Besluit 2020/1323 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot wijziging van besluit 2009/758 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de subsidiëring van de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen | Besluit 2020/1323 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot wijziging van besluit 2009/758 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de subsidiëring van de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen |
---|---|
FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST |
29 OKTOBER 2020. - Besluit 2020/1323 van het College van de Franse | 29 OKTOBER 2020. - Besluit 2020/1323 van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie tot wijziging van besluit 2009/758 van het | Gemeenschapscommissie tot wijziging van besluit 2009/758 van het |
College van de Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 | College van de Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 |
betreffende de subsidiëring van de erkende centra voor permanente | betreffende de subsidiëring van de erkende centra voor permanente |
vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote | vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote |
ondernemingen | ondernemingen |
Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, | Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, |
Gelet op de samenwerkingsovereenkomst betreffende de permanente | Gelet op de samenwerkingsovereenkomst betreffende de permanente |
vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote | vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote |
ondernemingen en betreffende de voogdij van het Instituut voor de | ondernemingen en betreffende de voogdij van het Instituut voor de |
voortgezette opleiding voor de middenstand en de kleine en middelgrote | voortgezette opleiding voor de middenstand en de kleine en middelgrote |
ondernemingen, afgesloten op 20 februari 1995 door de Franse | ondernemingen, afgesloten op 20 februari 1995 door de Franse |
Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, | Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, |
goedgekeurd door het decreet van 18 december 1995, artikel 20bis, | goedgekeurd door het decreet van 18 december 1995, artikel 20bis, |
ingevoegd bij het aanhangsel van 4 juni 2003, goedgekeurd door het | ingevoegd bij het aanhangsel van 4 juni 2003, goedgekeurd door het |
decreet van 17 juli 2003; | decreet van 17 juli 2003; |
Gelet op besluit 2009/758 van het College van de Franse | Gelet op besluit 2009/758 van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de subsidiëring van | Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de subsidiëring van |
de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de | de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de |
middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen; | middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 |
augustus 2020; | augustus 2020; |
Gelet op het akkoord van het collegelid bevoegd voor Begroting, | Gelet op het akkoord van het collegelid bevoegd voor Begroting, |
gegeven op 17 september 2020; | gegeven op 17 september 2020; |
Gelet op het evaluatieverslag over de gevolgen van dit besluit op de | Gelet op het evaluatieverslag over de gevolgen van dit besluit op de |
respectieve situatie van vrouwen en mannen, gegeven op 25 maart 2020; | respectieve situatie van vrouwen en mannen, gegeven op 25 maart 2020; |
Gelet op het evaluatieverslag over de gevolgen van dit besluit op de | Gelet op het evaluatieverslag over de gevolgen van dit besluit op de |
situatie van personen met een handicap, gegeven op 25 maart 2020; | situatie van personen met een handicap, gegeven op 25 maart 2020; |
Gelet op advies 68.083/2 van de Raad van State, gegeven op 19 oktober | Gelet op advies 68.083/2 van de Raad van State, gegeven op 19 oktober |
2020, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten | 2020, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten |
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende dat besluit 2017/1692 van het College van de Franse | Overwegende dat besluit 2017/1692 van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie van 20 september 2018 betreffende de | Gemeenschapscommissie van 20 september 2018 betreffende de |
pedagogische vervolmaking binnen de permanente vorming ten behoeve van | pedagogische vervolmaking binnen de permanente vorming ten behoeve van |
de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen, de door | de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen, de door |
erkende opleiders aan pedagogische vervolmaking bestede tijd | erkende opleiders aan pedagogische vervolmaking bestede tijd |
gelijkstelt met lesuren; | gelijkstelt met lesuren; |
Overwegende de noodzaak om de bedragen van de presentiegelden voor de | Overwegende de noodzaak om de bedragen van de presentiegelden voor de |
leden van de examencommissies die georganiseerd worden in het kader | leden van de examencommissies die georganiseerd worden in het kader |
van de opleiding, te herzien. Deze werden sinds 1 januari 2010 niet | van de opleiding, te herzien. Deze werden sinds 1 januari 2010 niet |
aangepast; | aangepast; |
Op voordracht van het collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding, | Op voordracht van het collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding, |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de |
Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de |
Grondwet, een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 127 ervan. | Grondwet, een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 127 ervan. |
Art. 2.In artikel 3 van besluit 2009/758 van het College van de |
Art. 2.In artikel 3 van besluit 2009/758 van het College van de |
Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de | Franse Gemeenschapscommissie van 1 april 2010 betreffende de |
subsidiëring van de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve | subsidiëring van de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve |
van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen, werden | van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen, werden |
de woorden "en de pedagogische volmaking" geschrapt. | de woorden "en de pedagogische volmaking" geschrapt. |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat |
volgt: "2° de honoraria van de lesgevers die niet aan het Centrum | volgt: "2° de honoraria van de lesgevers die niet aan het Centrum |
verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst (zelfstandigen), berekend | verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst (zelfstandigen), berekend |
volgens de in bijlage V van dit besluit bepaalde salarisschalen; | volgens de in bijlage V van dit besluit bepaalde salarisschalen; |
De tijd die besteed wordt aan pedagogische volmaking door erkende | De tijd die besteed wordt aan pedagogische volmaking door erkende |
opleiders, wordt gelijkgesteld met de lesuren volgens de volgende | opleiders, wordt gelijkgesteld met de lesuren volgens de volgende |
voorwaarden en regels: | voorwaarden en regels: |
1° zij mag niet meer dan 4 dagen per academiejaar, noch meer dan 9 | 1° zij mag niet meer dan 4 dagen per academiejaar, noch meer dan 9 |
dagen over een periode van drie jaar bedragen; | dagen over een periode van drie jaar bedragen; |
2° de instelling of het instituut waar de pedagogische opleidingen | 2° de instelling of het instituut waar de pedagogische opleidingen |
gevolgd worden, moet een aanwezigheidsattest uitreiken; | gevolgd worden, moet een aanwezigheidsattest uitreiken; |
3° de opleidingscycli, conferenties en pedagogische activiteiten die | 3° de opleidingscycli, conferenties en pedagogische activiteiten die |
de pedagogische waarde zouden kunnen verbeteren, moeten worden | de pedagogische waarde zouden kunnen verbeteren, moeten worden |
opgenomen in de opleidingscatalogus opgesteld door de SFPME. | opgenomen in de opleidingscatalogus opgesteld door de SFPME. |
De inschrijvingskosten voor de opleidingen vallen ten laste van het | De inschrijvingskosten voor de opleidingen vallen ten laste van het |
opleidingscentrum;" | opleidingscentrum;" |
Art. 4.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt 3° vervangen door wat |
Art. 4.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt 3° vervangen door wat |
volgt: "3° de uitbetaling van de presentiegelden van de leden van de | volgt: "3° de uitbetaling van de presentiegelden van de leden van de |
examencommissies die in het kader van de opleiding georganiseerd | examencommissies die in het kader van de opleiding georganiseerd |
worden, met uitzondering van de opleiders aangeworven met een | worden, met uitzondering van de opleiders aangeworven met een |
arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur wanneer ze | arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur wanneer ze |
deelnemen aan een examencommissie;". | deelnemen aan een examencommissie;". |
Art. 5.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 5.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt: " Art. 8.De presentiegelden bedoeld in artikel 7, 3° omvatten |
volgt: " Art. 8.De presentiegelden bedoeld in artikel 7, 3° omvatten |
de zittingen die minstens 2,5 uur duren. Het presentiegeld bedraagt | de zittingen die minstens 2,5 uur duren. Het presentiegeld bedraagt |
40,00 euro. Wanneer diezelfde dag een tweede zitting wordt gehouden, | 40,00 euro. Wanneer diezelfde dag een tweede zitting wordt gehouden, |
wordt het bedrag van het presentiegeld voor deze tweede zitting | wordt het bedrag van het presentiegeld voor deze tweede zitting |
teruggebracht tot 30,00 euro. Wanneer een zitting langer dan 5 uur | teruggebracht tot 30,00 euro. Wanneer een zitting langer dan 5 uur |
duurt, bedraagt het presentiegeld 70,00 euro. Wanneer een zitting 7,5 | duurt, bedraagt het presentiegeld 70,00 euro. Wanneer een zitting 7,5 |
uur duurt, bedraagt het presentiegeld 100,00 euro." | uur duurt, bedraagt het presentiegeld 100,00 euro." |
Art. 6.Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2021. |
Art. 6.Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2021. |
Art. 7.Het collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding wordt belast met |
Art. 7.Het collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding wordt belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, op 29 oktober 2020. | Brussel, op 29 oktober 2020. |
Voor het College : | Voor het College : |
Bernard CLERFAYT, | Bernard CLERFAYT, |
Collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding | Collegelid bevoegd voor Beroepsopleiding |
Barbara TRACHTE, | Barbara TRACHTE, |
Voorzitster van het College | Voorzitster van het College |