Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 160/2021 van 18 november 2021 Rolnummer 7307 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van het Waalse Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vr Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 160/2021 van 18 november 2021 Rolnummer 7307 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van het Waalse Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vr Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...) Uittreksel uit arrest nr. 160/2021 van 18 november 2021 Rolnummer 7307 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van het Waalse Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vr Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 160/2021 van 18 november 2021 Uittreksel uit arrest nr. 160/2021 van 18 november 2021
Rolnummer 7307 Rolnummer 7307
In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van het Waalse In zake : de prejudiciële vraag betreffende het decreet van het Waalse
Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor
het wegengebruik door zware vrachtwagens », gesteld door de Rechtbank het wegengebruik door zware vrachtwagens », gesteld door de Rechtbank
van eerste aanleg Luik, afdeling Luik. van eerste aanleg Luik, afdeling Luik.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de
rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques en D. Pieters, rechters J.-P. Moerman, T. Giet, J. Moerman, M. Pâques en D. Pieters,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter P. Nihoul, voorzitter P. Nihoul,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 5 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie van Bij vonnis van 5 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie van
het Hof is ingekomen op 25 november 2019, heeft de Rechtbank van het Hof is ingekomen op 25 november 2019, heeft de Rechtbank van
eerste aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag eerste aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag
gesteld : gesteld :
« Schendt het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een « Schendt het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een
kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens de kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang gelezen met artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang gelezen met
artikel 172 van de Grondwet, in zoverre alleen motorvoertuigen en artikel 172 van de Grondwet, in zoverre alleen motorvoertuigen en
combinaties van voertuigen, ongeacht of zij al dan niet uitsluitend combinaties van voertuigen, ongeacht of zij al dan niet uitsluitend
zijn bedoeld of worden gebruikt voor goederenvervoer over de weg, en zijn bedoeld of worden gebruikt voor goederenvervoer over de weg, en
waarvan de maximaal toegelaten massa (MTM) meer dan 3,5 ton bedraagt, waarvan de maximaal toegelaten massa (MTM) meer dan 3,5 ton bedraagt,
aan de kilometerheffing worden onderworpen, met uitsluiting van : aan de kilometerheffing worden onderworpen, met uitsluiting van :
i. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij i. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij
al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor
personenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa personenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa
(MTM) meer dan 3,5 ton bedraagt; (MTM) meer dan 3,5 ton bedraagt;
ii. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij ii. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij
al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor
goederenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa goederenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa
(MTM) niet meer dan 3,5 ton bedraagt; (MTM) niet meer dan 3,5 ton bedraagt;
iii. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij iii. de motorvoertuigen en combinaties van voertuigen, ongeacht of zij
al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor al dan niet uitsluitend zijn bedoeld of worden gebruikt voor
goederenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa goederenvervoer over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa
(MTM) niet meer dan 3,5 ton bedraagt, zelfs wanneer die voertuigen (MTM) niet meer dan 3,5 ton bedraagt, zelfs wanneer die voertuigen
voor het vervoer van goederen gebruikmaken van een aanhangwagen voor het vervoer van goederen gebruikmaken van een aanhangwagen
waardoor de totale MTM ervan meer dan 3,5 ton bedraagt; waardoor de totale MTM ervan meer dan 3,5 ton bedraagt;
iv. de personenwagens; iv. de personenwagens;
v. verschillende andere voertuigen, bijvoorbeeld landbouwmachines, v. verschillende andere voertuigen, bijvoorbeeld landbouwmachines,
zelfs wanneer zij worden gebruikt voor goederenvervoer over de weg ? zelfs wanneer zij worden gebruikt voor goederenvervoer over de weg ?
». ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van het in het geding zijnde decreet en de context ervan Ten aanzien van het in het geding zijnde decreet en de context ervan
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op het decreet van het B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op het decreet van het
Waalse Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een Waalse Gewest van 16 juli 2015 « tot invoering van een
kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens » kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens »
(hierna : het decreet van 16 juli 2015). De kilometerheffing is een (hierna : het decreet van 16 juli 2015). De kilometerheffing is een
heffing die verschuldigd is door de houders van bepaalde heffing die verschuldigd is door de houders van bepaalde
motorvoertuigen, en die wordt berekend op basis van de afgelegde motorvoertuigen, en die wordt berekend op basis van de afgelegde
afstand. afstand.
Uit de prejudiciële vraag en de motivering van het verwijzingsvonnis Uit de prejudiciële vraag en de motivering van het verwijzingsvonnis
blijkt dat het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid te onderzoeken blijkt dat het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid te onderzoeken
van de artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van dat decreet, die het van de artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van dat decreet, die het
toepassingsgebied van de kilometerheffing bepalen met betrekking tot toepassingsgebied van de kilometerheffing bepalen met betrekking tot
de beoogde voertuigen, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de beoogde voertuigen, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet,
eventueel in samenhang gelezen met artikel 172 ervan. eventueel in samenhang gelezen met artikel 172 ervan.
B.1.2. Artikel 2 van het decreet van 16 juli 2015 bepaalt : B.1.2. Artikel 2 van het decreet van 16 juli 2015 bepaalt :
« Voor de toepassing van dit decreet en de desbetreffende « Voor de toepassing van dit decreet en de desbetreffende
uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
[...] [...]
16° voertuig : een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen 16° voertuig : een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen
bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de
weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer
dan 3,5 ton bedraagt; dan 3,5 ton bedraagt;
[...] ». [...] ».
Artikel 9, § 1, van het decreet van 16 juli 2015 bepaalt : Artikel 9, § 1, van het decreet van 16 juli 2015 bepaalt :
« Op verzoek van de verschuldigde worden de volgende voertuigen « Op verzoek van de verschuldigde worden de volgende voertuigen
vrijgesteld van de kilometerheffing : vrijgesteld van de kilometerheffing :
1° de voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor en door 1° de voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor en door
defensie, bescherming burgerbevolking, brandweer en politie en als defensie, bescherming burgerbevolking, brandweer en politie en als
zodanig uiterlijk herkenbaar zijn; zodanig uiterlijk herkenbaar zijn;
2° de voertuigen die speciaal en uitsluitend voor medische doeleinden 2° de voertuigen die speciaal en uitsluitend voor medische doeleinden
zijn uitgerust en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn; zijn uitgerust en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn;
3° de voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of bosbouw die 3° de voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of bosbouw die
slechts af en toe op de openbare weg in België rijden en uitsluitend slechts af en toe op de openbare weg in België rijden en uitsluitend
voor landbouw-, tuinbouw-, visteelt- of bosbouwwerkzaamheden worden voor landbouw-, tuinbouw-, visteelt- of bosbouwwerkzaamheden worden
gebruikt. gebruikt.
[...] ». [...] ».
B.1.3. De richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad B.1.3. De richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 17 juni 1999 « betreffende het in rekening brengen van het gebruik van 17 juni 1999 « betreffende het in rekening brengen van het gebruik
van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen » van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen »
(hierna : de richtlijn 1999/62/EG), gewijzigd bij de richtlijn (hierna : de richtlijn 1999/62/EG), gewijzigd bij de richtlijn
2006/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 en 2006/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 en
bij de richtlijn 2011/76/EU van het Europees Parlement en de Raad van bij de richtlijn 2011/76/EU van het Europees Parlement en de Raad van
27 september 2011, wordt bij het decreet van 16 juli 2015 omgezet. Die 27 september 2011, wordt bij het decreet van 16 juli 2015 omgezet. Die
richtlijn harmoniseert de voorwaarden waaronder de nationale richtlijn harmoniseert de voorwaarden waaronder de nationale
autoriteiten belastingen, tolgelden en gebruiksrechten kunnen heffen autoriteiten belastingen, tolgelden en gebruiksrechten kunnen heffen
op goederen die over de weg worden vervoerd. op goederen die over de weg worden vervoerd.
Daarnaast wordt de richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en Daarnaast wordt de richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 29 april 2004 « betreffende de interoperabiliteit van de Raad van 29 april 2004 « betreffende de interoperabiliteit van
elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de
Gemeenschap » gedeeltelijk omgezet bij dit decreet. Die richtlijn Gemeenschap » gedeeltelijk omgezet bij dit decreet. Die richtlijn
voorziet in de oprichting van een Europese elektronische voorziet in de oprichting van een Europese elektronische
tolheffingsdienst ter aanvulling van de nationale elektronische tolheffingsdienst ter aanvulling van de nationale elektronische
tolheffingsdiensten van de lidstaten. tolheffingsdiensten van de lidstaten.
B.1.4. Voorafgaand aan het decreet van 16 juli 2015, hebben de drie B.1.4. Voorafgaand aan het decreet van 16 juli 2015, hebben de drie
gewesten een samenwerkingsakkoord gesloten : het samenwerkingsakkoord gewesten een samenwerkingsakkoord gesloten : het samenwerkingsakkoord
van 31 januari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en van 31 januari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest « betreffende de invoering van de het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest « betreffende de invoering van de
kilometerheffing op het grondgebied van de drie Gewesten en tot kilometerheffing op het grondgebied van de drie Gewesten en tot
oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven interregionaal oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven interregionaal
Samenwerkingsverband Viapass onder de vorm van een gemeenschappelijke Samenwerkingsverband Viapass onder de vorm van een gemeenschappelijke
instelling zoals bedoeld in artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet instelling zoals bedoeld in artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet
van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ». van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ».
Volgens artikel 2 van dat akkoord beoogt het de samenwerking te Volgens artikel 2 van dat akkoord beoogt het de samenwerking te
regelen tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse regelen tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse
Hoofdstedelijke Gewest bij de uitoefening van hun respectieve Hoofdstedelijke Gewest bij de uitoefening van hun respectieve
bevoegdheden inzake het beheer van de wegen en hun aanhorigheden en bevoegdheden inzake het beheer van de wegen en hun aanhorigheden en
tot bepaling van het juridisch stelsel van de landwegenis, zoals tot bepaling van het juridisch stelsel van de landwegenis, zoals
bedoeld in artikel 6, § 1, X, eerste lid, 1° en 2°bis, van de bedoeld in artikel 6, § 1, X, eerste lid, 1° en 2°bis, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
In dat samenwerkingsakkoord, dat werd gewijzigd bij het In dat samenwerkingsakkoord, dat werd gewijzigd bij het
samenwerkingsakkoord van 24 april 2015, hebben de gewesten afspraken samenwerkingsakkoord van 24 april 2015, hebben de gewesten afspraken
gemaakt over de wijze waarop de kilometerheffing wordt ingevoerd en gemaakt over de wijze waarop de kilometerheffing wordt ingevoerd en
over de oprichting van een publiekrechtelijk interregionaal over de oprichting van een publiekrechtelijk interregionaal
samenwerkingsverband, genaamd Viapass, dat voor het dagelijks beheer samenwerkingsverband, genaamd Viapass, dat voor het dagelijks beheer
van het kilometerheffingssysteem instaat. van het kilometerheffingssysteem instaat.
Met respect voor de eigenheid van elk gewest en de na te streven Met respect voor de eigenheid van elk gewest en de na te streven
doelstellingen door elk gewest, beoogt het samenwerkingsakkoord die doelstellingen door elk gewest, beoogt het samenwerkingsakkoord die
aangelegenheden gezamenlijk af te spreken of die regelingen vast te aangelegenheden gezamenlijk af te spreken of die regelingen vast te
stellen die zijn vereist om de invoering, de organisatie en handhaving stellen die zijn vereist om de invoering, de organisatie en handhaving
van de kilometerheffing in de drie gewesten doelmatig en van de kilometerheffing in de drie gewesten doelmatig en
kostenefficiënt te realiseren (artikel 2, tweede lid). kostenefficiënt te realiseren (artikel 2, tweede lid).
B.2.1. De memorie van toelichting bij het decreet van 16 juli 2015 B.2.1. De memorie van toelichting bij het decreet van 16 juli 2015
vermeldt : vermeldt :
« De invoering van de kilometerheffing past binnen een algemene « De invoering van de kilometerheffing past binnen een algemene
dynamiek die aanwezig is in de ons omringende landen en die ertoe dynamiek die aanwezig is in de ons omringende landen en die ertoe
strekt de sector van het goederenvervoer te sensibiliseren voor de strekt de sector van het goederenvervoer te sensibiliseren voor de
werkelijke kosten die voortvloeien uit het intensieve gebruik van het werkelijke kosten die voortvloeien uit het intensieve gebruik van het
wegennet » (Parl. St., Waals Parlement, 2014-2015, nr. 236/1, p. 2). wegennet » (Parl. St., Waals Parlement, 2014-2015, nr. 236/1, p. 2).
In de artikelsgewijze bespreking wordt gepreciseerd dat met de term « In de artikelsgewijze bespreking wordt gepreciseerd dat met de term «
goederenvervoer » « elk vervoer van goederen of van zaken dat in goederenvervoer » « elk vervoer van goederen of van zaken dat in
principe het laden en het lossen van de vracht van een voertuig principe het laden en het lossen van de vracht van een voertuig
impliceert », wordt bedoeld (ibid., p. 5). impliceert », wordt bedoeld (ibid., p. 5).
B.2.2. Wat betreft de doelstellingen die met de invoering van de B.2.2. Wat betreft de doelstellingen die met de invoering van de
kilometerheffing worden nagestreefd, vermeldt de memorie van kilometerheffing worden nagestreefd, vermeldt de memorie van
toelichting bij het decreet van 16 juli 2015 : toelichting bij het decreet van 16 juli 2015 :
« - de kosten van de investeringen en van het onderhoud van de wegen « - de kosten van de investeringen en van het onderhoud van de wegen
op een eerlijke manier door de weggebruikers laten dragen; op een eerlijke manier door de weggebruikers laten dragen;
- de mobiliteit op het grondgebied verbeteren door de - de mobiliteit op het grondgebied verbeteren door de
vervoersmaatschappijen aan te moedigen tot een efficiënter vervoer van vervoersmaatschappijen aan te moedigen tot een efficiënter vervoer van
de goederen; de goederen;
- bijdragen tot de verbetering van de prestaties van het - bijdragen tot de verbetering van de prestaties van het
vervoerssysteem rekening houdend met de specifieke kenmerken van de vervoerssysteem rekening houdend met de specifieke kenmerken van de
voertuigen die aan de kilometerheffing onderworpen zijn » (ibid., p. voertuigen die aan de kilometerheffing onderworpen zijn » (ibid., p.
2). 2).
In de commissie van het Waals Parlement voegde de minister van In de commissie van het Waals Parlement voegde de minister van
Begroting, van Openbaar Ambt en van Administratieve Vereenvoudiging Begroting, van Openbaar Ambt en van Administratieve Vereenvoudiging
daaraan toe : daaraan toe :
« In de eerste plaats verzekert de kilometerheffing een gelijke « In de eerste plaats verzekert de kilometerheffing een gelijke
behandeling van de zware vrachtwagens, ongeacht de plaats van behandeling van de zware vrachtwagens, ongeacht de plaats van
inschrijving ervan. inschrijving ervan.
[...] [...]
Vervolgens wordt met de kilometerheffing de gebruiker Vervolgens wordt met de kilometerheffing de gebruiker
geresponsabiliseerd via het principe 'de gebruiker betaalt'. Zij die geresponsabiliseerd via het principe 'de gebruiker betaalt'. Zij die
veel rijden betalen immers meer dan zij die minder rijden. Met de veel rijden betalen immers meer dan zij die minder rijden. Met de
kilometerheffing wordt dus een efficiënter wegvervoer aangemoedigd kilometerheffing wordt dus een efficiënter wegvervoer aangemoedigd
via, bijvoorbeeld, het beperken van het leeg vervoer » (Parl. St., via, bijvoorbeeld, het beperken van het leeg vervoer » (Parl. St.,
Waals Parlement, 2014-2015, nr. 236/4, p. 3). Waals Parlement, 2014-2015, nr. 236/4, p. 3).
B.3.1. Artikel 2 van de voormelde richtlijn 1999/62/EG definieert een B.3.1. Artikel 2 van de voormelde richtlijn 1999/62/EG definieert een
« voertuig » als « een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen « voertuig » als « een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen
bedoeld of gebruikt voor het vervoer over de weg van goederen en bedoeld of gebruikt voor het vervoer over de weg van goederen en
waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 t bedraagt waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 t bedraagt
». ».
B.3.2. Overweging 9 van de richtlijn 2011/76/EU van het Europees B.3.2. Overweging 9 van de richtlijn 2011/76/EU van het Europees
Parlement en de Raad van 27 september 2011 « tot wijziging van Parlement en de Raad van 27 september 2011 « tot wijziging van
Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het
gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware
vrachtvoertuigen », waarbij die definitie van het begrip « voertuig » vrachtvoertuigen », waarbij die definitie van het begrip « voertuig »
werd ingevoegd in de richtlijn 1999/62/EG, vermeldt : werd ingevoegd in de richtlijn 1999/62/EG, vermeldt :
« Deze richtlijn belet de lidstaten niet nationale regels toe te « Deze richtlijn belet de lidstaten niet nationale regels toe te
passen voor het belasten van andere weggebruikers die buiten de passen voor het belasten van andere weggebruikers die buiten de
werkingssfeer van deze richtlijn vallen ». werkingssfeer van deze richtlijn vallen ».
B.4. Artikel 1, 18°, van het voormelde samenwerkingsakkoord van 31 B.4. Artikel 1, 18°, van het voormelde samenwerkingsakkoord van 31
januari 2014, zoals gewijzigd bij het samenwerkingsakkoord van 24 januari 2014, zoals gewijzigd bij het samenwerkingsakkoord van 24
april 2015, definieert een « voertuig » als volgt : april 2015, definieert een « voertuig » als volgt :
« een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, bedoeld of « een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, bedoeld of
gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de weg van gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de weg van
goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5 goederen en waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht meer dan 3,5
ton bedraagt ». ton bedraagt ».
Ten aanzien van de prejudiciële vraag Ten aanzien van de prejudiciële vraag
B.5.1. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid te onderzoeken van de B.5.1. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid te onderzoeken van de
artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van het decreet van 16 juli 2015, met het artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van het decreet van 16 juli 2015, met het
beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie in zoverre die beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie in zoverre die
bepalingen een verschil in behandeling doen ontstaan tussen, bepalingen een verschil in behandeling doen ontstaan tussen,
enerzijds, de houders van een motorvoertuig of een samenstel van enerzijds, de houders van een motorvoertuig of een samenstel van
voertuigen bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het voertuigen bedoeld of gebruikt, al dan niet uitsluitend, voor het
vervoer over de weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane vervoer over de weg van goederen en waarvan het maximaal toegestane
totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt, die onderworpen zijn aan de totaalgewicht meer dan 3,5 ton bedraagt, die onderworpen zijn aan de
kilometerheffing, en, anderzijds, de houders van andere voertuigen, kilometerheffing, en, anderzijds, de houders van andere voertuigen,
die niet onderworpen zijn aan de kilometerheffing. die niet onderworpen zijn aan de kilometerheffing.
B.5.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet B.5.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet
uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen
wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium
berust en het redelijk verantwoord is. berust en het redelijk verantwoord is.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de
aangewende middelen en het beoogde doel. aangewende middelen en het beoogde doel.
B.5.3. De omstandigheid dat de in het geding zijnde bepalingen B.5.3. De omstandigheid dat de in het geding zijnde bepalingen
Europese richtlijnen omzetten in het interne recht, kan de door de Europese richtlijnen omzetten in het interne recht, kan de door de
verwijzende rechter opgeworpen verschillen in behandeling niet verwijzende rechter opgeworpen verschillen in behandeling niet
rechtvaardigen, aangezien die richtlijnen de nationale wetgevers niet rechtvaardigen, aangezien die richtlijnen de nationale wetgevers niet
verbieden om de kilometerheffing uit te breiden tot andere verbieden om de kilometerheffing uit te breiden tot andere
weggebruikers dan diegenen op wie die richtlijnen betrekking hebben. weggebruikers dan diegenen op wie die richtlijnen betrekking hebben.
B.6. De decreetgever beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid B.6. De decreetgever beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid
om zijn beleid in sociaal-economische aangelegenheden te bepalen. Uit om zijn beleid in sociaal-economische aangelegenheden te bepalen. Uit
de in B.2 geciteerde uittreksels van de parlementaire voorbereiding de in B.2 geciteerde uittreksels van de parlementaire voorbereiding
blijkt dat, met de in het geding zijnde kilometerheffing, de blijkt dat, met de in het geding zijnde kilometerheffing, de
decreetgever het principe « de gebruiker betaalt » gericht heeft decreetgever het principe « de gebruiker betaalt » gericht heeft
willen toepassen, en tegelijkertijd de sector van het goederenvervoer willen toepassen, en tegelijkertijd de sector van het goederenvervoer
heeft willen aanmoedigen om zijn verplaatsingen te rationaliseren heeft willen aanmoedigen om zijn verplaatsingen te rationaliseren
teneinde de luchtverontreiniging en de verkeerscongestie te teneinde de luchtverontreiniging en de verkeerscongestie te
bestrijden. De decreetgever heeft overigens niet uitgesloten dat bestrijden. De decreetgever heeft overigens niet uitgesloten dat
dezelfde heffing of een soortgelijke heffing in de toekomst zal worden dezelfde heffing of een soortgelijke heffing in de toekomst zal worden
toegepast op andere types voertuigen, op basis van het gebruik van de toegepast op andere types voertuigen, op basis van het gebruik van de
Waalse wegeninfrastructuur. Waalse wegeninfrastructuur.
B.7.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen eerste vergelijking B.7.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen eerste vergelijking
tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing
onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de
kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen
voor goederenvervoer en de voertuigen voor personenvervoer te voor goederenvervoer en de voertuigen voor personenvervoer te
vergelijken. vergelijken.
B.7.2. Het verschil in behandeling berust op een objectief criterium. B.7.2. Het verschil in behandeling berust op een objectief criterium.
Dat criterium is ook pertinent in het licht van de doelstellingen van Dat criterium is ook pertinent in het licht van de doelstellingen van
de in het geding zijnde kilometerheffing, zoals zij in B.2.2 in de in het geding zijnde kilometerheffing, zoals zij in B.2.2 in
herinnering zijn gebracht. Immers, ook al is het juist dat de sector herinnering zijn gebracht. Immers, ook al is het juist dat de sector
van het personenvervoer eveneens gebruik maakt van de van het personenvervoer eveneens gebruik maakt van de
wegeninfrastructuur en in dat opzicht bijdraagt tot de wegeninfrastructuur en in dat opzicht bijdraagt tot de
luchtverontreiniging en de congestie van het verkeer, vermocht de luchtverontreiniging en de congestie van het verkeer, vermocht de
decreetgever toch rekening te houden met de omstandigheid dat de decreetgever toch rekening te houden met de omstandigheid dat de
verontreiniging en de verkeerscongestie die worden veroorzaakt door de verontreiniging en de verkeerscongestie die worden veroorzaakt door de
sector van het goederenvervoer over de weg aanzienlijk groter zijn dan sector van het goederenvervoer over de weg aanzienlijk groter zijn dan
die welke worden veroorzaakt door de sector van het collectief die welke worden veroorzaakt door de sector van het collectief
personenvervoer. Vervolgens vermocht de decreetgever het aanbod van personenvervoer. Vervolgens vermocht de decreetgever het aanbod van
collectief personenvervoer, dat de verkeerscongestie mee kan collectief personenvervoer, dat de verkeerscongestie mee kan
verminderen, aan te moedigen in de plaats van het gebruik van verminderen, aan te moedigen in de plaats van het gebruik van
personenwagens. Ten slotte kon de decreetgever redelijkerwijs oordelen personenwagens. Ten slotte kon de decreetgever redelijkerwijs oordelen
dat de sector van het goederenvervoer over de weg ertoe moest worden dat de sector van het goederenvervoer over de weg ertoe moest worden
aangezet de verplaatsingen van voertuigen voor goederenvervoer te aangezet de verplaatsingen van voertuigen voor goederenvervoer te
rationaliseren, terwijl dat niet noodzakelijk diende te gebeuren voor rationaliseren, terwijl dat niet noodzakelijk diende te gebeuren voor
de voertuigen voor personenvervoer. de voertuigen voor personenvervoer.
B.8.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen tweede vergelijking B.8.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen tweede vergelijking
tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing
onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de
kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen
voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5 voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5
ton bedraagt en de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal ton bedraagt en de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal
toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt, te vergelijken. Met de toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt, te vergelijken. Met de
in de prejudiciële vraag opgeworpen vierde vergelijking tussen de in de prejudiciële vraag opgeworpen vierde vergelijking tussen de
houders van voertuigen die aan de kilometerheffing onderworpen zijn en houders van voertuigen die aan de kilometerheffing onderworpen zijn en
de houders van voertuigen die niet aan de kilometerheffing onderworpen de houders van voertuigen die niet aan de kilometerheffing onderworpen
zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen voor goederenvervoer waarvan zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen voor goederenvervoer waarvan
de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5 ton bedraagt en de de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5 ton bedraagt en de
personenwagens te vergelijken. personenwagens te vergelijken.
B.8.2. Die verschillen in behandeling berusten op het criterium van de B.8.2. Die verschillen in behandeling berusten op het criterium van de
maximaal toegelaten massa, dat een objectief criterium is. Het is niet maximaal toegelaten massa, dat een objectief criterium is. Het is niet
onredelijk te oordelen dat de slijtage van de wegeninfrastructuur onredelijk te oordelen dat de slijtage van de wegeninfrastructuur
aanzienlijker is wanneer de voertuigen die ervan gebruik maken aanzienlijker is wanneer de voertuigen die ervan gebruik maken
zwaarder zijn. Aangezien de voertuigen waarvan de maximaal toegelaten zwaarder zijn. Aangezien de voertuigen waarvan de maximaal toegelaten
massa minder dan 3,5 ton bedraagt en de personenwagens minder zwaar massa minder dan 3,5 ton bedraagt en de personenwagens minder zwaar
zijn dan de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal zijn dan de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal
toegelaten massa meer dan 3,5 ton bedraagt, berust het verschil in toegelaten massa meer dan 3,5 ton bedraagt, berust het verschil in
behandeling tussen die laatste voertuigen, enerzijds, en de voertuigen behandeling tussen die laatste voertuigen, enerzijds, en de voertuigen
waarvan de maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt en de waarvan de maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt en de
personenwagens, anderzijds, op een pertinent criterium rekening personenwagens, anderzijds, op een pertinent criterium rekening
houdend met het doel van de decreetgever, namelijk de kosten houdend met het doel van de decreetgever, namelijk de kosten
veroorzaakt door het intensieve gebruik van de Waalse veroorzaakt door het intensieve gebruik van de Waalse
wegeninfrastructuur door de gebruikers laten dragen. wegeninfrastructuur door de gebruikers laten dragen.
B.9.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen derde vergelijking B.9.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen derde vergelijking
tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing
onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de
kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht, enerzijds, kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht, enerzijds,
de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten de voertuigen voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten
massa meer dan 3,5 ton bedraagt en, anderzijds de voertuigen of massa meer dan 3,5 ton bedraagt en, anderzijds de voertuigen of
combinaties van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa minder combinaties van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa minder
dan 3,5 ton bedraagt, zelfs wanneer die laatste, wegens de dan 3,5 ton bedraagt, zelfs wanneer die laatste, wegens de
aanhangwagen die zij gebruiken voor goederenvervoer, een maximaal aanhangwagen die zij gebruiken voor goederenvervoer, een maximaal
toegelaten massa van meer dan 3,5 ton hebben, te vergelijken. toegelaten massa van meer dan 3,5 ton hebben, te vergelijken.
B.9.2. Het verschil in behandeling berust op het criterium van de B.9.2. Het verschil in behandeling berust op het criterium van de
maximaal toegelaten massa van het voertuig, dat, zoals vermeld in maximaal toegelaten massa van het voertuig, dat, zoals vermeld in
B.8.2, een objectief en pertinent criterium is. Het occasionele B.8.2, een objectief en pertinent criterium is. Het occasionele
gebruik van een aanhangwagen wijzigt niet de bestemming van het gebruik van een aanhangwagen wijzigt niet de bestemming van het
voertuig waarvan de maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton voertuig waarvan de maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton
bedraagt en dat in principe niet bestemd is voor goederenvervoer. Het bedraagt en dat in principe niet bestemd is voor goederenvervoer. Het
gebruik van een aanhangwagen waardoor de maximaal toegelaten massa van gebruik van een aanhangwagen waardoor de maximaal toegelaten massa van
het voertuig meer dan 3,5 ton bedraagt, doet bijgevolg geen afbreuk het voertuig meer dan 3,5 ton bedraagt, doet bijgevolg geen afbreuk
aan de pertinentie van het criterium. aan de pertinentie van het criterium.
Bovendien kan het de decreetgever niet worden verweten dat hij geen Bovendien kan het de decreetgever niet worden verweten dat hij geen
rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat voertuigen waarvan de rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat voertuigen waarvan de
maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt, af en toe met maximaal toegelaten massa minder dan 3,5 ton bedraagt, af en toe met
een aanhangwagen kunnen worden uitgerust en daardoor een maximaal een aanhangwagen kunnen worden uitgerust en daardoor een maximaal
toegelaten massa van meer dan 3,5 ton kunnen hebben. Indien met dat toegelaten massa van meer dan 3,5 ton kunnen hebben. Indien met dat
element rekening zou moeten worden gehouden, zou de houder van element rekening zou moeten worden gehouden, zou de houder van
eenzelfde voertuig immers op bepaalde tijdstippen de kilometerheffing eenzelfde voertuig immers op bepaalde tijdstippen de kilometerheffing
verschuldigd zijn, en op andere tijdstippen niet. Een dergelijke verschuldigd zijn, en op andere tijdstippen niet. Een dergelijke
situatie zou moeilijkheden met betrekking tot de inning van de situatie zou moeilijkheden met betrekking tot de inning van de
heffing, alsook administratieve kosten teweegbrengen die de heffing, alsook administratieve kosten teweegbrengen die de
decreetgever ongerechtvaardigd kon achten. decreetgever ongerechtvaardigd kon achten.
B.10.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen vijfde vergelijking B.10.1. Met de in de prejudiciële vraag opgeworpen vijfde vergelijking
tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing
onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet aan de
kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen kilometerheffing onderworpen zijn wordt het Hof verzocht de voertuigen
voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5 voor goederenvervoer waarvan de maximaal toegelaten massa meer dan 3,5
ton bedraagt en de voertuigen die van de heffing zijn vrijgesteld, ton bedraagt en de voertuigen die van de heffing zijn vrijgesteld,
zoals landbouwmachines bijvoorbeeld, zelfs wanneer zij voor zoals landbouwmachines bijvoorbeeld, zelfs wanneer zij voor
goederenvervoer worden gebruikt, te vergelijken. goederenvervoer worden gebruikt, te vergelijken.
B.10.2. Krachtens artikel 9, § 1, 3°, van het decreet van 16 juli B.10.2. Krachtens artikel 9, § 1, 3°, van het decreet van 16 juli
2015, zijn de voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of bosbouw 2015, zijn de voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of bosbouw
die « uitsluitend voor landbouw-, tuinbouw-, visteelt- of die « uitsluitend voor landbouw-, tuinbouw-, visteelt- of
bosbouwwerkzaamheden worden gebruikt », vrijgesteld van de bosbouwwerkzaamheden worden gebruikt », vrijgesteld van de
kilometerheffing. Daaruit volgt dat de voertuigen van dat type die ook kilometerheffing. Daaruit volgt dat de voertuigen van dat type die ook
voor goederenvervoer worden gebruikt, in principe onderworpen zijn aan voor goederenvervoer worden gebruikt, in principe onderworpen zijn aan
de kilometerheffing en dat zij dus niet anders worden behandeld dan de de kilometerheffing en dat zij dus niet anders worden behandeld dan de
voertuigen voor goederenvervoer met dezelfde maximaal toegelaten voertuigen voor goederenvervoer met dezelfde maximaal toegelaten
massa. massa.
B.10.3. Voor het overige berust het verschil in behandeling op het B.10.3. Voor het overige berust het verschil in behandeling op het
criterium van de bestemming van het voertuig, dat een objectief en criterium van de bestemming van het voertuig, dat een objectief en
pertinent criterium is in het licht van het doel van de decreetgever. pertinent criterium is in het licht van het doel van de decreetgever.
De vrijgestelde voertuigen zijn immers ofwel voertuigen bestemd voor De vrijgestelde voertuigen zijn immers ofwel voertuigen bestemd voor
opdrachten van algemeen belang (voertuigen voor defensie, de civiele opdrachten van algemeen belang (voertuigen voor defensie, de civiele
bescherming, de brandweer, de politie, voertuigen die voor medische bescherming, de brandweer, de politie, voertuigen die voor medische
doeleinden zijn uitgerust), ofwel voertuigen die niet bestemd zijn om doeleinden zijn uitgerust), ofwel voertuigen die niet bestemd zijn om
op intensieve wijze op de openbare weg te rijden en die daarvan op intensieve wijze op de openbare weg te rijden en die daarvan
slechts af en toe gebruik maken, om de plaats waarop zij worden slechts af en toe gebruik maken, om de plaats waarop zij worden
gebruikt te bereiken (voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of gebruikt te bereiken (voertuigen van het type landbouw, tuinbouw of
bosbouw). bosbouw).
B.11. Uit het voorgaande volgt dat, rekening houdend met de ruime B.11. Uit het voorgaande volgt dat, rekening houdend met de ruime
beoordelingsbevoegdheid waarover de decreetgever ter zake beschikt, beoordelingsbevoegdheid waarover de decreetgever ter zake beschikt,
alle door de verwijzende rechter opgeworpen verschillen in behandeling alle door de verwijzende rechter opgeworpen verschillen in behandeling
tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing tussen de houders van voertuigen die aan de kilometerheffing
onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet daaraan onderworpen zijn en de houders van voertuigen die niet daaraan
onderworpen zijn, op objectieve en pertinente criteria berusten. onderworpen zijn, op objectieve en pertinente criteria berusten.
B.12. De kilometerheffing heeft ten slotte geen onevenredige gevolgen B.12. De kilometerheffing heeft ten slotte geen onevenredige gevolgen
voor de houders van de voertuigen die eraan onderworpen zijn, vermits voor de houders van de voertuigen die eraan onderworpen zijn, vermits
het bedrag van de retributie in verhouding moet staan tot de waarde of het bedrag van de retributie in verhouding moet staan tot de waarde of
de kosten van de aan de heffingsplichtige geleverde dienst. Het bedrag de kosten van de aan de heffingsplichtige geleverde dienst. Het bedrag
dat als kilometerheffing wordt betaald, vormt overigens een aftrekbare dat als kilometerheffing wordt betaald, vormt overigens een aftrekbare
last in de vennootschapsbelasting (artikel 198, § 1, 5°, van het last in de vennootschapsbelasting (artikel 198, § 1, 5°, van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992). Overigens zijn, met Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992). Overigens zijn, met
toepassing van artikel 40 van het programmadecreet van het Waalse toepassing van artikel 40 van het programmadecreet van het Waalse
Gewest van 21 december 2016 « met betrekking tot verschillende Gewest van 21 december 2016 « met betrekking tot verschillende
maatregelen betreffende de begroting », de voertuigen die aan de maatregelen betreffende de begroting », de voertuigen die aan de
kilometerheffing onderworpen zijn een verkeersbelasting verschuldigd kilometerheffing onderworpen zijn een verkeersbelasting verschuldigd
die ofwel gelijk is aan nul, ofwel is vastgesteld op het die ofwel gelijk is aan nul, ofwel is vastgesteld op het
minimumtarief, hetgeen, zonder de kilometerheffing rechtstreeks te minimumtarief, hetgeen, zonder de kilometerheffing rechtstreeks te
compenseren, de totale last voor de houders van voertuigen die aan de compenseren, de totale last voor de houders van voertuigen die aan de
in het geding zijnde heffing onderworpen zijn, verlicht. in het geding zijnde heffing onderworpen zijn, verlicht.
B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
De artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van het decreet van het Waalse Gewest De artikelen 2, 16°, en 9, § 1, van het decreet van het Waalse Gewest
van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor het van 16 juli 2015 « tot invoering van een kilometerheffing voor het
wegengebruik door zware vrachtwagens » schenden de artikelen 10 en 11 wegengebruik door zware vrachtwagens » schenden de artikelen 10 en 11
van de Grondwet niet. van de Grondwet niet.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 18 november 2021. op 18 november 2021.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
P. Nihoul P. Nihoul
^