← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 149/2018 van 8 november 2018 Rolnummer 6681 In zake : het
beroep tot vernietiging van de artikelen 122 en 123 van de programmawet van 25 december 2016 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters
A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 149/2018 van 8 november 2018 Rolnummer 6681 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 122 en 123 van de programmawet van 25 december 2016 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...) | Uittreksel uit arrest nr. 149/2018 van 8 november 2018 Rolnummer 6681 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 122 en 123 van de programmawet van 25 december 2016 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 149/2018 van 8 november 2018 | Uittreksel uit arrest nr. 149/2018 van 8 november 2018 |
Rolnummer 6681 | Rolnummer 6681 |
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 122 en 123 van | In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 122 en 123 van |
de programmawet van 25 december 2016 (wijziging van de artikelen 120 | de programmawet van 25 december 2016 (wijziging van de artikelen 120 |
en 1262 van het Wetboek diverse rechten en taksen), ingesteld door de | en 1262 van het Wetboek diverse rechten en taksen), ingesteld door de |
vof « Anton van Zantbeek ». | vof « Anton van Zantbeek ». |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. |
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, |
P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. | P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. |
Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging | I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2017 | Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2017 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni | ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni |
2017, heeft de vof « Anton van Zantbeek », bijgestaan en | 2017, heeft de vof « Anton van Zantbeek », bijgestaan en |
vertegenwoordigd door Mr. A. Maelfait, advocaat bij de balie te Gent, | vertegenwoordigd door Mr. A. Maelfait, advocaat bij de balie te Gent, |
beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 122 en 123 van de | beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 122 en 123 van de |
programmawet van 25 december 2016 (wijziging van de artikelen 120 en | programmawet van 25 december 2016 (wijziging van de artikelen 120 en |
1262 van het Wetboek diverse rechten en taksen), bekendgemaakt in het | 1262 van het Wetboek diverse rechten en taksen), bekendgemaakt in het |
Belgisch Staatsblad van 29 december 2016, tweede editie. | Belgisch Staatsblad van 29 december 2016, tweede editie. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van het onderwerp van het beroep | Ten aanzien van het onderwerp van het beroep |
B.1. De verzoekende partij, de vof « Anton van Zantbeek », vordert de | B.1. De verzoekende partij, de vof « Anton van Zantbeek », vordert de |
vernietiging van de artikelen 122 en 123 van de programmawet van 25 | vernietiging van de artikelen 122 en 123 van de programmawet van 25 |
december 2016. De voormelde artikelen vullen de artikelen 120 en 1262 | december 2016. De voormelde artikelen vullen de artikelen 120 en 1262 |
van het Wetboek diverse rechten en taksen aan met een tweede lid, | van het Wetboek diverse rechten en taksen aan met een tweede lid, |
zodat het toepassingsgebied van de taks op de beursverrichtingen | zodat het toepassingsgebied van de taks op de beursverrichtingen |
(hierna : TOB) wordt uitgebreid. | (hierna : TOB) wordt uitgebreid. |
Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan | Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan |
B.2.1. De TOB is ingevoerd bij de wet van 30 augustus 1913 en werd | B.2.1. De TOB is ingevoerd bij de wet van 30 augustus 1913 en werd |
later, samen met de taks op de reporten, opgenomen in boek II, titel I | later, samen met de taks op de reporten, opgenomen in boek II, titel I |
(« Taks op de beursverrichtingen en de reporten ») van het Wetboek | (« Taks op de beursverrichtingen en de reporten ») van het Wetboek |
diverse rechten en taksen. | diverse rechten en taksen. |
B.2.2. Aan de TOB zijn onderworpen, de verrichtingen die in België | B.2.2. Aan de TOB zijn onderworpen, de verrichtingen die in België |
worden aangegaan of uitgevoerd en Belgische of buitenlandse openbare | worden aangegaan of uitgevoerd en Belgische of buitenlandse openbare |
fondsen tot voorwerp hebben, voor zover de verrichting gebeurt door | fondsen tot voorwerp hebben, voor zover de verrichting gebeurt door |
bemiddeling van een tussenpersoon van beroep (artikel 1261 van het | bemiddeling van een tussenpersoon van beroep (artikel 1261 van het |
Wetboek diverse rechten en taksen). | Wetboek diverse rechten en taksen). |
Het betreft in het bijzonder elke verkoop, aankoop en afstand, alsook | Het betreft in het bijzonder elke verkoop, aankoop en afstand, alsook |
elke verwerving onder bezwarende titel en elke inkoop van eigen | elke verwerving onder bezwarende titel en elke inkoop van eigen |
aandelen door een beleggingsvennootschap indien de verrichting slaat | aandelen door een beleggingsvennootschap indien de verrichting slaat |
op kapitalisatieaandelen (artikel 120, eerste lid, van het Wetboek | op kapitalisatieaandelen (artikel 120, eerste lid, van het Wetboek |
diverse rechten en taksen). | diverse rechten en taksen). |
B.3.1. Het bij het bestreden artikel 122 van de programmawet van 25 | B.3.1. Het bij het bestreden artikel 122 van de programmawet van 25 |
december 2016 ingevoerde tweede lid van artikel 120 van het Wetboek | december 2016 ingevoerde tweede lid van artikel 120 van het Wetboek |
diverse rechten en taksen bepaalt : | diverse rechten en taksen bepaalt : |
« De verrichtingen bedoeld in het [eerste] lid worden ook geacht in | « De verrichtingen bedoeld in het [eerste] lid worden ook geacht in |
België te zijn aangegaan of uitgevoerd wanneer het order daartoe | België te zijn aangegaan of uitgevoerd wanneer het order daartoe |
rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde | rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde |
tussenpersoon wordt gegeven : | tussenpersoon wordt gegeven : |
- hetzij door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in | - hetzij door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in |
België; | België; |
- hetzij door een rechtspersoon voor rekening van een zetel of een | - hetzij door een rechtspersoon voor rekening van een zetel of een |
vestiging ervan in België ». | vestiging ervan in België ». |
Het bij het bestreden artikel 123 van de programmawet van 25 december | Het bij het bestreden artikel 123 van de programmawet van 25 december |
2016 ingevoerde tweede lid van artikel 1262 van het Wetboek diverse | 2016 ingevoerde tweede lid van artikel 1262 van het Wetboek diverse |
rechten en taksen bepaalt : | rechten en taksen bepaalt : |
« Wanneer evenwel de tussenpersoon van beroep in het buitenland | « Wanneer evenwel de tussenpersoon van beroep in het buitenland |
gevestigd is, wordt de ordergever schuldenaar van de belasting en is | gevestigd is, wordt de ordergever schuldenaar van de belasting en is |
hij onderworpen aan de verplichtingen bedoeld in artikel 125, tenzij | hij onderworpen aan de verplichtingen bedoeld in artikel 125, tenzij |
hij kan aantonen dat de taks werd betaald ». | hij kan aantonen dat de taks werd betaald ». |
B.3.2. Met de bestreden bepalingen beoogt de wetgever het | B.3.2. Met de bestreden bepalingen beoogt de wetgever het |
toepassingsgebied van de TOB uit te breiden, omdat, « wanneer [...] | toepassingsgebied van de TOB uit te breiden, omdat, « wanneer [...] |
een in België gevestigde ordergever zich rechtstreeks of | een in België gevestigde ordergever zich rechtstreeks of |
onrechtstreeks richt tot een in het buitenland gevestigde | onrechtstreeks richt tot een in het buitenland gevestigde |
tussenpersoon die niet bij [de] FSMA is geregistreerd, [...] de | tussenpersoon die niet bij [de] FSMA is geregistreerd, [...] de |
verrichting over het algemeen [wordt] gerealiseerd in het buitenland | verrichting over het algemeen [wordt] gerealiseerd in het buitenland |
zodat de taks niet verschuldigd is » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC | zodat de taks niet verschuldigd is » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC |
54-2208/001, p. 80) : | 54-2208/001, p. 80) : |
« Om deze reden wordt artikel 120 van het Wetboek met een nieuw lid | « Om deze reden wordt artikel 120 van het Wetboek met een nieuw lid |
aangevuld waardoor voortaan de handelingen verricht door | aangevuld waardoor voortaan de handelingen verricht door |
tussenpersonen die in het buitenland zijn gevestigd geacht worden in | tussenpersonen die in het buitenland zijn gevestigd geacht worden in |
België te zijn aangegaan of uitgevoerd, wanneer het order (koop of | België te zijn aangegaan of uitgevoerd, wanneer het order (koop of |
verkoop) daartoe aan in het buitenland gevestigde tussenpersonen wordt | verkoop) daartoe aan in het buitenland gevestigde tussenpersonen wordt |
gegeven, hetzij door een natuurlijke persoon die zijn gewone | gegeven, hetzij door een natuurlijke persoon die zijn gewone |
verblijfplaats in België heeft, hetzij door een rechtspersoon voor | verblijfplaats in België heeft, hetzij door een rechtspersoon voor |
rekening van een zetel of een vestiging ervan in België. | rekening van een zetel of een vestiging ervan in België. |
[...] Uit de praktijk blijkt dat de toepassing van de TOB [...] niet | [...] Uit de praktijk blijkt dat de toepassing van de TOB [...] niet |
geheel duidelijk was. De regering heeft ervoor geopteerd om de | geheel duidelijk was. De regering heeft ervoor geopteerd om de |
wetsbepaling met betrekking tot het aanknopingspunt aan te passen. De | wetsbepaling met betrekking tot het aanknopingspunt aan te passen. De |
TOB viseert derhalve ook entiteiten die in het buitenland een platform | TOB viseert derhalve ook entiteiten die in het buitenland een platform |
aanbieden voor Belgische beleggers » (ibid.). | aanbieden voor Belgische beleggers » (ibid.). |
Daarnaast beogen de bestreden wetswijzigingen oneerlijke concurrentie | Daarnaast beogen de bestreden wetswijzigingen oneerlijke concurrentie |
tussen lokale en buitenlandse tussenpersonen van beroep te vermijden : | tussen lokale en buitenlandse tussenpersonen van beroep te vermijden : |
« Het niet aanrekenen van een beurstaks door een aantal buitenlandse | « Het niet aanrekenen van een beurstaks door een aantal buitenlandse |
brokers op transacties die ze uitvoeren voor Belgische klanten zorgt | brokers op transacties die ze uitvoeren voor Belgische klanten zorgt |
voor oneerlijke concurrentie voor de lokale brokers aangezien zij wél | voor oneerlijke concurrentie voor de lokale brokers aangezien zij wél |
de beurstaks inhouden » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-2208/008, | de beurstaks inhouden » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-2208/008, |
p. 8). | p. 8). |
B.3.3. Ingevolge de bestreden wetswijzigingen zijn niet langer | B.3.3. Ingevolge de bestreden wetswijzigingen zijn niet langer |
uitsluitend verrichtingen die in België worden aangegaan of uitgevoerd | uitsluitend verrichtingen die in België worden aangegaan of uitgevoerd |
aan de TOB onderworpen. De TOB is voortaan ook verschuldigd wanneer | aan de TOB onderworpen. De TOB is voortaan ook verschuldigd wanneer |
het aan- of verkooporder wordt gegeven aan een in het buitenland | het aan- of verkooporder wordt gegeven aan een in het buitenland |
gevestigde tussenpersoon van beroep en de opdracht uitgaat van « | gevestigde tussenpersoon van beroep en de opdracht uitgaat van « |
natuurlijke personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben » | natuurlijke personen die hun gewone verblijfplaats in België hebben » |
of van « rechtspersonen voor rekening van een zetel of een vestiging | of van « rechtspersonen voor rekening van een zetel of een vestiging |
ervan in België ». Onder « gewone verblijfplaats » dient te worden | ervan in België ». Onder « gewone verblijfplaats » dient te worden |
verstaan de fiscale woonplaats voor de inkomstenbelastingen, wat | verstaan de fiscale woonplaats voor de inkomstenbelastingen, wat |
betekent dat als een belegger onderworpen is aan de Belgische | betekent dat als een belegger onderworpen is aan de Belgische |
personenbelasting, hij wordt verondersteld een gewone verblijfplaats | personenbelasting, hij wordt verondersteld een gewone verblijfplaats |
in België te hebben. | in België te hebben. |
Wanneer de order via een buitenlandse tussenpersoon van beroep wordt | Wanneer de order via een buitenlandse tussenpersoon van beroep wordt |
aangegaan of uitgevoerd, wordt de belastingplicht verlegd naar de | aangegaan of uitgevoerd, wordt de belastingplicht verlegd naar de |
persoon die het order geeft, in plaats van de tussenpersoon van | persoon die het order geeft, in plaats van de tussenpersoon van |
beroep. De (ver)koper moet de taks aangeven en betalen binnen de twee | beroep. De (ver)koper moet de taks aangeven en betalen binnen de twee |
maanden die volgen op de maand van de verrichting (artikel 125, § 1, | maanden die volgen op de maand van de verrichting (artikel 125, § 1, |
van het Wetboek diverse rechten en taksen). Enkel indien de ordergever | van het Wetboek diverse rechten en taksen). Enkel indien de ordergever |
kan aantonen dat de beurstaks reeds is betaald, door de tussenpersoon | kan aantonen dat de beurstaks reeds is betaald, door de tussenpersoon |
van beroep of door diens aansprakelijke vertegenwoordiger, wordt hij | van beroep of door diens aansprakelijke vertegenwoordiger, wordt hij |
bevrijd van zijn aangifte- en betalingsverplichting (artikel 1262 van | bevrijd van zijn aangifte- en betalingsverplichting (artikel 1262 van |
het Wetboek diverse rechten en taksen). | het Wetboek diverse rechten en taksen). |
Ten gronde | Ten gronde |
B.4. De verzoekende partij voert drie middelen aan. Het eerste middel | B.4. De verzoekende partij voert drie middelen aan. Het eerste middel |
is afgeleid uit de schending van het gelijkheidsbeginsel, gewaarborgd | is afgeleid uit de schending van het gelijkheidsbeginsel, gewaarborgd |
bij de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Het tweede en het | bij de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Het tweede en het |
derde middel zijn afgeleid uit de schending van het | derde middel zijn afgeleid uit de schending van het |
gelijkheidsbeginsel, in samenhang gelezen met de vrijheid van | gelijkheidsbeginsel, in samenhang gelezen met de vrijheid van |
dienstverlening (tweede middel) en met het vrij verkeer van kapitaal | dienstverlening (tweede middel) en met het vrij verkeer van kapitaal |
(derde middel). | (derde middel). |
B.5. Het tweede middel is afgeleid uit de schending van de artikelen | B.5. Het tweede middel is afgeleid uit de schending van de artikelen |
10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 56 van | 10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 56 van |
het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie en met artikel 36 | het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie en met artikel 36 |
van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische | van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische |
Ruimte (schending van de vrijheid van dienstverlening). Het derde | Ruimte (schending van de vrijheid van dienstverlening). Het derde |
middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 172 van | middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 172 van |
de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 63 van het Verdrag | de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 63 van het Verdrag |
betreffende werking van de Europese Unie en met artikel 40 van de | betreffende werking van de Europese Unie en met artikel 40 van de |
Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte | Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte |
(schending van het vrij verkeer van kapitaal). | (schending van het vrij verkeer van kapitaal). |
Door de bestreden artikelen zou het aanzienlijk risicovoller, duurder | Door de bestreden artikelen zou het aanzienlijk risicovoller, duurder |
en administratief disproportioneel zwaarder worden voor een ingezetene | en administratief disproportioneel zwaarder worden voor een ingezetene |
van België om een beroep te doen op een buitenlandse tussenpersoon van | van België om een beroep te doen op een buitenlandse tussenpersoon van |
beroep, terwijl de artikelen 56 en 63 van het Verdrag betreffende de | beroep, terwijl de artikelen 56 en 63 van het Verdrag betreffende de |
werking van de Europese Unie (hierna : VWEU) alle beperkingen op het | werking van de Europese Unie (hierna : VWEU) alle beperkingen op het |
vrij verkeer tussen lidstaten en tussen lidstaten en derde landen | vrij verkeer tussen lidstaten en tussen lidstaten en derde landen |
zouden verbieden. | zouden verbieden. |
B.6.1. Artikel 56, eerste alinea, van het VWEU bepaalt : | B.6.1. Artikel 56, eerste alinea, van het VWEU bepaalt : |
« In het kader van de volgende bepalingen zijn de beperkingen op het | « In het kader van de volgende bepalingen zijn de beperkingen op het |
vrij verrichten van diensten binnen de Unie verboden ten aanzien van | vrij verrichten van diensten binnen de Unie verboden ten aanzien van |
de onderdanen der lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd | de onderdanen der lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd |
dan die, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt | dan die, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt |
verricht ». | verricht ». |
Artikel 36, lid 1, van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de | Artikel 36, lid 1, van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de |
Europese Economische Ruimte bepaalt : | Europese Economische Ruimte bepaalt : |
« In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er geen | « In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er geen |
beperkingen van het vrij verrichten van diensten binnen het | beperkingen van het vrij verrichten van diensten binnen het |
grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen ten aanzien van de | grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen ten aanzien van de |
onderdanen van de Lid-Staten van de EG en de EVA-Staten die in een | onderdanen van de Lid-Staten van de EG en de EVA-Staten die in een |
andere Lid-Staat van de EG of een EVA-Staat zijn gevestigd dan die, | andere Lid-Staat van de EG of een EVA-Staat zijn gevestigd dan die, |
waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht | waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht |
». | ». |
B.6.2. Artikel 63 van het VWEU bepaalt : | B.6.2. Artikel 63 van het VWEU bepaalt : |
« 1. In het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle | « 1. In het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle |
beperkingen van het kapitaalverkeer tussen lidstaten onderling en | beperkingen van het kapitaalverkeer tussen lidstaten onderling en |
tussen lidstaten en derde landen verboden. | tussen lidstaten en derde landen verboden. |
2. In het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle | 2. In het kader van de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle |
beperkingen van het betalingsverkeer tussen lidstaten onderling en | beperkingen van het betalingsverkeer tussen lidstaten onderling en |
tussen lidstaten en derde landen verboden ». | tussen lidstaten en derde landen verboden ». |
Artikel 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese | Artikel 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese |
Economische Ruimte bepaalt : | Economische Ruimte bepaalt : |
« In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er tussen | « In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er tussen |
de overeenkomstsluitende partijen geen beperkingen van het verkeer van | de overeenkomstsluitende partijen geen beperkingen van het verkeer van |
kapitaal toebehorende aan personen die woonachtig of gevestigd zijn in | kapitaal toebehorende aan personen die woonachtig of gevestigd zijn in |
de Lid-Staten van de EG of de EVA-Staten en is er geen discriminerende | de Lid-Staten van de EG of de EVA-Staten en is er geen discriminerende |
behandeling op grond van de nationaliteit of van de vestigingsplaats | behandeling op grond van de nationaliteit of van de vestigingsplaats |
van partijen of op grond van het gebied waar het kapitaal wordt | van partijen of op grond van het gebied waar het kapitaal wordt |
belegd. Bijlage XII bevat de bepalingen die nodig zijn voor de | belegd. Bijlage XII bevat de bepalingen die nodig zijn voor de |
tenuitvoerlegging van dit artikel ». | tenuitvoerlegging van dit artikel ». |
B.7.1. Uit de voormelde artikelen van het VWEU en van de Overeenkomst | B.7.1. Uit de voormelde artikelen van het VWEU en van de Overeenkomst |
van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte volgt dat | van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte volgt dat |
beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie en | beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie en |
beperkingen op het kapitaalverkeer en het betalingsverkeer tussen | beperkingen op het kapitaalverkeer en het betalingsverkeer tussen |
lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen in beginsel | lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen in beginsel |
verboden zijn. | verboden zijn. |
B.7.2. Een lidstaat kan evenwel op grond van de artikelen 51 (openbaar | B.7.2. Een lidstaat kan evenwel op grond van de artikelen 51 (openbaar |
gezag) en 52 (openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid) | gezag) en 52 (openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid) |
van het VWEU of van dwingende redenen van algemeen belang beperkingen | van het VWEU of van dwingende redenen van algemeen belang beperkingen |
op het vrij verrichten van diensten opleggen. Tevens kunnen | op het vrij verrichten van diensten opleggen. Tevens kunnen |
beperkingen van het kapitaalverkeer worden gerechtvaardigd op grond | beperkingen van het kapitaalverkeer worden gerechtvaardigd op grond |
van de vereisten van algemeen belang (artikel 65 van het VWEU) en | van de vereisten van algemeen belang (artikel 65 van het VWEU) en |
kunnen onder bepaalde voorwaarden beperkingen worden opgelegd aan het | kunnen onder bepaalde voorwaarden beperkingen worden opgelegd aan het |
kapitaalverkeer (artikelen 64 en 66 van het VWEU) of aan het kapitaal- | kapitaalverkeer (artikelen 64 en 66 van het VWEU) of aan het kapitaal- |
en betalingsverkeer (artikel 75 van het VWEU) naar of uit derde | en betalingsverkeer (artikel 75 van het VWEU) naar of uit derde |
landen. | landen. |
De beperkingen die worden beoogd door de artikelen 56 en 63 van het | De beperkingen die worden beoogd door de artikelen 56 en 63 van het |
VWEU en de artikelen 36 en 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 | VWEU en de artikelen 36 en 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 |
betreffende de Europese Economische Ruimte zijn maatregelen, genomen | betreffende de Europese Economische Ruimte zijn maatregelen, genomen |
door een lidstaat van de Europese Unie, die de uitoefening van het | door een lidstaat van de Europese Unie, die de uitoefening van het |
vrij verrichten van diensten of het vrij kapitaal- of betalingsverkeer | vrij verrichten van diensten of het vrij kapitaal- of betalingsverkeer |
verbieden, belemmeren of minder aantrekkelijk maken (HvJ, grote kamer, | verbieden, belemmeren of minder aantrekkelijk maken (HvJ, grote kamer, |
28 april 2009, C-518/06, Commissie van de Europese Gemeenschappen t. | 28 april 2009, C-518/06, Commissie van de Europese Gemeenschappen t. |
Italiaanse Republiek, punt 62; grote kamer, 1 juni 2010, C-570/07 en | Italiaanse Republiek, punt 62; grote kamer, 1 juni 2010, C-570/07 en |
C-571/07, Blanco Pérez en Chao Gómez, punt 53; 7 oktober 2010, | C-571/07, Blanco Pérez en Chao Gómez, punt 53; 7 oktober 2010, |
C-515/08, dos Santos Palhota e.a., punt 29; 4 mei 2017, C-339/15, | C-515/08, dos Santos Palhota e.a., punt 29; 4 mei 2017, C-339/15, |
Vanderborght, punt 61). Het begrip « beperking » omvat in het | Vanderborght, punt 61). Het begrip « beperking » omvat in het |
bijzonder de door een lidstaat genomen maatregelen die, hoewel zij | bijzonder de door een lidstaat genomen maatregelen die, hoewel zij |
zonder onderscheid toepasselijk zijn, de vrije dienstverrichting in de | zonder onderscheid toepasselijk zijn, de vrije dienstverrichting in de |
overige lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden (HvJ, 4 mei 2017, | overige lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden (HvJ, 4 mei 2017, |
C-339/15, Vanderborght, punt 62). | C-339/15, Vanderborght, punt 62). |
B.7.3. Een beperking van het vrij verrichten van diensten of van het | B.7.3. Een beperking van het vrij verrichten van diensten of van het |
kapitaal- en betalingsverkeer kan slechts toelaatbaar zijn mits zij | kapitaal- en betalingsverkeer kan slechts toelaatbaar zijn mits zij |
een doel van algemeen belang nastreeft, geschikt is om de | een doel van algemeen belang nastreeft, geschikt is om de |
verwezenlijking daarvan te waarborgen en niet verder gaat dan wat | verwezenlijking daarvan te waarborgen en niet verder gaat dan wat |
noodzakelijk is om het gestelde doel te bereiken, (HvJ, 1 juni 1999, | noodzakelijk is om het gestelde doel te bereiken, (HvJ, 1 juni 1999, |
C-302/97, Konle, punten 36-49; 6 juni 2000, C-35/98, Verkooijen, punt | C-302/97, Konle, punten 36-49; 6 juni 2000, C-35/98, Verkooijen, punt |
43; 25 januari 2007, C-370/05, Festersen, punt 28; 17 januari 2008, | 43; 25 januari 2007, C-370/05, Festersen, punt 28; 17 januari 2008, |
C-256/06, Jäger, punt 50; 4 mei 2017, C-339/15, Vanderborght, punt 65; | C-256/06, Jäger, punt 50; 4 mei 2017, C-339/15, Vanderborght, punt 65; |
31 mei 2018, C-190/17, Lu Zheng t. Ministerio de Economia y | 31 mei 2018, C-190/17, Lu Zheng t. Ministerio de Economia y |
Competitividad, punt 37). | Competitividad, punt 37). |
Een beperking van het vrij verrichten van diensten of van het | Een beperking van het vrij verrichten van diensten of van het |
kapitaal- en betalingsverkeer is echter niet evenredig indien de | kapitaal- en betalingsverkeer is echter niet evenredig indien de |
nagestreefde doelstelling kan worden bereikt met een minder | nagestreefde doelstelling kan worden bereikt met een minder |
ingrijpende maatregel (HvJ, 5 maart 2002, C-515/99, Reisch e.a., | ingrijpende maatregel (HvJ, 5 maart 2002, C-515/99, Reisch e.a., |
punten 35-39). | punten 35-39). |
B.8.1. De ordergever die een beroep doet op een buitenlandse | B.8.1. De ordergever die een beroep doet op een buitenlandse |
tussenpersoon van beroep, wordt schuldenaar van de TOB, met de daarmee | tussenpersoon van beroep, wordt schuldenaar van de TOB, met de daarmee |
samenhangende verplichtingen, wanneer hij niet kan aantonen dat de TOB | samenhangende verplichtingen, wanneer hij niet kan aantonen dat de TOB |
werd betaald. Niettegenstaande de wetgever heeft getracht de | werd betaald. Niettegenstaande de wetgever heeft getracht de |
bewijsvoering inzake de betaling van de TOB te vergemakkelijken, door | bewijsvoering inzake de betaling van de TOB te vergemakkelijken, door |
de buitenlandse tussenpersonen van beroep toe te laten een | de buitenlandse tussenpersonen van beroep toe te laten een |
aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen door de minister | aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen door de minister |
van Financiën of door zijn gemachtigde, kan worden vastgesteld dat | van Financiën of door zijn gemachtigde, kan worden vastgesteld dat |
noch de Belgische ordergever, noch de Belgische Staat, gelet op het | noch de Belgische ordergever, noch de Belgische Staat, gelet op het |
territorialiteitsbeginsel, een buitenlandse tussenpersoon van beroep | territorialiteitsbeginsel, een buitenlandse tussenpersoon van beroep |
verplichten een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te wijzen. Zonder | verplichten een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te wijzen. Zonder |
aansprakelijke vertegenwoordiger blijft de Belgische ingezetene de | aansprakelijke vertegenwoordiger blijft de Belgische ingezetene de |
schuldenaar van de TOB. | schuldenaar van de TOB. |
Daarnaast heeft de ordergever de mogelijkheid een mandataris aan te | Daarnaast heeft de ordergever de mogelijkheid een mandataris aan te |
wijzen om zijn verplichtingen met betrekking tot de TOB na te komen, | wijzen om zijn verplichtingen met betrekking tot de TOB na te komen, |
maar de ordergever blijft ten opzichte van de Belgische Staat | maar de ordergever blijft ten opzichte van de Belgische Staat |
verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat dat hij aan de | verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat dat hij aan de |
buitenlandse tussenpersoon van beroep heeft gegeven. | buitenlandse tussenpersoon van beroep heeft gegeven. |
B.8.2. Overeenkomstig het bestreden artikel 123 van de programmawet | B.8.2. Overeenkomstig het bestreden artikel 123 van de programmawet |
van 25 december 2016 is de Belgische ingezetene, als schuldenaar van | van 25 december 2016 is de Belgische ingezetene, als schuldenaar van |
de TOB, enkel dan vrijgesteld van de aangifte- en | de TOB, enkel dan vrijgesteld van de aangifte- en |
betalingsverplichting als hij kan aantonen dat de TOB reeds is | betalingsverplichting als hij kan aantonen dat de TOB reeds is |
betaald. De ordergever kan daartoe het nodige bewijs leveren door een | betaald. De ordergever kan daartoe het nodige bewijs leveren door een |
borderel voor te leggen (artikel 127 van het Wetboek diverse rechten | borderel voor te leggen (artikel 127 van het Wetboek diverse rechten |
en taksen), dat de naam van de buitenlandse tussenpersoon van beroep, | en taksen), dat de naam van de buitenlandse tussenpersoon van beroep, |
het type verrichting, de waarde van de verrichting en het bedrag van | het type verrichting, de waarde van de verrichting en het bedrag van |
de verschuldigde TOB bevat, alsook het bewijs te leveren dat hij de | de verschuldigde TOB bevat, alsook het bewijs te leveren dat hij de |
taks betaald heeft aan zijn tussenpersoon van beroep door middel van | taks betaald heeft aan zijn tussenpersoon van beroep door middel van |
bijvoorbeeld een bankuittreksel. | bijvoorbeeld een bankuittreksel. |
B.8.3. De omstandigheid dat de buitenlandse tussenpersoon van beroep | B.8.3. De omstandigheid dat de buitenlandse tussenpersoon van beroep |
niet kan worden verplicht een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te | niet kan worden verplicht een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te |
wijzen en de vaststelling dat het voor een Belgische ingezetene in de | wijzen en de vaststelling dat het voor een Belgische ingezetene in de |
praktijk moeilijk is het bewijs te leveren van de eventuele betaling | praktijk moeilijk is het bewijs te leveren van de eventuele betaling |
van zijn TOB, of het door de belastingadministratie vereiste bewijs | van zijn TOB, of het door de belastingadministratie vereiste bewijs |
door middel van een borderel te leveren van de waarde van de | door middel van een borderel te leveren van de waarde van de |
verrichting waarop de TOB moet worden berekend, wanneer hij een beroep | verrichting waarop de TOB moet worden berekend, wanneer hij een beroep |
doet op een buitenlandse tussenpersoon, hebben tot gevolg dat de | doet op een buitenlandse tussenpersoon, hebben tot gevolg dat de |
Belgische ingezetene die aan een buitenlandse tussenpersoon van beroep | Belgische ingezetene die aan een buitenlandse tussenpersoon van beroep |
een order zou willen geven, mede gelet op de voor de ordergever | een order zou willen geven, mede gelet op de voor de ordergever |
daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid in geval van het niet of | daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid in geval van het niet of |
laattijdig aangeven en betalen van de TOB, in zijn keuze van | laattijdig aangeven en betalen van de TOB, in zijn keuze van |
tussenpersoon zou kunnen worden beperkt. | tussenpersoon zou kunnen worden beperkt. |
Bijgevolg is het niet uitgesloten dat de Belgische ingezetenen ertoe | Bijgevolg is het niet uitgesloten dat de Belgische ingezetenen ertoe |
zouden kunnen worden gebracht geen buitenlandse tussenpersoon van | zouden kunnen worden gebracht geen buitenlandse tussenpersoon van |
beroep te gebruiken voor hun beursverrichtingen, aangezien zij | beroep te gebruiken voor hun beursverrichtingen, aangezien zij |
daardoor zelf de belastingplichtige van de TOB worden en onderworpen | daardoor zelf de belastingplichtige van de TOB worden en onderworpen |
zijn aan de overeenkomstige plichten. | zijn aan de overeenkomstige plichten. |
B.9. Bijgevolg rijst de vraag of het vrij verrichtten van diensten, | B.9. Bijgevolg rijst de vraag of het vrij verrichtten van diensten, |
dan wel het vrij verkeer van kapitaal zich verzet tegen een nationale | dan wel het vrij verkeer van kapitaal zich verzet tegen een nationale |
regeling waarbij de Belgische ordergever schuldenaar wordt van de TOB | regeling waarbij de Belgische ordergever schuldenaar wordt van de TOB |
wanneer de tussenpersoon van beroep in het buitenland is gevestigd. | wanneer de tussenpersoon van beroep in het buitenland is gevestigd. |
Artikel 267 van het VWEU verleent het Hof van Justitie de bevoegdheid | Artikel 267 van het VWEU verleent het Hof van Justitie de bevoegdheid |
om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over zowel | om bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over zowel |
de uitlegging van de verdragen en van de handelingen van de | de uitlegging van de verdragen en van de handelingen van de |
instellingen van de Europese Unie als de geldigheid van die | instellingen van de Europese Unie als de geldigheid van die |
handelingen. Volgens de derde alinea ervan is een nationale | handelingen. Volgens de derde alinea ervan is een nationale |
rechterlijke instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie te | rechterlijke instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie te |
wenden, indien haar beslissingen - zoals die van het Grondwettelijk | wenden, indien haar beslissingen - zoals die van het Grondwettelijk |
Hof - volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep. | Hof - volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep. |
Wanneer er twijfel is over de interpretatie of de geldigheid van een | Wanneer er twijfel is over de interpretatie of de geldigheid van een |
bepaling van het recht van de Europese Unie die van belang is voor de | bepaling van het recht van de Europese Unie die van belang is voor de |
oplossing van een voor een dergelijk nationaal rechtscollege hangend | oplossing van een voor een dergelijk nationaal rechtscollege hangend |
geschil, dient dat rechtscollege, zelfs ambtshalve, het Hof van | geschil, dient dat rechtscollege, zelfs ambtshalve, het Hof van |
Justitie prejudicieel te ondervragen. | Justitie prejudicieel te ondervragen. |
Alvorens ten gronde uitspraak te doen, dienen bijgevolg de in het | Alvorens ten gronde uitspraak te doen, dienen bijgevolg de in het |
dictum vermelde prejudiciële vragen te worden gesteld aan het Hof van | dictum vermelde prejudiciële vragen te worden gesteld aan het Hof van |
Justitie van de Europese Unie. | Justitie van de Europese Unie. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
stelt, alvorens uitspraak ten gronde te doen, aan het Hof van Justitie | stelt, alvorens uitspraak ten gronde te doen, aan het Hof van Justitie |
van de Europese Unie de volgende prejudiciële vragen : | van de Europese Unie de volgende prejudiciële vragen : |
1. Dienen artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de | 1. Dienen artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de |
Europese Unie en artikel 36 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 | Europese Unie en artikel 36 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 |
betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd | betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd |
dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks | dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks |
op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de | op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de |
artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en | artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en |
taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever | taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever |
schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in | schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in |
het buitenland is gevestigd ? | het buitenland is gevestigd ? |
2. Dienen artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de | 2. Dienen artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de |
Europese Unie en artikel 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 | Europese Unie en artikel 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 |
betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd | betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd |
dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks | dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks |
op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de | op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de |
artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en | artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en |
taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever | taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever |
schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in | schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in |
het buitenland is gevestigd ? | het buitenland is gevestigd ? |
3. Zou het Grondwettelijk Hof, indien het op grond van het antwoord | 3. Zou het Grondwettelijk Hof, indien het op grond van het antwoord |
verstrekt op de eerste of de tweede prejudiciële vraag tot de | verstrekt op de eerste of de tweede prejudiciële vraag tot de |
conclusie zou komen dat de bestreden artikelen één of meer van de uit | conclusie zou komen dat de bestreden artikelen één of meer van de uit |
de in die vragen vermelde bepalingen voortvloeiende verplichtingen | de in die vragen vermelde bepalingen voortvloeiende verplichtingen |
schendt, de gevolgen van de artikelen 120 en 1262 van het Belgisch | schendt, de gevolgen van de artikelen 120 en 1262 van het Belgisch |
Wetboek diverse rechten en taksen tijdelijk kunnen handhaven teneinde | Wetboek diverse rechten en taksen tijdelijk kunnen handhaven teneinde |
rechtsonzekerheid te voorkomen en de wetgever in staat te stellen ze | rechtsonzekerheid te voorkomen en de wetgever in staat te stellen ze |
in overeenstemming te brengen met die verplichtingen ? | in overeenstemming te brengen met die verplichtingen ? |
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, | Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Grondwettelijk Hof, op 8 november 2018. | het Grondwettelijk Hof, op 8 november 2018. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Alen | A. Alen |