Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
31 MEI 1999. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot | 31 MEI 1999. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot |
vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang | vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 betreffende | Gelet op het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 betreffende |
de rechten van de kinderen; | de rechten van de kinderen; |
Gelet op de aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschappen | Gelet op de aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschappen |
betreffende het onthaal van de kinderen; | betreffende het onthaal van de kinderen; |
Gelet op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door | Gelet op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door |
racisme of xenophobie ingegeven daden; | racisme of xenophobie ingegeven daden; |
Gelet op het decreet van 30 maart 1983 houdende oprichting van de « | Gelet op het decreet van 30 maart 1983 houdende oprichting van de « |
Office de la Naissance et de l'Enfance », inzonderheid op artikel 5, | Office de la Naissance et de l'Enfance », inzonderheid op artikel 5, |
zoals gewijzigd bij het decreet van 8 februari 1999; | zoals gewijzigd bij het decreet van 8 februari 1999; |
Gelet op het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de | Gelet op het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de |
gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap; | gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap; |
Gelet op het decreet van 16 maart 1998 betreffende de hulpverlening | Gelet op het decreet van 16 maart 1998 betreffende de hulpverlening |
aan mishandelde kinderen; | aan mishandelde kinderen; |
Gelet op het advies van het Bureau van de « Office de la Naissance et | Gelet op het advies van het Bureau van de « Office de la Naissance et |
de l'Enfance », gegeven op 26 februari 1999, en goedgekeurd door de | de l'Enfance », gegeven op 26 februari 1999, en goedgekeurd door de |
Raad van Bestuur van de « Office de la Naissance et de l'Enfance » | Raad van Bestuur van de « Office de la Naissance et de l'Enfance » |
tijdens zijn vergadering van 17 mei 1999; | tijdens zijn vergadering van 17 mei 1999; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 |
februari 1999; | februari 1999; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 8 maart | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 8 maart |
1999; | 1999; |
Gelet op de beraadslaging van 29 maart 1999 van de Regering over het | Gelet op de beraadslaging van 29 maart 1999 van de Regering over het |
verzoek om advies dat de Raad van State binnen een maand moet | verzoek om advies dat de Raad van State binnen een maand moet |
uitbrengen; | uitbrengen; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 3 mei 1999, in | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 3 mei 1999, in |
toepassing van artikel 84, lid 1, 1° van de gecoördineerde wetten op | toepassing van artikel 84, lid 1, 1° van de gecoördineerde wetten op |
de Raad van State; | de Raad van State; |
Overwegende dat de behoeften inzake onthaal verder reiken dan de enige | Overwegende dat de behoeften inzake onthaal verder reiken dan de enige |
noodzakelijkheid op het kind te letten tijdens de periodes waarin de | noodzakelijkheid op het kind te letten tijdens de periodes waarin de |
personen die het kind toevertrouwen onbeschikbaar zijn en dat die | personen die het kind toevertrouwen onbeschikbaar zijn en dat die |
behoeften inzonderheid zijn lichamelijke, psychologische en sociale | behoeften inzonderheid zijn lichamelijke, psychologische en sociale |
ontwikkeling betreffen; | ontwikkeling betreffen; |
Overwegende dat de verscheidenheid van de huidige opvangdiensten de | Overwegende dat de verscheidenheid van de huidige opvangdiensten de |
weerspiegeling is van de behoeften terzake; | weerspiegeling is van de behoeften terzake; |
Overwegende dat die verscheidenheid, die een weelde is, plaats moet | Overwegende dat die verscheidenheid, die een weelde is, plaats moet |
vinden in een coherent kader, dat een onveranderlijkheid in de | vinden in een coherent kader, dat een onveranderlijkheid in de |
opvangpraktijken waarborgt, en dat die onveranderlijkheid des te meer | opvangpraktijken waarborgt, en dat die onveranderlijkheid des te meer |
noodzakelijk is gelet op het feit dat een groot aantal kinderen | noodzakelijk is gelet op het feit dat een groot aantal kinderen |
gedwongen, soms in de loop van eenzelfde dag, achtereenvolgend in | gedwongen, soms in de loop van eenzelfde dag, achtereenvolgend in |
opvangdiensten terechtkomen die verschillen van een dienst tot een | opvangdiensten terechtkomen die verschillen van een dienst tot een |
andere omwille van hun institutionele context, hun werkingswijze, hun | andere omwille van hun institutionele context, hun werkingswijze, hun |
opvattingen inzake actie en omwille van het type aangeboden | opvattingen inzake actie en omwille van het type aangeboden |
activiteiten; | activiteiten; |
Overwegende dat het past deze coherentie te verstevigen door het | Overwegende dat het past deze coherentie te verstevigen door het |
bepalen van fundamentele principes die de gemeenschappelijke basis | bepalen van fundamentele principes die de gemeenschappelijke basis |
vormen van de verschillende praktijken inzake kinderopvang; | vormen van de verschillende praktijken inzake kinderopvang; |
Overwegende dat die fundamentele principes zich uiten in algmene | Overwegende dat die fundamentele principes zich uiten in algmene |
doelstellingen; | doelstellingen; |
Overwegende dat naast deze gemeenschappelijke basis, het nodig is | Overwegende dat naast deze gemeenschappelijke basis, het nodig is |
specifieke doelstellingen te bepalen volgens de wijze en het overwogen | specifieke doelstellingen te bepalen volgens de wijze en het overwogen |
soort opvang; | soort opvang; |
Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het | Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het |
Kinderwelzijn behoort, | Kinderwelzijn behoort, |
Besluit : | Besluit : |
TITEL I. - Toepassingsgebied | TITEL I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Krachtens artikel 5 van het decreet van 30 maart 1983 |
Artikel 1.Krachtens artikel 5 van het decreet van 30 maart 1983 |
houdende oprichting van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », | houdende oprichting van de « Office de la Naissance et de l'Enfance », |
gewijzigd bij het decreet van 8 februari 1999 gedraagt iedere persoon | gewijzigd bij het decreet van 8 februari 1999 gedraagt iedere persoon |
die buiten het verband met het familiaal levensmilieu van het kind | die buiten het verband met het familiaal levensmilieu van het kind |
staat en die de opvang van kinderen van minder dan 12 jaar regelmatig | staat en die de opvang van kinderen van minder dan 12 jaar regelmatig |
organiseert, zich naar deze voorschriften voor een degelijke opvang, | organiseert, zich naar deze voorschriften voor een degelijke opvang, |
onverminderd de bepalingen goedgekeurd door de Regering betreffende de | onverminderd de bepalingen goedgekeurd door de Regering betreffende de |
erkenning en de toekenning van toelagen aan de instellingen en | erkenning en de toekenning van toelagen aan de instellingen en |
diensten in verband met het kind, en het kinderwelzijn, de jeugd en de | diensten in verband met het kind, en het kinderwelzijn, de jeugd en de |
hulpverlening aan de jeugd. | hulpverlening aan de jeugd. |
Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder | Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder |
opvangmilieu : iedereen die, buiten verband met het familiaal | opvangmilieu : iedereen die, buiten verband met het familiaal |
levensmilieu, de opvang van kinderen van minder dan 12 jaar regelmatig | levensmilieu, de opvang van kinderen van minder dan 12 jaar regelmatig |
organiseert. | organiseert. |
TITEL II. - Algemene doelstellingen | TITEL II. - Algemene doelstellingen |
Art. 2.Het opvangmilieu : |
Art. 2.Het opvangmilieu : |
1° vrijwaart de gelijkheid van kansen voor al de kinderen inzake | 1° vrijwaart de gelijkheid van kansen voor al de kinderen inzake |
toegang tot de aangeboden activiteiten; | toegang tot de aangeboden activiteiten; |
2° zorgt er voor dat de begrippen opvang en onthaal dezelfde betekenis | 2° zorgt er voor dat de begrippen opvang en onthaal dezelfde betekenis |
hebben, door een dienst aan te bieden die zowel aan het verzoek van de | hebben, door een dienst aan te bieden die zowel aan het verzoek van de |
personen die het kind toevertrouwen als aan de behoeften van het kind | personen die het kind toevertrouwen als aan de behoeften van het kind |
beantwoordt. | beantwoordt. |
Art. 3.Het opvangmilieu vermijdt elke vorm van discriminatiegedrag |
Art. 3.Het opvangmilieu vermijdt elke vorm van discriminatiegedrag |
gebaseerd op het geslacht, het ras of de socioculturele herkomst | gebaseerd op het geslacht, het ras of de socioculturele herkomst |
t.o.v. de kinderen, de personen die ze toevertrouwen en deze die hen | t.o.v. de kinderen, de personen die ze toevertrouwen en deze die hen |
begeleiden. | begeleiden. |
Art. 4.Het opvangmilieu licht zich in over de verwachtingen van de |
Art. 4.Het opvangmilieu licht zich in over de verwachtingen van de |
personen die hem het kind toevertrouwen en schept een manier om | personen die hem het kind toevertrouwen en schept een manier om |
kinderen op te vangen die deze personen toelaat het kind in alle | kinderen op te vangen die deze personen toelaat het kind in alle |
sereniteit toe te vertrouwen en zich aldus volledig te wijden, zowel | sereniteit toe te vertrouwen en zich aldus volledig te wijden, zowel |
psychologisch als fysisch, aan hun bezigheden, of deze al dan niet | psychologisch als fysisch, aan hun bezigheden, of deze al dan niet |
beroepsactiviteiten zijn. | beroepsactiviteiten zijn. |
Art. 5.Het opvangmilieu geeft de kinderen de gelegenheid zich |
Art. 5.Het opvangmilieu geeft de kinderen de gelegenheid zich |
persoonlijk en spontaan uit te leven en bevordert de ontwikkeling van | persoonlijk en spontaan uit te leven en bevordert de ontwikkeling van |
het zelfvertrouwen en de autonomie. | het zelfvertrouwen en de autonomie. |
Art. 6.Het opvangmilieu zorgt er voor dat de aangeboden activiteiten |
Art. 6.Het opvangmilieu zorgt er voor dat de aangeboden activiteiten |
bijdragen tot de ontwikkeling van de socialisatie. | bijdragen tot de ontwikkeling van de socialisatie. |
Art. 7.Het opvangmilieu behoedt en bevordert de ontdekkingslust van |
Art. 7.Het opvangmilieu behoedt en bevordert de ontdekkingslust van |
het kind door levensruimten te schepen die aan zijn behoeften | het kind door levensruimten te schepen die aan zijn behoeften |
beantwoorden, door materieel ter beschikking van het kind te stellen | beantwoorden, door materieel ter beschikking van het kind te stellen |
en door hem gediversifieerde activiteiten te laten beoefenen die | en door hem gediversifieerde activiteiten te laten beoefenen die |
geschikt zijn voor zijn cognitieve, sociale, gevoels- en | geschikt zijn voor zijn cognitieve, sociale, gevoels- en |
psychomotorische ontwikkeling. | psychomotorische ontwikkeling. |
Art. 8.Het opvangmilieu zorgt er voor, bij het concipiëren van de |
Art. 8.Het opvangmilieu zorgt er voor, bij het concipiëren van de |
activiteiten die aan het kind worden aangeboden, het begrip | activiteiten die aan het kind worden aangeboden, het begrip |
vrijetijdsbesteding tot uiting te laten komen, vooral wanneer de | vrijetijdsbesteding tot uiting te laten komen, vooral wanneer de |
opvangperiode op de pedagogische activiteiten volgt. | opvangperiode op de pedagogische activiteiten volgt. |
Art. 9.Het opvangmilieu moedigt het tewerkgesteld personeel aan, |
Art. 9.Het opvangmilieu moedigt het tewerkgesteld personeel aan, |
ongeacht de basiskwalificatie van dit personeel, een voortgezette | ongeacht de basiskwalificatie van dit personeel, een voortgezette |
vorming te volgen inzake beroepsaard van de begeleidingsfunctie, | vorming te volgen inzake beroepsaard van de begeleidingsfunctie, |
kennissen op het vlak van de ontwikkeling van het kind en | kennissen op het vlak van de ontwikkeling van het kind en |
bewustwording van het belang van het dagelijks werk en de sociale en | bewustwording van het belang van het dagelijks werk en de sociale en |
educatieve waarde ervan. | educatieve waarde ervan. |
Art. 10.Het opvangmilieu vormt de kindergroepen op die manier dat |
Art. 10.Het opvangmilieu vormt de kindergroepen op die manier dat |
geschikte voorwaarden worden geschapen voor het goede verloop van de | geschikte voorwaarden worden geschapen voor het goede verloop van de |
activiteiten. | activiteiten. |
Art. 11.Het opvangmilieu, in het perspectief van de |
Art. 11.Het opvangmilieu, in het perspectief van de |
gezondheidspromotie, zorgt er voor dat de kinderen in een gezond | gezondheidspromotie, zorgt er voor dat de kinderen in een gezond |
levensmilieu verblijven. | levensmilieu verblijven. |
TITEL III. - Specifieke doelstellingen | TITEL III. - Specifieke doelstellingen |
Art. 12.Het opvangmilieu kiest een of meer specifieke doelstellingen |
Art. 12.Het opvangmilieu kiest een of meer specifieke doelstellingen |
bepaald in het kader van deze titel. Deze doelstellingen, alsook hun | bepaald in het kader van deze titel. Deze doelstellingen, alsook hun |
nadere regels van uitvoering worden in het opvangprojekt nader | nadere regels van uitvoering worden in het opvangprojekt nader |
bepaald, overeenkomstig artikel 19, § 3, 8). | bepaald, overeenkomstig artikel 19, § 3, 8). |
Art. 13.Het opvangmilieu neemt de nodige schikkingen om de toegang |
Art. 13.Het opvangmilieu neemt de nodige schikkingen om de toegang |
niet te belemmeren door het bedrag van de financiële participatie die | niet te belemmeren door het bedrag van de financiële participatie die |
eventueel gevraagd wordt aan de personen die het kind toevertrouwen. | eventueel gevraagd wordt aan de personen die het kind toevertrouwen. |
Art. 14.Het opvangmilieu zorgt er voor dat het tewerkgesteld |
Art. 14.Het opvangmilieu zorgt er voor dat het tewerkgesteld |
personeel geschoold is en dat het de nodige bekwaamheden bezit om te | personeel geschoold is en dat het de nodige bekwaamheden bezit om te |
beantwoorden aan de behoeften van de kinderen en aan de | beantwoorden aan de behoeften van de kinderen en aan de |
specificiteiten van het soort georganiseerde opvang. | specificiteiten van het soort georganiseerde opvang. |
Art. 15.Het opvangmilieu bevordert de harmonieuze integratie van |
Art. 15.Het opvangmilieu bevordert de harmonieuze integratie van |
kinderen die specifieke behoeften hebben, met inachtneming van hun | kinderen die specifieke behoeften hebben, met inachtneming van hun |
verschil. | verschil. |
Art. 16.Het opvangmilieu ontwikkelt met de personen die het kind |
Art. 16.Het opvangmilieu ontwikkelt met de personen die het kind |
toevertrouwen een bevoorrechte relatie om de complementariteit tussen | toevertrouwen een bevoorrechte relatie om de complementariteit tussen |
de verschillende levensplaatsen van het kind uit te breiden en aan te | de verschillende levensplaatsen van het kind uit te breiden en aan te |
vullen. | vullen. |
Art. 17.Het opvangmilieu houdt rekening, in het concipiëren van de |
Art. 17.Het opvangmilieu houdt rekening, in het concipiëren van de |
activiteiten, met de sociale, culturele, economische en natuurlijke | activiteiten, met de sociale, culturele, economische en natuurlijke |
kenmerken van de omgeving van het opgevangen kind, vooral wanneer deze | kenmerken van de omgeving van het opgevangen kind, vooral wanneer deze |
ongunstig zijn. | ongunstig zijn. |
Art. 18.Het opvangmilieu bevordert de betrekkingen met de |
Art. 18.Het opvangmilieu bevordert de betrekkingen met de |
plaatselijke collectiviteiten en verenigingen. | plaatselijke collectiviteiten en verenigingen. |
TITEL IV. - Uitvoering | TITEL IV. - Uitvoering |
Art. 19.§ 1. Het opvangmilieu stelt een opvangprojekt op en bezorgt |
Art. 19.§ 1. Het opvangmilieu stelt een opvangprojekt op en bezorgt |
er een afschrift van aan de personen die hem het kind toevertrouwen. | er een afschrift van aan de personen die hem het kind toevertrouwen. |
§ 2. Het opvangprojekt wordt opgemaakt in overleg met de mensen die | § 2. Het opvangprojekt wordt opgemaakt in overleg met de mensen die |
instaan voor de begeleiding en er wordt overleg gepleegd over dit | instaan voor de begeleiding en er wordt overleg gepleegd over dit |
projekt waarop onder meer de personen die het kind toevertrouwen | projekt waarop onder meer de personen die het kind toevertrouwen |
uitgenodigd worden. | uitgenodigd worden. |
§ 3. In het opvangprojekt vindt men ten minste de volgende informaties | § 3. In het opvangprojekt vindt men ten minste de volgende informaties |
: | : |
1° type(s) georganiseerde opvang(en); | 1° type(s) georganiseerde opvang(en); |
2° huishoudelijk reglement, wanneer er een bestaat; | 2° huishoudelijk reglement, wanneer er een bestaat; |
3° institutionele context waarin de organisatie van de opvang plaats | 3° institutionele context waarin de organisatie van de opvang plaats |
vindt; | vindt; |
4° manier waarop de financiële bijdrage van de personen die het kind | 4° manier waarop de financiële bijdrage van de personen die het kind |
toevertrouwen wordt bepaald; | toevertrouwen wordt bepaald; |
5° toegepast begeleidingscijfer; | 5° toegepast begeleidingscijfer; |
6° kwalificatie van het personeel; | 6° kwalificatie van het personeel; |
7° beschrijving van de methodologische keuzen alsook van de concrete | 7° beschrijving van de methodologische keuzen alsook van de concrete |
acties ingezet om de algemene doelstellingen te verwezenlijken, die | acties ingezet om de algemene doelstellingen te verwezenlijken, die |
bepaald zijn bij de artikelen 2 tot 11; | bepaald zijn bij de artikelen 2 tot 11; |
8° de specifieke doelstelling(en), omschreven in titel III, weerhouden | 8° de specifieke doelstelling(en), omschreven in titel III, weerhouden |
door het opvangmilieu, alsook zijn (hun) modaliteiten om die uit te | door het opvangmilieu, alsook zijn (hun) modaliteiten om die uit te |
voeren. | voeren. |
§ 4. Het opvangprojekt wordt ten minste om de drie jaar bijgewerkt, | § 4. Het opvangprojekt wordt ten minste om de drie jaar bijgewerkt, |
volgens dezelfde nadere regels als deze die in § 2 zijn bepaald. | volgens dezelfde nadere regels als deze die in § 2 zijn bepaald. |
§ 5. Het opvangmilieu bezorgt aan de « Office de la Naissance et de | § 5. Het opvangmilieu bezorgt aan de « Office de la Naissance et de |
l'Enfance » een afschrift van het opvangprojekt en hun bijwerkingen. | l'Enfance » een afschrift van het opvangprojekt en hun bijwerkingen. |
Art. 20.Indien het niet mogelijk is gevolg te geven aan een |
Art. 20.Indien het niet mogelijk is gevolg te geven aan een |
schriftelijk geformuleerde aanvraag tot opvang, geeft het opvangmilieu | schriftelijk geformuleerde aanvraag tot opvang, geeft het opvangmilieu |
schriftelijk de redenen van zijn weigering te kennen aan de personen | schriftelijk de redenen van zijn weigering te kennen aan de personen |
die hun kind wensen toe te vertrouwen en geeft hen kennis van de | die hun kind wensen toe te vertrouwen en geeft hen kennis van de |
diensten die hun aanvraag kunnen inwilligen. Deze diensten zijn deze | diensten die hun aanvraag kunnen inwilligen. Deze diensten zijn deze |
die op de bij artikel 26 bedoelde lijst zijn vermeld. | die op de bij artikel 26 bedoelde lijst zijn vermeld. |
TITEL. V. - Evaluatie en toekenning van een bekwaamheidsattest | TITEL. V. - Evaluatie en toekenning van een bekwaamheidsattest |
Art. 21.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » evalueert het |
Art. 21.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » evalueert het |
opvangmilieu door het te vergelijken met zijn opvangprojekt en met | opvangmilieu door het te vergelijken met zijn opvangprojekt en met |
deze voorschriften voor een degelijke opvang. | deze voorschriften voor een degelijke opvang. |
Art. 22.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » beschouwt dat |
Art. 22.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » beschouwt dat |
het opvangmilieu deze voorschriften voor een degelijke opvang naleeft | het opvangmilieu deze voorschriften voor een degelijke opvang naleeft |
indien de concrete acties en de nadere regels inzake inwerkingstelling | indien de concrete acties en de nadere regels inzake inwerkingstelling |
bepaald in het opvangprojekt effectief worden verwezenlijkt en aan de | bepaald in het opvangprojekt effectief worden verwezenlijkt en aan de |
algemene doelstellingen kunnen beantwoorden bepaald bij de artikelen 2 | algemene doelstellingen kunnen beantwoorden bepaald bij de artikelen 2 |
tot 11 alsook de gekozen specifieke doelstelling(en), bepaald bij | tot 11 alsook de gekozen specifieke doelstelling(en), bepaald bij |
titel III. | titel III. |
Art. 23.Aan het opvangmilieu dat deze voorschriften voor een |
Art. 23.Aan het opvangmilieu dat deze voorschriften voor een |
degelijke opvang naleeft wordt een kwaliteitsattest afgeleverd indien | degelijke opvang naleeft wordt een kwaliteitsattest afgeleverd indien |
het milieu erom verzoekt en zich onderwerpt aan het toezicht van de « | het milieu erom verzoekt en zich onderwerpt aan het toezicht van de « |
Office de la Naissance et de l'Enfance », uitgeoefend overeenkomstig | Office de la Naissance et de l'Enfance », uitgeoefend overeenkomstig |
de artikelen 21 en 22. | de artikelen 21 en 22. |
Art. 24.Wanneer de « Office de la Naissance et de l'Enfance » |
Art. 24.Wanneer de « Office de la Naissance et de l'Enfance » |
oordeelt het kwaliteitsattest te moeten weigeren of intrekken | oordeelt het kwaliteitsattest te moeten weigeren of intrekken |
verwittigt zij het opvangmilieu per gemotiveerde aangetekende brief. | verwittigt zij het opvangmilieu per gemotiveerde aangetekende brief. |
Daarin wordt overigens vermeld dat het opvangmilieu 75 dagen tijd | Daarin wordt overigens vermeld dat het opvangmilieu 75 dagen tijd |
heeft, te rekenen vanaf de ontvangst van de aangetekende brief, om de | heeft, te rekenen vanaf de ontvangst van de aangetekende brief, om de |
daarin vermelde tekortkomingen te verhelpen en dat bij gebrek aan | daarin vermelde tekortkomingen te verhelpen en dat bij gebrek aan |
verhelping de « Office de la Naissance et de l'Enfance » de | verhelping de « Office de la Naissance et de l'Enfance » de |
vertegenwoordiger van het opvangmilieu zal horen, die zich mag laten | vertegenwoordiger van het opvangmilieu zal horen, die zich mag laten |
bijstaan door iedere persoon of instelling van zijn keuze. | bijstaan door iedere persoon of instelling van zijn keuze. |
Het beheersorgaan te dien einde aangesteld door de « Office de la | Het beheersorgaan te dien einde aangesteld door de « Office de la |
Naissance et de l'Enfance » kan aan het opvangmilieu elke bijkomende | Naissance et de l'Enfance » kan aan het opvangmilieu elke bijkomende |
termijn toestaan die het orgaan nodig acht om het milieu de | termijn toestaan die het orgaan nodig acht om het milieu de |
gelegenheid te geven zich te schikken naar de voorschriften voor een | gelegenheid te geven zich te schikken naar de voorschriften voor een |
degelijke opvang. | degelijke opvang. |
TITEL VI. - Slotbepalingen | TITEL VI. - Slotbepalingen |
Art. 25.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » neemt de nodige |
Art. 25.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » neemt de nodige |
maatregelen om deze voorschriften voor een degelijke opvang te doen | maatregelen om deze voorschriften voor een degelijke opvang te doen |
kennen. | kennen. |
Art. 26.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » maakt jaarlijks |
Art. 26.De « Office de la Naissance et de l'Enfance » maakt jaarlijks |
de lijst bekend van de opvangmilieus die over een kwaliteitsattest | de lijst bekend van de opvangmilieus die over een kwaliteitsattest |
beschikken. | beschikken. |
Art. 27.De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het |
Art. 27.De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het |
kinderwelzijn behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit. | kinderwelzijn behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Art. 28.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2000, met |
Art. 28.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2000, met |
uitzondering van de artikelen 25 en 27, die op 1 juni 1999 in werking | uitzondering van de artikelen 25 en 27, die op 1 juni 1999 in werking |
treden. | treden. |
Brussel, 31 mei 1999. | Brussel, 31 mei 1999. |
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : | Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : |
De Minister-Voorzitster, belast met het Kinderwelzijn, | De Minister-Voorzitster, belast met het Kinderwelzijn, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |