← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 55/2017 van 11 mei 2017 Rolnummers 6505 en 6506 In zake
: de prejudiciële vragen over artikel 3.2.5 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009
betreffende het grond- en pandenbeleid, gesteld door de Rec Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot
en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 55/2017 van 11 mei 2017 Rolnummers 6505 en 6506 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 3.2.5 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, gesteld door de Rec Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) | Uittreksel uit arrest nr. 55/2017 van 11 mei 2017 Rolnummers 6505 en 6506 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 3.2.5 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, gesteld door de Rec Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 55/2017 van 11 mei 2017 | Uittreksel uit arrest nr. 55/2017 van 11 mei 2017 |
Rolnummers 6505 en 6506 | Rolnummers 6505 en 6506 |
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 3.2.5 van het decreet | In zake : de prejudiciële vragen over artikel 3.2.5 van het decreet |
van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en | van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en |
pandenbeleid, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg | pandenbeleid, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg |
West-Vlaanderen, afdeling Brugge. | West-Vlaanderen, afdeling Brugge. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de | samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de |
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. | Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. |
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, | voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Bij vonnissen van 29 juni 2016 in zake respectievelijk de cva « Mavy » | Bij vonnissen van 29 juni 2016 in zake respectievelijk de cva « Mavy » |
tegen de stad Tielt en Emile Maes en anderen tegen de stad Tielt, | tegen de stad Tielt en Emile Maes en anderen tegen de stad Tielt, |
waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 15 | waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 15 |
september 2016, heeft de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, | september 2016, heeft de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, |
afdeling Brugge, de volgende prejudiciële vraag gesteld : | afdeling Brugge, de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 3.2.5 van het Decreet grond- en pandenbeleid, dat de | « Schendt artikel 3.2.5 van het Decreet grond- en pandenbeleid, dat de |
gemeenten machtigt tot het heffen van een jaarlijkse belasting, | gemeenten machtigt tot het heffen van een jaarlijkse belasting, |
geheven op onbebouwde bouwgronden in woongebied of onbebouwde kavels, | geheven op onbebouwde bouwgronden in woongebied of onbebouwde kavels, |
de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het | de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het |
bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de | bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de |
gemeenschappen en gewesten zoals voorzien in art. 10 BWHI, in zoverre | gemeenschappen en gewesten zoals voorzien in art. 10 BWHI, in zoverre |
niet is aangetoond dat een beroep op de impliciete bevoegdheden | niet is aangetoond dat een beroep op de impliciete bevoegdheden |
noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van de | noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van de |
Gemeenschappen en Gewesten ? ». | Gemeenschappen en Gewesten ? ». |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6505 en 6506 van de rol van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6505 en 6506 van de rol van |
het Hof, werden samengevoegd. | het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over artikel 3.2.5 van het | B.1. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over artikel 3.2.5 van het |
decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het | decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het |
grond- en pandenbeleid. | grond- en pandenbeleid. |
Dat artikel bepaalt : | Dat artikel bepaalt : |
« § 1. Gemeenten maken potentiële woonlocaties vrij en gaan | « § 1. Gemeenten maken potentiële woonlocaties vrij en gaan |
grondspeculatie tegen. | grondspeculatie tegen. |
Met dat oogmerk zijn de gemeenteraden gemachtigd tot het heffen van | Met dat oogmerk zijn de gemeenteraden gemachtigd tot het heffen van |
een jaarlijkse belasting, geheven op onbebouwde bouwgronden in | een jaarlijkse belasting, geheven op onbebouwde bouwgronden in |
woongebied of onbebouwde kavels, rekening houdend met volgende | woongebied of onbebouwde kavels, rekening houdend met volgende |
minimale regelen : | minimale regelen : |
1° indien de activeringsheffing wordt vastgesteld op een bedrag per | 1° indien de activeringsheffing wordt vastgesteld op een bedrag per |
strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de | strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de |
openbare weg, bedraagt de heffing ten minste 12,50 euro per strekkende | openbare weg, bedraagt de heffing ten minste 12,50 euro per strekkende |
meter; | meter; |
2° indien de activeringsheffing wordt vastgesteld op een bedrag per | 2° indien de activeringsheffing wordt vastgesteld op een bedrag per |
vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, bedraagt de | vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, bedraagt de |
heffing ten minste 0,25 euro per vierkante meter; | heffing ten minste 0,25 euro per vierkante meter; |
3° in elk geval geldt een minimale aanslag van 125 euro per bouwgrond | 3° in elk geval geldt een minimale aanslag van 125 euro per bouwgrond |
of kavel. | of kavel. |
Binnen dezelfde gemeente kan zowel een activeringsheffing op | Binnen dezelfde gemeente kan zowel een activeringsheffing op |
onbebouwde bouwgronden in woongebied als op onbebouwde kavels worden | onbebouwde bouwgronden in woongebied als op onbebouwde kavels worden |
geheven. | geheven. |
§ 2. De bedragen, vermeld in § 1, tweede lid, zijn gekoppeld aan de | § 2. De bedragen, vermeld in § 1, tweede lid, zijn gekoppeld aan de |
evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van | evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van |
december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het | december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het |
ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing | ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing |
voorafgaat ». | voorafgaat ». |
B.2. Uit de feiten van het aan de verwijzende rechter voorgelegde | B.2. Uit de feiten van het aan de verwijzende rechter voorgelegde |
geschil blijkt dat verschillende eigenaars van onbebouwde percelen de | geschil blijkt dat verschillende eigenaars van onbebouwde percelen de |
betaling betwisten van een belasting die gegrond is op een | betaling betwisten van een belasting die gegrond is op een |
gemeentelijk belastingreglement van 27 juni 2013, waarvan artikel | gemeentelijk belastingreglement van 27 juni 2013, waarvan artikel |
3.2.5 van het in het geding zijnde decreet de rechtsgrond zou vormen. | 3.2.5 van het in het geding zijnde decreet de rechtsgrond zou vormen. |
De eisers voor de verwijzende rechter wijzen erop dat, met toepassing | De eisers voor de verwijzende rechter wijzen erop dat, met toepassing |
van artikel 170, § 4, van de Grondwet, geen belasting kan worden | van artikel 170, § 4, van de Grondwet, geen belasting kan worden |
ingevoerd door de gemeente dan door een beslissing van haar raad en | ingevoerd door de gemeente dan door een beslissing van haar raad en |
dat de wet, ten aanzien van die belastingen, de uitzonderingen bepaalt | dat de wet, ten aanzien van die belastingen, de uitzonderingen bepaalt |
waarvan de noodzakelijkheid blijkt. | waarvan de noodzakelijkheid blijkt. |
Zij leiden eruit af dat de decreetgever te dezen de fiscale autonomie | Zij leiden eruit af dat de decreetgever te dezen de fiscale autonomie |
van de gemeenten slechts kon beperken door een beroep te doen op de | van de gemeenten slechts kon beperken door een beroep te doen op de |
impliciete bevoegdheden vervat in artikel 10 van de bijzondere wet van | impliciete bevoegdheden vervat in artikel 10 van de bijzondere wet van |
8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. | 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. |
De verwijzende rechter stelt het Hof een vraag over de verenigbaarheid | De verwijzende rechter stelt het Hof een vraag over de verenigbaarheid |
van artikel 3.2.5 van het in het geding zijnde decreet met het | van artikel 3.2.5 van het in het geding zijnde decreet met het |
voormelde artikel 10 in zoverre niet zou zijn aangetoond dat een | voormelde artikel 10 in zoverre niet zou zijn aangetoond dat een |
beroep op de impliciete bevoegdheden te dezen noodzakelijk is voor de | beroep op de impliciete bevoegdheden te dezen noodzakelijk is voor de |
uitoefening, door het Vlaamse Gewest, van zijn bevoegdheden. | uitoefening, door het Vlaamse Gewest, van zijn bevoegdheden. |
B.3.1. Artikel 170, § 4, van de Grondwet bepaalt : | B.3.1. Artikel 170, § 4, van de Grondwet bepaalt : |
« Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van | « Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van |
gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van | gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van |
hun raad. | hun raad. |
De wet bepaalt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde | De wet bepaalt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde |
belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt ». | belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt ». |
B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 170 van de | B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 170 van de |
Grondwet kan worden afgeleid dat de Grondwetgever met de in het tweede | Grondwet kan worden afgeleid dat de Grondwetgever met de in het tweede |
lid van artikel 170, § 4, vervatte regel wou voorzien in een « soort | lid van artikel 170, § 4, vervatte regel wou voorzien in een « soort |
verdedigingsmechanisme » voor de Staat « t.o.v. de verschillende | verdedigingsmechanisme » voor de Staat « t.o.v. de verschillende |
andere bestuurslagen, om een eigen fiscale materie te behouden » | andere bestuurslagen, om een eigen fiscale materie te behouden » |
(Parl. St., Kamer, B.Z. 1979, nr. 10-8/4°, p. 4). | (Parl. St., Kamer, B.Z. 1979, nr. 10-8/4°, p. 4). |
Die regel werd door de Eerste Minister eveneens omschreven als een « | Die regel werd door de Eerste Minister eveneens omschreven als een « |
regulerend mechanisme » : | regulerend mechanisme » : |
« De wet moet dat regulerend mechanisme zijn en moet kunnen zeggen | « De wet moet dat regulerend mechanisme zijn en moet kunnen zeggen |
welke belastbare materie wordt voorbehouden aan de Staat. Indien men | welke belastbare materie wordt voorbehouden aan de Staat. Indien men |
dat niet zou doen komt men in een chaos en in alle mogelijke | dat niet zou doen komt men in een chaos en in alle mogelijke |
verwikkelingen terecht, die niets meer te maken hebben met een goed | verwikkelingen terecht, die niets meer te maken hebben met een goed |
georganiseerde federale Staat of goed georganiseerde Staat » (Hand., | georganiseerde federale Staat of goed georganiseerde Staat » (Hand., |
Kamer, 22 juli 1980, p. 2707. Zie ook : ibid., p. 2708; Hand., Senaat, | Kamer, 22 juli 1980, p. 2707. Zie ook : ibid., p. 2708; Hand., Senaat, |
28 juli 1980, pp. 2650-2651). | 28 juli 1980, pp. 2650-2651). |
« [Ik zou] willen stellen [...] dat in dit nieuw systeem van | « [Ik zou] willen stellen [...] dat in dit nieuw systeem van |
bevoegdheidsverdeling op fiscaal vlak tussen de Staat, de | bevoegdheidsverdeling op fiscaal vlak tussen de Staat, de |
gemeenschappen en de gewesten en de nevengeschikte instellingen, de | gemeenschappen en de gewesten en de nevengeschikte instellingen, de |
provincies en de gemeenten, het laatste woord bij de Staat ligt. Het | provincies en de gemeenten, het laatste woord bij de Staat ligt. Het |
is wat ik heb genoemd het reguleringsmechanisme » (Hand., Senaat, 28 | is wat ik heb genoemd het reguleringsmechanisme » (Hand., Senaat, 28 |
juli 1980, p. 2661). | juli 1980, p. 2661). |
B.3.3. Uit artikel 170, § 4, tweede lid, van de Grondwet volgt dat dat | B.3.3. Uit artikel 170, § 4, tweede lid, van de Grondwet volgt dat dat |
artikel aan de federale wetgever, wat de gemeentebelastingen betreft, | artikel aan de federale wetgever, wat de gemeentebelastingen betreft, |
de uitzonderingen voorbehoudt waarvan de noodzakelijkheid blijkt, | de uitzonderingen voorbehoudt waarvan de noodzakelijkheid blijkt, |
zodat de gewesten slechts een regeling mogen aannemen die de | zodat de gewesten slechts een regeling mogen aannemen die de |
bevoegdheid van de gemeenten tot het invoeren van een belasting zou | bevoegdheid van de gemeenten tot het invoeren van een belasting zou |
beperken indien de voorwaarden voor de toepassing van artikel 10 van | beperken indien de voorwaarden voor de toepassing van artikel 10 van |
de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen | de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen |
zijn vervuld. | zijn vervuld. |
Daartoe is vereist dat die regeling noodzakelijk is voor de | Daartoe is vereist dat die regeling noodzakelijk is voor de |
uitoefening van de bevoegdheden van het gewest, dat de aangelegenheid | uitoefening van de bevoegdheden van het gewest, dat de aangelegenheid |
zich tot een gedifferentieerde regeling leent en dat de weerslag van | zich tot een gedifferentieerde regeling leent en dat de weerslag van |
de in het geding zijnde bepalingen op die aangelegenheid slechts | de in het geding zijnde bepalingen op die aangelegenheid slechts |
marginaal is. | marginaal is. |
B.4. Om de verenigbaarheid van artikel 3.2.5 van het in het geding | B.4. Om de verenigbaarheid van artikel 3.2.5 van het in het geding |
zijnde decreet met artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus | zijnde decreet met artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen te onderzoeken, dient rekening te | 1980 tot hervorming der instellingen te onderzoeken, dient rekening te |
worden gehouden met de artikelen 3.2.6 tot 3.2.12 en 3.2.14 en 3.2.15 | worden gehouden met de artikelen 3.2.6 tot 3.2.12 en 3.2.14 en 3.2.15 |
van hetzelfde decreet, waarnaar de parlementaire voorbereiding van dat | van hetzelfde decreet, waarnaar de parlementaire voorbereiding van dat |
decreet verwijst. | decreet verwijst. |
Die artikelen bepalen : | Die artikelen bepalen : |
« Art. 3.2.6. Deze afdeling is van toepassing in zoverre de | « Art. 3.2.6. Deze afdeling is van toepassing in zoverre de |
gemeentelijke heffingsreglementen daarvan niet afwijken. | gemeentelijke heffingsreglementen daarvan niet afwijken. |
Art. 3.2.7. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die | Art. 3.2.7. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die |
op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of | op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of |
kavel. | kavel. |
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de | Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de |
activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. | activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. |
Zo er meerdere heffingsplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden | Zo er meerdere heffingsplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden |
tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing. | tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing. |
Art. 3.2.8. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld : | Art. 3.2.8. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld : |
1° de eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of | 1° de eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of |
onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed | onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed |
gelegen in België of het buitenland; | gelegen in België of het buitenland; |
2° de sociale woonorganisaties en Vlabinvest apb; | 2° de sociale woonorganisaties en Vlabinvest apb; |
3° [...] | 3° [...] |
4° door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen. | 4° door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen. |
Een vrijstelling, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied | Een vrijstelling, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied |
of één onbebouwde kavel per kind, wordt tevens toegekend aan ouders | of één onbebouwde kavel per kind, wordt tevens toegekend aan ouders |
met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt | met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt |
toegekend op voorwaarde dat het kind op 1 januari van het heffingsjaar | toegekend op voorwaarde dat het kind op 1 januari van het heffingsjaar |
voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden : | voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden : |
1° het heeft de leeftijd van dertig jaar nog niet bereikt; | 1° het heeft de leeftijd van dertig jaar nog niet bereikt; |
2° het heeft nog geen volle drie jaar een onbebouwde bouwgrond in | 2° het heeft nog geen volle drie jaar een onbebouwde bouwgrond in |
woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom, | woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom, |
alleen of met de persoon met wie het gehuwd is of wettelijk of | alleen of met de persoon met wie het gehuwd is of wettelijk of |
feitelijk samenwoont. | feitelijk samenwoont. |
Art. 3.2.9. De activeringsheffing wordt niet geheven op percelen die | Art. 3.2.9. De activeringsheffing wordt niet geheven op percelen die |
voldoen aan beide hiernavolgende voorwaarden : | voldoen aan beide hiernavolgende voorwaarden : |
1° ze behoren toe aan dezelfde eigenaar als deze van de aanpalende | 1° ze behoren toe aan dezelfde eigenaar als deze van de aanpalende |
bebouwde bouwgrond of kavel; | bebouwde bouwgrond of kavel; |
2° ze vormen met die bebouwde bouwgrond of kavel één ononderbroken | 2° ze vormen met die bebouwde bouwgrond of kavel één ononderbroken |
ruimtelijk geheel. | ruimtelijk geheel. |
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, geldt slechts voor een | De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, geldt slechts voor een |
straatbreedte van ten hoogste dertig meter. Indien de | straatbreedte van ten hoogste dertig meter. Indien de |
activeringsheffing per vierkante meter wordt berekend, wordt de | activeringsheffing per vierkante meter wordt berekend, wordt de |
vrijstelling berekend door de vrijgestelde straatbreedte te | vrijstelling berekend door de vrijgestelde straatbreedte te |
vermenigvuldigen met de gemiddelde lengte van de onbebouwde bouwgrond | vermenigvuldigen met de gemiddelde lengte van de onbebouwde bouwgrond |
in woongebied of de onbebouwde kavel. | in woongebied of de onbebouwde kavel. |
Art. 3.2.10. De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden | Art. 3.2.10. De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden |
en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen | en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen |
worden bestemd : | worden bestemd : |
1° ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met | 1° ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met |
inbegrip van hun aanhorigheden; | inbegrip van hun aanhorigheden; |
2° ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van | 2° ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van |
de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd; | de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd; |
3° ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land- of | 3° ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land- of |
tuinbouw, gedurende het hele jaar; | tuinbouw, gedurende het hele jaar; |
4° ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot | 4° ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot |
openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt; | openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt; |
5° ingevolge een vreemde oorzaak die de heffingsplichtige niet kan | 5° ingevolge een vreemde oorzaak die de heffingsplichtige niet kan |
worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of | worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of |
kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand. | kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand. |
Art. 3.2.11. De activeringsheffing wordt opgeschort in hoofde van de | Art. 3.2.11. De activeringsheffing wordt opgeschort in hoofde van de |
houders van een in laatste administratieve aanleg verleende | houders van een in laatste administratieve aanleg verleende |
verkavelingsvergunning, en dit gedurende vijf jaren, te rekenen vanaf | verkavelingsvergunning, en dit gedurende vijf jaren, te rekenen vanaf |
1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in | 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in |
laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de | laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de |
verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op | verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op |
het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, § 2, | het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16, § 2, |
van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, desgevallend voor die fase | van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, desgevallend voor die fase |
van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest wordt verleend. | van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest wordt verleend. |
Art. 3.2.12. Benevens de vrijstellingen, verleend bij of krachtens | Art. 3.2.12. Benevens de vrijstellingen, verleend bij of krachtens |
deze afdeling, geldt onverkort de algemene onbelastbaarheid van de | deze afdeling, geldt onverkort de algemene onbelastbaarheid van de |
Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten | Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten |
voor wat betreft goederen van het openbaar domein en van goederen van | voor wat betreft goederen van het openbaar domein en van goederen van |
het privaat domein die voor een dienst van openbaar nut worden | het privaat domein die voor een dienst van openbaar nut worden |
aangewend ». | aangewend ». |
« Afdeling 4. - Bijzondere regelen betreffende de invoering van een | « Afdeling 4. - Bijzondere regelen betreffende de invoering van een |
activeringsheffing | activeringsheffing |
Art. 3.2.14. Elke gemeente die niet over een heffing op onbebouwde | Art. 3.2.14. Elke gemeente die niet over een heffing op onbebouwde |
bouwgronden of kavels beschikt, gaat in januari en in juli de spanning | bouwgronden of kavels beschikt, gaat in januari en in juli de spanning |
na tussen de woningbehoefte en het bouwpotentieel. | na tussen de woningbehoefte en het bouwpotentieel. |
De woningbehoefte wordt berekend aan de hand van een door de Vlaamse | De woningbehoefte wordt berekend aan de hand van een door de Vlaamse |
Regering vastgesteld prognosemodel, gebaseerd op recente | Regering vastgesteld prognosemodel, gebaseerd op recente |
wetenschappelijke inzichten op het vlak van inzonderheid de | wetenschappelijke inzichten op het vlak van inzonderheid de |
huishoudensontwikkeling, het migratiepatroon en demografische | huishoudensontwikkeling, het migratiepatroon en demografische |
evoluties en tendensen. Zolang dat prognosemodel niet is vastgesteld, | evoluties en tendensen. Zolang dat prognosemodel niet is vastgesteld, |
wordt de woningbehoefte berekend aan de hand van de aanwijzingen van | wordt de woningbehoefte berekend aan de hand van de aanwijzingen van |
het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. | het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. |
Het bouwpotentieel wordt berekend als de optelsom van, enerzijds, het | Het bouwpotentieel wordt berekend als de optelsom van, enerzijds, het |
product van het aantal onbebouwde bouwgronden met de door de Vlaamse | product van het aantal onbebouwde bouwgronden met de door de Vlaamse |
Regering vastgestelde gemiddelde verwezenlijkingsratio van onbebouwde | Regering vastgestelde gemiddelde verwezenlijkingsratio van onbebouwde |
bouwgronden, en, anderzijds, het product van het aantal onbebouwde | bouwgronden, en, anderzijds, het product van het aantal onbebouwde |
kavels met de door de Vlaamse Regering vastgestelde gemiddelde | kavels met de door de Vlaamse Regering vastgestelde gemiddelde |
verwezenlijkingsratio van onbebouwde kavels. De Vlaamse Regering houdt | verwezenlijkingsratio van onbebouwde kavels. De Vlaamse Regering houdt |
bij de vaststelling van de gemiddelde verwezenlijkingsratio's rekening | bij de vaststelling van de gemiddelde verwezenlijkingsratio's rekening |
met de stedelijke of landelijke aard van het gebied. | met de stedelijke of landelijke aard van het gebied. |
Art. 3.2.15. Indien de woningbehoefte op drie opeenvolgende meetdata | Art. 3.2.15. Indien de woningbehoefte op drie opeenvolgende meetdata |
het bouwpotentieel overschrijdt, is sprake van een structureel | het bouwpotentieel overschrijdt, is sprake van een structureel |
onderaanbod. | onderaanbod. |
In het geval van een structureel onderaanbod geldt vanaf het | In het geval van een structureel onderaanbod geldt vanaf het |
eerstvolgende kalenderjaar na de laatste meting de verplichting om een | eerstvolgende kalenderjaar na de laatste meting de verplichting om een |
activeringsheffing op onbebouwde kavels te hanteren. Deze verplichting | activeringsheffing op onbebouwde kavels te hanteren. Deze verplichting |
geldt voor een termijn van drie heffingsjaren. | geldt voor een termijn van drie heffingsjaren. |
Indien in het tweede en derde jaar van de verplichte | Indien in het tweede en derde jaar van de verplichte |
activeringsheffing op onbebouwde kavels opnieuw een structureel | activeringsheffing op onbebouwde kavels opnieuw een structureel |
onderaanbod wordt vastgesteld, geldt vanaf het eerstvolgende | onderaanbod wordt vastgesteld, geldt vanaf het eerstvolgende |
kalenderjaar na de laatste meting de verplichting om een | kalenderjaar na de laatste meting de verplichting om een |
activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden in woongebied te | activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden in woongebied te |
hanteren. Deze verplichting geldt voor een termijn van drie | hanteren. Deze verplichting geldt voor een termijn van drie |
heffingsjaren ». | heffingsjaren ». |
B.5. De parlementaire voorbereiding van het decreet vermeldt : | B.5. De parlementaire voorbereiding van het decreet vermeldt : |
« 45. De bestaande figuur van de (facultatieve) gemeentelijke heffing | « 45. De bestaande figuur van de (facultatieve) gemeentelijke heffing |
op onbebouwde terreinen (artikel 143 DRO) heeft in de praktijk en | op onbebouwde terreinen (artikel 143 DRO) heeft in de praktijk en |
blijkens de literatuur ontegensprekelijk haar nut bewezen voor de | blijkens de literatuur ontegensprekelijk haar nut bewezen voor de |
activering van slapende gronden. | activering van slapende gronden. |
Deze heffing wordt daarom verfijnd en bijgesteld onder de vorm van een | Deze heffing wordt daarom verfijnd en bijgesteld onder de vorm van een |
' activeringsheffing '(artikel 3.2.5 e.v.). | ' activeringsheffing '(artikel 3.2.5 e.v.). |
46. De decretale regelen met betrekking tot die activeringsheffing, | 46. De decretale regelen met betrekking tot die activeringsheffing, |
vallen uiteen in twee groepen. | vallen uiteen in twee groepen. |
De eerste groep bestaat uit regelingen van suppletief recht. Zij zijn | De eerste groep bestaat uit regelingen van suppletief recht. Zij zijn |
opgenomen in afdeling 2. De gemeenten kunnen van deze regelen | opgenomen in afdeling 2. De gemeenten kunnen van deze regelen |
afwijken; zij kunnen ze ook aanvullen (door bvb. te voorzien in | afwijken; zij kunnen ze ook aanvullen (door bvb. te voorzien in |
bijkomende vrijstellingen). Eén en ander strookt met de vraag, vanuit | bijkomende vrijstellingen). Eén en ander strookt met de vraag, vanuit |
de VVSG, naar een volwaardige invulling van het | de VVSG, naar een volwaardige invulling van het |
subsidiariteitsbeginsel en met de bedenkingen van de Afdeling | subsidiariteitsbeginsel en met de bedenkingen van de Afdeling |
Wetgeving van de Raad van State, die oordeelt dat - ook indien de | Wetgeving van de Raad van State, die oordeelt dat - ook indien de |
decreetgever gemeenten ' machtigt ' om een heffing in te voeren - | decreetgever gemeenten ' machtigt ' om een heffing in te voeren - |
rekening moet worden gehouden met het feit dat de gewesten slechts via | rekening moet worden gehouden met het feit dat de gewesten slechts via |
een beroep op de impliciete bevoegdheden kunnen raken aan de | een beroep op de impliciete bevoegdheden kunnen raken aan de |
gemeentelijke belastingautonomie (p. 7). | gemeentelijke belastingautonomie (p. 7). |
De tweede groep bestaat uit dwingende regelingen. Behalve het evidente | De tweede groep bestaat uit dwingende regelingen. Behalve het evidente |
feit dat de heffing onder het proceduredecreet van 30 mei 2008 valt | feit dat de heffing onder het proceduredecreet van 30 mei 2008 valt |
(artikel 3.2.13), gaat het om : | (artikel 3.2.13), gaat het om : |
1° de bepaling van de minimale heffingsbedragen die nodig zijn om de | 1° de bepaling van de minimale heffingsbedragen die nodig zijn om de |
effectiviteit van de heffing te bewaken (artikel 3.2.5, § 1, tweede | effectiviteit van de heffing te bewaken (artikel 3.2.5, § 1, tweede |
lid); | lid); |
2° de verplichting om een heffing in te voeren wanneer het | 2° de verplichting om een heffing in te voeren wanneer het |
bouwpotentieel binnen de gemeente ' onder de maat blijft ' ten | bouwpotentieel binnen de gemeente ' onder de maat blijft ' ten |
opzichte van de woonbehoefte in de gemeente. Daaromtrent is in de | opzichte van de woonbehoefte in de gemeente. Daaromtrent is in de |
artikelen 3.2.14 en 3.2.15 een genuanceerde regeling uitgewerkt. De | artikelen 3.2.14 en 3.2.15 een genuanceerde regeling uitgewerkt. De |
eerste invoeringsdatum van een verplichte heffing (op kavels) is 1 | eerste invoeringsdatum van een verplichte heffing (op kavels) is 1 |
januari 2011 (verplichting voor 3 jaar); de heffing op bouwgronden kan | januari 2011 (verplichting voor 3 jaar); de heffing op bouwgronden kan |
in voorkomend geval verplicht worden opgelegd vanaf 1 januari 2014 | in voorkomend geval verplicht worden opgelegd vanaf 1 januari 2014 |
(verplichting voor 3 jaar). | (verplichting voor 3 jaar). |
Deze systematiek impliceert dat gemeenten die vandaag reeds over een | Deze systematiek impliceert dat gemeenten die vandaag reeds over een |
heffingsreglement beschikken, perfect de huidige systematiek kunnen | heffingsreglement beschikken, perfect de huidige systematiek kunnen |
aanhouden en geen aanpassingen moeten doorvoeren. Strikt gesproken | aanhouden en geen aanpassingen moeten doorvoeren. Strikt gesproken |
geldt vanaf de inwerkingtreding van dit ontwerp wél de voorwaarde dat | geldt vanaf de inwerkingtreding van dit ontwerp wél de voorwaarde dat |
de gemeentelijke regelingen de minimale heffingsbedragen van artikel | de gemeentelijke regelingen de minimale heffingsbedragen van artikel |
3.2.5, § 1, tweede lid, in acht moeten nemen. Zulks kan in de praktijk | 3.2.5, § 1, tweede lid, in acht moeten nemen. Zulks kan in de praktijk |
echter geen probleem vormen, nu de Omzendbrief BA-2004/3 van 14 juli | echter geen probleem vormen, nu de Omzendbrief BA-2004/3 van 14 juli |
2004 ' Gemeentefiscaliteit - Coördinatie van de onderrichtingen ' | 2004 ' Gemeentefiscaliteit - Coördinatie van de onderrichtingen ' |
reeds een minimale aanslag van 125 euro (per perceel of grond) | reeds een minimale aanslag van 125 euro (per perceel of grond) |
vooropstelt (zie ook nr. 5 van de juridische toelichting hieronder). | vooropstelt (zie ook nr. 5 van de juridische toelichting hieronder). |
47. De verplichtingen, opgenomen in de ' tweede groep ' (zie vorig | 47. De verplichtingen, opgenomen in de ' tweede groep ' (zie vorig |
randnr.), kunnen bevoegdheidstechnisch als volgt worden onderbouwd. | randnr.), kunnen bevoegdheidstechnisch als volgt worden onderbouwd. |
Juridische onderbouw voor een decretale en geclausuleerde verplichting | Juridische onderbouw voor een decretale en geclausuleerde verplichting |
tot het invoeren van een activeringsheffing | tot het invoeren van een activeringsheffing |
Basishypothese | Basishypothese |
- 1 - Traditioneel wordt de mogelijkheid in hoofde van de hogere | - 1 - Traditioneel wordt de mogelijkheid in hoofde van de hogere |
overheid om in te grijpen in de gemeentelijke fiscale autonomie | overheid om in te grijpen in de gemeentelijke fiscale autonomie |
verantwoord op basis van artikel 170, § 4, G.W., dat luidt als volgt : | verantwoord op basis van artikel 170, § 4, G.W., dat luidt als volgt : |
' § 4. Geen last of belasting kan door (...) de gemeente worden | ' § 4. Geen last of belasting kan door (...) de gemeente worden |
ingevoerd dan door een beslissing van (haar) raad. | ingevoerd dan door een beslissing van (haar) raad. |
De wet bepaalt ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde | De wet bepaalt ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde |
belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt '. | belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt '. |
Waar deze regeling stelt dat ' de wet ' de uitzonderingen bepaalt | Waar deze regeling stelt dat ' de wet ' de uitzonderingen bepaalt |
waarvan de noodzakelijkheid blijkt, stelt zich de vraag of hier de | waarvan de noodzakelijkheid blijkt, stelt zich de vraag of hier de |
federale wet dan wel het decreet (immers ook een wetskrachtige norm) | federale wet dan wel het decreet (immers ook een wetskrachtige norm) |
wordt bedoeld. | wordt bedoeld. |
- 2 - De adviespraktijk van de Raad van State, Afdeling Wetgeving, | - 2 - De adviespraktijk van de Raad van State, Afdeling Wetgeving, |
gaat alleszins uit van de idee dat effectief naar ' de federale wet ' | gaat alleszins uit van de idee dat effectief naar ' de federale wet ' |
wordt verwezen (zie inzonderheid de pgs. 7-8 van het advies bij | wordt verwezen (zie inzonderheid de pgs. 7-8 van het advies bij |
voorliggend ontwerpdecreet). | voorliggend ontwerpdecreet). |
De Raad oordeelt immers dat de libellering van voormelde bepaling bij | De Raad oordeelt immers dat de libellering van voormelde bepaling bij |
de grondwetswijziging van 29 juli 1980 zeker niet in een | de grondwetswijziging van 29 juli 1980 zeker niet in een |
bevoegdheidsneutrale context tot stand kwam; op die datum was de | bevoegdheidsneutrale context tot stand kwam; op die datum was de |
grondwetgever reeds overgegaan tot de oprichting van de gemeenschappen | grondwetgever reeds overgegaan tot de oprichting van de gemeenschappen |
en de gewesten en had hij aan de gemeenschappen (grondwetsherziening | en de gewesten en had hij aan de gemeenschappen (grondwetsherziening |
van 24 december 1970) en aan de gewesten (grondwetsherziening van 17 | van 24 december 1970) en aan de gewesten (grondwetsherziening van 17 |
juli 1980) reeds wetgevende bevoegdheid verleend. Bij de formulering | juli 1980) reeds wetgevende bevoegdheid verleend. Bij de formulering |
van artikel 170, § 4, tweede lid, G.W. kon met deze bevoegdheid van de | van artikel 170, § 4, tweede lid, G.W. kon met deze bevoegdheid van de |
deelstaten aldus perfect rekening worden gehouden, hetgeen evenwel | deelstaten aldus perfect rekening worden gehouden, hetgeen evenwel |
niet is gebeurd; het gebezigde wetsbegrip kan aldus slechts in strikt | niet is gebeurd; het gebezigde wetsbegrip kan aldus slechts in strikt |
formele zin (' de federale wetgever ') worden uitgelegd. | formele zin (' de federale wetgever ') worden uitgelegd. |
- 3 - Geredeneerd vanuit deze standaardvisie, kunnen de gewesten | - 3 - Geredeneerd vanuit deze standaardvisie, kunnen de gewesten |
(zoals boven reeds gesteld) slechts ingrijpen in de gemeentelijke | (zoals boven reeds gesteld) slechts ingrijpen in de gemeentelijke |
belastingautonomie via een beroep op de impliciete bevoegdheden, i.e. | belastingautonomie via een beroep op de impliciete bevoegdheden, i.e. |
de bevoegdheden die strikt genomen niet binnen de eigen competenties | de bevoegdheden die strikt genomen niet binnen de eigen competenties |
vallen, maar die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van een eigen | vallen, maar die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van een eigen |
bevoegdheid. Zoals geweten is het beroep op de impliciete bevoegdheden | bevoegdheid. Zoals geweten is het beroep op de impliciete bevoegdheden |
volgens het Grondwettelijk Hof slechts toelaatbaar onder de voorwaarde | volgens het Grondwettelijk Hof slechts toelaatbaar onder de voorwaarde |
dat de voorbehouden aangelegenheid zich tot een gedifferentieerde | dat de voorbehouden aangelegenheid zich tot een gedifferentieerde |
regeling leent, dat de weerslag op de betrokken federale | regeling leent, dat de weerslag op de betrokken federale |
aangelegenheid slechts marginaal is, en dat het beroep op de | aangelegenheid slechts marginaal is, en dat het beroep op de |
impliciete bevoegdheden noodzakelijk is. | impliciete bevoegdheden noodzakelijk is. |
Dergelijk beroep op de impliciete bevoegdheden is in casu zeker te | Dergelijk beroep op de impliciete bevoegdheden is in casu zeker te |
verantwoorden ter onderbouwing van a) de in het ontwerpdecreet | verantwoorden ter onderbouwing van a) de in het ontwerpdecreet |
opgenomen geclausuleerde verplichting tot het invoeren van een | opgenomen geclausuleerde verplichting tot het invoeren van een |
activeringsheffing en b) de decretaal vastgelegde minimumbedragen voor | activeringsheffing en b) de decretaal vastgelegde minimumbedragen voor |
de heffing. | de heffing. |
Noodzakelijkheid | Noodzakelijkheid |
- 4 - De figuur van de gemeentelijke heffing op onbebouwde terreinen | - 4 - De figuur van de gemeentelijke heffing op onbebouwde terreinen |
heeft blijkens de literatuur ontegensprekelijk haar nut bewezen. | heeft blijkens de literatuur ontegensprekelijk haar nut bewezen. |
- 5 - De belasting kan ' evenwel slechts haar doel bereiken, indien de | - 5 - De belasting kan ' evenwel slechts haar doel bereiken, indien de |
belasting voldoende hoog is '. De Vlaamse overheid heeft, als | belasting voldoende hoog is '. De Vlaamse overheid heeft, als |
toezichthoudend bestuur, in het verleden reeds geoordeeld dat om een | toezichthoudend bestuur, in het verleden reeds geoordeeld dat om een |
nuttig effect te bereiken een minimumtarief van 125 euro vereist is. | nuttig effect te bereiken een minimumtarief van 125 euro vereist is. |
Een vergelijkend onderzoek van West-Vlaamse belastingreglementen leert | Een vergelijkend onderzoek van West-Vlaamse belastingreglementen leert |
dat deze minimale aanslag effectief overal in acht wordt genomen. | dat deze minimale aanslag effectief overal in acht wordt genomen. |
Indien men dat basisbedrag extrapoleert naar een ' hedendaagse ' kavel | Indien men dat basisbedrag extrapoleert naar een ' hedendaagse ' kavel |
van 500 m2 met een normale straatbreedte van 10 meter, dan verkrijgt | van 500 m2 met een normale straatbreedte van 10 meter, dan verkrijgt |
men de overige in artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, vermelde minima, | men de overige in artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, vermelde minima, |
m.n. 0,25 euro per vierkante meter (indien men werkt met een heffing | m.n. 0,25 euro per vierkante meter (indien men werkt met een heffing |
op grond van oppervlaktenormen) c.q. 12,50 euro per strekkende meter | op grond van oppervlaktenormen) c.q. 12,50 euro per strekkende meter |
palende aan de openbare weg. | palende aan de openbare weg. |
Aangezien het bedrag van 125 euro (dat als basis dient voor de overige | Aangezien het bedrag van 125 euro (dat als basis dient voor de overige |
minima) reeds aangehouden wordt door de toezichthoudende overheid, en | minima) reeds aangehouden wordt door de toezichthoudende overheid, en |
gelet op het feit dat dat minimumbedrag in de beleidspraktijk goed | gelet op het feit dat dat minimumbedrag in de beleidspraktijk goed |
wordt opgevolgd en de nodige effecten sorteert, is het noodzakelijk om | wordt opgevolgd en de nodige effecten sorteert, is het noodzakelijk om |
erover te waken dat gemeenten die nieuw toetreden tot het stelsel van | erover te waken dat gemeenten die nieuw toetreden tot het stelsel van |
de activeringsheffing bij het vaststellen van de heffingsbedragen ten | de activeringsheffing bij het vaststellen van de heffingsbedragen ten |
minste de bestaande minimumnormering in rekening brengen. | minste de bestaande minimumnormering in rekening brengen. |
- 6 - Gelet op de effectiviteit van de betrokken heffing, kan de | - 6 - Gelet op de effectiviteit van de betrokken heffing, kan de |
Vlaamse overheid de eigen competenties op het vlak van het grond- en | Vlaamse overheid de eigen competenties op het vlak van het grond- en |
pandenbeleid daarenboven slechts waarmaken, wanneer zij de gevallen | pandenbeleid daarenboven slechts waarmaken, wanneer zij de gevallen |
kan omschrijven waarin het instrument van de activeringsheffing móet | kan omschrijven waarin het instrument van de activeringsheffing móet |
worden ingezet in functie van het terugdringen en tegengaan van | worden ingezet in functie van het terugdringen en tegengaan van |
grondenspeculatie en het verwezenlijken van gebiedsbestemmingen. | grondenspeculatie en het verwezenlijken van gebiedsbestemmingen. |
Vanuit de bevoegde centrale overheid dient immers in instrumenten te | Vanuit de bevoegde centrale overheid dient immers in instrumenten te |
worden voorzien om het ' stilzitten ' van lokale besturen te | worden voorzien om het ' stilzitten ' van lokale besturen te |
doorbreken, wanneer de beleidsmatige einddoelen, zoals opgenomen in | doorbreken, wanneer de beleidsmatige einddoelen, zoals opgenomen in |
het ontwerpdecreet en ondermeer uit te werken in het Grond- en | het ontwerpdecreet en ondermeer uit te werken in het Grond- en |
pandenbeleidsplan Vlaanderen, in het gedrang dreigen te komen. De | pandenbeleidsplan Vlaanderen, in het gedrang dreigen te komen. De |
ontwerpregeling vormt aldus een noodzakelijk instrument voor de | ontwerpregeling vormt aldus een noodzakelijk instrument voor de |
operationalisering van de Vlaamse bevoegdheden op het vlak van het | operationalisering van de Vlaamse bevoegdheden op het vlak van het |
grond- en pandenbeleid, zoals bevestigd in artikel 6, § 1, I, 6°, | grond- en pandenbeleid, zoals bevestigd in artikel 6, § 1, I, 6°, |
B.W.H.I. | B.W.H.I. |
Marginale weerslag | Marginale weerslag |
- 7 - Het feit dat de volledige ontwerpregeling inzake de | - 7 - Het feit dat de volledige ontwerpregeling inzake de |
activeringsheffing slechts een marginale weerslag heeft, kan op | activeringsheffing slechts een marginale weerslag heeft, kan op |
eenvoudige wijze worden afgeleid uit de vaststelling dat de | eenvoudige wijze worden afgeleid uit de vaststelling dat de |
activeringsheffing nauw aansluit bij hetgeen reeds in artikel 70bis | activeringsheffing nauw aansluit bij hetgeen reeds in artikel 70bis |
Stedenbouwwet geregeld was; één en ander leunt aldus sowieso dicht aan | Stedenbouwwet geregeld was; één en ander leunt aldus sowieso dicht aan |
bij artikel 282 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening c.q. | bij artikel 282 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening c.q. |
artikel 160 CWATUP. | artikel 160 CWATUP. |
Gedifferentieerde regeling mogelijk | Gedifferentieerde regeling mogelijk |
- 8 - Het concept ' activeringsheffing ' leent zich ten slotte tot een | - 8 - Het concept ' activeringsheffing ' leent zich ten slotte tot een |
gedifferentieerde regeling, omwille van de duidelijke | gedifferentieerde regeling, omwille van de duidelijke |
lokaliseerbaarheid van het voorwerp van de heffing binnen het Vlaamse | lokaliseerbaarheid van het voorwerp van de heffing binnen het Vlaamse |
Gewest. De regeling van het ontwerpdecreet heeft daarenboven een | Gewest. De regeling van het ontwerpdecreet heeft daarenboven een |
beperkte draagwijdte binnen het geheel der fiscale regelingen en | beperkte draagwijdte binnen het geheel der fiscale regelingen en |
betreft het specifiek ' gewestelijke ' terrein van de ruimtelijke | betreft het specifiek ' gewestelijke ' terrein van de ruimtelijke |
ordening en het grond- en pandenbeleid; aldus wordt niet of nauwelijks | ordening en het grond- en pandenbeleid; aldus wordt niet of nauwelijks |
geraakt aan de principiële en generieke federale bevoegdheid ten | geraakt aan de principiële en generieke federale bevoegdheid ten |
aanzien van het bepalen van de uitzonderingen op de gemeentelijke | aanzien van het bepalen van de uitzonderingen op de gemeentelijke |
belastingbevoegdheid. | belastingbevoegdheid. |
Middels een beroep op de impliciete bevoegdheden kunnen de voorgenomen | Middels een beroep op de impliciete bevoegdheden kunnen de voorgenomen |
geclausuleerde verplichting op het vlak van de invoering van de | geclausuleerde verplichting op het vlak van de invoering van de |
activeringsheffing, en de decretale vastlegging van minimumbedragen | activeringsheffing, en de decretale vastlegging van minimumbedragen |
voor de heffing, aldus zeer zeker - binnen de vigerende | voor de heffing, aldus zeer zeker - binnen de vigerende |
interpretatieschema's - worden onderbouwd » (Parl. St., Vlaams | interpretatieschema's - worden onderbouwd » (Parl. St., Vlaams |
Parlement 2008-2009, nr. 2012/1, pp. 20-22). | Parlement 2008-2009, nr. 2012/1, pp. 20-22). |
B.6. De machtiging in artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, van het in het | B.6. De machtiging in artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, van het in het |
geding zijnde decreet bevat geen verplichting om een gemeentelijke | geding zijnde decreet bevat geen verplichting om een gemeentelijke |
heffing ter activering van onbebouwde bouwgronden in woongebied in te | heffing ter activering van onbebouwde bouwgronden in woongebied in te |
voeren, behoudens indien een gemeente zich bevindt in de situatie | voeren, behoudens indien een gemeente zich bevindt in de situatie |
vermeld in artikel 3.2.15 van het decreet. | vermeld in artikel 3.2.15 van het decreet. |
Aan de gemeentelijke fiscale autonomie wordt daarentegen wel geraakt | Aan de gemeentelijke fiscale autonomie wordt daarentegen wel geraakt |
door de decretale regeling in zoverre zij minimale regelen wat betreft | door de decretale regeling in zoverre zij minimale regelen wat betreft |
het bedrag van de door de gemeenten daadwerkelijk geïnde | het bedrag van de door de gemeenten daadwerkelijk geïnde |
activeringsheffingen oplegt. De decreetgever dient, op dat punt, zijn | activeringsheffingen oplegt. De decreetgever dient, op dat punt, zijn |
optreden te rechtvaardigen door een beroep te doen op de impliciete | optreden te rechtvaardigen door een beroep te doen op de impliciete |
bevoegdheden waarvan de noodzakelijkheid moet worden aangetoond voor | bevoegdheden waarvan de noodzakelijkheid moet worden aangetoond voor |
de uitoefening van eigen gewestelijke bevoegdheden. | de uitoefening van eigen gewestelijke bevoegdheden. |
B.7.1. Zoals blijkt uit de in B.5 geciteerde parlementaire | B.7.1. Zoals blijkt uit de in B.5 geciteerde parlementaire |
voorbereiding, heeft de decreetgever geoordeeld dat de in het geding | voorbereiding, heeft de decreetgever geoordeeld dat de in het geding |
zijnde regelgeving een noodzakelijk instrument vormde voor de | zijnde regelgeving een noodzakelijk instrument vormde voor de |
tenuitvoerlegging van de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest op het | tenuitvoerlegging van de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest op het |
vlak van het grond- en pandenbeleid, neergelegd in artikel 6, § 1, I, | vlak van het grond- en pandenbeleid, neergelegd in artikel 6, § 1, I, |
6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen. | instellingen. |
Dat artikel kent immers aan de gewesten de bevoegdheid toe inzake | Dat artikel kent immers aan de gewesten de bevoegdheid toe inzake |
grond- en pandenbeleid, met inbegrip van de regeling van de | grond- en pandenbeleid, met inbegrip van de regeling van de |
vastgoedmarkt om te vermijden dat het aanbod inkrimpt en dat prijzen | vastgoedmarkt om te vermijden dat het aanbod inkrimpt en dat prijzen |
stijgen ingevolge speculatie (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 461/20, | stijgen ingevolge speculatie (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 461/20, |
p. 6). | p. 6). |
In het kader van een regelgeving die tot doel heeft de coherentie en | In het kader van een regelgeving die tot doel heeft de coherentie en |
de doeltreffendheid te waarborgen van de strijd tegen grondspeculatie | de doeltreffendheid te waarborgen van de strijd tegen grondspeculatie |
en potentiële woonsites vrij te maken door het activeren van « | en potentiële woonsites vrij te maken door het activeren van « |
slapende » gronden, kon de decreetgever het noodzakelijk achten | slapende » gronden, kon de decreetgever het noodzakelijk achten |
minimumbedragen vast te stellen voor de door de gemeenten geïnde | minimumbedragen vast te stellen voor de door de gemeenten geïnde |
activeringsheffingen, aangezien de praktijk had aangetoond dat zulke | activeringsheffingen, aangezien de praktijk had aangetoond dat zulke |
bedragen een daadwerkelijke inachtneming van het met die belasting | bedragen een daadwerkelijke inachtneming van het met die belasting |
beoogde doel door de belastingplichtigen en, bijgevolg, de | beoogde doel door de belastingplichtigen en, bijgevolg, de |
doeltreffendheid van de maatregel konden waarborgen. | doeltreffendheid van de maatregel konden waarborgen. |
B.7.2. Aldus blijkt dat de door de in het geding zijnde bepaling | B.7.2. Aldus blijkt dat de door de in het geding zijnde bepaling |
ingevoerde decretale regeling noodzakelijk is voor de uitoefening van | ingevoerde decretale regeling noodzakelijk is voor de uitoefening van |
de bevoegdheid inzake grond- en pandenbeleid, die is bepaald in | de bevoegdheid inzake grond- en pandenbeleid, die is bepaald in |
artikel 6, § 1, I, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | artikel 6, § 1, I, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen. | hervorming der instellingen. |
Uit de in B.5 geciteerde parlementaire voorbereiding blijkt overigens | Uit de in B.5 geciteerde parlementaire voorbereiding blijkt overigens |
dat de aangelegenheid zich tot een gedifferentieerde regeling leent en | dat de aangelegenheid zich tot een gedifferentieerde regeling leent en |
dat de weerslag van de in het geding zijnde bepaling op de aan de | dat de weerslag van de in het geding zijnde bepaling op de aan de |
federale wetgever voorbehouden bevoegdheid marginaal is. | federale wetgever voorbehouden bevoegdheid marginaal is. |
B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest | Artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest |
van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid schendt | van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid schendt |
artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming | artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming |
der instellingen niet. | der instellingen niet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 11 mei 2017. | op 11 mei 2017. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
P.-Y. Dutilleux E. De Groot | P.-Y. Dutilleux E. De Groot |