Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 02/02/2001
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering betreffende de erkenning van mammografische eenheden en regionale screeningscentra voor borstkankeropsporing "
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de erkenning van mammografische eenheden en regionale screeningscentra voor borstkankeropsporing Besluit van de Vlaamse regering betreffende de erkenning van mammografische eenheden en regionale screeningscentra voor borstkankeropsporing
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
2 FEBRUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de 2 FEBRUARI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de
erkenning van mammografische eenheden en regionale screeningscentra erkenning van mammografische eenheden en regionale screeningscentra
voor borstkankeropsporing voor borstkankeropsporing
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, inzonderheid op artikel 5, § 1, I, 2°; instellingen, inzonderheid op artikel 5, § 1, I, 2°;
Gelet op het protocolakkoord van 25 oktober 2000 tot samenwerking Gelet op het protocolakkoord van 25 oktober 2000 tot samenwerking
tussen de federale overheid en de gemeenschappen inzake mammografische tussen de federale overheid en de gemeenschappen inzake mammografische
borstkankerscreening; borstkankerscreening;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting,
gegeven op 2 februari 2001; gegeven op 2 februari 2001;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat een van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen als Overwegende dat een van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen als
uiteindelijk doel heeft de reductie van de sterfte door borstkanker te uiteindelijk doel heeft de reductie van de sterfte door borstkanker te
realiseren; dat in 1998 borstkanker op de eerste plaats kwam wat realiseren; dat in 1998 borstkanker op de eerste plaats kwam wat
kankersterfte betreft bij vrouwen, met 41 gevallen van sterfte per 100 kankersterfte betreft bij vrouwen, met 41 gevallen van sterfte per 100
000 vrouwen, en borstkanker aldus onmiskenbaar een uiterst belangrijk 000 vrouwen, en borstkanker aldus onmiskenbaar een uiterst belangrijk
gezondheidsprobleem stelt; gezondheidsprobleem stelt;
Overwegende dat kwaliteitsvolle georganiseerde borstkankerscreening Overwegende dat kwaliteitsvolle georganiseerde borstkankerscreening
door middel van mammografie toelaat om borstkanker in een vroeg door middel van mammografie toelaat om borstkanker in een vroeg
stadium te diagnosticeren en na verloop van tijd de sterfte door stadium te diagnosticeren en na verloop van tijd de sterfte door
borstkanker terug te dringen; borstkanker terug te dringen;
Overwegende dat de Europese Commissie in 1996 een tweede editie heeft Overwegende dat de Europese Commissie in 1996 een tweede editie heeft
uitgegeven van de Europese aanbevelingen voor kwaliteitsbewaking bij uitgegeven van de Europese aanbevelingen voor kwaliteitsbewaking bij
mammografische screening, waarin de uitgewerkte aanbevelingen staan mammografische screening, waarin de uitgewerkte aanbevelingen staan
waaraan een borstkankerscreeningsproject moet voldoen; waaraan een borstkankerscreeningsproject moet voldoen;
Overwegende dat het protocolakkoord van 25 oktober 2000 tot Overwegende dat het protocolakkoord van 25 oktober 2000 tot
samenwerking tussen de federale overheid en de gemeenschappen inzake samenwerking tussen de federale overheid en de gemeenschappen inzake
mammografische borstkankerscreening de hefboom is om een efficiënt mammografische borstkankerscreening de hefboom is om een efficiënt
borstkankerscreeningsprogramma te organiseren, aangezien het borstkankerscreeningsprogramma te organiseren, aangezien het
protocolakkoord het mogelijk maakt om, naast verwijzing door protocolakkoord het mogelijk maakt om, naast verwijzing door
huisartsen en gynaecologen, te screenen zonder verwijzing door de huisartsen en gynaecologen, te screenen zonder verwijzing door de
behandelende arts; behandelende arts;
Overwegende dat de federale overheid er zich in voormeld Overwegende dat de federale overheid er zich in voormeld
protocolakkoord toe verbindt per jaar, in het kader van de protocolakkoord toe verbindt per jaar, in het kader van de
massascreening, het budget ter beschikking te stellen dat nodig is massascreening, het budget ter beschikking te stellen dat nodig is
voor de honoraria voor het uitvoeren van het mammografisch onderzoek; voor de honoraria voor het uitvoeren van het mammografisch onderzoek;
dat dit budget door de federale overheid ter beschikking wordt gesteld dat dit budget door de federale overheid ter beschikking wordt gesteld
voor een periode van drie jaar vanaf 2001 op voorwaarde dat er een voor een periode van drie jaar vanaf 2001 op voorwaarde dat er een
georganiseerd systeem is opgezet door de gemeenschappen; georganiseerd systeem is opgezet door de gemeenschappen;
Overwegende dat de Vlaamse Gemeenschap dan ook vanaf 1 januari 2001 Overwegende dat de Vlaamse Gemeenschap dan ook vanaf 1 januari 2001
haar engagementen die voortvloeien uit dit protocolakkoord, moet haar engagementen die voortvloeien uit dit protocolakkoord, moet
nakomen, om zo vlug mogelijk de georganiseerde borstkankerscreening op nakomen, om zo vlug mogelijk de georganiseerde borstkankerscreening op
te starten; te starten;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke
Kansen; Kansen;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder :

1° Vlaamse minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheid; 1° Vlaamse minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheid;
2° administratie : de administratie Gezondheidszorg van het 2° administratie : de administratie Gezondheidszorg van het
departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
3° logo : samenwerkingsverband voor bovenlokaal gezondheidsoverleg en 3° logo : samenwerkingsverband voor bovenlokaal gezondheidsoverleg en
-organisatie; -organisatie;
4° Vlaamse Adviesraad : de Vlaamse Adviesraad voor erkenning van 4° Vlaamse Adviesraad : de Vlaamse Adviesraad voor erkenning van
verzorgingsvoorzieningen, opgericht bij het decreet van 20 december verzorgingsvoorzieningen, opgericht bij het decreet van 20 december
1996 houdende oprichting van een Vlaamse Gezondheidsraad en van een 1996 houdende oprichting van een Vlaamse Gezondheidsraad en van een
Vlaamse Adviesraad inzake erkenning van verzorgingsvoorzieningen; Vlaamse Adviesraad inzake erkenning van verzorgingsvoorzieningen;
5° werkgroep borstkankerscreening : de werkgroep, opgericht door de 5° werkgroep borstkankerscreening : de werkgroep, opgericht door de
Vlaamse minister, ter implementatie van de Vlaamse Vlaamse minister, ter implementatie van de Vlaamse
gezondheidsdoelstelling, en waarin verschillende actoren inzake gezondheidsdoelstelling, en waarin verschillende actoren inzake
borstkankerbestrijding zijn vertegenwoordigd. borstkankerbestrijding zijn vertegenwoordigd.
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Art. 2.§ 1. De Vlaamse regering organiseert een systematische

Art. 2.§ 1. De Vlaamse regering organiseert een systematische

mammografische screening om de vermindering van de morbiditeit en mammografische screening om de vermindering van de morbiditeit en
mortaliteit door borstkanker bij vrouwen te realiseren. Deze mortaliteit door borstkanker bij vrouwen te realiseren. Deze
systematische mammografische screening gebeurt door erkende systematische mammografische screening gebeurt door erkende
mammografische eenheden en erkende regionale screeningscentra. mammografische eenheden en erkende regionale screeningscentra.
§ 2. De Vlaamse minister erkent mammografische eenheden. § 2. De Vlaamse minister erkent mammografische eenheden.
Een mammografische eenheid is een voorziening die onder leiding staat Een mammografische eenheid is een voorziening die onder leiding staat
van een erkend radioloog en technisch uitgerust is om mammografieën van een erkend radioloog en technisch uitgerust is om mammografieën
uit te voeren. De mammografische eenheden staan in voor het uit te voeren. De mammografische eenheden staan in voor het
mammografisch borstonderzoek, voor de eerste lezing en voor de mammografisch borstonderzoek, voor de eerste lezing en voor de
protocollering ervan. protocollering ervan.
De erkenning van een mammografische eenheid wordt verleend voor drie De erkenning van een mammografische eenheid wordt verleend voor drie
drie jaar. drie jaar.
§ 3. De Vlaamse minister erkent regionale screeningscentra. § 3. De Vlaamse minister erkent regionale screeningscentra.
Een regionaal screeningscentrum is een expertisecentrum inzake Een regionaal screeningscentrum is een expertisecentrum inzake
vroegtijdige borstkankeropsporing. Inzake het mammografisch vroegtijdige borstkankeropsporing. Inzake het mammografisch
borstonderzoek staat het regionaal screeningscentrum in voor de borstonderzoek staat het regionaal screeningscentrum in voor de
organisatie van de tweede lezing en de protocollering ervan en organisatie van de tweede lezing en de protocollering ervan en
eventueel voor de derde lezing en de protocollering ervan. eventueel voor de derde lezing en de protocollering ervan.
De erkenning van een regionaal screeningscentrum wordt verleend voor De erkenning van een regionaal screeningscentrum wordt verleend voor
drie jaar. drie jaar.
HOOFDSTUK III. - Erkenningsvoorwaarden voor mammografische eenheden HOOFDSTUK III. - Erkenningsvoorwaarden voor mammografische eenheden
Afdeling I. - Algemene erkenningsnormen Afdeling I. - Algemene erkenningsnormen

Art. 3.Een mammografische eenheid moet over minstens één vast,

Art. 3.Een mammografische eenheid moet over minstens één vast,

semi-mobiel of mobiel toestel beschikken dat specifiek gebouwd is voor semi-mobiel of mobiel toestel beschikken dat specifiek gebouwd is voor
mammografie, en moet onder de verantwoordelijkheid van minstens één mammografie, en moet onder de verantwoordelijkheid van minstens één
erkend radioloog werken. erkend radioloog werken.

Art. 4.De mammografische eenheid moet zich openstellen voor en

Art. 4.De mammografische eenheid moet zich openstellen voor en

meewerken aan het georganiseerde borstkankerscreeningsprogramma en de meewerken aan het georganiseerde borstkankerscreeningsprogramma en de
controles met het oog op kwaliteitsbewaking en -verbetering die door controles met het oog op kwaliteitsbewaking en -verbetering die door
instanties worden uitgevoerd die daartoe door de Vlaamse minister instanties worden uitgevoerd die daartoe door de Vlaamse minister
gemachtigd zijn. gemachtigd zijn.
Om erkend te kunnen blijven moet de mammografische eenheid in staat Om erkend te kunnen blijven moet de mammografische eenheid in staat
zijn om op een elektronische manier gegevens uit te wisselen met de zijn om op een elektronische manier gegevens uit te wisselen met de
regionale screeningscentra op de wijze die wordt voorgeschreven door regionale screeningscentra op de wijze die wordt voorgeschreven door
de Vlaamse minister. de Vlaamse minister.
De mammografische eenheid verbindt er zich toe de derde De mammografische eenheid verbindt er zich toe de derde
betalerregeling toe te passen voor alle mammografieën uitgevoerd in betalerregeling toe te passen voor alle mammografieën uitgevoerd in
het kader van dit besluit. het kader van dit besluit.
Afdeling II. - Fysisch-technische normen Afdeling II. - Fysisch-technische normen

Art. 5.De mammografie moet genomen worden met een specifiek voor de

Art. 5.De mammografie moet genomen worden met een specifiek voor de

mammografie ontwikkeld toestel, dat beantwoordt aan de normen van de mammografie ontwikkeld toestel, dat beantwoordt aan de normen van de
International Electrotechnical Commission of van de Europese Unie of International Electrotechnical Commission of van de Europese Unie of
van hun rechtsopvolgers. Het toestel beschikt over een van hun rechtsopvolgers. Het toestel beschikt over een
belichtingsautomaat, een systeem voor borstcompressie en een rooster. belichtingsautomaat, een systeem voor borstcompressie en een rooster.

Art. 6.De toestellen die gebruikt worden bij mammografische

Art. 6.De toestellen die gebruikt worden bij mammografische

borstkankerscreening moeten voldoen aan technische kwaliteitsnormen borstkankerscreening moeten voldoen aan technische kwaliteitsnormen
wat moet blijken na onderwerping aan een acceptatietest die de wat moet blijken na onderwerping aan een acceptatietest die de
volgende elementen omvat : volgende elementen omvat :
1° gegevens over de toestellen die gebruikt worden bij mammografische 1° gegevens over de toestellen die gebruikt worden bij mammografische
screening; screening;
2° routineopname; 2° routineopname;
3° geometrie; 3° geometrie;
4° buisrendement en reproduceerbaarheid; 4° buisrendement en reproduceerbaarheid;
5° buisspanning; 5° buisspanning;
6° halfwaardedikte; 6° halfwaardedikte;
7° automatisch belichtingssysteem; 7° automatisch belichtingssysteem;
8° compressie; 8° compressie;
9° roosterfactor; 9° roosterfactor;
10° beeldreceptor; 10° beeldreceptor;
11° ontwikkeltoestel; 11° ontwikkeltoestel;
12° sensitometrie en densitometrie; 12° sensitometrie en densitometrie;
13° donkere kamer; of doka 13° donkere kamer; of doka
14° lichtdichtheid van de cassettes; 14° lichtdichtheid van de cassettes;
15° lichtkasten en protocolleeromgeving; 15° lichtkasten en protocolleeromgeving;
16° dosimetrie; 16° dosimetrie;
17° beeldkwaliteit; 17° beeldkwaliteit;
18° opnametijd. 18° opnametijd.
De acceptatietest omvat tevens een vraaggesprek met de persoon of De acceptatietest omvat tevens een vraaggesprek met de persoon of
personen die de bovengenoemde toestellen bedienen. personen die de bovengenoemde toestellen bedienen.
Deze testen worden nader bepaald in de tabellen die zich bevinden in Deze testen worden nader bepaald in de tabellen die zich bevinden in
de bij dit besluit gevoegde bijlage. de bij dit besluit gevoegde bijlage.
Telkens als een nieuw toestel in gebruik wordt genomen moet een nieuwe Telkens als een nieuw toestel in gebruik wordt genomen moet een nieuwe
acceptatietest worden uitgevoerd. acceptatietest worden uitgevoerd.

Art. 7.De volgende elementen van de toestellen die gebruikt worden

Art. 7.De volgende elementen van de toestellen die gebruikt worden

bij een mammografische borstkankerscreening moeten jaarlijks, te bij een mammografische borstkankerscreening moeten jaarlijks, te
rekenen vanaf de acceptatie, testen ondergaan en voldoen aan de rekenen vanaf de acceptatie, testen ondergaan en voldoen aan de
technische kwaliteitsnormen die hierop van toepassing zijn : technische kwaliteitsnormen die hierop van toepassing zijn :
1° geometrie; 1° geometrie;
2° halfwaardedikte; 2° halfwaardedikte;
3° compressie; 3° compressie;
4° beeldreceptor; 4° beeldreceptor;
5° sensitometrie en densitometrie; 5° sensitometrie en densitometrie;
6° lichtdichtheid van de cassettes; 6° lichtdichtheid van de cassettes;
7° dosimetrie; 7° dosimetrie;
8° ontwikkeltoestel; 8° ontwikkeltoestel;
9° lichtkasten en protocolleeromgeving. 9° lichtkasten en protocolleeromgeving.

Art. 8.De volgende elementen van de toestellen die gebruikt worden

Art. 8.De volgende elementen van de toestellen die gebruikt worden

bij een mammografische borstkankerscreening moeten halfjaarlijks, te bij een mammografische borstkankerscreening moeten halfjaarlijks, te
rekenen vanaf de acceptatie, deze testen ondergaan en voldoen aan de rekenen vanaf de acceptatie, deze testen ondergaan en voldoen aan de
technische kwaliteitsnormen die hierop van toepassing zijn : technische kwaliteitsnormen die hierop van toepassing zijn :
1° buisrendement en reproduceerbaarheid; 1° buisrendement en reproduceerbaarheid;
2° buisspanning; 2° buisspanning;
3° automatisch belichtingssysteem; 3° automatisch belichtingssysteem;
4° ontwikkeltoestel; 4° ontwikkeltoestel;
5° sensitometrie en densitometrie; 5° sensitometrie en densitometrie;
6° donkere kamer;of doka 6° donkere kamer;of doka
7° opnametijd. 7° opnametijd.

Art. 9.De acceptatietesten, de jaarlijkse en halfjaarlijkse testen

Art. 9.De acceptatietesten, de jaarlijkse en halfjaarlijkse testen

worden uitgevoerd door deskundigen die daartoe worden gemachtigd door worden uitgevoerd door deskundigen die daartoe worden gemachtigd door
de Vlaamse minister, na advies van de werkgroep borstkankerscreening. de Vlaamse minister, na advies van de werkgroep borstkankerscreening.
Voor mammografische eenheden die onder het beheer vallen van een Voor mammografische eenheden die onder het beheer vallen van een
regionaal screeningscentrum, bepaalt de Vlaamse minister, na advies regionaal screeningscentrum, bepaalt de Vlaamse minister, na advies
van de werkgroep borstkankerscreening, een specifieke lijst van van de werkgroep borstkankerscreening, een specifieke lijst van
deskundigen. deskundigen.
De kosten van de testen, vermeld in het eerste lid, worden gedragen De kosten van de testen, vermeld in het eerste lid, worden gedragen
door de mammografische eenheden die een erkenning willen verkrijgen. door de mammografische eenheden die een erkenning willen verkrijgen.
De resultaten van de halfjaarlijkse en de jaarlijkse testen, alsook De resultaten van de halfjaarlijkse en de jaarlijkse testen, alsook
van de acceptatietesten, worden door de deskundigen die de testen van de acceptatietesten, worden door de deskundigen die de testen
uitvoeren bezorgd aan de mammografische eenheid en aan het regionaal uitvoeren bezorgd aan de mammografische eenheid en aan het regionaal
screeningscentrum waarmee door de mammografische eenheid in kwestie screeningscentrum waarmee door de mammografische eenheid in kwestie
een samenwerkingsovereenkomst werd gesloten. een samenwerkingsovereenkomst werd gesloten.

Art. 10.Dagelijks, rond hetzelfde tijdstip, moet er een

Art. 10.Dagelijks, rond hetzelfde tijdstip, moet er een

kwaliteitscontrole gebeuren van de mammograaf, de film en de kwaliteitscontrole gebeuren van de mammograaf, de film en de
ontwikkelaar door de uitvoering van een fantoomopname en een ontwikkelaar door de uitvoering van een fantoomopname en een
sensitometrie, op initiatief van en onder de supervisie van de sensitometrie, op initiatief van en onder de supervisie van de
radioloog die verantwoordelijk is voor de mammografische eenheid. De radioloog die verantwoordelijk is voor de mammografische eenheid. De
resultaten van deze metingen moeten voldoen aan de normen, gesteld in resultaten van deze metingen moeten voldoen aan de normen, gesteld in
de bij dit besluit gevoegde bijlage en worden dagelijks bezorgd aan de bij dit besluit gevoegde bijlage en worden dagelijks bezorgd aan
dezelfde instantie die instaat voor de acceptatietesten en voor de dezelfde instantie die instaat voor de acceptatietesten en voor de
jaarlijkse en halfjaarlijkse testen. jaarlijkse en halfjaarlijkse testen.

Art. 11.Wekelijks moet ook de beeldkwaliteit geëvalueerd worden,

Art. 11.Wekelijks moet ook de beeldkwaliteit geëvalueerd worden,

evenals de objectdiktecompensatie, eveneens op initiatief van en onder evenals de objectdiktecompensatie, eveneens op initiatief van en onder
supervisie van de radioloog die verantwoordelijk is voor de supervisie van de radioloog die verantwoordelijk is voor de
mammografische eenheid. De resultaten van deze metingen moeten voldoen mammografische eenheid. De resultaten van deze metingen moeten voldoen
aan de normen, gesteld in de bij dit besluit gevoegde bijlage en aan de normen, gesteld in de bij dit besluit gevoegde bijlage en
worden wekelijks bezorgd aan dezelfde instantie die instaat voor de worden wekelijks bezorgd aan dezelfde instantie die instaat voor de
acceptatietesten en voor de jaarlijkse en halfjaarlijkse testen. acceptatietesten en voor de jaarlijkse en halfjaarlijkse testen.

Art. 12.De referentiewaarden voor deze dagelijkse en wekelijkse

Art. 12.De referentiewaarden voor deze dagelijkse en wekelijkse

testen worden vastgelegd aan de hand van de acceptatietesten en van de testen worden vastgelegd aan de hand van de acceptatietesten en van de
jaarlijkse en halfjaarlijkse testen. De mammografische eenheid moet de jaarlijkse en halfjaarlijkse testen. De mammografische eenheid moet de
nodige maatregelen treffen om eventuele afwijkingen ten opzichte van nodige maatregelen treffen om eventuele afwijkingen ten opzichte van
de referentiewaarden onmiddellijk te corrigeren. de referentiewaarden onmiddellijk te corrigeren.

Art. 13.De mammografische eenheid moet voldoen aan de regelgeving

Art. 13.De mammografische eenheid moet voldoen aan de regelgeving

betreffende de veiligheid in het algemeen, en het gebruik van betreffende de veiligheid in het algemeen, en het gebruik van
ioniserende stralingen in het bijzonder. ioniserende stralingen in het bijzonder.

Art. 14.Voor mammografische eenheden die beschikken over een digitaal

Art. 14.Voor mammografische eenheden die beschikken over een digitaal

mammografietoestel gelden dezelfde criteria voor beeldkwaliteit en mammografietoestel gelden dezelfde criteria voor beeldkwaliteit en
dosimetrie. In ieder geval moet de beeldkwaliteit van een digitaal dosimetrie. In ieder geval moet de beeldkwaliteit van een digitaal
mammografietoestel evenwaardig zijn aan de beeldkwaliteit van een mammografietoestel evenwaardig zijn aan de beeldkwaliteit van een
niet-digitaal mammografietoestel. niet-digitaal mammografietoestel.
Afdeling III. - Medisch-radiologische normen Afdeling III. - Medisch-radiologische normen

Art. 15.§ 1. De mammografische eenheid moet voldoen aan de volgende

Art. 15.§ 1. De mammografische eenheid moet voldoen aan de volgende

medisch-radiologische kwaliteitsnormen, wat moet blijken na medisch-radiologische kwaliteitsnormen, wat moet blijken na
onderwerping aan een acceptatietest die de volgende elementen omvat : onderwerping aan een acceptatietest die de volgende elementen omvat :
1° dertig opeenvolgende mammografieën worden beoordeeld op vlak van 1° dertig opeenvolgende mammografieën worden beoordeeld op vlak van
positionering en fototechnische kwaliteit door deskundigen aangewezen positionering en fototechnische kwaliteit door deskundigen aangewezen
door minstens twee regionale screeningscentra, andere centra dan dat door minstens twee regionale screeningscentra, andere centra dan dat
waarmee de mammografische eenheid een overeenkomst moet sluiten voor waarmee de mammografische eenheid een overeenkomst moet sluiten voor
de organisatie van de tweede lezing; de organisatie van de tweede lezing;
2° inzake positionering moet een screeningsmammografie twee 2° inzake positionering moet een screeningsmammografie twee
incidenties per borstopname omvatten : een oblique en een incidenties per borstopname omvatten : een oblique en een
craniocaudale opname; craniocaudale opname;
3° minstens 85 % van de dertig opeenvolgende opnamen moet zo 3° minstens 85 % van de dertig opeenvolgende opnamen moet zo
gepositioneerd zijn dat : gepositioneerd zijn dat :
a) op de oblique (mediolaterale schuine) opname : de musculus a) op de oblique (mediolaterale schuine) opname : de musculus
pectoralis te zien is als een driehoek, met de punt op tepelhoogte, en pectoralis te zien is als een driehoek, met de punt op tepelhoogte, en
de inframammaire omslagplooi naar de buik is afgebeeld zonder de inframammaire omslagplooi naar de buik is afgebeeld zonder
superpositie; superpositie;
b) op de oblique en de craniocaudale (face) opname de afstand tepel - b) op de oblique en de craniocaudale (face) opname de afstand tepel -
musculus pectoralis dezelfde is; musculus pectoralis dezelfde is;
c) op de oblique of op de craniocaudale opname de tepel tangentieel c) op de oblique of op de craniocaudale opname de tepel tangentieel
staat afgebeeld; staat afgebeeld;
4° minstens 25 % van de dertig opeenvolgende opnamen moet zo 4° minstens 25 % van de dertig opeenvolgende opnamen moet zo
gepositioneerd zijn dat op de craniocaudale opname de rand van de gepositioneerd zijn dat op de craniocaudale opname de rand van de
musculus pectoralis te zien is; musculus pectoralis te zien is;
5° bij vervolgopnamen kan onder bepaalde voorwaarden, die vastgesteld 5° bij vervolgopnamen kan onder bepaalde voorwaarden, die vastgesteld
worden door de regionale screeningscentra, na advies van de werkgroep worden door de regionale screeningscentra, na advies van de werkgroep
borstkankerscreening, een oblique opname volstaan; borstkankerscreening, een oblique opname volstaan;
6° inzake fototechnische kwaliteit moeten de deskundigen die de 6° inzake fototechnische kwaliteit moeten de deskundigen die de
acceptatietest uitvoeren de volgende aspecten als voldoende beoordelen acceptatietest uitvoeren de volgende aspecten als voldoende beoordelen
: :
a) de uitgevoerde compressie; a) de uitgevoerde compressie;
b) de beeldscherpte en -belichting; b) de beeldscherpte en -belichting;
c) de minimale beperking van artefacten. c) de minimale beperking van artefacten.
§ 2. De deskundigen moeten hun beoordeling, bedoeld in § 1, 6°, § 2. De deskundigen moeten hun beoordeling, bedoeld in § 1, 6°,
motiveren. In geval van een negatieve beoordeling door de deskundigen motiveren. In geval van een negatieve beoordeling door de deskundigen
van de fototechnische kwaliteitsaspecten kan de verantwoordelijke van van de fototechnische kwaliteitsaspecten kan de verantwoordelijke van
de mammografische eenheid een nieuwe beoordeling vragen aan andere de mammografische eenheid een nieuwe beoordeling vragen aan andere
hiertoe door de administratie gemachtigde regionale screeningscentra. hiertoe door de administratie gemachtigde regionale screeningscentra.
§ 3. De deskundigen moeten hun bevindingen bezorgen aan de § 3. De deskundigen moeten hun bevindingen bezorgen aan de
administratie en aan het regionaal screeningscentrum waarmee door de administratie en aan het regionaal screeningscentrum waarmee door de
mammografische eenheid in kwestie een samenwerkingsovereenkomst werd mammografische eenheid in kwestie een samenwerkingsovereenkomst werd
gesloten. gesloten.
§ 4. De mammografische eenheid moet steeds de nodige maatregelen § 4. De mammografische eenheid moet steeds de nodige maatregelen
treffen om eventuele afwijkingen ten opzichte van de treffen om eventuele afwijkingen ten opzichte van de
medisch-radiologische kwaliteitsnormen onmiddellijk te corrigeren. medisch-radiologische kwaliteitsnormen onmiddellijk te corrigeren.
Afdeling IV. - Samenwerking met het regionaal screeningscentrum Afdeling IV. - Samenwerking met het regionaal screeningscentrum

Art. 16.Om erkend te kunnen worden moet de mammografische eenheid een

Art. 16.Om erkend te kunnen worden moet de mammografische eenheid een

ondertekende samenwerkingsovereenkomst met het regionaal ondertekende samenwerkingsovereenkomst met het regionaal
screeningscentrum kunnen voorleggen. Dit screeningscentrum wordt screeningscentrum kunnen voorleggen. Dit screeningscentrum wordt
aangewezen door het logo van het gebied waarin de mammografische aangewezen door het logo van het gebied waarin de mammografische
eenheid zich bevindt. In uitzonderlijke en uitdrukkelijk gemotiveerde eenheid zich bevindt. In uitzonderlijke en uitdrukkelijk gemotiveerde
gevallen en na akkoord van de administratie, kan aanvaard worden dat gevallen en na akkoord van de administratie, kan aanvaard worden dat
de mammografische eenheid een samenwerkingsovereenkomst voorlegt met de mammografische eenheid een samenwerkingsovereenkomst voorlegt met
een regionaal screeningscentrum dat niet aangewezen wordt volgens dit een regionaal screeningscentrum dat niet aangewezen wordt volgens dit
criterium. criterium.
De samenwerkingsovereenkomst regelt minimaal de volgende afspraken : De samenwerkingsovereenkomst regelt minimaal de volgende afspraken :
1° de verbintenis tot samenwerking om de tweede en, indien nodig, 1° de verbintenis tot samenwerking om de tweede en, indien nodig,
derde lezing van de mammografieën kwaliteitsvol uit te kunnen voeren, derde lezing van de mammografieën kwaliteitsvol uit te kunnen voeren,
conform de richtlijnen hierover, zoals bekrachtigd door de Vlaamse conform de richtlijnen hierover, zoals bekrachtigd door de Vlaamse
minister; minister;
2° de uitvoering van de eerste lezing door de radioloog van de 2° de uitvoering van de eerste lezing door de radioloog van de
mammografische eenheid die een gestandaardiseerd en ingevuld mammografische eenheid die een gestandaardiseerd en ingevuld
protocolformulier met de opnamen bezorgt aan het regionaal protocolformulier met de opnamen bezorgt aan het regionaal
screeningscentrum waarmee wordt samengewerkt; screeningscentrum waarmee wordt samengewerkt;
3° de registratie en de uitwisseling van de gegevens die noodzakelijk 3° de registratie en de uitwisseling van de gegevens die noodzakelijk
zijn voor de voortgangscontrole en de kwaliteitsbewaking van de zijn voor de voortgangscontrole en de kwaliteitsbewaking van de
screening, conform de richtlijnen hierover, zoalsen bekrachtigd door screening, conform de richtlijnen hierover, zoalsen bekrachtigd door
de Vlaamse minister; de Vlaamse minister;
4° de bewaring van de mammografieën; 4° de bewaring van de mammografieën;
5° het evalueren van de mammografische eenheid naar gelang van de 5° het evalueren van de mammografische eenheid naar gelang van de
verkregen kwaliteit van de mammografieën met het oog op verkregen kwaliteit van de mammografieën met het oog op
kwaliteitsbewaking en kwaliteitsverbetering aan de hand van periodieke kwaliteitsbewaking en kwaliteitsverbetering aan de hand van periodieke
visitatiecontroles; visitatiecontroles;
6° de terugkoppeling van de resultaten van de tweede en eventuele 6° de terugkoppeling van de resultaten van de tweede en eventuele
derde lezing naar de plaatselijke radioloog en de bereidheid tot derde lezing naar de plaatselijke radioloog en de bereidheid tot
continue evaluatie en bijsturing met het oog op het bereiken van een continue evaluatie en bijsturing met het oog op het bereiken van een
optimaal kwaliteitsniveau van de lezingen; optimaal kwaliteitsniveau van de lezingen;
7° de medewerking aan de invoering van een klantvriendelijk 7° de medewerking aan de invoering van een klantvriendelijk
afsprakensysteem. afsprakensysteem.
HOOFDSTUK IV. - Erkenningsvoorwaarden voor de regionale HOOFDSTUK IV. - Erkenningsvoorwaarden voor de regionale
screeningscentra screeningscentra

Art. 17.Een regionaal screeningscentrum werkt mee aan de

Art. 17.Een regionaal screeningscentrum werkt mee aan de

veralgemening van de borstkankerscreening in de Vlaamse Gemeenschap, veralgemening van de borstkankerscreening in de Vlaamse Gemeenschap,
in overeenstemming met de Vlaamse gezondheidsdoelstelling hierover, in overeenstemming met de Vlaamse gezondheidsdoelstelling hierover,
volgens de wetenschappelijke methoden van een op evidentie gebaseerde volgens de wetenschappelijke methoden van een op evidentie gebaseerde
preventie. preventie.
Daartoe moet een regionaal screeningscentrum Daartoe moet een regionaal screeningscentrum
samenwerkingsovereenkomsten voorleggen met minstens één logo en met samenwerkingsovereenkomsten voorleggen met minstens één logo en met
andere regionale screeningscentra die aangrenzende logo's bedienen. andere regionale screeningscentra die aangrenzende logo's bedienen.
Een regionaal screeningscentrum moet samenwerken met mammografische Een regionaal screeningscentrum moet samenwerken met mammografische
eenheden overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in eenheden overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in
artikel 16. artikel 16.
Om erkend te kunnen blijven moet een regionaal screeningscentrum in Om erkend te kunnen blijven moet een regionaal screeningscentrum in
staat zijn om op een elektronische manier gegevens uit te wisselen met staat zijn om op een elektronische manier gegevens uit te wisselen met
de mammografische eenheden op de wijze die wordt voorgeschreven door de mammografische eenheden op de wijze die wordt voorgeschreven door
de Vlaamse minister. de Vlaamse minister.

Art. 18.Een regionaal screeningscentrum moet kunnen beschikken over

Art. 18.Een regionaal screeningscentrum moet kunnen beschikken over

minstens één mobiel toestel dat specifiek gebouwd is voor mammografie minstens één mobiel toestel dat specifiek gebouwd is voor mammografie
en onder de verantwoordelijkheid van minstens één erkend radioloog en onder de verantwoordelijkheid van minstens één erkend radioloog
werkt. werkt.

Art. 19.Een regionaal screeningscentrum moet beschikken over de

Art. 19.Een regionaal screeningscentrum moet beschikken over de

nodige expertise en over gespecialiseerd personeel om tweede en derde nodige expertise en over gespecialiseerd personeel om tweede en derde
lezingen te kunnen uitvoeren volgens de bepalingen zoals ze lezingen te kunnen uitvoeren volgens de bepalingen zoals ze
bekrachtigd zijn door de Vlaamse minister. bekrachtigd zijn door de Vlaamse minister.

Art. 20.Een regionaal screeningscentrum moet binnen een termijn van

Art. 20.Een regionaal screeningscentrum moet binnen een termijn van

twee jaar na het in werking treden van dit besluit een certificaat van twee jaar na het in werking treden van dit besluit een certificaat van
het Europees referentiecentrum EUREF in Nijmegen, Nederland, of van het Europees referentiecentrum EUREF in Nijmegen, Nederland, of van
een ander hiertoe door de Vlaamse minister gemachtigd Europees een ander hiertoe door de Vlaamse minister gemachtigd Europees
referentiecentrum inzake borstkankerscreening, kunnen voorleggen referentiecentrum inzake borstkankerscreening, kunnen voorleggen
waaruit blijkt dat het regionaal screeningscentrum de waaruit blijkt dat het regionaal screeningscentrum de
borstkankeropsporing organiseert in overeenstemming met de Europese borstkankeropsporing organiseert in overeenstemming met de Europese
aanbevelingen hierover. Telkens als de Europese aanbevelingen aanbevelingen hierover. Telkens als de Europese aanbevelingen
gewijzigd of aangevuld worden, moet een nieuwe certificatie gebeuren. gewijzigd of aangevuld worden, moet een nieuwe certificatie gebeuren.
HOOFDSTUK V. - Procedures inzake erkenning, intrekking en schorsing HOOFDSTUK V. - Procedures inzake erkenning, intrekking en schorsing
van erkenning voor mammografische eenheden en regionale van erkenning voor mammografische eenheden en regionale
screeningscentra screeningscentra
Afdeling I. - Aanvraagprocedure Afdeling I. - Aanvraagprocedure

Art. 21.De aanvraag voor erkenning van een mammografische eenheid is

Art. 21.De aanvraag voor erkenning van een mammografische eenheid is

enkel ontvankelijk indien ze door de verantwoordelijke van de enkel ontvankelijk indien ze door de verantwoordelijke van de
mammografische eenheid schriftelijk en elektronisch wordt ingediend mammografische eenheid schriftelijk en elektronisch wordt ingediend
bij de Vlaamse minister, op het adres van de administratie, en indien bij de Vlaamse minister, op het adres van de administratie, en indien
ze minstens de volgende elementen bevat : ze minstens de volgende elementen bevat :
1° een identificatiebestand waarvan het model beschikbaar is gesteld 1° een identificatiebestand waarvan het model beschikbaar is gesteld
door de administratie; door de administratie;
2° een attest, afgeleverd door de daartoe gemachtigde instantie, 2° een attest, afgeleverd door de daartoe gemachtigde instantie,
waaruit blijkt dat de mammografische eenheid voldoet aan de eisen van waaruit blijkt dat de mammografische eenheid voldoet aan de eisen van
een fysisch-technische acceptatietest en beschikt over de een fysisch-technische acceptatietest en beschikt over de
meetinstrumenten voor dagelijkse en wekelijkse kwaliteitscontrole, meetinstrumenten voor dagelijkse en wekelijkse kwaliteitscontrole,
zoals bepaald in artikel 5 tot en met 14; zoals bepaald in artikel 5 tot en met 14;
3° een attest, afgeleverd door deskundigen uit regionale 3° een attest, afgeleverd door deskundigen uit regionale
screeningscentra, waaruit blijkt dat de mammografische eenheid voldoet screeningscentra, waaruit blijkt dat de mammografische eenheid voldoet
aan de eisen van een medisch-radiologische acceptatietest, bepaald in aan de eisen van een medisch-radiologische acceptatietest, bepaald in
artikel 15; artikel 15;
4° een samenwerkingsovereenkomst, conform artikel 16, met het 4° een samenwerkingsovereenkomst, conform artikel 16, met het
regionaal screeningscentrum; regionaal screeningscentrum;
5° een verklaring waarbij de verantwoordelijke van de mammografische 5° een verklaring waarbij de verantwoordelijke van de mammografische
eenheid verklaart kennis te nemen van de intentie van de Vlaamse eenheid verklaart kennis te nemen van de intentie van de Vlaamse
regering om toekomstige Europese aanbevelingen op te nemen in de regering om toekomstige Europese aanbevelingen op te nemen in de
erkenningsnormen. erkenningsnormen.
6° een verklaring waarbij de verantwoordelijke van de mammografische 6° een verklaring waarbij de verantwoordelijke van de mammografische
eenheid verklaart de derde betalersregeling te zullen toepassen voor eenheid verklaart de derde betalersregeling te zullen toepassen voor
alle mammografieën uitgevoerd in het kader van dit besluit. alle mammografieën uitgevoerd in het kader van dit besluit.

Art. 22.De aanvraag voor erkenning van een regionaal

Art. 22.De aanvraag voor erkenning van een regionaal

screeningscentrum is enkel ontvankelijk indien ze door de screeningscentrum is enkel ontvankelijk indien ze door de
verantwoordelijke van het screeningscentrum schriftelijk en verantwoordelijke van het screeningscentrum schriftelijk en
elektronisch wordt ingediend bij de Vlaamse minister, op het adres van elektronisch wordt ingediend bij de Vlaamse minister, op het adres van
de administratie, en indien ze minstens de volgende elementen bevat : de administratie, en indien ze minstens de volgende elementen bevat :
1° een samenwerkingsovereenkomst met minstens één logo en met andere 1° een samenwerkingsovereenkomst met minstens één logo en met andere
regionale screeningscentra die aangrenzende logo's bedienen; regionale screeningscentra die aangrenzende logo's bedienen;
2° een attest waaruit blijkt dat het regionaal screeningscentrum zo 2° een attest waaruit blijkt dat het regionaal screeningscentrum zo
nodig kan beschikken over een mobiel toestel dat specifiek gebouwd is nodig kan beschikken over een mobiel toestel dat specifiek gebouwd is
voor mammografie, en onder de verantwoordelijkheid van minstens één voor mammografie, en onder de verantwoordelijkheid van minstens één
erkend radioloog kan werken; erkend radioloog kan werken;
3° een lijst van experts met naam, tewerkstellingstijd en 3° een lijst van experts met naam, tewerkstellingstijd en
specialisaties, die de tweede en derde lezing kunnen uitvoeren ten specialisaties, die de tweede en derde lezing kunnen uitvoeren ten
behoeve van het regionaal screeningscentrum; behoeve van het regionaal screeningscentrum;
4° een aanvraag die uitgaat van het regionaal screeningscentrum, tot 4° een aanvraag die uitgaat van het regionaal screeningscentrum, tot
certificatie door EUREF in Nijmegen of een certificaat verstrekt door certificatie door EUREF in Nijmegen of een certificaat verstrekt door
dit referentiecentrum, of een aanvraag die uitgaat van het regionaal dit referentiecentrum, of een aanvraag die uitgaat van het regionaal
screeningscentrum tot certificatie door een ander hiertoe door de screeningscentrum tot certificatie door een ander hiertoe door de
Vlaamse minister gemachtigd Europees referentiecentrum inzake Vlaamse minister gemachtigd Europees referentiecentrum inzake
borstkankerscreening of een certificaat, verstrekt door dit borstkankerscreening of een certificaat, verstrekt door dit
referentiecentrum. referentiecentrum.

Art. 23.Zolang, binnen een termijn van twee jaar na het in werking

Art. 23.Zolang, binnen een termijn van twee jaar na het in werking

treden van dit besluit, een regionaal screeningscentrum niet beschikt treden van dit besluit, een regionaal screeningscentrum niet beschikt
over een certificaat, zoals vermeld in artikel 22, 4°, maar wel over een certificaat, zoals vermeld in artikel 22, 4°, maar wel
voldoet aan de overige normen, wordt door de minister een voorlopige voldoet aan de overige normen, wordt door de minister een voorlopige
erkenning afgeleverd. erkenning afgeleverd.
Afdeling II. - Erkenningsprocedure Afdeling II. - Erkenningsprocedure

Art. 24.Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, wordt de aanvraag,

Art. 24.Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, wordt de aanvraag,

uiterlijk dertig dagen na ontvangst, door de administratie aan de uiterlijk dertig dagen na ontvangst, door de administratie aan de
aanvrager teruggezonden met vermelding van de reden. aanvrager teruggezonden met vermelding van de reden.
In het andere geval wordt de beslissing van de Vlaamse minister om de In het andere geval wordt de beslissing van de Vlaamse minister om de
erkenning te verlenen of het met redenen omklede voornemen van de erkenning te verlenen of het met redenen omklede voornemen van de
Vlaamse minister om de erkenning te weigeren, uiterlijk drie maanden Vlaamse minister om de erkenning te weigeren, uiterlijk drie maanden
na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager betekend. De betekening na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager betekend. De betekening
gebeurt door de administratie per aangetekende brief. Bij een gebeurt door de administratie per aangetekende brief. Bij een
voornemen om de erkenning te weigeren worden in de brief de voornemen om de erkenning te weigeren worden in de brief de
mogelijkheid en de voorwaarden vermeld om een bezwaarschrift in te mogelijkheid en de voorwaarden vermeld om een bezwaarschrift in te
dienen als bedoeld in artikel 25, eerste lid. dienen als bedoeld in artikel 25, eerste lid.

Art. 25.Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan de aanvrager tot

Art. 25.Op straffe van niet-ontvankelijkheid kan de aanvrager tot

uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van het voornemen tot weigering uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van het voornemen tot weigering
van de erkenning daartegen per aangetekende brief een gemotiveerd van de erkenning daartegen per aangetekende brief een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Vlaamse minister. De aanvrager kan bezwaarschrift indienen bij de Vlaamse minister. De aanvrager kan
daarin uitdrukkelijk vragen om te worden gehoord. daarin uitdrukkelijk vragen om te worden gehoord.
De Vlaamse minister zorgt ervoor dat het bezwaarschrift binnen De Vlaamse minister zorgt ervoor dat het bezwaarschrift binnen
vijftien dagen na ontvangst, samen met het volledige administratief vijftien dagen na ontvangst, samen met het volledige administratief
dossier, bezorgd wordt aan de Vlaamse Adviesraad. dossier, bezorgd wordt aan de Vlaamse Adviesraad.

Art. 26.§ 1. Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 25, eerste

Art. 26.§ 1. Indien de aanvrager overeenkomstig artikel 25, eerste

lid, een bezwaarschrift heeft ingediend, kan de Vlaamse minister lid, een bezwaarschrift heeft ingediend, kan de Vlaamse minister
alleen een definitieve beslissing over het verlenen of het weigeren alleen een definitieve beslissing over het verlenen of het weigeren
van de erkenning nemen na ontvangst van het advies van de Vlaamse van de erkenning nemen na ontvangst van het advies van de Vlaamse
Adviesraad of, indien dat advies ontbreekt, na het verstrijken van de Adviesraad of, indien dat advies ontbreekt, na het verstrijken van de
termijn waarover de Vlaamse Adviesraad overeenkomstig zijn termijn waarover de Vlaamse Adviesraad overeenkomstig zijn
reglementering beschikt om een advies ter kennis te brengen van de reglementering beschikt om een advies ter kennis te brengen van de
Vlaamse minister. In dat laatste geval moet de Vlaamse minister de Vlaamse minister. In dat laatste geval moet de Vlaamse minister de
aanvrager vooraf horen, indien de aanvrager in zijn bezwaarschrift aanvrager vooraf horen, indien de aanvrager in zijn bezwaarschrift
daarom heeft verzocht. daarom heeft verzocht.
De met redenen omklede beslissing van de Vlaamse minister wordt binnen De met redenen omklede beslissing van de Vlaamse minister wordt binnen
dertig dagen na ontvangst van het advies van de Vlaamse Adviesraad of dertig dagen na ontvangst van het advies van de Vlaamse Adviesraad of
na het verstrijken van de termijn waarover de Vlaamse Adviesraad na het verstrijken van de termijn waarover de Vlaamse Adviesraad
overeenkomstig zijn reglementering beschikt om een advies ter kennis overeenkomstig zijn reglementering beschikt om een advies ter kennis
te brengen van de Vlaamse minister, door de administratie aan de te brengen van de Vlaamse minister, door de administratie aan de
aanvrager betekend per aangetekende brief. aanvrager betekend per aangetekende brief.
§ 2. Indien de aanvrager geen bezwaarschrift heeft ingediend § 2. Indien de aanvrager geen bezwaarschrift heeft ingediend
overeenkomstig artikel 25, eerste lid, wordt de definitieve beslissing overeenkomstig artikel 25, eerste lid, wordt de definitieve beslissing
van de Vlaamse minister omtrent het verlenen of het weigeren van de van de Vlaamse minister omtrent het verlenen of het weigeren van de
erkenning binnen dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 25, erkenning binnen dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 25,
eerste lid, bedoelde termijn door de administratie aan de aanvrager eerste lid, bedoelde termijn door de administratie aan de aanvrager
betekend per aangetekende brief. betekend per aangetekende brief.

Art. 27.Indien de erkenning door de Vlaamse minister werd geweigerd,

Art. 27.Indien de erkenning door de Vlaamse minister werd geweigerd,

kan de aanvrager geen nieuwe gelijksoortige aanvraag indienen, tenzij kan de aanvrager geen nieuwe gelijksoortige aanvraag indienen, tenzij
hij aantoont dat de reden voor de weigering niet langer bestaat. hij aantoont dat de reden voor de weigering niet langer bestaat.
Afdeling III. - Toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden Afdeling III. - Toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden

Art. 28.De administratie kan ter plaatse of op stukken toezicht

Art. 28.De administratie kan ter plaatse of op stukken toezicht

uitoefenen op de naleving van de erkenningsvoorwaarden door de uitoefenen op de naleving van de erkenningsvoorwaarden door de
mammografische eenheden of de regionale screeningscentra die een mammografische eenheden of de regionale screeningscentra die een
erkenning aanvragen of die erkend zijn. erkenning aanvragen of die erkend zijn.
De mammografische eenheden en de regionale screeningscentra verlenen De mammografische eenheden en de regionale screeningscentra verlenen
hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Ze verlenen aan hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Ze verlenen aan
de administratie, op haar eenvoudig verzoek, de stukken die met de de administratie, op haar eenvoudig verzoek, de stukken die met de
erkenningsaanvraag of de erkenning zelf verband houden. erkenningsaanvraag of de erkenning zelf verband houden.
In het kader van het toezicht kan de Vlaamse minister private of In het kader van het toezicht kan de Vlaamse minister private of
openbare instanties belasten met bepaalde controles, testen en openbare instanties belasten met bepaalde controles, testen en
evaluaties. evaluaties.
De administratie kan gegevens, als bedoeld in artikel 9, 10 en 11, De administratie kan gegevens, als bedoeld in artikel 9, 10 en 11,
opvragen in het kader van de beleidsvoorbereiding en de opvragen in het kader van de beleidsvoorbereiding en de
beleidsevaluatie. beleidsevaluatie.
Afdeling IV. - Procedure voor schorsing en intrekking van erkenning Afdeling IV. - Procedure voor schorsing en intrekking van erkenning

Art. 29.Indien een mammografische eenheid of een regionaal

Art. 29.Indien een mammografische eenheid of een regionaal

screeningscentrum niet langer voldoet aan een of meer screeningscentrum niet langer voldoet aan een of meer
erkenningsvoorwaarden of indien een mammografische eenheid of een erkenningsvoorwaarden of indien een mammografische eenheid of een
regionaal screeningscentrum niet meewerkt aan de uitoefening van het regionaal screeningscentrum niet meewerkt aan de uitoefening van het
toezicht, kan de administratie de mammografische eenheid of het toezicht, kan de administratie de mammografische eenheid of het
regionaal screeningscentrum per aangetekende brief aanmanen om zich regionaal screeningscentrum per aangetekende brief aanmanen om zich
binnen een termijn van maximum zes maanden aan die voorwaarden of aan binnen een termijn van maximum zes maanden aan die voorwaarden of aan
de regels betreffende het toezicht te conformeren. de regels betreffende het toezicht te conformeren.

Art. 30.Indien ondanks de aanmaning de mammografische eenheid of het

Art. 30.Indien ondanks de aanmaning de mammografische eenheid of het

regionaal screeningscentrum de erkenningsvoorwaarden niet naleeft of regionaal screeningscentrum de erkenningsvoorwaarden niet naleeft of
niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht, wordt het niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht, wordt het
gemotiveerd voornemen van de Vlaamse minister tot schorsing of tot gemotiveerd voornemen van de Vlaamse minister tot schorsing of tot
intrekking van de erkenning aan de mammografische eenheid of het intrekking van de erkenning aan de mammografische eenheid of het
regionaal screeningscentrum betekend. Die betekening gebeurt door de regionaal screeningscentrum betekend. Die betekening gebeurt door de
administratie per aangetekende brief, waarin de mogelijkheid en de administratie per aangetekende brief, waarin de mogelijkheid en de
voorwaarden om een bezwaarschrift in te dienen, worden vermeld. voorwaarden om een bezwaarschrift in te dienen, worden vermeld.

Art. 31.Artikel 25 en artikel 26 zijn van overeenkomstige toepassing

Art. 31.Artikel 25 en artikel 26 zijn van overeenkomstige toepassing

voor het nemen van de definitieve beslissing tot schorsing of tot voor het nemen van de definitieve beslissing tot schorsing of tot
intrekking van erkenning. intrekking van erkenning.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 32.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2001.

Art. 32.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2001.

Art. 33.De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheid, is belast

Art. 33.De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheid, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 2 februari 2001. Brussel, 2 februari 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. M. VOGELS Mevr. M. VOGELS
Bijlage Bijlage
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering
van 2 februari 2001 betreffende de erkenning van mammografische van 2 februari 2001 betreffende de erkenning van mammografische
eenheden en regionale screeningscentra voor borstkankeropsporing. eenheden en regionale screeningscentra voor borstkankeropsporing.
Brussel, 2 februari 2001. Brussel, 2 februari 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. M. VOGELS Mevr. M. VOGELS
^