bezit zijn van een afschrift van een definitief
geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde
federale instelling waaruit een blijvende graad van federale instelling waaruit een blijvende graad van
arbeidsongeschiktheid blijkt; arbeidsongeschiktheid blijkt;
e) personen die recht geven op bijkomende kinderbijslag of personen e) personen die recht geven op bijkomende kinderbijslag of personen
die recht hebben op een verhoogde kinderbijslag voor hun kind of die recht hebben op een verhoogde kinderbijslag voor hun kind of
kinderen ten laste als ouder met een handicap; kinderen ten laste als ouder met een handicap;
f) personen die een invaliditeitsuitkering ontvangen op basis van het f) personen die een invaliditeitsuitkering ontvangen op basis van het
koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
g) personen met een attest van arbeidshandicap van een door de Vlaamse g) personen met een attest van arbeidshandicap van een door de Vlaamse
Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding aangewezen dienst Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding aangewezen dienst
of arts; of arts;
4° BNCTO : het Brussels Nederlandstalig Comité voor Tewerkstelling en 4° BNCTO : het Brussels Nederlandstalig Comité voor Tewerkstelling en
Opleiding; Opleiding;
5° ERSV : het erkend regionaal samenwerkingsverband, vermeld in 5° ERSV : het erkend regionaal samenwerkingsverband, vermeld in
hoofdstuk II van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, hoofdstuk II van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut,
de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale
samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de
regionale sociaaleconomische overlegcomités; regionale sociaaleconomische overlegcomités;
6° kansengroepen : leden van categorieën van personen van wie de 6° kansengroepen : leden van categorieën van personen van wie de
werkzaamheidsgraad procentueel lager ligt dan het gemiddelde van de werkzaamheidsgraad procentueel lager ligt dan het gemiddelde van de
totale Vlaamse beroepsbevolking; totale Vlaamse beroepsbevolking;
7° kortgeschoolden : personen die ouder zijn dan 24 jaar en die aan 7° kortgeschoolden : personen die ouder zijn dan 24 jaar en die aan
een van de volgende voorwaarden voldoen : een van de volgende voorwaarden voldoen :
a) ze zijn geen houder van een diploma hoger secundair onderwijs; a) ze zijn geen houder van een diploma hoger secundair onderwijs;
b) ze zijn enkel houder van een getuigschrift van een b) ze zijn enkel houder van een getuigschrift van een
middenstandsopleiding; middenstandsopleiding;
c) ze zijn houder van een niet-erkend buitenlands diploma; c) ze zijn houder van een niet-erkend buitenlands diploma;
8° minder zichtbare kansengroepen : deze categorie omvat onder andere 8° minder zichtbare kansengroepen : deze categorie omvat onder andere
homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, hierna LGTB te homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, hierna LGTB te
noemen; mensen met hiv, mensen in armoede, ex-gedetineerden, noemen; mensen met hiv, mensen in armoede, ex-gedetineerden,
laaggeletterden; laaggeletterden;
9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het 9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het
tewerkstellingsbeleid; tewerkstellingsbeleid;
10° ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren : personen van 18 tot en 10° ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren : personen van 18 tot en
met 24 jaar die ten hoogste een diploma van het lager secundair met 24 jaar die ten hoogste een diploma van het lager secundair
onderwijs hebben behaald; onderwijs hebben behaald;
11° ouder wordende werknemers : de werknemers, bepaald in artikel 2, 11° ouder wordende werknemers : de werknemers, bepaald in artikel 2,
2°, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op 2°, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op
de arbeidsmarkt, en die ouder zijn dan vijftig jaar; de arbeidsmarkt, en die ouder zijn dan vijftig jaar;
12° persoon met allochtone achtergrond : persoon die tot een van de 12° persoon met allochtone achtergrond : persoon die tot een van de
volgende categorieën behoort : volgende categorieën behoort :
a) personen met een sociaal-culturele herkomst van een ander land die a) personen met een sociaal-culturele herkomst van een ander land die
legaal in België verblijven, die al dan niet Belg zijn geworden en die legaal in België verblijven, die al dan niet Belg zijn geworden en die
bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen : bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
1° zij of hun ouders zijn in het kader van gastarbeid en volgmigratie 1° zij of hun ouders zijn in het kader van gastarbeid en volgmigratie
naar België gekomen; naar België gekomen;
2° ze hebben de status van ontvankelijk verklaarde asielzoeker of van 2° ze hebben de status van ontvankelijk verklaarde asielzoeker of van
vluchteling verkregen; vluchteling verkregen;
3° ze hebben door regularisatie recht op verblijf in België verworven; 3° ze hebben door regularisatie recht op verblijf in België verworven;
b) personen die niet de nationaliteit bezitten van een van de Europese b) personen die niet de nationaliteit bezitten van een van de Europese
lidstaten, of van wie minstens een van de ouders of twee van de lidstaten, of van wie minstens een van de ouders of twee van de
grootouders niet de nationaliteit van een van de Europese lidstaten grootouders niet de nationaliteit van een van de Europese lidstaten
bezitten; bezitten;
13° plan : het loopbaan- en diversiteitsplan, het clusterloopbaan- en 13° plan : het loopbaan- en diversiteitsplan, het clusterloopbaan- en
diversiteitsplan, het instaploopbaan- en diversiteitsplan of het diversiteitsplan, het instaploopbaan- en diversiteitsplan of het
groeiloopbaan- en diversiteitsplan; groeiloopbaan- en diversiteitsplan;
14° RESOC : het Regionaal Sociaal-Economisch Overlegcomité, vermeld in 14° RESOC : het Regionaal Sociaal-Economisch Overlegcomité, vermeld in
artikel 18 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de artikel 18 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de
werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale
samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de
regionale sociaal-economische overlegcomités; regionale sociaal-economische overlegcomités;
15° SERR : de Sociaal-Economische Raad van de Regio, vermeld in 15° SERR : de Sociaal-Economische Raad van de Regio, vermeld in
artikel 12 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de artikel 12 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de
werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale
samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de
regionale sociaaleconomische overlegcomités; regionale sociaaleconomische overlegcomités;
16° structurele loopbaan- en diversiteitsprojecten : 16° structurele loopbaan- en diversiteitsprojecten :
a) het project Jobkanaal, met als begunstigden VOKA, UNIZO, VERSO en a) het project Jobkanaal, met als begunstigden VOKA, UNIZO, VERSO en
VKW; VKW;
b) het project Diversiteitsconsulenten bij de vakbonden, met als b) het project Diversiteitsconsulenten bij de vakbonden, met als
begunstigden ABVV, ACLVB en ACV; begunstigden ABVV, ACLVB en ACV;
c) het project Work-Up, met als begunstigden het Forum van c) het project Work-Up, met als begunstigden het Forum van
Etnisch-Culturele Minderheden en de federaties van allochtone Etnisch-Culturele Minderheden en de federaties van allochtone
verenigingen FZO, AIF, FMDO, IC, TUB, ACLI, UTV en FMV; verenigingen FZO, AIF, FMDO, IC, TUB, ACLI, UTV en FMV;
d) het project Ondersteuning van gebruikersorganisaties op het vlak d) het project Ondersteuning van gebruikersorganisaties op het vlak
van het sociaal-economisch beleid, met als begunstigde GRIP vzw; van het sociaal-economisch beleid, met als begunstigde GRIP vzw;
17° verticale mobiliteit : de toegang tot de onderneming, de 17° verticale mobiliteit : de toegang tot de onderneming, de
instelling of het lokale bestuur en de doorstroming of promotie instelling of het lokale bestuur en de doorstroming of promotie
daarbinnen. daarbinnen.
HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen over het loopbaan- en HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke bepalingen over het loopbaan- en
diversiteitsplan, het clusterloopbaan- en diversiteitsplan, het diversiteitsplan, het clusterloopbaan- en diversiteitsplan, het
instaploopbaan- en diversiteitsplan en het groeiloopbaan- en instaploopbaan- en diversiteitsplan en het groeiloopbaan- en
diversiteitsplan diversiteitsplan

Art. 2.§ 1. Binnen de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten en

Art. 2.§ 1. Binnen de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten en

volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt een subsidie volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt een subsidie
toegekend voor een plan ter uitvoering van een loopbaan- en toegekend voor een plan ter uitvoering van een loopbaan- en
diversiteitsbeleid in organisaties. diversiteitsbeleid in organisaties.
§ 2. Ondernemingen, instellingen, arbeidsorganisaties uit de § 2. Ondernemingen, instellingen, arbeidsorganisaties uit de
profitsector en uit de socialprofitsector en de lokale besturen kunnen profitsector en uit de socialprofitsector en de lokale besturen kunnen
een aanvraag tot subsidiëring van een plan indienen. een aanvraag tot subsidiëring van een plan indienen.
Elke vestiging, unit, onderneming binnen een groep en elke technische Elke vestiging, unit, onderneming binnen een groep en elke technische
bedrijfseenheid van verbonden ondernemingen kan een aanvraag tot bedrijfseenheid van verbonden ondernemingen kan een aanvraag tot
subsidiëring van een plan indienen, voor zover die vestiging, unit, subsidiëring van een plan indienen, voor zover die vestiging, unit,
onderneming of technische bedrijfseenheid beschikt over een onderneming of technische bedrijfseenheid beschikt over een
Ondernemingsraad of een Comité voor Preventie en Bescherming op het Ondernemingsraad of een Comité voor Preventie en Bescherming op het
Werk. Werk.
Organisaties die in het kader van de structurele loopbaan- en Organisaties die in het kader van de structurele loopbaan- en
diversiteitsprojecten een subsidie ontvangen, kunnen alleen een diversiteitsprojecten een subsidie ontvangen, kunnen alleen een
aanvraag indienen voor een niet-gesubsidieerd plan of een begeleiding aanvraag indienen voor een niet-gesubsidieerd plan of een begeleiding
zonder subsidie. zonder subsidie.
§ 3. De subsidie wordt toegekend met inachtneming van een evenwichtige § 3. De subsidie wordt toegekend met inachtneming van een evenwichtige
verdeling tussen aanvragers uit de profit-sector en uit de verdeling tussen aanvragers uit de profit-sector en uit de
socialprofitsector. socialprofitsector.
§ 4. Het gemeentebestuur en het O.C.M.W. van eenzelfde gemeente komen § 4. Het gemeentebestuur en het O.C.M.W. van eenzelfde gemeente komen
niet in aanmerking voor eenzelfde gesubsidieerde variant van een plan, niet in aanmerking voor eenzelfde gesubsidieerde variant van een plan,
behalve als het gaat om een centrum- of grootstad als vermeld in behalve als het gaat om een centrum- of grootstad als vermeld in
artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de artikel 4 van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de
regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds. regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds.
§ 5. Minstens twee derde van de plannen besteedt aandacht aan § 5. Minstens twee derde van de plannen besteedt aandacht aan
leeftijdsdiversiteit, met een bijzondere aandacht voor de instroom, leeftijdsdiversiteit, met een bijzondere aandacht voor de instroom,
re-integratie of retentie van ouder wordende werknemers of de re-integratie of retentie van ouder wordende werknemers of de
ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren. ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren.
Maximaal tien procent van de plannen bevat als centrale actie het Maximaal tien procent van de plannen bevat als centrale actie het
inzetten van vernieuwende instrumenten en methodieken om een meer inzetten van vernieuwende instrumenten en methodieken om een meer
genderbewust personeels- en organisatiebeleid te ontwikkelen. genderbewust personeels- en organisatiebeleid te ontwikkelen.
Minimaal vijf procent van de plannen ontwikkelt specifieke acties voor Minimaal vijf procent van de plannen ontwikkelt specifieke acties voor
minder zichtbare kansengroepen, met een bijzondere aandacht voor minder zichtbare kansengroepen, met een bijzondere aandacht voor
mensen in armoede of ex-gedetineerden. mensen in armoede of ex-gedetineerden.

Art. 3.Elk plan omvat een of meer van de volgende maatregelen en

Art. 3.Elk plan omvat een of meer van de volgende maatregelen en

acties : acties :
1° het doorlichten en optimaliseren van het selectie- en 1° het doorlichten en optimaliseren van het selectie- en
wervingsbeleid; wervingsbeleid;
2° het doorlichten en optimaliseren van het onthaalbeleid; 2° het doorlichten en optimaliseren van het onthaalbeleid;
3° het organiseren van coaching en interne begeleiding voor nieuwe 3° het organiseren van coaching en interne begeleiding voor nieuwe
medewerkers, met specifieke aandacht voor kansengroepen; medewerkers, met specifieke aandacht voor kansengroepen;
4° het organiseren of laten organiseren van taalopleidingen, 4° het organiseren of laten organiseren van taalopleidingen,
taalstages of cursussen Nederlands op de werkvloer; taalstages of cursussen Nederlands op de werkvloer;
5° het organiseren of laten organiseren van trainingen of opleidingen 5° het organiseren of laten organiseren van trainingen of opleidingen
rond interculturele communicatie, het managen van verschillen of het rond interculturele communicatie, het managen van verschillen of het
tegengaan van alledaags racisme op de werkvloer; tegengaan van alledaags racisme op de werkvloer;
6° het organiseren of laten organiseren van aangepaste opleidingen, 6° het organiseren of laten organiseren van aangepaste opleidingen,
gericht op de horizontale of verticale mobiliteit of op de retentie gericht op de horizontale of verticale mobiliteit of op de retentie
van leden van de kansengroepen binnen de organisatie; van leden van de kansengroepen binnen de organisatie;
7° de acties rond competentiemanagement en werkplekleren, met 7° de acties rond competentiemanagement en werkplekleren, met
specifieke aandacht voor kansengroepen; specifieke aandacht voor kansengroepen;
8° de acties rond levenslang leren, loopbaandienstverlening en 8° de acties rond levenslang leren, loopbaandienstverlening en
-ontwikkeling, met specifieke aandacht voor kansengroepen; -ontwikkeling, met specifieke aandacht voor kansengroepen;
9° acties rond leeftijdsbewust personeelsbeleid; 9° acties rond leeftijdsbewust personeelsbeleid;
10° het aanpassen of beter lerend maken van reguliere technische 10° het aanpassen of beter lerend maken van reguliere technische
opleidingen aan de specifieke behoeften van een of meer kansengroepen; opleidingen aan de specifieke behoeften van een of meer kansengroepen;
11° het verhogen van de basiscompetenties op het gebied van 11° het verhogen van de basiscompetenties op het gebied van
geletterdheid, met inbegrip van multimediale en digitale geletterdheid, met inbegrip van multimediale en digitale
geletterdheid; geletterdheid;
12° het voorzien in redelijke aanpassingen voor de kansengroepen; 12° het voorzien in redelijke aanpassingen voor de kansengroepen;
13° het opzetten van nieuwe rekruteringskanalen, gekoppeld aan actieve 13° het opzetten van nieuwe rekruteringskanalen, gekoppeld aan actieve
wervingsinspanningen die gericht zijn op de kansengroepen; wervingsinspanningen die gericht zijn op de kansengroepen;
14° het voorzien in begeleide additionele stage- of 14° het voorzien in begeleide additionele stage- of
werkervaringsplaatsen voor de kansengroepen; werkervaringsplaatsen voor de kansengroepen;
15° het functioneren als voorbeeldonderneming rond loopbaan- en 15° het functioneren als voorbeeldonderneming rond loopbaan- en
diversiteitsbeleid binnen een regio of sector; diversiteitsbeleid binnen een regio of sector;
16° het voorkomen of remediëren van pestgedrag op het werk; 16° het voorkomen of remediëren van pestgedrag op het werk;
17° de specifieke acties, gericht op bijzonder kwetsbare categorieën 17° de specifieke acties, gericht op bijzonder kwetsbare categorieën
binnen de kansengroepen, vooral op armen en ex-gedetineerden; binnen de kansengroepen, vooral op armen en ex-gedetineerden;
18° de specifieke acties, gericht op minder zichtbare categorieën 18° de specifieke acties, gericht op minder zichtbare categorieën
binnen de kansengroepen, vooral de LGTB-gemeenschap, of mensen met binnen de kansengroepen, vooral de LGTB-gemeenschap, of mensen met
hiv; hiv;
19° de acties rond loopbaanbegeleiding en -ontwikkeling, met inbegrip 19° de acties rond loopbaanbegeleiding en -ontwikkeling, met inbegrip
van het werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen, met specifieke van het werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen, met specifieke
aandacht voor kansengroepen; aandacht voor kansengroepen;
20° de acties rond het verhogen van de werkbaarheid van jobs en/of het 20° de acties rond het verhogen van de werkbaarheid van jobs en/of het
verhogen van het werkvermogen en de werklust van medewerkers, met verhogen van het werkvermogen en de werklust van medewerkers, met
specifieke aandacht voor kansengroepen; specifieke aandacht voor kansengroepen;
21° de acties met het oog op innovatie van de werk- en 21° de acties met het oog op innovatie van de werk- en
productieprocessen in de organisatie, met specifieke aandacht voor productieprocessen in de organisatie, met specifieke aandacht voor
kansengroepen; kansengroepen;
22° het voorzien in een projectstructuur om het draagvlak te verbreden 22° het voorzien in een projectstructuur om het draagvlak te verbreden
en het beleid op het gebied van diversiteit en evenredige en het beleid op het gebied van diversiteit en evenredige
arbeidsdeelname te volgen en te sturen, in samenhang met minstens een arbeidsdeelname te volgen en te sturen, in samenhang met minstens een
van de acties, vermeld in punt 1° tot en met 21° ; van de acties, vermeld in punt 1° tot en met 21° ;
23° het werken aan de interculturalisering of de diversifiëring van de 23° het werken aan de interculturalisering of de diversifiëring van de
dienstverlening of het klantenbestand van de organisatie, in samenhang dienstverlening of het klantenbestand van de organisatie, in samenhang
met minstens een van de acties, vermeld in punt 1° tot en met 21°, en met minstens een van de acties, vermeld in punt 1° tot en met 21°, en
met de actie, vermeld in punt 22° ; met de actie, vermeld in punt 22° ;
24° het werken aan acties met oog voor het maatschappelijk verantwoord 24° het werken aan acties met oog voor het maatschappelijk verantwoord
ondernemen, in het bijzonder de ontwikkeling van stakeholdermanagement ondernemen, in het bijzonder de ontwikkeling van stakeholdermanagement
en andere mensgerichte aspecten van het maatschappelijk verantwoord en andere mensgerichte aspecten van het maatschappelijk verantwoord
ondernemen, in samenhang met minstens een van de acties, vermeld in ondernemen, in samenhang met minstens een van de acties, vermeld in
punt 1° tot en met 21° ; punt 1° tot en met 21° ;
In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder verticale mobiliteit : de In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder verticale mobiliteit : de
toegang tot de onderneming, de instelling of het lokale bestuur en de toegang tot de onderneming, de instelling of het lokale bestuur en de
doorstroming of promotie daarbinnen. doorstroming of promotie daarbinnen.
In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder horizontale mobiliteit : In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder horizontale mobiliteit :
de mogelijkheid om op basis van de nodige kwalificaties binnen elke de mogelijkheid om op basis van de nodige kwalificaties binnen elke
afdeling van de onderneming, de instelling of het lokale bestuur te afdeling van de onderneming, de instelling of het lokale bestuur te
werken zonder geconfronteerd te worden met enige vorm van directe of werken zonder geconfronteerd te worden met enige vorm van directe of
indirecte discriminatie; indirecte discriminatie;
In het eerste lid, 24°, wordt verstaan onder maatschappelijk In het eerste lid, 24°, wordt verstaan onder maatschappelijk
verantwoord ondernemen : het ondernemen waarbij men in een permanente verantwoord ondernemen : het ondernemen waarbij men in een permanente
dialoog met iedereen die invloed uitoefent op of ondervindt van de dialoog met iedereen die invloed uitoefent op of ondervindt van de
onderneming of stakeholders streeft naar een maximale toegevoegde onderneming of stakeholders streeft naar een maximale toegevoegde
waarde voor de onderneming, voor haar werknemers, voor de maatschappij waarde voor de onderneming, voor haar werknemers, voor de maatschappij
en voor het milieu. en voor het milieu.
De maatregelen of acties, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met De maatregelen of acties, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met
24°, kunnen door de administratie worden aangevuld met acties die 24°, kunnen door de administratie worden aangevuld met acties die
nuttig zijn of nodig zijn om maatwerk mogelijk te maken en die nuttig zijn of nodig zijn om maatwerk mogelijk te maken en die
betrekking hebben op : betrekking hebben op :
1° competentieontwikkeling; 1° competentieontwikkeling;
2° duurzame diversiteit; 2° duurzame diversiteit;
3° verhogen van de werkbaarheid, het werkvermogen, en de werklust; 3° verhogen van de werkbaarheid, het werkvermogen, en de werklust;
4° organisatievernieuwing. 4° organisatievernieuwing.

Art. 4.Elk plan besteedt aandacht aan een combinatie van de volgende

Art. 4.Elk plan besteedt aandacht aan een combinatie van de volgende

drie punten : drie punten :
1° het aangeven van streefcijfers voor instroom, doorstroom, retentie 1° het aangeven van streefcijfers voor instroom, doorstroom, retentie
of opleiding van kansengroepen met het oog op het openen van deuren; of opleiding van kansengroepen met het oog op het openen van deuren;
2° het waarderen van veranderende verschillen met het oog op het 2° het waarderen van veranderende verschillen met het oog op het
openen van ogen; openen van ogen;
3° het verankeren van de resultaten van het plan met het oog op het 3° het verankeren van de resultaten van het plan met het oog op het
openen van praktijken. openen van praktijken.

Art. 5.Elk plan omvat de door de organisatie zelf vastgelegde

Art. 5.Elk plan omvat de door de organisatie zelf vastgelegde

streefcijfers over personen uit kansengroepen die kunnen instromen, streefcijfers over personen uit kansengroepen die kunnen instromen,
doorstromen of een opleiding volgen, of van wie de voortijdige doorstromen of een opleiding volgen, of van wie de voortijdige
uitstroom uit de organisatie kon worden voorkomen. uitstroom uit de organisatie kon worden voorkomen.
De prioritaire doelgroepen binnen elk plan zijn de personen met een De prioritaire doelgroepen binnen elk plan zijn de personen met een
allochtone achtergrond, de ouder wordende werknemers, de personen met allochtone achtergrond, de ouder wordende werknemers, de personen met
een arbeidshandicap en de ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren. een arbeidshandicap en de ongekwalificeerd uitgestroomde jongeren.
Met behoud van de toepassing van artikel 2, § 5, besteedt elk plan Met behoud van de toepassing van artikel 2, § 5, besteedt elk plan
specifieke aandacht aan een of meer van de kansengroepen. Daarnaast specifieke aandacht aan een of meer van de kansengroepen. Daarnaast
kunnen ook steeds acties worden ontwikkeld voor andere kansengroepen kunnen ook steeds acties worden ontwikkeld voor andere kansengroepen
zoals kortgeschoolden, ex-gedetineerden, armen, alsook acties voor zoals kortgeschoolden, ex-gedetineerden, armen, alsook acties voor
gelijke kansen van vrouwen en mannen. gelijke kansen van vrouwen en mannen.

Art. 6.In organisaties met meer dan vijftig werknemers wordt elk plan

Art. 6.In organisaties met meer dan vijftig werknemers wordt elk plan

begeleid door een interne werkgroep met minstens een vertegenwoordiger begeleid door een interne werkgroep met minstens een vertegenwoordiger
van : van :
1° de directie of het management; 1° de directie of het management;
2° de directe leidinggevenden; 2° de directe leidinggevenden;
3° de werknemersafgevaardigden. 3° de werknemersafgevaardigden.
In organisaties met een ondernemingsraad is de interne werkgroep een In organisaties met een ondernemingsraad is de interne werkgroep een
werkgroep van de ondernemingsraad of neemt de ondernemingsraad de werkgroep van de ondernemingsraad of neemt de ondernemingsraad de
opdracht van de werkgroep over. opdracht van de werkgroep over.
De interne werkgroep gaat van start tijdens de eerste maand van de De interne werkgroep gaat van start tijdens de eerste maand van de
looptijd van het plan. Elke rapportage aan de minister over de looptijd van het plan. Elke rapportage aan de minister over de
loopbaan- en diversiteitsplannen is vooraf door de interne werkgroep loopbaan- en diversiteitsplannen is vooraf door de interne werkgroep
besproken. besproken.

Art. 7.§ 1. Om voor een subsidie in aanmerking te komen, moet de

Art. 7.§ 1. Om voor een subsidie in aanmerking te komen, moet de

aanvrager, vermeld in artikel 2, § 2 : aanvrager, vermeld in artikel 2, § 2 :
1° het engagement aangaan om ook na de subsidieperiode het loopbaan- 1° het engagement aangaan om ook na de subsidieperiode het loopbaan-
en diversiteitsbeleid voort te zetten door aan te geven welke en diversiteitsbeleid voort te zetten door aan te geven welke
structurele effecten het plan in kwestie beoogt en op welke wijze die structurele effecten het plan in kwestie beoogt en op welke wijze die
zullen worden gerealiseerd; zullen worden gerealiseerd;
2° een plan voorleggen waarover de SERR van de regio in kwestie of het 2° een plan voorleggen waarover de SERR van de regio in kwestie of het
BNCTO advies heeft gegeven; BNCTO advies heeft gegeven;
3° in cofinanciering voorzien; 3° in cofinanciering voorzien;
4° nog geen subsidie ontvangen hebben voor een Beste Praktijk, een 4° nog geen subsidie ontvangen hebben voor een Beste Praktijk, een
TRIVISI-leerproject of een Zilverpasplan, tenzij de aanvrager een TRIVISI-leerproject of een Zilverpasplan, tenzij de aanvrager een
aanvraag doet voor een groeiloopbaan- en diversiteitsplan. aanvraag doet voor een groeiloopbaan- en diversiteitsplan.
§ 2. De aanvrager dient zijn aanvraag in bij de bevoegde SERR van de § 2. De aanvrager dient zijn aanvraag in bij de bevoegde SERR van de
regio in kwestie of bij het BCTO als de aanvrager zijn zetel in regio in kwestie of bij het BCTO als de aanvrager zijn zetel in
Brussel heeft, of bij de administratie die in voorkomend geval de Brussel heeft, of bij de administratie die in voorkomend geval de
aanvraag aan de bevoegde SERR of aan het BNCTO bezorgt. De aanvrager aanvraag aan de bevoegde SERR of aan het BNCTO bezorgt. De aanvrager
gebruikt daarvoor het elektronische formulier dat hij bij de gebruikt daarvoor het elektronische formulier dat hij bij de
administratie kan verkrijgen. administratie kan verkrijgen.
De SERR of het BNCTO beoordeelt de aanvraag en bezorgt zijn advies aan De SERR of het BNCTO beoordeelt de aanvraag en bezorgt zijn advies aan
de administratie binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. de administratie binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag.
De administratie beoordeelt ook de aanvraag binnen dertig dagen na de De administratie beoordeelt ook de aanvraag binnen dertig dagen na de
ontvangst ervan. De minister beslist over de toekenning van de ontvangst ervan. De minister beslist over de toekenning van de
subsidie of delegeert deze bevoegdheid aan de leidend ambtenaar van de subsidie of delegeert deze bevoegdheid aan de leidend ambtenaar van de
administratie. administratie.
§ 3. Aanvragers die onder het ambtsgebied van verschillende SERR's of § 3. Aanvragers die onder het ambtsgebied van verschillende SERR's of
het BNCTO en minstens een andere SERR ressorteren of aanvragers voor het BNCTO en minstens een andere SERR ressorteren of aanvragers voor
een clusterloopbaan- en diversiteitsplan als vermeld in artikel 10, § een clusterloopbaan- en diversiteitsplan als vermeld in artikel 10, §
2, waarvan de participanten onder het ambtsgebied van verschillende 2, waarvan de participanten onder het ambtsgebied van verschillende
SERR's ressorteren, dienen een aanvraag in bij de administratie die SERR's ressorteren, dienen een aanvraag in bij de administratie die
daarover een advies uitbrengt. daarover een advies uitbrengt.
De administratie legt het dossier ter advies voor aan het BNCTO of aan De administratie legt het dossier ter advies voor aan het BNCTO of aan
de SERR van de regio waar de zetel van de aanvrager of de de SERR van de regio waar de zetel van de aanvrager of de
aanvrager-promotor van het clusterloopbaan- en diversiteitsplan is aanvrager-promotor van het clusterloopbaan- en diversiteitsplan is
gelegen. Dat advies wordt aan de administratie bezorgd binnen dertig gelegen. Dat advies wordt aan de administratie bezorgd binnen dertig
dagen na de ontvangst van de aanvraag. De minister beslist over de dagen na de ontvangst van de aanvraag. De minister beslist over de
toekenning van de subsidie. toekenning van de subsidie.
§ 4. De minister kent de subsidie toe op basis van het inhoudelijk § 4. De minister kent de subsidie toe op basis van het inhoudelijk
eindrapport, het financieel rapport, en het advies van de bevoegde eindrapport, het financieel rapport, en het advies van de bevoegde
SERR of van het BNCTO. Het eindrapport formuleert de impact van het SERR of van het BNCTO. Het eindrapport formuleert de impact van het
afgeronde plan op de organisatie, de verder beoogde structurele afgeronde plan op de organisatie, de verder beoogde structurele
effecten en de manier waarop die effecten zullen worden gerealiseerd. effecten en de manier waarop die effecten zullen worden gerealiseerd.
De aanvrager bezorgt de dossierstukken, vermeld in het eerste lid, De aanvrager bezorgt de dossierstukken, vermeld in het eerste lid,
uiterlijk twee maanden na de afloop van de subsidieperiode aan de uiterlijk twee maanden na de afloop van de subsidieperiode aan de
administratie. De aanvrager gebruikt daarvoor het elektronische administratie. De aanvrager gebruikt daarvoor het elektronische
formulier dat de administratie hem ter beschikking stelt. formulier dat de administratie hem ter beschikking stelt.
§ 5. Loonkosten en werkingsmiddelen ter uitvoering van het actieplan § 5. Loonkosten en werkingsmiddelen ter uitvoering van het actieplan
komen in aanmerking voor financiering. Alleen de kosten die komen in aanmerking voor financiering. Alleen de kosten die
voortvloeien uit de voorbereiding en de uitvoering van de specifieke voortvloeien uit de voorbereiding en de uitvoering van de specifieke
acties in het plan en die gemaakt zijn in de loop van de acties in het plan en die gemaakt zijn in de loop van de
subsidieperiode komen voor subsidiëring in aanmerking. subsidieperiode komen voor subsidiëring in aanmerking.
De volgende acties of maatregelen komen niet voor een subsidie in De volgende acties of maatregelen komen niet voor een subsidie in
aanmerking : aanmerking :
1° de inschakeling van kansengroepen in het productieproces. De 1° de inschakeling van kansengroepen in het productieproces. De
subsidie kan niet als inschakelingspremie worden aangewend; subsidie kan niet als inschakelingspremie worden aangewend;
2° de aanschaf van algemene investeringsgoederen; 2° de aanschaf van algemene investeringsgoederen;
3° de reguliere technische opleidingen die ieder personeelslid moet 3° de reguliere technische opleidingen die ieder personeelslid moet
volgen om een bepaalde functie adequaat te kunnen uitoefenen. volgen om een bepaalde functie adequaat te kunnen uitoefenen.
§ 6. De aanvrager levert het bewijs van zijn gedane uitgaven. De § 6. De aanvrager levert het bewijs van zijn gedane uitgaven. De
subsidie kan niet gecumuleerd worden met andere toelagen voor dezelfde subsidie kan niet gecumuleerd worden met andere toelagen voor dezelfde
loonkosten en werkingsmiddelen. loonkosten en werkingsmiddelen.
§ 7. De aanvrager duidt in het eindrapport aan op welke wijze de § 7. De aanvrager duidt in het eindrapport aan op welke wijze de
werknemers via de geëigende overlegkanalen geïnformeerd en betrokken werknemers via de geëigende overlegkanalen geïnformeerd en betrokken
werden bij de opmaak en de uitvoering van het plan. werden bij de opmaak en de uitvoering van het plan.
§ 8. De aanvrager brengt de administratie schriftelijk op de hoogte § 8. De aanvrager brengt de administratie schriftelijk op de hoogte
als hij de uitvoering van het plan vroegtijdig stopzet. De aanvrager als hij de uitvoering van het plan vroegtijdig stopzet. De aanvrager
kan op zijn vroegst twaalf maanden na die kennisgeving een nieuwe kan op zijn vroegst twaalf maanden na die kennisgeving een nieuwe
aanvraag voor eenzelfde variant van plan indienen bij de aanvraag voor eenzelfde variant van plan indienen bij de
administratie. administratie.

Art. 8.De aanvrager kan kosteloos een beroep doen op de ondersteuning

Art. 8.De aanvrager kan kosteloos een beroep doen op de ondersteuning

en de procesbegeleiding van een medewerker van het RESOC of de SERR en de procesbegeleiding van een medewerker van het RESOC of de SERR
uit de desbetreffende regio, voor zover hij voldoet aan de uit de desbetreffende regio, voor zover hij voldoet aan de
voorwaarden, vermeld in artikel 3 tot en met 6 en artikel 9, § 1 en § voorwaarden, vermeld in artikel 3 tot en met 6 en artikel 9, § 1 en §
2. 2.
HOOFDSTUK 3. - Aanvullende bepalingen voor het loopbaan- en HOOFDSTUK 3. - Aanvullende bepalingen voor het loopbaan- en
diversiteitsplan diversiteitsplan

Art. 9.§ 1. Een loopbaan- en diversiteitsplan is het geheel van

Art. 9.§ 1. Een loopbaan- en diversiteitsplan is het geheel van

maatregelen en acties binnen het personeels- en organisatiebeleid van maatregelen en acties binnen het personeels- en organisatiebeleid van
een bedrijf of organisatie vermeld in artikel 3, ter bevordering van een bedrijf of organisatie vermeld in artikel 3, ter bevordering van
de instroom, doorstroom, opleiding en retentie van medewerkers, met de instroom, doorstroom, opleiding en retentie van medewerkers, met
specifieke aandacht voor kansengroepen, via een planmatige en specifieke aandacht voor kansengroepen, via een planmatige en
geïntegreerde aanpak. geïntegreerde aanpak.
Een loopbaan- en diversiteitsplan heeft tot doel de evenredige en Een loopbaan- en diversiteitsplan heeft tot doel de evenredige en
volwaardige participatie van kansengroepen in alle afdelingen en volwaardige participatie van kansengroepen in alle afdelingen en
functies van de organisatie te realiseren, zonder dat daarbij de functies van de organisatie te realiseren, zonder dat daarbij de
relevante technisch-instrumentele functievereisten worden verlaagd. relevante technisch-instrumentele functievereisten worden verlaagd.
§ 2. Het loopbaan- en diversiteitsplan dat een looptijd van minstens § 2. Het loopbaan- en diversiteitsplan dat een looptijd van minstens
twaalf en maximaal vierentwintig maanden heeft, bevat : twaalf en maximaal vierentwintig maanden heeft, bevat :
1° de omschrijving van het probleem of de uitdaging; 1° de omschrijving van het probleem of de uitdaging;
2° de beschrijving van de beoogde duurzame effecten; 2° de beschrijving van de beoogde duurzame effecten;
3° de aangepaste acties; 3° de aangepaste acties;
4° de wijze van uitvoering, evaluatie en verankering van de gekozen 4° de wijze van uitvoering, evaluatie en verankering van de gekozen
acties. acties.
§ 3. Elk loopbaan- en diversiteitsplan formuleert acties omtrent § 3. Elk loopbaan- en diversiteitsplan formuleert acties omtrent
duurzame diversiteit. Daarnaast formuleert het ook acties op minimaal duurzame diversiteit. Daarnaast formuleert het ook acties op minimaal
twee van de drie volgende domeinen : twee van de drie volgende domeinen :
1° competentieontwikkeling; 1° competentieontwikkeling;
2° verhoging van de werkbaarheid, het werkvermogen of de werklust; 2° verhoging van de werkbaarheid, het werkvermogen of de werklust;
3° organisatievernieuwing. 3° organisatievernieuwing.
Als de organisatie kan aantonen dat ze duurzame resultaten of een Als de organisatie kan aantonen dat ze duurzame resultaten of een
sterk ontwikkeld beleid op een of meer van de domeinen, vermeld in het sterk ontwikkeld beleid op een of meer van de domeinen, vermeld in het
eerste lid, 1° tot en met 3°, heeft gerealiseerd of ontwikkeld, eerste lid, 1° tot en met 3°, heeft gerealiseerd of ontwikkeld,
volstaat het om alleen op die domeinen acties te ondernemen die nog volstaat het om alleen op die domeinen acties te ondernemen die nog
onvoldoende resultaat opleveren of waarvoor nog geen uitgewerkt beleid onvoldoende resultaat opleveren of waarvoor nog geen uitgewerkt beleid
is ontwikkeld. is ontwikkeld.
§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 kan het loopbaan- en § 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 kan het loopbaan- en
diversiteitsplan als de aanvraag voor 1 december 2013 wordt ingediend, diversiteitsplan als de aanvraag voor 1 december 2013 wordt ingediend,
alleen acties op het vlak van het domein duurzame diversiteit alleen acties op het vlak van het domein duurzame diversiteit
omvatten. In dat geval wordt het subsidiebedrag, vermeld in artikel 9, omvatten. In dat geval wordt het subsidiebedrag, vermeld in artikel 9,
gehalveerd. gehalveerd.
§ 5. Ieder loopbaan- en diversiteitsplan voorziet in de organisatie § 5. Ieder loopbaan- en diversiteitsplan voorziet in de organisatie
van een audit, met het oog op de continuering van het loopbaan- en van een audit, met het oog op de continuering van het loopbaan- en
diversiteitsbeleid na de afloop van de subsidieperiode. diversiteitsbeleid na de afloop van de subsidieperiode.

Art. 10.De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming van twee

Art. 10.De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming van twee

derden van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven tot derden van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven tot
maximaal 10.000 euro. maximaal 10.000 euro.
Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de
loopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden stelt loopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden stelt
de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende
aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met de inhoud van de aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met de inhoud van de
aanvragen, de regionale spreiding en de andere varianten van plannen aanvragen, de regionale spreiding en de andere varianten van plannen
en projecten. De minister beslist welke plannen zullen worden en projecten. De minister beslist welke plannen zullen worden
goedgekeurd. goedgekeurd.
HOOFDSTUK 4. - Aanvullende bepalingen voor het clusterloopbaan- en HOOFDSTUK 4. - Aanvullende bepalingen voor het clusterloopbaan- en
diversiteitsplan diversiteitsplan

Art. 11.§ 1. Een clusterloopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit een

Art. 11.§ 1. Een clusterloopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit een

groep van verschillende loopbaan- en diversiteitsplannen als vermeld groep van verschillende loopbaan- en diversiteitsplannen als vermeld
in artikel 9, met een sterk gelijklopende inhoud en met een centrale in artikel 9, met een sterk gelijklopende inhoud en met een centrale
aanvrager-promotor. aanvrager-promotor.
Het clusterloopbaan- en diversiteitsplan voldoet aan de voorwaarden, Het clusterloopbaan- en diversiteitsplan voldoet aan de voorwaarden,
vermeld in artikel 9. vermeld in artikel 9.
§ 2. De volgende instanties kunnen een aanvraag voor een § 2. De volgende instanties kunnen een aanvraag voor een
clusterloopbaan- en diversiteitsplan indienen : clusterloopbaan- en diversiteitsplan indienen :
1° de ondernemingen, vermeld in artikel 2, § 2; 1° de ondernemingen, vermeld in artikel 2, § 2;
2° een sectorfonds; 2° een sectorfonds;
3° een ERSV, namens een RESOC of een SERR; 3° een ERSV, namens een RESOC of een SERR;
4° de projecthouder van een structureel project. 4° de projecthouder van een structureel project.
De aanvragers vermeldt in het eerste lid, 2° tot en met 4°, komen niet De aanvragers vermeldt in het eerste lid, 2° tot en met 4°, komen niet
in aanmerking voor de subsidie, vermeld in artikel 11. in aanmerking voor de subsidie, vermeld in artikel 11.
Naast de aanvrager-promotor kunnen de onderstaande organisaties in het Naast de aanvrager-promotor kunnen de onderstaande organisaties in het
clusterloopbaan- en diversiteitsplan participeren en voor de subsidie, clusterloopbaan- en diversiteitsplan participeren en voor de subsidie,
vermeld in artikel 12, in aanmerking komen : vermeld in artikel 12, in aanmerking komen :
1° de ondernemingen, instellingen of lokale besturen, afkomstig uit 1° de ondernemingen, instellingen of lokale besturen, afkomstig uit
dezelfde of aanverwante sector of regio; dezelfde of aanverwante sector of regio;
2° minstens twee afzonderlijke bedrijfseenheden of units van dezelfde 2° minstens twee afzonderlijke bedrijfseenheden of units van dezelfde
onderneming of groep. onderneming of groep.
§ 3. De werkgroep, vermeld in artikel 6, met daarin minimaal een § 3. De werkgroep, vermeld in artikel 6, met daarin minimaal een
vertegenwoordiger van elke deelnemer in de cluster, begeleidt de vertegenwoordiger van elke deelnemer in de cluster, begeleidt de
opmaak van het clusterloopbaan- en diversiteitsplan. Participerende opmaak van het clusterloopbaan- en diversiteitsplan. Participerende
organisaties met een ondernemingsraad betrekken die raad bij de organisaties met een ondernemingsraad betrekken die raad bij de
uitwerking, voortgangscontrole en uitvoering van het clusterloopbaan- uitwerking, voortgangscontrole en uitvoering van het clusterloopbaan-
en diversiteitsplan. en diversiteitsplan.
§ 4. Minstens een vertegenwoordiger van elke organisatie die in het § 4. Minstens een vertegenwoordiger van elke organisatie die in het
cluster participeert, neemt deel aan de audit, vermeld in artikel 9, § cluster participeert, neemt deel aan de audit, vermeld in artikel 9, §
5. 5.

Art. 12.§ 1. De aanvrager-promotor heeft recht op een tegemoetkoming

Art. 12.§ 1. De aanvrager-promotor heeft recht op een tegemoetkoming

van twee derden van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven van twee derden van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven
van alle deelnemers, vermeld in artikel 11, § 2, eerste lid, 1° tot en van alle deelnemers, vermeld in artikel 11, § 2, eerste lid, 1° tot en
met 4°, met een maximumbedrag van 3.000 euro per deelnemer. met 4°, met een maximumbedrag van 3.000 euro per deelnemer.
De aanvrager-promotor is belast met de verdeling van de subsidie over De aanvrager-promotor is belast met de verdeling van de subsidie over
de deelnemers in het cluster, op basis van hun reëel gemaakte kosten. de deelnemers in het cluster, op basis van hun reëel gemaakte kosten.
Met behoud van de toepassing van artikel 7, § 5, formuleert het Met behoud van de toepassing van artikel 7, § 5, formuleert het
eindrapport op welke wijze de opgedane kennis en ervaringen verder in eindrapport op welke wijze de opgedane kennis en ervaringen verder in
de sector of de regio in kwestie worden bekendgemaakt en verspreid. de sector of de regio in kwestie worden bekendgemaakt en verspreid.
§ 2. Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de § 2. Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de
loopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden, stelt loopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden, stelt
de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende
aanvragen, waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen, aanvragen, waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen,
de regionale spreiding, en de andere varianten van plannen en de regionale spreiding, en de andere varianten van plannen en
projecten. De minister beslist welke plannen zullen worden projecten. De minister beslist welke plannen zullen worden
goedgekeurd. goedgekeurd.
HOOFDSTUK 5. - Aanvullende bepalingen voor het instaploopbaan- en HOOFDSTUK 5. - Aanvullende bepalingen voor het instaploopbaan- en
diversiteitsplan diversiteitsplan

Art. 13.Een instaploopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit een of

Art. 13.Een instaploopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit een of

meer maatregelen en acties als vermeld in artikel 3, waarmee een meer maatregelen en acties als vermeld in artikel 3, waarmee een
organisatie een opstap wil maken naar een geïntegreerd strategisch organisatie een opstap wil maken naar een geïntegreerd strategisch
personeels- en organisatiebeleid dat verschillen waardeert en kansen personeels- en organisatiebeleid dat verschillen waardeert en kansen
biedt aan personen uit de kansengroepen, en waaraan een welomschreven biedt aan personen uit de kansengroepen, en waaraan een welomschreven
engagement voor een vervolg op de instapacties wordt gekoppeld. engagement voor een vervolg op de instapacties wordt gekoppeld.
Het instaploopbaan- en diversiteitsplan formuleert een of meer acties Het instaploopbaan- en diversiteitsplan formuleert een of meer acties
op minimaal het domein van duurzame diversiteit, op voorwaarde dat de op minimaal het domein van duurzame diversiteit, op voorwaarde dat de
organisatie het engagement aangaat om na de succesvolle afloop van het organisatie het engagement aangaat om na de succesvolle afloop van het
plan verder te werken naar een uitbreiding op het vlak van de volgende plan verder te werken naar een uitbreiding op het vlak van de volgende
domeinen : domeinen :
1° competentieontwikkeling; 1° competentieontwikkeling;
2° verhogen van de werkbaarheid, het werkvermogen, of de werklust; 2° verhogen van de werkbaarheid, het werkvermogen, of de werklust;
3° organisatievernieuwing. 3° organisatievernieuwing.
Een instaploopbaan- en diversiteitsplan heeft een looptijd van Een instaploopbaan- en diversiteitsplan heeft een looptijd van
minimaal zes en maximaal twaalf maanden. minimaal zes en maximaal twaalf maanden.

Art. 14.De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming die de helft

Art. 14.De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming die de helft

bedraagt van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven voor het bedraagt van de gedane en na controle geaccepteerde uitgaven voor het
instaploopbaan- en diversiteitsplan, voor een bedrag van maximaal instaploopbaan- en diversiteitsplan, voor een bedrag van maximaal
2.500 euro. 2.500 euro.
Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de
instaploopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden, instaploopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden,
stelt de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende stelt de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende
aanvragen waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen, de aanvragen waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen, de
regionale spreiding en de andere varianten van plannen en projecten. regionale spreiding en de andere varianten van plannen en projecten.
De minister beslist welke plannen zullen worden goedgekeurd. De minister beslist welke plannen zullen worden goedgekeurd.
HOOFDSTUK 6. - Aanvullende bepalingen voor het groeiloopbaan- en HOOFDSTUK 6. - Aanvullende bepalingen voor het groeiloopbaan- en
diversiteitsplan diversiteitsplan

Art. 15.Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit acties als

Art. 15.Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan bestaat uit acties als

vermeld in artikel 3, waarmee een organisatie na de succesvolle vermeld in artikel 3, waarmee een organisatie na de succesvolle
afronding van een loopbaan- en diversiteitsplan of een afronding van een loopbaan- en diversiteitsplan of een
clusterloopbaan- en diversiteitsplan, haar loopbaan- en clusterloopbaan- en diversiteitsplan, haar loopbaan- en
diversiteitsbeleid verder wil verdiepen, verbreden of verankeren, en diversiteitsbeleid verder wil verdiepen, verbreden of verankeren, en
daarbij het welomschreven engagement aangaat voor duurzame interne daarbij het welomschreven engagement aangaat voor duurzame interne
verankering. verankering.
Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan voldoet aan de voorwaarden Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan voldoet aan de voorwaarden
vermeld in artikel 9. vermeld in artikel 9.
Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan heeft een looptijd van minimaal Een groeiloopbaan- en diversiteitsplan heeft een looptijd van minimaal
zes maanden en maximaal twaalf maanden. zes maanden en maximaal twaalf maanden.
De organisatie met een groeiloopbaan- en diversiteitsplan maakt haar De organisatie met een groeiloopbaan- en diversiteitsplan maakt haar
ervaringen bekend en fungeert als voorbeeldonderneming binnen een ervaringen bekend en fungeert als voorbeeldonderneming binnen een
regio of sector. regio of sector.

Art. 16.§ 1. De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming die de

Art. 16.§ 1. De aanvrager heeft recht op een tegemoetkoming die de

helft bedraagt van de gedane uitgaven voor het groeiloopbaan- en helft bedraagt van de gedane uitgaven voor het groeiloopbaan- en
diversiteitsplan, voor een bedrag van maximaal 2.500 euro. diversiteitsplan, voor een bedrag van maximaal 2.500 euro.
Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de Als de jaarlijks beschikbare middelen voor de subsidiëring van de
groeiloopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden, groeiloopbaan- en diversiteitsplannen dreigen te worden overschreden,
stelt de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende stelt de administratie een gemotiveerde rangorde op van de resterende
aanvragen waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen, de aanvragen waarbij ze rekening houdt met de inhoud van de aanvragen, de
regionale spreiding en de andere varianten van plannen en projecten. regionale spreiding en de andere varianten van plannen en projecten.
De minister beslist welke plannen zullen worden goedgekeurd. De minister beslist welke plannen zullen worden goedgekeurd.
§ 2. De aanvrager van een groeiloopbaan- en diversiteitsplan kan § 2. De aanvrager van een groeiloopbaan- en diversiteitsplan kan
voordien een subsidie hebben ontvangen voor een positieve-actieplan voordien een subsidie hebben ontvangen voor een positieve-actieplan
allochtonen, een actieplan evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, allochtonen, een actieplan evenredige arbeidsdeelname en diversiteit,
een diversiteitsplan, een TRIVISI-leerproject of een Zilverpasplan. een diversiteitsplan, een TRIVISI-leerproject of een Zilverpasplan.
In afwijking van artikel 7, § 1, 4°, kunnen organisaties die uiterlijk In afwijking van artikel 7, § 1, 4°, kunnen organisaties die uiterlijk
per 31 december 2012 een groeidiversiteitsplan hebben afgerond of een per 31 december 2012 een groeidiversiteitsplan hebben afgerond of een
diversiteitsplan oude stijl of een beste praktijk in 2006 hebben diversiteitsplan oude stijl of een beste praktijk in 2006 hebben
afgerond, ten vroegste twee jaar na de einddatum daarvan eenmalig een afgerond, ten vroegste twee jaar na de einddatum daarvan eenmalig een
bijkomende aanvraag indienen voor een loopbaan- en diversiteitsplan of bijkomende aanvraag indienen voor een loopbaan- en diversiteitsplan of
participeren in een clusterloopbaan- en diversiteitsplan, om de stap participeren in een clusterloopbaan- en diversiteitsplan, om de stap
te kunnen zetten naar de verankering van een meer geïntegreerd, te kunnen zetten naar de verankering van een meer geïntegreerd,
strategisch personeels- en organisatiebeleid. Dit impliceert dat in de strategisch personeels- en organisatiebeleid. Dit impliceert dat in de
aanvraag acties worden voorzien op minstens drie van de vier domeinen aanvraag acties worden voorzien op minstens drie van de vier domeinen
competentieontwikkeling, duurzame diversiteit, verhogen van de competentieontwikkeling, duurzame diversiteit, verhogen van de
werkbaarheid/werkvermogen/werkgoesting en organisatievernieuwing. werkbaarheid/werkvermogen/werkgoesting en organisatievernieuwing.
HOOFDSTUK 7. - Ondersteuning bij het opstarten en uitvoeren van een HOOFDSTUK 7. - Ondersteuning bij het opstarten en uitvoeren van een
loopbaan- en diversiteitsproject loopbaan- en diversiteitsproject

Art. 17.§ 1. Loopbaan- en diversiteitsprojecten ondersteunen

Art. 17.§ 1. Loopbaan- en diversiteitsprojecten ondersteunen

structurele projecten, plannen en acties in de ondernemingen, structurele projecten, plannen en acties in de ondernemingen,
instellingen, lokale besturen en sectoren. instellingen, lokale besturen en sectoren.
Loopbaan- en diversiteitsprojecten voldoen aan de volgende voorwaarden Loopbaan- en diversiteitsprojecten voldoen aan de volgende voorwaarden
: :
1° ze hebben een experimenteel of innoverend karakter; 1° ze hebben een experimenteel of innoverend karakter;
2° ze spelen snel in op gesignaleerde behoeften; 2° ze spelen snel in op gesignaleerde behoeften;
3° de componenten omvatten steeds methodiekontwikkeling of -verfijning 3° de componenten omvatten steeds methodiekontwikkeling of -verfijning
of ervaringsuitwisseling; of ervaringsuitwisseling;
4° ze worden ontwikkeld met het oog op disseminatie en overdracht van 4° ze worden ontwikkeld met het oog op disseminatie en overdracht van
de resultaten. de resultaten.
§ 2. Elk loopbaan- en diversiteitsproject wordt uitgevoerd binnen een § 2. Elk loopbaan- en diversiteitsproject wordt uitgevoerd binnen een
samenwerkingsverband tussen ondernemingen en instellingen, sociale samenwerkingsverband tussen ondernemingen en instellingen, sociale
partners, intermediaire organisaties, lokale besturen of partners, intermediaire organisaties, lokale besturen of
vertegenwoordigers van de georganiseerde kansengroepen. vertegenwoordigers van de georganiseerde kansengroepen.
Loopbaan- en diversiteitsprojecten rond regionale Loopbaan- en diversiteitsprojecten rond regionale
ervaringsuitwisseling als vermeld in paragraaf 4, 6°, kunnen alleen ervaringsuitwisseling als vermeld in paragraaf 4, 6°, kunnen alleen
worden goedgekeurd als duidelijk is aangegeven op welke wijze en met worden goedgekeurd als duidelijk is aangegeven op welke wijze en met
welke regionale partners van de structurele projecten zal worden welke regionale partners van de structurele projecten zal worden
samengewerkt. samengewerkt.
§ 3. Loopbaan- en diversiteitsprojecten hebben een looptijd van § 3. Loopbaan- en diversiteitsprojecten hebben een looptijd van
minimaal zes en maximaal vierentwintig maanden. Ze starten uiterlijk minimaal zes en maximaal vierentwintig maanden. Ze starten uiterlijk
op 1 december van het kalenderjaar van de aanvraag. op 1 december van het kalenderjaar van de aanvraag.
§ 4. De volgende actieterreinen waarrond diversiteitsprojecten kunnen § 4. De volgende actieterreinen waarrond diversiteitsprojecten kunnen
worden ontwikkeld, zijn prioritaire actieterreinen : worden ontwikkeld, zijn prioritaire actieterreinen :
1° het leveren van een bijdrage aan de integratie, de verdere 1° het leveren van een bijdrage aan de integratie, de verdere
ontwikkeling en het actueel houden van de toolboxen die ingezet worden ontwikkeling en het actueel houden van de toolboxen die ingezet worden
voor de ondersteuning van de verdere ontwikkeling van een voor de ondersteuning van de verdere ontwikkeling van een
geïntegreerd, strategisch personeels- en organisatiebeleid; geïntegreerd, strategisch personeels- en organisatiebeleid;
2° de ontwikkeling van trainings- en vormingsmateriaal dat het gebruik 2° de ontwikkeling van trainings- en vormingsmateriaal dat het gebruik
van de toolboxen, vermeld in punt, 1°, ondersteunt; van de toolboxen, vermeld in punt, 1°, ondersteunt;
3° de verdere methodiekontwikkeling, en -verfijning, of het uittesten 3° de verdere methodiekontwikkeling, en -verfijning, of het uittesten
ervan met betrekking tot instrumenten ter verhoging van de ervan met betrekking tot instrumenten ter verhoging van de
werkbaarheid, het werkvermogen of de werklust en van de werkbaarheid, het werkvermogen of de werklust en van de
organisatie-innovatie; organisatie-innovatie;
4° de verdere methodiekontwikkeling, en -verfijning, of het uittesten 4° de verdere methodiekontwikkeling, en -verfijning, of het uittesten
ervan met betrekking tot instrumenten op de domeinen duurzame ervan met betrekking tot instrumenten op de domeinen duurzame
diversiteit en competentieontwikkeling; diversiteit en competentieontwikkeling;
5° het ontwikkelen van instrumenten voor het bestrijden van 5° het ontwikkelen van instrumenten voor het bestrijden van
arbeidsgerelateerde discriminatie; arbeidsgerelateerde discriminatie;
6° de regionale ervaringsuitwisseling en sensibilisatie tussen en met 6° de regionale ervaringsuitwisseling en sensibilisatie tussen en met
ondernemingen, lokale besturen, kansengroepen en veldwerkers rond ondernemingen, lokale besturen, kansengroepen en veldwerkers rond
geïntegreerd, strategisch personeels- en organisatiebeleid; geïntegreerd, strategisch personeels- en organisatiebeleid;
7° de acties voor minder zichtbare categorieën binnen de 7° de acties voor minder zichtbare categorieën binnen de
kansengroepen, zoals mensen in armoede, ex-gedetineerden, uit de kansengroepen, zoals mensen in armoede, ex-gedetineerden, uit de
LGTB-gemeenschap of mensen met hiv. LGTB-gemeenschap of mensen met hiv.
De minister kan de punten 1° tot en met 7° uitbreiden. De minister kan de punten 1° tot en met 7° uitbreiden.
§ 5. Een loopbaan- en diversiteitsproject bevat steeds een § 5. Een loopbaan- en diversiteitsproject bevat steeds een
disseminatiestrategie. Het project beschrijft op welke wijze de disseminatiestrategie. Het project beschrijft op welke wijze de
producten of ervaringen in ruime kring worden bekendgemaakt en welke producten of ervaringen in ruime kring worden bekendgemaakt en welke
inspanningen zullen worden geleverd om ze elders toepasbaar te maken, inspanningen zullen worden geleverd om ze elders toepasbaar te maken,
waaronder : waaronder :
1° regionale of sectorale studiedagen of colloquia; 1° regionale of sectorale studiedagen of colloquia;
2° publicaties via pers, brochures, handleidingen of rapporten; 2° publicaties via pers, brochures, handleidingen of rapporten;
3° vormings- of trainingsmateriaal. 3° vormings- of trainingsmateriaal.

Art. 18.§ 1. Binnen de jaarlijkse begroting en volgens de

Art. 18.§ 1. Binnen de jaarlijkse begroting en volgens de

voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt een subsidie toegekend voor voorwaarden, vermeld in dit besluit, wordt een subsidie toegekend voor
de diversiteitsprojecten, vermeld in artikel 16, ter uitvoering van de diversiteitsprojecten, vermeld in artikel 16, ter uitvoering van
het loopbaan- en diversiteitsbeleid in organisaties. het loopbaan- en diversiteitsbeleid in organisaties.
§ 2. De aanvrager-promotor dient zijn aanvraag in bij de administratie § 2. De aanvrager-promotor dient zijn aanvraag in bij de administratie
via een door de administratie ter beschikking gesteld elektronisch via een door de administratie ter beschikking gesteld elektronisch
formulier. formulier.
De administratie onderzoekt de aanvraag op het vlak van De administratie onderzoekt de aanvraag op het vlak van
ontvankelijkheid, afstemming, overdraagbaarheid, inhoudelijke ontvankelijkheid, afstemming, overdraagbaarheid, inhoudelijke
relevantie, effectiviteit en efficiëntie, en stelt een advies op. De relevantie, effectiviteit en efficiëntie, en stelt een advies op. De
minister beslist over de toekenning van de subsidie. minister beslist over de toekenning van de subsidie.
§ 3. De subsidie bedraagt maximaal 2.500 euro voor projecten op het § 3. De subsidie bedraagt maximaal 2.500 euro voor projecten op het
vlak van ervaringsuitwisseling en sensibilisatie als vermeld in vlak van ervaringsuitwisseling en sensibilisatie als vermeld in
artikel 17, § 4, 6°. artikel 17, § 4, 6°.
De maximale subsidie voor de overige loopbaan- en De maximale subsidie voor de overige loopbaan- en
diversiteitsprojecten wordt bepaald op basis van de beschikbare diversiteitsprojecten wordt bepaald op basis van de beschikbare
middelen en de geconstateerde behoeften, met een subsidie van maximaal middelen en de geconstateerde behoeften, met een subsidie van maximaal
20.000 euro per project. Als van dit bedrag in het projectvoorstel met 20.000 euro per project. Als van dit bedrag in het projectvoorstel met
meer dan de helft naar boven wordt afgeweken, wordt de Inspectie van meer dan de helft naar boven wordt afgeweken, wordt de Inspectie van
Financiën op de hoogte gebracht. De Inspectie van Financiën kan Financiën op de hoogte gebracht. De Inspectie van Financiën kan
reageren op het projectvoorstel binnen een opschortende periode van reageren op het projectvoorstel binnen een opschortende periode van
twaalf werkdagen waarna de minister beslist over de toekenning van de twaalf werkdagen waarna de minister beslist over de toekenning van de
subsidie. subsidie.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 19.De sociaalrechtelijke inspecteurs van de afdeling Inspectie

Art. 19.De sociaalrechtelijke inspecteurs van de afdeling Inspectie

van het Departement Werk en Sociale Economie zijn gerechtigd om ter van het Departement Werk en Sociale Economie zijn gerechtigd om ter
plaatse controle uit te oefenen op de aanwending van de toegekende plaatse controle uit te oefenen op de aanwending van de toegekende
subsidies en op de naleving van de bepalingen van dit besluit. subsidies en op de naleving van de bepalingen van dit besluit.

Art. 20.De middelen voor de inzet van de aan de structurele projecten

Art. 20.De middelen voor de inzet van de aan de structurele projecten

verbonden consulenten en van de projectontwikkelaars Leeftijd en Werk verbonden consulenten en van de projectontwikkelaars Leeftijd en Werk
worden jaarlijks geïndexeerd. worden jaarlijks geïndexeerd.

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot

vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor
het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het
beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, gewijzigd bij de beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 en 15 mei 2009, besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 en 15 mei 2009,
wordt opgeheven. wordt opgeheven.

Art. 22.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17

Art. 22.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17

mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding wordt punt 2° vervangen mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding wordt punt 2° vervangen
door wat volgt : door wat volgt :
« 2° kansengroepen : de personen van vijftig jaar en ouder, « 2° kansengroepen : de personen van vijftig jaar en ouder,
allochtonen, personen met een arbeidshandicap, kortgeschoolden, allochtonen, personen met een arbeidshandicap, kortgeschoolden,
vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 tot vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 tot
vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor
het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het het verlenen van subsidies ter ondersteuning en uitvoering van het
loopbaan- en diversiteitsbeleid; ». loopbaan- en diversiteitsbeleid; ».

Art. 23.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2013.

Art. 23.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2013.

Art. 24.De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid,

Art. 24.De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid,

is belast met de uitvoering van dit besluit. is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 7 juni 2013. Brussel, 7 juni 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke
Ordening en Sport, Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS Ph. MUYTERS
^