Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de werkgelegenheid | Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de werkgelegenheid |
---|---|
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP |
14 MEI 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve | 14 MEI 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve |
gevolgen van de coronacrisis voor de werkgelegenheid | gevolgen van de coronacrisis voor de werkgelegenheid |
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, | De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, |
Gelet op de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van | Gelet op de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van |
de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk | de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk |
welzijn, artikel 5, § 4bis, vierde lid, ingevoegd bij de programmawet | welzijn, artikel 5, § 4bis, vierde lid, ingevoegd bij de programmawet |
van 2 augustus 2002; | van 2 augustus 2002; |
Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare | Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare |
centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 60, § 7, laatstelijk | centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 60, § 7, laatstelijk |
gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016; | gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016; |
Gelet op het decreet van 17 januari 2000 tot oprichting van een dienst | Gelet op het decreet van 17 januari 2000 tot oprichting van een dienst |
voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap, artikel 2, § 2, | voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap, artikel 2, § 2, |
eerste lid; | eerste lid; |
Gelet op de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op | Gelet op de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op |
maatschappelijke integratie, artikel 36, § 2, tweede lid; | maatschappelijke integratie, artikel 36, § 2, tweede lid; |
Gelet op het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van | Gelet op het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning van |
uitzendbureaus en de controle op de particuliere | uitzendbureaus en de controle op de particuliere |
arbeidsbemiddelingsbureaus, artikel 12, § 1, 7°, en § 3, eerste lid; | arbeidsbemiddelingsbureaus, artikel 12, § 1, 7°, en § 3, eerste lid; |
Gelet op het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF | Gelet op het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF |
PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, artikelen 43.2 | PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, artikelen 43.2 |
tot 43.5, ingevoegd bij het decreet van 27 april 2020; | tot 43.5, ingevoegd bij het decreet van 27 april 2020; |
Gelet op het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot | Gelet op het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot |
uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning | uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning |
van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere | van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere |
arbeidsbemiddelingsbureaus; | arbeidsbemiddelingsbureaus; |
Gelet op het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot | Gelet op het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot |
uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en | uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en |
AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid; | AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid; |
Gelet op het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot | Gelet op het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot |
vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het | vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het |
kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de | kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de |
werkgelegenheid; | werkgelegenheid; |
Gelet op het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende | Gelet op het besluit van de Regering van 13 december 2018 betreffende |
beroepsopleidingen voor werkzoekenden; | beroepsopleidingen voor werkzoekenden; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 4 mei | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 4 mei |
2020; | 2020; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor |
Begroting, d.d. 6 mei 2020; | Begroting, d.d. 6 mei 2020; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, artikel 3, § 1; | 1973, artikel 3, § 1; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid wordt gewettigd door het | Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid wordt gewettigd door het |
feit dat de federale regering sinds 13 maart 2020, op advies van de | feit dat de federale regering sinds 13 maart 2020, op advies van de |
Nationale Veiligheidsraad, buitengewone maatregelen heeft genomen naar | Nationale Veiligheidsraad, buitengewone maatregelen heeft genomen naar |
aanleiding van de gezondheidscrisis die door het coronavirus | aanleiding van de gezondheidscrisis die door het coronavirus |
(COVID-19) is ontstaan; dat die maatregelen verstrekkende gevolgen | (COVID-19) is ontstaan; dat die maatregelen verstrekkende gevolgen |
hebben voor het maatschappelijk leven die nog altijd overal voelbaar | hebben voor het maatschappelijk leven die nog altijd overal voelbaar |
zijn, onder meer ook bij de instellingen, organisaties en | zijn, onder meer ook bij de instellingen, organisaties en |
ondernemingen in het Duitse taalgebied; dat de crisis en de gevolgen | ondernemingen in het Duitse taalgebied; dat de crisis en de gevolgen |
van de crisis zware negatieve gevolgen hebben voor de hele economie; | van de crisis zware negatieve gevolgen hebben voor de hele economie; |
dat de activiteiten van de bedoelde organisaties, instellingen en | dat de activiteiten van de bedoelde organisaties, instellingen en |
ondernemingen op grond van de crisis en de gevolgen van de crisis | ondernemingen op grond van de crisis en de gevolgen van de crisis |
momenteel op een heel laag pitje staan; dat dit al snel tot een | momenteel op een heel laag pitje staan; dat dit al snel tot een |
stijging van de werkloosheid zou kunnen leiden in de bedoelde | stijging van de werkloosheid zou kunnen leiden in de bedoelde |
organisaties, instellingen en ondernemingen; dat het dringend | organisaties, instellingen en ondernemingen; dat het dringend |
noodzakelijk lijkt de werkloosheid die daaruit zou kunnen | noodzakelijk lijkt de werkloosheid die daaruit zou kunnen |
voortvloeien, zo snel mogelijk in te perken; dat de maatregelen die op | voortvloeien, zo snel mogelijk in te perken; dat de maatregelen die op |
grond van dit besluit worden genomen, passend lijken om dat doel te | grond van dit besluit worden genomen, passend lijken om dat doel te |
bereiken; | bereiken; |
Overwegende dat de regelingen inzake werk, beroepsopleiding, | Overwegende dat de regelingen inzake werk, beroepsopleiding, |
socio-professionele integratie en sociale economie, alsook de | socio-professionele integratie en sociale economie, alsook de |
doelstellingen die men met die regelingen wil bereiken, in het gedrang | doelstellingen die men met die regelingen wil bereiken, in het gedrang |
zouden kunnen komen door de crisis; dat de directe of indirecte | zouden kunnen komen door de crisis; dat de directe of indirecte |
gevolgen van de crisis een snel management en een snelle reactie van | gevolgen van de crisis een snel management en een snelle reactie van |
de Duitstalige Gemeenschap vereisen; dat het principe van de | de Duitstalige Gemeenschap vereisen; dat het principe van de |
continuïteit van de openbare dienstverlening moet worden gewaarborgd | continuïteit van de openbare dienstverlening moet worden gewaarborgd |
en dat de organisatie van de openbare dienstverlening inzake werk, | en dat de organisatie van de openbare dienstverlening inzake werk, |
socio-professionele integratie en sociale economie bijgevolg moet | socio-professionele integratie en sociale economie bijgevolg moet |
worden aangepast; dat daarbij in het bijzonder de rechten van de | worden aangepast; dat daarbij in het bijzonder de rechten van de |
begunstigden moeten worden nageleefd; | begunstigden moeten worden nageleefd; |
Overwegende dat dit besluit bijgevolg zo snel mogelijk moet worden | Overwegende dat dit besluit bijgevolg zo snel mogelijk moet worden |
aangenomen; | aangenomen; |
Op de voordracht van de Minister van Werkgelegenheid; | Op de voordracht van de Minister van Werkgelegenheid; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - Maatregelen betreffende de verhoogde staatstoelage | HOOFDSTUK 1. - Maatregelen betreffende de verhoogde staatstoelage |
binnen de sociale economie voor terbeschikkingstellingen in het kader | binnen de sociale economie voor terbeschikkingstellingen in het kader |
van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende | van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende |
de openbare centra voor maatschappelijk welzijn | de openbare centra voor maatschappelijk welzijn |
Artikel 1.- In afwijking van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 |
Artikel 1.- In afwijking van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 |
tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra | tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra |
voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op | voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op |
sociale inschakeling, binnen de sociale economie en in afwijking van | sociale inschakeling, binnen de sociale economie en in afwijking van |
het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot toekenning van een | het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot toekenning van een |
verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk | verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk |
welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, | welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, |
binnen de sociale economie, voor rechthebbenden op financiële | binnen de sociale economie, voor rechthebbenden op financiële |
maatschappelijke hulp kent de Regering de verhoogde staatstoelage ook | maatschappelijke hulp kent de Regering de verhoogde staatstoelage ook |
toe aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Duitse | toe aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Duitse |
taalgebied voor de terbeschikkingstellingen in het kader van artikel | taalgebied voor de terbeschikkingstellingen in het kader van artikel |
60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare | 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare |
centra voor maatschappelijk welzijn, indien aan de volgende | centra voor maatschappelijk welzijn, indien aan de volgende |
voorwaarden is voldaan: | voorwaarden is voldaan: |
1° met het oog op de voortzetting van de sociale inschakeling in de | 1° met het oog op de voortzetting van de sociale inschakeling in de |
vorm van een tewerkstelling van rechthebbenden op een leefloon of | vorm van een tewerkstelling van rechthebbenden op een leefloon of |
rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp geschiedt de | rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp geschiedt de |
tewerkstelling tijdens de periode tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020 | tewerkstelling tijdens de periode tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020 |
bij een werkgever die niet erkend is als "specifiek sociale | bij een werkgever die niet erkend is als "specifiek sociale |
economie-initiatief" en; | economie-initiatief" en; |
2° de terbeschikkingstelling aan het "specifiek sociale | 2° de terbeschikkingstelling aan het "specifiek sociale |
economie-initiatief" wordt vanaf 1 juni 2020 hervat. | economie-initiatief" wordt vanaf 1 juni 2020 hervat. |
De minister bevoegd voor Werkgelegenheid kan de periode vermeld in het | De minister bevoegd voor Werkgelegenheid kan de periode vermeld in het |
eerste lid, 1°, twee keer met dezelfde duur verlengen. In dat geval | eerste lid, 1°, twee keer met dezelfde duur verlengen. In dat geval |
wordt de datum vermeld in het eerste lid, 2°, dienovereenkomstig | wordt de datum vermeld in het eerste lid, 2°, dienovereenkomstig |
verschoven. | verschoven. |
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Regering van 10 | HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Regering van 10 |
december 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 | december 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 |
betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de | betreffende de erkenning van de uitzendbureaus en de controle op de |
particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus | particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus |
Art. 2.- In het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot |
Art. 2.- In het besluit van de Regering van 10 december 2009 tot |
uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning | uitvoering van het decreet van 11 mei 2009 betreffende de erkenning |
van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere | van de uitzendbureaus en de controle op de particuliere |
arbeidsbemiddelingsbureaus, gewijzigd bij het besluit van de Regering | arbeidsbemiddelingsbureaus, gewijzigd bij het besluit van de Regering |
van 24 oktober 2013, wordt een artikel 20.1 ingevoegd, luidende: | van 24 oktober 2013, wordt een artikel 20.1 ingevoegd, luidende: |
"Art. 20.1 - In afwijking van artikel 9, § 1, tweede lid, wordt de | "Art. 20.1 - In afwijking van artikel 9, § 1, tweede lid, wordt de |
daarin vermelde termijn van 30 juni voor het jaar 2020 met drie | daarin vermelde termijn van 30 juni voor het jaar 2020 met drie |
maanden verlengd tot 30 september. | maanden verlengd tot 30 september. |
De Minister kan de termijn twee keer met dezelfde duur verlengen." | De Minister kan de termijn twee keer met dezelfde duur verlengen." |
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Regering van 28 | HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Regering van 28 |
september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 | september 2018 tot uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 |
betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de | betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de |
werkgelegenheid | werkgelegenheid |
Art. 3.- In het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot |
Art. 3.- In het besluit van de Regering van 28 september 2018 tot |
uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en | uitvoering van het decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en |
AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid wordt een | AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid wordt een |
hoofdstuk 6.1 ingevoegd, dat de artikelen 54.1 tot 54.5 omvat, | hoofdstuk 6.1 ingevoegd, dat de artikelen 54.1 tot 54.5 omvat, |
luidende: | luidende: |
"Hoofdstuk 6.1 - Tijdelijke maatregelen om de negatieve gevolgen van | "Hoofdstuk 6.1 - Tijdelijke maatregelen om de negatieve gevolgen van |
de coronacrisis te beperken | de coronacrisis te beperken |
Art. 54.1 - De bepalingen van dit hoofdstuk zijn bedoeld om de | Art. 54.1 - De bepalingen van dit hoofdstuk zijn bedoeld om de |
negatieve gevolgen van de epidemie of pandemie van het coronavirus | negatieve gevolgen van de epidemie of pandemie van het coronavirus |
(COVID-19) in de Duitstalige Gemeenschap te beperken. | (COVID-19) in de Duitstalige Gemeenschap te beperken. |
Art. 54.2 - De subsidies vermeld in de artikelen 11 en 13 van het | Art. 54.2 - De subsidies vermeld in de artikelen 11 en 13 van het |
decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 | decreet worden voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 |
telkens met 100 % verhoogd. | telkens met 100 % verhoogd. |
De verhoging vermeld in het eerste lid geldt zowel voor de subsidies | De verhoging vermeld in het eerste lid geldt zowel voor de subsidies |
voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die tijdens de periode vermeld | voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die tijdens de periode vermeld |
in het eerste lid in dienst getreden zijn, als voor AktiF- of AktiF | in het eerste lid in dienst getreden zijn, als voor AktiF- of AktiF |
PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste lid in | PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste lid in |
dienst getreden zijn. | dienst getreden zijn. |
Art. 54.3 - De subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet worden | Art. 54.3 - De subsidies vermeld in artikel 21 van het decreet worden |
voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % | voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % |
verhoogd. | verhoogd. |
De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies | De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies |
voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn | voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn |
binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- | binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- |
of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste | of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste |
lid in dienst getreden zijn. | lid in dienst getreden zijn. |
Art. 54.4 - De subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet worden | Art. 54.4 - De subsidies vermeld in artikel 26 van het decreet worden |
voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % | voor de periode van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 telkens met 100 % |
verhoogd. | verhoogd. |
De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies | De verhoging vermeld in het eerste lid geldt alleen voor subsidies |
voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn | voor AktiF- of AktiF PLUS-gerechtigden die in dienst getreden zijn |
binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- | binnen de periode vermeld in het eerste lid. Ze geldt niet voor AktiF- |
of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste | of AktiF PLUS-gerechtigden die vóor de periode vermeld in het eerste |
lid in dienst getreden zijn. | lid in dienst getreden zijn. |
Art. 54.5 - In afwijking van artikel 11, § 1, van het decreet wordt de | Art. 54.5 - In afwijking van artikel 11, § 1, van het decreet wordt de |
AktiF-subsidie vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, van het decreet | AktiF-subsidie vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, van het decreet |
of de AktiF PLUS-subsidie vermeld in artikel 11, § 3, derde lid, van | of de AktiF PLUS-subsidie vermeld in artikel 11, § 3, derde lid, van |
het decreet na het verstrijken van de in artikel 11, § 1, 1° en 2°, | het decreet na het verstrijken van de in artikel 11, § 1, 1° en 2°, |
van het decreet vermelde periode, nog zes maanden toegekend aan alle | van het decreet vermelde periode, nog zes maanden toegekend aan alle |
in artikel 10 van het decreet vermelde werkgevers die tussen 13 maart | in artikel 10 van het decreet vermelde werkgevers die tussen 13 maart |
2020 en 30 september 2020 een AktiF-subsidie of een AktiF | 2020 en 30 september 2020 een AktiF-subsidie of een AktiF |
PLUS-subsidie ontvangen." | PLUS-subsidie ontvangen." |
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Regering van 22 | HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Regering van 22 |
november 2018 tot vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende | november 2018 tot vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende |
dotaties in het kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter | dotaties in het kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter |
bevordering van de werkgelegenheid | bevordering van de werkgelegenheid |
Art. 4.- In het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot |
Art. 4.- In het besluit van de Regering van 22 november 2018 tot |
vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het | vaststelling van de basisdotatie en de bijkomende dotaties in het |
kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de | kader van de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel ter bevordering van de |
werkgelegenheid, gewijzigd bij ministerieel besluit van 15 oktober | werkgelegenheid, gewijzigd bij ministerieel besluit van 15 oktober |
2019, wordt een artikel 2.1 ingevoegd, luidende: | 2019, wordt een artikel 2.1 ingevoegd, luidende: |
"Art. 2.1 - Met behoud van de toepassing van de artikelen 1 en 2 kent | "Art. 2.1 - Met behoud van de toepassing van de artikelen 1 en 2 kent |
de Regering voor de periode van 13 maart 2020 tot 31 december 2020 een | de Regering voor de periode van 13 maart 2020 tot 31 december 2020 een |
bijzondere dotatie toe aan de werkgevers vermeld in artikel 24 van het | bijzondere dotatie toe aan de werkgevers vermeld in artikel 24 van het |
decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel | decreet van 28 mei 2018 betreffende de AktiF- en AktiF PLUS-maatregel |
ter bevordering van de werkgelegenheid. | ter bevordering van de werkgelegenheid. |
De bijzondere dotatie vermeld in het eerste lid wordt van 13 maart | De bijzondere dotatie vermeld in het eerste lid wordt van 13 maart |
2020 tot 30 juni 2020 toegekend in verhouding tot de uitbreiding van | 2020 tot 30 juni 2020 toegekend in verhouding tot de uitbreiding van |
deeltijdse arbeidsovereenkomsten of nieuwe aanwervingen van AktiF- of | deeltijdse arbeidsovereenkomsten of nieuwe aanwervingen van AktiF- of |
AktiF PLUS-gerechtigden die verband houden met initiatieven ter | AktiF PLUS-gerechtigden die verband houden met initiatieven ter |
bestrijding van de epidemie of pandemie van het coronavirus | bestrijding van de epidemie of pandemie van het coronavirus |
(COVID-19). | (COVID-19). |
Vanaf 1 juli 2020 staat de bijzondere dotatie vermeld in het eerste | Vanaf 1 juli 2020 staat de bijzondere dotatie vermeld in het eerste |
lid in verhouding tot de AktiF- en AktiF PLUS-subsidies die vanaf die | lid in verhouding tot de AktiF- en AktiF PLUS-subsidies die vanaf die |
datum voor nieuwe aanwervingen worden toegekend. | datum voor nieuwe aanwervingen worden toegekend. |
De Minister bepaalt de nadere regels voor de aanvraag en de | De Minister bepaalt de nadere regels voor de aanvraag en de |
uitbetaling." | uitbetaling." |
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Regering van 13 | HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Regering van 13 |
december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden | december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden |
Art. 5.- In hoofdstuk 5, afdeling 1, van het besluit van de Regering |
Art. 5.- In hoofdstuk 5, afdeling 1, van het besluit van de Regering |
van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden | van 13 december 2018 betreffende beroepsopleidingen voor werkzoekenden |
wordt een artikel 38.1 ingevoegd, luidende: | wordt een artikel 38.1 ingevoegd, luidende: |
"Art. 38.1 - Crisispremie bij onderbreking of stopzetting van de | "Art. 38.1 - Crisispremie bij onderbreking of stopzetting van de |
individuele beroepsopleiding in een onderneming op grond van de | individuele beroepsopleiding in een onderneming op grond van de |
COVID-19-pandemie | COVID-19-pandemie |
§ 1 - Dit artikel is van toepassing op: | § 1 - Dit artikel is van toepassing op: |
1° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen | 1° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen |
die, op grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de | die, op grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de |
Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, hun | Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, hun |
activiteit in het kader van een individuele beroepsopleiding in een | activiteit in het kader van een individuele beroepsopleiding in een |
onderneming tijdelijk niet kunnen uitoefenen; | onderneming tijdelijk niet kunnen uitoefenen; |
2° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen | 2° werkloze werkzoekenden of uitkeringsgerechtigde volledig werklozen |
van wie de individuele beroepsopleiding in een onderneming, op grond | van wie de individuele beroepsopleiding in een onderneming, op grond |
van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de Nationale | van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die de Nationale |
Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, voortijdig werd | Veiligheidsraad naar aanleiding daarvan heeft genomen, voortijdig werd |
stopgezet. | stopgezet. |
§ 2 - De personen vermeld in § 1 openen het recht op een crisispremie, | § 2 - De personen vermeld in § 1 openen het recht op een crisispremie, |
op voorwaarde dat: | op voorwaarde dat: |
1° ze op 12 maart 2020 via de in artikel 37 vermelde overeenkomst | 1° ze op 12 maart 2020 via de in artikel 37 vermelde overeenkomst |
tewerkgesteld waren of sinds die datum een dergelijke overeenkomst | tewerkgesteld waren of sinds die datum een dergelijke overeenkomst |
ondertekend hebben; | ondertekend hebben; |
2° de voorwaarde vermeld in § 5 vervuld is. | 2° de voorwaarde vermeld in § 5 vervuld is. |
§ 3 - De crisispremie vermeld in § 2 wordt maandelijks uitbetaald voor | § 3 - De crisispremie vermeld in § 2 wordt maandelijks uitbetaald voor |
de volgende periodes: | de volgende periodes: |
1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: voor de periode waarin ze hun | 1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: voor de periode waarin ze hun |
activiteit niet kunnen uitoefenen en daardoor geen recht hebben op de | activiteit niet kunnen uitoefenen en daardoor geen recht hebben op de |
productiviteitspremie vermeld in artikel 38, 1°. De in aanmerking te | productiviteitspremie vermeld in artikel 38, 1°. De in aanmerking te |
nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten | nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten |
laatste op 30 juni 2020; | laatste op 30 juni 2020; |
2° voor de personen vermeld in § 1, 2° : voor de duur van de | 2° voor de personen vermeld in § 1, 2° : voor de duur van de |
overeenkomst die nog rest vanaf de dag van de stopzetting van de | overeenkomst die nog rest vanaf de dag van de stopzetting van de |
individuele beroepsopleiding in een onderneming. De in aanmerking te | individuele beroepsopleiding in een onderneming. De in aanmerking te |
nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten | nemen periode begint ten vroegste op 12 maart 2020 en eindigt ten |
laatste op 30 juni 2020. | laatste op 30 juni 2020. |
De Minister kan de einddatum vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, drie | De Minister kan de einddatum vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, drie |
keer met één maand verschuiven. | keer met één maand verschuiven. |
§ 4 - De maandelijkse crisispremie vermeld in de § § 2 tot 3 stemt | § 4 - De maandelijkse crisispremie vermeld in de § § 2 tot 3 stemt |
overeen met het verschil tussen 70 procent van het belastbare loon | overeen met het verschil tussen 70 procent van het belastbare loon |
vermeld in artikel 38, 1°, en het daar vermelde vervangingsinkomen. | vermeld in artikel 38, 1°, en het daar vermelde vervangingsinkomen. |
Als het verschil negatief is, wordt geen crisispremie betaald. | Als het verschil negatief is, wordt geen crisispremie betaald. |
In geval van deeltijdse tewerkstelling wordt de crisispremie berekend | In geval van deeltijdse tewerkstelling wordt de crisispremie berekend |
in verhouding tot de arbeidstijdregeling. | in verhouding tot de arbeidstijdregeling. |
Als betrokkene geen recht heeft op een volledige maandelijkse | Als betrokkene geen recht heeft op een volledige maandelijkse |
crisispremie stemt de maandelijkse crisispremie overeen met het | crisispremie stemt de maandelijkse crisispremie overeen met het |
resultaat dat bekomen wordt door de desbetreffende crisispremie te | resultaat dat bekomen wordt door de desbetreffende crisispremie te |
vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan het | vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan het |
aantal werkdagen van de maand en de teller gelijk is aan het aantal | aantal werkdagen van de maand en de teller gelijk is aan het aantal |
werkdagen waarop geen arbeidsprestaties verricht konden worden op | werkdagen waarop geen arbeidsprestaties verricht konden worden op |
grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die naar aanleiding | grond van de COVID-19-pandemie en de beslissingen die naar aanleiding |
daarvan door de Nationale Veiligheidsraad werden genomen. | daarvan door de Nationale Veiligheidsraad werden genomen. |
§ 5 - De crisispremie kan alleen uitbetaald worden, als de personen | § 5 - De crisispremie kan alleen uitbetaald worden, als de personen |
vermeld in § 2, voor de periodes vermeld in § 3, geen | vermeld in § 2, voor de periodes vermeld in § 3, geen |
vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor maatschappelijk | vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor maatschappelijk |
welzijn ontvangen waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog geen | welzijn ontvangen waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog geen |
recht hadden. | recht hadden. |
§ 6 - Om het recht op de crisispremie te openen, dienen de personen | § 6 - Om het recht op de crisispremie te openen, dienen de personen |
vermeld in § 2 een aanvraag in bij de dienst voor arbeidsbemiddeling. | vermeld in § 2 een aanvraag in bij de dienst voor arbeidsbemiddeling. |
Die aanvraag bevat de volgende gegevens: | Die aanvraag bevat de volgende gegevens: |
1° de bevestiging van de werkgever dat de aanvraag wordt ingediend op | 1° de bevestiging van de werkgever dat de aanvraag wordt ingediend op |
grond van de situaties vermeld in § 1; | grond van de situaties vermeld in § 1; |
2° een verklaring op erewoord van de persoon vermeld in § 2, waaruit | 2° een verklaring op erewoord van de persoon vermeld in § 2, waaruit |
blijkt dat hij geen vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor | blijkt dat hij geen vervangingsinkomen van het openbaar centrum voor |
maatschappelijk welzijn ontvangt waarop hij vóór de situaties vermeld | maatschappelijk welzijn ontvangt waarop hij vóór de situaties vermeld |
in § 1 nog geen recht had; | in § 1 nog geen recht had; |
3° het rekeningnummer van de persoon vermeld in § 2 waarop de | 3° het rekeningnummer van de persoon vermeld in § 2 waarop de |
crisispremie kan worden gestort. | crisispremie kan worden gestort. |
De aanvraag moet uiterlijk op 14 juli 2020 bij de dienst voor | De aanvraag moet uiterlijk op 14 juli 2020 bij de dienst voor |
arbeidsbemiddeling binnenkomen. De datum van de poststempel geldt als | arbeidsbemiddeling binnenkomen. De datum van de poststempel geldt als |
indieningsdatum. Als de einddatum vermeld in § 3 wordt verschoven, | indieningsdatum. Als de einddatum vermeld in § 3 wordt verschoven, |
wordt ook die termijn met dezelfde duur verlengd. | wordt ook die termijn met dezelfde duur verlengd. |
De crisispremie kan pas uitbetaald worden als de aanvraag is | De crisispremie kan pas uitbetaald worden als de aanvraag is |
binnengekomen. Als de aanvraag niet-ontvankelijk is, deelt de dienst | binnengekomen. Als de aanvraag niet-ontvankelijk is, deelt de dienst |
dat schriftelijk mee aan de aanvrager. | dat schriftelijk mee aan de aanvrager. |
§ 7 - Met behoud van de toepassing van artikel 11 moeten de personen | § 7 - Met behoud van de toepassing van artikel 11 moeten de personen |
vermeld in § 2 elke wijziging van hun vervangingsinkomen tijdens de | vermeld in § 2 elke wijziging van hun vervangingsinkomen tijdens de |
periode vermeld in § 3 meedelen aan de dienst voor arbeidsbemiddeling. | periode vermeld in § 3 meedelen aan de dienst voor arbeidsbemiddeling. |
Dat geldt ook voor vervangingsinkomens van het openbaar centrum voor | Dat geldt ook voor vervangingsinkomens van het openbaar centrum voor |
maatschappelijk welzijn waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog | maatschappelijk welzijn waarop ze vóór de situaties vermeld in § 1 nog |
geen recht hadden. | geen recht hadden. |
Voor de personen vermeld in § 1, 1°, dient de werkgever binnen de | Voor de personen vermeld in § 1, 1°, dient de werkgever binnen de |
eerste zeven werkdagen van de maand bij de dienst voor | eerste zeven werkdagen van de maand bij de dienst voor |
arbeidsbemiddeling een overzicht in van de arbeidsprestaties en | arbeidsbemiddeling een overzicht in van de arbeidsprestaties en |
afwezigheden van de vorige maand. | afwezigheden van de vorige maand. |
§ 8 - De crisispremie wordt maandelijks uitbetaald door de dienst voor | § 8 - De crisispremie wordt maandelijks uitbetaald door de dienst voor |
arbeidsbemiddeling. De uitbetaling geschiedt binnen de eerste vijftien | arbeidsbemiddeling. De uitbetaling geschiedt binnen de eerste vijftien |
werkdagen van de maand die volgt op de maand waarop de crisispremie | werkdagen van de maand die volgt op de maand waarop de crisispremie |
betrekking heeft. | betrekking heeft. |
In afwijking van het eerste lid heeft de crisispremie, die pas wordt | In afwijking van het eerste lid heeft de crisispremie, die pas wordt |
betaald nadat de aanvraag vermeld in § 6 is binnengekomen, betrekking | betaald nadat de aanvraag vermeld in § 6 is binnengekomen, betrekking |
op de volgende periode: | op de volgende periode: |
1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: de periode tussen 12 maart | 1° voor de personen vermeld in § 1, 1°: de periode tussen 12 maart |
2020 en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin | 2020 en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin |
de crisispremie wordt uitbetaald; | de crisispremie wordt uitbetaald; |
2° voor de personen vermeld in § 1, 2°: de periode tussen de dag | 2° voor de personen vermeld in § 1, 2°: de periode tussen de dag |
waarop de individuele beroepsopleiding in een onderneming wordt | waarop de individuele beroepsopleiding in een onderneming wordt |
stopgezet en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand | stopgezet en de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand |
waarin de crisispremie wordt uitbetaald. | waarin de crisispremie wordt uitbetaald. |
§ 9 - Als de persoon vermeld in § 2 ten onrechte een crisispremie | § 9 - Als de persoon vermeld in § 2 ten onrechte een crisispremie |
heeft ontvangen of als de wijziging van zijn vervangingsinkomen pas | heeft ontvangen of als de wijziging van zijn vervangingsinkomen pas |
aan de dienst voor arbeidsbemiddeling werd meegedeeld nadat de | aan de dienst voor arbeidsbemiddeling werd meegedeeld nadat de |
crisispremie werd uitbetaald, verrekent de dienst voor | crisispremie werd uitbetaald, verrekent de dienst voor |
arbeidsbemiddeling die bedragen met de crisispremies van de volgende | arbeidsbemiddeling die bedragen met de crisispremies van de volgende |
maanden. Als dat niet mogelijk is, vordert de dienst voor | maanden. Als dat niet mogelijk is, vordert de dienst voor |
arbeidsbemiddeling de desbetreffende bedragen terug. | arbeidsbemiddeling de desbetreffende bedragen terug. |
De crisispremie wordt overeenkomstig het eerste lid als "ten onrechte | De crisispremie wordt overeenkomstig het eerste lid als "ten onrechte |
uitbetaald" beschouwd, als: | uitbetaald" beschouwd, als: |
1° de inlichtingen die tot het ontvangen van de crisispremie geleid | 1° de inlichtingen die tot het ontvangen van de crisispremie geleid |
hebben, bedrieglijk of vals zijn; | hebben, bedrieglijk of vals zijn; |
2° de persoon de crisispremie heeft ontvangen, hoewel hij niet of niet | 2° de persoon de crisispremie heeft ontvangen, hoewel hij niet of niet |
meer aan de toekenningsvoorwaarden voldoet." | meer aan de toekenningsvoorwaarden voldoet." |
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen |
Art. 6.- Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
Art. 6.- Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
aangenomen. | aangenomen. |
Art. 7.- De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de |
Art. 7.- De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Eupen, 14 mei 2020. | Eupen, 14 mei 2020. |
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, | Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, |
De Minister-President, | De Minister-President, |
Minister van Lokale Besturen en Financiën, | Minister van Lokale Besturen en Financiën, |
O. PAASCH | O. PAASCH |
De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media, | De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media, |
I. WEYKMANS | I. WEYKMANS |