Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 64/2018 van 31 mei 2018 Rolnummer 6675 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 52 en 59, 4°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, geste Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 64/2018 van 31 mei 2018 Rolnummer 6675 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 52 en 59, 4°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, geste Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 64/2018 van 31 mei 2018 Rolnummer 6675 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 52 en 59, 4°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, geste Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 64/2018 van 31 mei 2018 Uittreksel uit arrest nr. 64/2018 van 31 mei 2018
Rolnummer 6675 Rolnummer 6675
In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 52 en 59, 4°, van In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 52 en 59, 4°, van
het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het
integraal handelsvestigingsbeleid, gesteld door de Raad van State. integraal handelsvestigingsbeleid, gesteld door de Raad van State.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de
rechters L. Lavrysen, T. Merckx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en R. rechters L. Lavrysen, T. Merckx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, voorzitterschap van voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij arrest nr. 238.415 van 6 juni 2017 in zake Christiaan Hendrickx en Bij arrest nr. 238.415 van 6 juni 2017 in zake Christiaan Hendrickx en
Paul De Hert tegen het Vlaamse Gewest, met als tussenkomende partij de Paul De Hert tegen het Vlaamse Gewest, met als tussenkomende partij de
commanditaire vennootschap naar Duits recht « Lidl Belgium GmbH & Co. commanditaire vennootschap naar Duits recht « Lidl Belgium GmbH & Co.
KG », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 14 KG », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 14
juni 2017, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen juni 2017, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen
gesteld : gesteld :
« Schenden de artikelen 52 j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet de « Schenden de artikelen 52 j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet de
artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat
handelsvestigingsvergunningen die na 1 juli 2014 vervallen zijn alsnog handelsvestigingsvergunningen die na 1 juli 2014 vervallen zijn alsnog
herleven, terwijl handelsvestigingsvergunningen die op 1 juli 2014 herleven, terwijl handelsvestigingsvergunningen die op 1 juli 2014
reeds vervallen waren niet herleven, zelfs al wordt aan de reeds vervallen waren niet herleven, zelfs al wordt aan de
inhoudelijke voorwaarden van artikel 52 voldaan ? inhoudelijke voorwaarden van artikel 52 voldaan ?
Schenden de artikelen 52, 1ste lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet Schenden de artikelen 52, 1ste lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet
de artikelen 10 en 11 Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM j° het de artikelen 10 en 11 Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM j° het
rechtszekerheidsbeginsel doordat vervallen rechtszekerheidsbeginsel doordat vervallen
handelsvestigingsvergunningen komen te herleven als gevolg van een handelsvestigingsvergunningen komen te herleven als gevolg van een
vernietigingsprocedure bij de Raad van State die door vernietigingsprocedure bij de Raad van State die door
derden-belanghebbenden werd ingesteld op een ogenblik dat dit derden-belanghebbenden werd ingesteld op een ogenblik dat dit
vernietigingsberoep dergelijk effect niet had, a fortiori indien de vernietigingsberoep dergelijk effect niet had, a fortiori indien de
houder van de handelsvestigingsvergunning geen gebruik heeft gemaakt houder van de handelsvestigingsvergunning geen gebruik heeft gemaakt
van de verlengingsmogelijkheid van artikel 13 Handelsvestigingswet ? van de verlengingsmogelijkheid van artikel 13 Handelsvestigingswet ?
Schenden de artikelen 52, 2de lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet Schenden de artikelen 52, 2de lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet
de artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat de artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat
de koppeling tussen de handelsvestigingsvergunning, de de koppeling tussen de handelsvestigingsvergunning, de
stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning met terugwerkende stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning met terugwerkende
kracht wordt ingesteld op alle handelsvestigingsvergunningen die nog kracht wordt ingesteld op alle handelsvestigingsvergunningen die nog
niet waren vervallen op 1 juli 2014 in plaats van op alle niet waren vervallen op 1 juli 2014 in plaats van op alle
handelsvestigingsvergunningen die werden aangevraagd na 1 juli 2014 ? handelsvestigingsvergunningen die werden aangevraagd na 1 juli 2014 ?
Schendt artikel 52, 2de lid Handelsvestigingsdecreet in die Schendt artikel 52, 2de lid Handelsvestigingsdecreet in die
interpretatie dat geen rekening wordt gehouden met definitief interpretatie dat geen rekening wordt gehouden met definitief
geweigerde stedenbouwkundige vergunningen, alhoewel zij dateren van na geweigerde stedenbouwkundige vergunningen, alhoewel zij dateren van na
1 juli 2014 en na afgifte van de handelsvestigingsvergunning, de 1 juli 2014 en na afgifte van de handelsvestigingsvergunning, de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM doordat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM doordat de
vervaltermijn van de op 1 juli 2014 niet vervallen vervaltermijn van de op 1 juli 2014 niet vervallen
handelsvestigingsvergunning geschorst blijft zolang geen definitieve handelsvestigingsvergunning geschorst blijft zolang geen definitieve
stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning is verleend, stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning is verleend,
terwijl de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning van terwijl de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning van
rechtswege vervallen indien de gekoppelde vergunning definitief rechtswege vervallen indien de gekoppelde vergunning definitief
geweigerd wordt ? ». geweigerd wordt ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. Blijkens de verwijzingsbeslissing werd op 14 december 2015 bij B.1.1. Blijkens de verwijzingsbeslissing werd op 14 december 2015 bij
de verwijzende rechter een beroep tot vernietiging ingesteld tegen een de verwijzende rechter een beroep tot vernietiging ingesteld tegen een
socio-economische vergunning die op 29 november 2011 was toegekend. socio-economische vergunning die op 29 november 2011 was toegekend.
Die vergunning zou krachtens artikel 13 van de wet van 13 augustus Die vergunning zou krachtens artikel 13 van de wet van 13 augustus
2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen op 29 november 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen op 29 november
2015 vervallen zijn. 2015 vervallen zijn.
Evenwel voorziet het op 1 juli 2014 in werking getreden artikel 52 van Evenwel voorziet het op 1 juli 2014 in werking getreden artikel 52 van
het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het
integraal handelsvestigingsbeleid in een aantal schorsingsgronden van integraal handelsvestigingsbeleid in een aantal schorsingsgronden van
de vervaltermijn waardoor er geen verval zou zijn ingetreden en de de vervaltermijn waardoor er geen verval zou zijn ingetreden en de
vergunning retroactief zou herleven. vergunning retroactief zou herleven.
B.1.2. De verwijzende rechter ondervraagt met zijn vier prejudiciële B.1.2. De verwijzende rechter ondervraagt met zijn vier prejudiciële
vragen het Hof over de bestaanbaarheid van artikel 52 van het decreet vragen het Hof over de bestaanbaarheid van artikel 52 van het decreet
van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016, al dan niet in samenhang van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 59, 4°, van hetzelfde decreet, met de artikelen 10 gelezen met artikel 59, 4°, van hetzelfde decreet, met de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel
6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het
rechtszekerheidsbeginsel, wegens de retroactieve toepassing ervan rechtszekerheidsbeginsel, wegens de retroactieve toepassing ervan
vanaf 1 juli 2014 op alle handelsvestigingsvergunningen die op dat vanaf 1 juli 2014 op alle handelsvestigingsvergunningen die op dat
moment nog geldig waren. moment nog geldig waren.
B.2. Bij zijn arrest nr. 51/2018 van 26 april 2018 heeft het Hof dat B.2. Bij zijn arrest nr. 51/2018 van 26 april 2018 heeft het Hof dat
artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 vernietigd. artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 vernietigd.
Het voormelde artikel 52 bepaalt : Het voormelde artikel 52 bepaalt :
« De vervaltermijn voorzien in artikel 13 van de wet van 13 augustus « De vervaltermijn voorzien in artikel 13 van de wet van 13 augustus
2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen voor nog 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen voor nog
geldende vergunningen voor handelsvestigingen die verleend werden met geldende vergunningen voor handelsvestigingen die verleend werden met
toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de
handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de
vergunning van handelsvestigingen, wordt geschorst zolang een beroep vergunning van handelsvestigingen, wordt geschorst zolang een beroep
tot vernietiging van de vergunning aanhangig is bij de Raad van State tot vernietiging van de vergunning aanhangig is bij de Raad van State
en zolang een beroep tot vernietiging van eventuele andere en zolang een beroep tot vernietiging van eventuele andere
vergunningen, machtigingen of toelatingen, benodigd voor het project, vergunningen, machtigingen of toelatingen, benodigd voor het project,
aanhangig is bij de Raad van State of de Raad voor aanhangig is bij de Raad van State of de Raad voor
Vergunningsbetwistingen. Vergunningsbetwistingen.
Dezelfde vervaltermijn, wanneer van toepassing op een Dezelfde vervaltermijn, wanneer van toepassing op een
socio-economische vergunning voor een handelsvestiging waarvoor socio-economische vergunning voor een handelsvestiging waarvoor
eveneens een stedenbouwkundige of een milieuvergunning nodig is, wordt eveneens een stedenbouwkundige of een milieuvergunning nodig is, wordt
geschorst zolang de stedenbouwkundige vergunning of de geschorst zolang de stedenbouwkundige vergunning of de
milieuvergunning niet definitief werd verleend. In dat geval gaat de milieuvergunning niet definitief werd verleend. In dat geval gaat de
termijn bepaald in artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 termijn bepaald in artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004
betreffende de vergunning van handelsvestigingen pas in op de dag dat betreffende de vergunning van handelsvestigingen pas in op de dag dat
de stedenbouwkundige vergunning en/of de milieuvergunning definitief de stedenbouwkundige vergunning en/of de milieuvergunning definitief
wordt verleend ». wordt verleend ».
Vóór de vernietiging ervan bepaalde artikel 59, 4° : Vóór de vernietiging ervan bepaalde artikel 59, 4° :
« Dit decreet treedt in werking op de datum van publicatie in het « Dit decreet treedt in werking op de datum van publicatie in het
Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
[...] [...]
4° artikel 52. Dit artikel heeft uitwerking vanaf 1 juli 2014 ». 4° artikel 52. Dit artikel heeft uitwerking vanaf 1 juli 2014 ».
B.3. Het in het geding zijnde artikel 52 van het decreet van 15 juli B.3. Het in het geding zijnde artikel 52 van het decreet van 15 juli
2016 voorziet, wat de vervaltermijn voor de 2016 voorziet, wat de vervaltermijn voor de
handelsvestigingsvergunning betreft, in een overgangsregeling voor de handelsvestigingsvergunning betreft, in een overgangsregeling voor de
nog geldende vergunningen voor handelsvestigingen die werden verleend nog geldende vergunningen voor handelsvestigingen die werden verleend
met toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de met toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de
handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de
vergunning van handelsvestigingen. vergunning van handelsvestigingen.
Artikel 13 van de laatstgenoemde wet van 13 augustus 2004 bepaalt dat Artikel 13 van de laatstgenoemde wet van 13 augustus 2004 bepaalt dat
de vergunning van rechtswege vervalt wanneer de uitvoering van het de vergunning van rechtswege vervalt wanneer de uitvoering van het
project niet wordt aangevat binnen een termijn van vier jaar na de project niet wordt aangevat binnen een termijn van vier jaar na de
afgifte ervan, die op verzoek van de aanvrager met één jaar kan worden afgifte ervan, die op verzoek van de aanvrager met één jaar kan worden
verlengd. Anders dan artikel 101 van het decreet van 25 april 2014 verlengd. Anders dan artikel 101 van het decreet van 25 april 2014
voorziet de voormelde wet niet in een schorsing van de vervaltermijn voorziet de voormelde wet niet in een schorsing van de vervaltermijn
in welbepaalde situaties. in welbepaalde situaties.
Krachtens artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016 wordt de Krachtens artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016 wordt de
vervaltermijn waarin is voorzien in artikel 13 van de wet van 13 vervaltermijn waarin is voorzien in artikel 13 van de wet van 13
augustus 2004 voor de nog geldende vergunningen verleend met augustus 2004 voor de nog geldende vergunningen verleend met
toepassing van de federale wetgeving geschorst zolang een beroep tot toepassing van de federale wetgeving geschorst zolang een beroep tot
vernietiging van de vergunning of van andere vergunningen, vernietiging van de vergunning of van andere vergunningen,
machtigingen of toelatingen benodigd voor hetzelfde project aanhangig machtigingen of toelatingen benodigd voor hetzelfde project aanhangig
is bij de Raad van State of bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, is bij de Raad van State of bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen,
alsook zolang de stedenbouwkundige vergunning of de milieuvergunning alsook zolang de stedenbouwkundige vergunning of de milieuvergunning
die benodigd is voor het project niet definitief werd verleend. die benodigd is voor het project niet definitief werd verleend.
B.4. Artikel 59 van het decreet van 15 juli 2016 bepaalt de B.4. Artikel 59 van het decreet van 15 juli 2016 bepaalt de
inwerkingtreding van het decreet op de datum van bekendmaking in het inwerkingtreding van het decreet op de datum van bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad, zij het met uitzondering van verschillende Belgisch Staatsblad, zij het met uitzondering van verschillende
bepalingen. Het in het geding zijnde artikel 52 had vóór de bepalingen. Het in het geding zijnde artikel 52 had vóór de
vernietiging van artikel 59, 4°, uitwerking vanaf 1 juli 2014. vernietiging van artikel 59, 4°, uitwerking vanaf 1 juli 2014.
B.5. Bij zijn arrest nr. 51/2018 van 26 april 2018 heeft het Hof B.5. Bij zijn arrest nr. 51/2018 van 26 april 2018 heeft het Hof
artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 vernietigd op grond artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 vernietigd op grond
van volgende overwegingen : van volgende overwegingen :
« B.13.1. De niet-retroactiviteit van de wetten is een waarborg die « B.13.1. De niet-retroactiviteit van de wetten is een waarborg die
tot doel heeft rechtsonzekerheid te voorkomen. Die waarborg vereist tot doel heeft rechtsonzekerheid te voorkomen. Die waarborg vereist
dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de
rechtzoekende de gevolgen van een bepaalde handeling in redelijke mate rechtzoekende de gevolgen van een bepaalde handeling in redelijke mate
kan voorzien op het ogenblik dat die handeling wordt gesteld. De kan voorzien op het ogenblik dat die handeling wordt gesteld. De
terugwerkende kracht is enkel verantwoord indien die absoluut terugwerkende kracht is enkel verantwoord indien die absoluut
noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van
algemeen belang. algemeen belang.
Indien blijkt dat de terugwerkende kracht bovendien tot doel of tot Indien blijkt dat de terugwerkende kracht bovendien tot doel of tot
gevolg heeft dat de afloop van gerechtelijke procedures in een gevolg heeft dat de afloop van gerechtelijke procedures in een
welbepaalde zin wordt beïnvloed of dat rechtscolleges verhinderd welbepaalde zin wordt beïnvloed of dat rechtscolleges verhinderd
worden zich uit te spreken over een aanhangig gemaakte rechtsvraag, worden zich uit te spreken over een aanhangig gemaakte rechtsvraag,
vergt de aard van het in het geding zijnde beginsel dat uitzonderlijke vergt de aard van het in het geding zijnde beginsel dat uitzonderlijke
omstandigheden of dwingende motieven van algemeen belang een omstandigheden of dwingende motieven van algemeen belang een
verantwoording bieden voor het optreden van de wetgever, dat ten verantwoording bieden voor het optreden van de wetgever, dat ten
nadele van een categorie van burgers inbreuk maakt op de nadele van een categorie van burgers inbreuk maakt op de
jurisdictionele waarborgen die aan allen worden geboden. jurisdictionele waarborgen die aan allen worden geboden.
B.13.2. Doordat het bestreden artikel 59, 4°, van het decreet van 15 B.13.2. Doordat het bestreden artikel 59, 4°, van het decreet van 15
juli 2016 de inwerkingtreding van artikel 52 met terugwerkende kracht juli 2016 de inwerkingtreding van artikel 52 met terugwerkende kracht
bepaalt, kan de afloop van hangende gerechtelijke procedures worden bepaalt, kan de afloop van hangende gerechtelijke procedures worden
gewijzigd, nu de rechtscolleges op grond van die bepalingen zullen gewijzigd, nu de rechtscolleges op grond van die bepalingen zullen
moeten vaststellen dat een vergunning die op grond van artikel 13 van moeten vaststellen dat een vergunning die op grond van artikel 13 van
de wet van 13 augustus 2004 vervallen was, opnieuw geldig wordt. de wet van 13 augustus 2004 vervallen was, opnieuw geldig wordt.
Bijgevolg moet het Hof nagaan of de terugwerkende kracht absoluut Bijgevolg moet het Hof nagaan of de terugwerkende kracht absoluut
noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van
algemeen belang en verantwoord is door uitzonderlijke omstandigheden algemeen belang en verantwoord is door uitzonderlijke omstandigheden
of dwingende motieven van algemeen belang. of dwingende motieven van algemeen belang.
B.14.1. De retroactieve inwerkingtreding van het bestreden artikel 52 B.14.1. De retroactieve inwerkingtreding van het bestreden artikel 52
werd in de memorie van toelichting als volgt verantwoord : werd in de memorie van toelichting als volgt verantwoord :
' Om redenen van gelijkheid en billijkheid is het noodzakelijk de ' Om redenen van gelijkheid en billijkheid is het noodzakelijk de
schorsingsregeling die, middels het ontworpen artikel 52 (dat samen schorsingsregeling die, middels het ontworpen artikel 52 (dat samen
met artikel 53 moet worden gelezen), de onbillijkheid van de met artikel 53 moet worden gelezen), de onbillijkheid van de
vervalregeling zoals voorzien in artikel 13 van de wet van 13 augustus vervalregeling zoals voorzien in artikel 13 van de wet van 13 augustus
2004 moet wegnemen, toe te passen op de vergunningen handelsvestiging 2004 moet wegnemen, toe te passen op de vergunningen handelsvestiging
die op het ogenblik van de bevoegdheidsoverdracht inzake de die op het ogenblik van de bevoegdheidsoverdracht inzake de
handelsvestiging naar de gewesten, zijnde 1 juli 2014, nog uitvoerbaar handelsvestiging naar de gewesten, zijnde 1 juli 2014, nog uitvoerbaar
waren. Van deze bevoegdheidsoverdracht wordt gebruikgemaakt om de waren. Van deze bevoegdheidsoverdracht wordt gebruikgemaakt om de
ondernemers die op 1 juli 2014 beschikten over een vergunning ondernemers die op 1 juli 2014 beschikten over een vergunning
handelsvestiging, de nodige rechtszekerheid te verlenen. Vermits de handelsvestiging, de nodige rechtszekerheid te verlenen. Vermits de
bevoegdheid inzake de handelsvestiging vóór 1 juli 2014 bij de bevoegdheid inzake de handelsvestiging vóór 1 juli 2014 bij de
federale overheid lag, kan de inwerkingtreding van de slotbepaling die federale overheid lag, kan de inwerkingtreding van de slotbepaling die
middels onderhavig decreet wordt ingevoerd zich niet situeren vóór de middels onderhavig decreet wordt ingevoerd zich niet situeren vóór de
datum van 1 juli 2014. De datum van 1 juli 2014 is aldus inherent datum van 1 juli 2014. De datum van 1 juli 2014 is aldus inherent
verbonden aan de bevoegdheidsrechtelijke verdeling. De retroactieve verbonden aan de bevoegdheidsrechtelijke verdeling. De retroactieve
werking van het ontworpen artikel 52 is derhalve onontbeerlijk om de werking van het ontworpen artikel 52 is derhalve onontbeerlijk om de
gelijkheid te bewaren tussen alle houders van een op 1 juli 2014 gelijkheid te bewaren tussen alle houders van een op 1 juli 2014
uitvoerbare vergunning handelsvestiging en om maximaal de uitvoerbare vergunning handelsvestiging en om maximaal de
onbillijkheid weg te nemen en rechtszekerheid te creëren. Het is onbillijkheid weg te nemen en rechtszekerheid te creëren. Het is
passend erop te wijzen dat de Raad van State reeds in arresten het passend erop te wijzen dat de Raad van State reeds in arresten het
standpunt heeft ingenomen dat zolang er onzekerheid is over de standpunt heeft ingenomen dat zolang er onzekerheid is over de
geldigheid van een machtiging en van de ermee samenhangende geldigheid van een machtiging en van de ermee samenhangende
verplichtingen, de toegekende termijn om de machtiging aan te wenden verplichtingen, de toegekende termijn om de machtiging aan te wenden
wordt gestuit ten aanzien van degene die nalaat er gebruik van te wordt gestuit ten aanzien van degene die nalaat er gebruik van te
maken : maken :
[...]. [...].
De voorgestelde bepaling zorgt aldus voor een rechtszekere verankering De voorgestelde bepaling zorgt aldus voor een rechtszekere verankering
van deze stelling van de Raad van State ' (Parl. St., Vlaams van deze stelling van de Raad van State ' (Parl. St., Vlaams
Parlement, 2015-2016, nr. 767/1, pp. 89-90). Parlement, 2015-2016, nr. 767/1, pp. 89-90).
B.14.2. Aldus blijkt dat de decreetgever de terugwerkende kracht van B.14.2. Aldus blijkt dat de decreetgever de terugwerkende kracht van
artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016 ' onontbeerlijk [achtte] artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016 ' onontbeerlijk [achtte]
om de gelijkheid te bewaren tussen alle houders van een op 1 juli 2014 om de gelijkheid te bewaren tussen alle houders van een op 1 juli 2014
uitvoerbare vergunning handelsvestiging en om maximaal de uitvoerbare vergunning handelsvestiging en om maximaal de
onbillijkheid weg te nemen en rechtszekerheid te creëren '. onbillijkheid weg te nemen en rechtszekerheid te creëren '.
B.14.3. De onbillijkheid en de nood aan rechtszekerheid waarnaar de B.14.3. De onbillijkheid en de nood aan rechtszekerheid waarnaar de
decreetgever verwijst, betreft de situatie die volgens hem voortvloeit decreetgever verwijst, betreft de situatie die volgens hem voortvloeit
uit artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 ' waarbij in sommige uit artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 ' waarbij in sommige
gevallen een vergunning betreffende de handelsvestiging niet kan gevallen een vergunning betreffende de handelsvestiging niet kan
uitgevoerd worden omdat andere noodzakelijke vergunningen niet uitgevoerd worden omdat andere noodzakelijke vergunningen niet
uitvoerbaar zijn omwille van vernietigingsprocedures, terwijl uitvoerbaar zijn omwille van vernietigingsprocedures, terwijl
anderzijds de vervaltermijn, voorzien om de projecthouder aan te anderzijds de vervaltermijn, voorzien om de projecthouder aan te
zetten tot realisatie van zijn project, blijft doorlopen ' (Parl. St., zetten tot realisatie van zijn project, blijft doorlopen ' (Parl. St.,
Vlaams Parlement, 2015-2016, nr. 767/1, p. 85). Vlaams Parlement, 2015-2016, nr. 767/1, p. 85).
B.15.1. Het behoort tot de beoordelingsvrijheid van de decreetgever te B.15.1. Het behoort tot de beoordelingsvrijheid van de decreetgever te
beslissen op welke wijze hij gebruik maakt van de aan de gewesten beslissen op welke wijze hij gebruik maakt van de aan de gewesten
overgedragen bevoegdheden en hij vermag daarbij te voorzien in een overgedragen bevoegdheden en hij vermag daarbij te voorzien in een
andere regeling dan diegene die van kracht was onder de voordien andere regeling dan diegene die van kracht was onder de voordien
geldende federale wetgeving. Het wegwerken van de onbillijkheid geldende federale wetgeving. Het wegwerken van de onbillijkheid
waartoe de vroegere federale regeling inzake het verval van de waartoe de vroegere federale regeling inzake het verval van de
handelsvestigingsvergunning volgens de decreetgever aanleiding geeft, handelsvestigingsvergunning volgens de decreetgever aanleiding geeft,
is weliswaar een doelstelling die hem ertoe kan brengen die regeling is weliswaar een doelstelling die hem ertoe kan brengen die regeling
te wijzigen, maar zij volstaat op zich niet om retroactieve werking te wijzigen, maar zij volstaat op zich niet om retroactieve werking
aan de bestreden bepaling te verlenen. aan de bestreden bepaling te verlenen.
B.15.2. Hetzelfde geldt ten aanzien van de doelstelling om de door de B.15.2. Hetzelfde geldt ten aanzien van de doelstelling om de door de
decreetgever aangehaalde rechtspraak van de Raad van State wettelijk decreetgever aangehaalde rechtspraak van de Raad van State wettelijk
te verankeren. Die rechtspraak had bovendien uitsluitend betrekking op te verankeren. Die rechtspraak had bovendien uitsluitend betrekking op
geschillen waarbij de handelsvestigingsvergunning zelf werd betwist en geschillen waarbij de handelsvestigingsvergunning zelf werd betwist en
had een beperktere draagwijdte dan het bestreden artikel 52. Voorts had een beperktere draagwijdte dan het bestreden artikel 52. Voorts
kon die rechtspraak niet als zodanig vaststaand en voorspelbaar worden kon die rechtspraak niet als zodanig vaststaand en voorspelbaar worden
beschouwd dat de rechtsonderhorigen daarop gewettigde verwachtingen beschouwd dat de rechtsonderhorigen daarop gewettigde verwachtingen
konden gronden met betrekking tot de geldigheid van de vergunning die konden gronden met betrekking tot de geldigheid van de vergunning die
op basis van de federale wetgeving was verleend en die niet in een op basis van de federale wetgeving was verleend en die niet in een
schorsing van de vervaltermijn voorzag. schorsing van de vervaltermijn voorzag.
B.16.1. De terugwerkende kracht van het bestreden artikel 52 wordt B.16.1. De terugwerkende kracht van het bestreden artikel 52 wordt
eveneens verantwoord door de noodzaak om alle houders van een op 1 eveneens verantwoord door de noodzaak om alle houders van een op 1
juli 2014 nog geldige vergunning voor handelsvestigingen, gelijk te juli 2014 nog geldige vergunning voor handelsvestigingen, gelijk te
behandelen. Voor de keuze van die datum wordt verwezen naar het feit behandelen. Voor de keuze van die datum wordt verwezen naar het feit
dat de gewesten sedert die datum bevoegd zijn inzake de dat de gewesten sedert die datum bevoegd zijn inzake de
handelsvestigingen, met inbegrip van de vergunningen daartoe. handelsvestigingen, met inbegrip van de vergunningen daartoe.
B.16.2. Het feit dat het Vlaamse Gewest sedert 1 juli 2014 bevoegd is B.16.2. Het feit dat het Vlaamse Gewest sedert 1 juli 2014 bevoegd is
om de handelsvestigingen te regelen, begrenst zijn bevoegdheid in de om de handelsvestigingen te regelen, begrenst zijn bevoegdheid in de
tijd maar biedt geen verantwoording om de nieuwe regeling tot die tijd maar biedt geen verantwoording om de nieuwe regeling tot die
datum te laten terugwerken. Zolang de decreetgever van zijn datum te laten terugwerken. Zolang de decreetgever van zijn
bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, is immers de voorheen geldende bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, is immers de voorheen geldende
federale wetgeving van toepassing gebleven. De decreetgever vermag federale wetgeving van toepassing gebleven. De decreetgever vermag
niet de rechtsorde retroactief te wijzigen, zonder dat voldaan is aan niet de rechtsorde retroactief te wijzigen, zonder dat voldaan is aan
de in B.13.1 vermelde voorwaarden. de in B.13.1 vermelde voorwaarden.
B.16.3. De personen die op 1 juli 2014 over een geldige B.16.3. De personen die op 1 juli 2014 over een geldige
handelsvestigingsvergunning beschikten, bevonden zich op het ogenblik handelsvestigingsvergunning beschikten, bevonden zich op het ogenblik
van de bekendmaking van de bestreden bepalingen in wezenlijk van de bekendmaking van de bestreden bepalingen in wezenlijk
verschillende situaties, naargelang die vergunning op dat ogenblik al verschillende situaties, naargelang die vergunning op dat ogenblik al
dan niet vervallen was op grond van de vroegere federale wetgeving. dan niet vervallen was op grond van de vroegere federale wetgeving.
B.17.1. Zonder de terugwerkende kracht die door artikel 59, 4°, van B.17.1. Zonder de terugwerkende kracht die door artikel 59, 4°, van
het decreet van 15 juli 2016 wordt verleend aan artikel 52, zou de het decreet van 15 juli 2016 wordt verleend aan artikel 52, zou de
laatstvermelde bepaling overeenkomstig artikel 59 in werking zijn laatstvermelde bepaling overeenkomstig artikel 59 in werking zijn
getreden op de datum van de bekendmaking van het decreet in het getreden op de datum van de bekendmaking van het decreet in het
Belgisch Staatsblad. Aldus zou artikel 52, door de onmiddellijke Belgisch Staatsblad. Aldus zou artikel 52, door de onmiddellijke
inwerkingtreding ervan, enkel van toepassing zijn op de houders van inwerkingtreding ervan, enkel van toepassing zijn op de houders van
een handelsvestigingsvergunning die op die datum nog geldig was. een handelsvestigingsvergunning die op die datum nog geldig was.
Door aan die bepaling terugwerkende kracht te verlenen, beoogt artikel Door aan die bepaling terugwerkende kracht te verlenen, beoogt artikel
59, 4°, van het decreet derhalve ten goede te komen aan de personen 59, 4°, van het decreet derhalve ten goede te komen aan de personen
die op 1 juli 2014 over een geldige vergunning beschikten, doch wier die op 1 juli 2014 over een geldige vergunning beschikten, doch wier
vergunning op de datum van de bekendmaking van het bestreden decreet vergunning op de datum van de bekendmaking van het bestreden decreet
in het Belgisch Staatsblad op grond van de vroegere federale regeling in het Belgisch Staatsblad op grond van de vroegere federale regeling
reeds was vervallen. De terugwerkende kracht van het bestreden artikel reeds was vervallen. De terugwerkende kracht van het bestreden artikel
52 kan immers tot gevolg hebben dat die vervallen 52 kan immers tot gevolg hebben dat die vervallen
handelsvestigingsvergunningen van rechtswege opnieuw geldig worden. handelsvestigingsvergunningen van rechtswege opnieuw geldig worden.
Aldus beschermt die regeling voornamelijk private belangen. Aldus beschermt die regeling voornamelijk private belangen.
De personen van wie de handelsvestigingsvergunning was vervallen op De personen van wie de handelsvestigingsvergunning was vervallen op
grond van de vroegere federale wetgeving vóór de totstandkoming van grond van de vroegere federale wetgeving vóór de totstandkoming van
het decreet van 15 juli 2016 konden geen gewettigde verwachting hebben het decreet van 15 juli 2016 konden geen gewettigde verwachting hebben
dat die vergunning alsnog zou herleven door een optreden van de dat die vergunning alsnog zou herleven door een optreden van de
decreetgever met terugwerkende kracht. decreetgever met terugwerkende kracht.
B.17.2. Een dergelijke terugwerkende kracht heeft tot gevolg dat wordt B.17.2. Een dergelijke terugwerkende kracht heeft tot gevolg dat wordt
ingegrepen in definitief voltrokken situaties en kan afbreuk doen aan ingegrepen in definitief voltrokken situaties en kan afbreuk doen aan
het gewettigd vertrouwen en aan de rechtssituatie van andere personen het gewettigd vertrouwen en aan de rechtssituatie van andere personen
dan de gewezen vergunninghouders. Het is immers mogelijk dat ingevolge dan de gewezen vergunninghouders. Het is immers mogelijk dat ingevolge
het verval van een handelsvestigingsvergunning andere personen dan de het verval van een handelsvestigingsvergunning andere personen dan de
oorspronkelijke vergunninghouder een handelsvestigingsvergunning oorspronkelijke vergunninghouder een handelsvestigingsvergunning
hebben verkregen voor hetzelfde ruimtelijk gebied en reeds hebben verkregen voor hetzelfde ruimtelijk gebied en reeds
investeringen hebben gedaan om hun project te realiseren. Voorts is investeringen hebben gedaan om hun project te realiseren. Voorts is
het mogelijk dat de vergunningverlenende overheid, rekening houdend het mogelijk dat de vergunningverlenende overheid, rekening houdend
met het verval van een vergunning, haar beleid voor de betrokken met het verval van een vergunning, haar beleid voor de betrokken
locatie heeft herzien en haar handelen daarop heeft afgestemd. Ten locatie heeft herzien en haar handelen daarop heeft afgestemd. Ten
slotte is het ook mogelijk dat andere derden zich op die situatie slotte is het ook mogelijk dat andere derden zich op die situatie
hebben gebaseerd om bepaalde rechtshandelingen te stellen. hebben gebaseerd om bepaalde rechtshandelingen te stellen.
B.17.3. In zoverre het van rechtswege opnieuw geldig worden van B.17.3. In zoverre het van rechtswege opnieuw geldig worden van
vervallen vergunningen aldus aanleiding kan geven tot het gelijktijdig vervallen vergunningen aldus aanleiding kan geven tot het gelijktijdig
bestaan van met elkaar onverzoenbare vergunnings- en bestaan van met elkaar onverzoenbare vergunnings- en
beleidsbeslissingen of afbreuk kan doen aan het gewettigd vertrouwen beleidsbeslissingen of afbreuk kan doen aan het gewettigd vertrouwen
van de burgers, brengen de bestreden bepalingen de rechtszekerheid in van de burgers, brengen de bestreden bepalingen de rechtszekerheid in
het gedrang voor derden die zich in hun handelen hebben laten leiden het gedrang voor derden die zich in hun handelen hebben laten leiden
door het verval van de toegekende handelsvestigingsvergunningen. door het verval van de toegekende handelsvestigingsvergunningen.
Het bestreden artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 brengt Het bestreden artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 brengt
derhalve geen billijk evenwicht tot stand tussen, enerzijds, de derhalve geen billijk evenwicht tot stand tussen, enerzijds, de
private belangen van de gewezen vergunninghouders en, anderzijds, die private belangen van de gewezen vergunninghouders en, anderzijds, die
van de overheden en andere derden die hun handelen op het verval van van de overheden en andere derden die hun handelen op het verval van
de bedoelde vergunningen hadden afgestemd. de bedoelde vergunningen hadden afgestemd.
B.17.4. Het verhelpen, met terugwerkende kracht, van de situatie van B.17.4. Het verhelpen, met terugwerkende kracht, van de situatie van
de personen die op 1 juli 2014 nog een geldige de personen die op 1 juli 2014 nog een geldige
handelsvestigingsvergunning hadden, kan niet als noodzakelijk worden handelsvestigingsvergunning hadden, kan niet als noodzakelijk worden
beschouwd voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen beschouwd voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen
belang en is niet gerechtvaardigd door uitzonderlijke omstandigheden belang en is niet gerechtvaardigd door uitzonderlijke omstandigheden
of dwingende motieven van algemeen belang. of dwingende motieven van algemeen belang.
B.18. Het eerste middel in de zaak nr. 6603 en het eerste middel in de B.18. Het eerste middel in de zaak nr. 6603 en het eerste middel in de
zaak nr. 6604 zijn gegrond. Artikel 59, 4°, van het decreet van 15 zaak nr. 6604 zijn gegrond. Artikel 59, 4°, van het decreet van 15
juli 2016 dient bijgevolg te worden vernietigd ». juli 2016 dient bijgevolg te worden vernietigd ».
B.6. Aldus is artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 ex tunc B.6. Aldus is artikel 59, 4°, van het decreet van 15 juli 2016 ex tunc
uit het rechtsverkeer verdwenen, hetgeen tot gevolg heeft dat artikel uit het rechtsverkeer verdwenen, hetgeen tot gevolg heeft dat artikel
52 van het decreet van 15 juli 2016 slechts uitwerking heeft gehad 52 van het decreet van 15 juli 2016 slechts uitwerking heeft gehad
vanaf 29 juli 2016, zijnde de datum van bekendmaking van voormeld vanaf 29 juli 2016, zijnde de datum van bekendmaking van voormeld
decreet in het Belgisch Staatsblad. decreet in het Belgisch Staatsblad.
B.7.1. Uit het voorgaande volgt dat de eerste, de tweede en derde B.7.1. Uit het voorgaande volgt dat de eerste, de tweede en derde
prejudiciële vraag zonder voorwerp zijn geworden. prejudiciële vraag zonder voorwerp zijn geworden.
B.7.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe de normen vast B.7.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe de normen vast
te stellen die toepasselijk zijn op het hem voorgelegde geschil. te stellen die toepasselijk zijn op het hem voorgelegde geschil.
Wanneer evenwel aan het Hof bepalingen worden voorgelegd die Wanneer evenwel aan het Hof bepalingen worden voorgelegd die
klaarblijkelijk niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast, klaarblijkelijk niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast,
onderzoekt het Hof de grondwettigheid van zulke bepalingen niet. onderzoekt het Hof de grondwettigheid van zulke bepalingen niet.
Aangezien aan artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016, gelet op Aangezien aan artikel 52 van het decreet van 15 juli 2016, gelet op
het voorgaande, geen terugwerkende kracht meer toekomt, trad die het voorgaande, geen terugwerkende kracht meer toekomt, trad die
bepaling in werking op 29 juli 2016 zodat de voor de verwijzende bepaling in werking op 29 juli 2016 zodat de voor de verwijzende
rechter in het geding zijnde socio-economische vergunning krachtens rechter in het geding zijnde socio-economische vergunning krachtens
artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning
van handelsvestigingen op 29 november 2015 definitief was vervallen. van handelsvestigingen op 29 november 2015 definitief was vervallen.
Artikel 52 kan bijgevolg klaarblijkelijk niet op het bodemgeschil Artikel 52 kan bijgevolg klaarblijkelijk niet op het bodemgeschil
worden toegepast. worden toegepast.
De vierde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. De vierde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- De eerste, de tweede en de derde prejudiciële vraag zijn zonder - De eerste, de tweede en de derde prejudiciële vraag zijn zonder
voorwerp. voorwerp.
- De vierde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. - De vierde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 31 mei 2018. op 31 mei 2018.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^