Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Document van 17/12/2009
← Terug naar "Besluit van de Regering tot vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten "
Besluit van de Regering tot vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten Besluit van de Regering tot vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
17 DECEMBER 2009. - Besluit van de Regering tot vastlegging van de 17 DECEMBER 2009. - Besluit van de Regering tot vastlegging van de
persoonlijke participatie in de inrichtingen en diensten van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en diensten van de
Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten
De regering van de Duitstakuge Gemeenschap, De regering van de Duitstakuge Gemeenschap,
Gelet op het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 juni 1990 Gelet op het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 juni 1990
houdende oprichting van een "Dienststelle der Deutschsprachigen houdende oprichting van een "Dienststelle der Deutschsprachigen
Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" (Dienst van de Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" (Dienst van de
Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap), Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap),
inzonderheid op artikel 32, gewijzigd bij het decreet van 4 februari inzonderheid op artikel 32, gewijzigd bij het decreet van 4 februari
2003; 2003;
Gelet op het besluit van de Regering van 21 februari 1996 tot Gelet op het besluit van de Regering van 21 februari 1996 tot
vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en
diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten, gewijzigd diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten, gewijzigd
bij de besluiten van 5 juni 1998, 10 oktober 2002, 28 maart 2003 en 23 bij de besluiten van 5 juni 1998, 10 oktober 2002, 28 maart 2003 en 23
december 2004; december 2004;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16
december 2009; december 2009;
Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake
Begroting, gegeven op 14 december 2009; Begroting, gegeven op 14 december 2009;
Gelet op het advies uitgebracht op 27 november 2009 door de Raad van Gelet op het advies uitgebracht op 27 november 2009 door de Raad van
Beheer van de Dienst voor de personen met een handicap; Beheer van de Dienst voor de personen met een handicap;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid erdoor wordt Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid erdoor wordt
gerechtvaardigd dat het noodzakelijk is alle bedragen van de gerechtvaardigd dat het noodzakelijk is alle bedragen van de
persoonlijke participaties aan te passen daar de dotatie van de Dienst persoonlijke participaties aan te passen daar de dotatie van de Dienst
vanaf 2010 verminderd wordt; vanaf 2010 verminderd wordt;
Overwegende dat de inwerkingtreding van voorliggend besluit geen Overwegende dat de inwerkingtreding van voorliggend besluit geen
uitstel lijdt, daar het besluit van 21 februari 1996 al meermaals uitstel lijdt, daar het besluit van 21 februari 1996 al meermaals
aangepast werd, de bedragen vanaf 1 februari 2002 in euro moeten aangepast werd, de bedragen vanaf 1 februari 2002 in euro moeten
worden uitgedrukt, de basis van de gezondheidsindex in 2004 op 100 worden uitgedrukt, de basis van de gezondheidsindex in 2004 op 100
werd gebracht en voorliggend besluit vanaf 1 januari 2010 een werd gebracht en voorliggend besluit vanaf 1 januari 2010 een
wettelijke basis voor de subsidiëring aanbiedt; wettelijke basis voor de subsidiëring aanbiedt;
Op de voordracht van de Minister bevoegd inzake Gezin, Gezondheid en Op de voordracht van de Minister bevoegd inzake Gezin, Gezondheid en
Sociale Aangelegenheden; Sociale Aangelegenheden;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van voorliggend besluit verstaat men

Artikel 1.Voor de toepassing van voorliggend besluit verstaat men

onder : onder :
1° decreet : het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een 1° decreet : het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een
"Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit "Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit
einer Behinderung"; einer Behinderung";
2° Dienst : de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen 2° Dienst : de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen
met een handicap, ingericht door het decreet; met een handicap, ingericht door het decreet;
3° vroegtijdige hulp : de dienstprestaties die met toepassing van 3° vroegtijdige hulp : de dienstprestaties die met toepassing van
artikel 4, § 1, 4°, van het decreet door een dienst verstrekt worden artikel 4, § 1, 4°, van het decreet door een dienst verstrekt worden
die door de Dienst erkend is; die door de Dienst erkend is;
4° tehuis : de inrichtingen erkend met toepassing van het koninklijk 4° tehuis : de inrichtingen erkend met toepassing van het koninklijk
besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de voorwaarden voor besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de voorwaarden voor
de erkenning van de inrichtingen, tehuizen en diensten voor plaatsing de erkenning van de inrichtingen, tehuizen en diensten voor plaatsing
in gezinnen ten behoeve van gehandicapten; in gezinnen ten behoeve van gehandicapten;
5° woonressource : de natuurlijke persoon erkend met toepassing van 5° woonressource : de natuurlijke persoon erkend met toepassing van
het besluit van de Regering van 13 juli 2006 betreffende de opname van het besluit van de Regering van 13 juli 2006 betreffende de opname van
gehandicapten in woonressources; gehandicapten in woonressources;
6° dagcentrum : de inrichting erkend met toepassing van het besluit 6° dagcentrum : de inrichting erkend met toepassing van het besluit
van de Regering van 12 december 1997 betreffende de organisatie en de van de Regering van 12 december 1997 betreffende de organisatie en de
subsidiëring van de dagcentra voor minder-validen; subsidiëring van de dagcentra voor minder-validen;
7° kort verblijf : een door de Dienst aangeboden "ontlasting" voor het 7° kort verblijf : een door de Dienst aangeboden "ontlasting" voor het
gezin of andere verzorgers van gehandicapten; gezin of andere verzorgers van gehandicapten;
8° internaat : een door de Dienst als zodanig erkende inrichting; 8° internaat : een door de Dienst als zodanig erkende inrichting;
9° come back : project voor personen met neurologische aandoeningen 9° come back : project voor personen met neurologische aandoeningen
dat de tehuizen voor gehandicapten in Eupen als inrichtende macht dat de tehuizen voor gehandicapten in Eupen als inrichtende macht
heeft; heeft;
10° trainingshuis en wooncentrum : dienstprestatie op het vlak van de 10° trainingshuis en wooncentrum : dienstprestatie op het vlak van de
huisvesting, aangeboden door de Dienst voor personen met een handicap; huisvesting, aangeboden door de Dienst voor personen met een handicap;
11° opleidingsstage : een stage die, met toepassing van het besluit 11° opleidingsstage : een stage die, met toepassing van het besluit
van de Regering van 28 november 1995 betreffende de stages tot van de Regering van 28 november 1995 betreffende de stages tot
beroepsreadaptatie van gehandicapten, door de Dienst is goedgekeurd; beroepsreadaptatie van gehandicapten, door de Dienst is goedgekeurd;
12° rust- en verzorgingstehuis : de inrichtingen gedefinieerd in 12° rust- en verzorgingstehuis : de inrichtingen gedefinieerd in
artikel 2, § 1, 1° van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de artikel 2, § 1, 1° van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de
woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden en de
psychiatrische verzorgingstehuizen; psychiatrische verzorgingstehuizen;
13° kind : een minderjarige in de zin van het burgerlijk wetboek. 13° kind : een minderjarige in de zin van het burgerlijk wetboek.

Art. 2.§ 1er - De persoonlijke participatie van de person en die door

Art. 2.§ 1er - De persoonlijke participatie van de person en die door

bemiddeling van erkende inrichtingen, diensten of hulpverleningen een bemiddeling van erkende inrichtingen, diensten of hulpverleningen een
beroep doen op de dienstprestaties aangeboden door de Dienst, wordt beroep doen op de dienstprestaties aangeboden door de Dienst, wordt
berekend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Voordat de berekend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Voordat de
betrokken persoon een beroep doet op een dienstprestatie, ondertekent betrokken persoon een beroep doet op een dienstprestatie, ondertekent
ze een verdrag dat de persoonlijke participatie overeenkomstig dit ze een verdrag dat de persoonlijke participatie overeenkomstig dit
besluit vastlegt. besluit vastlegt.
Als derden een betalingsplicht voor de handicap hebben, wordt ten Als derden een betalingsplicht voor de handicap hebben, wordt ten
eerste de regeling bepaald in § 2 toegepast. eerste de regeling bepaald in § 2 toegepast.
§ 2 - Als derden een betalingsplicht voor de handicap hebben, vallen § 2 - Als derden een betalingsplicht voor de handicap hebben, vallen
alle werkelijke kosten van de dienstprestatie, berekend door de alle werkelijke kosten van de dienstprestatie, berekend door de
Dienst, ten laste van de begeleide persoon. De toelagen en voordelen Dienst, ten laste van de begeleide persoon. De toelagen en voordelen
toegekend door openbare diensten alsmede de bedragen voor morele toegekend door openbare diensten alsmede de bedragen voor morele
schadeloosstelling worden niet in aanmerking genomen. schadeloosstelling worden niet in aanmerking genomen.
Deze regeling is beperkt tot het totaalbedrag van de verschuldigde Deze regeling is beperkt tot het totaalbedrag van de verschuldigde
bedragen, na aftrek van de bedragen gebruikt voor aanneembare en bedragen, na aftrek van de bedragen gebruikt voor aanneembare en
bewezen kosten die aangegaan werden voor de uit de schade bewezen kosten die aangegaan werden voor de uit de schade
voortvloeiende handicap. voortvloeiende handicap.
Als de verschuldigde bedragen vóór het begin resp. vóór het einde van Als de verschuldigde bedragen vóór het begin resp. vóór het einde van
de dienstprestaties betaald werden resp. worden, worden de krachtens de dienstprestaties betaald werden resp. worden, worden de krachtens
deze regeling berekende werkelijke kosten de begeleide persoon deze regeling berekende werkelijke kosten de begeleide persoon
onmiddellijk in rekening gesteld. Worden ze later uitbetaald, dan onmiddellijk in rekening gesteld. Worden ze later uitbetaald, dan
vindt een regularisatie plaats, met terugwerkende kracht op het begin vindt een regularisatie plaats, met terugwerkende kracht op het begin
van het beroep op de dienstprestaties. In dit geval kan de Dienst alle van het beroep op de dienstprestaties. In dit geval kan de Dienst alle
hem verschuldigde bedragen invorderen, en dit met alle middelen die hem verschuldigde bedragen invorderen, en dit met alle middelen die
hij te zijner beschikking heeft. hij te zijner beschikking heeft.
§ 3 - Voor de invordering van verschuldigde bedragen kan zich de § 3 - Voor de invordering van verschuldigde bedragen kan zich de
Dienst rechtstreeks tot de betrokken persoon wenden. Dienst rechtstreeks tot de betrokken persoon wenden.
§ 4 - De toelage die door de Dienst aan de dienstverstrekker wordt § 4 - De toelage die door de Dienst aan de dienstverstrekker wordt
toegekend, wordt verminderd met het bedrag van de in de §§ 1 en 2 toegekend, wordt verminderd met het bedrag van de in de §§ 1 en 2
bedoelde persoonlijke participatie dat aan de inrichting of dienst bedoelde persoonlijke participatie dat aan de inrichting of dienst
moet worden uitbetaald. moet worden uitbetaald.

Art. 3.Voor de dienstprestaties in het kader van de vroegtijdige hulp

Art. 3.Voor de dienstprestaties in het kader van de vroegtijdige hulp

bedraagt de persoonlijke participatie een forfait van 20,00 EUR voor bedraagt de persoonlijke participatie een forfait van 20,00 EUR voor
een verduidelijking tijdens maximaal 6 zittingen; zij beloopt 2,00 EUR een verduidelijking tijdens maximaal 6 zittingen; zij beloopt 2,00 EUR
per bijkomende zitting voor steun, begeleiding en/of raadgeving. per bijkomende zitting voor steun, begeleiding en/of raadgeving.

Art. 4.§ 1 - Vo or het verblijf in een tehuis of in een eenvoudige,

Art. 4.§ 1 - Vo or het verblijf in een tehuis of in een eenvoudige,

uitgebreide of externe woonressource, voor een kort verblijf of voor uitgebreide of externe woonressource, voor een kort verblijf of voor
een verblijf in een internaat bedraagt de persoonlijke participatie een verblijf in een internaat bedraagt de persoonlijke participatie
van een kind of van een jongere onder 21 jaar twee derden van de van een kind of van een jongere onder 21 jaar twee derden van de
gewone kinderbijslag toegekend voor die persoon plus de leeftijds- en gewone kinderbijslag toegekend voor die persoon plus de leeftijds- en
de handicapbijslag. Voor de berekening van de gewone kinderbijslag de handicapbijslag. Voor de berekening van de gewone kinderbijslag
worden noch het gezinsvakantiegeld noch de schoolbijslag in aanmerking worden noch het gezinsvakantiegeld noch de schoolbijslag in aanmerking
genomen. genomen.
§ 2 - Voor een weeskind, een kind van een invalide of van een werkloze § 2 - Voor een weeskind, een kind van een invalide of van een werkloze
mag de in § 1 bepaalde persoonlijke participatie niet hoger liggen dan mag de in § 1 bepaalde persoonlijke participatie niet hoger liggen dan
die van een kind dat niet tot die categorieën behoort, onverminderd de die van een kind dat niet tot die categorieën behoort, onverminderd de
toepassing van artikel 2, § 2, lid 1. toepassing van artikel 2, § 2, lid 1.

Art. 5.Voor de begeleiding in een dagcentrum en voor de

Art. 5.Voor de begeleiding in een dagcentrum en voor de

dienstprestatie "come back" bedraagt de persoonlijke participatie van dienstprestatie "come back" bedraagt de persoonlijke participatie van
een persoon onder 21 jaar 4,91 EUR per dag aanwezigheid. een persoon onder 21 jaar 4,91 EUR per dag aanwezigheid.
Vanaf 21 jaar bedraagt de persoonlijke participatie 11,45 EUR. Een Vanaf 21 jaar bedraagt de persoonlijke participatie 11,45 EUR. Een
deel van dit bedrag, t.w. 1,64 EUR resp. 2,62 EUR, dekt het middageten deel van dit bedrag, t.w. 1,64 EUR resp. 2,62 EUR, dekt het middageten
resp. het vervoer. Wanneer die kosten met eigen geldmiddelen worden resp. het vervoer. Wanneer die kosten met eigen geldmiddelen worden
betaald, wat het individuele begeleidingsproject moet toelaten, wordt betaald, wat het individuele begeleidingsproject moet toelaten, wordt
de persoonlijke participatie met het betrokken bedrag verminderd. de persoonlijke participatie met het betrokken bedrag verminderd.
De persoonlijke participatie is niet verschuldigd wanneer een persoon De persoonlijke participatie is niet verschuldigd wanneer een persoon
van een dagcentrum naar een opleidingsstage wordt georiënteerd. Wordt van een dagcentrum naar een opleidingsstage wordt georiënteerd. Wordt
er echter een beroep gedaan op diensten van het dagcentrum, dan kunnen er echter een beroep gedaan op diensten van het dagcentrum, dan kunnen
slechts de te dien einde bepaalde bedragen als persoonlijke slechts de te dien einde bepaalde bedragen als persoonlijke
participatie vereist worden. participatie vereist worden.

Art. 6.§ 1 - Voor het verblijf in een tehuis en/of voor een kort

Art. 6.§ 1 - Voor het verblijf in een tehuis en/of voor een kort

verblijf bedraagt de persoonlijke participatie 37,76 EUR per dag verblijf bedraagt de persoonlijke participatie 37,76 EUR per dag
aanwezigheid, vanaf 21 jaar tot de volle leeftijd van 60 jaar, en aanwezigheid, vanaf 21 jaar tot de volle leeftijd van 60 jaar, en
47,92 EUR vanaf de 61e verjaardag. 47,92 EUR vanaf de 61e verjaardag.
§ 2 - Voor het verblijf in een eenvoudige of uitgebreide woonressource § 2 - Voor het verblijf in een eenvoudige of uitgebreide woonressource
en/of voor een kortverblijf bedraagt de persoonlijke participatie en/of voor een kortverblijf bedraagt de persoonlijke participatie
30,75 EUR vanaf 21 jaar. 30,75 EUR vanaf 21 jaar.
§ 3 - Een deel van de in de §§ 1 en 2 bepaalde persoonlijke § 3 - Een deel van de in de §§ 1 en 2 bepaalde persoonlijke
participatie, t.w. 1,96 EUR, 0,33 EUR resp. 0,98 EUR dekt het kleden, participatie, t.w. 1,96 EUR, 0,33 EUR resp. 0,98 EUR dekt het kleden,
de hygiëne en de kapperdienst, resp. de individuele de hygiëne en de kapperdienst, resp. de individuele
vrijetijdsbesteding. Wanneer die kosten met eigen geldmiddelen worden vrijetijdsbesteding. Wanneer die kosten met eigen geldmiddelen worden
betaald, wat het individuele begeleidingsproject moet toelaten, wordt betaald, wat het individuele begeleidingsproject moet toelaten, wordt
de in de §§ 1 en 2 bepaalde persoonlijke participatie met het de in de §§ 1 en 2 bepaalde persoonlijke participatie met het
betrokken bedrag verminderd. betrokken bedrag verminderd.
§ 4 - Voor de begeleiding door een externe woonressource worden de § 4 - Voor de begeleiding door een externe woonressource worden de
volgende persoonlijke participaties, naargelang van de gewenste volgende persoonlijke participaties, naargelang van de gewenste
begeleiding, van de gebruikers vereist die ten minste 21 jaar oud zijn begeleiding, van de gebruikers vereist die ten minste 21 jaar oud zijn
: :
1° forfait voormiddag (morningpack) : 1,65 EUR 1° forfait voormiddag (morningpack) : 1,65 EUR
2° forfait namiddag (afternoonpack) : 1,65 EUR 2° forfait namiddag (afternoonpack) : 1,65 EUR
3° forfait "bijzonder" namiddag (afternoon special pack) : 2,75 EUR 3° forfait "bijzonder" namiddag (afternoon special pack) : 2,75 EUR
4° forfait volledige dag (full day pack) : 4,41 EUR 4° forfait volledige dag (full day pack) : 4,41 EUR
5° forfait 24 uur per dag (around the clock pack) : 5,52 EUR. 5° forfait 24 uur per dag (around the clock pack) : 5,52 EUR.
§ 5 - Vanaf 21 jaar moet de gehandicapte een minimumbedrag van 176,76 § 5 - Vanaf 21 jaar moet de gehandicapte een minimumbedrag van 176,76
EUR per maand als zakgeld ter beschikking hebben. Dit bedrag wordt EUR per maand als zakgeld ter beschikking hebben. Dit bedrag wordt
desgevallend met de in § 3 bedoelde deelbedragen verhoogd. desgevallend met de in § 3 bedoelde deelbedragen verhoogd.
Voor de gehandicapten onder 21 jaar geldt één derde van de in artikel Voor de gehandicapten onder 21 jaar geldt één derde van de in artikel
4 vermelde kinderbijslag als zakgeld. 4 vermelde kinderbijslag als zakgeld.

Art. 7.Voor een trainingshuis of wooncentrum bedraagt de persoonlijke

Art. 7.Voor een trainingshuis of wooncentrum bedraagt de persoonlijke

participatie ten minste 225,00 EUR per maand. Zij wordt individueel in participatie ten minste 225,00 EUR per maand. Zij wordt individueel in
een tussen de deelnemer en de Dienst afgesloten verdrag vastgelegd en een tussen de deelnemer en de Dienst afgesloten verdrag vastgelegd en
houdt rekening met de werkelijke kosten. houdt rekening met de werkelijke kosten.

Art. 8.Indien een in een tehuis of in kort verblijf opgenomen persoon

Art. 8.Indien een in een tehuis of in kort verblijf opgenomen persoon

tegelijk een dagcentrum bezoekt, dan moet de overeenkomstig artikel 6 tegelijk een dagcentrum bezoekt, dan moet de overeenkomstig artikel 6
berekende persoonlijke participatie aan het tehuis of kort verblijf berekende persoonlijke participatie aan het tehuis of kort verblijf
betaald worden. Het tehuis of kort verblijf stort dan 4,58 EUR aan het betaald worden. Het tehuis of kort verblijf stort dan 4,58 EUR aan het
dagcentrum per dag aanwezigheid. dagcentrum per dag aanwezigheid.

Art. 9.Indien een in een woonressource of een rust- en

Art. 9.Indien een in een woonressource of een rust- en

verzorgingstehuis opgenomen gehandicapte tegelijk een dagcentrum verzorgingstehuis opgenomen gehandicapte tegelijk een dagcentrum
bezoekt, dan is de in artikel 5 bedoelde, aan het dagcentrum te bezoekt, dan is de in artikel 5 bedoelde, aan het dagcentrum te
betalen persoonlijke participatie niet verschuldigd. betalen persoonlijke participatie niet verschuldigd.

Art. 10.Indien meer dan 5 uren per dag een beroep wordt gedaan op de

Art. 10.Indien meer dan 5 uren per dag een beroep wordt gedaan op de

prestaties bedoeld in de artikelen 5, 6, §§ 1, 2, 3, 5, en 8, dan is prestaties bedoeld in de artikelen 5, 6, §§ 1, 2, 3, 5, en 8, dan is
de in deze artikelen bedoelde persoonlijke participatie volledig de in deze artikelen bedoelde persoonlijke participatie volledig
verschuldigd. Wordt er ten hoogste 5 uren per dag een beroep op deze verschuldigd. Wordt er ten hoogste 5 uren per dag een beroep op deze
prestaties gedaan en wordt er een maaltijd genomen, dan wordt de prestaties gedaan en wordt er een maaltijd genomen, dan wordt de
persoonlijke participatie gehalveerd. persoonlijke participatie gehalveerd.

Art. 11.Alle bedragen vermeld in dit besluit worden geïndexeerd met

Art. 11.Alle bedragen vermeld in dit besluit worden geïndexeerd met

toepassing van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een toepassing van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een
stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het
indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Het spilindexcijfer baseert zich op de gezondheidsindex met basis 2004 Het spilindexcijfer baseert zich op de gezondheidsindex met basis 2004
= 100. = 100.
De in dit besluit vermelde bedragen stemmen overeen met de waarde van De in dit besluit vermelde bedragen stemmen overeen met de waarde van
het spilindexcijfer op 1 oktober 2008, t.w. 110,51. het spilindexcijfer op 1 oktober 2008, t.w. 110,51.

Art. 12.Het besluit van de Regering van 21 februari 1996 tot

Art. 12.Het besluit van de Regering van 21 februari 1996 tot

vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en vastlegging van de persoonlijke participatie in de inrichtingen en
diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten, gewijzigd diensten van de Duitstalige Gemeenschap voor gehandicapten, gewijzigd
bij de besluiten van 5 juni 1998, 10 oktober 2002, 28 maart 2003 en 23 bij de besluiten van 5 juni 1998, 10 oktober 2002, 28 maart 2003 en 23
december 2004 is opgeheven. december 2004 is opgeheven.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2010.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2010.

Art. 14.De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden

Art. 14.De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden

is belast met de uitvoering van dit besluit. is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 17 december 2009. Eupen, 17 december 2009.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, De Minister-President, Minister van Lokale Besturen,
K.-H. LAMBERTZ K.-H. LAMBERTZ
De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden,
H. MOLLERS H. MOLLERS
^