← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 62/2019 van 8 mei 2019 Rolnummer 6878 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen
uit kracht van de wet, gesteld door het Ho Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters J.-P(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 62/2019 van 8 mei 2019 Rolnummer 6878 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, gesteld door het Ho Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters J.-P(...) | Uittreksel uit arrest nr. 62/2019 van 8 mei 2019 Rolnummer 6878 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, gesteld door het Ho Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters J.-P(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 62/2019 van 8 mei 2019 | Uittreksel uit arrest nr. 62/2019 van 8 mei 2019 |
Rolnummer 6878 | Rolnummer 6878 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 23 en 43 van | In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 23 en 43 van |
de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit | de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit |
kracht van de wet, gesteld door het Hof van Cassatie. | kracht van de wet, gesteld door het Hof van Cassatie. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters |
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, R. Leysen en M. Pâques, | J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, R. Leysen en M. Pâques, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van |
voorzitter A. Alen, | voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 22 februari 2018 in zake Maria Mattheussen en Marc | Bij arrest van 22 februari 2018 in zake Maria Mattheussen en Marc |
Bolckmans, August Verstraelen en Marc Verstraelen en Luc Jansen tegen | Bolckmans, August Verstraelen en Marc Verstraelen en Luc Jansen tegen |
het ruilverkavelingscomité Zondereigen, waarvan de expeditie ter | het ruilverkavelingscomité Zondereigen, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 23 maart 2018, heeft het Hof van | griffie van het Hof is ingekomen op 23 maart 2018, heeft het Hof van |
Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden de artikelen 23 en 43 van de Ruilverkavelingswet van 22 | « Schenden de artikelen 23 en 43 van de Ruilverkavelingswet van 22 |
juli 1970 de artikelen 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet voor | juli 1970 de artikelen 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet voor |
zover artikel 23, twaalfde lid zo moet gelezen worden dat het een | zover artikel 23, twaalfde lid zo moet gelezen worden dat het een |
cassatieberoep door elke belanghebbende uitsluit tegen een vonnis in | cassatieberoep door elke belanghebbende uitsluit tegen een vonnis in |
laatste aanleg van de vrederechter op grond van voormeld artikel 23 of | laatste aanleg van de vrederechter op grond van voormeld artikel 23 of |
43, waardoor een onderscheid wordt gemaakt met de mogelijkheid die | 43, waardoor een onderscheid wordt gemaakt met de mogelijkheid die |
elke belanghebbende partij bij een vonnis of arrest volgens het gemeen | elke belanghebbende partij bij een vonnis of arrest volgens het gemeen |
recht heeft om cassatieberoep in te stellen tegen een in laatste | recht heeft om cassatieberoep in te stellen tegen een in laatste |
aanleg gewezen beslissing ? ». | aanleg gewezen beslissing ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. De prejudiciële vraag betreft de artikelen 23 en 43 van de wet | B.1.1. De prejudiciële vraag betreft de artikelen 23 en 43 van de wet |
van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht | van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht |
van de wet (hierna : de wet van 22 juli 1970), zoals van toepassing in | van de wet (hierna : de wet van 22 juli 1970), zoals van toepassing in |
het Vlaamse Gewest. | het Vlaamse Gewest. |
Uit de zaak voor het verwijzende rechtscollege blijkt dat de vraag in | Uit de zaak voor het verwijzende rechtscollege blijkt dat de vraag in |
het bijzonder betrekking heeft op artikel 23, eerste en twaalfde lid, | het bijzonder betrekking heeft op artikel 23, eerste en twaalfde lid, |
en artikel 43, § 1, eerste, tweede en vijfde lid, van de wet van 22 | en artikel 43, § 1, eerste, tweede en vijfde lid, van de wet van 22 |
juli 1970, die bepalen : | juli 1970, die bepalen : |
« Art. 23.Ieder belanghebbende kan de vaststelling van de waarden |
« Art. 23.Ieder belanghebbende kan de vaststelling van de waarden |
betwisten. Hij kan eveneens de vaststelling van de oppervlakte van | betwisten. Hij kan eveneens de vaststelling van de oppervlakte van |
zijn kavels betwisten, doch enkel wanneer het comité voor een kavel | zijn kavels betwisten, doch enkel wanneer het comité voor een kavel |
een andere oppervlakte heeft vastgesteld dan diegene die blijkt uit de | een andere oppervlakte heeft vastgesteld dan diegene die blijkt uit de |
kadastrale stukken, of wanneer het comité in zijn lijsten de | kadastrale stukken, of wanneer het comité in zijn lijsten de |
kadastrale oppervlakte van een kavel heeft overgenomen dan wanneer het | kadastrale oppervlakte van een kavel heeft overgenomen dan wanneer het |
kadaster in zijn stukken geen rekening heeft gehouden met een in | kadaster in zijn stukken geen rekening heeft gehouden met een in |
kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing die de oppervlakte | kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing die de oppervlakte |
van die kavel heeft vastgesteld of voor een kavel een oppervlakte | van die kavel heeft vastgesteld of voor een kavel een oppervlakte |
vermeldt die ten minste twee pct kleiner is dan ofwel de oppervlakte | vermeldt die ten minste twee pct kleiner is dan ofwel de oppervlakte |
vermeld in een akte met vaste dagtekening ofwel de door natrekking | vermeld in een akte met vaste dagtekening ofwel de door natrekking |
gewijzigde oppervlakte. Die twee pct worden berekend voor eenzelfde | gewijzigde oppervlakte. Die twee pct worden berekend voor eenzelfde |
geheel waarvan eenzelfde belanghebbende alleen of in onverdeeldheid | geheel waarvan eenzelfde belanghebbende alleen of in onverdeeldheid |
ofwel eigenaar, ofwel blote eigenaar of vruchtgebruiker is. | ofwel eigenaar, ofwel blote eigenaar of vruchtgebruiker is. |
[...] | [...] |
Tegen het vonnis is, behalve verzet, geen beroep mogelijk, | Tegen het vonnis is, behalve verzet, geen beroep mogelijk, |
onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij het Hof van | onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij het Hof van |
Cassatie om zich te voorzien wegens machtsoverschrijding of in het | Cassatie om zich te voorzien wegens machtsoverschrijding of in het |
belang van de wet, overeenkomstig artikel 1091 van het Gerechtelijk | belang van de wet, overeenkomstig artikel 1091 van het Gerechtelijk |
Wetboek ». | Wetboek ». |
« Art. 43.§ 1. Ieder belanghebbende kan de oppervlakten betwisten van |
« Art. 43.§ 1. Ieder belanghebbende kan de oppervlakten betwisten van |
de nieuwe kavels die hem in elke waardezone worden toegewezen, de | de nieuwe kavels die hem in elke waardezone worden toegewezen, de |
berekening van de globale waarden en van de opleg die er uit | berekening van de globale waarden en van de opleg die er uit |
voortspruit, het bedrag van de vergoedingen wegens meer- of | voortspruit, het bedrag van de vergoedingen wegens meer- of |
minderwaarden evenals de vergoeding voor gebruiksverlies. | minderwaarden evenals de vergoeding voor gebruiksverlies. |
Kan eveneens door ieder belanghebbende worden betwist het aandeel in | Kan eveneens door ieder belanghebbende worden betwist het aandeel in |
de kosten dat hem overeenkomstig de bepalingen van artikel 40, eerste | de kosten dat hem overeenkomstig de bepalingen van artikel 40, eerste |
en tweede lid, ten laste wordt gelegd. | en tweede lid, ten laste wordt gelegd. |
[...] | [...] |
De bepalingen van artikel 23, leden drie, vier en zes tot twaalf, zijn | De bepalingen van artikel 23, leden drie, vier en zes tot twaalf, zijn |
van toepassing op de hiervoren bedoelde rechtsvorderingen ». | van toepassing op de hiervoren bedoelde rechtsvorderingen ». |
Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die bepalingen. | Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die bepalingen. |
B.1.2. In de prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht zich uit te | B.1.2. In de prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht zich uit te |
spreken over de bestaanbaarheid van die bepalingen met de artikelen 10 | spreken over de bestaanbaarheid van die bepalingen met de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet, « voor zover artikel 23, twaalfde lid, zo moet | en 11 van de Grondwet, « voor zover artikel 23, twaalfde lid, zo moet |
gelezen worden dat het een cassatieberoep door elke belanghebbende | gelezen worden dat het een cassatieberoep door elke belanghebbende |
uitsluit tegen een vonnis in laatste aanleg van de vrederechter op | uitsluit tegen een vonnis in laatste aanleg van de vrederechter op |
grond van voormeld artikel 23 of 43 ». | grond van voormeld artikel 23 of 43 ». |
B.2.1. De ruilverkaveling uit kracht van de wet, zoals geregeld bij de | B.2.1. De ruilverkaveling uit kracht van de wet, zoals geregeld bij de |
wet van 22 juli 1970, streeft hoofdzakelijk naar een verbetering van | wet van 22 juli 1970, streeft hoofdzakelijk naar een verbetering van |
de economische exploitatie van de agrarische infrastructuur, in | de economische exploitatie van de agrarische infrastructuur, in |
beginsel door ruiling van versnipperde en verspreid liggende gronden | beginsel door ruiling van versnipperde en verspreid liggende gronden |
met het oog op het vormen van aaneensluitende en regelmatige kavels. | met het oog op het vormen van aaneensluitende en regelmatige kavels. |
Een ruilverkaveling kan gepaard gaan met het uitvoeren van bepaalde | Een ruilverkaveling kan gepaard gaan met het uitvoeren van bepaalde |
werken die betrekking kunnen hebben op onder meer de aanleg en | werken die betrekking kunnen hebben op onder meer de aanleg en |
verbetering van wegen, de waterbeheersing en de landschapszorg, | verbetering van wegen, de waterbeheersing en de landschapszorg, |
evenals met andere maatregelen van landinrichting (artikel 62 van de | evenals met andere maatregelen van landinrichting (artikel 62 van de |
wet van 22 juli 1970). | wet van 22 juli 1970). |
B.2.2. Indien de Vlaamse Regering beslist dat zal worden overgegaan | B.2.2. Indien de Vlaamse Regering beslist dat zal worden overgegaan |
tot ruilverkaveling van de goederen aangeduid op het door de bevoegde | tot ruilverkaveling van de goederen aangeduid op het door de bevoegde |
minister vastgestelde kavelplan, wordt een ruilverkavelingscomité | minister vastgestelde kavelplan, wordt een ruilverkavelingscomité |
opgericht (artikel 65 van de wet van 22 juli 1970). Het | opgericht (artikel 65 van de wet van 22 juli 1970). Het |
ruilverkavelingscomité, dat rechtspersoonlijkheid heeft, beraadslaagt | ruilverkavelingscomité, dat rechtspersoonlijkheid heeft, beraadslaagt |
en beslist over alles wat de uitvoering van de ruilverkaveling betreft | en beslist over alles wat de uitvoering van de ruilverkaveling betreft |
(artikel 66 van dezelfde wet). Aldus maakt het comité een kavelplan | (artikel 66 van dezelfde wet). Aldus maakt het comité een kavelplan |
op, waarbij voor elke eigenaar, vruchtgebruiker en gebruiker en voor | op, waarbij voor elke eigenaar, vruchtgebruiker en gebruiker en voor |
elke kavel zowel de oppervlakte als de waarde van de ingebrachte | elke kavel zowel de oppervlakte als de waarde van de ingebrachte |
kavels worden vastgesteld, evenals een herverkavelingsplan, waarbij de | kavels worden vastgesteld, evenals een herverkavelingsplan, waarbij de |
nieuwe kavels aan de betrokken eigenaars, vruchtgebruikers en | nieuwe kavels aan de betrokken eigenaars, vruchtgebruikers en |
gebruikers worden toegewezen en de vergoedingen voor meer- en | gebruikers worden toegewezen en de vergoedingen voor meer- en |
minderwaarden en voor gebruiksverlies worden vastgesteld (artikelen | minderwaarden en voor gebruiksverlies worden vastgesteld (artikelen |
26, 34 en 69 van dezelfde wet). Het ruilverkavelingscomité wordt | 26, 34 en 69 van dezelfde wet). Het ruilverkavelingscomité wordt |
daarin bijgestaan door een commissie van advies, evenals door de | daarin bijgestaan door een commissie van advies, evenals door de |
Vlaamse Landmaatschappij (artikelen 15 en 67 van dezelfde wet, in | Vlaamse Landmaatschappij (artikelen 15 en 67 van dezelfde wet, in |
samenhang gelezen met artikel 18octies van het decreet van 21 december | samenhang gelezen met artikel 18octies van het decreet van 21 december |
1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij). | 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij). |
B.2.3. Krachtens de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 | B.2.3. Krachtens de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 |
kunnen de belanghebbenden de daarin vermelde beslissingen van het | kunnen de belanghebbenden de daarin vermelde beslissingen van het |
ruilverkavelingscomité, die betrekking hebben op de vaststelling van | ruilverkavelingscomité, die betrekking hebben op de vaststelling van |
de oppervlakten en de waarden van de ingebrachte en de nieuw | de oppervlakten en de waarden van de ingebrachte en de nieuw |
toegekende kavels evenals op de toegekende vergoedingen, bij de | toegekende kavels evenals op de toegekende vergoedingen, bij de |
vrederechter betwisten. Krachtens artikel 23, twaalfde lid, van de wet | vrederechter betwisten. Krachtens artikel 23, twaalfde lid, van de wet |
van 22 juli 1970, waarnaar artikel 43, § 1, vijfde lid, verwijst, is | van 22 juli 1970, waarnaar artikel 43, § 1, vijfde lid, verwijst, is |
tegen het vonnis van de vrederechter, behalve verzet, geen beroep | tegen het vonnis van de vrederechter, behalve verzet, geen beroep |
mogelijk, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij | mogelijk, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij |
het Hof van Cassatie om zich te voorzien wegens machtsoverschrijding | het Hof van Cassatie om zich te voorzien wegens machtsoverschrijding |
of in het belang van de wet. | of in het belang van de wet. |
B.3. Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of de | B.3. Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of de |
in het geding zijnde artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 | in het geding zijnde artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 |
bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die | bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die |
interpretatie dat de belanghebbende geruilkavelden geen voorziening in | interpretatie dat de belanghebbende geruilkavelden geen voorziening in |
cassatie kunnen instellen tegen een op grond van die bepalingen in | cassatie kunnen instellen tegen een op grond van die bepalingen in |
laatste aanleg gewezen vonnis van de vrederechter. | laatste aanleg gewezen vonnis van de vrederechter. |
De prejudiciële vraag noopt tot een vergelijking van die situatie van | De prejudiciële vraag noopt tot een vergelijking van die situatie van |
de geruilkavelden met die van andere rechtzoekenden, die krachtens het | de geruilkavelden met die van andere rechtzoekenden, die krachtens het |
gemeen recht wel een voorziening in cassatie kunnen instellen tegen in | gemeen recht wel een voorziening in cassatie kunnen instellen tegen in |
laatste aanleg gewezen beslissingen. | laatste aanleg gewezen beslissingen. |
B.4. In tegenstelling tot wat de Vlaamse Regering aanvoert, bevinden | B.4. In tegenstelling tot wat de Vlaamse Regering aanvoert, bevinden |
de in de prejudiciële vraag beoogde categorieën van personen zich in | de in de prejudiciële vraag beoogde categorieën van personen zich in |
situaties die voldoende vergelijkbaar zijn, wat de mogelijkheid | situaties die voldoende vergelijkbaar zijn, wat de mogelijkheid |
betreft om een voorziening in cassatie in te stellen tegen een in | betreft om een voorziening in cassatie in te stellen tegen een in |
laatste aanleg gewezen beslissing. | laatste aanleg gewezen beslissing. |
Het feit dat de ruilverkaveling betrekking zou hebben op het algemeen | Het feit dat de ruilverkaveling betrekking zou hebben op het algemeen |
belang, terwijl de geschillen die ressorteren onder de | belang, terwijl de geschillen die ressorteren onder de |
gemeenrechtelijke procedure louter private belangen zouden betreffen, | gemeenrechtelijke procedure louter private belangen zouden betreffen, |
kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van de redelijkheid | kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van de redelijkheid |
en evenredigheid van het verschil in behandeling, maar het kan niet | en evenredigheid van het verschil in behandeling, maar het kan niet |
volstaan om tot de niet-vergelijkbaarheid te besluiten. | volstaan om tot de niet-vergelijkbaarheid te besluiten. |
B.5. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van | B.5. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van |
personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende | personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende |
procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen | procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen |
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het | discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het |
verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die | verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die |
procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de | procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de |
daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. | daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. |
B.6. Het cassatieberoep is een buitengewoon rechtsmiddel waardoor een | B.6. Het cassatieberoep is een buitengewoon rechtsmiddel waardoor een |
partij in de mogelijkheid wordt gesteld om, wegens schending van de | partij in de mogelijkheid wordt gesteld om, wegens schending van de |
wet of wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe | wet of wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe |
van nietigheid voorgeschreven vormen, de vernietiging te vorderen van | van nietigheid voorgeschreven vormen, de vernietiging te vorderen van |
een in laatste aanleg gewezen beslissing. Het Hof van Cassatie treedt | een in laatste aanleg gewezen beslissing. Het Hof van Cassatie treedt |
daarbij niet in de beoordeling van de zaken zelf. | daarbij niet in de beoordeling van de zaken zelf. |
B.7. Noch uit artikel 13 van de Grondwet, noch uit enige andere | B.7. Noch uit artikel 13 van de Grondwet, noch uit enige andere |
grondwets- of verdragsbepaling vloeit een recht op een cassatieberoep | grondwets- of verdragsbepaling vloeit een recht op een cassatieberoep |
voort. | voort. |
B.8.1. De uitsluiting van rechtsmiddelen tegen het vonnis van de | B.8.1. De uitsluiting van rechtsmiddelen tegen het vonnis van de |
vrederechter was reeds neergelegd in de wet van 25 juni 1956 op de | vrederechter was reeds neergelegd in de wet van 25 juni 1956 op de |
ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, vervangen | ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, vervangen |
bij de wet van 22 juli 1970, gewijzigd bij de wet van 11 augustus | bij de wet van 22 juli 1970, gewijzigd bij de wet van 11 augustus |
1978. Het door die bepaling nagestreefde doel werd als volgt | 1978. Het door die bepaling nagestreefde doel werd als volgt |
verantwoord : | verantwoord : |
« Voor de procedure die uitgewerkt wordt in artikel 20 heeft men zich | « Voor de procedure die uitgewerkt wordt in artikel 20 heeft men zich |
laten leiden door de wet van 3 Februari 1947 betreffende de procedure | laten leiden door de wet van 3 Februari 1947 betreffende de procedure |
voor onteigening ten algemenen nutte in hoogdringende omstandigheden. | voor onteigening ten algemenen nutte in hoogdringende omstandigheden. |
Elke belanghebbende, in de breedste zin van het woord, kan de bepaling | Elke belanghebbende, in de breedste zin van het woord, kan de bepaling |
van de oppervlakten en van de waarden betwisten door het comité voor | van de oppervlakten en van de waarden betwisten door het comité voor |
de vrederechter te dagen. Deze beslist in laatste aanleg. Het enig | de vrederechter te dagen. Deze beslist in laatste aanleg. Het enig |
toegelaten verhaal is de voorziening in verbreking in het belang der | toegelaten verhaal is de voorziening in verbreking in het belang der |
wet door de Procureur Generaal bij het Hof van Verbreking. | wet door de Procureur Generaal bij het Hof van Verbreking. |
Men zou kunnen aanvoeren dat de belanghebbenden verstoken blijven van | Men zou kunnen aanvoeren dat de belanghebbenden verstoken blijven van |
de dubbele rechtspraak; in werkelijkheid evenwel is het comité ter | de dubbele rechtspraak; in werkelijkheid evenwel is het comité ter |
zake een onafhankelijk en onpartijdig lichaam en zijn beslissingen | zake een onafhankelijk en onpartijdig lichaam en zijn beslissingen |
bieden zodanige waarborgen van objectiviteit dat men ze kan beschouwen | bieden zodanige waarborgen van objectiviteit dat men ze kan beschouwen |
als zijnde genomen in eerste aanleg » (Parl. St., Senaat, 1954-1955, | als zijnde genomen in eerste aanleg » (Parl. St., Senaat, 1954-1955, |
nr. 27, p. 13). | nr. 27, p. 13). |
Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juli 1970, die de | Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juli 1970, die de |
wet van 25 juni 1956 heeft vervangen, blijkt voorts dat de wetgever « | wet van 25 juni 1956 heeft vervangen, blijkt voorts dat de wetgever « |
een bijzondere aandacht [heeft] besteed aan een sneller verloop van de | een bijzondere aandacht [heeft] besteed aan een sneller verloop van de |
verkavelingsprocedure », en evenzeer erover bekommerd was « een | verkavelingsprocedure », en evenzeer erover bekommerd was « een |
maximale rechtszekerheid te waarborgen aan de belanghebbende | maximale rechtszekerheid te waarborgen aan de belanghebbende |
eigenaars, vruchtgebruikers, gebruikers en houders van zakelijke | eigenaars, vruchtgebruikers, gebruikers en houders van zakelijke |
rechten » (Parl. St., Kamer, 1969-1970, nr. 250/6, p. 8). De | rechten » (Parl. St., Kamer, 1969-1970, nr. 250/6, p. 8). De |
parlementaire voorbereiding vermeldt nog : | parlementaire voorbereiding vermeldt nog : |
« De ruilverkaveling is een ingewikkelde operatie. Er komen | « De ruilverkaveling is een ingewikkelde operatie. Er komen |
noodzakelijkerwijze een aantal verrichtingen aan te pas welke onder | noodzakelijkerwijze een aantal verrichtingen aan te pas welke onder |
geen voorwendsel mogen worden achterwege gelaten. Er is geen | geen voorwendsel mogen worden achterwege gelaten. Er is geen |
ruilverkaveling denkbaar zonder een nauwkeurig onderzoek van de | ruilverkaveling denkbaar zonder een nauwkeurig onderzoek van de |
inbreng van ieder der betrokken eigenaars, vruchtgebruikers en | inbreng van ieder der betrokken eigenaars, vruchtgebruikers en |
gebruikers; zonder een herverdeling waardoor aan ieder van de | gebruikers; zonder een herverdeling waardoor aan ieder van de |
betrokkenen een aandeel wordt teruggegeven van dezelfde waarde als | betrokkenen een aandeel wordt teruggegeven van dezelfde waarde als |
zijn inbreng; en meestal zonder weg- en afwateringswerken om de | zijn inbreng; en meestal zonder weg- en afwateringswerken om de |
agrarische structuur van de bij de ruilverkaveling betrokken goederen | agrarische structuur van de bij de ruilverkaveling betrokken goederen |
te verbeteren. | te verbeteren. |
Bij elke fase van dat werk moet noodzakelijkerwijze een onderzoek | Bij elke fase van dat werk moet noodzakelijkerwijze een onderzoek |
worden ingesteld om de betrokkenen in de gelegenheid te stellen hun | worden ingesteld om de betrokkenen in de gelegenheid te stellen hun |
opmerkingen naar voren te brengen, die, indien ze gegrond zijn en door | opmerkingen naar voren te brengen, die, indien ze gegrond zijn en door |
het comité worden aanvaard, dit laatste ertoe verplichten de | het comité worden aanvaard, dit laatste ertoe verplichten de |
opgemaakte plannen te herzien. | opgemaakte plannen te herzien. |
Dat alles vergt tijd. | Dat alles vergt tijd. |
Maar dat is een reden te meer om te pogen komaf te maken met al wat de | Maar dat is een reden te meer om te pogen komaf te maken met al wat de |
afloop van de verrichtingen kan vertragen » (ibid., p. 11). | afloop van de verrichtingen kan vertragen » (ibid., p. 11). |
« De aan de procedureregelen voorgestelde wijzigingen hebben tot doel | « De aan de procedureregelen voorgestelde wijzigingen hebben tot doel |
te komen tot een procedure die de rechten van de verdediging | te komen tot een procedure die de rechten van de verdediging |
eerbiedigt en tegelijk snel de [lees : en] doeltreffend is en | eerbiedigt en tegelijk snel de [lees : en] doeltreffend is en |
verhindert dat gebeurlijke geschillen het normale verloop van de | verhindert dat gebeurlijke geschillen het normale verloop van de |
ruilverkavelingsverrichtingen belemmeren » (ibid., pp. 39-40). | ruilverkavelingsverrichtingen belemmeren » (ibid., pp. 39-40). |
B.8.2. De ruilverkaveling strekt ertoe, in het algemeen belang, te | B.8.2. De ruilverkaveling strekt ertoe, in het algemeen belang, te |
komen tot een betere exploitatie van de landeigendommen. De specifieke | komen tot een betere exploitatie van de landeigendommen. De specifieke |
kenmerken van die operatie verantwoorden dat de wetgever heeft | kenmerken van die operatie verantwoorden dat de wetgever heeft |
voorzien in bijzondere regels die op verschillende punten afwijken van | voorzien in bijzondere regels die op verschillende punten afwijken van |
het gemeen recht, teneinde de behandeling van de geschillen die | het gemeen recht, teneinde de behandeling van de geschillen die |
ontstaan in het kader van de ruilverkavelingsverrichtingen te | ontstaan in het kader van de ruilverkavelingsverrichtingen te |
versnellen en aldus zo snel mogelijk rechtszekerheid te bieden. | versnellen en aldus zo snel mogelijk rechtszekerheid te bieden. |
Er dient daarbij rekening te worden gehouden met het feit dat de | Er dient daarbij rekening te worden gehouden met het feit dat de |
ruilverkaveling een complexe operatie uitmaakt waarbij een regeling | ruilverkaveling een complexe operatie uitmaakt waarbij een regeling |
betreffende één fase, die door bepaalde belanghebbenden als | betreffende één fase, die door bepaalde belanghebbenden als |
discriminerend wordt ervaren, een onderdeel vormt van een algehele | discriminerend wordt ervaren, een onderdeel vormt van een algehele |
regeling die kan voorzien in de door de overheid te bekostigen | regeling die kan voorzien in de door de overheid te bekostigen |
inrichtingswerken in het voordeel van de geruilkavelden. | inrichtingswerken in het voordeel van de geruilkavelden. |
B.8.3. De uitsluiting van het cassatieberoep tegen het vonnis dat door | B.8.3. De uitsluiting van het cassatieberoep tegen het vonnis dat door |
de vrederechter op grond van de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 | de vrederechter op grond van de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 |
juli 1970 wordt gewezen, is relevant om het door de wetgever | juli 1970 wordt gewezen, is relevant om het door de wetgever |
nagestreefde doel te verwezenlijken dat erin bestaat de procedure van | nagestreefde doel te verwezenlijken dat erin bestaat de procedure van |
de ruilverkaveling te versnellen teneinde de betrokkenen zo snel | de ruilverkaveling te versnellen teneinde de betrokkenen zo snel |
mogelijk rechtszekerheid te bieden. | mogelijk rechtszekerheid te bieden. |
B.8.4. De wetgever heeft daarbij erover gewaakt de rechten van | B.8.4. De wetgever heeft daarbij erover gewaakt de rechten van |
verdediging van de belanghebbenden te eerbiedigen. Laatstgenoemden | verdediging van de belanghebbenden te eerbiedigen. Laatstgenoemden |
beschikken in elke belangrijke fase van de ruilverkaveling over de | beschikken in elke belangrijke fase van de ruilverkaveling over de |
mogelijkheid om, ter gelegenheid van een openbaar onderzoek, hun | mogelijkheid om, ter gelegenheid van een openbaar onderzoek, hun |
bezwaren mee te delen (zie onder meer de artikelen 6, 21, 35 en 42 van | bezwaren mee te delen (zie onder meer de artikelen 6, 21, 35 en 42 van |
de wet van 22 juli 1970). Het ruilverkavelingscomité onderzoekt die | de wet van 22 juli 1970). Het ruilverkavelingscomité onderzoekt die |
bezwaren en beslist daarover, na het advies van de commissie van | bezwaren en beslist daarover, na het advies van de commissie van |
advies te hebben gevraagd (artikelen 22, 35 en 42 van dezelfde wet). | advies te hebben gevraagd (artikelen 22, 35 en 42 van dezelfde wet). |
Die commissie bestaat uit zes tot tien leden van wie twee leden | Die commissie bestaat uit zes tot tien leden van wie twee leden |
betrokken eigenaars of vruchtgebruikers zijn en twee leden betrokken | betrokken eigenaars of vruchtgebruikers zijn en twee leden betrokken |
gebruikers zijn (artikel 15 van dezelfde wet). Indien het | gebruikers zijn (artikel 15 van dezelfde wet). Indien het |
ruilverkavelingscomité het niet eens is met het gunstig advies van de | ruilverkavelingscomité het niet eens is met het gunstig advies van de |
commissie van advies betreffende één of meer bezwaren van een | commissie van advies betreffende één of meer bezwaren van een |
belanghebbende, dient het de betrokkene op te roepen om hem te horen | belanghebbende, dient het de betrokkene op te roepen om hem te horen |
(artikelen 22, 35 en 42 van dezelfde wet). | (artikelen 22, 35 en 42 van dezelfde wet). |
De in de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 vermelde | De in de artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 vermelde |
beslissingen van het ruilverkavelingscomité inzake de vaststelling van | beslissingen van het ruilverkavelingscomité inzake de vaststelling van |
bepaalde waarden en vergoedingen kunnen vervolgens voor de | bepaalde waarden en vergoedingen kunnen vervolgens voor de |
vrederechter worden betwist, overeenkomstig de in die bepalingen | vrederechter worden betwist, overeenkomstig de in die bepalingen |
neergelegde procedure. De in het geding zijnde bepalingen sluiten | neergelegde procedure. De in het geding zijnde bepalingen sluiten |
weliswaar uit dat, behoudens verzet, rechtsmiddelen tegen het vonnis | weliswaar uit dat, behoudens verzet, rechtsmiddelen tegen het vonnis |
van de vrederechter worden aangewend. De procureur-generaal bij het | van de vrederechter worden aangewend. De procureur-generaal bij het |
Hof van Cassatie beschikt echter wel over de mogelijkheid om zich te | Hof van Cassatie beschikt echter wel over de mogelijkheid om zich te |
voorzien wegens machtsoverschrijding of in het belang van de wet. | voorzien wegens machtsoverschrijding of in het belang van de wet. |
De belanghebbenden blijven voorts gerechtigd om op basis van de | De belanghebbenden blijven voorts gerechtigd om op basis van de |
artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek een | artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek een |
schadevergoeding te vorderen voor de schade die zij zouden bewijzen | schadevergoeding te vorderen voor de schade die zij zouden bewijzen |
geleden te hebben door machtsmisbruik en machtsafwending of door een | geleden te hebben door machtsmisbruik en machtsafwending of door een |
foutieve beslissing van het ruilverkavelingscomité. De bevoegde | foutieve beslissing van het ruilverkavelingscomité. De bevoegde |
rechtbank is dan krachtens de haar door artikel 159 van de Grondwet | rechtbank is dan krachtens de haar door artikel 159 van de Grondwet |
opgedragen wettigheidscontrole bevoegd om na te gaan of dat comité | opgedragen wettigheidscontrole bevoegd om na te gaan of dat comité |
zich van zijn taak heeft gekweten overeenkomstig de | zich van zijn taak heeft gekweten overeenkomstig de |
zorgvuldigheidsnormen die besloten zijn in de artikelen 1382 en | zorgvuldigheidsnormen die besloten zijn in de artikelen 1382 en |
volgende van het Burgerlijk Wetboek. | volgende van het Burgerlijk Wetboek. |
Bovendien kunnen de eindbeslissingen van het ruilverkavelingscomité, | Bovendien kunnen de eindbeslissingen van het ruilverkavelingscomité, |
in zoverre het administratieve rechtshandelingen betreft, met een | in zoverre het administratieve rechtshandelingen betreft, met een |
beroep voor de Raad van State worden bestreden. | beroep voor de Raad van State worden bestreden. |
B.8.5. Gelet op de specifieke en complexe aard van de ruilverkaveling | B.8.5. Gelet op de specifieke en complexe aard van de ruilverkaveling |
en de door de wetgever nagestreefde doelstelling om de geruilkavelden | en de door de wetgever nagestreefde doelstelling om de geruilkavelden |
zo snel mogelijk rechtszekerheid te verschaffen, en rekening houdende | zo snel mogelijk rechtszekerheid te verschaffen, en rekening houdende |
met de waarborgen die aan de belanghebbenden worden geboden om hun | met de waarborgen die aan de belanghebbenden worden geboden om hun |
bezwaren te doen gelden en de beslissingen van het | bezwaren te doen gelden en de beslissingen van het |
ruilverkavelingscomité te betwisten, doet de uitsluiting van het | ruilverkavelingscomité te betwisten, doet de uitsluiting van het |
cassatieberoep tegen de vonnissen van de vrederechter op grond van de | cassatieberoep tegen de vonnissen van de vrederechter op grond van de |
in het geding zijnde bepalingen niet op onevenredige wijze afbreuk aan | in het geding zijnde bepalingen niet op onevenredige wijze afbreuk aan |
de rechten van de betrokkenen. | de rechten van de betrokkenen. |
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 op de | De artikelen 23 en 43 van de wet van 22 juli 1970 op de |
ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet schenden de | ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet schenden de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 8 mei 2019. | op 8 mei 2019. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Alen | A. Alen |