Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17/07/2003
← Terug naar "Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mandaat van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen "
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mandaat van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mandaat van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
17 JULI 2003. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot 17 JULI 2003. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot
vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een
instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van
de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest een mandaat van directeur-generaal of Gewest een mandaat van directeur-generaal of
adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de
Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 40, gewijzigd door de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 40, gewijzigd door de
bijzondere wet van 16 juli 1993; bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende
organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en
houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, inzonderheid op houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, inzonderheid op
artikel 27, § 3; artikel 27, § 3;
Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van
het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van
16 juni 1989, inzonderheid op artikel 1, § 2; 16 juni 1989, inzonderheid op artikel 1, § 2;
Gelet op artikel 8, tweede lid, van de ordonnantie van 19 juli 1990 Gelet op artikel 8, tweede lid, van de ordonnantie van 19 juli 1990
houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor
Brandweer en Dringende Medische Hulp, inzonderheid op artikel 8, Brandweer en Dringende Medische Hulp, inzonderheid op artikel 8,
tweede lid; tweede lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 1991 houdende coördinatie Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 1991 houdende coördinatie
van de wetten van 28 december 1984 en van 26 juni 1990 betreffende de van de wetten van 28 december 1984 en van 26 juni 1990 betreffende de
afschaffing en de herstructurering van instellingen van openbaar nut afschaffing en de herstructurering van instellingen van openbaar nut
en andere overheidsdiensten, inzonderheid op artikelen 9 en 16; en andere overheidsdiensten, inzonderheid op artikelen 9 en 16;
Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie
en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de
aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,
inzonderheid op artikel 17, vierde lid; inzonderheid op artikel 17, vierde lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van
de algemene principes, inzonderheid op artikel 13; de algemene principes, inzonderheid op artikel 13;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26
september 2002 houdende het administratief statuut en de september 2002 houdende het administratief statuut en de
bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van
openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op
artikel 31; artikel 31;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5
februari 2003; februari 2003;
Gelet op de akkoordbevinding van de federale Minister van Pensioenen Gelet op de akkoordbevinding van de federale Minister van Pensioenen
van 10 april 2003; van 10 april 2003;
Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse
Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 11 maart 2003; Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 11 maart 2003;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse
Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij van 24 maart 2003; Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij van 24 maart 2003;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Gewestelijke Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Gewestelijke
Vennootschap van de Haven van Brussel van 28 maart 2003; Vennootschap van de Haven van Brussel van 28 maart 2003;
Gelet op het protocol nr. 2003/10 van het sectorcomité XV van 7 maart Gelet op het protocol nr. 2003/10 van het sectorcomité XV van 7 maart
2003; 2003;
Gelet op de beslissing van de Regering van 30 april 2003 inzake het Gelet op de beslissing van de Regering van 30 april 2003 inzake het
verzoek om advies van de Raad van State binnen een maand; verzoek om advies van de Raad van State binnen een maand;
Gelet op het advies nr 35.512/4 van de Raad van State, gegeven op 18 Gelet op het advies nr 35.512/4 van de Raad van State, gegeven op 18
juni 2003 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de juni 2003 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de
gecoördineerde wetten op de Raad van Staat; gecoördineerde wetten op de Raad van Staat;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; 1° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
2° statuut : het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2° statuut : het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van
26 september 2002 houdende het administratief statuut en de 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de
bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van
openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° ontvangende instellingen : de instellingen van openbaar nut van het 3° ontvangende instellingen : de instellingen van openbaar nut van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in artikel 2, van het statuut; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in artikel 2, van het statuut;
4° instellingen van oorsprong : de instellingen bedoeld in artikel 31, 4° instellingen van oorsprong : de instellingen bedoeld in artikel 31,
eerste lid, van het statuut; eerste lid, van het statuut;
5° ambtenaren : de ambtenaren bedoeld in artikel 31, eerste lid, van 5° ambtenaren : de ambtenaren bedoeld in artikel 31, eerste lid, van
het statuut. het statuut.

Art. 2.De betrekkingen bij een ontvangende instelling die zijn

Art. 2.De betrekkingen bij een ontvangende instelling die zijn

verbonden aan de graden van directeur-generaal (rang A5) en van verbonden aan de graden van directeur-generaal (rang A5) en van
adjunct-directeur-generaal (rang A4+) staan open voor de ambtenaren adjunct-directeur-generaal (rang A4+) staan open voor de ambtenaren
bij beslissing van de Regering. bij beslissing van de Regering.
Ze worden toegekend door de Regering onder dezelfde voorwaarden en Ze worden toegekend door de Regering onder dezelfde voorwaarden en
volgens dezelfde regels als die bepaald in boek 1, titel IV, hoofdstuk volgens dezelfde regels als die bepaald in boek 1, titel IV, hoofdstuk
III van het statuut, artikelen 81 tot 91. III van het statuut, artikelen 81 tot 91.
Om zich kandidaat te stellen voor een mandaatbetrekking, moeten de Om zich kandidaat te stellen voor een mandaatbetrekking, moeten de
ambtenaren houder zijn van een graad van minstens rang A3 of een ambtenaren houder zijn van een graad van minstens rang A3 of een
gelijkwaardige graad en minstens drie jaar graadanciënniteit en twaalf gelijkwaardige graad en minstens drie jaar graadanciënniteit en twaalf
jaar niveauanciënniteit hebben. jaar niveauanciënniteit hebben.
De Regering beslist over de gelijkwaardigheid van de graden op het De Regering beslist over de gelijkwaardigheid van de graden op het
ogenblik dat zij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt. ogenblik dat zij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt.

Art. 3.De betrekkingen kunnen enkel worden opengesteld op voorwaarde

Art. 3.De betrekkingen kunnen enkel worden opengesteld op voorwaarde

dat zij vacant zijn en bij de vacantverklaring het totaal aantal dat zij vacant zijn en bij de vacantverklaring het totaal aantal
betrekkingen ingeschreven in de personeelsformatie van de instelling betrekkingen ingeschreven in de personeelsformatie van de instelling
waar de betrekkingen worden toegekend, voor de graden van rang A3 tot waar de betrekkingen worden toegekend, voor de graden van rang A3 tot
A5, het aantal houders van die betrekkingen overtreft. A5, het aantal houders van die betrekkingen overtreft.

Art. 4.De ambtenaren, houders van een mandaat, zijn onderworpen aan

Art. 4.De ambtenaren, houders van een mandaat, zijn onderworpen aan

dezelfde regels van het statuut als deze die van toepassing zijn op de dezelfde regels van het statuut als deze die van toepassing zijn op de
mandaathouders van de ontvangende instelling. mandaathouders van de ontvangende instelling.
Zij moeten de verplichtingen en de werkomstandigheden opgelegd in de Zij moeten de verplichtingen en de werkomstandigheden opgelegd in de
ontvangende instellingen naleven, met name de plichten, ontvangende instellingen naleven, met name de plichten,
onverenigbaarheden, werktijdregeling en verlofregeling. onverenigbaarheden, werktijdregeling en verlofregeling.
Zij zijn eveneens onderworpen aan de evaluatieregels van toepassing op Zij zijn eveneens onderworpen aan de evaluatieregels van toepassing op
de mandaathouders van de genoemde instelling. Zij behouden hun de mandaathouders van de genoemde instelling. Zij behouden hun
laatste, in de instelling van oorsprong verworven evaluatie tot hun laatste, in de instelling van oorsprong verworven evaluatie tot hun
evaluatie als mandaathouders. evaluatie als mandaathouders.

Art. 5.§ 1. De ambtenaren worden geëvalueerd tijdens een eerste

Art. 5.§ 1. De ambtenaren worden geëvalueerd tijdens een eerste

periode die begint te lopen vanaf hun aanwijzing als mandaathouder tot periode die begint te lopen vanaf hun aanwijzing als mandaathouder tot
aan hun eerste evaluatie of hun tweede evaluatie, ingeval de eerste aan hun eerste evaluatie of hun tweede evaluatie, ingeval de eerste
evaluatie negatief was. evaluatie negatief was.
Gedurende deze periode wordt van ambtswege en zonder vergoeding een Gedurende deze periode wordt van ambtswege en zonder vergoeding een
einde gesteld aan het mandaat van de ambtenaren evenals aan elke einde gesteld aan het mandaat van de ambtenaren evenals aan elke
functie in de ontvangende instelling, voor een van de volgende redenen functie in de ontvangende instelling, voor een van de volgende redenen
: het vrijwillig ontslag van de mandaathouders, bij terugzetting in : het vrijwillig ontslag van de mandaathouders, bij terugzetting in
graad of bij afzetting, bij schorsing in het belang van de dienst graad of bij afzetting, bij schorsing in het belang van de dienst
gedurende meer dan zes maanden, bij langdurige ziekte van meer dan zes gedurende meer dan zes maanden, bij langdurige ziekte van meer dan zes
maanden, bij dubbele negatieve evaluatie en bij verlies van de maanden, bij dubbele negatieve evaluatie en bij verlies van de
hoedanigheid van ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van dit besluit of hoedanigheid van ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van dit besluit of
een van de toelatingsvoorwaarden tot het mandaat bedoeld in artikel 2. een van de toelatingsvoorwaarden tot het mandaat bedoeld in artikel 2.
§ 2. Vanaf hun eerste positieve evaluatie als mandaathouder bij de § 2. Vanaf hun eerste positieve evaluatie als mandaathouder bij de
ontvangende instelling, worden de ambtenaren ambtshalve overgeplaatst ontvangende instelling, worden de ambtenaren ambtshalve overgeplaatst
naar de ontvangende instelling in een graad van rang A3. De naar de ontvangende instelling in een graad van rang A3. De
overplaatsing van de ambtenaren geschiedt met terugwerkende kracht tot overplaatsing van de ambtenaren geschiedt met terugwerkende kracht tot
de datum van hun aanstelling als mandaathouders in de ontvangende de datum van hun aanstelling als mandaathouders in de ontvangende
instelling. instelling.
§ 3. De Regering vaardigt een individueel overplaatsingsbesluit uit § 3. De Regering vaardigt een individueel overplaatsingsbesluit uit
dat bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . dat bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad .
Een afschrift wordt ter informatie verstuurd naar de instelling van Een afschrift wordt ter informatie verstuurd naar de instelling van
oorsprong. oorsprong.

Art. 6.Voor de overgeplaatste ambtenaren gelden dezelfde statutaire

Art. 6.Voor de overgeplaatste ambtenaren gelden dezelfde statutaire

bepalingen en bezoldigingsregeling als voor de ambtenaren van de bepalingen en bezoldigingsregeling als voor de ambtenaren van de
ontvangende instelling. Zij behouden de administratieve en geldelijke ontvangende instelling. Zij behouden de administratieve en geldelijke
anciënniteit die zij verworven hadden vóór hun overplaatsing. anciënniteit die zij verworven hadden vóór hun overplaatsing.
De mandaathouders verliezen de voordelen van ongeacht welke aard die De mandaathouders verliezen de voordelen van ongeacht welke aard die
zij genoten bij de instelling van oorsprong. zij genoten bij de instelling van oorsprong.

Art. 7.In afwachting dat de Regering de regels in verband met de

Art. 7.In afwachting dat de Regering de regels in verband met de

toekenning van managementbrevetten bepaalt, zijn de ambtenaren die toekenning van managementbrevetten bepaalt, zijn de ambtenaren die
zich kandidaat stellen voor de mandaatbetrekkingen vrijgesteld van de zich kandidaat stellen voor de mandaatbetrekkingen vrijgesteld van de
verplichting om de in artikel 82 van het statuut vervatte voorwaarden verplichting om de in artikel 82 van het statuut vervatte voorwaarden
te vervullen. te vervullen.

Art. 8.De Minister van Openbaar Ambt is belast met de uitvoering van

Art. 8.De Minister van Openbaar Ambt is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Brussel, 17 juli 2003. Brussel, 17 juli 2003.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en
Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
D. DUCARME D. DUCARME
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met
Financiën, Begroting, Openbaar Ambten Externe Betrekkingen, Financiën, Begroting, Openbaar Ambten Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL G. VANHENGEL
^