Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 79/2022 van 9 juni 2022 Rolnummer 7654 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grond samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 79/2022 van 9 juni 2022 Rolnummer 7654 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grond samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J.(...) Uittreksel uit arrest nr. 79/2022 van 9 juni 2022 Rolnummer 7654 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grond samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J.(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 79/2022 van 9 juni 2022 Uittreksel uit arrest nr. 79/2022 van 9 juni 2022
Rolnummer 7654 Rolnummer 7654
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12bis, § 1, 2°, In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 12bis, § 1, 2°,
van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, gesteld door het Hof van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, gesteld door het Hof
van Beroep te Brussel. van Beroep te Brussel.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de
rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache,
T. Detienne, D. Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia en W. Verrijdt, T. Detienne, D. Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia en W. Verrijdt,
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter L. Lavrysen, voorzitter L. Lavrysen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 14 september 2021, waarvan de expeditie ter griffie van Bij arrest van 14 september 2021, waarvan de expeditie ter griffie van
het Hof is ingekomen op 20 oktober 2021, heeft het Hof van Beroep te het Hof is ingekomen op 20 oktober 2021, heeft het Hof van Beroep te
Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 12bis, § 1, 2° WBN de artikelen 22 en 22bis van de « Schendt artikel 12bis, § 1, 2° WBN de artikelen 22 en 22bis van de
Grondwet, gecombineerd met artikel 8 van het EVRM, in de interpretatie Grondwet, gecombineerd met artikel 8 van het EVRM, in de interpretatie
volgens dewelke het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf jaar volgens dewelke het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf jaar
voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking vormt van voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking vormt van
de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet worden de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet worden
als bewijs van de maatschappelijke integratie in België ? ». als bewijs van de maatschappelijke integratie in België ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling
B.1.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van artikel B.1.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van artikel
12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek van de Belgische 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit met de artikelen 22 en 22bis van de Grondwet, in nationaliteit met de artikelen 22 en 22bis van de Grondwet, in
samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de
rechten van de mens, in de interpretatie dat het opnemen van rechten van de mens, in de interpretatie dat het opnemen van
ouderschapsverlof tot gevolg heeft dat de tewerkstelling die moet ouderschapsverlof tot gevolg heeft dat de tewerkstelling die moet
worden aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie, niet worden aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie, niet
als ononderbroken kan worden beschouwd. als ononderbroken kan worden beschouwd.
B.1.2. Artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische B.1.2. Artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit bepaalt de voorwaarden waaronder een vreemdeling die nationaliteit bepaalt de voorwaarden waaronder een vreemdeling die
vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats in België heeft gevestigd, de vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats in België heeft gevestigd, de
Belgische nationaliteit kan verkrijgen door een Belgische nationaliteit kan verkrijgen door een
nationaliteitsverklaring : nationaliteitsverklaring :
« Kunnen de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring af « Kunnen de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring af
te leggen overeenkomstig artikel 15 : te leggen overeenkomstig artikel 15 :
[...] [...]
2° de vreemdeling die : 2° de vreemdeling die :
a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt; a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;
b) en vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd in België op b) en vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd in België op
grond van een wettelijk verblijf; grond van een wettelijk verblijf;
c) en het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen; c) en het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen;
d) en zijn maatschappelijke integratie bewijst door : d) en zijn maatschappelijke integratie bewijst door :
- hetzij een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling - hetzij een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling
opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of de opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of de
Koninklijke Militaire School en dat minstens van het niveau is van het Koninklijke Militaire School en dat minstens van het niveau is van het
hoger secundair onderwijs; hoger secundair onderwijs;
- hetzij een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een - hetzij een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een
bevoegde overheid te hebben gevolgd; bevoegde overheid te hebben gevolgd;
- hetzij, naargelang het geval, het bewijs uitgereikt door de daartoe - hetzij, naargelang het geval, het bewijs uitgereikt door de daartoe
bevoegde overheid te leveren van het met succes gevolgd hebben van het bevoegde overheid te leveren van het met succes gevolgd hebben van het
inburgeringstraject, het onthaaltraject of het integratieparcours inburgeringstraject, het onthaaltraject of het integratieparcours
waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid van zijn waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid van zijn
hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij dit aanvat; hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij dit aanvat;
- hetzij gedurende de voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer - hetzij gedurende de voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer
en/of als statutair benoemde in overheidsdienst en/of als zelfstandige en/of als statutair benoemde in overheidsdienst en/of als zelfstandige
in hoofdberoep te hebben gewerkt; in hoofdberoep te hebben gewerkt;
e) en zijn economische participatie bewijst door : e) en zijn economische participatie bewijst door :
- hetzij als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst - hetzij als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst
gedurende de voorbije vijf jaar minimaal 468 arbeidsdagen te hebben gedurende de voorbije vijf jaar minimaal 468 arbeidsdagen te hebben
gewerkt; gewerkt;
- hetzij in het kader van een zelfstandige beroepsactiviteit in - hetzij in het kader van een zelfstandige beroepsactiviteit in
hoofdberoep de voorbije vijf jaar gedurende minstens zes kwartalen de hoofdberoep de voorbije vijf jaar gedurende minstens zes kwartalen de
verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen in België verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen in België
te hebben betaald; te hebben betaald;
De duur van de opleiding gevolgd tijdens de vijf jaar voorafgaand aan De duur van de opleiding gevolgd tijdens de vijf jaar voorafgaand aan
het verzoek bedoeld in 2°, d), eerste en/of tweede streepje, wordt in het verzoek bedoeld in 2°, d), eerste en/of tweede streepje, wordt in
mindering gebracht van de duur van de vereiste beroepsactiviteit van mindering gebracht van de duur van de vereiste beroepsactiviteit van
minstens 468 dagen of van de duur van de zelfstandige minstens 468 dagen of van de duur van de zelfstandige
beroepsactiviteit in hoofdberoep ». beroepsactiviteit in hoofdberoep ».
B.1.3. In de omzendbrief van 8 maart 2013 « betreffende bepaalde B.1.3. In de omzendbrief van 8 maart 2013 « betreffende bepaalde
aspecten van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek aspecten van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek
van de belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de van de belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de
Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken » (hierna : de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken » (hierna : de
omzendbrief van 8 maart 2013) wordt de invulling van de vereiste om « omzendbrief van 8 maart 2013) wordt de invulling van de vereiste om «
vijf jaar onafgebroken te hebben gewerkt » als volgt verduidelijkt : vijf jaar onafgebroken te hebben gewerkt » als volgt verduidelijkt :
« Wat betreft de vraag wat moet worden verstaan onder de voorwaarde ' « Wat betreft de vraag wat moet worden verstaan onder de voorwaarde '
de voorbije vijf jaar onafgebroken hebben gewerkt ', past het deze de voorbije vijf jaar onafgebroken hebben gewerkt ', past het deze
voorwaarde te interpreteren in het licht van de definitie van ' voorwaarde te interpreteren in het licht van de definitie van '
arbeidsdag ' omschreven in artikel 1, § 2, 7°, WBN. arbeidsdag ' omschreven in artikel 1, § 2, 7°, WBN.
Volgens die definitie dient namelijk deeltijdse arbeid meegerekend te Volgens die definitie dient namelijk deeltijdse arbeid meegerekend te
worden. Arbeid die in het buitenland werd verricht, kan daarentegen worden. Arbeid die in het buitenland werd verricht, kan daarentegen
niet in aanmerking genomen worden ». niet in aanmerking genomen worden ».
B.1.4. Artikel 1, § 2, 7°, van het Wetboek van de Belgische B.1.4. Artikel 1, § 2, 7°, van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit bepaalt dat voor de toepassing van dat Wetboek, onder nationaliteit bepaalt dat voor de toepassing van dat Wetboek, onder
arbeidsdag moet worden verstaan : arbeidsdag moet worden verstaan :
« de arbeidsdagen en de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen in de « de arbeidsdagen en de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen in de
zin van artikel 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 november zin van artikel 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 november
1991 houdende de werkloosheidsreglementering, met dien verstande dat 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, met dien verstande dat
de in het buitenland verrichte arbeid en de in het buitenland de in het buitenland verrichte arbeid en de in het buitenland
gelijkgestelde dagen niet worden meegerekend. Ingeval de vreemdeling gelijkgestelde dagen niet worden meegerekend. Ingeval de vreemdeling
in de referentieperiode van vijf jaar enerzijds als werknemer en/of in de referentieperiode van vijf jaar enerzijds als werknemer en/of
als statutair benoemde in overheidsdienst en anderzijds, als als statutair benoemde in overheidsdienst en anderzijds, als
zelfstandige in hoofdberoep heeft gewerkt, wordt ieder als zelfstandige in hoofdberoep heeft gewerkt, wordt ieder als
zelfstandige in hoofdberoep gewerkt kwartaal voor 78 arbeidsdagen in zelfstandige in hoofdberoep gewerkt kwartaal voor 78 arbeidsdagen in
rekening gebracht. Deeltijdse arbeid, die in uren wordt uitgedrukt, rekening gebracht. Deeltijdse arbeid, die in uren wordt uitgedrukt,
wordt in aanmerking genomen volgens de formule die wordt gebruikt met wordt in aanmerking genomen volgens de formule die wordt gebruikt met
toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de
werkloosheidsreglementering en de ministeriële besluiten die daaraan werkloosheidsreglementering en de ministeriële besluiten die daaraan
uitvoering geven ». uitvoering geven ».
B.1.5. De artikelen 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 B.1.5. De artikelen 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 « houdende de werkloosheidsreglementering » (hierna : november 1991 « houdende de werkloosheidsreglementering » (hierna :
het koninklijk besluit van 25 november 1991) bepalen : het koninklijk besluit van 25 november 1991) bepalen :
«

Art. 37.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als

«

Art. 37.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als

arbeidsprestaties in aanmerking genomen de normale werkelijke arbeid arbeidsprestaties in aanmerking genomen de normale werkelijke arbeid
en de meerprestaties zonder inhaalrust verricht in een onder de en de meerprestaties zonder inhaalrust verricht in een onder de
sociale zekerheid, sector werkloosheid, vallend beroep of onderneming sociale zekerheid, sector werkloosheid, vallend beroep of onderneming
waarvoor gelijktijdig : waarvoor gelijktijdig :
1° een loon werd betaald dat ten minste gelijk is aan het minimumloon 1° een loon werd betaald dat ten minste gelijk is aan het minimumloon
vastgesteld door een wets- of reglementsbepaling of een collectieve vastgesteld door een wets- of reglementsbepaling of een collectieve
arbeidsovereenkomst die de onderneming bindt of, bij gebreke daaraan, arbeidsovereenkomst die de onderneming bindt of, bij gebreke daaraan,
door het gebruik; door het gebruik;
2° op het uitbetaalde loon de voorgeschreven inhoudingen voor de 2° op het uitbetaalde loon de voorgeschreven inhoudingen voor de
sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden
verricht. verricht.
Als de loon- en arbeidstijdgegevens op globale wijze per kwartaal Als de loon- en arbeidstijdgegevens op globale wijze per kwartaal
worden meegedeeld aan de dienst bevoegd voor de inning van de worden meegedeeld aan de dienst bevoegd voor de inning van de
bijdragen voor sociale zekerheid, en als de ligging van de bijdragen voor sociale zekerheid, en als de ligging van de
arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon binnen een arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon binnen een
kwartaal niet kan worden vastgesteld, worden de arbeidsprestaties en kwartaal niet kan worden vastgesteld, worden de arbeidsprestaties en
het ermee overeenstemmend loon die gelegen zijn in het kwartaal waarin het ermee overeenstemmend loon die gelegen zijn in het kwartaal waarin
een referteperiode aanvangt en/of waarin de referteperiode eindigt, een referteperiode aanvangt en/of waarin de referteperiode eindigt,
geacht gelegen te zijn in de referteperiode. geacht gelegen te zijn in de referteperiode.
Voor de werknemer die artistieke activiteiten heeft verricht tijdens Voor de werknemer die artistieke activiteiten heeft verricht tijdens
de referteperiode die voor hem van toepassing is en wanneer deze de referteperiode die voor hem van toepassing is en wanneer deze
activiteiten vergoed zijn met een taakloon, wordt : activiteiten vergoed zijn met een taakloon, wordt :
1° het taakloon dat werd toegekend voor een artistieke activiteit, 1° het taakloon dat werd toegekend voor een artistieke activiteit,
geacht op gelijke wijze elke kalenderdag van de periode van de geacht op gelijke wijze elke kalenderdag van de periode van de
arbeidsrelatie overeenkomstig de onmiddellijke aangifte van arbeidsrelatie overeenkomstig de onmiddellijke aangifte van
tewerkstelling, te dekken; tewerkstelling, te dekken;
2° een berekening op kwartaalbasis gemaakt in functie van het taakloon 2° een berekening op kwartaalbasis gemaakt in functie van het taakloon
dat overeenkomstig 1° gelegen is in elk kwartaal; dat overeenkomstig 1° gelegen is in elk kwartaal;
3° slechts rekening gehouden met het gedeelte van het taakloon dat 3° slechts rekening gehouden met het gedeelte van het taakloon dat
overeenkomstig 1° gelegen is in de referteperiode. overeenkomstig 1° gelegen is in de referteperiode.
Na advies van het beheerscomité bepaalt de Minister : Na advies van het beheerscomité bepaalt de Minister :
1° volgens welke regelen de arbeidsprestaties in arbeidsdagen worden 1° volgens welke regelen de arbeidsprestaties in arbeidsdagen worden
omgezet; omgezet;
2° onder welke voorwaarden de krachtens het eerste lid, 1°, 2° onder welke voorwaarden de krachtens het eerste lid, 1°,
uitgesloten arbeidsprestaties in aanmerking komen wanneer het loon uitgesloten arbeidsprestaties in aanmerking komen wanneer het loon
wordt geregulariseerd; wordt geregulariseerd;
3° onder welke voorwaarden de krachtens het eerste lid, 1°, 3° onder welke voorwaarden de krachtens het eerste lid, 1°,
uitgesloten arbeidsprestaties in aanmerking komen wanneer het loon uitgesloten arbeidsprestaties in aanmerking komen wanneer het loon
niet kan worden geregulariseerd ingevolge het in gebreke blijven van niet kan worden geregulariseerd ingevolge het in gebreke blijven van
de gewezen werkgever; de gewezen werkgever;
4° onder welke voorwaarden de inhoudingen voor de sociale zekerheid 4° onder welke voorwaarden de inhoudingen voor de sociale zekerheid
geacht worden te zijn verricht; geacht worden te zijn verricht;
5° onder welke voorwaarden de regularisaties van bijdragen voor de 5° onder welke voorwaarden de regularisaties van bijdragen voor de
sociale zekerheid, die nodig zijn wegens de ontoereikendheid of het sociale zekerheid, die nodig zijn wegens de ontoereikendheid of het
ontbreken van de verschuldigde bijdragen, in aanmerking kunnen worden ontbreken van de verschuldigde bijdragen, in aanmerking kunnen worden
genomen. genomen.
§ 2. De in het buitenland verrichte arbeid komt slechts in aanmerking § 2. De in het buitenland verrichte arbeid komt slechts in aanmerking
binnen de grenzen van bilaterale en internationale verdragen en voor binnen de grenzen van bilaterale en internationale verdragen en voor
zover de werknemer, na de in het buitenland verrichte arbeid, zover de werknemer, na de in het buitenland verrichte arbeid,
tijdvakken van arbeid als loontrekkende heeft vervuld krachtens de tijdvakken van arbeid als loontrekkende heeft vervuld krachtens de
Belgische regeling gedurende ten minste drie maanden. Belgische regeling gedurende ten minste drie maanden.
§ 2/1. In afwijking van art. 37, § 2, worden arbeidsprestaties, § 2/1. In afwijking van art. 37, § 2, worden arbeidsprestaties,
onderworpen aan de regeling voorzien in de wet van 17 juli 1963 over onderworpen aan de regeling voorzien in de wet van 17 juli 1963 over
de overzeese sociale zekerheid, in aanmerking genomen wanneer zij de overzeese sociale zekerheid, in aanmerking genomen wanneer zij
verricht werden in een dienstbetrekking die in België aanleiding zou verricht werden in een dienstbetrekking die in België aanleiding zou
geven tot inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de geven tot inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de
sector werkloosheid en slechts indien de werknemer, na de in het sector werkloosheid en slechts indien de werknemer, na de in het
buitenland verrichte arbeid, tijdvakken van arbeid als loontrekkende buitenland verrichte arbeid, tijdvakken van arbeid als loontrekkende
heeft vervuld krachtens de Belgische regeling, ongeacht de duur. heeft vervuld krachtens de Belgische regeling, ongeacht de duur.
§ 3. Voor de toepassing van de vorige paragrafen wordt de vergoeding § 3. Voor de toepassing van de vorige paragrafen wordt de vergoeding
ontvangen door de leerling in het kader van een leerovereenkomst niet ontvangen door de leerling in het kader van een leerovereenkomst niet
beschouwd als een loon dat voldoet aan § 1, 1°. beschouwd als een loon dat voldoet aan § 1, 1°.
§ 4. In afwijking van § 1 komen de arbeidsprestaties van een § 4. In afwijking van § 1 komen de arbeidsprestaties van een
diamantbewerker niet in aanmerking indien zij verricht werden in een diamantbewerker niet in aanmerking indien zij verricht werden in een
werkplaats die niet is aangenomen overeenkomstig het koninklijk werkplaats die niet is aangenomen overeenkomstig het koninklijk
besluit van 17 april 1970 betreffende de aanneming van de werkplaatsen besluit van 17 april 1970 betreffende de aanneming van de werkplaatsen
van de diamantnijverheid. van de diamantnijverheid.

Art. 38.§ 1. Voor de toepassing van de artikelen 30 tot 36bis worden

Art. 38.§ 1. Voor de toepassing van de artikelen 30 tot 36bis worden

met arbeidsdagen gelijkgesteld : met arbeidsdagen gelijkgesteld :
1° a) de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een 1° a) de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een
uitkering bij toepassing van de wetgeving op de verplichte verzekering uitkering bij toepassing van de wetgeving op de verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, de schadeloosstelling voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, de schadeloosstelling
voor arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en voor arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en
beroepsziekten, de werkloosheidsverzekering en het beroepsziekten, de werkloosheidsverzekering en het
invaliditeitspensioen voor mijnwerkers; invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;
b) de dagen wettelijke vakantie en de dagen vakantie krachtens b) de dagen wettelijke vakantie en de dagen vakantie krachtens
algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, indien algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, indien
ze aanleiding hebben gegeven tot betaling van vakantiegeld, alsook de ze aanleiding hebben gegeven tot betaling van vakantiegeld, alsook de
dagen gedekt door vakantiegeld gelegen in een periode van volledige dagen gedekt door vakantiegeld gelegen in een periode van volledige
werkloosheid; werkloosheid;
c) de periode die aanleiding heeft gegeven tot betaling van een c) de periode die aanleiding heeft gegeven tot betaling van een
overgangsuitkering voorzien in de pensioenregelgeving, onder de overgangsuitkering voorzien in de pensioenregelgeving, onder de
voorwaarden bepaald in § 3; voorwaarden bepaald in § 3;
2° de dagen afwezigheid op het werk met behoud van loon waarop 2° de dagen afwezigheid op het werk met behoud van loon waarop
socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid,
werden ingehouden; werden ingehouden;
3° de feest- of vervangingsdagen tijdens een periode van tijdelijke 3° de feest- of vervangingsdagen tijdens een periode van tijdelijke
werkloosheid; werkloosheid;
4° de dagen van arbeidsongeschiktheid met gewaarborgd loon tweede week 4° de dagen van arbeidsongeschiktheid met gewaarborgd loon tweede week
en de dagen van arbeidsongeschiktheid met aanvulling-voorschot en de dagen van arbeidsongeschiktheid met aanvulling-voorschot
overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 12bis of nr. overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 12bis of nr.
13bis; 13bis;
5° de dagen inhaalrust; 5° de dagen inhaalrust;
6° de dagen staking, lock-out en de dagen tijdelijke werkloosheid 6° de dagen staking, lock-out en de dagen tijdelijke werkloosheid
ingevolge staking of lock-out; ingevolge staking of lock-out;
7° de carensdag; 7° de carensdag;
8° de dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, die door het Fonds 8° de dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, die door het Fonds
voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf werden voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf werden
vergoed; vergoed;
9° de dagen functie van rechter in sociale zaken; 9° de dagen functie van rechter in sociale zaken;
10° andere dagen afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ten 10° andere dagen afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ten
belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar; belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;
11° de dagen afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken 11° de dagen afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken
van pleegzorgen; van pleegzorgen;
12° de dagen waarop effectief een beroepsopleiding in de zin van 12° de dagen waarop effectief een beroepsopleiding in de zin van
artikel 27, 6°, waarvan het aantal uur per cyclus gemiddeld minstens artikel 27, 6°, waarvan het aantal uur per cyclus gemiddeld minstens
18 uur per week bedraagt, werd gevolgd of waarop de werknemer actief 18 uur per week bedraagt, werd gevolgd of waarop de werknemer actief
was in het kader van een stage bedoeld in artikel 36quater, ten belope was in het kader van een stage bedoeld in artikel 36quater, ten belope
van ten hoogste 96 dagen. van ten hoogste 96 dagen.
De met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen worden in dezelfde mate in De met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen worden in dezelfde mate in
aanmerking genomen en op dezelfde wijze berekend als de arbeidsdagen aanmerking genomen en op dezelfde wijze berekend als de arbeidsdagen
die eraan voorafgaan. die eraan voorafgaan.
§ 2. De dagen waarop de werknemer niet in staat is geweest zijn arbeid § 2. De dagen waarop de werknemer niet in staat is geweest zijn arbeid
in het buitenland te verrichten ten gevolge van een situatie bedoeld in het buitenland te verrichten ten gevolge van een situatie bedoeld
in § 1, komen slechts in aanmerking binnen de grenzen van bilaterale in § 1, komen slechts in aanmerking binnen de grenzen van bilaterale
en internationale verdragen en voor zover de werknemer, na de in het en internationale verdragen en voor zover de werknemer, na de in het
buitenland verrichte arbeid, tijdvakken van arbeid als loontrekkende buitenland verrichte arbeid, tijdvakken van arbeid als loontrekkende
heeft vervuld krachtens de Belgische regeling gedurende ten minste heeft vervuld krachtens de Belgische regeling gedurende ten minste
drie maanden. drie maanden.
§ 2/1. In afwijking van art. 38, § 2, komen voor prestaties § 2/1. In afwijking van art. 38, § 2, komen voor prestaties
onderworpen aan de regeling voorzien in de wet van 17 juli 1963 over onderworpen aan de regeling voorzien in de wet van 17 juli 1963 over
de overzeese sociale zekerheid de dagen waarop de werknemer niet in de overzeese sociale zekerheid de dagen waarop de werknemer niet in
staat is geweest zijn arbeid in het buitenland te verrichten ten staat is geweest zijn arbeid in het buitenland te verrichten ten
gevolge van een situatie bedoeld in § 1 in aanmerking, voor zover zij gevolge van een situatie bedoeld in § 1 in aanmerking, voor zover zij
in België als gelijkgestelde dagen zouden worden beschouwd en slechts in België als gelijkgestelde dagen zouden worden beschouwd en slechts
indien de werknemer, na de in het buitenland verrichte arbeid, indien de werknemer, na de in het buitenland verrichte arbeid,
tijdvakken van arbeid als loontrekkende heeft vervuld krachtens de tijdvakken van arbeid als loontrekkende heeft vervuld krachtens de
Belgische regeling, ongeacht de duur. Belgische regeling, ongeacht de duur.
§ 3. De periode die aanleiding heeft gegeven tot betaling van een § 3. De periode die aanleiding heeft gegeven tot betaling van een
overgangsuitkering kan slechts in rekening worden gebracht indien deze overgangsuitkering kan slechts in rekening worden gebracht indien deze
overgangsuitkering werd betaald voor de maximale periode voorzien door overgangsuitkering werd betaald voor de maximale periode voorzien door
de pensioenregelgeving. In dat geval wordt zij in rekening gebracht de pensioenregelgeving. In dat geval wordt zij in rekening gebracht
ten belope van 624 dagen in een voltijdse arbeidsregeling, te situeren ten belope van 624 dagen in een voltijdse arbeidsregeling, te situeren
onmiddellijk voorafgaand aan de datum waarop het recht op de onmiddellijk voorafgaand aan de datum waarop het recht op de
overgangsuitkering is uitgeput ». overgangsuitkering is uitgeput ».
B.1.6. De werknemer heeft, behoudens uitzonderingen, recht op B.1.6. De werknemer heeft, behoudens uitzonderingen, recht op
ouderschapsverlof naar aanleiding van de geboorte of adoptie van zijn ouderschapsverlof naar aanleiding van de geboorte of adoptie van zijn
kind, tot het kind 12 jaar wordt (artikel 3 van het koninklijk besluit kind, tot het kind 12 jaar wordt (artikel 3 van het koninklijk besluit
van 29 oktober 1997 « tot invoering van een recht op ouderschapsverlof van 29 oktober 1997 « tot invoering van een recht op ouderschapsverlof
in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan » (hierna : in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan » (hierna :
het koninklijk besluit van 29 oktober 1997)). Tijdens het het koninklijk besluit van 29 oktober 1997)). Tijdens het
ouderschapsverlof wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ouderschapsverlof wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst
geschorst. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 geschorst. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1997
bepaalt : bepaalt :
« § 1. Om voor zijn kind te zorgen heeft de werknemer het recht om : « § 1. Om voor zijn kind te zorgen heeft de werknemer het recht om :
- hetzij gedurende een periode van vier maanden de uitvoering van zijn - hetzij gedurende een periode van vier maanden de uitvoering van zijn
arbeidsovereenkomst te schorsen zoals bedoeld bij artikel 100 van de arbeidsovereenkomst te schorsen zoals bedoeld bij artikel 100 van de
herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen; deze herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen; deze
periode kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst in maanden; periode kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst in maanden;
- hetzij gedurende een periode van acht maanden zijn arbeidsprestaties - hetzij gedurende een periode van acht maanden zijn arbeidsprestaties
deeltijds verder te zetten in de vorm van een halftijdse vermindering deeltijds verder te zetten in de vorm van een halftijdse vermindering
zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij voltijds zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij voltijds
is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van de werknemer worden is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van de werknemer worden
opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan; opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van twintig maanden zijn - hetzij gedurende een periode van twintig maanden zijn
arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een
vermindering met één vijfde zoals bedoeld in artikel 102 van vermindering met één vijfde zoals bedoeld in artikel 102 van
voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan
naar keuze van de werknemer worden opgesplitst in periodes van vijf naar keuze van de werknemer worden opgesplitst in periodes van vijf
maanden of een veelvoud hiervan; maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van veertig maanden zijn - hetzij gedurende een periode van veertig maanden zijn
arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een
vermindering met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van vermindering met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van
voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld en mits akkoord voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld en mits akkoord
van de werkgever; deze periode kan worden opgesplitst in periodes van van de werkgever; deze periode kan worden opgesplitst in periodes van
tien maanden of een veelvoud hiervan. tien maanden of een veelvoud hiervan.
§ 2 De werknemer heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn § 2 De werknemer heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn
ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten
vermeld in paragraaf 1. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening vermeld in paragraaf 1. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening
worden gehouden met het principe dat één maand schorsing van de worden gehouden met het principe dat één maand schorsing van de
uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden
halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, aan vijf maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, aan vijf maanden
vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en aan tien vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en aan tien
maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende ». maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende ».
B.1.7. De werknemer die gebruik wenst te maken van het recht op B.1.7. De werknemer die gebruik wenst te maken van het recht op
ouderschapsverlof, brengt ten minste twee maanden en ten hoogste drie ouderschapsverlof, brengt ten minste twee maanden en ten hoogste drie
man op voorhand zijn werkgever hiervan schriftelijk op de hoogte; die man op voorhand zijn werkgever hiervan schriftelijk op de hoogte; die
termijn kan in overleg tussen de werkgever en de werknemer worden termijn kan in overleg tussen de werkgever en de werknemer worden
ingekort (artikel 6, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 29 ingekort (artikel 6, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 29
oktober 1997). Om recht te hebben op ouderschapsverlof moet de oktober 1997). Om recht te hebben op ouderschapsverlof moet de
werknemer gedurende de 15 maanden die voorafgaan aan die kennisgeving, werknemer gedurende de 15 maanden die voorafgaan aan die kennisgeving,
12 maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met de 12 maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met de
werkgever die hem tewerkstelt (artikel 4 van het koninklijk besluit werkgever die hem tewerkstelt (artikel 4 van het koninklijk besluit
van 29 oktober 1997). van 29 oktober 1997).
Ten aanzien van de bevoegdheid van het Hof Ten aanzien van de bevoegdheid van het Hof
B.2.1. Volgens de Ministerraad vindt de in de prejudiciële vraag B.2.1. Volgens de Ministerraad vindt de in de prejudiciële vraag
vermelde interpretatie van artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde vermelde interpretatie van artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde
streepje, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit haar streepje, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit haar
oorsprong in de artikelen 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 oorsprong in de artikelen 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25
november 1991, die dagen ouderschapsverlof niet beschouwen als dagen november 1991, die dagen ouderschapsverlof niet beschouwen als dagen
gelijkgesteld met arbeidsdagen. Bijgevolg is het Hof volgens hem niet gelijkgesteld met arbeidsdagen. Bijgevolg is het Hof volgens hem niet
bevoegd om de prejudiciële vraag te beantwoorden. bevoegd om de prejudiciële vraag te beantwoorden.
B.2.2. Hoewel dagen ouderschapsverlof op grond van de in B.1.2 en B.2.2. Hoewel dagen ouderschapsverlof op grond van de in B.1.2 en
B.1.3 vermelde bepalingen inderdaad niet als arbeidsdagen in de zin B.1.3 vermelde bepalingen inderdaad niet als arbeidsdagen in de zin
van het Wetboek van de Belgische nationaliteit kunnen worden van het Wetboek van de Belgische nationaliteit kunnen worden
beschouwd, is die vaststelling niet dienend om te beoordelen of de beschouwd, is die vaststelling niet dienend om te beoordelen of de
tewerkstelling als onderbroken moet worden beschouwd wanneer de tewerkstelling als onderbroken moet worden beschouwd wanneer de
betrokkene tijdens de relevante periode een aantal maanden voltijds betrokkene tijdens de relevante periode een aantal maanden voltijds
ouderschapsverlof heeft opgenomen. In tegenstelling tot wat de ouderschapsverlof heeft opgenomen. In tegenstelling tot wat de
Ministerraad betoogt, vermeldt de in het geding zijnde bepaling immers Ministerraad betoogt, vermeldt de in het geding zijnde bepaling immers
geen specifiek aantal arbeidsdagen opdat de tewerkstelling als geen specifiek aantal arbeidsdagen opdat de tewerkstelling als
onafgebroken kan worden beschouwd. onafgebroken kan worden beschouwd.
B.2.3. De Ministerraad voert eveneens aan dat uit artikel 7, 4°, van B.2.3. De Ministerraad voert eveneens aan dat uit artikel 7, 4°, van
het koninklijk besluit van 14 januari 2013 « tot uitvoering van de wet het koninklijk besluit van 14 januari 2013 « tot uitvoering van de wet
van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit
migratieneutraal te maken » (hierna : het koninklijk besluit van 14 migratieneutraal te maken » (hierna : het koninklijk besluit van 14
januari 2013) kan worden afgeleid dat de onafgebroken tewerkstelling januari 2013) kan worden afgeleid dat de onafgebroken tewerkstelling
in het kader van de maatschappelijke integratie, in het licht van het in het kader van de maatschappelijke integratie, in het licht van het
begrip « arbeidsdag » moet worden geïnterpreteerd. Artikel 7, 4°, van begrip « arbeidsdag » moet worden geïnterpreteerd. Artikel 7, 4°, van
het koninklijk besluit van 14 januari 2013 bepaalt welke documenten het koninklijk besluit van 14 januari 2013 bepaalt welke documenten
als bewijs van de maatschappelijke integratie in de zin van artikel als bewijs van de maatschappelijke integratie in de zin van artikel
12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit gelden : 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit gelden :
« het bewijs van maatschappelijke integratie, dat enkel op de volgende « het bewijs van maatschappelijke integratie, dat enkel op de volgende
wijze kan worden geleverd : wijze kan worden geleverd :
a) ofwel door een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling a) ofwel door een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling
opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of van de opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of van de
Koninklijke Militaire School, behaald in één van de drie landstalen Koninklijke Militaire School, behaald in één van de drie landstalen
dat minstens van het niveau van het hoger secundair onderwijs is; dat minstens van het niveau van het hoger secundair onderwijs is;
b) ofwel door een document waaruit blijkt dat een beroepsopleiding b) ofwel door een document waaruit blijkt dat een beroepsopleiding
werd gevolgd van minimum 400 uur die erkend wordt door een bevoegde werd gevolgd van minimum 400 uur die erkend wordt door een bevoegde
overheid; overheid;
c) ofwel door een document waaruit blijkt dat het inburgeringstraject, c) ofwel door een document waaruit blijkt dat het inburgeringstraject,
het onthaaltraject of het integratieparcours voorzien door de bevoegde het onthaaltraject of het integratieparcours voorzien door de bevoegde
overheid van zijn hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij die overheid van zijn hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij die
aanvat, met succes is gevolgd, of door een document waaruit blijkt dat aanvat, met succes is gevolgd, of door een document waaruit blijkt dat
de inburgeringscursus bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van de de inburgeringscursus bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van de
Belgische nationaliteit werd gevolgd; Belgische nationaliteit werd gevolgd;
d) ofwel door documenten waaruit blijkt dat de betrokkene gedurende de d) ofwel door documenten waaruit blijkt dat de betrokkene gedurende de
voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer en/of als statutair voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer en/of als statutair
benoemde in overheidsdienst en/of als zelfstandige in hoofdberoep benoemde in overheidsdienst en/of als zelfstandige in hoofdberoep
heeft gewerkt. Daartoe legt de betrokkene de volgende documenten voor heeft gewerkt. Daartoe legt de betrokkene de volgende documenten voor
: :
- indien de betrokkene werknemer in de privésector is of is geweest, - indien de betrokkene werknemer in de privésector is of is geweest,
legt hij documenten voor die ' individuele rekeningen ' worden legt hij documenten voor die ' individuele rekeningen ' worden
genoemd, afgegeven door de werkgever; genoemd, afgegeven door de werkgever;
- indien de betrokkene bezoldigd werknemer in overheidsdienst is of is - indien de betrokkene bezoldigd werknemer in overheidsdienst is of is
geweest, legt hij een attest of attesten voor, afgegeven door de geweest, legt hij een attest of attesten voor, afgegeven door de
bevoegde dienst van de overheid; bevoegde dienst van de overheid;
- indien de betrokkene statutair ambtenaar in overheidsdienst is of is - indien de betrokkene statutair ambtenaar in overheidsdienst is of is
geweest, legt hij het bewijs van zijn definitieve benoeming voor geweest, legt hij het bewijs van zijn definitieve benoeming voor
vergezeld van een attest of attesten afgegeven door de bevoegde dienst vergezeld van een attest of attesten afgegeven door de bevoegde dienst
van de overheid; van de overheid;
- indien de betrokkene een beroepsactiviteit als zelfstandige in - indien de betrokkene een beroepsactiviteit als zelfstandige in
hoofdberoep uitoefent of heeft uitgeoefend, legt hij het bewijs voor hoofdberoep uitoefent of heeft uitgeoefend, legt hij het bewijs voor
van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen
vergezeld van het bewijs van betaling van de sociale vergezeld van het bewijs van betaling van de sociale
kwartaalbetalingen tijdens de wettelijk vereiste periode ». kwartaalbetalingen tijdens de wettelijk vereiste periode ».
B.2.4. Aangezien de individuele rekeningen door de werkgever eveneens B.2.4. Aangezien de individuele rekeningen door de werkgever eveneens
worden uitgereikt voor de periodes waarin de betrokkene worden uitgereikt voor de periodes waarin de betrokkene
ouderschapsverlof opnam, zoals ook blijkt uit de individuele ouderschapsverlof opnam, zoals ook blijkt uit de individuele
rekeningen die de geïntimeerde partij voor het verwijzende rekeningen die de geïntimeerde partij voor het verwijzende
rechtscollege heeft voorgelegd bij haar aanvraag, kan evenmin staande rechtscollege heeft voorgelegd bij haar aanvraag, kan evenmin staande
worden gehouden dat de in de prejudiciële vraag vermelde interpretatie worden gehouden dat de in de prejudiciële vraag vermelde interpretatie
in werkelijkheid haar oorsprong vindt in die bepaling. in werkelijkheid haar oorsprong vindt in die bepaling.
B.2.5. De exceptie wordt verworpen. B.2.5. De exceptie wordt verworpen.
Ten aanzien van de vraag tot herformulering van de prejudiciële vraag Ten aanzien van de vraag tot herformulering van de prejudiciële vraag
B.3.1. De geïntimeerde partij voor het verwijzende rechtscollege B.3.1. De geïntimeerde partij voor het verwijzende rechtscollege
vraagt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in het onderzoek van de vraagt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in het onderzoek van de
prejudiciële vraag te betrekken. prejudiciële vraag te betrekken.
B.3.2. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over de B.3.2. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over de
bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de artikelen bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de artikelen
22 en 22bis van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van 22 en 22bis van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.3.3. De partijen vermogen niet de draagwijdte van de door het B.3.3. De partijen vermogen niet de draagwijdte van de door het
verwijzende rechtscollege gestelde prejudiciële vraag te wijzigen of verwijzende rechtscollege gestelde prejudiciële vraag te wijzigen of
te laten wijzigen. te laten wijzigen.
De bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof biedt De bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof biedt
een partij evenmin de mogelijkheid de grondwetsbepalingen te een partij evenmin de mogelijkheid de grondwetsbepalingen te
preciseren waarover de verwijzende rechter een vraag had moeten preciseren waarover de verwijzende rechter een vraag had moeten
stellen. Het staat immers niet aan een partij voor het verwijzende stellen. Het staat immers niet aan een partij voor het verwijzende
rechtscollege het onderwerp en de omvang van de prejudiciële vraag te rechtscollege het onderwerp en de omvang van de prejudiciële vraag te
bepalen. Het komt aan het verwijzende rechtscollege toe te oordelen bepalen. Het komt aan het verwijzende rechtscollege toe te oordelen
welke prejudiciële vragen het aan het Hof dient te stellen en daarbij welke prejudiciële vragen het aan het Hof dient te stellen en daarbij
de omvang van de saisine te bepalen. de omvang van de saisine te bepalen.
Ten gronde Ten gronde
B.4.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid B.4.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid
van artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek van van artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek van
de Belgische nationaliteit met de artikelen 22 en 22bis van de de Belgische nationaliteit met de artikelen 22 en 22bis van de
Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens, in de interpretatie dat het opnemen van voor de rechten van de mens, in de interpretatie dat het opnemen van
ouderschapsverlof tot gevolg heeft dat de tewerkstelling die moet ouderschapsverlof tot gevolg heeft dat de tewerkstelling die moet
worden aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie, niet worden aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie, niet
als ononderbroken kan worden beschouwd. Uit de motivering van de als ononderbroken kan worden beschouwd. Uit de motivering van de
verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende rechtscollege het Hof verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende rechtscollege het Hof
ondervraagt over de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde ondervraagt over de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde
bepaling, enerzijds, met het recht op eerbiediging van het bepaling, enerzijds, met het recht op eerbiediging van het
gezinsleven, zoals gewaarborgd in artikel 22 van de Grondwet en in gezinsleven, zoals gewaarborgd in artikel 22 van de Grondwet en in
artikel 8 van het Europees Verdrag van de mens, en, anderzijds, met artikel 8 van het Europees Verdrag van de mens, en, anderzijds, met
het recht van het kind op maatregelen en diensten die zijn het recht van het kind op maatregelen en diensten die zijn
ontwikkeling bevorderen, zoals gewaarborgd in artikel 22bis, derde ontwikkeling bevorderen, zoals gewaarborgd in artikel 22bis, derde
lid, van de Grondwet. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die lid, van de Grondwet. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die
bepalingen. bepalingen.
B.4.2. Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat de B.4.2. Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat de
geïntimeerde partij voor het verwijzende rechtscollege voldoet aan de geïntimeerde partij voor het verwijzende rechtscollege voldoet aan de
vereisten van artikel 12bis, § 1, 2°, a), b) en e) van het Wetboek vereisten van artikel 12bis, § 1, 2°, a), b) en e) van het Wetboek
Belgische nationaliteit en dat zij op zijn minst de vijf jaar Belgische nationaliteit en dat zij op zijn minst de vijf jaar
voorafgaand aan de aanvraag om de nationaliteit te verkrijgen door een voorafgaand aan de aanvraag om de nationaliteit te verkrijgen door een
verklaring, onafgebroken als werknemer was tewerkgesteld. Het Hof verklaring, onafgebroken als werknemer was tewerkgesteld. Het Hof
beperkt zijn onderzoek tot die hypothese. beperkt zijn onderzoek tot die hypothese.
B.5.1. Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : B.5.1. Artikel 22 van de Grondwet bepaalt :
« Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn
gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de
wet bepaald. wet bepaald.
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de
bescherming van dat recht ». bescherming van dat recht ».
Artikel 22bis, derde lid, van de Grondwet bepaalt : Artikel 22bis, derde lid, van de Grondwet bepaalt :
« Elk kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn « Elk kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn
ontwikkeling bevorderen ». ontwikkeling bevorderen ».
Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt
: :
« 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn « 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn
gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking
tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien
en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's
lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn
van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van
strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden,
of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ».
B.5.2. De Grondwetgever heeft gestreefd naar een zo groot mogelijke B.5.2. De Grondwetgever heeft gestreefd naar een zo groot mogelijke
concordantie tussen artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het concordantie tussen artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens (Parl. St., Kamer, Europees Verdrag voor de rechten van de mens (Parl. St., Kamer,
1992-1993, nr. 997/5, p. 2). 1992-1993, nr. 997/5, p. 2).
De draagwijdte van dat artikel 8 is analoog aan die van artikel 22 van De draagwijdte van dat artikel 8 is analoog aan die van artikel 22 van
de Grondwet, zodat de waarborgen die beide bepalingen bieden, een de Grondwet, zodat de waarborgen die beide bepalingen bieden, een
onlosmakelijk geheel vormen. onlosmakelijk geheel vormen.
De rechten die bij artikel 22 van de Grondwet en bij artikel 8 van het De rechten die bij artikel 22 van de Grondwet en bij artikel 8 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens worden gewaarborgd, zijn Europees Verdrag voor de rechten van de mens worden gewaarborgd, zijn
niet absoluut. Hoewel artikel 22 van de Grondwet aan eenieder het niet absoluut. Hoewel artikel 22 van de Grondwet aan eenieder het
recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven toekent, recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn gezinsleven toekent,
voegt die bepaling daaraan immers onmiddellijk toe : « behoudens in de voegt die bepaling daaraan immers onmiddellijk toe : « behoudens in de
gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald ». gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald ».
De voormelde bepalingen vereisen dat elke overheidsinmenging in het De voormelde bepalingen vereisen dat elke overheidsinmenging in het
recht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven wordt recht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven wordt
voorgeschreven door een voldoende precieze wettelijke bepaling, dat voorgeschreven door een voldoende precieze wettelijke bepaling, dat
zij beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke behoefte en dat zij zij beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke behoefte en dat zij
evenredig is met de nagestreefde wettige doelstelling. evenredig is met de nagestreefde wettige doelstelling.
B.6.1. Bij het bepalen van de voorwaarden waaronder de Belgische B.6.1. Bij het bepalen van de voorwaarden waaronder de Belgische
nationaliteit kan worden verkregen, beschikt de wetgever over een nationaliteit kan worden verkregen, beschikt de wetgever over een
ruime beoordelingsmarge. Wanneer de door de wetgever gemaakte keuzes ruime beoordelingsmarge. Wanneer de door de wetgever gemaakte keuzes
leiden tot een inmenging in het recht op het recht op eerbiediging van leiden tot een inmenging in het recht op het recht op eerbiediging van
het gezinsleven, dient het Hof evenwel na te gaan of die inmenging het gezinsleven, dient het Hof evenwel na te gaan of die inmenging
voldoet aan de in B.5.2 vermelde vereisten. voldoet aan de in B.5.2 vermelde vereisten.
B.6.2. Het ouderschapsverlof is een maatregel die ouders toelaat voor B.6.2. Het ouderschapsverlof is een maatregel die ouders toelaat voor
hun kinderen te zorgen en die het gezinsleven bevordert (EHRM, grote hun kinderen te zorgen en die het gezinsleven bevordert (EHRM, grote
kamer, 22 maart 2012, Konstantin Markin t. Rusland, § 130; 2 februari kamer, 22 maart 2012, Konstantin Markin t. Rusland, § 130; 2 februari
2016, Di Trizio t. Zwitserland, § 61). Bijgevolg is het 2016, Di Trizio t. Zwitserland, § 61). Bijgevolg is het
ouderschapsverlof eveneens een maatregel die de ontwikkeling van het ouderschapsverlof eveneens een maatregel die de ontwikkeling van het
kind bevordert. kind bevordert.
De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het
verwijzende rechtscollege, heeft tot gevolg dat het opnemen van verwijzende rechtscollege, heeft tot gevolg dat het opnemen van
ouderschapsverlof, voor personen die voor het overige aan alle ouderschapsverlof, voor personen die voor het overige aan alle
voorwaarden van artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de voorwaarden van artikel 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de
Belgische nationaliteit voldoen, aanzienlijke negatieve gevolgen kan Belgische nationaliteit voldoen, aanzienlijke negatieve gevolgen kan
teweegbrengen. Wanneer zij overwegen om ouderschapsverlof op te nemen, teweegbrengen. Wanneer zij overwegen om ouderschapsverlof op te nemen,
moeten zij immers in overweging nemen dat dit ertoe kan leiden dat moeten zij immers in overweging nemen dat dit ertoe kan leiden dat
niet alleen zijzelf, maar ook hun kinderen die hun hoofdverblijfplaats niet alleen zijzelf, maar ook hun kinderen die hun hoofdverblijfplaats
in België hebben, hierdoor minder snel toegang kunnen krijgen tot de in België hebben, hierdoor minder snel toegang kunnen krijgen tot de
Belgische nationaliteit. Artikel 12 van het Wetboek van de Belgische Belgische nationaliteit. Artikel 12 van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit bepaalt immers : nationaliteit bepaalt immers :
« Aan een kind dat de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt of « Aan een kind dat de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt of
niet ontvoogd is vóór die leeftijd, wordt de Belgische nationaliteit niet ontvoogd is vóór die leeftijd, wordt de Belgische nationaliteit
toegekend in geval van vrijwillige verkrijging of herkrijging van de toegekend in geval van vrijwillige verkrijging of herkrijging van de
Belgische nationaliteit door een ouder of een adoptant die het gezag Belgische nationaliteit door een ouder of een adoptant die het gezag
over het kind uitoefent, op voorwaarde dat dat kind zijn over het kind uitoefent, op voorwaarde dat dat kind zijn
hoofdverblijfplaats in België heeft ». hoofdverblijfplaats in België heeft ».
Bijgevolg is er sprake van een inmenging in het recht op eerbiediging Bijgevolg is er sprake van een inmenging in het recht op eerbiediging
van het gezinsleven. Doordat in het bijzonder voltijds van het gezinsleven. Doordat in het bijzonder voltijds
ouderschapsverlof voornamelijk wordt opgenomen door vrouwen en ouderschapsverlof voornamelijk wordt opgenomen door vrouwen en
voornamelijk relatief kort na de geboorte, gelden die onevenredige voornamelijk relatief kort na de geboorte, gelden die onevenredige
gevolgen bovendien in het bijzonder ten opzichte van vrouwen en zeer gevolgen bovendien in het bijzonder ten opzichte van vrouwen en zeer
jonge kinderen. jonge kinderen.
B.7.1. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de in het B.7.1. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de in het
geding zijnde bepaling, heeft de wetgever de toekenning van de geding zijnde bepaling, heeft de wetgever de toekenning van de
Belgische nationaliteit willen voorbehouden aan de personen die Belgische nationaliteit willen voorbehouden aan de personen die
getuigen van een daadwerkelijke band met de Belgische samenleving getuigen van een daadwerkelijke band met de Belgische samenleving
(Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC 53-0476/015, p. 15). (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC 53-0476/015, p. 15).
Gelet op zijn ruime beoordelingsmarge inzake de toegang tot de Gelet op zijn ruime beoordelingsmarge inzake de toegang tot de
Belgische nationaliteit vermag de wetgever de nationaliteitsverklaring Belgische nationaliteit vermag de wetgever de nationaliteitsverklaring
afhankelijk te maken van een voldoende maatschappelijke integratie. afhankelijk te maken van een voldoende maatschappelijke integratie.
Hij vermag eveneens te oordelen dat een langdurige tewerkstelling kan Hij vermag eveneens te oordelen dat een langdurige tewerkstelling kan
worden beschouwd als een bewijs van een dergelijke integratie. In het worden beschouwd als een bewijs van een dergelijke integratie. In het
licht van voormelde doelstelling, kan echter niet worden ingezien op licht van voormelde doelstelling, kan echter niet worden ingezien op
welke wijze het opnemen van ouderschapsverlof, in de periode van vijf welke wijze het opnemen van ouderschapsverlof, in de periode van vijf
jaar voorafgaand aan de verklaring, ertoe zou leiden dat de voor het jaar voorafgaand aan de verklaring, ertoe zou leiden dat de voor het
overige ononderbroken tewerkstelling gedurende die periode zou overige ononderbroken tewerkstelling gedurende die periode zou
verhinderen dat de betrokkene getuigt van voldoende maatschappelijke verhinderen dat de betrokkene getuigt van voldoende maatschappelijke
integratie. integratie.
B.7.2. In dat verband dient te worden vastgesteld dat krachtens B.7.2. In dat verband dient te worden vastgesteld dat krachtens
artikel 7bis, § 3, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit het artikel 7bis, § 3, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit het
ononderbroken karakter van het verblijf, dat is vereist in artikel ononderbroken karakter van het verblijf, dat is vereist in artikel
12bis, § 1, 2°, b), niet wordt beïnvloed door tijdelijke afwezigheden 12bis, § 1, 2°, b), niet wordt beïnvloed door tijdelijke afwezigheden
van hoogstens zes maanden, voor zover die afwezigheden in totaal de van hoogstens zes maanden, voor zover die afwezigheden in totaal de
duur van een vijfde van de vereiste verblijfsduur niet overschrijden. duur van een vijfde van de vereiste verblijfsduur niet overschrijden.
Net zoals de vereiste van maatschappelijke integratie, past de Net zoals de vereiste van maatschappelijke integratie, past de
vereiste van een onafgebroken verblijf in het kader van de vereiste van een onafgebroken verblijf in het kader van de
doelstelling om te waarborgen dat « de vreemdeling zich werkelijk doelstelling om te waarborgen dat « de vreemdeling zich werkelijk
verankert in zijn onthaalgemeenschap » (Parl. St., Kamer, 2010-2011, verankert in zijn onthaalgemeenschap » (Parl. St., Kamer, 2010-2011,
DOC 53-0476/001, p. 6). Hieruit blijkt dat de wetgever van oordeel is DOC 53-0476/001, p. 6). Hieruit blijkt dat de wetgever van oordeel is
dat voor het verkrijgen van de nationaliteit op grond van artikel dat voor het verkrijgen van de nationaliteit op grond van artikel
12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, 12bis, § 1, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit,
verblijven in het buitenland van hoogstens zes maanden, voor niet meer verblijven in het buitenland van hoogstens zes maanden, voor niet meer
dan een jaar in het totaal, niet verhinderen dat de betrokkene dan een jaar in het totaal, niet verhinderen dat de betrokkene
verankerd is in zijn onthaalgemeenschap. In het licht van die verankerd is in zijn onthaalgemeenschap. In het licht van die
vaststelling kan niet redelijk staande worden gehouden dat het opnemen vaststelling kan niet redelijk staande worden gehouden dat het opnemen
van ouderschapsverlof van enkele maanden in dezelfde periode, de van ouderschapsverlof van enkele maanden in dezelfde periode, de
maatschappelijke integratie van de betrokkene op grond van diens maatschappelijke integratie van de betrokkene op grond van diens
tewerkstelling, verhindert. tewerkstelling, verhindert.
B.7.3. Tot slot blijkt uit artikel 12bis, § 1, 2°, d), dat de B.7.3. Tot slot blijkt uit artikel 12bis, § 1, 2°, d), dat de
maatschappelijke integratie eveneens kan worden aangetoond op grond maatschappelijke integratie eveneens kan worden aangetoond op grond
van een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een bevoegde van een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een bevoegde
overheid. De omzendbrief van 8 maart 2013 verduidelijkt dat een overheid. De omzendbrief van 8 maart 2013 verduidelijkt dat een
opleiding van 400 uur overeenstemt met 52,5 arbeidsdagen in de zin van opleiding van 400 uur overeenstemt met 52,5 arbeidsdagen in de zin van
het Wetboek van de Belgische nationaliteit. het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
Er kan niet worden ingezien hoe de maatschappelijk integratie op grond Er kan niet worden ingezien hoe de maatschappelijk integratie op grond
van tewerkstelling dermate trager zou verlopen dat de opname van van tewerkstelling dermate trager zou verlopen dat de opname van
ouderschapsverlof ertoe zou leiden dat de vreemdeling minder ouderschapsverlof ertoe zou leiden dat de vreemdeling minder
geïntegreerd is dan iemand die gedurende 52,5 arbeidsdagen een geïntegreerd is dan iemand die gedurende 52,5 arbeidsdagen een
beroepsopleiding heeft gevolgd. Dit geldt des te meer nu de beroepsopleiding heeft gevolgd. Dit geldt des te meer nu de
vreemdeling die zich in het kader van artikel 12bis, § 1, 2°, van het vreemdeling die zich in het kader van artikel 12bis, § 1, 2°, van het
Wetboek van de Belgische nationaliteit beroept op zijn tewerkstelling Wetboek van de Belgische nationaliteit beroept op zijn tewerkstelling
voor het aantonen van zijn maatschappelijke integratie, eveneens zijn voor het aantonen van zijn maatschappelijke integratie, eveneens zijn
economische integratie moet aantonen. Dit betekent dat de betrokkene economische integratie moet aantonen. Dit betekent dat de betrokkene
in de vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag, op zijn minst 468 in de vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag, op zijn minst 468
arbeidsdagen moet hebben gewerkt (artikel 12bis, § 1, 2°, e), van het arbeidsdagen moet hebben gewerkt (artikel 12bis, § 1, 2°, e), van het
Wetboek van de Belgische nationaliteit). Bijkomend blijkt uit de in Wetboek van de Belgische nationaliteit). Bijkomend blijkt uit de in
B.1.7 vermelde regelgeving dat werknemers slechts in aanmerking komen B.1.7 vermelde regelgeving dat werknemers slechts in aanmerking komen
voor ouderschapsverlof wanneer zij voordien minstens 12 maanden door voor ouderschapsverlof wanneer zij voordien minstens 12 maanden door
een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met de werkgever die een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met de werkgever die
hen tewerkstelt. hen tewerkstelt.
B.7.4. Op grond van voormelde elementen blijkt niet dat de in het B.7.4. Op grond van voormelde elementen blijkt niet dat de in het
geding zijnde inmenging in het recht op de eerbiediging van het geding zijnde inmenging in het recht op de eerbiediging van het
gezinsleven beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke behoefte. gezinsleven beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke behoefte.
Bijgevolg is artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Bijgevolg is artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het
Wetboek van de Belgische nationaliteit, in de interpretatie volgens Wetboek van de Belgische nationaliteit, in de interpretatie volgens
welke het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf jaar voorafgaand welke het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf jaar voorafgaand
aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking vormt van de vijf aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking vormt van de vijf
jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet worden als bewijs jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet worden als bewijs
van de maatschappelijke integratie in België, niet bestaanbaar met de van de maatschappelijke integratie in België, niet bestaanbaar met de
artikelen 22 en 22bis, derde lid, van de Grondwet, in samenhang artikelen 22 en 22bis, derde lid, van de Grondwet, in samenhang
gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag van de rechten van de gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag van de rechten van de
mens. mens.
B.8. Er is echter een andere interpretatie mogelijk. Zoals reeds is B.8. Er is echter een andere interpretatie mogelijk. Zoals reeds is
vermeld in B.7.2, wordt het onafgebroken karakter van het verblijf dat vermeld in B.7.2, wordt het onafgebroken karakter van het verblijf dat
vereist is in artikel 12bis, § 1, 2°, b), van het Wetboek van de vereist is in artikel 12bis, § 1, 2°, b), van het Wetboek van de
Belgische nationaliteit, niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheden Belgische nationaliteit, niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheden
van hoogstens zes maanden, voor zover die afwezigheden in totaal de van hoogstens zes maanden, voor zover die afwezigheden in totaal de
duur van een vijfde van de vereiste verblijfsduur niet overschrijden. duur van een vijfde van de vereiste verblijfsduur niet overschrijden.
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt eveneens dat de wetgever Uit de parlementaire voorbereiding blijkt eveneens dat de wetgever
zich bewust was van het feit dat veel vreemdelingen vooral tijdelijk zich bewust was van het feit dat veel vreemdelingen vooral tijdelijk
worden tewerkgesteld, waardoor de kans groter is dat hun periodes van worden tewerkgesteld, waardoor de kans groter is dat hun periodes van
tewerkstelling geregeld voor korte periodes worden onderbroken (Parl. tewerkstelling geregeld voor korte periodes worden onderbroken (Parl.
St. Kamer, 2011-2012, DOC 53-0476/013, p. 26). St. Kamer, 2011-2012, DOC 53-0476/013, p. 26).
Op grond van die elementen kan artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde Op grond van die elementen kan artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde
streepje, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit zo worden streepje, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit zo worden
geïnterpreteerd dat het ouderschapsverlof, opgenomen tijdens de vijf geïnterpreteerd dat het ouderschapsverlof, opgenomen tijdens de vijf
jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring, geen onderbreking jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring, geen onderbreking
vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die moet worden vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die moet worden
aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie in België. In aangetoond als bewijs van de maatschappelijke integratie in België. In
die interpretatie is de in het geding zijnde bepaling niet die interpretatie is de in het geding zijnde bepaling niet
onbestaanbaar met de artikelen 22 en 22bis, derde lid, van de onbestaanbaar met de artikelen 22 en 22bis, derde lid, van de
Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens. voor de rechten van de mens.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- In de interpretatie dat het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf - In de interpretatie dat het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf
jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring een onderbreking
vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet
worden als bewijs van de maatschappelijke integratie in België, worden als bewijs van de maatschappelijke integratie in België,
schendt artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek schendt artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek
van de Belgische nationaliteit de artikelen 22 en 22bis, derde lid, van de Belgische nationaliteit de artikelen 22 en 22bis, derde lid,
van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens. Verdrag voor de rechten van de mens.
- In de interpretatie dat het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf - In de interpretatie dat het ouderschapsverlof opgenomen tijdens vijf
jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring geen onderbreking jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring geen onderbreking
vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet vormt van de vijf jaar onafgebroken tewerkstelling die aangetoond moet
worden als bewijs van de maatschappelijke integratie in België, worden als bewijs van de maatschappelijke integratie in België,
schendt artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek schendt artikel 12bis, § 1, 2°, d), vierde streepje, van het Wetboek
van de Belgische nationaliteit niet de artikelen 22 en 22bis, derde van de Belgische nationaliteit niet de artikelen 22 en 22bis, derde
lid, van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het lid, van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 9 juni 2022. op 9 juni 2022.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
L. Lavrysen L. Lavrysen
^