← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 42/2022 van 17 maart 2022 Rolnummer 7539 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen
», gesteld door de Franstalige Rechtbank van Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters J.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 42/2022 van 17 maart 2022 Rolnummer 7539 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen », gesteld door de Franstalige Rechtbank van Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters J.(...) | Uittreksel uit arrest nr. 42/2022 van 17 maart 2022 Rolnummer 7539 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen », gesteld door de Franstalige Rechtbank van Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters J.(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 42/2022 van 17 maart 2022 | Uittreksel uit arrest nr. 42/2022 van 17 maart 2022 |
Rolnummer 7539 | Rolnummer 7539 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 88, vierde lid, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 88, vierde lid, |
van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen », | van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen », |
gesteld door de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. | gesteld door de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters | samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters |
J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. | J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. |
Detienne, D. Pieters, S. de Bethune en E. Bribosia, en, overeenkomstig | Detienne, D. Pieters, S. de Bethune en E. Bribosia, en, overeenkomstig |
artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, emeritus rechter R. Leysen, bijgestaan door de | Grondwettelijk Hof, emeritus rechter R. Leysen, bijgestaan door de |
griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. | griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. |
Nihoul, | Nihoul, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 26 februari 2021, waarvan de expeditie ter griffie van | Bij vonnis van 26 februari 2021, waarvan de expeditie ter griffie van |
het Hof is ingekomen op 24 maart 2021, heeft de Franstalige Rechtbank | het Hof is ingekomen op 24 maart 2021, heeft de Franstalige Rechtbank |
van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 | « Schendt artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 |
houdende diverse bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in | houdende diverse bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in |
zoverre het voorziet in een regeling die aan personen die op 5 maart | zoverre het voorziet in een regeling die aan personen die op 5 maart |
2013 aan de voorwaarden inzake disponibiliteit voldoen, de | 2013 aan de voorwaarden inzake disponibiliteit voldoen, de |
mogelijkheid biedt om op pensioen te worden gesteld op de eerste dag | mogelijkheid biedt om op pensioen te worden gesteld op de eerste dag |
van de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van die | van de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van die |
disponibiliteit of van een ermee gelijkgestelde situatie, voor zover | disponibiliteit of van een ermee gelijkgestelde situatie, voor zover |
een aanvraag tot indisponibiliteitstelling bij hun werkgever werd | een aanvraag tot indisponibiliteitstelling bij hun werkgever werd |
ingediend vóór 1 januari 2012 of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde | ingediend vóór 1 januari 2012 of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde |
dat die aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012, | dat die aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012, |
terwijl de genoemde personen zich in een situatie bevinden die | terwijl de genoemde personen zich in een situatie bevinden die |
vergelijkbaar is met die van de personen die evenzeer aan de | vergelijkbaar is met die van de personen die evenzeer aan de |
voorwaarden inzake disponibiliteit voldoen op 5 maart 2013, maar die | voorwaarden inzake disponibiliteit voldoen op 5 maart 2013, maar die |
geen pensionering hebben kunnen genieten op de eerste dag die volgt op | geen pensionering hebben kunnen genieten op de eerste dag die volgt op |
het verstrijken van de termijn van die disponibiliteit of van een | het verstrijken van de termijn van die disponibiliteit of van een |
ermee gelijkgestelde situatie omdat zij niet het recht hebben gehad om | ermee gelijkgestelde situatie omdat zij niet het recht hebben gehad om |
een aanvraag tot indisponibiliteitstelling in te dienen bij hun | een aanvraag tot indisponibiliteitstelling in te dienen bij hun |
werkgever vóór 1 januari 2012 of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde | werkgever vóór 1 januari 2012 of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde |
dat die aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012 | dat die aanvraag door de werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012 |
? ». | ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan |
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 88, vierde | B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 88, vierde |
lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen » | lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende diverse bepalingen » |
(hierna : de wet van 28 december 2011). | (hierna : de wet van 28 december 2011). |
Die bepaling voorziet in een overgangsregeling met betrekking tot de | Die bepaling voorziet in een overgangsregeling met betrekking tot de |
leeftijd waarop bepaalde personeelsleden van de overheidssector | leeftijd waarop bepaalde personeelsleden van de overheidssector |
vervroegd met pensioen kunnen gaan. | vervroegd met pensioen kunnen gaan. |
B.1.2. Artikel 85 van dezelfde wet, dat artikel 46 van de wet van 15 | B.1.2. Artikel 85 van dezelfde wet, dat artikel 46 van de wet van 15 |
mei 1984 « houdende maatregelen tot harmonisering in de | mei 1984 « houdende maatregelen tot harmonisering in de |
pensioenregelingen » (hierna : de wet van 15 mei 1984) verving, | pensioenregelingen » (hierna : de wet van 15 mei 1984) verving, |
verhoogde de vervroegde pensioenleeftijd in de regel van 60 jaar naar | verhoogde de vervroegde pensioenleeftijd in de regel van 60 jaar naar |
62 jaar. | 62 jaar. |
B.1.3. In de versie ervan die van toepassing is op het bodemgeschil, | B.1.3. In de versie ervan die van toepassing is op het bodemgeschil, |
bepaalt artikel 88 van de wet van 28 december 2011 : | bepaalt artikel 88 van de wet van 28 december 2011 : |
« Niettegenstaande elke andere wettelijke, reglementaire of | « Niettegenstaande elke andere wettelijke, reglementaire of |
contractuele bepaling zijn de voorwaarden inzake leeftijd en duur van | contractuele bepaling zijn de voorwaarden inzake leeftijd en duur van |
de diensten vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van | de diensten vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van |
15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de | 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de |
pensioenregelingen toepasselijk op elke persoon wiens pensioen bedoeld | pensioenregelingen toepasselijk op elke persoon wiens pensioen bedoeld |
wordt in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende | wordt in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende |
economische en budgettaire hervormingen of artikel 80 van de wet van 3 | economische en budgettaire hervormingen of artikel 80 van de wet van 3 |
februari 2003 houdende diverse wijzigingen aan de wetgeving | februari 2003 houdende diverse wijzigingen aan de wetgeving |
betreffende de pensioenen van de openbare sector. | betreffende de pensioenen van de openbare sector. |
[...] | [...] |
In afwijking van het eerste lid worden de personen die zich op eigen | In afwijking van het eerste lid worden de personen die zich op eigen |
aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse | aanvraag op 1 januari 2012 in een voltijdse of deeltijdse |
disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling bevinden of in | disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling bevinden of in |
een vergelijkbare situatie, op pensioen gesteld op de eerste dag van | een vergelijkbare situatie, op pensioen gesteld op de eerste dag van |
de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van die | de maand die volgt op het verstrijken van de termijn van die |
disponibiliteit of van de ermee gelijkgestelde situatie. Deze datum | disponibiliteit of van de ermee gelijkgestelde situatie. Deze datum |
kan evenwel niet gelegen zijn voor de eerste dag van de maand die | kan evenwel niet gelegen zijn voor de eerste dag van de maand die |
volgt op de 60e verjaardag. | volgt op de 60e verjaardag. |
Het derde lid is eveneens van toepassing op de personen die bij hun | Het derde lid is eveneens van toepassing op de personen die bij hun |
werkgever een aanvraag om vóór 5 maart 2013 in een in datzelfde lid | werkgever een aanvraag om vóór 5 maart 2013 in een in datzelfde lid |
beoogde situatie te worden geplaatst hebben ingediend : | beoogde situatie te worden geplaatst hebben ingediend : |
1° vóór 1 januari 2012; | 1° vóór 1 januari 2012; |
2° of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde dat deze aanvraag door de | 2° of vanaf 1 januari 2012 op voorwaarde dat deze aanvraag door de |
werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012. | werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012. |
De afwijkingen voorzien in het derde en vierde lid zijn niet meer van | De afwijkingen voorzien in het derde en vierde lid zijn niet meer van |
toepassing indien het personeelslid de disponibiliteit of de | toepassing indien het personeelslid de disponibiliteit of de |
vergelijkbare situatie voortijdig beëindigt. | vergelijkbare situatie voortijdig beëindigt. |
[...] ». | [...] ». |
Die bepaling is in werking getreden op 1 januari 2013 (artikel 92). | Die bepaling is in werking getreden op 1 januari 2013 (artikel 92). |
B.2.1. Oorspronkelijk bepaalde artikel 88, derde en vierde lid, van de | B.2.1. Oorspronkelijk bepaalde artikel 88, derde en vierde lid, van de |
wet van 28 december 2011 : | wet van 28 december 2011 : |
« In afwijking van het eerste lid worden de personen die zich op 28 | « In afwijking van het eerste lid worden de personen die zich op 28 |
november 2011 in een voltijdse of deeltijdse disponibiliteit | november 2011 in een voltijdse of deeltijdse disponibiliteit |
voorafgaand aan de oppensioenstelling bevinden of in een vergelijkbare | voorafgaand aan de oppensioenstelling bevinden of in een vergelijkbare |
situatie, op pensioen gesteld op de eerste dag van de maand die volgt | situatie, op pensioen gesteld op de eerste dag van de maand die volgt |
op de 60ste verjaardag. | op de 60ste verjaardag. |
Het derde lid is eveneens van toepassing op de personen die een | Het derde lid is eveneens van toepassing op de personen die een |
aanvraag hebben ingediend vóór 28 november 2011 om in een situatie te | aanvraag hebben ingediend vóór 28 november 2011 om in een situatie te |
worden geplaatst als beoogd door ditzelfde lid ». | worden geplaatst als beoogd door ditzelfde lid ». |
B.2.2. De wetgever had de bedoeling om de verworven rechten te | B.2.2. De wetgever had de bedoeling om de verworven rechten te |
vrijwaren van de personen die reeds vóór het pensioen in | vrijwaren van de personen die reeds vóór het pensioen in |
disponibiliteit waren gesteld of die daartoe de aanvraag hadden | disponibiliteit waren gesteld of die daartoe de aanvraag hadden |
ingediend, zonder « de houdbaarheid » van het socialezekerheidssysteem | ingediend, zonder « de houdbaarheid » van het socialezekerheidssysteem |
in gevaar te brengen (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC 53-1952/011, | in gevaar te brengen (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC 53-1952/011, |
pp. 31-32, 36-37 en 41-42). | pp. 31-32, 36-37 en 41-42). |
De wetgever had gekozen om 28 november 2011 als scharnierdatum te | De wetgever had gekozen om 28 november 2011 als scharnierdatum te |
nemen, omdat op die datum het regeerakkoord is gesloten (ibid., p. | nemen, omdat op die datum het regeerakkoord is gesloten (ibid., p. |
24). | 24). |
B.3.1. De huidige bewoordingen van artikel 88, derde en vierde lid, | B.3.1. De huidige bewoordingen van artikel 88, derde en vierde lid, |
van de wet van 28 december 2011 vloeien voort uit de wijziging die is | van de wet van 28 december 2011 vloeien voort uit de wijziging die is |
aangebracht bij artikel 3 van de wet van 13 december 2012 « houdende | aangebracht bij artikel 3 van de wet van 13 december 2012 « houdende |
diverse wijzigingsbepalingen betreffende de pensioenen van de | diverse wijzigingsbepalingen betreffende de pensioenen van de |
overheidssector » (hierna : de wet van 13 december 2012). | overheidssector » (hierna : de wet van 13 december 2012). |
B.3.2. Het wetsontwerp dat aanleiding heeft gegeven tot de wet van 13 | B.3.2. Het wetsontwerp dat aanleiding heeft gegeven tot de wet van 13 |
december 2012, voorzag in het vervangen van de datum van 28 november | december 2012, voorzag in het vervangen van de datum van 28 november |
2011 door de datum van 1 januari 2012 en in de toevoeging dat het in | 2011 door de datum van 1 januari 2012 en in de toevoeging dat het in |
artikel 88, derde lid, bedoelde voordeel ook geldt voor de personen | artikel 88, derde lid, bedoelde voordeel ook geldt voor de personen |
die hun aanvraag hebben ingediend na 1 januari 2012, op voorwaarde dat | die hun aanvraag hebben ingediend na 1 januari 2012, op voorwaarde dat |
die aanvraag door hun werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012. | die aanvraag door hun werkgever werd ingewilligd vóór 5 maart 2012. |
Het wetsontwerp bepaalde eveneens dat de aanvraag tot | Het wetsontwerp bepaalde eveneens dat de aanvraag tot |
indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen ten vroegste | indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen ten vroegste |
één jaar vóór de begindatum van de indisponibiliteitstelling moest | één jaar vóór de begindatum van de indisponibiliteitstelling moest |
worden ingediend. In de parlementaire voorbereiding wordt vermeld dat | worden ingediend. In de parlementaire voorbereiding wordt vermeld dat |
het de bedoeling was al te jonge personeelsleden niet de mogelijkheid | het de bedoeling was al te jonge personeelsleden niet de mogelijkheid |
te bieden die overgangsmaatregelen te genieten (Parl. St., Kamer, | te bieden die overgangsmaatregelen te genieten (Parl. St., Kamer, |
2011-2012, DOC 53-2405/001, p. 17; 2012-2013, DOC 53-2405/003, p. 2, | 2011-2012, DOC 53-2405/001, p. 17; 2012-2013, DOC 53-2405/003, p. 2, |
en DOC 53-2405/004, p. 15). | en DOC 53-2405/004, p. 15). |
B.3.3. Tijdens de parlementaire voorbereiding heeft de wetgever | B.3.3. Tijdens de parlementaire voorbereiding heeft de wetgever |
evenwel vastgesteld dat het ontworpen artikel 3 een aantal personen | evenwel vastgesteld dat het ontworpen artikel 3 een aantal personen |
uitsloot van het toepassingsgebied van de overgangsregeling, terwijl | uitsloot van het toepassingsgebied van de overgangsregeling, terwijl |
zulks niet de bedoeling was : « ambtenaren van dezelfde leeftijd die | zulks niet de bedoeling was : « ambtenaren van dezelfde leeftijd die |
tijdig hun disponibiliteit voorafgaand aan het pensioen hebben | tijdig hun disponibiliteit voorafgaand aan het pensioen hebben |
aangevraagd en die met ingang van dezelfde datum een periode van | aangevraagd en die met ingang van dezelfde datum een periode van |
disponibiliteit kunnen aanvatten, [kan immers] een verschillende | disponibiliteit kunnen aanvatten, [kan immers] een verschillende |
behandeling te beurt vallen wat de pensioneringsdatum aangaat. | behandeling te beurt vallen wat de pensioneringsdatum aangaat. |
Bovendien zullen jongere ambtenaren in sommige gevallen aanspraak | Bovendien zullen jongere ambtenaren in sommige gevallen aanspraak |
kunnen maken op de overgangsmaatregel, in tegenstelling tot hun oudere | kunnen maken op de overgangsmaatregel, in tegenstelling tot hun oudere |
collega's » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2405/004, pp. 15-16). | collega's » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2405/004, pp. 15-16). |
Teneinde alle personen die een aanvraag hebben ingediend hetzij vóór 1 | Teneinde alle personen die een aanvraag hebben ingediend hetzij vóór 1 |
januari 2012, hetzij vanaf 1 januari 2012 met goedkeuring door de | januari 2012, hetzij vanaf 1 januari 2012 met goedkeuring door de |
werkgever vóór 5 maart 2012, op dezelfde wijze te behandelen, werd de | werkgever vóór 5 maart 2012, op dezelfde wijze te behandelen, werd de |
termijn van maximaal één jaar vervangen door een vaste datum, namelijk | termijn van maximaal één jaar vervangen door een vaste datum, namelijk |
5 maart 2013 (ibid., DOC 53-2405/003, p. 2, en DOC 53-2405/004, p. | 5 maart 2013 (ibid., DOC 53-2405/003, p. 2, en DOC 53-2405/004, p. |
15). | 15). |
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vraag | Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vraag |
B.4. De prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van artikel | B.4. De prejudiciële vraag peilt naar de bestaanbaarheid van artikel |
88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 met de artikelen 10 en | 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 met de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet, in zoverre de uitbreiding van het | 11 van de Grondwet, in zoverre de uitbreiding van het |
toepassingsgebied van de overgangsregeling bij de wet van 13 december | toepassingsgebied van de overgangsregeling bij de wet van 13 december |
2012 de personen die vóór 5 maart 2013 de voorwaarden vervulden inzake | 2012 de personen die vóór 5 maart 2013 de voorwaarden vervulden inzake |
indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen, verschillend | indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het pensioen, verschillend |
behandelt volgens de data waarop zij hun aanvraag tot | behandelt volgens de data waarop zij hun aanvraag tot |
indisponibiliteitstelling hebben ingediend en, in voorkomend geval, de | indisponibiliteitstelling hebben ingediend en, in voorkomend geval, de |
goedkeuring van hun werkgever hebben gekregen, zonder rekening te | goedkeuring van hun werkgever hebben gekregen, zonder rekening te |
houden met de omstandigheid dat bepaalde personen waren onderworpen | houden met de omstandigheid dat bepaalde personen waren onderworpen |
aan termijnvoorwaarden die losstaan van hun leeftijd of hun | aan termijnvoorwaarden die losstaan van hun leeftijd of hun |
loopbaanduur, die hun verhinderden een indisponibiliteitstelling aan | loopbaanduur, die hun verhinderden een indisponibiliteitstelling aan |
te vragen met inachtneming van de bij de in het geding zijnde bepaling | te vragen met inachtneming van de bij de in het geding zijnde bepaling |
vastgestelde data. | vastgestelde data. |
B.5. Hoewel de bewoordingen van de prejudiciële vraag artikel 88, | B.5. Hoewel de bewoordingen van de prejudiciële vraag artikel 88, |
vierde lid, van de wet van 28 december 2011 beogen, blijkt uit het | vierde lid, van de wet van 28 december 2011 beogen, blijkt uit het |
verwijzingsvonnis dat de verwijzende rechter het Hof een vraag stelt | verwijzingsvonnis dat de verwijzende rechter het Hof een vraag stelt |
over de litterae 1° en 2° van die bepaling, die de data vaststellen | over de litterae 1° en 2° van die bepaling, die de data vaststellen |
waarop de aanvraag tot indisponibiliteitstelling moet worden ingediend | waarop de aanvraag tot indisponibiliteitstelling moet worden ingediend |
en, in voorkomend geval, ingewilligd. | en, in voorkomend geval, ingewilligd. |
Daaruit volgt dat, in tegenstelling tot hetgeen de Ministerraad en Net | Daaruit volgt dat, in tegenstelling tot hetgeen de Ministerraad en Net |
Brussel aanvoeren, het antwoord op de prejudiciële vraag niet | Brussel aanvoeren, het antwoord op de prejudiciële vraag niet |
klaarblijkelijk nutteloos is voor het geschil voor de verwijzende | klaarblijkelijk nutteloos is voor het geschil voor de verwijzende |
rechter. Indien het Hof zou vaststellen dat artikel 88, vierde lid, 1° | rechter. Indien het Hof zou vaststellen dat artikel 88, vierde lid, 1° |
en 2°, van de wet van 28 december 2011 de artikelen 10 en 11 van de | en 2°, van de wet van 28 december 2011 de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet schendt, zou de toepassing van die bepaling immers moeten | Grondwet schendt, zou de toepassing van die bepaling immers moeten |
worden geweerd, zodat het zou volstaan dat de persoon zijn aanvraag | worden geweerd, zodat het zou volstaan dat de persoon zijn aanvraag |
tot indisponibiliteitstelling heeft ingediend vóór 5 maart 2013, zoals | tot indisponibiliteitstelling heeft ingediend vóór 5 maart 2013, zoals |
de eiser voor de verwijzende rechter heeft gedaan, teneinde de in het | de eiser voor de verwijzende rechter heeft gedaan, teneinde de in het |
derde lid van hetzelfde artikel bedoelde overgangsregeling te | derde lid van hetzelfde artikel bedoelde overgangsregeling te |
genieten. | genieten. |
De omstandigheid dat werd geoordeeld dat het Brusselse Hoofdstedelijke | De omstandigheid dat werd geoordeeld dat het Brusselse Hoofdstedelijke |
Gewest een fout had begaan door de duur van de periode van | Gewest een fout had begaan door de duur van de periode van |
indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het vervroegd pensioen niet | indisponibiliteitstelling voorafgaand aan het vervroegd pensioen niet |
te verhogen om het einde van die periode te laten overeenstemmen met | te verhogen om het einde van die periode te laten overeenstemmen met |
de wettelijke pensioenleeftijd, brengt die vaststelling niet in het | de wettelijke pensioenleeftijd, brengt die vaststelling niet in het |
geding. Het staat immers niet aan het Hof zich daarover uit te | geding. Het staat immers niet aan het Hof zich daarover uit te |
spreken. | spreken. |
De Ministerraad en Net Brussel doen eveneens gelden dat de eiser voor | De Ministerraad en Net Brussel doen eveneens gelden dat de eiser voor |
de verwijzende rechter zijn aanvraag tot indisponibiliteitstelling | de verwijzende rechter zijn aanvraag tot indisponibiliteitstelling |
heeft ingediend binnen de termijnen die zijn vastgesteld bij het | heeft ingediend binnen de termijnen die zijn vastgesteld bij het |
besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 maart 2000 « | besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 maart 2000 « |
tot instelling ten gunste van het personeel van het Gewestelijk | tot instelling ten gunste van het personeel van het Gewestelijk |
Agentschap voor Netheid van een stelsel van indisponibiliteitstelling | Agentschap voor Netheid van een stelsel van indisponibiliteitstelling |
voorafgaand aan de pensioengerechtigde leeftijd » (hierna : het | voorafgaand aan de pensioengerechtigde leeftijd » (hierna : het |
besluit van 2 maart 2000), wetende dat hij niet zou voldoen aan de | besluit van 2 maart 2000), wetende dat hij niet zou voldoen aan de |
voorwaarden die bij de in het geding zijnde bepaling zijn vastgelegd. | voorwaarden die bij de in het geding zijnde bepaling zijn vastgelegd. |
Die omstandigheid heeft geen weerslag op het nut van het antwoord op | Die omstandigheid heeft geen weerslag op het nut van het antwoord op |
de prejudiciële vraag voor het voor de verwijzende rechter hangende | de prejudiciële vraag voor het voor de verwijzende rechter hangende |
geschil, aangezien zij losstaat van de vraag of de in het geding | geschil, aangezien zij losstaat van de vraag of de in het geding |
zijnde bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de | zijnde bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet. Bovendien kan de eiser voor de verwijzende rechter niet | Grondwet. Bovendien kan de eiser voor de verwijzende rechter niet |
worden verweten dat hij zich heeft gehouden aan de regelgeving die op | worden verweten dat hij zich heeft gehouden aan de regelgeving die op |
hem van toepassing was. | hem van toepassing was. |
Ten gronde | Ten gronde |
B.6. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit | B.6. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit |
dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt | dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt |
ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust | ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust |
en het redelijk verantwoord is. | en het redelijk verantwoord is. |
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld | Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld |
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel | rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van | en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van |
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat | gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat |
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de | er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de |
aangewende middelen en het beoogde doel. | aangewende middelen en het beoogde doel. |
B.7.1. De in het geding zijnde bepaling maakt deel uit van een | B.7.1. De in het geding zijnde bepaling maakt deel uit van een |
structurele hervorming van de pensioenen van het overheidspersoneel, | structurele hervorming van de pensioenen van het overheidspersoneel, |
die erop gericht is om op lange termijn de budgettaire kosten van de | die erop gericht is om op lange termijn de budgettaire kosten van de |
vergrijzing te beheersen. De hervorming strekt in de eerste plaats | vergrijzing te beheersen. De hervorming strekt in de eerste plaats |
ertoe de mensen langer te doen werken. | ertoe de mensen langer te doen werken. |
B.7.2. Het komt de wetgever toe te oordelen in hoeverre het opportuun | B.7.2. Het komt de wetgever toe te oordelen in hoeverre het opportuun |
is maatregelen te nemen met het oog op besparingen inzake rust- en | is maatregelen te nemen met het oog op besparingen inzake rust- en |
overlevingspensioenen. Aangezien die pensioenen met overheidsfondsen | overlevingspensioenen. Aangezien die pensioenen met overheidsfondsen |
worden gefinancierd, moet de last die op de Staat weegt, kunnen worden | worden gefinancierd, moet de last die op de Staat weegt, kunnen worden |
gewijzigd wanneer de sanering van de openbare financiën of het tekort | gewijzigd wanneer de sanering van de openbare financiën of het tekort |
in de sociale zekerheid zulks vereisen. | in de sociale zekerheid zulks vereisen. |
Bij het bepalen van zijn pensioenbeleid beschikt de wetgever derhalve | Bij het bepalen van zijn pensioenbeleid beschikt de wetgever derhalve |
over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Dat is des te meer het geval | over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Dat is des te meer het geval |
wanneer de betrokken regeling het voorwerp heeft uitgemaakt van | wanneer de betrokken regeling het voorwerp heeft uitgemaakt van |
sociaal overleg. | sociaal overleg. |
B.8. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht, vermag | B.8. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht, vermag |
hij te oordelen dat zij met onmiddellijke ingang moet worden | hij te oordelen dat zij met onmiddellijke ingang moet worden |
doorgevoerd en is hij in beginsel niet ertoe gehouden in een | doorgevoerd en is hij in beginsel niet ertoe gehouden in een |
overgangsregeling te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet | overgangsregeling te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet |
zijn slechts geschonden indien de overgangsregeling of de ontstentenis | zijn slechts geschonden indien de overgangsregeling of de ontstentenis |
daarvan tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen redelijke | daarvan tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen redelijke |
verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel op | verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel op |
buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan. Dat laatste is het geval | buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan. Dat laatste is het geval |
wanneer de rechtmatige verwachtingen van een bepaalde categorie van | wanneer de rechtmatige verwachtingen van een bepaalde categorie van |
rechtsonderhorigen worden miskend zonder dat een dwingende reden van | rechtsonderhorigen worden miskend zonder dat een dwingende reden van |
algemeen belang voorhanden is die het ontbreken van een te hunnen | algemeen belang voorhanden is die het ontbreken van een te hunnen |
voordele ingestelde overgangsregeling kan verantwoorden. | voordele ingestelde overgangsregeling kan verantwoorden. |
B.9. De in het geding zijnde overgangsbepaling heeft tot gevolg dat | B.9. De in het geding zijnde overgangsbepaling heeft tot gevolg dat |
personen die niet vóór 1 januari 2012 hun indisponibiliteitstelling | personen die niet vóór 1 januari 2012 hun indisponibiliteitstelling |
konden aanvragen of niet vóór 5 maart 2012 een gunstige beslissing | konden aanvragen of niet vóór 5 maart 2012 een gunstige beslissing |
over die aanvraag konden verkrijgen, niet langer konden genieten van | over die aanvraag konden verkrijgen, niet langer konden genieten van |
de vervroegde pensioenleeftijd van 60 jaar, en pas op de leeftijd van | de vervroegde pensioenleeftijd van 60 jaar, en pas op de leeftijd van |
62 jaar vervroegd met pensioen konden vertrekken. | 62 jaar vervroegd met pensioen konden vertrekken. |
B.10.1. In het licht van de door de wetgever nagestreefde | B.10.1. In het licht van de door de wetgever nagestreefde |
doelstellingen bevinden de personen die onder de in het geding zijnde | doelstellingen bevinden de personen die onder de in het geding zijnde |
overgangsregeling vallen, zich in een situatie die wezenlijk verschilt | overgangsregeling vallen, zich in een situatie die wezenlijk verschilt |
van de situatie van de personen die niet vóór 1 januari 2012 hun | van de situatie van de personen die niet vóór 1 januari 2012 hun |
indisponibiliteitstelling konden aanvragen of niet vóór 5 maart 2012 | indisponibiliteitstelling konden aanvragen of niet vóór 5 maart 2012 |
een gunstige beslissing over die aanvraag konden verkrijgen. | een gunstige beslissing over die aanvraag konden verkrijgen. |
De in het geding zijnde bepaling beoogt immers de legitieme | De in het geding zijnde bepaling beoogt immers de legitieme |
verwachtingen te beschermen van diegenen die reeds vóór de | verwachtingen te beschermen van diegenen die reeds vóór de |
pensioenhervorming van 28 december 2011 hun indisponibiliteitstelling | pensioenhervorming van 28 december 2011 hun indisponibiliteitstelling |
hadden aangevraagd of van plan waren dat eerstdaags te doen. De | hadden aangevraagd of van plan waren dat eerstdaags te doen. De |
relatieve scharnierdatum 1 januari 2012 is in dat opzicht pertinent, | relatieve scharnierdatum 1 januari 2012 is in dat opzicht pertinent, |
aangezien die datum twee dagen na de bekendmaking in het Belgisch | aangezien die datum twee dagen na de bekendmaking in het Belgisch |
Staatsblad, op 30 december 2011, van de verhoging van de vervroegde | Staatsblad, op 30 december 2011, van de verhoging van de vervroegde |
pensioenleeftijd valt. Personen die vóór die datum hun aanvraag hadden | pensioenleeftijd valt. Personen die vóór die datum hun aanvraag hadden |
ingediend, kunnen nog steeds een vervroegd pensioen op de leeftijd van | ingediend, kunnen nog steeds een vervroegd pensioen op de leeftijd van |
60 jaar genieten, ongeacht de datum waarop die aanvraag werd | 60 jaar genieten, ongeacht de datum waarop die aanvraag werd |
goedgekeurd. | goedgekeurd. |
De absolute scharnierdatum 5 maart 2012 is eveneens pertinent in het | De absolute scharnierdatum 5 maart 2012 is eveneens pertinent in het |
licht van die doelstelling, aangezien hij de personen die hun aanvraag | licht van die doelstelling, aangezien hij de personen die hun aanvraag |
aan het voorbereiden waren, maar nog niet hadden afgerond, een | aan het voorbereiden waren, maar nog niet hadden afgerond, een |
redelijke termijn geeft om dat alsnog te doen. Dat die scharnierdatum | redelijke termijn geeft om dat alsnog te doen. Dat die scharnierdatum |
afhangt van de beslissing van de openbare werkgever, veeleer dan van | afhangt van de beslissing van de openbare werkgever, veeleer dan van |
de aanvraag, is eveneens pertinent, aangezien het de betrokkene | de aanvraag, is eveneens pertinent, aangezien het de betrokkene |
verplichtte haast te maken met zijn aanvraag en de werkgever nog de | verplichtte haast te maken met zijn aanvraag en de werkgever nog de |
nodige tijd gunde om die aanvraag te onderzoeken. Overigens bevatten | nodige tijd gunde om die aanvraag te onderzoeken. Overigens bevatten |
de meeste disponibiliteitsregelingen een maximale termijn tussen de | de meeste disponibiliteitsregelingen een maximale termijn tussen de |
beslissing van de openbare werkgever en de aanvang van de | beslissing van de openbare werkgever en de aanvang van de |
indisponibiliteitstelling. | indisponibiliteitstelling. |
B.10.2. De in het geding zijnde bepaling beoogt niet de personen te | B.10.2. De in het geding zijnde bepaling beoogt niet de personen te |
beschermen die vóór de bekendmaking van de pensioenhervorming in het | beschermen die vóór de bekendmaking van de pensioenhervorming in het |
Belgisch Staatsblad nog geen stappen hadden gezet om hun | Belgisch Staatsblad nog geen stappen hadden gezet om hun |
indisponibiliteitstelling aan te vragen, maar dat na die bekendmaking | indisponibiliteitstelling aan te vragen, maar dat na die bekendmaking |
alsnog deden. | alsnog deden. |
Die personen beschikten immers niet over dezelfde rechtmatige | Die personen beschikten immers niet over dezelfde rechtmatige |
verwachting om nog op de leeftijd van 60 jaar vervroegd met pensioen | verwachting om nog op de leeftijd van 60 jaar vervroegd met pensioen |
te kunnen gaan. Hun verwachting met betrekking tot hun | te kunnen gaan. Hun verwachting met betrekking tot hun |
pensioenleeftijd was dezelfde als die van alle werknemers en | pensioenleeftijd was dezelfde als die van alle werknemers en |
ambtenaren, die eveneens werden geconfronteerd met een substantiële | ambtenaren, die eveneens werden geconfronteerd met een substantiële |
verhoging van hun vervroegde pensioenleeftijd. Geen enkele werknemer | verhoging van hun vervroegde pensioenleeftijd. Geen enkele werknemer |
of ambtenaar vermag de legitieme verwachting te hebben dat zijn | of ambtenaar vermag de legitieme verwachting te hebben dat zijn |
pensioenleeftijd en pensioenvoorwaarden gedurende zijn ganse loopbaan | pensioenleeftijd en pensioenvoorwaarden gedurende zijn ganse loopbaan |
ongewijzigd blijven. Er anders over oordelen, zou het de wetgever | ongewijzigd blijven. Er anders over oordelen, zou het de wetgever |
onmogelijk maken om de in B.7.1 bedoelde doelstellingen na te streven. | onmogelijk maken om de in B.7.1 bedoelde doelstellingen na te streven. |
B.10.3. Zoals het Hof bij zijn arrest nr. 78/2014 van 8 mei 2014 heeft | B.10.3. Zoals het Hof bij zijn arrest nr. 78/2014 van 8 mei 2014 heeft |
geoordeeld, dient de wetgever die een grote pensioenhervorming | geoordeeld, dient de wetgever die een grote pensioenhervorming |
doorvoert, ervoor te zorgen dat zij in beginsel op eenieder van | doorvoert, ervoor te zorgen dat zij in beginsel op eenieder van |
toepassing is en dient hij de uitzonderingen zo beperkt mogelijk te | toepassing is en dient hij de uitzonderingen zo beperkt mogelijk te |
houden. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat iedere | houden. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat iedere |
blijvende uitzondering op de verhoging van de pensioenleeftijd en van | blijvende uitzondering op de verhoging van de pensioenleeftijd en van |
het vereiste aantal dienstjaren niet enkel afbreuk doet aan de | het vereiste aantal dienstjaren niet enkel afbreuk doet aan de |
vooropgezette doelstelling, maar ook aan het noodzakelijke | vooropgezette doelstelling, maar ook aan het noodzakelijke |
maatschappelijk draagvlak van de algehele pensioenhervorming. | maatschappelijk draagvlak van de algehele pensioenhervorming. |
Indien de wetgever alleen de scharnierdatum 5 maart 2013 zou hebben | Indien de wetgever alleen de scharnierdatum 5 maart 2013 zou hebben |
gebruikt, zonder ook de scharnierdata 1 januari 2012 en 5 maart 2012 | gebruikt, zonder ook de scharnierdata 1 januari 2012 en 5 maart 2012 |
in zijn overgangsregeling op te nemen, zou hij in verregaande mate | in zijn overgangsregeling op te nemen, zou hij in verregaande mate |
afbreuk hebben gedaan aan de doelstelling van de pensioenhervorming, | afbreuk hebben gedaan aan de doelstelling van de pensioenhervorming, |
omdat een ruime categorie van werknemers van openbare overheden dan de | omdat een ruime categorie van werknemers van openbare overheden dan de |
verhoging van de vervroegde pensioenleeftijd zouden hebben kunnen | verhoging van de vervroegde pensioenleeftijd zouden hebben kunnen |
vermijden door alsnog een indisponibiliteitstelling aan te vragen die | vermijden door alsnog een indisponibiliteitstelling aan te vragen die |
zij zonder de pensioenhervorming niet zouden hebben aangevraagd. Die | zij zonder de pensioenhervorming niet zouden hebben aangevraagd. Die |
gang van zaken zou het maatschappelijk draagvlak van de | gang van zaken zou het maatschappelijk draagvlak van de |
pensioenhervorming hebben aangetast. | pensioenhervorming hebben aangetast. |
B.10.4. De keuze om de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving gepaard | B.10.4. De keuze om de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving gepaard |
te doen gaan met overgangsmaatregelen, impliceert overigens de | te doen gaan met overgangsmaatregelen, impliceert overigens de |
noodzaak om ergens een grens te trekken. Gelet op de doelstelling die | noodzaak om ergens een grens te trekken. Gelet op de doelstelling die |
hij met de in het geding zijnde bepaling nastreefde, heeft de wetgever | hij met de in het geding zijnde bepaling nastreefde, heeft de wetgever |
die grens in casu niet op kennelijk onredelijke wijze bepaald. | die grens in casu niet op kennelijk onredelijke wijze bepaald. |
B.10.5. De in het geding zijnde bepaling kan er inderdaad toe leiden | B.10.5. De in het geding zijnde bepaling kan er inderdaad toe leiden |
dat, in uitzonderlijke gevallen, iets jongere personen na afloop van | dat, in uitzonderlijke gevallen, iets jongere personen na afloop van |
hun indisponibiliteitstelling wel nog op de leeftijd van 60 jaar | hun indisponibiliteitstelling wel nog op de leeftijd van 60 jaar |
vervroegd met pensioen kunnen gaan, hun iets oudere collega's na | vervroegd met pensioen kunnen gaan, hun iets oudere collega's na |
afloop van hun indisponibiliteitstelling pas op de leeftijd van 62 | afloop van hun indisponibiliteitstelling pas op de leeftijd van 62 |
jaar vervroegd met pensioen kunnen gaan. | jaar vervroegd met pensioen kunnen gaan. |
In dat geval heeft de eerste categorie van personen zijn | In dat geval heeft de eerste categorie van personen zijn |
indisponibiliteitstelling evenwel tijdig aangevraagd of voorbereid. | indisponibiliteitstelling evenwel tijdig aangevraagd of voorbereid. |
B.10.6. In zoverre het verschil in behandeling betrekking heeft op de | B.10.6. In zoverre het verschil in behandeling betrekking heeft op de |
onmogelijkheid voor sommige werknemers van openbare werkgevers die | onmogelijkheid voor sommige werknemers van openbare werkgevers die |
vóór 5 maart 2013 aan de voorwaarden voor indisponibiliteitstelling | vóór 5 maart 2013 aan de voorwaarden voor indisponibiliteitstelling |
voldeden, om hun aanvraag vóór 1 januari 2012 in te dienen of vóór 5 | voldeden, om hun aanvraag vóór 1 januari 2012 in te dienen of vóór 5 |
maart 2012 te laten goedkeuren, terwijl andere werknemers van openbare | maart 2012 te laten goedkeuren, terwijl andere werknemers van openbare |
werkgevers die op dezelfde datum aan de voorwaarden voldeden, wel over | werkgevers die op dezelfde datum aan de voorwaarden voldeden, wel over |
die mogelijkheid beschikten, vindt dat verschil in behandeling zijn | die mogelijkheid beschikten, vindt dat verschil in behandeling zijn |
grondslag niet in de in het geding zijnde bepaling, maar in de | grondslag niet in de in het geding zijnde bepaling, maar in de |
verschillen tussen de statuten van indisponibiliteitstelling van | verschillen tussen de statuten van indisponibiliteitstelling van |
onderscheiden openbare werkgevers. Het onderzoek van die verschillen | onderscheiden openbare werkgevers. Het onderzoek van die verschillen |
valt buiten de bevoegdheid van het Hof. | valt buiten de bevoegdheid van het Hof. |
Dat bepaalde werknemers van openbare werkgevers een periode van twee | Dat bepaalde werknemers van openbare werkgevers een periode van twee |
jaar dienen te overbruggen tussen het bereiken van de leeftijd van 60 | jaar dienen te overbruggen tussen het bereiken van de leeftijd van 60 |
jaar en de vervroegde pensioenleeftijd, is evenmin een rechtstreeks | jaar en de vervroegde pensioenleeftijd, is evenmin een rechtstreeks |
gevolg van de in het geding zijnde bepaling, maar veeleer van het | gevolg van de in het geding zijnde bepaling, maar veeleer van het |
gegeven dat de betrokken openbare werkgevers hun statuut van | gegeven dat de betrokken openbare werkgevers hun statuut van |
indisponibiliteitstelling niet in overeenstemming hebben gebracht met | indisponibiliteitstelling niet in overeenstemming hebben gebracht met |
de pensioenhervorming door de wet van 28 december 2011. | de pensioenhervorming door de wet van 28 december 2011. |
B.11. Gelet op het voorgaande is artikel 88, vierde lid, 1° en 2°, van | B.11. Gelet op het voorgaande is artikel 88, vierde lid, 1° en 2°, van |
de wet van 28 december 2011 niet onbestaanbaar met de artikelen 10 en | de wet van 28 december 2011 niet onbestaanbaar met de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet. | 11 van de Grondwet. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende | Artikel 88, vierde lid, van de wet van 28 december 2011 « houdende |
diverse bepalingen » schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet | diverse bepalingen » schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet |
niet. | niet. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 17 maart 2022. | op 17 maart 2022. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
P.-Y. Dutilleux P. Nihoul | P.-Y. Dutilleux P. Nihoul |