Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 169/2022 van 22 december 2022 Rolnummer 7613 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 105 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 169/2022 van 22 december 2022 Rolnummer 7613 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 105 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...) Uittreksel uit arrest nr. 169/2022 van 22 december 2022 Rolnummer 7613 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 105 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 169/2022 van 22 december 2022 Uittreksel uit arrest nr. 169/2022 van 22 december 2022
Rolnummer 7613 Rolnummer 7613
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 105 van de wet In zake : de prejudiciële vragen over artikel 105 van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals dat artikel uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals dat artikel
vervangen werd bij de programmawet van 10 augustus 2015, gesteld door vervangen werd bij de programmawet van 10 augustus 2015, gesteld door
de Arbeidsrechtbank Luik, afdeling Verviers. de Arbeidsrechtbank Luik, afdeling Verviers.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de
rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D.
Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en K. Jadin, Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en K. Jadin,
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter P. Nihoul, voorzitter P. Nihoul,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij vonnis van 8 maart 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Bij vonnis van 8 maart 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het
Hof is ingekomen op 5 juli 2021, heeft de Arbeidsrechtbank Luik, Hof is ingekomen op 5 juli 2021, heeft de Arbeidsrechtbank Luik,
afdeling Verviers, de volgende prejudiciële vragen gesteld : afdeling Verviers, de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1) Schendt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de « 1) Schendt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
zoals gewijzigd bij de artikelen 21 en 22 van de programmawet van 10 zoals gewijzigd bij de artikelen 21 en 22 van de programmawet van 10
augustus 2015, dat, sinds de inwerkingtreding ervan, de toekenning van augustus 2015, dat, sinds de inwerkingtreding ervan, de toekenning van
de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen schorst gedurende een periode de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen schorst gedurende een periode
van hechtenis of gevangenzetting en het niveau van bescherming dat van hechtenis of gevangenzetting en het niveau van bescherming dat
wordt geboden door de van kracht zijnde wetgeving aanzienlijk wordt geboden door de van kracht zijnde wetgeving aanzienlijk
vermindert, zonder dat daartoe redenen bestaan die verband houden met vermindert, zonder dat daartoe redenen bestaan die verband houden met
het algemeen belang, artikel 23 van de Grondwet (standstill-beginsel), het algemeen belang, artikel 23 van de Grondwet (standstill-beginsel),
al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet ? Grondwet ?
2) Schendt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de 2) Schendt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
zoals gewijzigd bij de artikelen 21 en 22 van de programmawet van 10 zoals gewijzigd bij de artikelen 21 en 22 van de programmawet van 10
augustus 2015, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het augustus 2015, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het
categorieën van personen die zich in situaties bevinden die, ten categorieën van personen die zich in situaties bevinden die, ten
aanzien van de beschouwde maatregel, wezenlijk verschillend zijn, aanzien van de beschouwde maatregel, wezenlijk verschillend zijn,
zonder redelijke verantwoording op identieke wijze behandelt, zonder redelijke verantwoording op identieke wijze behandelt,
namelijk, enerzijds, de werkloze die het voorwerp uitmaakt van een namelijk, enerzijds, de werkloze die het voorwerp uitmaakt van een
maatregel van hechtenis of gevangenzetting en, anderzijds, de maatregel van hechtenis of gevangenzetting en, anderzijds, de
gerechtigde op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die het voorwerp gerechtigde op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die het voorwerp
uitmaakt van eenzelfde maatregel, aangezien die twee categorieën van uitmaakt van eenzelfde maatregel, aangezien die twee categorieën van
personen hun vergoedingen of uitkeringen op dezelfde wijze geschorst personen hun vergoedingen of uitkeringen op dezelfde wijze geschorst
zien tijdens de duur van de vrijheidsbenemende maatregel ? ». zien tijdens de duur van de vrijheidsbenemende maatregel ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan
B.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op artikel 105 van de B.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op artikel 105 van de
wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna : de verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna : de
wet van 14 juli 1994), zoals het is vervangen bij artikel 21 van de wet van 14 juli 1994), zoals het is vervangen bij artikel 21 van de
programmawet van 10 augustus 2015. programmawet van 10 augustus 2015.
B.2. Artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 is van toepassing op de B.2. Artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 is van toepassing op de
verzekering voor uitkeringen in de werknemersregeling. verzekering voor uitkeringen in de werknemersregeling.
B.3. Vóór de wijziging ervan bij de programmawet van 10 augustus 2015 B.3. Vóór de wijziging ervan bij de programmawet van 10 augustus 2015
bepaalde artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 : bepaalde artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 :
« De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en in welke mate de « De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en in welke mate de
uitkeringen toegekend worden, wanneer de gerechtigde die geen personen uitkeringen toegekend worden, wanneer de gerechtigde die geen personen
ten laste heeft in de zin van artikel 93, laatste lid, in een periode ten laste heeft in de zin van artikel 93, laatste lid, in een periode
van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving verkeert ». van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving verkeert ».
Ter uitvoering van die bepaling bepaalde artikel 233 van het Ter uitvoering van die bepaling bepaalde artikel 233 van het
koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet koninklijk besluit van 3 juli 1996 « tot uitvoering van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » (hierna : het koninklijk uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 » (hierna : het koninklijk
besluit van 3 juli 1996), vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 3 juli 1996), vóór de wijziging ervan bij het koninklijk
besluit van 19 januari 2016 « tot wijziging van het koninklijk besluit besluit van 19 januari 2016 « tot wijziging van het koninklijk besluit
van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994 » (hierna : het koninklijk besluit van gecoördineerd op 14 juli 1994 » (hierna : het koninklijk besluit van
19 januari 2016) : 19 januari 2016) :
« De gerechtigde die geen personen ten laste heeft en die verkeert in « De gerechtigde die geen personen ten laste heeft en die verkeert in
een periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving, heeft recht een periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving, heeft recht
op een uitkering beperkt tot de helft. op een uitkering beperkt tot de helft.
De volledige uitkering wordt evenwel toegekend aan de gerechtigde De volledige uitkering wordt evenwel toegekend aan de gerechtigde
bedoeld in het vorige lid, vanaf de eerste dag van de voorwaardelijke bedoeld in het vorige lid, vanaf de eerste dag van de voorwaardelijke
invrijheidsstelling of van de voorlopige invrijheidsstelling en, invrijheidsstelling of van de voorlopige invrijheidsstelling en,
wanneer hij de toelating heeft bekomen om de instelling te verlaten wanneer hij de toelating heeft bekomen om de instelling te verlaten
voor een ononderbroken periode van ten minste zeven dagen, vanaf de voor een ononderbroken periode van ten minste zeven dagen, vanaf de
eerste dag van deze periode ». eerste dag van deze periode ».
B.4.1. Artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015 heeft de B.4.1. Artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015 heeft de
tekst van artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 volledig vervangen. tekst van artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 volledig vervangen.
Die wijziging is in werking getreden op 1 januari 2016 (artikel 22 van Die wijziging is in werking getreden op 1 januari 2016 (artikel 22 van
de programmawet van 10 augustus 2015, zoals het is gewijzigd bij de programmawet van 10 augustus 2015, zoals het is gewijzigd bij
artikel 24 van de wet van 16 mei 2016 « houdende diverse bepalingen artikel 24 van de wet van 16 mei 2016 « houdende diverse bepalingen
inzake sociale zaken »). Na die wijziging bepaalt artikel 105 van de inzake sociale zaken »). Na die wijziging bepaalt artikel 105 van de
wet van 14 juli 1994 : wet van 14 juli 1994 :
« De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de toekenning van de « De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de toekenning van de
uitkeringen wordt geschorst gedurende een periode van hechtenis of uitkeringen wordt geschorst gedurende een periode van hechtenis of
gevangenzetting. Hij bepaalt eveneens volgens welke nadere regels de gevangenzetting. Hij bepaalt eveneens volgens welke nadere regels de
voor de toepassing van deze maatregel noodzakelijke gegevens aan de voor de toepassing van deze maatregel noodzakelijke gegevens aan de
verzekeringsinstelling worden meegedeeld. verzekeringsinstelling worden meegedeeld.
De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden en in welke mate de De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden en in welke mate de
uitkeringen worden toegekend als de gerechtigde die geen persoon ten uitkeringen worden toegekend als de gerechtigde die geen persoon ten
laste heeft in de zin van artikel 93, zevende lid, in een periode van laste heeft in de zin van artikel 93, zevende lid, in een periode van
vrijheidsberoving, andere dan de hechtenis of de gevangenzetting, vrijheidsberoving, andere dan de hechtenis of de gevangenzetting,
verkeert ». verkeert ».
B.4.2. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat aan de B.4.2. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat aan de
oorsprong ligt van de programmawet van 10 augustus 2015 wordt vermeld oorsprong ligt van de programmawet van 10 augustus 2015 wordt vermeld
: :
« De Regering voorziet om [...] de betaling van de « De Regering voorziet om [...] de betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te schorsen gedurende de periode arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te schorsen gedurende de periode
waarin de in de zin van artikel 100 van de wet betreffende de waarin de in de zin van artikel 100 van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
arbeidsongeschikt erkende gerechtigde in hechtenis is of gevangen arbeidsongeschikt erkende gerechtigde in hechtenis is of gevangen
gezet is. gezet is.
Deze maatregel vindt haar rechtvaardiging in de volgende passage van Deze maatregel vindt haar rechtvaardiging in de volgende passage van
het regeerakkoord (blz. 123) : het regeerakkoord (blz. 123) :
` De regering zal de coherentie tussen de uitbetaling van sociale ` De regering zal de coherentie tussen de uitbetaling van sociale
uitkeringen aan gevangenen tijdens de periode van gevangenschap uitkeringen aan gevangenen tijdens de periode van gevangenschap
onderzoeken en bijsturen '. onderzoeken en bijsturen '.
Er moet inderdaad vastgesteld worden dat de diverse takken van de Er moet inderdaad vastgesteld worden dat de diverse takken van de
sociale zekerheid deze problematiek anders benaderen. Tot nu toe sociale zekerheid deze problematiek anders benaderen. Tot nu toe
bepaalt artikel 233 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot bepaalt artikel 233 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot
uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen dat de geneeskundige verzorging en uitkeringen dat de
arbeidsongeschiktheidsuitkering met de helft wordt verminderd zolang arbeidsongeschiktheidsuitkering met de helft wordt verminderd zolang
de gevangene zich bevindt in een periode van voorlopige hechtenis of de gevangene zich bevindt in een periode van voorlopige hechtenis of
vrijheidsberoving en op voorwaarde dat de betrokkene geen personen ten vrijheidsberoving en op voorwaarde dat de betrokkene geen personen ten
laste heeft. laste heeft.
Van zijn kant bepaalt artikel 67 van het koninklijk besluit van 25 Van zijn kant bepaalt artikel 67 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 houdende de werkloosheidsuitkering dat de werkloze geen november 1991 houdende de werkloosheidsuitkering dat de werkloze geen
werkloosheidsuitkering kan genieten gedurende een periode van werkloosheidsuitkering kan genieten gedurende een periode van
voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving. Er is immers geen sprake voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving. Er is immers geen sprake
van een verlies van inkomen dat door de werkloosheidsuitkering zou van een verlies van inkomen dat door de werkloosheidsuitkering zou
moeten worden gecompenseerd. Immers, zolang een werknemer in de moeten worden gecompenseerd. Immers, zolang een werknemer in de
gevangenis verblijft, heeft hij geen recht op loon vanwege zijn gevangenis verblijft, heeft hij geen recht op loon vanwege zijn
werkgever. Wanneer een werknemer in voorlopige hechtenis is, wordt werkgever. Wanneer een werknemer in voorlopige hechtenis is, wordt
zijn arbeidsovereenkomst geschorst (artikel 28 van de wet van 3 juli zijn arbeidsovereenkomst geschorst (artikel 28 van de wet van 3 juli
1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). Wanneer een werknemer het 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). Wanneer een werknemer het
voorwerp is van een vrijheidsstraf, kan hij zijn arbeid niet meer voorwerp is van een vrijheidsstraf, kan hij zijn arbeid niet meer
verrichten voor zijn werkgever. Als gevolg hiervan heeft de werkgever verrichten voor zijn werkgever. Als gevolg hiervan heeft de werkgever
geen wettelijke verplichting om een loon uit te betalen. Met andere geen wettelijke verplichting om een loon uit te betalen. Met andere
woorden, er is geen loonverlies dat door een werkloosheidsuitkering woorden, er is geen loonverlies dat door een werkloosheidsuitkering
zou moeten worden gecompenseerd. zou moeten worden gecompenseerd.
De regering is van oordeel dat een zelfde redenering kan opgaan voor De regering is van oordeel dat een zelfde redenering kan opgaan voor
de arbeidsongeschiktheidsuitkering. De arbeidsongeschiktheidsuitkering de arbeidsongeschiktheidsuitkering. De arbeidsongeschiktheidsuitkering
is immers een vervangingsinkomen, net als de werkloosheidsuitkering. is immers een vervangingsinkomen, net als de werkloosheidsuitkering.
Ze komt namelijk in de plaats van het loon dat een werknemer niet meer Ze komt namelijk in de plaats van het loon dat een werknemer niet meer
door eigen arbeid kan verwerven doordat zijn verdienvermogen met door eigen arbeid kan verwerven doordat zijn verdienvermogen met
minstens 66 % verminderd is. Tijdens een periode van gevangenschap minstens 66 % verminderd is. Tijdens een periode van gevangenschap
bestaat er evenwel geen recht op loon. Er is derhalve geen sprake van bestaat er evenwel geen recht op loon. Er is derhalve geen sprake van
een loonverlies dat door de ziekteverzekering ten laste zou moeten een loonverlies dat door de ziekteverzekering ten laste zou moeten
worden genomen. Het loonverlies in kwestie heeft niets meer met de worden genomen. Het loonverlies in kwestie heeft niets meer met de
ziekte of de arbeidsongeschiktheid te maken. Het loonverlies is te ziekte of de arbeidsongeschiktheid te maken. Het loonverlies is te
wijten aan het feit dat er door de gevangenschap geen arbeid meer kan wijten aan het feit dat er door de gevangenschap geen arbeid meer kan
worden verricht en er daardoor geen loon meer verschuldigd kan zijn. worden verricht en er daardoor geen loon meer verschuldigd kan zijn.
Vanuit dit oogpunt valt eveneens te verklaren waarom deze maatregel Vanuit dit oogpunt valt eveneens te verklaren waarom deze maatregel
enkel beoogt om de betaling van de uitkeringen te schorsen tijdens een enkel beoogt om de betaling van de uitkeringen te schorsen tijdens een
periode van hechtenis of gevangenzetting; de erkenning van de periode van hechtenis of gevangenzetting; de erkenning van de
arbeidsongeschiktheid blijft behouden zolang de betrokkene de arbeidsongeschiktheid blijft behouden zolang de betrokkene de
voorwaarden bedoeld in artikel 100 van de voormelde gecoördineerde wet voorwaarden bedoeld in artikel 100 van de voormelde gecoördineerde wet
vervult. vervult.
Voorts moet erop gewezen worden dat in het algemeen Voorts moet erop gewezen worden dat in het algemeen
aansprakelijkheidsrecht (artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek) een aansprakelijkheidsrecht (artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek) een
gedetineerde evenmin een [vordering tot] vergoeding wegens loonschade gedetineerde evenmin een [vordering tot] vergoeding wegens loonschade
kan instellen. Zijn loonverlies heeft immers ook daar op de eerste kan instellen. Zijn loonverlies heeft immers ook daar op de eerste
plaats met zijn detentie te maken. [Het] heeft niets meer te maken met plaats met zijn detentie te maken. [Het] heeft niets meer te maken met
het feit dat hij bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval het feit dat hij bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval
arbeidsongeschikt is geworden. Het is namelijk door zijn arbeidsongeschikt is geworden. Het is namelijk door zijn
vrijheidsberoving dat hij geen beroepsinkomsten kan verwerven. vrijheidsberoving dat hij geen beroepsinkomsten kan verwerven.
Derhalve kan een gedetineerde, voor de hele periode dat hij van zijn Derhalve kan een gedetineerde, voor de hele periode dat hij van zijn
vrijheid is beroofd, geen loonschade ten laste leggen van de persoon vrijheid is beroofd, geen loonschade ten laste leggen van de persoon
die voor het ongeval aansprakelijk is of diens verzekeraar [...] » die voor het ongeval aansprakelijk is of diens verzekeraar [...] »
(Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC 54-1125/001, pp. 16-17). (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC 54-1125/001, pp. 16-17).
B.4.3. De in het geding zijnde bepaling stelt het beginsel vast van de B.4.3. De in het geding zijnde bepaling stelt het beginsel vast van de
schorsing van de toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen schorsing van de toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
tijdens een periode van hechtenis of gevangenzetting en machtigt de tijdens een periode van hechtenis of gevangenzetting en machtigt de
Koning ertoe de voorwaarden van die schorsing te bepalen. Koning ertoe de voorwaarden van die schorsing te bepalen.
Uit de in B.4.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de Uit de in B.4.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de
wetgever aldus de regeling van de verzekering voor uitkeringen in lijn wetgever aldus de regeling van de verzekering voor uitkeringen in lijn
heeft willen brengen met die welke van toepassing is op de heeft willen brengen met die welke van toepassing is op de
werkloosheidsuitkeringen. Artikel 67 van het koninklijk besluit van 25 werkloosheidsuitkeringen. Artikel 67 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 « houdende de werkloosheidsreglementering » (hierna : november 1991 « houdende de werkloosheidsreglementering » (hierna :
het koninklijk besluit van 25 november 1991) bepaalt immers : het koninklijk besluit van 25 november 1991) bepaalt immers :
« De werkloze kan geen uitkeringen genieten gedurende een periode van « De werkloze kan geen uitkeringen genieten gedurende een periode van
vervullen van militieverplichtingen, van voorlopige hechtenis of vervullen van militieverplichtingen, van voorlopige hechtenis of
vrijheidsberoving ». vrijheidsberoving ».
B.4.4. Ter uitvoering van artikel 105 van de wet van 14 juli 1994, B.4.4. Ter uitvoering van artikel 105 van de wet van 14 juli 1994,
zoals het is vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10 zoals het is vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10
augustus 2015, heeft de Koning het koninklijk besluit van 19 januari augustus 2015, heeft de Koning het koninklijk besluit van 19 januari
2016 genomen, dat de tekst van artikel 233 van het koninklijk besluit 2016 genomen, dat de tekst van artikel 233 van het koninklijk besluit
van 3 juli 1996 heeft vervangen door de volgende tekst : van 3 juli 1996 heeft vervangen door de volgende tekst :
« § 1. De toekenning van de uitkering wordt geschorst tijdens een « § 1. De toekenning van de uitkering wordt geschorst tijdens een
periode waarin de gerechtigde het voorwerp vormt van een maatregel van periode waarin de gerechtigde het voorwerp vormt van een maatregel van
hechtenis of gevangenzetting in uitvoering van een strafrechtelijke hechtenis of gevangenzetting in uitvoering van een strafrechtelijke
veroordeling waardoor hij daadwerkelijk in de gevangenis verblijft. veroordeling waardoor hij daadwerkelijk in de gevangenis verblijft.
De schorsing van de toekenning van de uitkering geldt ook tijdens het De schorsing van de toekenning van de uitkering geldt ook tijdens het
tijdvak waarin de gerechtigde zich in uitvoering van een beslissing tijdvak waarin de gerechtigde zich in uitvoering van een beslissing
van de bevoegde instantie buiten de gevangenis bevindt wegens de van de bevoegde instantie buiten de gevangenis bevindt wegens de
toepassing van één van de volgende strafuitvoeringsmodaliteiten : toepassing van één van de volgende strafuitvoeringsmodaliteiten :
1° de uitgaansvergunning bedoeld in artikel 4 van de wet van 17 mei 1° de uitgaansvergunning bedoeld in artikel 4 van de wet van 17 mei
2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een
vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het
raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten; raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten;
2° het penitentiair verlof bedoeld in artikel 6 van de voormelde wet 2° het penitentiair verlof bedoeld in artikel 6 van de voormelde wet
van 17 mei 2006; van 17 mei 2006;
3° de beperkte detentie bedoeld in artikel 21 van de voormelde wet van 3° de beperkte detentie bedoeld in artikel 21 van de voormelde wet van
17 mei 2006. 17 mei 2006.
§ 2. De verzekeringsinstelling van de gerechtigde verkrijgt op § 2. De verzekeringsinstelling van de gerechtigde verkrijgt op
elektronische wijze de gegevens in de databank van de Federale elektronische wijze de gegevens in de databank van de Federale
Overheidsdienst Justitie die noodzakelijk zijn voor de toepassing van Overheidsdienst Justitie die noodzakelijk zijn voor de toepassing van
de vorige paragraaf. In afwachting van deze elektronische de vorige paragraaf. In afwachting van deze elektronische
gegevensuitwisseling gebeurt de noodzakelijke gegevensuitwisseling via gegevensuitwisseling gebeurt de noodzakelijke gegevensuitwisseling via
een papieren attest. een papieren attest.
§ 3. De toekenning van de uitkering wordt beperkt tot de helft voor de § 3. De toekenning van de uitkering wordt beperkt tot de helft voor de
geïnterneerde gerechtigde die geen persoon ten laste heeft en die in geïnterneerde gerechtigde die geen persoon ten laste heeft en die in
een door de bevoegde instantie aangewezen inrichting verblijft onder een door de bevoegde instantie aangewezen inrichting verblijft onder
het statuut van een plaatsing. De volledige uitkering wordt evenwel het statuut van een plaatsing. De volledige uitkering wordt evenwel
aan deze gerechtigde toegekend als hij vanwege de bevoegde instantie aan deze gerechtigde toegekend als hij vanwege de bevoegde instantie
de toelating heeft verkregen om de inrichting te verlaten voor een de toelating heeft verkregen om de inrichting te verlaten voor een
ononderbroken periode van ten minste zeven dagen, vanaf de eerste dag ononderbroken periode van ten minste zeven dagen, vanaf de eerste dag
van deze periode ». van deze periode ».
Bij zijn arrest nr. 241.794 van 14 juni 2018 heeft de Raad van State Bij zijn arrest nr. 241.794 van 14 juni 2018 heeft de Raad van State
de woorden « 3° de beperkte detentie bedoeld in artikel 21 van de de woorden « 3° de beperkte detentie bedoeld in artikel 21 van de
voormelde wet van 17 mei 2006 » die zijn vervat in de voormelde voormelde wet van 17 mei 2006 » die zijn vervat in de voormelde
bepaling nietig verklaard. De Raad van State heeft immers vastgesteld bepaling nietig verklaard. De Raad van State heeft immers vastgesteld
dat de regeling van de beperkte detentie de uitoefening van een dat de regeling van de beperkte detentie de uitoefening van een
beroepsactiviteit mogelijk maakt zodat, volgens de logica die beroepsactiviteit mogelijk maakt zodat, volgens de logica die
doorslaggevend was bij de aanneming van het nieuwe artikel 105 van de doorslaggevend was bij de aanneming van het nieuwe artikel 105 van de
wet van 14 juli 1994, de schorsing van de toekenning van de wet van 14 juli 1994, de schorsing van de toekenning van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een dergelijke situatie haar arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in een dergelijke situatie haar
bestaansreden verliest. bestaansreden verliest.
Ten aanzien van de prejudiciële vragen Ten aanzien van de prejudiciële vragen
B.5.1. De Ministerraad doet gelden dat de prejudiciële vragen B.5.1. De Ministerraad doet gelden dat de prejudiciële vragen
niet-ontvankelijk zijn, aangezien de formulering ervan niet-ontvankelijk zijn, aangezien de formulering ervan
noodzakelijkerwijs tot een vaststelling van ongrondwettigheid zou noodzakelijkerwijs tot een vaststelling van ongrondwettigheid zou
leiden. leiden.
B.5.2. De eerste prejudiciële vraag moet in die zin worden begrepen B.5.2. De eerste prejudiciële vraag moet in die zin worden begrepen
dat daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld over de bestaanbaarheid dat daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld over de bestaanbaarheid
van de in het geding zijnde bepaling met artikel 23 van de Grondwet, van de in het geding zijnde bepaling met artikel 23 van de Grondwet,
in het bijzonder met de in die bepaling vervatte in het bijzonder met de in die bepaling vervatte
standstill-verplichting al dan niet in samenhang gelezen met de standstill-verplichting al dan niet in samenhang gelezen met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
De tweede prejudiciële vraag moet in die zin worden begrepen dat De tweede prejudiciële vraag moet in die zin worden begrepen dat
daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld over de bestaanbaarheid van daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld over de bestaanbaarheid van
de in het geding zijnde bepaling met de artikelen 10 en 11 van de de in het geding zijnde bepaling met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in zoverre zij het beginsel vaststelt dat de toekenning van Grondwet, in zoverre zij het beginsel vaststelt dat de toekenning van
de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt geschorst gedurende een de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt geschorst gedurende een
periode van hechtenis of gevangenzetting en in zoverre zij aldus voor periode van hechtenis of gevangenzetting en in zoverre zij aldus voor
arbeidsongeschikte personen voorziet in een soortgelijke behandeling arbeidsongeschikte personen voorziet in een soortgelijke behandeling
als die waarin bij artikel 67 van het koninklijk besluit van 25 als die waarin bij artikel 67 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 is voorzien voor de werklozen. november 1991 is voorzien voor de werklozen.
Het Hof onderzoekt de prejudiciële vragen in die zin. De exceptie van Het Hof onderzoekt de prejudiciële vragen in die zin. De exceptie van
niet-ontvankelijkheid wordt verworpen. niet-ontvankelijkheid wordt verworpen.
B.6. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de situatie van een B.6. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de situatie van een
arbeidsongeschikte persoon die gevangen is gezet ter uitvoering van arbeidsongeschikte persoon die gevangen is gezet ter uitvoering van
een definitieve strafrechtelijke veroordeling en die geen persoon ten een definitieve strafrechtelijke veroordeling en die geen persoon ten
laste heeft, aangezien het gaat om de situatie die voor het laste heeft, aangezien het gaat om de situatie die voor het
verwijzende rechtscollege in het geding is. verwijzende rechtscollege in het geding is.
Daaruit volgt ook dat het onderzoek van het Hof beperkt wordt tot Daaruit volgt ook dat het onderzoek van het Hof beperkt wordt tot
artikel 105, eerste lid, van de wet van 14 juli 1994, zoals het is artikel 105, eerste lid, van de wet van 14 juli 1994, zoals het is
vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015. vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015.
Wat betreft de tweede prejudiciële vraag Wat betreft de tweede prejudiciële vraag
B.7. Het Hof onderzoekt eerst de tweede prejudiciële vraag. B.7. Het Hof onderzoekt eerst de tweede prejudiciële vraag.
B.8.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet B.8.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet
uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen
wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium
berust en het redelijk verantwoord is. Dat beginsel verzet er zich berust en het redelijk verantwoord is. Dat beginsel verzet er zich
overigens tegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van overigens tegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van
de betwiste maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, de betwiste maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden,
op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke
verantwoording bestaat. verantwoording bestaat.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat
geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel. middelen en het beoogde doel.
B.8.2. In sociaaleconomische aangelegenheden beschikt de wetgever over B.8.2. In sociaaleconomische aangelegenheden beschikt de wetgever over
een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof vermag de beleidskeuze die de een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof vermag de beleidskeuze die de
wetgever heeft gemaakt en de motieven die daaraan ten grondslag liggen wetgever heeft gemaakt en de motieven die daaraan ten grondslag liggen
slechts af te keuren indien zij niet redelijk verantwoord zijn. slechts af te keuren indien zij niet redelijk verantwoord zijn.
B.9.1. Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en werkloosheidsuitkeringen B.9.1. Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en werkloosheidsuitkeringen
voorzien beide in een vervangingsinkomen voor werknemers die niet meer voorzien beide in een vervangingsinkomen voor werknemers die niet meer
in staat zijn een inkomen uit arbeid te verwerven en zulks om reden in staat zijn een inkomen uit arbeid te verwerven en zulks om reden
van hun gezondheidstoestand dan wel hun arbeidsmarktsituatie. van hun gezondheidstoestand dan wel hun arbeidsmarktsituatie.
B.9.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de in het geding zijnde B.9.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de in het geding zijnde
bepaling, geciteerd in B.4.2, blijkt dat de wetgever van oordeel was bepaling, geciteerd in B.4.2, blijkt dat de wetgever van oordeel was
dat, aangezien personen gedurende een periode van hechtenis of dat, aangezien personen gedurende een periode van hechtenis of
gevangenzetting hun beroepsactiviteit niet kunnen uitoefenen en gevangenzetting hun beroepsactiviteit niet kunnen uitoefenen en
bijgevolg hun gebruikelijke loon niet kunnen ontvangen, het passend is bijgevolg hun gebruikelijke loon niet kunnen ontvangen, het passend is
om een inkomen ter vervanging van het inkomen uit arbeid op dezelfde om een inkomen ter vervanging van het inkomen uit arbeid op dezelfde
wijze te behandelen. En dat ongeacht of zij dit inkomen niet kunnen wijze te behandelen. En dat ongeacht of zij dit inkomen niet kunnen
verwerven wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Het verwerven wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Het
gehanteerde principe is dat geen vervangingsinkomen wordt toegekend gehanteerde principe is dat geen vervangingsinkomen wordt toegekend
aan personen die dergelijke inkomsten uit arbeid niet zouden kunnen aan personen die dergelijke inkomsten uit arbeid niet zouden kunnen
genieten (zie in die zin RvSt, 14 juni 2018, nr. 241.794, p. 12). genieten (zie in die zin RvSt, 14 juni 2018, nr. 241.794, p. 12).
B.9.3. De identieke behandeling van beide categorieën van personen B.9.3. De identieke behandeling van beide categorieën van personen
berust dus op een objectief criterium, namelijk het onvermogen om op berust dus op een objectief criterium, namelijk het onvermogen om op
de arbeidsmarkt een inkomen uit arbeid te verwerven gedurende de de arbeidsmarkt een inkomen uit arbeid te verwerven gedurende de
periode van hechtenis of gevangenzetting. De wetgever vermocht ervan periode van hechtenis of gevangenzetting. De wetgever vermocht ervan
uit te gaan dat tijdens die periode de determinerende oorzaak van het uit te gaan dat tijdens die periode de determinerende oorzaak van het
onvermogen om een inkomen uit arbeid te verwerven, niet langer te onvermogen om een inkomen uit arbeid te verwerven, niet langer te
wijten is aan hun gezondheidstoestand of arbeidsmarktsituatie maar aan wijten is aan hun gezondheidstoestand of arbeidsmarktsituatie maar aan
hun hechtenis of gevangenzetting. Dat criterium is tevens pertinent in hun hechtenis of gevangenzetting. Dat criterium is tevens pertinent in
het licht van de doelstelling van de wetgever, zoals is vermeld in het licht van de doelstelling van de wetgever, zoals is vermeld in
B.4.2, om coherentie te verzekeren tussen de uitbetaling van sociale B.4.2, om coherentie te verzekeren tussen de uitbetaling van sociale
uitkeringen aan personen gedurende de periode van hechtenis of uitkeringen aan personen gedurende de periode van hechtenis of
gevangenzetting. gevangenzetting.
B.10.1. Dat verklaart eveneens waarom de in het geding zijnde B.10.1. Dat verklaart eveneens waarom de in het geding zijnde
maatregel de betaling van de uitkeringen enkel schorst tijdens de maatregel de betaling van de uitkeringen enkel schorst tijdens de
periode van hechtenis of gevangenzetting. De erkenning van de periode van hechtenis of gevangenzetting. De erkenning van de
arbeidsongeschiktheid blijft behouden voor zover de betrokkene de arbeidsongeschiktheid blijft behouden voor zover de betrokkene de
wettelijke voorwaarden vervult (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC wettelijke voorwaarden vervult (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC
54-1125/001, p. 17). 54-1125/001, p. 17).
B.10.2. De bepaling dient dan ook zo te worden begrepen dat de B.10.2. De bepaling dient dan ook zo te worden begrepen dat de
schorsing een einde neemt van zodra de hechtenis of gevangenzetting schorsing een einde neemt van zodra de hechtenis of gevangenzetting
niet meer de determinerende oorzaak is van de onmogelijkheid om een niet meer de determinerende oorzaak is van de onmogelijkheid om een
inkomen uit arbeid te verwerven, waarbij de onmogelijkheid is evenwel inkomen uit arbeid te verwerven, waarbij de onmogelijkheid is evenwel
nog steeds het rechtstreekse gevolg is van de arbeidsongeschiktheid. nog steeds het rechtstreekse gevolg is van de arbeidsongeschiktheid.
De schorsing van de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering De schorsing van de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
verliest bijvoorbeeld haar bestaansreden in het geval van beperkte verliest bijvoorbeeld haar bestaansreden in het geval van beperkte
detentie, aangezien die regeling de uitoefening van een detentie, aangezien die regeling de uitoefening van een
beroepsactiviteit mogelijk maakt (zie in die zin RvSt, 14 juni 2018, beroepsactiviteit mogelijk maakt (zie in die zin RvSt, 14 juni 2018,
nr. 241.794, p. 15). nr. 241.794, p. 15).
B.10.3. Voorts dient erop te worden gewezen dat gedurende de periode B.10.3. Voorts dient erop te worden gewezen dat gedurende de periode
van hechtenis of gevangenzetting in huisvesting en levensonderhoud van van hechtenis of gevangenzetting in huisvesting en levensonderhoud van
de betrokkenen wordt voorzien. Zulks dient te gebeuren in de betrokkenen wordt voorzien. Zulks dient te gebeuren in
overeenstemming met de levensvoorwaarden die voortvloeien uit de overeenstemming met de levensvoorwaarden die voortvloeien uit de
basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de
rechtspositie van de gedetineerden. Naargelang van de individuele rechtspositie van de gedetineerden. Naargelang van de individuele
levensbehoeften kunnen de openbare centra voor maatschappelijk welzijn levensbehoeften kunnen de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
ter aanvulling maatschappelijke dienstverlening bieden. ter aanvulling maatschappelijke dienstverlening bieden.
B.10.4. Gelet op het voorgaande is de gelijke behandeling van personen B.10.4. Gelet op het voorgaande is de gelijke behandeling van personen
in hechtenis of gevangenzetting wat betreft de schorsing van hun in hechtenis of gevangenzetting wat betreft de schorsing van hun
vervangingsinkomen wegens werkloosheid of wegens vervangingsinkomen wegens werkloosheid of wegens
arbeidsongeschiktheid, niet zonder redelijke verantwoording. arbeidsongeschiktheid, niet zonder redelijke verantwoording.
B.11. Artikel 105, eerste lid, van de wet van 14 juli 1994, zoals het B.11. Artikel 105, eerste lid, van de wet van 14 juli 1994, zoals het
is vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015, is vervangen bij artikel 21 van de programmawet van 10 augustus 2015,
is bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. is bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
Wat betreft de eerste prejudiciële vraag Wat betreft de eerste prejudiciële vraag
B.12. Zoals is vermeld in B.5.2, moet de eerste prejudiciële vraag in B.12. Zoals is vermeld in B.5.2, moet de eerste prejudiciële vraag in
die zin worden begrepen dat daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld die zin worden begrepen dat daarin aan het Hof een vraag wordt gesteld
over de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met over de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met
artikel 23 van de Grondwet, in het bijzonder met de in die bepaling artikel 23 van de Grondwet, in het bijzonder met de in die bepaling
vervatte standstill-verplichting. vervatte standstill-verplichting.
B.13.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft B.13.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft
een menswaardig leven te leiden en draagt de onderscheiden wetgevers een menswaardig leven te leiden en draagt de onderscheiden wetgevers
op de erin vermelde economische, sociale en culturele rechten daartoe op de erin vermelde economische, sociale en culturele rechten daartoe
te waarborgen, waaronder « het recht op sociale zekerheid ». te waarborgen, waaronder « het recht op sociale zekerheid ».
B.13.2. Het bevat een standstill-verplichting die eraan in de weg B.13.2. Het bevat een standstill-verplichting die eraan in de weg
staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat wordt staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat wordt
geboden door de van toepassing zijnde wetgeving, in aanzienlijke mate geboden door de van toepassing zijnde wetgeving, in aanzienlijke mate
vermindert zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het vermindert zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het
algemeen belang. algemeen belang.
B.14.1. Vóór de inwerkingtreding van de in het geding zijnde bepaling B.14.1. Vóór de inwerkingtreding van de in het geding zijnde bepaling
bleven personen zonder personen ten laste de helft van hun bleven personen zonder personen ten laste de helft van hun
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen gedurende hun hechtenis of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen gedurende hun hechtenis of
gevangenzetting (oud artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 en oud gevangenzetting (oud artikel 105 van de wet van 14 juli 1994 en oud
artikel 233 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, geciteerd in artikel 233 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, geciteerd in
B.3). B.3).
Sinds de wijziging ervan bij de programmawet van 10 augustus 2015 Sinds de wijziging ervan bij de programmawet van 10 augustus 2015
stelt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994, geciteerd in B.4.1, het stelt artikel 105 van de wet van 14 juli 1994, geciteerd in B.4.1, het
beginsel van de volledige schorsing van de toekenning van beginsel van de volledige schorsing van de toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vast in geval van hechtenis of arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vast in geval van hechtenis of
gevangenzetting en geeft het de Koning de bevoegdheid de voorwaarden gevangenzetting en geeft het de Koning de bevoegdheid de voorwaarden
van deze schorsing te bepalen. van deze schorsing te bepalen.
B.14.2. De in het geding zijnde bepaling brengt aldus een aanzienlijke B.14.2. De in het geding zijnde bepaling brengt aldus een aanzienlijke
achteruitgang te weeg in het recht op sociale zekerheid ten aanzien achteruitgang te weeg in het recht op sociale zekerheid ten aanzien
van de gerechtigden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die zich in van de gerechtigden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die zich in
hechtenis bevinden of gevangen zijn gezet. hechtenis bevinden of gevangen zijn gezet.
Om bestaanbaar te zijn met artikel 23 van de Grondwet, moet die Om bestaanbaar te zijn met artikel 23 van de Grondwet, moet die
aanzienlijke achteruitgang worden verantwoord door redenen van aanzienlijke achteruitgang worden verantwoord door redenen van
algemeen belang. algemeen belang.
B.15.1. Er zijn evenwel redenen van algemeen belang die de B.15.1. Er zijn evenwel redenen van algemeen belang die de
aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau voor de aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau voor de
betrokken personen gedurende hun hechtenis of gevangenzetting betrokken personen gedurende hun hechtenis of gevangenzetting
rechtvaardigen. rechtvaardigen.
B.15.2. De wetgever heeft met die maatregel een coherent systeem voor B.15.2. De wetgever heeft met die maatregel een coherent systeem voor
de uitbetaling van sociale uitkeringen aan personen in hechtenis of de uitbetaling van sociale uitkeringen aan personen in hechtenis of
gevangenzetting willen uitwerken (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC gevangenzetting willen uitwerken (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC
54-1125/001, p. 16). 54-1125/001, p. 16).
Zoals is vermeld in B.9.3 tot B.10.2, schakelt de in het geding zijnde Zoals is vermeld in B.9.3 tot B.10.2, schakelt de in het geding zijnde
bepaling de behandeling van personen gelijk die recht hebben op een bepaling de behandeling van personen gelijk die recht hebben op een
vervangingsinkomen wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. In vervangingsinkomen wegens werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. In
beide gevallen verandert de determinerende oorzaak van het onvermogen beide gevallen verandert de determinerende oorzaak van het onvermogen
om inkomen uit arbeid te verwerven gedurende de periode van hechtenis om inkomen uit arbeid te verwerven gedurende de periode van hechtenis
of gevangenzetting. Om die reden schorst de in het geding zijnde of gevangenzetting. Om die reden schorst de in het geding zijnde
bepaling de toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen enkel bepaling de toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen enkel
wanneer er wegens de hechtenis of gevangenzetting geen arbeid meer kan wanneer er wegens de hechtenis of gevangenzetting geen arbeid meer kan
worden verricht. worden verricht.
B.15.3. Het staat, in het licht van hetgeen is vermeld in B.13.1, aan B.15.3. Het staat, in het licht van hetgeen is vermeld in B.13.1, aan
de bevoegde federale overheid de gepaste uitvoering te geven aan titel de bevoegde federale overheid de gepaste uitvoering te geven aan titel
V inzake de levensvoorwaarden van de gedetineerden, als bedoeld in de V inzake de levensvoorwaarden van de gedetineerden, als bedoeld in de
basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de
rechtspositie van de gedetineerden. rechtspositie van de gedetineerden.
B.16. De in het geding zijnde bepaling is aldus niet onbestaanbaar met B.16. De in het geding zijnde bepaling is aldus niet onbestaanbaar met
de in artikel 23 van de Grondwet vervatte standstill-verplichting. de in artikel 23 van de Grondwet vervatte standstill-verplichting.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 105, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte Artikel 105, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals het is vervangen bij artikel 21 gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals het is vervangen bij artikel 21
van de programmawet van 10 augustus 2015, schendt de artikelen 10, 11 van de programmawet van 10 augustus 2015, schendt de artikelen 10, 11
en 23 van de Grondwet niet. en 23 van de Grondwet niet.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 22 december 2022. op 22 december 2022.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
P. Nihoul P. Nihoul
^