← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 124/2023 van 21 september 2023 Rolnummer 7852 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende artikel 90, eerste lid, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992, junctis de artikelen 97, 102 en 103 van hetzelf Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters
L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 124/2023 van 21 september 2023 Rolnummer 7852 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 90, eerste lid, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, junctis de artikelen 97, 102 en 103 van hetzelf Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) | Uittreksel uit arrest nr. 124/2023 van 21 september 2023 Rolnummer 7852 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 90, eerste lid, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, junctis de artikelen 97, 102 en 103 van hetzelf Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 124/2023 van 21 september 2023 | Uittreksel uit arrest nr. 124/2023 van 21 september 2023 |
Rolnummer 7852 | Rolnummer 7852 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 90, eerste lid, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 90, eerste lid, |
9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, junctis de | 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, junctis de |
artikelen 97, 102 en 103 van hetzelfde Wetboek, gesteld door de | artikelen 97, 102 en 103 van hetzelfde Wetboek, gesteld door de |
Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. | Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de | samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de |
rechters T. Giet, Y. Kherbache, D. Pieters, S. de Bethune en K. Jadin, | rechters T. Giet, Y. Kherbache, D. Pieters, S. de Bethune en K. Jadin, |
bijgestaan door de griffier N. Dupont, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier N. Dupont, onder voorzitterschap van |
voorzitter L. Lavrysen, | voorzitter L. Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 29 juni 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het | Bij vonnis van 29 juni 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 8 september 2022, heeft de Rechtbank van eerste | Hof is ingekomen op 8 september 2022, heeft de Rechtbank van eerste |
aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, een prejudiciële vraag gesteld | aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, een prejudiciële vraag gesteld |
die bij beschikking van het Hof van 12 oktober 2022 als volgt werd | die bij beschikking van het Hof van 12 oktober 2022 als volgt werd |
geherformuleerd : | geherformuleerd : |
« Schenden de artikelen 90, eerste lid, 9° juncto 97, 102 en 103 van | « Schenden de artikelen 90, eerste lid, 9° juncto 97, 102 en 103 van |
het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 de artikelen 10, 11 en | het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 de artikelen 10, 11 en |
172 van de Grondwet, doordat deze een verschil in behandeling creëren | 172 van de Grondwet, doordat deze een verschil in behandeling creëren |
tussen, enerzijds, de belastingplichtigen die winsten en baten | tussen, enerzijds, de belastingplichtigen die winsten en baten |
verkrijgen uit een [ab]normaal beheer van privévermogen bedoeld in | verkrijgen uit een [ab]normaal beheer van privévermogen bedoeld in |
artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92, die na aftrek van de voor deze | artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92, die na aftrek van de voor deze |
verrichting gemaakte kosten belast worden op het netto-bedrag en de | verrichting gemaakte kosten belast worden op het netto-bedrag en de |
verliezen uit deze verrichtingen geleden in de vijf vorige belastbare | verliezen uit deze verrichtingen geleden in de vijf vorige belastbare |
tijdperken kunnen afzetten tegen andere inkomsten uit artikel 90, | tijdperken kunnen afzetten tegen andere inkomsten uit artikel 90, |
eerste lid, 1° WIB 92 en, anderzijds, de belastingplichtigen die | eerste lid, 1° WIB 92 en, anderzijds, de belastingplichtigen die |
meerwaarden op aandelen verkrijgen uit een abnormaal beheer van | meerwaarden op aandelen verkrijgen uit een abnormaal beheer van |
privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9° WIB 92, die zonder | privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9° WIB 92, die zonder |
aftrek van de voor deze verrichting gemaakte kosten belast worden op | aftrek van de voor deze verrichting gemaakte kosten belast worden op |
het bruto-bedrag en de verliezen uit zulke verrichtingen geleden in de | het bruto-bedrag en de verliezen uit zulke verrichtingen geleden in de |
vijf volgende belastbare tijdperken niet kunnen afzetten tegen andere | vijf volgende belastbare tijdperken niet kunnen afzetten tegen andere |
inkomsten uit artikel 90, eerste lid, 9° WIB 92 ? ». | inkomsten uit artikel 90, eerste lid, 9° WIB 92 ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Het verwijzende rechtscollege stelt het Hof een vraag over de | B.1. Het verwijzende rechtscollege stelt het Hof een vraag over de |
bestaanbaarheid van de artikelen 90, eerste lid, 9°, 97, 102 en 103 | bestaanbaarheid van de artikelen 90, eerste lid, 9°, 97, 102 en 103 |
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : het WIB | van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : het WIB |
1992) met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre zij | 1992) met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre zij |
een verschil in behandeling creëren tussen belastingplichtigen die | een verschil in behandeling creëren tussen belastingplichtigen die |
meerwaarden op aandelen verkrijgen uit een abnormaal beheer van een | meerwaarden op aandelen verkrijgen uit een abnormaal beheer van een |
privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, van het WIB 1992 | privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, van het WIB 1992 |
en belastingplichtigen die winst of baten verkrijgen uit een abnormaal | en belastingplichtigen die winst of baten verkrijgen uit een abnormaal |
beheer van een privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, | beheer van een privévermogen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, |
van het WIB 1992. De eerste categorie van belastingplichtigen wordt | van het WIB 1992. De eerste categorie van belastingplichtigen wordt |
volgens het verwijzende rechtscollege belast op het brutobedrag zonder | volgens het verwijzende rechtscollege belast op het brutobedrag zonder |
enige aftrek van kosten of eerdere verliezen, terwijl de tweede | enige aftrek van kosten of eerdere verliezen, terwijl de tweede |
categorie van belastingplichtigen kosten kan aftrekken en de verliezen | categorie van belastingplichtigen kosten kan aftrekken en de verliezen |
uit verrichtingen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB | uit verrichtingen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB |
1992, geleden in de vijf vorige belastbare tijdperken, in mindering | 1992, geleden in de vijf vorige belastbare tijdperken, in mindering |
kan brengen van andere inkomsten die onder artikel 90, eerste lid, 1°, | kan brengen van andere inkomsten die onder artikel 90, eerste lid, 1°, |
van het WIB 1992 vallen. | van het WIB 1992 vallen. |
B.2.1. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag en uit de | B.2.1. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag en uit de |
motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof in de | motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof in de |
prejudiciële vraag wordt verzocht de belastingplichtigen op wie | prejudiciële vraag wordt verzocht de belastingplichtigen op wie |
artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, juncto artikel 102, | artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, juncto artikel 102, |
eerste lid, van het WIB 1992 worden toegepast en de | eerste lid, van het WIB 1992 worden toegepast en de |
belastingplichtigen op wie artikel 90, eerste lid, 1°, junctis artikel | belastingplichtigen op wie artikel 90, eerste lid, 1°, junctis artikel |
97, § 1, en artikel 103, § 1, van het WIB 1992 worden toegepast, met | 97, § 1, en artikel 103, § 1, van het WIB 1992 worden toegepast, met |
elkaar te vergelijken. Zoals van toepassing in het aanslagjaar 2017, | elkaar te vergelijken. Zoals van toepassing in het aanslagjaar 2017, |
bepalen die artikelen : | bepalen die artikelen : |
« Art. 90.Diverse inkomsten zijn : |
« Art. 90.Diverse inkomsten zijn : |
1° onverminderd het bepaalde in 1° bis, 8° en 10° winst of baten, hoe | 1° onverminderd het bepaalde in 1° bis, 8° en 10° winst of baten, hoe |
ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen | ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen |
van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, | van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, |
verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, | verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, |
daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een | daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een |
privé-vermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden | privé-vermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden |
en roerende voorwerpen; | en roerende voorwerpen; |
[...] | [...] |
9° meerwaarden op aandelen die : | 9° meerwaarden op aandelen die : |
- ofwel, zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder | - ofwel, zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder |
bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een | bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een |
beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van | beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van |
beheer van een privé-vermogen ». | beheer van een privé-vermogen ». |
« Art. 97.§ 1. De in artikel 90, eerste lid, 1°, vermelde inkomsten |
« Art. 97.§ 1. De in artikel 90, eerste lid, 1°, vermelde inkomsten |
worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het | worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het |
bruto bedrag verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige | bruto bedrag verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige |
het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan | het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan |
of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden ». | of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden ». |
« Art. 102.De in artikel 90, eerste lid, 9°, vermelde meerwaarden |
« Art. 102.De in artikel 90, eerste lid, 9°, vermelde meerwaarden |
worden in aanmerking genomen naar het verschil tussen de in geld, in | worden in aanmerking genomen naar het verschil tussen de in geld, in |
effecten of in enige andere vorm voor de overgedragen aandelen | effecten of in enige andere vorm voor de overgedragen aandelen |
ontvangen prijs en de prijs waartegen de belastingplichtige of zijn | ontvangen prijs en de prijs waartegen de belastingplichtige of zijn |
rechtsvoorganger die aandelen onder bezwarende titel heeft verkregen; | rechtsvoorganger die aandelen onder bezwarende titel heeft verkregen; |
deze prijs wordt eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 2, § | deze prijs wordt eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 2, § |
1, 7° ». | 1, 7° ». |
« Art. 103.§ 1. Verliezen die in de vijf vorige belastbare tijdperken |
« Art. 103.§ 1. Verliezen die in de vijf vorige belastbare tijdperken |
zijn geleden bij het verrichten van handelingen als vermeld in artikel | zijn geleden bij het verrichten van handelingen als vermeld in artikel |
90, eerste lid, 1°, worden alleen van de inkomsten uit zulke | 90, eerste lid, 1°, worden alleen van de inkomsten uit zulke |
handelingen afgetrokken. | handelingen afgetrokken. |
De verliezen worden achtereenvolgens afgetrokken van de inkomsten van | De verliezen worden achtereenvolgens afgetrokken van de inkomsten van |
elk volgende belastbare tijdperk ». | elk volgende belastbare tijdperk ». |
B.2.2. Deze bepalingen kwalificeren twee categorieën van inkomsten als | B.2.2. Deze bepalingen kwalificeren twee categorieën van inkomsten als |
belastbare diverse inkomsten en geven voor beide categorieën van | belastbare diverse inkomsten en geven voor beide categorieën van |
diverse inkomsten de belastbare grondslag aan. | diverse inkomsten de belastbare grondslag aan. |
Krachtens artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992 zijn winst of | Krachtens artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992 zijn winst of |
baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het | baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het |
uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige | uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige |
prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan | prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan |
derden, diverse inkomsten indien zij verkregen zijn uit een abnormaal | derden, diverse inkomsten indien zij verkregen zijn uit een abnormaal |
beheer van een privévermogen. Zij worden overeenkomstig artikel 97, § | beheer van een privévermogen. Zij worden overeenkomstig artikel 97, § |
1, van het WIB 1992 voor hun nettobedrag in aanmerking genomen, zijnde | 1, van het WIB 1992 voor hun nettobedrag in aanmerking genomen, zijnde |
het brutobedrag verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige | het brutobedrag verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige |
het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan | het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan |
of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden. | of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden. |
Overeenkomstig artikel 103, § 1, van het WIB 1992 worden van die | Overeenkomstig artikel 103, § 1, van het WIB 1992 worden van die |
inkomsten voorts de verliezen afgetrokken die in de vijf vorige | inkomsten voorts de verliezen afgetrokken die in de vijf vorige |
belastbare tijdperken zijn geleden bij het verrichten van handelingen | belastbare tijdperken zijn geleden bij het verrichten van handelingen |
zoals vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992. | zoals vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992. |
Krachtens artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB | Krachtens artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB |
1992 zijn meerwaarden op aandelen verwezenlijkt naar aanleiding van de | 1992 zijn meerwaarden op aandelen verwezenlijkt naar aanleiding van de |
overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het | overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het |
uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, diverse inkomsten indien zij | uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, diverse inkomsten indien zij |
verkregen zijn uit een abnormaal beheer van een privévermogen. | verkregen zijn uit een abnormaal beheer van een privévermogen. |
Dergelijke meerwaarden worden in aanmerking genomen naar een bedrag | Dergelijke meerwaarden worden in aanmerking genomen naar een bedrag |
dat gelijk is aan het verschil tussen de ontvangen prijs en de, | dat gelijk is aan het verschil tussen de ontvangen prijs en de, |
eventueel gerevaloriseerde, prijs van verkrijging. In een kostenaftrek | eventueel gerevaloriseerde, prijs van verkrijging. In een kostenaftrek |
of verliesaftrek is voor die diverse inkomsten niet voorzien. | of verliesaftrek is voor die diverse inkomsten niet voorzien. |
Het is dat verschil in behandeling dat het voorwerp uitmaakt van de | Het is dat verschil in behandeling dat het voorwerp uitmaakt van de |
prejudiciële vraag. | prejudiciële vraag. |
B.3.1. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag geen | B.3.1. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag geen |
antwoord behoeft in zoverre zij betrekking heeft op de aftrekbaarheid | antwoord behoeft in zoverre zij betrekking heeft op de aftrekbaarheid |
van verliezen. Volgens de Ministerraad kunnen de eisende partijen voor | van verliezen. Volgens de Ministerraad kunnen de eisende partijen voor |
het verwijzende rechtscollege hoe dan ook geen beroep doen op artikel | het verwijzende rechtscollege hoe dan ook geen beroep doen op artikel |
103 van het WIB 1992 aangezien zij geen verliezen hebben geleden. | 103 van het WIB 1992 aangezien zij geen verliezen hebben geleden. |
B.3.2. In de regel komt het het verwijzende rechtscollege toe te | B.3.2. In de regel komt het het verwijzende rechtscollege toe te |
oordelen of het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het | oordelen of het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het |
oplossen van het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het | oplossen van het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het |
geval is, kan het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. | geval is, kan het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. |
B.3.3. Artikel 103, § 1, van het WIB 1992 bepaalt dat verliezen die in | B.3.3. Artikel 103, § 1, van het WIB 1992 bepaalt dat verliezen die in |
de vijf vorige belastbare tijdperken zijn geleden bij het verrichten | de vijf vorige belastbare tijdperken zijn geleden bij het verrichten |
van handelingen zoals vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, | van handelingen zoals vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, |
afgetrokken kunnen worden van de inkomsten die uit die handelingen | afgetrokken kunnen worden van de inkomsten die uit die handelingen |
voortvloeien. In tegenstelling tot hetgeen de eisende partijen voor | voortvloeien. In tegenstelling tot hetgeen de eisende partijen voor |
het verwijzende rechtscollege aanvoeren, kunnen kosten die zijn | het verwijzende rechtscollege aanvoeren, kunnen kosten die zijn |
gemaakt om een meerwaarde op aandelen te verwezenlijken bij de verkoop | gemaakt om een meerwaarde op aandelen te verwezenlijken bij de verkoop |
ervan, zoals advocatenkosten, niet worden beschouwd als verliezen die, | ervan, zoals advocatenkosten, niet worden beschouwd als verliezen die, |
in voorkomend geval, zouden kunnen worden afgetrokken op grond van die | in voorkomend geval, zouden kunnen worden afgetrokken op grond van die |
bepaling. Daarentegen kunnen dergelijke kosten worden beschouwd als | bepaling. Daarentegen kunnen dergelijke kosten worden beschouwd als |
kosten die de belastingplichtige heeft gemaakt of gedragen om de | kosten die de belastingplichtige heeft gemaakt of gedragen om de |
meerwaarde op aandelen te verkrijgen of te behouden en zouden zij dus | meerwaarde op aandelen te verkrijgen of te behouden en zouden zij dus |
kunnen worden afgetrokken van de belastbare meerwaarde indien artikel | kunnen worden afgetrokken van de belastbare meerwaarde indien artikel |
97, § 1, van het WIB 1992 of een soortgelijke bepaling van toepassing | 97, § 1, van het WIB 1992 of een soortgelijke bepaling van toepassing |
was op de in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, bedoelde | was op de in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, bedoelde |
inkomsten. Het antwoord op de prejudiciële vraag, in zoverre daarin | inkomsten. Het antwoord op de prejudiciële vraag, in zoverre daarin |
wordt verwezen naar artikel 103 van het WIB 1992, is bijgevolg niet | wordt verwezen naar artikel 103 van het WIB 1992, is bijgevolg niet |
nuttig voor de oplossing van het voor het verwijzende rechtscollege | nuttig voor de oplossing van het voor het verwijzende rechtscollege |
hangende geschil. | hangende geschil. |
In zoverre zij betrekking heeft op artikel 90, eerste lid, 9°, eerste | In zoverre zij betrekking heeft op artikel 90, eerste lid, 9°, eerste |
streepje, juncto artikel 103 van het WIB 1992, behoeft de prejudiciële | streepje, juncto artikel 103 van het WIB 1992, behoeft de prejudiciële |
vraag geen antwoord. | vraag geen antwoord. |
B.4.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet | B.4.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet |
uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen | uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen |
wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium | wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium |
berust en het redelijk verantwoord is. | berust en het redelijk verantwoord is. |
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld | Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld |
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel | rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van | en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van |
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat | gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat |
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de | er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de |
aangewende middelen en het beoogde doel. | aangewende middelen en het beoogde doel. |
B.4.2. Artikel 172, eerste lid, van de Grondwet vormt in fiscale | B.4.2. Artikel 172, eerste lid, van de Grondwet vormt in fiscale |
aangelegenheden een bijzondere toepassing van het in de artikelen 10 | aangelegenheden een bijzondere toepassing van het in de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet vervatte beginsel van gelijkheid en | en 11 van de Grondwet vervatte beginsel van gelijkheid en |
niet-discriminatie. | niet-discriminatie. |
B.4.3. Het komt de bevoegde wetgever toe de belastbare materie, de | B.4.3. Het komt de bevoegde wetgever toe de belastbare materie, de |
grondslag en de aanslagvoet van de belasting vast te stellen. Hij | grondslag en de aanslagvoet van de belasting vast te stellen. Hij |
beschikt ter zake over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Fiscale | beschikt ter zake over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Fiscale |
maatregelen maken immers een wezenlijk onderdeel uit van het | maatregelen maken immers een wezenlijk onderdeel uit van het |
sociaal-economische beleid. Zij zorgen niet alleen voor een | sociaal-economische beleid. Zij zorgen niet alleen voor een |
substantieel deel van de inkomsten die de verwezenlijking van dat | substantieel deel van de inkomsten die de verwezenlijking van dat |
beleid mogelijk moeten maken, maar zij laten de bevoegde wetgever ook | beleid mogelijk moeten maken, maar zij laten de bevoegde wetgever ook |
toe om sturend en corrigerend op te treden en op die manier het | toe om sturend en corrigerend op te treden en op die manier het |
sociale en economische beleid vorm te geven. | sociale en economische beleid vorm te geven. |
De maatschappelijke keuzen die bij het inzamelen en het inzetten van | De maatschappelijke keuzen die bij het inzamelen en het inzetten van |
middelen moeten worden gemaakt, behoren derhalve tot de | middelen moeten worden gemaakt, behoren derhalve tot de |
beoordelingsbevoegdheid van de bevoegde wetgever. Het Hof vermag een | beoordelingsbevoegdheid van de bevoegde wetgever. Het Hof vermag een |
dergelijke beleidskeuze, alsook de motieven die daaraan ten grondslag | dergelijke beleidskeuze, alsook de motieven die daaraan ten grondslag |
liggen, slechts af te keuren indien zij op een manifeste vergissing | liggen, slechts af te keuren indien zij op een manifeste vergissing |
zouden berusten of indien zij kennelijk onredelijk zouden zijn. | zouden berusten of indien zij kennelijk onredelijk zouden zijn. |
B.5.1. Meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een | B.5.1. Meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een |
privévermogen vormen sinds de wet van 11 december 2008 « houdende | privévermogen vormen sinds de wet van 11 december 2008 « houdende |
wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde | wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde |
het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de | het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de |
Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale | Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale |
regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng | regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng |
van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit | van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit |
verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire | verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire |
zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, | zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, |
gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari | gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari |
2005 » (hierna : de wet van 11 december 2008), die artikel 90, eerste | 2005 » (hierna : de wet van 11 december 2008), die artikel 90, eerste |
lid, 9°, zoals het van toepassing is in het bodemgeschil, heeft | lid, 9°, zoals het van toepassing is in het bodemgeschil, heeft |
ingevoegd, een afzonderlijke categorie van diverse inkomsten. Daarvóór | ingevoegd, een afzonderlijke categorie van diverse inkomsten. Daarvóór |
waren zij eventueel belastbaar op grond van artikel 90, eerste lid, | waren zij eventueel belastbaar op grond van artikel 90, eerste lid, |
1°, van het WIB 1992. | 1°, van het WIB 1992. |
Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 11 december 2008 | Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 11 december 2008 |
blijkt dat meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een | blijkt dat meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een |
privévermogen opgenomen zijn in het eerste streepje van die bepaling | privévermogen opgenomen zijn in het eerste streepje van die bepaling |
enkel om « een verwijzing naar deze eventuele diverse inkomsten te | enkel om « een verwijzing naar deze eventuele diverse inkomsten te |
vergemakkelijken door alle daarop van toepassing zijnde regels te | vergemakkelijken door alle daarop van toepassing zijnde regels te |
groeperen » (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-1398/001, p. 27). De | groeperen » (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-1398/001, p. 27). De |
vermelding heeft volgens de wetgever niet tot doel om « enige | vermelding heeft volgens de wetgever niet tot doel om « enige |
meerwaarde belastbaar te stellen die niet thans reeds eventueel | meerwaarde belastbaar te stellen die niet thans reeds eventueel |
belastbaar zou zijn op grond van artikel 90, 1°, WIB 92, (dat in het | belastbaar zou zijn op grond van artikel 90, 1°, WIB 92, (dat in het |
algemeen elke opbrengst van alle verrichtingen viseert behalve indien | algemeen elke opbrengst van alle verrichtingen viseert behalve indien |
deze worden gesteld in het kader van het normale beheer van het | deze worden gesteld in het kader van het normale beheer van het |
privé-vermogen) » (ibid.). | privé-vermogen) » (ibid.). |
B.5.2. De wet van 11 december 2008 heeft evenwel artikel 97, § 1, van | B.5.2. De wet van 11 december 2008 heeft evenwel artikel 97, § 1, van |
het WIB 1992, dat in een kostenaftrek voorziet voor de diverse | het WIB 1992, dat in een kostenaftrek voorziet voor de diverse |
inkomsten vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992, | inkomsten vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van het WIB 1992, |
niet gewijzigd, waardoor die bepaling niet van toepassing is op de | niet gewijzigd, waardoor die bepaling niet van toepassing is op de |
meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een privévermogen | meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer van een privévermogen |
vermeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB | vermeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB |
1992. In plaats daarvan is artikel 102, eerste lid, van het WIB 1992, | 1992. In plaats daarvan is artikel 102, eerste lid, van het WIB 1992, |
dat niet in een kostenaftrek voorziet, op die diverse inkomsten van | dat niet in een kostenaftrek voorziet, op die diverse inkomsten van |
toepassing geworden. | toepassing geworden. |
Een amendement dat artikel 97, § 1, van het WIB 1992 van toepassing | Een amendement dat artikel 97, § 1, van het WIB 1992 van toepassing |
wilde maken op de meerwaarden op aandelen uit artikel 90, eerste lid, | wilde maken op de meerwaarden op aandelen uit artikel 90, eerste lid, |
9°, eerste streepje, van het WIB 1992, zodat het belastbare bedrag na | 9°, eerste streepje, van het WIB 1992, zodat het belastbare bedrag na |
de wetswijziging op dezelfde wijze zou worden berekend, werd | de wetswijziging op dezelfde wijze zou worden berekend, werd |
ingetrokken na een tussenkomst van de minister. De minister merkte op | ingetrokken na een tussenkomst van de minister. De minister merkte op |
dat « voor wat betreft de vaststelling van het netto-inkomen voor | dat « voor wat betreft de vaststelling van het netto-inkomen voor |
diverse inkomsten reeds in een specifiek artikel is voorzien over de | diverse inkomsten reeds in een specifiek artikel is voorzien over de |
meerwaarde op aandelen, namelijk artikel 102 » (Parl. St., Kamer, | meerwaarde op aandelen, namelijk artikel 102 » (Parl. St., Kamer, |
2007-2008, DOC 52-1398/004, p. 16). | 2007-2008, DOC 52-1398/004, p. 16). |
Het feit dat daardoor geen kostenaftrek mogelijk is voor de | Het feit dat daardoor geen kostenaftrek mogelijk is voor de |
meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer vermeld in artikel 90, | meerwaarden op aandelen uit abnormaal beheer vermeld in artikel 90, |
eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992, is niet toegelicht. | eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992, is niet toegelicht. |
Ook de parlementaire voorbereiding bij de wet van 3 november 1976 « | Ook de parlementaire voorbereiding bij de wet van 3 november 1976 « |
tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen », die | tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen », die |
artikel 102 van het WIB 1992 in zijn oorspronkelijke versie heeft | artikel 102 van het WIB 1992 in zijn oorspronkelijke versie heeft |
ingevoerd, verklaart niet waarom die bepaling niet voorziet in een | ingevoerd, verklaart niet waarom die bepaling niet voorziet in een |
kostenaftrek. | kostenaftrek. |
B.6.1. De Ministerraad voert aan dat het verschil in behandeling | B.6.1. De Ministerraad voert aan dat het verschil in behandeling |
redelijk verantwoord is omdat meerwaarden op aandelen vermeld in | redelijk verantwoord is omdat meerwaarden op aandelen vermeld in |
artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992 | artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992 |
voortvloeien uit een passieve activiteit waarvoor geen specifieke | voortvloeien uit een passieve activiteit waarvoor geen specifieke |
prestaties, infrastructuur, investeringen of andere kosten nodig zijn, | prestaties, infrastructuur, investeringen of andere kosten nodig zijn, |
terwijl de winst en baten vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van | terwijl de winst en baten vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van |
het WIB 1992 voortvloeien uit een activiteit waarvoor men noodzakelijk | het WIB 1992 voortvloeien uit een activiteit waarvoor men noodzakelijk |
kosten moet maken of investeringen moet doen. | kosten moet maken of investeringen moet doen. |
B.6.2. Die zienswijze kan niet worden gevolgd. A priori kan niet | B.6.2. Die zienswijze kan niet worden gevolgd. A priori kan niet |
worden uitgesloten dat er kosten moeten worden gemaakt om de in | worden uitgesloten dat er kosten moeten worden gemaakt om de in |
artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992 bedoelde | artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992 bedoelde |
meerwaarden te verwezenlijken en niets kan verantwoorden dat die | meerwaarden te verwezenlijken en niets kan verantwoorden dat die |
kosten, indien dat het geval is, niet kunnen worden afgetrokken van | kosten, indien dat het geval is, niet kunnen worden afgetrokken van |
het belastbaar inkomen, terwijl kosten van dezelfde aard kunnen worden | het belastbaar inkomen, terwijl kosten van dezelfde aard kunnen worden |
afgetrokken van het belastbaar inkomen wanneer dat wordt gevormd door | afgetrokken van het belastbaar inkomen wanneer dat wordt gevormd door |
winst of baten die voortkomen uit enige prestatie, verrichting of | winst of baten die voortkomen uit enige prestatie, verrichting of |
speculatie of uit diensten bewezen aan derden. | speculatie of uit diensten bewezen aan derden. |
B.7. Het in B.1 en B.2.2 vermelde verschil in behandeling is aldus | B.7. Het in B.1 en B.2.2 vermelde verschil in behandeling is aldus |
zonder redelijke verantwoording. Artikel 90, eerste lid, 9°, eerste | zonder redelijke verantwoording. Artikel 90, eerste lid, 9°, eerste |
streepje, van het WIB 1992, junctis de artikelen 97, § 1, en 102, | streepje, van het WIB 1992, junctis de artikelen 97, § 1, en 102, |
eerste lid, van het WIB 1992, zoals van toepassing in het aanslagjaar | eerste lid, van het WIB 1992, zoals van toepassing in het aanslagjaar |
2017, zijn bijgevolg niet bestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 | 2017, zijn bijgevolg niet bestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 |
van de Grondwet in zoverre zij niet in een kostenaftrek voorzien voor | van de Grondwet in zoverre zij niet in een kostenaftrek voorzien voor |
de belastingplichtigen die diverse inkomsten verkrijgen die bestaan | de belastingplichtigen die diverse inkomsten verkrijgen die bestaan |
uit meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van | uit meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van |
de overdracht onder bezwarende titel ervan. | de overdracht onder bezwarende titel ervan. |
B.8. In afwachting van het optreden van de wetgever staat het aan het | B.8. In afwachting van het optreden van de wetgever staat het aan het |
verwijzende rechtscollege een einde te maken aan de door het Hof | verwijzende rechtscollege een einde te maken aan de door het Hof |
vastgestelde ongrondwettigheid, aangezien die vaststelling wordt | vastgestelde ongrondwettigheid, aangezien die vaststelling wordt |
uitgedrukt in voldoende duidelijke en volledige bewoordingen om toe te | uitgedrukt in voldoende duidelijke en volledige bewoordingen om toe te |
laten dat de in het geding zijnde bepalingen worden toegepast met | laten dat de in het geding zijnde bepalingen worden toegepast met |
inachtneming van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Het | inachtneming van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Het |
verwijzende rechtscollege kan dat meer bepaald doen door artikel 97, § | verwijzende rechtscollege kan dat meer bepaald doen door artikel 97, § |
1, van het WIB 1992 toe te passen op de meerwaarden vermeld in artikel | 1, van het WIB 1992 toe te passen op de meerwaarden vermeld in artikel |
90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992. | 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van het WIB 1992. |
B.9.1. De Ministerraad verzoekt het Hof tot slot de gevolgen van de in | B.9.1. De Ministerraad verzoekt het Hof tot slot de gevolgen van de in |
het geding zijnde bepalingen te handhaven gedurende een bepaalde | het geding zijnde bepalingen te handhaven gedurende een bepaalde |
termijn zodat de wetgever de ongrondwettigheid kan verhelpen. | termijn zodat de wetgever de ongrondwettigheid kan verhelpen. |
B.9.2. Uit de memorie van de Ministerraad blijkt dat het verzoek om de | B.9.2. Uit de memorie van de Ministerraad blijkt dat het verzoek om de |
gevolgen te handhaven, geformuleerd in ondergeschikte orde, betrekking | gevolgen te handhaven, geformuleerd in ondergeschikte orde, betrekking |
heeft op de hypothese dat de vaststelling van ongrondwettigheid van de | heeft op de hypothese dat de vaststelling van ongrondwettigheid van de |
in het geding zijnde bepalingen tot gevolg zou hebben dat geen enkele | in het geding zijnde bepalingen tot gevolg zou hebben dat geen enkele |
belasting verschuldigd zou zijn door belastingplichtigen die belast | belasting verschuldigd zou zijn door belastingplichtigen die belast |
worden op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van | worden op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, van |
het WIB 1992. Daar de vaststelling van ongrondwettigheid in B.7 zulke | het WIB 1992. Daar de vaststelling van ongrondwettigheid in B.7 zulke |
draagwijdte niet heeft, is het verzoek om de gevolgen te handhaven | draagwijdte niet heeft, is het verzoek om de gevolgen te handhaven |
zonder voorwerp. | zonder voorwerp. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, junctis de artikelen 97 | Artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, junctis de artikelen 97 |
en 102, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, | en 102, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, |
zoals van toepassing in het aanslagjaar 2017, schenden de artikelen | zoals van toepassing in het aanslagjaar 2017, schenden de artikelen |
10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre zij niet voorzien in een | 10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre zij niet voorzien in een |
aftrek van de kosten die zijn gemaakt door de belastingplichtigen die | aftrek van de kosten die zijn gemaakt door de belastingplichtigen die |
diverse inkomsten vermeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste | diverse inkomsten vermeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste |
streepje, van het WIB 1992 verkrijgen. | streepje, van het WIB 1992 verkrijgen. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans overeenkomstig artikel 65 | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans overeenkomstig artikel 65 |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op |
21 september 2023. | 21 september 2023. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
N. Dupont L. Lavrysen | N. Dupont L. Lavrysen |