← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 128/2019 van 10 oktober 2019 Rolnummer 6890 In zake : de
prejudiciële vraag over de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen
, (...) Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 128/2019 van 10 oktober 2019 Rolnummer 6890 In zake : de prejudiciële vraag over de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen , (...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...) | Uittreksel uit arrest nr. 128/2019 van 10 oktober 2019 Rolnummer 6890 In zake : de prejudiciële vraag over de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen , (...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 128/2019 van 10 oktober 2019 | Uittreksel uit arrest nr. 128/2019 van 10 oktober 2019 |
Rolnummer 6890 | Rolnummer 6890 |
In zake : de prejudiciële vraag over de gecoördineerde wet van 10 mei | In zake : de prejudiciële vraag over de gecoördineerde wet van 10 mei |
2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (met | 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (met |
name de artikelen 69, 70 en 126), gesteld door de Rechtbank van eerste | name de artikelen 69, 70 en 126), gesteld door de Rechtbank van eerste |
aanleg Luik, afdeling Luik. | aanleg Luik, afdeling Luik. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. | samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. |
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. Nihoul, | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. Nihoul, |
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van |
voorzitter F. Daoût, | voorzitter F. Daoût, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 13 maart 2018, waarvan de expeditie ter griffie van het | Bij vonnis van 13 maart 2018, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 30 maart 2018, heeft de Rechtbank van eerste | Hof is ingekomen op 30 maart 2018, heeft de Rechtbank van eerste |
aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag gesteld : | aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de | « Schendt de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de |
gezondheidszorgberoepen (met name de artikelen 69, 70 en 126 ervan), | gezondheidszorgberoepen (met name de artikelen 69, 70 en 126 ervan), |
in zoverre zij de Koning ertoe machtigt de lijst van de paramedische | in zoverre zij de Koning ertoe machtigt de lijst van de paramedische |
beroepen vast te stellen en het feit handelingen te stellen die aan | beroepen vast te stellen en het feit handelingen te stellen die aan |
die beroepen zijn voorbehouden zonder houder te zijn van een vereiste | die beroepen zijn voorbehouden zonder houder te zijn van een vereiste |
titel of beoefenaar van een erkend beroep om die handelingen te | titel of beoefenaar van een erkend beroep om die handelingen te |
stellen, strafbaar stelt, en het aldus mogelijk maakt dat een misdrijf | stellen, strafbaar stelt, en het aldus mogelijk maakt dat een misdrijf |
kan bestaan bij ontstentenis van motivering van het doorslaggevende | kan bestaan bij ontstentenis van motivering van het doorslaggevende |
element van het misdrijf, het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel, de | element van het misdrijf, het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel, de |
artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang |
gelezen met artikel 161 van de Grondwet en met de artikelen 6, 7 en 13 | gelezen met artikel 161 van de Grondwet en met de artikelen 6, 7 en 13 |
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en verleent zij | van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en verleent zij |
een buitensporige machtiging aan de Koning ? ». | een buitensporige machtiging aan de Koning ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de draagwijdte van de prejudiciële vraag | Ten aanzien van de draagwijdte van de prejudiciële vraag |
B.1. In de prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht zich uit te | B.1. In de prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht zich uit te |
spreken over de bestaanbaarheid van de artikelen 69, 70 en 126 van de | spreken over de bestaanbaarheid van de artikelen 69, 70 en 126 van de |
gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de | gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de |
gezondheidszorgberoepen (hierna : de wet van 10 mei 2015), met de | gezondheidszorgberoepen (hierna : de wet van 10 mei 2015), met de |
artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang |
gelezen met artikel 161 ervan en met de artikelen 6, 7 en 13 van het | gelezen met artikel 161 ervan en met de artikelen 6, 7 en 13 van het |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre zij de Koning | Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre zij de Koning |
ertoe machtigen de lijst van de paramedische beroepen vast te stellen | ertoe machtigen de lijst van de paramedische beroepen vast te stellen |
en het stellen van handelingen die aan die beroepen zijn voorbehouden | en het stellen van handelingen die aan die beroepen zijn voorbehouden |
zonder houder te zijn van een vereiste titel, strafbaar stellen. Door | zonder houder te zijn van een vereiste titel, strafbaar stellen. Door |
aldus aan de Koning een buitensporige machtiging toe te kennen, zouden | aldus aan de Koning een buitensporige machtiging toe te kennen, zouden |
die bepalingen tot gevolg hebben dat een misdrijf kan bestaan zonder | die bepalingen tot gevolg hebben dat een misdrijf kan bestaan zonder |
dat het bepalende element van dat misdrijf is gemotiveerd. | dat het bepalende element van dat misdrijf is gemotiveerd. |
De prejudiciële vraag heeft aldus betrekking op het verbod van | De prejudiciële vraag heeft aldus betrekking op het verbod van |
delegatie aan de Koning en het wettigheidsbeginsel in strafzaken. Uit | delegatie aan de Koning en het wettigheidsbeginsel in strafzaken. Uit |
de vraag zelf noch uit de motivering van de verwijzingsbeslissing | de vraag zelf noch uit de motivering van de verwijzingsbeslissing |
blijkt in welk opzicht artikel 161 van de Grondwet en de artikelen 6 | blijkt in welk opzicht artikel 161 van de Grondwet en de artikelen 6 |
en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens met die | en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens met die |
vraag verband houden. Het blijkt evenmin in welk opzicht de artikelen | vraag verband houden. Het blijkt evenmin in welk opzicht de artikelen |
10 en 11 van de Grondwet, op zichzelf beschouwd, zouden zijn | 10 en 11 van de Grondwet, op zichzelf beschouwd, zouden zijn |
geschonden. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de verenigbaarheid van | geschonden. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de verenigbaarheid van |
de in het geding zijnde bepalingen met artikel 12 van de Grondwet, in | de in het geding zijnde bepalingen met artikel 12 van de Grondwet, in |
samenhang gelezen met artikel 7 van het voormelde Verdrag. | samenhang gelezen met artikel 7 van het voormelde Verdrag. |
B.2. Het voor de verwijzende rechter gebrachte geschil betreft | B.2. Het voor de verwijzende rechter gebrachte geschil betreft |
studenten of gediplomeerden in de psychomotoriek die de afwezigheid, | studenten of gediplomeerden in de psychomotoriek die de afwezigheid, |
tot op heden, van een erkenning van hun beroep als paramedisch beroep | tot op heden, van een erkenning van hun beroep als paramedisch beroep |
betwisten. In hoofdorde vorderen zij dat de verwijzende rechter de | betwisten. In hoofdorde vorderen zij dat de verwijzende rechter de |
Staat beveelt een koninklijk besluit te nemen dat de psychomotoriek | Staat beveelt een koninklijk besluit te nemen dat de psychomotoriek |
als een paramedisch beroep erkent, en in ondergeschikte orde dat de | als een paramedisch beroep erkent, en in ondergeschikte orde dat de |
rechter vaststelt dat het stellen van alle handelingen waarvoor zij | rechter vaststelt dat het stellen van alle handelingen waarvoor zij |
zijn gediplomeerd, niet wettelijk kan worden geacht een misdrijf uit | zijn gediplomeerd, niet wettelijk kan worden geacht een misdrijf uit |
te maken. | te maken. |
Het Hof beperkt zijn onderzoek van de prejudiciële vraag derhalve tot | Het Hof beperkt zijn onderzoek van de prejudiciële vraag derhalve tot |
het gegeven dat die laatste de afwezigheid van een erkenning van de | het gegeven dat die laatste de afwezigheid van een erkenning van de |
psychomotoriek als paramedische beroep beoogt. | psychomotoriek als paramedische beroep beoogt. |
B.3. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag niet nuttig | B.3. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag niet nuttig |
is om het geschil op te lossen. Volgens hem zou, zelfs in de | is om het geschil op te lossen. Volgens hem zou, zelfs in de |
veronderstelling dat die vraag bevestigend kan worden beantwoord, dat | veronderstelling dat die vraag bevestigend kan worden beantwoord, dat |
antwoord geen enkel nut hebben om het bestaan aan te tonen van de | antwoord geen enkel nut hebben om het bestaan aan te tonen van de |
fouten die de eisende partijen de Belgische Staat en de Franse | fouten die de eisende partijen de Belgische Staat en de Franse |
Gemeenschap verwijten. Hij voegt eraan toe dat, aangezien het beroep | Gemeenschap verwijten. Hij voegt eraan toe dat, aangezien het beroep |
van psychomotorisch therapeut niet erkend is, geen enkele wettekst | van psychomotorisch therapeut niet erkend is, geen enkele wettekst |
voorziet in het diploma waarover de personen die dat beroep kunnen | voorziet in het diploma waarover de personen die dat beroep kunnen |
uitoefenen, zouden moeten beschikken. | uitoefenen, zouden moeten beschikken. |
Ten slotte voert de Ministerraad aan dat het verwijzende rechtscollege | Ten slotte voert de Ministerraad aan dat het verwijzende rechtscollege |
niet bevoegd is om de Belgische Staat ertoe te dwingen de | niet bevoegd is om de Belgische Staat ertoe te dwingen de |
psychomotoriek als paramedische beroep te erkennen. | psychomotoriek als paramedische beroep te erkennen. |
B.4. Het staat niet aan het Hof, maar aan de verwijzende rechter, | B.4. Het staat niet aan het Hof, maar aan de verwijzende rechter, |
onder het toezicht van het Hof van Cassatie, te oordelen of de | onder het toezicht van het Hof van Cassatie, te oordelen of de |
hoofdvordering ressorteert onder de bevoegdheden van de rechterlijke | hoofdvordering ressorteert onder de bevoegdheden van de rechterlijke |
macht. | macht. |
Ten gronde | Ten gronde |
B.5. Artikel 69 van de wet van 10 mei 2015 bepaalt : | B.5. Artikel 69 van de wet van 10 mei 2015 bepaalt : |
« Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder | « Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder |
uitoefening van een paramedisch beroep : | uitoefening van een paramedisch beroep : |
1° het gewoonlijk verrichten door andere personen dan deze bedoeld in | 1° het gewoonlijk verrichten door andere personen dan deze bedoeld in |
de artikelen 3, § 1, 4, 6, 43, 45, 68/1 en 68/2 van technische | de artikelen 3, § 1, 4, 6, 43, 45, 68/1 en 68/2 van technische |
hulpprestaties die verband houden met het stellen van de diagnose of | hulpprestaties die verband houden met het stellen van de diagnose of |
met het uitvoeren van de behandeling, zoals zij nader bepaald zullen | met het uitvoeren van de behandeling, zoals zij nader bepaald zullen |
kunnen worden in uitvoering van artikel 71; | kunnen worden in uitvoering van artikel 71; |
2° het gewoon uitvoeren van de in artikel 23, § 1, eerste lid en § 2, | 2° het gewoon uitvoeren van de in artikel 23, § 1, eerste lid en § 2, |
derde lid bedoelde handelingen; | derde lid bedoelde handelingen; |
3° het gewoon uitvoeren van de in artikel 24 bedoelde handelingen ». | 3° het gewoon uitvoeren van de in artikel 24 bedoelde handelingen ». |
Artikel 70 van dezelfde wet bepaalt : | Artikel 70 van dezelfde wet bepaalt : |
« De Koning stelt de lijst vast van de paramedische beroepen ». | « De Koning stelt de lijst vast van de paramedische beroepen ». |
Artikel 71 van dezelfde wet bepaalt : | Artikel 71 van dezelfde wet bepaalt : |
« § 1. De Koning kan, overeenkomstig de bepalingen van artikel 141, | « § 1. De Koning kan, overeenkomstig de bepalingen van artikel 141, |
tweede lid, de in artikel 69, 1° bedoelde prestaties nader bepalen en | tweede lid, de in artikel 69, 1° bedoelde prestaties nader bepalen en |
de voorwaarden vaststellen waaronder zij moeten worden uitgevoerd. | de voorwaarden vaststellen waaronder zij moeten worden uitgevoerd. |
Hij kan eveneens, overeenkomstig de bepalingen van artikel 141, tweede | Hij kan eveneens, overeenkomstig de bepalingen van artikel 141, tweede |
lid, de vereiste kwalificatievoorwaarden bepalen waaraan de personen | lid, de vereiste kwalificatievoorwaarden bepalen waaraan de personen |
moeten voldoen die deze prestaties verrichten. | moeten voldoen die deze prestaties verrichten. |
§ 2. De Koning kan, op advies van de Federale raad voor paramedische | § 2. De Koning kan, op advies van de Federale raad voor paramedische |
beroepen, de beroepstitels bepalen waaronder de betrokkenen die in | beroepen, de beroepstitels bepalen waaronder de betrokkenen die in |
artikel 69 bedoelde prestaties en handelingen verrichten ». | artikel 69 bedoelde prestaties en handelingen verrichten ». |
Artikel 126 van dezelfde wet bepaalt : | Artikel 126 van dezelfde wet bepaalt : |
« Onverminderd de toepassing van de straffen gesteld bij het | « Onverminderd de toepassing van de straffen gesteld bij het |
Strafwetboek, alsook, desgevallend, de toepassing van tuchtmaatregelen | Strafwetboek, alsook, desgevallend, de toepassing van tuchtmaatregelen |
wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden | wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden |
en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro of met | en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro of met |
een van die straffen alleen : | een van die straffen alleen : |
1° hij die zonder aan de vereiste voorwaarden te voldoen om de | 1° hij die zonder aan de vereiste voorwaarden te voldoen om de |
geneeskunde of de artsenijbereidkunde uit te oefenen, of geen houder | geneeskunde of de artsenijbereidkunde uit te oefenen, of geen houder |
is van een vereiste bekwamingstitel, of zonder te beschikken over het | is van een vereiste bekwamingstitel, of zonder te beschikken over het |
in artikel 25 bepaalde visum, gewoonlijk prestaties verricht, zoals | in artikel 25 bepaalde visum, gewoonlijk prestaties verricht, zoals |
die nader bepaald zijn ter uitvoering van artikel 71, § 1, of | die nader bepaald zijn ter uitvoering van artikel 71, § 1, of |
handelingen uitvoert die zijn bepaald in artikel 69, 2° en 3°. | handelingen uitvoert die zijn bepaald in artikel 69, 2° en 3°. |
Die bepaling is niet van toepassing op de student die de voormelde | Die bepaling is niet van toepassing op de student die de voormelde |
werkzaamheden verricht in het kader van de wettelijke en | werkzaamheden verricht in het kader van de wettelijke en |
reglementsbepalingen betreffende het opleidingsprogramma dat het | reglementsbepalingen betreffende het opleidingsprogramma dat het |
mogelijk maakt één van de in artikel 45, artikel 56, artikel 65 of | mogelijk maakt één van de in artikel 45, artikel 56, artikel 65 of |
artikel 71, § 1, bepaalde titels te verwerven, noch op de student in | artikel 71, § 1, bepaalde titels te verwerven, noch op de student in |
de geneeskunde of de artsenijbereidkunde in het kader van zijn | de geneeskunde of de artsenijbereidkunde in het kader van zijn |
opleiding. | opleiding. |
Die bepaling is ook niet van toepassing op de beoefenaar van de | Die bepaling is ook niet van toepassing op de beoefenaar van de |
verpleegkunde, de zorgkundige of de hulpverlener-ambulancier die in | verpleegkunde, de zorgkundige of de hulpverlener-ambulancier die in |
het kader van zijn beroep handelingen verricht die zijn bepaald in | het kader van zijn beroep handelingen verricht die zijn bepaald in |
artikel 46; | artikel 46; |
2° de voor de toepassing van hoofdstuk 7 als bevoegd beschouwd persoon | 2° de voor de toepassing van hoofdstuk 7 als bevoegd beschouwd persoon |
die, in overtreding van artikel 75, op welke wijze ook zijn | die, in overtreding van artikel 75, op welke wijze ook zijn |
medewerking of zijn bijstand verleent aan een niet bevoegde derde, met | medewerking of zijn bijstand verleent aan een niet bevoegde derde, met |
het doel het deze laatste mogelijk te maken een paramedisch beroep uit | het doel het deze laatste mogelijk te maken een paramedisch beroep uit |
te oefenen; | te oefenen; |
3° hij die, door feitelijkheden of door geweld, de geregelde en | 3° hij die, door feitelijkheden of door geweld, de geregelde en |
normale uitoefening van een paramedisch beroep door een persoon die | normale uitoefening van een paramedisch beroep door een persoon die |
aan de vereiste voorwaarden voldoet, verhindert of belemmert; | aan de vereiste voorwaarden voldoet, verhindert of belemmert; |
4° hij die een persoon die niet beschikt over een vereiste | 4° hij die een persoon die niet beschikt over een vereiste |
bekwamingstitel, of die niet de hoedanigheid heeft van student zoals | bekwamingstitel, of die niet de hoedanigheid heeft van student zoals |
bepaald in 1°, gewoonlijk belast met de uitoefening van een | bepaald in 1°, gewoonlijk belast met de uitoefening van een |
paramedisch beroep of hem daartoe gewoonlijk de machtiging verleent; | paramedisch beroep of hem daartoe gewoonlijk de machtiging verleent; |
5° hij die één van de in artikel 72 bepaalde personen, gewoonlijk | 5° hij die één van de in artikel 72 bepaalde personen, gewoonlijk |
belast met de uitoefening van een handeling die wordt beschouwd als | belast met de uitoefening van een handeling die wordt beschouwd als |
een uitoefening van de geneeskunst, behalve wanneer het gaat om een | een uitoefening van de geneeskunst, behalve wanneer het gaat om een |
handeling bepaald in artikel 23, § 1, eerste lid, en § 2, derde lid, | handeling bepaald in artikel 23, § 1, eerste lid, en § 2, derde lid, |
of in artikel 24; | of in artikel 24; |
6° de beoefenaar van een paramedisch beroep, die de ter uitvoering van | 6° de beoefenaar van een paramedisch beroep, die de ter uitvoering van |
artikel 141, tweede lid, genomen reglementen, overtreedt ». | artikel 141, tweede lid, genomen reglementen, overtreedt ». |
Met toepassing van het hiervoor aangehaalde artikel 70, bepaalde het | Met toepassing van het hiervoor aangehaalde artikel 70, bepaalde het |
koninklijk besluit van 2 juli 2009 « tot vaststelling van de lijst van | koninklijk besluit van 2 juli 2009 « tot vaststelling van de lijst van |
de paramedische beroepen », zoals het te dezen van toepassing is : | de paramedische beroepen », zoals het te dezen van toepassing is : |
« Worden aangeduid als paramedische beroepen die betrekking hebben op | « Worden aangeduid als paramedische beroepen die betrekking hebben op |
handelingen of prestaties bedoeld bij artikel 22 van het koninklijk | handelingen of prestaties bedoeld bij artikel 22 van het koninklijk |
besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de | besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de |
gezondheidszorgberoepen, de verrichtingen van de volgende technieken : | gezondheidszorgberoepen, de verrichtingen van de volgende technieken : |
1° apothekers-assistentie; | 1° apothekers-assistentie; |
2° audiologie; | 2° audiologie; |
3° bandage, orthese en prothese; | 3° bandage, orthese en prothese; |
4° diëtetiek; | 4° diëtetiek; |
5° ergotherapie; | 5° ergotherapie; |
6° laboratorium en biotechnologie, en menselijke | 6° laboratorium en biotechnologie, en menselijke |
erfelijkheidstechniek; | erfelijkheidstechniek; |
7° logopedie; | 7° logopedie; |
8° orthoptie; | 8° orthoptie; |
9° podologie; | 9° podologie; |
10° medische beeldvorming; | 10° medische beeldvorming; |
11° vervoer van patiënten, met uitsluiting van het vervoer van de | 11° vervoer van patiënten, met uitsluiting van het vervoer van de |
personen bedoeld in artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende | personen bedoeld in artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende |
de dringende geneeskundige hulpverlening ». | de dringende geneeskundige hulpverlening ». |
B.6. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de grondwettigheid van | B.6. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de grondwettigheid van |
de voormelde bepalingen van de wet van 10 mei 2015 in het licht van | de voormelde bepalingen van de wet van 10 mei 2015 in het licht van |
het wettigheidsbeginsel in strafzaken in zoverre zij, enerzijds, een | het wettigheidsbeginsel in strafzaken in zoverre zij, enerzijds, een |
buitensporige machtiging inzake de erkenning van een paramedische | buitensporige machtiging inzake de erkenning van een paramedische |
beroep zouden verlenen en, anderzijds, het stellen van de handelingen | beroep zouden verlenen en, anderzijds, het stellen van de handelingen |
die zijn voorbehouden aan beroepen zonder houder te zijn van de | die zijn voorbehouden aan beroepen zonder houder te zijn van de |
vereiste titel, strafbaar zouden stellen, en dit bij ontstentenis van | vereiste titel, strafbaar zouden stellen, en dit bij ontstentenis van |
elk element waarmee het misdrijf kan worden gemotiveerd. | elk element waarmee het misdrijf kan worden gemotiveerd. |
B.7.1. Artikel 12, tweede lid, van de Grondwet bepaalt : | B.7.1. Artikel 12, tweede lid, van de Grondwet bepaalt : |
« Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en | « Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en |
in de vorm die zij voorschrijft ». | in de vorm die zij voorschrijft ». |
Artikel 7, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens | Artikel 7, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens |
bepaalt : | bepaalt : |
« Niemand kan worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat | « Niemand kan worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat |
geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte | geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte |
ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde. Evenmin zal een | ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde. Evenmin zal een |
zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan | zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan |
van het strafbare feit van toepassing was ». | van het strafbare feit van toepassing was ». |
In zoverre het vereist dat in elk misdrijf bij de wet moet worden | In zoverre het vereist dat in elk misdrijf bij de wet moet worden |
voorzien, heeft het voormelde artikel 7, lid 1, een draagwijdte die | voorzien, heeft het voormelde artikel 7, lid 1, een draagwijdte die |
analoog is aan die van artikel 12, tweede lid, van de Grondwet. De | analoog is aan die van artikel 12, tweede lid, van de Grondwet. De |
waarborgen vervat in beide bepalingen vormen een onlosmakelijk geheel. | waarborgen vervat in beide bepalingen vormen een onlosmakelijk geheel. |
B.7.2. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen om te | B.7.2. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen om te |
bepalen in welke gevallen strafvervolging mogelijk is, waarborgt | bepalen in welke gevallen strafvervolging mogelijk is, waarborgt |
artikel 12, tweede lid, van de Grondwet aan elke rechtsonderhorige dat | artikel 12, tweede lid, van de Grondwet aan elke rechtsonderhorige dat |
geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld dan krachtens | geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld dan krachtens |
regels aangenomen door een democratisch verkozen beraadslagende | regels aangenomen door een democratisch verkozen beraadslagende |
vergadering. | vergadering. |
Het wettigheidsbeginsel in strafzaken dat uit de voormelde | Het wettigheidsbeginsel in strafzaken dat uit de voormelde |
grondwetsbepaling en internationale bepaling voortvloeit, gaat | grondwetsbepaling en internationale bepaling voortvloeit, gaat |
bovendien uit van de idee dat de strafwet moet worden geformuleerd in | bovendien uit van de idee dat de strafwet moet worden geformuleerd in |
bewoordingen op grond waarvan eenieder, op het ogenblik waarop hij een | bewoordingen op grond waarvan eenieder, op het ogenblik waarop hij een |
gedrag aanneemt, kan uitmaken of dat gedrag al dan niet strafbaar is. | gedrag aanneemt, kan uitmaken of dat gedrag al dan niet strafbaar is. |
Het vereist dat de wetgever in voldoende nauwkeurige, duidelijke en | Het vereist dat de wetgever in voldoende nauwkeurige, duidelijke en |
rechtszekerheid biedende bewoordingen bepaalt welke feiten strafbaar | rechtszekerheid biedende bewoordingen bepaalt welke feiten strafbaar |
worden gesteld, zodat, enerzijds, diegene die een gedrag aanneemt, | worden gesteld, zodat, enerzijds, diegene die een gedrag aanneemt, |
vooraf op afdoende wijze kan inschatten wat het strafrechtelijke | vooraf op afdoende wijze kan inschatten wat het strafrechtelijke |
gevolg van dat gedrag zal zijn en, anderzijds, aan de rechter geen al | gevolg van dat gedrag zal zijn en, anderzijds, aan de rechter geen al |
te grote beoordelingsbevoegdheid wordt gelaten. | te grote beoordelingsbevoegdheid wordt gelaten. |
Het wettigheidsbeginsel in strafzaken staat evenwel niet eraan in de | Het wettigheidsbeginsel in strafzaken staat evenwel niet eraan in de |
weg dat de wet aan de rechter een beoordelingsbevoegdheid toekent. Er | weg dat de wet aan de rechter een beoordelingsbevoegdheid toekent. Er |
dient immers rekening te worden gehouden met het algemene karakter van | dient immers rekening te worden gehouden met het algemene karakter van |
de wetten, de uiteenlopende situaties waarop zij van toepassing zijn | de wetten, de uiteenlopende situaties waarop zij van toepassing zijn |
en de evolutie van de gedragingen die zij bestraffen. | en de evolutie van de gedragingen die zij bestraffen. |
Aan het vereiste dat een misdrijf duidelijk moet worden omschreven in | Aan het vereiste dat een misdrijf duidelijk moet worden omschreven in |
de wet is voldaan wanneer de rechtzoekende, op basis van de | de wet is voldaan wanneer de rechtzoekende, op basis van de |
bewoordingen van de relevante bepaling en, indien nodig, met behulp | bewoordingen van de relevante bepaling en, indien nodig, met behulp |
van de interpretatie daarvan door de rechtscolleges, kan weten voor | van de interpretatie daarvan door de rechtscolleges, kan weten voor |
welke handelingen en welke verzuimen hij strafrechtelijk aansprakelijk | welke handelingen en welke verzuimen hij strafrechtelijk aansprakelijk |
kan worden gesteld. | kan worden gesteld. |
Enkel bij het onderzoek van een specifieke strafbepaling is het | Enkel bij het onderzoek van een specifieke strafbepaling is het |
mogelijk om, rekening houdend met de elementen eigen aan de misdrijven | mogelijk om, rekening houdend met de elementen eigen aan de misdrijven |
die zij wil bestraffen, te bepalen of de door de wetgever gehanteerde | die zij wil bestraffen, te bepalen of de door de wetgever gehanteerde |
algemene bewoordingen zo vaag zijn dat ze het strafrechtelijk | algemene bewoordingen zo vaag zijn dat ze het strafrechtelijk |
wettigheidsbeginsel zouden schenden. | wettigheidsbeginsel zouden schenden. |
B.8. De eisende partijen voor de verwijzende rechter verwijten de in | B.8. De eisende partijen voor de verwijzende rechter verwijten de in |
het geding zijnde bepalingen aan de Koning een te ruime | het geding zijnde bepalingen aan de Koning een te ruime |
beoordelingsbevoegdheid toe te kennen ten aanzien van het al dan niet | beoordelingsbevoegdheid toe te kennen ten aanzien van het al dan niet |
erkennen van een beroep als paramedisch beroep. | erkennen van een beroep als paramedisch beroep. |
B.9.1. Het wettigheidsbeginsel in strafzaken belet niet dat de nadere | B.9.1. Het wettigheidsbeginsel in strafzaken belet niet dat de nadere |
omschrijving van het strafbare gedrag aan de Koning wordt opgedragen | omschrijving van het strafbare gedrag aan de Koning wordt opgedragen |
voor zover die machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en | voor zover die machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en |
betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de | betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de |
essentiële elementen vooraf door de wetgevende macht zijn vastgesteld. | essentiële elementen vooraf door de wetgevende macht zijn vastgesteld. |
B.9.2. De algemene doelstelling van de wet van 19 december 1990 « tot | B.9.2. De algemene doelstelling van de wet van 19 december 1990 « tot |
wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 | wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 |
betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de | betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de |
paramedische beroepen en de geneeskundige commissies met het oog op de | paramedische beroepen en de geneeskundige commissies met het oog op de |
bescherming van de beroepstitels van medici en paramedici » (hierna : | bescherming van de beroepstitels van medici en paramedici » (hierna : |
de wet van 19 december 1990), die aan de oorsprong ligt van de | de wet van 19 december 1990), die aan de oorsprong ligt van de |
gecoördineerde bepalingen die het voorwerp van de prejudiciële vraag | gecoördineerde bepalingen die het voorwerp van de prejudiciële vraag |
uitmaken, bestond erin « het statuut van de paramedische beroepen in | uitmaken, bestond erin « het statuut van de paramedische beroepen in |
het perspectief van de Europese Eenheidsmarkt te beschermen » (Parl. | het perspectief van de Europese Eenheidsmarkt te beschermen » (Parl. |
St., Kamer, 1989-1990, nr. 1256/3, p. 10) en te waken over de | St., Kamer, 1989-1990, nr. 1256/3, p. 10) en te waken over de |
kwaliteit van de paramedische prestaties. Om die doelstelling te | kwaliteit van de paramedische prestaties. Om die doelstelling te |
bereiken, werd de uitoefening van paramedische beroepen voorbehouden | bereiken, werd de uitoefening van paramedische beroepen voorbehouden |
aan de personen die over de vereiste kwalificaties beschikken. In de | aan de personen die over de vereiste kwalificaties beschikken. In de |
ogen van de wetgever diende te worden gewaarborgd dat de personen die | ogen van de wetgever diende te worden gewaarborgd dat de personen die |
paramedische prestaties zouden verrichten, daartoe bekwaam waren en | paramedische prestaties zouden verrichten, daartoe bekwaam waren en |
bijgevolg een voldoende opleiding hadden gekregen. | bijgevolg een voldoende opleiding hadden gekregen. |
B.9.3. In het licht van die doelstellingen strekte de wet van 19 | B.9.3. In het licht van die doelstellingen strekte de wet van 19 |
december 1990 ertoe een deelname mogelijk te maken van de | december 1990 ertoe een deelname mogelijk te maken van de |
vertegenwoordigers van de betrokken paramedische beroepen in de | vertegenwoordigers van de betrokken paramedische beroepen in de |
procedure voor het definiëren van de kwalificatievoorwaarden, titels | procedure voor het definiëren van de kwalificatievoorwaarden, titels |
en prestaties van elk paramedisch beroep (Parl. St., Kamer, 1989-1990, | en prestaties van elk paramedisch beroep (Parl. St., Kamer, 1989-1990, |
nr. 1256/3, p. 10). | nr. 1256/3, p. 10). |
Op grond van artikel 46bis van het koninklijk besluit nr. 78, dat | Op grond van artikel 46bis van het koninklijk besluit nr. 78, dat |
artikel 141, tweede lid, van de wet van 10 mei 2015 is geworden, werd | artikel 141, tweede lid, van de wet van 10 mei 2015 is geworden, werd |
de Technische Commissie voor de paramedische beroepen bijgevolg | de Technische Commissie voor de paramedische beroepen bijgevolg |
verzocht een eensluidend advies uit te brengen over, met name, de | verzocht een eensluidend advies uit te brengen over, met name, de |
koninklijke besluiten tot vaststelling van de lijst van de prestaties | koninklijke besluiten tot vaststelling van de lijst van de prestaties |
en kwalificatievoorwaarden bepaald in artikel 71, § 1, van dezelfde | en kwalificatievoorwaarden bepaald in artikel 71, § 1, van dezelfde |
wet. Daarnaast is ook voorzien in het advies van de Federale Raad voor | wet. Daarnaast is ook voorzien in het advies van de Federale Raad voor |
de paramedische beroepen in het kader van de vaststelling, bij | de paramedische beroepen in het kader van de vaststelling, bij |
koninklijk besluit, van de beroepstitels waaronder de betrokkenen de | koninklijk besluit, van de beroepstitels waaronder de betrokkenen de |
paramedische prestaties verrichten (artikel 71, § 2, van dezelfde | paramedische prestaties verrichten (artikel 71, § 2, van dezelfde |
wet). | wet). |
B.9.4. Teneinde de activiteiten te bepalen die onder de paramedische | B.9.4. Teneinde de activiteiten te bepalen die onder de paramedische |
beroepen ressorteren en die dus zijn voorbehouden aan bepaalde | beroepen ressorteren en die dus zijn voorbehouden aan bepaalde |
personen, heeft de wetgever aan de Koning de zorg overgelaten om, | personen, heeft de wetgever aan de Koning de zorg overgelaten om, |
enerzijds, de lijst van de paramedische beroepen vast te stellen | enerzijds, de lijst van de paramedische beroepen vast te stellen |
(artikel 70 van de wet van 10 mei 2015) en, voor elk paramedisch | (artikel 70 van de wet van 10 mei 2015) en, voor elk paramedisch |
beroep, de kwalificaties, titels en prestaties te bepalen (artikel 71 | beroep, de kwalificaties, titels en prestaties te bepalen (artikel 71 |
van dezelfde wet), en, anderzijds, de procedure te regelen met het oog | van dezelfde wet), en, anderzijds, de procedure te regelen met het oog |
op het verkrijgen van het voordeel van de verworven rechten, waardoor | op het verkrijgen van het voordeel van de verworven rechten, waardoor |
kan worden afgeweken van de kwalificatievoorwaarden van artikel 71 van | kan worden afgeweken van de kwalificatievoorwaarden van artikel 71 van |
dezelfde wet (artikel 153, § 4, van dezelfde wet). | dezelfde wet (artikel 153, § 4, van dezelfde wet). |
B.10.1. De wet van 25 januari 1999 heeft vervolgens, in artikel 24 van | B.10.1. De wet van 25 januari 1999 heeft vervolgens, in artikel 24 van |
het koninklijk besluit nr. 78 (thans artikel 72 van de wet van 10 mei | het koninklijk besluit nr. 78 (thans artikel 72 van de wet van 10 mei |
2015), een vereiste ingevoerd van een erkenning die door de minister | 2015), een vereiste ingevoerd van een erkenning die door de minister |
van Volksgezondheid wordt verleend om prestaties of handelingen te | van Volksgezondheid wordt verleend om prestaties of handelingen te |
mogen verrichten die onder een paramedisch beroep ressorteren : | mogen verrichten die onder een paramedisch beroep ressorteren : |
« De adviezen hieromtrent dienen gegeven te worden door de provinciale | « De adviezen hieromtrent dienen gegeven te worden door de provinciale |
geneeskundige commissies die zullen nagaan of de voorgelegde opleiding | geneeskundige commissies die zullen nagaan of de voorgelegde opleiding |
en titels wel conform zijn. Op dit ogenblik houden deze provinciale | en titels wel conform zijn. Op dit ogenblik houden deze provinciale |
geneeskundige commissies er elk een eigen interpretatie op na. Het is | geneeskundige commissies er elk een eigen interpretatie op na. Het is |
de bedoeling om, via de erkenning door Volksgezondheid, meer | de bedoeling om, via de erkenning door Volksgezondheid, meer |
uniformiteit te creëren in deze opleidingen » (Parl. St., Senaat, | uniformiteit te creëren in deze opleidingen » (Parl. St., Senaat, |
1998-1999, nr. 1-1175/3, p. 26). | 1998-1999, nr. 1-1175/3, p. 26). |
B.10.2. De Koning is bijgevolg ertoe gemachtigd om, op advies van de | B.10.2. De Koning is bijgevolg ertoe gemachtigd om, op advies van de |
Federale Raad voor de paramedische beroepen, de voorwaarden en de | Federale Raad voor de paramedische beroepen, de voorwaarden en de |
regels te bepalen tot het verkrijgen, het behouden en het intrekken | regels te bepalen tot het verkrijgen, het behouden en het intrekken |
van de erkenning (artikel 72, § 2, van de wet van 10 mei 2015), alsook | van de erkenning (artikel 72, § 2, van de wet van 10 mei 2015), alsook |
de procedure om de verworven rechten te genieten (artikel 153, § § 1 | de procedure om de verworven rechten te genieten (artikel 153, § § 1 |
tot 3, van dezelfde wet). | tot 3, van dezelfde wet). |
B.11.1. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat, voor de paramedische | B.11.1. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat, voor de paramedische |
beroepen, de wetgever de Koning ertoe heeft gemachtigd de | beroepen, de wetgever de Koning ertoe heeft gemachtigd de |
kwalificatievoorwaarden en de lijst van de prestaties die onder elk | kwalificatievoorwaarden en de lijst van de prestaties die onder elk |
paramedisch beroep ressorteren, te bepalen (artikel 71 van de wet van | paramedisch beroep ressorteren, te bepalen (artikel 71 van de wet van |
10 mei 2015), en de erkenningsvoorwaarden en -procedure te regelen | 10 mei 2015), en de erkenningsvoorwaarden en -procedure te regelen |
(artikel 72 van dezelfde wet), alsook de procedure om de verworven | (artikel 72 van dezelfde wet), alsook de procedure om de verworven |
rechten te genieten (artikel 153 van dezelfde wet). | rechten te genieten (artikel 153 van dezelfde wet). |
B.11.2. De wet van 19 december 1990 streefde drie doelstellingen na : | B.11.2. De wet van 19 december 1990 streefde drie doelstellingen na : |
« 1. Oprichting van een Technische Commissie voor de paramedische | « 1. Oprichting van een Technische Commissie voor de paramedische |
beroepen en vastlegging van de opdracht van de Academiën. | beroepen en vastlegging van de opdracht van de Academiën. |
Het ontwerp verleent de Koning de bevoegdheid om de lijst van de | Het ontwerp verleent de Koning de bevoegdheid om de lijst van de |
paramedische beroepen op te stellen, zonder dat er betwisting kan | paramedische beroepen op te stellen, zonder dat er betwisting kan |
ontstaan over de gevolgde procedure, wat tot op heden wel mogelijk | ontstaan over de gevolgde procedure, wat tot op heden wel mogelijk |
was. | was. |
De Technische Commissie zou als een van haar taken advies aan de | De Technische Commissie zou als een van haar taken advies aan de |
minister kunnen uitbrengen over de prestaties van elk paramedisch | minister kunnen uitbrengen over de prestaties van elk paramedisch |
beroep en de voorwaarden voor de uitoefening ervan. Dat is van het | beroep en de voorwaarden voor de uitoefening ervan. Dat is van het |
grootste belang. | grootste belang. |
Bovendien moet worden gewezen op het feit dat de procedure waarvoor in | Bovendien moet worden gewezen op het feit dat de procedure waarvoor in |
het voorgelegde ontwerp werd gekozen, het voordeel biedt dat de | het voorgelegde ontwerp werd gekozen, het voordeel biedt dat de |
paramedische beroepen niet langer aan de exclusieve censuur van de | paramedische beroepen niet langer aan de exclusieve censuur van de |
geneesheren zullen zijn onderworpen. Op dit ogenblik is dat krachtens | geneesheren zullen zijn onderworpen. Op dit ogenblik is dat krachtens |
artikel 46 van het koninklijk besluit nr. 78 wel het geval. | artikel 46 van het koninklijk besluit nr. 78 wel het geval. |
2. Gewaarborgde bescherming van de titels en vaststelling van straffen | 2. Gewaarborgde bescherming van de titels en vaststelling van straffen |
voor het onrechtmatig voeren van een bepaalde titel. | voor het onrechtmatig voeren van een bepaalde titel. |
De tekst bepaalt de aard van het gepleegde misdrijf alsmede de | De tekst bepaalt de aard van het gepleegde misdrijf alsmede de |
straffen die worden gesteld wanneer paramedische handelingen worden | straffen die worden gesteld wanneer paramedische handelingen worden |
uitgevoerd door iemand die daartoe niet over de vereiste kwalificaties | uitgevoerd door iemand die daartoe niet over de vereiste kwalificaties |
beschikt. | beschikt. |
Vanzelfsprekend bieden de voorgestelde teksten aan studenten de | Vanzelfsprekend bieden de voorgestelde teksten aan studenten de |
mogelijkheid om binnen het raam van hun opleiding bepaalde handelingen | mogelijkheid om binnen het raam van hun opleiding bepaalde handelingen |
te verrichten. De straffen zijn dus niet op hen van toepassing. | te verrichten. De straffen zijn dus niet op hen van toepassing. |
[...] | [...] |
3. De derde doelstelling ten slotte heeft betrekking op de | 3. De derde doelstelling ten slotte heeft betrekking op de |
overgangsbepalingen. | overgangsbepalingen. |
[...] » (Parl. St., Kamer, 1989-1990, nr. 1256/3, pp. 4 en 5). | [...] » (Parl. St., Kamer, 1989-1990, nr. 1256/3, pp. 4 en 5). |
In de parlementaire voorbereiding werd eveneens aangegeven : | In de parlementaire voorbereiding werd eveneens aangegeven : |
« Bij ministerieel besluit werd een lijst van paramedische technieken | « Bij ministerieel besluit werd een lijst van paramedische technieken |
opgesteld, na advies van de Raad van State - administratieve afdeling. | opgesteld, na advies van de Raad van State - administratieve afdeling. |
Nadien heeft de afdeling wetgeving van die Raad dat initiatief als | Nadien heeft de afdeling wetgeving van die Raad dat initiatief als |
onvoldoende beschouwd en werd het ministerieel besluit vernietigd. | onvoldoende beschouwd en werd het ministerieel besluit vernietigd. |
Daarom dit wetsvoorstel om hoofdstuk II van bovengenoemd koninklijk | Daarom dit wetsvoorstel om hoofdstuk II van bovengenoemd koninklijk |
besluit uit te voeren » (Parl. St., Senaat, 1988-1989, nr. 779-2, p. | besluit uit te voeren » (Parl. St., Senaat, 1988-1989, nr. 779-2, p. |
2). | 2). |
B.11.3. Uit al die elementen vloeit voort dat de machtiging aan de | B.11.3. Uit al die elementen vloeit voort dat de machtiging aan de |
Koning Hem, in tegenstelling tot wat de eisende partijen voor de | Koning Hem, in tegenstelling tot wat de eisende partijen voor de |
verwijzende rechter aanvoeren, niet toelaat te beschikken over een | verwijzende rechter aanvoeren, niet toelaat te beschikken over een |
onbegrensde bevoegdheid bij de beslissing om een paramedisch beroep al | onbegrensde bevoegdheid bij de beslissing om een paramedisch beroep al |
dan niet te erkennen. De door de wetgever aan de Koning verleende | dan niet te erkennen. De door de wetgever aan de Koning verleende |
machtiging is immers onlosmakelijk verbonden met het optreden van de | machtiging is immers onlosmakelijk verbonden met het optreden van de |
Federale Raad voor de paramedische beroepen, die actief deelneemt aan | Federale Raad voor de paramedische beroepen, die actief deelneemt aan |
de erkenning van die beroepen en aan de uitoefeningsvoorwaarden ervan. | de erkenning van die beroepen en aan de uitoefeningsvoorwaarden ervan. |
Aldus begrepen, beantwoordt de machtiging die aan de Koning is | Aldus begrepen, beantwoordt de machtiging die aan de Koning is |
verleend inzake de erkenning van de paramedische beroepen, aan de | verleend inzake de erkenning van de paramedische beroepen, aan de |
noodzaak dat de wetgeving zich kan aanpassen aan de paramedische | noodzaak dat de wetgeving zich kan aanpassen aan de paramedische |
context, zodat, bij de toepassing ervan, rekening kan worden gehouden | context, zodat, bij de toepassing ervan, rekening kan worden gehouden |
met de ontwikkeling van de technieken en praktijken ter zake. | met de ontwikkeling van de technieken en praktijken ter zake. |
B.12. De eisende partijen voor de verwijzende rechter verwijten de in | B.12. De eisende partijen voor de verwijzende rechter verwijten de in |
het geding zijnde bepalingen en in het bijzonder artikel 126 van de | het geding zijnde bepalingen en in het bijzonder artikel 126 van de |
wet van 10 mei 2015 voorts het stellen van de handelingen die zijn | wet van 10 mei 2015 voorts het stellen van de handelingen die zijn |
voorbehouden aan paramedische beroepen zonder houder te zijn van een | voorbehouden aan paramedische beroepen zonder houder te zijn van een |
vereiste titel, strafbaar te stellen en aldus toe te laten dat een | vereiste titel, strafbaar te stellen en aldus toe te laten dat een |
misdrijf kan bestaan zonder dat het bepalende element van dat misdrijf | misdrijf kan bestaan zonder dat het bepalende element van dat misdrijf |
gemotiveerd is. | gemotiveerd is. |
B.13. Na de sanctie te hebben vastgesteld voor de personen die de | B.13. Na de sanctie te hebben vastgesteld voor de personen die de |
handelingen zouden stellen die zijn voorbehouden aan een medisch of | handelingen zouden stellen die zijn voorbehouden aan een medisch of |
paramedisch beroep zonder over de vereiste titels te beschikken, | paramedisch beroep zonder over de vereiste titels te beschikken, |
definieert het voormelde artikel 126, in de punten 2° tot 6° ervan, op | definieert het voormelde artikel 126, in de punten 2° tot 6° ervan, op |
nauwkeurige wijze de verschillende omstandigheden waarin een persoon | nauwkeurige wijze de verschillende omstandigheden waarin een persoon |
die sanctie opgelegd kan krijgen wanneer hij een paramedisch beroep | die sanctie opgelegd kan krijgen wanneer hij een paramedisch beroep |
uitoefent of daaraan deelneemt zonder over de vereiste titels te | uitoefent of daaraan deelneemt zonder over de vereiste titels te |
beschikken, of wanneer hij de regelmatige en normale uitoefening van | beschikken, of wanneer hij de regelmatige en normale uitoefening van |
een dergelijk beroep verhindert of belemmert. | een dergelijk beroep verhindert of belemmert. |
B.14. Voor het overige vereist het wettigheidsbeginsel in strafzaken | B.14. Voor het overige vereist het wettigheidsbeginsel in strafzaken |
niet dat de wetgever op gedetailleerde wijze de opleiding bepaalt die | niet dat de wetgever op gedetailleerde wijze de opleiding bepaalt die |
een beoefenaar moet hebben gevolgd om sommige handelingen te mogen | een beoefenaar moet hebben gevolgd om sommige handelingen te mogen |
uitvoeren zonder zich bloot te stellen aan sancties. De wetgever mag | uitvoeren zonder zich bloot te stellen aan sancties. De wetgever mag |
aan de uitvoerende macht de zorg overlaten om die opleiding te | aan de uitvoerende macht de zorg overlaten om die opleiding te |
preciseren in zoverre hijzelf de wezenlijke elementen ervan heeft | preciseren in zoverre hijzelf de wezenlijke elementen ervan heeft |
bepaald. | bepaald. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 69, 70 en 126 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 | De artikelen 69, 70 en 126 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 |
betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen schenden | betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen schenden |
niet artikel 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met | niet artikel 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met |
artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. | artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 10 oktober 2019. | op 10 oktober 2019. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
F. Daoût | F. Daoût |