← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 133/2018 van 11 oktober 2018 Rolnummer 6716 In zake : de
prejudiciële vraag over artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd bij
koninklijk besluit van 21 mei 1964, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk
Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 133/2018 van 11 oktober 2018 Rolnummer 6716 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 21 mei 1964, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P(...) | Uittreksel uit arrest nr. 133/2018 van 11 oktober 2018 Rolnummer 6716 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 21 mei 1964, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 133/2018 van 11 oktober 2018 | Uittreksel uit arrest nr. 133/2018 van 11 oktober 2018 |
Rolnummer 6716 | Rolnummer 6716 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wetten | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wetten |
betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd bij koninklijk | betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd bij koninklijk |
besluit van 21 mei 1964, gesteld door het Hof van Beroep te Bergen. | besluit van 21 mei 1964, gesteld door het Hof van Beroep te Bergen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters |
J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. Leysen, | J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. Leysen, |
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van |
voorzitter F. Daoût, | voorzitter F. Daoût, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 28 juni 2017 in zake de Federale Pensioendienst tegen | Bij arrest van 28 juni 2017 in zake de Federale Pensioendienst tegen |
Katomba Etienne Mbiangandu Mukengeshayi, waarvan de expeditie ter | Katomba Etienne Mbiangandu Mukengeshayi, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 9 augustus 2017, heeft het Hof van | griffie van het Hof is ingekomen op 9 augustus 2017, heeft het Hof van |
Beroep te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Beroep te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 1 van de op 21.05.1964 gecoördineerde wetten | « Schendt artikel 1 van de op 21.05.1964 gecoördineerde wetten |
betreffende het personeel in Afrika, in die zin geïnterpreteerd dat | betreffende het personeel in Afrika, in die zin geïnterpreteerd dat |
het het recht op een rustpensioen voorbehoudt aan personen van | het het recht op een rustpensioen voorbehoudt aan personen van |
Belgische of Luxemburgse nationaliteit die waren benoemd in de | Belgische of Luxemburgse nationaliteit die waren benoemd in de |
hoedanigheid van leden van het beroepspersoneel van de kaders in | hoedanigheid van leden van het beroepspersoneel van de kaders in |
Afrika, met uitsluiting van ' Belgen met Congolees statuut ', de | Afrika, met uitsluiting van ' Belgen met Congolees statuut ', de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel |
14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 1 | 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 1 |
van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag ? ». | van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context van de | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context van de |
aanneming ervan | aanneming ervan |
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1, eerste | B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1, eerste |
lid, van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd | lid, van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd |
op 21 mei 1964, dat bepaalt : | op 21 mei 1964, dat bepaalt : |
« Dit hoofdstuk is van toepassing op de personen van Belgische of | « Dit hoofdstuk is van toepassing op de personen van Belgische of |
Luxemburgse nationaliteit die vóór 30 juni 1960 waren benoemd in de | Luxemburgse nationaliteit die vóór 30 juni 1960 waren benoemd in de |
hoedanigheid van leden van het beroepspersoneel der kaders in Afrika | hoedanigheid van leden van het beroepspersoneel der kaders in Afrika |
». | ». |
B.1.2. Het verwijzende rechtscollege interpreteert die bepaling in die | B.1.2. Het verwijzende rechtscollege interpreteert die bepaling in die |
zin dat zij het recht op het rustpensioen waarin is voorzien bij de | zin dat zij het recht op het rustpensioen waarin is voorzien bij de |
artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten voorbehoudt aan de | artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten voorbehoudt aan de |
personen die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezaten op het | personen die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezaten op het |
ogenblik waarop zij de diensten hebben verricht die in aanmerking | ogenblik waarop zij de diensten hebben verricht die in aanmerking |
worden genomen voor de toekenning van het pensioen en in die zin dat | worden genomen voor de toekenning van het pensioen en in die zin dat |
zij van het recht op dat pensioen de personen uitsluit die op | zij van het recht op dat pensioen de personen uitsluit die op |
hetzelfde ogenblik « Belgen met Congolees statuut » waren. | hetzelfde ogenblik « Belgen met Congolees statuut » waren. |
Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling in die | Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling in die |
interpretatie. | interpretatie. |
B.2.1. De in het geding zijnde bepaling was, tot de coördinatie van 21 | B.2.1. De in het geding zijnde bepaling was, tot de coördinatie van 21 |
mei 1964, opgenomen in artikel 1 van de wet van 27 juli 1961 houdende | mei 1964, opgenomen in artikel 1 van de wet van 27 juli 1961 houdende |
sommige maatregelen ten gunste van het beroepspersoneel van de kaders | sommige maatregelen ten gunste van het beroepspersoneel van de kaders |
van Afrika. | van Afrika. |
B.2.2. Die wet was ontworpen om het hoofd te bieden aan de gevolgen, | B.2.2. Die wet was ontworpen om het hoofd te bieden aan de gevolgen, |
voor die personeelsleden, van de gebeurtenissen die zich vanaf de | voor die personeelsleden, van de gebeurtenissen die zich vanaf de |
maand juli 1960 in Congo hebben voorgedaan. Terwijl op het ogenblik | maand juli 1960 in Congo hebben voorgedaan. Terwijl op het ogenblik |
van het soeverein worden van Congo de Belgische overheden hadden | van het soeverein worden van Congo de Belgische overheden hadden |
kunnen verwachten dat de moederlandse ambtenaren die hun functies in | kunnen verwachten dat de moederlandse ambtenaren die hun functies in |
Afrika uitoefenden, geleidelijk en in de tijd gespreid naar het | Afrika uitoefenden, geleidelijk en in de tijd gespreid naar het |
moederland zouden terugkeren, hebben de gebeurtenissen van juli 1960 | moederland zouden terugkeren, hebben de gebeurtenissen van juli 1960 |
in een korte tijdspanne geleid tot een plotse en massale terugkeer van | in een korte tijdspanne geleid tot een plotse en massale terugkeer van |
die ambtenaren naar België. De wet van 27 juli 1961 had bijgevolg tot | die ambtenaren naar België. De wet van 27 juli 1961 had bijgevolg tot |
doel het lot van die personeelsleden te regelen (Parl. St., Kamer, | doel het lot van die personeelsleden te regelen (Parl. St., Kamer, |
B.Z. 1961, nr. 106/1, pp. 1-2) door een regeling in te stellen « ten | B.Z. 1961, nr. 106/1, pp. 1-2) door een regeling in te stellen « ten |
gunste van de personeelsleden die zich in de onmogelijkheid bevinden | gunste van de personeelsleden die zich in de onmogelijkheid bevinden |
hun loopbaan wegens de gebeurtenissen voort te zetten, [...] stelsel | hun loopbaan wegens de gebeurtenissen voort te zetten, [...] stelsel |
dat tegelijkertijd inhoudt én de toekenning van zekere geldelijke | dat tegelijkertijd inhoudt én de toekenning van zekere geldelijke |
voordelen én een plan tot mildering ten hunnen opzichte van de regelen | voordelen én een plan tot mildering ten hunnen opzichte van de regelen |
die met het oog op de aanwerving in de moederlandse openbare sector | die met het oog op de aanwerving in de moederlandse openbare sector |
zijn voorzien » (ibid., p. 3). | zijn voorzien » (ibid., p. 3). |
B.2.3. Die wet omvatte derhalve talrijke bepalingen die tot doel | B.2.3. Die wet omvatte derhalve talrijke bepalingen die tot doel |
hebben de herklassering in het Belgisch openbaar ambt te organiseren | hebben de herklassering in het Belgisch openbaar ambt te organiseren |
van de ambtenaren die plots en niet voorbereid naar het moederland | van de ambtenaren die plots en niet voorbereid naar het moederland |
zijn teruggekeerd. Zij voorzag ook in zekere geldelijke voordelen ten | zijn teruggekeerd. Zij voorzag ook in zekere geldelijke voordelen ten |
gunste van de ambtenaren van wie de loopbaan binnen het Bestuur in | gunste van de ambtenaren van wie de loopbaan binnen het Bestuur in |
Afrika bij die gelegenheid was geëindigd. | Afrika bij die gelegenheid was geëindigd. |
B.2.4. In verband met de geldelijke voordelen wordt in de memorie van | B.2.4. In verband met de geldelijke voordelen wordt in de memorie van |
toelichting bij de wet van 27 juli 1961 vermeld : | toelichting bij de wet van 27 juli 1961 vermeld : |
« Billijkheidshalve, hoort het, dat aan de leden van het | « Billijkheidshalve, hoort het, dat aan de leden van het |
beroepspersoneel der kaders van Afrika, die wegens de gebeurtenissen | beroepspersoneel der kaders van Afrika, die wegens de gebeurtenissen |
hun betrekking verloren, een pensioen of een als dusdanig geldende | hun betrekking verloren, een pensioen of een als dusdanig geldende |
uitkering wordt toegekend voor de bewezen diensten. Dit pensioen of | uitkering wordt toegekend voor de bewezen diensten. Dit pensioen of |
deze uitkering dient normaal in verhouding te zijn met de door de | deze uitkering dient normaal in verhouding te zijn met de door de |
belanghebbende volbrachte diensttijd. | belanghebbende volbrachte diensttijd. |
Anderzijds, wanneer de herklassering van alle leden van het | Anderzijds, wanneer de herklassering van alle leden van het |
beroepspersoneel in de moederlandse openbare sector onmogelijk is, | beroepspersoneel in de moederlandse openbare sector onmogelijk is, |
beduidt dit geenszins dat de betrokkenen aan hun lot dienen | beduidt dit geenszins dat de betrokkenen aan hun lot dienen |
overgelaten te worden. De Staat heeft, ten hunnen opzichte, de plicht | overgelaten te worden. De Staat heeft, ten hunnen opzichte, de plicht |
hen onder zijn hoede te nemen en het hoort dat hij hen, althans | hen onder zijn hoede te nemen en het hoort dat hij hen, althans |
gedurende een redelijke tijdspanne zijn geldelijke steun toezegt. | gedurende een redelijke tijdspanne zijn geldelijke steun toezegt. |
De duur van deze tijdspanne is nauw verbonden met de | De duur van deze tijdspanne is nauw verbonden met de |
herklasseringsmoeilijkheden welke de belanghebbenden zuilen | herklasseringsmoeilijkheden welke de belanghebbenden zuilen |
ondervinden en tevens met de rechten welke hen inzake pensioen zullen | ondervinden en tevens met de rechten welke hen inzake pensioen zullen |
werden toegekend » (ibid., p. 3). | werden toegekend » (ibid., p. 3). |
Ten gronde | Ten gronde |
B.3.1. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 | B.3.1. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het | en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het | Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het |
Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, te onderzoeken van het bij | Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, te onderzoeken van het bij |
de in het geding zijnde bepaling in het leven geroepen verschil in | de in het geding zijnde bepaling in het leven geroepen verschil in |
behandeling tussen de leden van het beroepspersoneel van de kaders in | behandeling tussen de leden van het beroepspersoneel van de kaders in |
Afrika die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezaten op het | Afrika die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezaten op het |
ogenblik van de diensten die zij voor de Belgische Staat in Congo | ogenblik van de diensten die zij voor de Belgische Staat in Congo |
hebben verricht en diegenen die op hetzelfde ogenblik « Belgen met | hebben verricht en diegenen die op hetzelfde ogenblik « Belgen met |
Congolees statuut » waren. De eersten, die hun Belgische of | Congolees statuut » waren. De eersten, die hun Belgische of |
Luxemburgse nationaliteit hadden als gevolg van de moederlandse | Luxemburgse nationaliteit hadden als gevolg van de moederlandse |
nationaliteitswetten, genieten het recht op het rustpensioen, terwijl | nationaliteitswetten, genieten het recht op het rustpensioen, terwijl |
de tweeden, die afkomstig zijn van de gekoloniseerde grondgebieden en | de tweeden, die afkomstig zijn van de gekoloniseerde grondgebieden en |
die, krachtens het Koloniaal Charter van 18 oktober 1908, onder de | die, krachtens het Koloniaal Charter van 18 oktober 1908, onder de |
bijzondere regeling werden gehouden van de wetten die het statuut van | bijzondere regeling werden gehouden van de wetten die het statuut van |
de kolonie regelden, hetzelfde recht niet genieten. | de kolonie regelden, hetzelfde recht niet genieten. |
B.3.2. Uit de feiten van de zaak voor het verwijzende rechtscollege | B.3.2. Uit de feiten van de zaak voor het verwijzende rechtscollege |
blijkt dat de vordering tot toekenning van een pensioen een persoon | blijkt dat de vordering tot toekenning van een pensioen een persoon |
betreft die in België verblijft. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de | betreft die in België verblijft. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de |
situatie van de voormalige leden van het beroepspersoneel van de | situatie van de voormalige leden van het beroepspersoneel van de |
kaders in Afrika die, op het ogenblik van het indienen van het verzoek | kaders in Afrika die, op het ogenblik van het indienen van het verzoek |
tot toelating tot het voordeel van het pensioen, regelmatig in België | tot toelating tot het voordeel van het pensioen, regelmatig in België |
verblijven. | verblijven. |
B.4.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet | B.4.1. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet |
uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van | uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van |
personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief | personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief |
criterium berust en het redelijk verantwoord is. | criterium berust en het redelijk verantwoord is. |
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld | Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld |
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel | rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van | en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van |
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat | gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat |
geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende | geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende |
middelen en het beoogde doel. | middelen en het beoogde doel. |
B.4.2. Het recht op het pensioen van loontrekkende of van openbaar | B.4.2. Het recht op het pensioen van loontrekkende of van openbaar |
ambtenaar is een subjectief recht van vermogensrechtelijke aard dat | ambtenaar is een subjectief recht van vermogensrechtelijke aard dat |
door artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees | door artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees |
Verdrag voor de rechten van de mens wordt beschermd (zie onder meer | Verdrag voor de rechten van de mens wordt beschermd (zie onder meer |
EHRM, 12 april 2006, Stec en anderen t. Verenigd Koninkrijk, § 55; 18 | EHRM, 12 april 2006, Stec en anderen t. Verenigd Koninkrijk, § 55; 18 |
februari 2009, Andrejeva t. Letland, § 79). | februari 2009, Andrejeva t. Letland, § 79). |
B.5. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op het | B.5. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op het |
criterium van de nationaliteit van de ambtenaar die diensten heeft | criterium van de nationaliteit van de ambtenaar die diensten heeft |
verricht als lid van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika op | verricht als lid van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika op |
het ogenblik dat hij deel uitmaakte van dat personeel. Een dergelijk | het ogenblik dat hij deel uitmaakte van dat personeel. Een dergelijk |
criterium is objectief. | criterium is objectief. |
Het Hof dient te onderzoeken of het relevant is ten aanzien van de | Het Hof dient te onderzoeken of het relevant is ten aanzien van de |
doelstelling van de in het geding zijnde bepaling. In dat opzicht | doelstelling van de in het geding zijnde bepaling. In dat opzicht |
dient rekening te worden gehouden met het feit dat enkel zeer sterke | dient rekening te worden gehouden met het feit dat enkel zeer sterke |
overwegingen een verschil in behandeling kunnen verantwoorden dat | overwegingen een verschil in behandeling kunnen verantwoorden dat |
uitsluitend op de nationaliteit berust. | uitsluitend op de nationaliteit berust. |
B.6.1. Het criterium van de nationaliteit van de ambtenaar op het | B.6.1. Het criterium van de nationaliteit van de ambtenaar op het |
ogenblik van het verrichten van de diensten kan, in de context van de | ogenblik van het verrichten van de diensten kan, in de context van de |
aanneming van de voormelde wet van 27 juli 1961, relevant worden | aanneming van de voormelde wet van 27 juli 1961, relevant worden |
geacht ten aanzien van het doel van de bepalingen van die wet waarbij | geacht ten aanzien van het doel van de bepalingen van die wet waarbij |
wordt voorzien in de herklassering in het Belgisch openbaar ambt van | wordt voorzien in de herklassering in het Belgisch openbaar ambt van |
de moederlandse ambtenaren die ervoor hadden gekozen een loopbaan in | de moederlandse ambtenaren die ervoor hadden gekozen een loopbaan in |
het openbaar ambt in de kolonie uit te bouwen en die plots verhinderd | het openbaar ambt in de kolonie uit te bouwen en die plots verhinderd |
waren die loopbaan voort te zetten en verplicht waren naar België | waren die loopbaan voort te zetten en verplicht waren naar België |
terug te keren en waarbij die herklassering wordt georganiseerd. | terug te keren en waarbij die herklassering wordt georganiseerd. |
B.6.2. Daarentegen kan het criterium van de nationaliteit niet | B.6.2. Daarentegen kan het criterium van de nationaliteit niet |
relevant worden geacht ten aanzien van de bepaling van dezelfde wet | relevant worden geacht ten aanzien van de bepaling van dezelfde wet |
waarbij wordt voorzien in de toekenning van een rustpensioen aan de | waarbij wordt voorzien in de toekenning van een rustpensioen aan de |
ambtenaren naar gelang van de verrichte diensten. De gebeurtenissen | ambtenaren naar gelang van de verrichte diensten. De gebeurtenissen |
die zich in juli 1960 hebben voorgedaan, hebben immers ook gevolgen | die zich in juli 1960 hebben voorgedaan, hebben immers ook gevolgen |
gehad voor de loopbaan van de ambtenaren van het Bestuur in Afrika die | gehad voor de loopbaan van de ambtenaren van het Bestuur in Afrika die |
Belgen met Congolees statuut waren, en inzonderheid op hun recht op | Belgen met Congolees statuut waren, en inzonderheid op hun recht op |
het rustpensioen. Hoewel het, te hunnen aanzien, niet vereist was te | het rustpensioen. Hoewel het, te hunnen aanzien, niet vereist was te |
zorgen voor hun herklassering in het moederlands openbaar ambt, | zorgen voor hun herklassering in het moederlands openbaar ambt, |
verantwoordt niets dat het recht op het rustpensioen dat zij, rekening | verantwoordt niets dat het recht op het rustpensioen dat zij, rekening |
houdend met de diensten die zij ten voordele van de Belgische kolonie | houdend met de diensten die zij ten voordele van de Belgische kolonie |
hebben verricht, zouden hebben verkregen indien hun loopbaan normaal | hebben verricht, zouden hebben verkregen indien hun loopbaan normaal |
was kunnen verlopen, hun wordt ontzegd. | was kunnen verlopen, hun wordt ontzegd. |
B.6.3. De memorie van toelichting bij de wet van 27 juli 1961 vermeldt | B.6.3. De memorie van toelichting bij de wet van 27 juli 1961 vermeldt |
: | : |
« België heeft ten overstaan van de ambtenaren die zijn [zaak] in | « België heeft ten overstaan van de ambtenaren die zijn [zaak] in |
Afrika hebben gediend, morele verplichtingen waaraan het zich kan noch | Afrika hebben gediend, morele verplichtingen waaraan het zich kan noch |
mag onttrekken. | mag onttrekken. |
[...] | [...] |
Het gaat, inderdaad, in ieder geval op zich zelf, om personen die, | Het gaat, inderdaad, in ieder geval op zich zelf, om personen die, |
krachtens een akte van de Uitvoerende Macht, in een openbaar ambt | krachtens een akte van de Uitvoerende Macht, in een openbaar ambt |
worden benoemd teneinde, onder statuut, een loopbaan te voleindigen | worden benoemd teneinde, onder statuut, een loopbaan te voleindigen |
aan het einde van dewelke zij normaal zouden geroepen zijn om van een | aan het einde van dewelke zij normaal zouden geroepen zijn om van een |
rustpensioen ten laste van de openbare Schatkist te genieten » (Parl. | rustpensioen ten laste van de openbare Schatkist te genieten » (Parl. |
St., Kamer, B.Z. 1961, nr. 106/1, pp. 2-3). | St., Kamer, B.Z. 1961, nr. 106/1, pp. 2-3). |
B.7.1. In de interpretatie volgens welke de nationaliteitsvoorwaarde | B.7.1. In de interpretatie volgens welke de nationaliteitsvoorwaarde |
waarin is voorzien bij artikel 1 van de wetten betreffende het | waarin is voorzien bij artikel 1 van de wetten betreffende het |
personeel in Afrika, gecoördineerd op 21 mei 1964, van toepassing is | personeel in Afrika, gecoördineerd op 21 mei 1964, van toepassing is |
op de bepalingen van die wet met betrekking tot het recht op het | op de bepalingen van die wet met betrekking tot het recht op het |
rustpensioen, zodat zij het recht op pensioen ontzegt aan de leden van | rustpensioen, zodat zij het recht op pensioen ontzegt aan de leden van |
het beroepspersoneel van de kaders in Afrika die destijds Belgen met | het beroepspersoneel van de kaders in Afrika die destijds Belgen met |
Congolees statuut waren en die op het ogenblik van de toekenning van | Congolees statuut waren en die op het ogenblik van de toekenning van |
het voordeel van het pensioen in België verblijven, dient de | het voordeel van het pensioen in België verblijven, dient de |
prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. | prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. |
B.7.2. Het Hof doet echter opmerken dat de in het geding zijnde | B.7.2. Het Hof doet echter opmerken dat de in het geding zijnde |
bepaling een andere interpretatie kan krijgen, volgens welke de | bepaling een andere interpretatie kan krijgen, volgens welke de |
nationaliteitsvoorwaarde enkel van toepassing is op de bepalingen die | nationaliteitsvoorwaarde enkel van toepassing is op de bepalingen die |
de herklassering, in het Belgisch openbaar ambt, organiseren van de | de herklassering, in het Belgisch openbaar ambt, organiseren van de |
leden van het personeel in Afrika bij hun terugkeer naar België ten | leden van het personeel in Afrika bij hun terugkeer naar België ten |
gevolge van de gebeurtenissen van 1960 en niet op de bepalingen met | gevolge van de gebeurtenissen van 1960 en niet op de bepalingen met |
betrekking tot het recht op het rustpensioen waarin is voorzien bij | betrekking tot het recht op het rustpensioen waarin is voorzien bij |
dezelfde wetten. | dezelfde wetten. |
In die interpretatie doet de in het geding zijnde bepaling niet het in | In die interpretatie doet de in het geding zijnde bepaling niet het in |
de prejudiciële vraag aangeklaagde verschil in behandeling ontstaan, | de prejudiciële vraag aangeklaagde verschil in behandeling ontstaan, |
zodat die ontkennend dient te worden beantwoord. | zodat die ontkennend dient te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
- Artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, | - Artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, |
gecoördineerd op 21 mei 1964, in die zin geïnterpreteerd dat het de | gecoördineerd op 21 mei 1964, in die zin geïnterpreteerd dat het de |
Belgen met Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het | Belgen met Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het |
beroepspersoneel van de kaders in Afrika, uitsluit van het | beroepspersoneel van de kaders in Afrika, uitsluit van het |
rustpensioen waarin is voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van | rustpensioen waarin is voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van |
dezelfde wetten, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | dezelfde wetten, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
- Dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat zij de Belgen met | - Dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat zij de Belgen met |
Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het beroepspersoneel | Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het beroepspersoneel |
van de kaders in Afrika, niet uitsluit van het rustpensioen waarin is | van de kaders in Afrika, niet uitsluit van het rustpensioen waarin is |
voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten, schendt | voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten, schendt |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 11 oktober 2018. | op 11 oktober 2018. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
F. Meersschaut F. Daoût | F. Meersschaut F. Daoût |