← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 102/2022 van 22 juli 2022 Rolnummer 7792 In zake : de prejudiciële
vraag over de artikelen II.225, II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd
bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktob Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 102/2022 van 22 juli 2022 Rolnummer 7792 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen II.225, II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktob Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) | Uittreksel uit arrest nr. 102/2022 van 22 juli 2022 Rolnummer 7792 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen II.225, II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktob Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 102/2022 van 22 juli 2022 | Uittreksel uit arrest nr. 102/2022 van 22 juli 2022 |
Rolnummer 7792 | Rolnummer 7792 |
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen II.225, II.241 en | In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen II.225, II.241 en |
II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit | II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit |
van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 « tot codificatie van de | van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 « tot codificatie van de |
decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs », gesteld door | decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs », gesteld door |
de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. | de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de | samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de |
rechters J.-P. Moerman, Y. Kherbache, T. Detienne, E. Bribosia en W. | rechters J.-P. Moerman, Y. Kherbache, T. Detienne, E. Bribosia en W. |
Verrijdt, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Verrijdt, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, | voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 20 april 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het | Bij arrest van 20 april 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 22 april 2022, heeft de Raad voor betwistingen | Hof is ingekomen op 22 april 2022, heeft de Raad voor betwistingen |
inzake studievoortgangsbeslissingen de volgende prejudiciële vraag | inzake studievoortgangsbeslissingen de volgende prejudiciële vraag |
gesteld : | gesteld : |
« Schenden de artikelen II.225 enerzijds en II.241 en II.242 van de | « Schenden de artikelen II.225 enerzijds en II.241 en II.242 van de |
Codex Hoger Onderwijs anderzijds de artikelen 10 en 11 van de | Codex Hoger Onderwijs anderzijds de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, wanneer de artikelen II.241 en II.242 van de Codex Hoger | Grondwet, wanneer de artikelen II.241 en II.242 van de Codex Hoger |
Onderwijs aldus worden geïnterpreteerd dat het onderzoek dat een | Onderwijs aldus worden geïnterpreteerd dat het onderzoek dat een |
hogeronderwijsinstelling mag voeren met het oog op het al dan niet | hogeronderwijsinstelling mag voeren met het oog op het al dan niet |
verlenen van een vrijstelling op basis van een eerder verworven | verlenen van een vrijstelling op basis van een eerder verworven |
kwalificatie, ook de actualiteitswaarde van die eerder verworven | kwalificatie, ook de actualiteitswaarde van die eerder verworven |
kwalificatie mag omvatten, terwijl voor de studenten die onder | kwalificatie mag omvatten, terwijl voor de studenten die onder |
toepassing van artikel II.225 van de Codex Hoger Onderwijs vallen, de | toepassing van artikel II.225 van de Codex Hoger Onderwijs vallen, de |
instelling de geldigheid van een creditbewijs niet van een dergelijk | instelling de geldigheid van een creditbewijs niet van een dergelijk |
onderzoek mag laten afhangen ? ». | onderzoek mag laten afhangen ? ». |
Op 4 mei 2022 hebben de rechters-verslaggevers W. Verrijdt en T. | Op 4 mei 2022 hebben de rechters-verslaggevers W. Verrijdt en T. |
Detienne, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | Detienne, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere |
wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in | wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in |
kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te | kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te |
stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op | stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op |
voorafgaande rechtspleging. | voorafgaande rechtspleging. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen II.225, | B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen II.225, |
II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd | II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd |
bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 « tot | bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 « tot |
codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger | codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger |
onderwijs » (hierna : de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). | onderwijs » (hierna : de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). |
Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of die | Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of die |
bepalingen bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, | bepalingen bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, |
« wanneer de artikelen II.241 en II.242 van de Codex Hoger Onderwijs | « wanneer de artikelen II.241 en II.242 van de Codex Hoger Onderwijs |
aldus worden geïnterpreteerd dat het onderzoek dat een | aldus worden geïnterpreteerd dat het onderzoek dat een |
hogeronderwijsinstelling mag voeren met het oog op het al dan niet | hogeronderwijsinstelling mag voeren met het oog op het al dan niet |
verlenen van een vrijstelling op basis van een eerder verworven | verlenen van een vrijstelling op basis van een eerder verworven |
kwalificatie, ook de actualiteitswaarde van die eerder verworven | kwalificatie, ook de actualiteitswaarde van die eerder verworven |
kwalificatie mag omvatten, terwijl voor de studenten die onder | kwalificatie mag omvatten, terwijl voor de studenten die onder |
toepassing van artikel II.225 van de Codex Hoger Onderwijs vallen, de | toepassing van artikel II.225 van de Codex Hoger Onderwijs vallen, de |
instelling de geldigheid van een creditbewijs niet van een dergelijk | instelling de geldigheid van een creditbewijs niet van een dergelijk |
onderzoek mag laten afhangen ». | onderzoek mag laten afhangen ». |
B.2.1. De Vlaamse Codex Hoger Onderwijs voorziet in twee types van | B.2.1. De Vlaamse Codex Hoger Onderwijs voorziet in twee types van |
studievoortgang : enerzijds, de studievoortgang op grond van examens | studievoortgang : enerzijds, de studievoortgang op grond van examens |
en, anderzijds, de studievoortgang op grond van « eerder verworven | en, anderzijds, de studievoortgang op grond van « eerder verworven |
competenties » (hierna : EVC) en « eerder verworven kwalificaties » | competenties » (hierna : EVC) en « eerder verworven kwalificaties » |
(hierna : EVK). | (hierna : EVK). |
B.2.2. Inzake de studievoortgang op grond van examens bepaalt | B.2.2. Inzake de studievoortgang op grond van examens bepaalt |
paragraaf 3 van het in het geding zijnde artikel II.225 van de Vlaamse | paragraaf 3 van het in het geding zijnde artikel II.225 van de Vlaamse |
Codex Hoger Onderwijs : | Codex Hoger Onderwijs : |
« Een creditbewijs blijft onbeperkt geldig binnen de betrokken | « Een creditbewijs blijft onbeperkt geldig binnen de betrokken |
opleiding aan de instelling waar dit werd behaald ». | opleiding aan de instelling waar dit werd behaald ». |
Een creditbewijs is « de erkenning van het feit dat een student | Een creditbewijs is « de erkenning van het feit dat een student |
blijkens een examen de competenties, verbonden aan een | blijkens een examen de competenties, verbonden aan een |
opleidingsonderdeel, heeft verworven » (artikel I.3, 17°, van de | opleidingsonderdeel, heeft verworven » (artikel I.3, 17°, van de |
Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). Een student behaalt een creditbewijs | Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). Een student behaalt een creditbewijs |
door te slagen voor een opleidingsonderdeel (artikel II.225, § 1, van | door te slagen voor een opleidingsonderdeel (artikel II.225, § 1, van |
de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). | de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). |
B.2.3. Een EVK wordt in artikel I.3, 23°, van de Vlaamse Codex Hoger | B.2.3. Een EVK wordt in artikel I.3, 23°, van de Vlaamse Codex Hoger |
Onderwijs gedefinieerd als « een eerder verworven kwalificatie, zijnde | Onderwijs gedefinieerd als « een eerder verworven kwalificatie, zijnde |
elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een | elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een |
formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg | formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg |
werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd | werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd |
behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de | behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de |
kwalificatie wenst te laten gelden ». | kwalificatie wenst te laten gelden ». |
Paragraaf 1 van het in het geding zijnde artikel II.241 van de Vlaamse | Paragraaf 1 van het in het geding zijnde artikel II.241 van de Vlaamse |
Codex Hoger Onderwijs bepaalt dat het instellingsbestuur op grond van | Codex Hoger Onderwijs bepaalt dat het instellingsbestuur op grond van |
EVK's en/of een bewijs van bekwaamheid een vrijstelling verleent. | EVK's en/of een bewijs van bekwaamheid een vrijstelling verleent. |
Krachtens paragraaf 1 van het in het geding zijnde artikel II.242 | Krachtens paragraaf 1 van het in het geding zijnde artikel II.242 |
leggen de associaties in een reglement algemene voorschriften vast | leggen de associaties in een reglement algemene voorschriften vast |
voor het verlenen van vrijstellingen. Die voorschriften bevatten een | voor het verlenen van vrijstellingen. Die voorschriften bevatten een |
nadere uitwerking van onder meer « de toekenningsvoorwaarden op grond | nadere uitwerking van onder meer « de toekenningsvoorwaarden op grond |
van de inhoudelijke aansluiting tussen het betrokken | van de inhoudelijke aansluiting tussen het betrokken |
opleidingsonderdeel, of het deel ervan, en de geattesteerde EVK's | opleidingsonderdeel, of het deel ervan, en de geattesteerde EVK's |
en/of EVC's ». Rekening houdend met die voorschriften, werkt het | en/of EVC's ». Rekening houdend met die voorschriften, werkt het |
instellingsbestuur de nadere regelen inzake het verlenen van | instellingsbestuur de nadere regelen inzake het verlenen van |
vrijstellingen uit in het onderwijs- en examenreglement (artikel | vrijstellingen uit in het onderwijs- en examenreglement (artikel |
II.242, § 2, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). | II.242, § 2, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs). |
B.3. Het Hof wordt ondervraagd over het verschil in behandeling | B.3. Het Hof wordt ondervraagd over het verschil in behandeling |
tussen, enerzijds, studenten die een vrijstelling wensen te verkrijgen | tussen, enerzijds, studenten die een vrijstelling wensen te verkrijgen |
op grond van een EVK en, anderzijds, studenten die een credit voor een | op grond van een EVK en, anderzijds, studenten die een credit voor een |
opleidingsonderdeel wensen te valoriseren binnen de betrokken | opleidingsonderdeel wensen te valoriseren binnen de betrokken |
opleiding aan de instelling waar die credit werd behaald. Volgens het | opleiding aan de instelling waar die credit werd behaald. Volgens het |
verwijzende rechtscollege leiden de artikelen II.241 en II.242 van de | verwijzende rechtscollege leiden de artikelen II.241 en II.242 van de |
Vlaamse Codex Hoger Onderwijs ertoe dat de onderwijsinstelling in het | Vlaamse Codex Hoger Onderwijs ertoe dat de onderwijsinstelling in het |
eerstgenoemde geval de toekenning van een vrijstelling afhankelijk kan | eerstgenoemde geval de toekenning van een vrijstelling afhankelijk kan |
maken van een actualiteitsonderzoek, terwijl in het laatstgenoemde | maken van een actualiteitsonderzoek, terwijl in het laatstgenoemde |
geval een actualiteitsonderzoek uitgesloten is, krachtens artikel | geval een actualiteitsonderzoek uitgesloten is, krachtens artikel |
II.225 van dezelfde Codex. | II.225 van dezelfde Codex. |
B.4. Bij zijn arrest nr. 186/2021 van 16 december 2021 heeft het Hof | B.4. Bij zijn arrest nr. 186/2021 van 16 december 2021 heeft het Hof |
geoordeeld : | geoordeeld : |
« B.2. De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of het in | « B.2. De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of het in |
het geding zijnde artikel [II.225], § 3, van de Vlaamse Codex Hoger | het geding zijnde artikel [II.225], § 3, van de Vlaamse Codex Hoger |
Onderwijs, al dan niet in samenhang gelezen met artikel I.3, 23°, van | Onderwijs, al dan niet in samenhang gelezen met artikel I.3, 23°, van |
dezelfde Codex, een onverantwoord verschil in behandeling instelt | dezelfde Codex, een onverantwoord verschil in behandeling instelt |
tussen een student die een credit voor een opleidingsonderdeel wenst | tussen een student die een credit voor een opleidingsonderdeel wenst |
te valoriseren binnen de betrokken opleiding aan de instelling waar | te valoriseren binnen de betrokken opleiding aan de instelling waar |
die credit werd behaald en een student die een credit voor hetzelfde | die credit werd behaald en een student die een credit voor hetzelfde |
opleidingsonderdeel behaald in dezelfde opleiding doch aan een andere | opleidingsonderdeel behaald in dezelfde opleiding doch aan een andere |
instelling als een ' eerder verworven kwalificatie ' wenst te | instelling als een ' eerder verworven kwalificatie ' wenst te |
valoriseren. Terwijl de eerstgenoemde student die credit onbeperkt in | valoriseren. Terwijl de eerstgenoemde student die credit onbeperkt in |
de tijd zou kunnen valoriseren zonder dat die credit aan een | de tijd zou kunnen valoriseren zonder dat die credit aan een |
actualiteitsonderzoek kan worden onderworpen, zou de credit van die | actualiteitsonderzoek kan worden onderworpen, zou de credit van die |
tweede student wel aan een actualiteitsonderzoek kunnen worden | tweede student wel aan een actualiteitsonderzoek kunnen worden |
onderworpen en zou ten gevolge van dat onderzoek de inzet van die | onderworpen en zou ten gevolge van dat onderzoek de inzet van die |
credit als een ' eerder verworven kwalificatie ' kunnen worden | credit als een ' eerder verworven kwalificatie ' kunnen worden |
geweigerd. | geweigerd. |
B.3.1. De verwerende partij voor het verwijzende rechtscollege voert | B.3.1. De verwerende partij voor het verwijzende rechtscollege voert |
aan dat de prejudiciële vraag geen antwoord behoeft, aangezien het in | aan dat de prejudiciële vraag geen antwoord behoeft, aangezien het in |
het geding zijnde verschil in behandeling niet voortvloeit uit het in | het geding zijnde verschil in behandeling niet voortvloeit uit het in |
het geding zijnde artikel 225, § 3, van de Vlaamse Codex Hoger | het geding zijnde artikel 225, § 3, van de Vlaamse Codex Hoger |
Onderwijs. | Onderwijs. |
B.3.2. Het in het geding zijnde artikel [II.225], § 3, van de Vlaamse | B.3.2. Het in het geding zijnde artikel [II.225], § 3, van de Vlaamse |
Codex Hoger Onderwijs, dat louter bepaalt dat een creditbewijs | Codex Hoger Onderwijs, dat louter bepaalt dat een creditbewijs |
onbeperkt geldig blijft binnen de betrokken opleiding aan de | onbeperkt geldig blijft binnen de betrokken opleiding aan de |
instelling waar dit werd behaald, impliceert niet dat een EVK aan een | instelling waar dit werd behaald, impliceert niet dat een EVK aan een |
actualiteitsonderzoek dient te worden onderworpen voor de toekenning | actualiteitsonderzoek dient te worden onderworpen voor de toekenning |
van een vrijstelling. Evenmin kan zulks worden afgeleid uit het in het | van een vrijstelling. Evenmin kan zulks worden afgeleid uit het in het |
geding zijnde artikel I.3, 23°, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, | geding zijnde artikel I.3, 23°, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, |
dat louter het begrip ' EVK ' definieert. | dat louter het begrip ' EVK ' definieert. |
Artikel II.242, § 1, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, dat niet in | Artikel II.242, § 1, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, dat niet in |
het geding is, bepaalt dat de voorwaarden voor de toekenning van een | het geding is, bepaalt dat de voorwaarden voor de toekenning van een |
vrijstelling betrekking hebben op de inhoudelijke aansluiting tussen | vrijstelling betrekking hebben op de inhoudelijke aansluiting tussen |
het betrokken opleidingsonderdeel en de EVK. Die voorwaarden dienen | het betrokken opleidingsonderdeel en de EVK. Die voorwaarden dienen |
verder te worden uitgewerkt in een reglement van de associaties en | verder te worden uitgewerkt in een reglement van de associaties en |
vervolgens in het onderwijs- en examenreglement van het | vervolgens in het onderwijs- en examenreglement van het |
instellingsbestuur. | instellingsbestuur. |
Het verschil in behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd, vloeit | Het verschil in behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd, vloeit |
bijgevolg niet voort uit de in het geding zijnde bepalingen, doch wel | bijgevolg niet voort uit de in het geding zijnde bepalingen, doch wel |
uit het voormelde reglement van de associaties of het onderwijs- en | uit het voormelde reglement van de associaties of het onderwijs- en |
examenreglement van het instellingsbestuur, dan wel uit de toepassing | examenreglement van het instellingsbestuur, dan wel uit de toepassing |
die daarvan wordt gemaakt. Het komt aan het verwijzende rechtscollege | die daarvan wordt gemaakt. Het komt aan het verwijzende rechtscollege |
toe die reglementen en de toepassing die daarvan wordt gemaakt te | toe die reglementen en de toepassing die daarvan wordt gemaakt te |
beoordelen ten aanzien van de hogere rechtsnormen, waaronder de | beoordelen ten aanzien van de hogere rechtsnormen, waaronder de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.4. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord ». | B.4. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord ». |
B.5. Zoals het verschil in behandeling waarover het Hof zich heeft | B.5. Zoals het verschil in behandeling waarover het Hof zich heeft |
uitgesproken bij zijn arrest nr. 186/2021, steunt het aan het Hof | uitgesproken bij zijn arrest nr. 186/2021, steunt het aan het Hof |
voorgelegde verschil in behandeling te dezen op de omstandigheid dat | voorgelegde verschil in behandeling te dezen op de omstandigheid dat |
een EVK aan een actualiteitsonderzoek zou kunnen worden onderworpen | een EVK aan een actualiteitsonderzoek zou kunnen worden onderworpen |
voor de toekenning van een vrijstelling, terwijl een creditbewijs | voor de toekenning van een vrijstelling, terwijl een creditbewijs |
onbeperkt geldig blijft binnen de betrokken opleiding aan de | onbeperkt geldig blijft binnen de betrokken opleiding aan de |
instelling waar dit werd behaald, zonder dat de actualiteit daarvan | instelling waar dit werd behaald, zonder dat de actualiteit daarvan |
kan worden onderzocht. | kan worden onderzocht. |
De artikelen II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs | De artikelen II.241 en II.242 van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs |
leggen zelf geen dergelijk actualiteitsonderzoek op. Het verschil in | leggen zelf geen dergelijk actualiteitsonderzoek op. Het verschil in |
behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd, ontstaat pas indien | behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd, ontstaat pas indien |
een reglement van een associatie of een onderwijs- en examenreglement | een reglement van een associatie of een onderwijs- en examenreglement |
van een instellingsbestuur een actualiteitsonderzoek voorschrijft. Dat | van een instellingsbestuur een actualiteitsonderzoek voorschrijft. Dat |
verschil in behandeling vloeit bijgevolg niet voort uit de in het | verschil in behandeling vloeit bijgevolg niet voort uit de in het |
geding zijnde bepalingen, maar uit de door de associaties of | geding zijnde bepalingen, maar uit de door de associaties of |
onderwijsinstellingen vastgestelde voorschriften inzake het verlenen | onderwijsinstellingen vastgestelde voorschriften inzake het verlenen |
van vrijstellingen, dan wel uit de toepassing die daarvan wordt | van vrijstellingen, dan wel uit de toepassing die daarvan wordt |
gemaakt. | gemaakt. |
Het staat aan het verwijzende rechtscollege die voorschriften en de | Het staat aan het verwijzende rechtscollege die voorschriften en de |
toepassing die daarvan wordt gemaakt te beoordelen ten aanzien van de | toepassing die daarvan wordt gemaakt te beoordelen ten aanzien van de |
hogere rechtsnormen, waaronder de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | hogere rechtsnormen, waaronder de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.6. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | B.6. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 22 juli 2022. | op 22 juli 2022. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
P.-Y. Dutilleux L. Lavrysen | P.-Y. Dutilleux L. Lavrysen |