Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017
Rolnummer 6337 Rolnummer 6337
In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en
30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, van de wet van begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, van de wet van
20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gesteld door 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gesteld door
de Vrederechter van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel de Vrederechter van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel
Sint-Pieters-Leeuw. Sint-Pieters-Leeuw.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, voorzitterschap van voorzitter E. De Groot,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 14 januari 2016 in zake de stad Brussel tegen de Bij vonnis van 14 januari 2016 in zake de stad Brussel tegen de
gemeente Sint-Pieters-Leeuw en in zake de gemeente Sint-Pieters-Leeuw gemeente Sint-Pieters-Leeuw en in zake de gemeente Sint-Pieters-Leeuw
tegen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, tegen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest,
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18
januari 2016, heeft de Vrederechter van het kanton januari 2016, heeft de Vrederechter van het kanton
Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel Sint-Pieters-Leeuw, de volgende Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel Sint-Pieters-Leeuw, de volgende
prejudiciële vraag gesteld : prejudiciële vraag gesteld :
« Schenden de artikelen 21, § 1 en 30 van het decreet van 16 januari « Schenden de artikelen 21, § 1 en 30 van het decreet van 16 januari
2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (B.S. 10 februari 2004) 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (B.S. 10 februari 2004)
en/of artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op de en/of artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op de
begraafplaatsen en lijkbezorging (B.S. 3 augustus 1971) zoals begraafplaatsen en lijkbezorging (B.S. 3 augustus 1971) zoals
vervangen bij wet van 20 september 1998 (B.S. 28 oktober 1998) de vervangen bij wet van 20 september 1998 (B.S. 28 oktober 1998) de
regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het
bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de
gemeenschappen en de gewesten en het evenredigheidsbeginsel, of de gemeenschappen en de gewesten en het evenredigheidsbeginsel, of de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat
gemeenten uit een gewest de honoraria van de aangestelde geneesheer gemeenten uit een gewest de honoraria van de aangestelde geneesheer
niet terugbetaald krijgen wanneer deze het overlijden op hun niet terugbetaald krijgen wanneer deze het overlijden op hun
grondgebied vaststelt van een persoon die in een ander gewest is grondgebied vaststelt van een persoon die in een ander gewest is
gedomicilieerd ? ». gedomicilieerd ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op, enerzijds, de B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op, enerzijds, de
overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels en het overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels en het
evenredigheidsbeginsel en, anderzijds, de bestaanbaarheid met de evenredigheidsbeginsel en, anderzijds, de bestaanbaarheid met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 21, § 1, en 30 artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 21, § 1, en 30
van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : het decreet van 16 begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : het decreet van 16
januari 2004) en van artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op januari 2004) en van artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op
de begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : de wet van 20 juli de begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : de wet van 20 juli
1971), wanneer de in het geding zijnde bepalingen in die zin worden 1971), wanneer de in het geding zijnde bepalingen in die zin worden
geïnterpreteerd « dat gemeenten uit een gewest de honoraria van de geïnterpreteerd « dat gemeenten uit een gewest de honoraria van de
aangestelde geneesheer niet terugbetaald krijgen wanneer deze het aangestelde geneesheer niet terugbetaald krijgen wanneer deze het
overlijden op hun grondgebied vaststelt van een persoon die in een overlijden op hun grondgebied vaststelt van een persoon die in een
ander gewest is gedomicilieerd ». ander gewest is gedomicilieerd ».
B.2.1. Artikel 21, § 1, van het decreet van 16 januari 2004 bepaalt : B.2.1. Artikel 21, § 1, van het decreet van 16 januari 2004 bepaalt :
« Bij de aanvraag tot toestemming moet een attest worden gevoegd « Bij de aanvraag tot toestemming moet een attest worden gevoegd
waarin de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden waarin de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden
heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen
oorzaak. oorzaak.
Als de aanvraag het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Als de aanvraag het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse
Gewest overleden persoon betreft, en de in het bovenstaande lid Gewest overleden persoon betreft, en de in het bovenstaande lid
bedoelde geneesheer heeft bevestigd dat het om een natuurlijk bedoelde geneesheer heeft bevestigd dat het om een natuurlijk
overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van
een beëdigd geneesheer uit eigen gemeente of een andere gemeente van een beëdigd geneesheer uit eigen gemeente of een andere gemeente van
het Vlaamse Gewest, die door de ambtenaar van de burgerlijke stand is het Vlaamse Gewest, die door de ambtenaar van de burgerlijke stand is
aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt
vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of
gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.
Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar
van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van
het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de
overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of
wachtregister is ingeschreven ». wachtregister is ingeschreven ».
Artikel 30 van hetzelfde decreet bepaalt : Artikel 30 van hetzelfde decreet bepaalt :
« De wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging « De wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging
wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 15bis, § 2, tweede wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 15bis, § 2, tweede
lid, 23bis en 32 ». lid, 23bis en 32 ».
B.2.2.1. Artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971, vervangen bij B.2.2.1. Artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971, vervangen bij
artikel 22 van de wet van 20 september 1998, bepaalt : artikel 22 van de wet van 20 september 1998, bepaalt :
« Bij de aanvraag om verlof moet een attest worden gevoegd waarin de « Bij de aanvraag om verlof moet een attest worden gevoegd waarin de
behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft
vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen
oorzaak. oorzaak.
Geldt de aanvraag het lijk van een in België overleden persoon, en Geldt de aanvraag het lijk van een in België overleden persoon, en
heeft de in het bovenstaand lid bedoelde geneesheer bevestigd dat het heeft de in het bovenstaand lid bedoelde geneesheer bevestigd dat het
een natuurlijk overlijden betreft, dan moet bovendien het verslag een natuurlijk overlijden betreft, dan moet bovendien het verslag
worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer door de ambtenaar van de worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer door de ambtenaar van de
burgerlijke stand aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan, in welk burgerlijke stand aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan, in welk
verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen
oorzaak. oorzaak.
Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar
van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van
het gemeentebestuur van de woonplaats van de overledene ». het gemeentebestuur van de woonplaats van de overledene ».
B.2.2.2. Zowel de voormelde decreetsbepaling als de voormelde B.2.2.2. Zowel de voormelde decreetsbepaling als de voormelde
wetsbepaling betreffen de bijzondere procedure voor een aanvraag tot wetsbepaling betreffen de bijzondere procedure voor een aanvraag tot
crematie. Zij stellen de aanvraag tot crematie afhankelijk van een crematie. Zij stellen de aanvraag tot crematie afhankelijk van een
toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij
die aanvraag moet een attest worden gevoegd waarin de behandelende die aanvraag moet een attest worden gevoegd waarin de behandelende
geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld,
vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke,
gewelddadige of verdachte oorzaak. Als de geneesheer heeft bevestigd gewelddadige of verdachte oorzaak. Als de geneesheer heeft bevestigd
dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien een dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien een
verslag worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer die door de verslag worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer die door de
ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld om de doodsoorzaken ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld om de doodsoorzaken
na te gaan, waarin wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan na te gaan, waarin wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan
een natuurlijke, gewelddadige, verdachte of niet vast te stellen een natuurlijke, gewelddadige, verdachte of niet vast te stellen
oorzaak. Het beroep op die beëdigde geneesheer behoort tot de oorzaak. Het beroep op die beëdigde geneesheer behoort tot de
exclusieve verantwoordelijkheid van de ambtenaar van de burgerlijke exclusieve verantwoordelijkheid van de ambtenaar van de burgerlijke
stand. stand.
B.2.2.3. De precisering met betrekking tot het betalen van de erelonen B.2.2.3. De precisering met betrekking tot het betalen van de erelonen
van de beëdigde geneesheren, in de wet van 20 juli 1971 ingevoerd bij van de beëdigde geneesheren, in de wet van 20 juli 1971 ingevoerd bij
de voormelde wetswijziging, had tot doel te verhinderen dat gemeenten, de voormelde wetswijziging, had tot doel te verhinderen dat gemeenten,
via een aangenomen retributiereglement, de erelonen en de daaraan via een aangenomen retributiereglement, de erelonen en de daaraan
verbonden kosten zouden verhalen op de erfgenamen of legatarissen van verbonden kosten zouden verhalen op de erfgenamen of legatarissen van
de overledene. De parlementaire voorbereiding vermeldt dienaangaande : de overledene. De parlementaire voorbereiding vermeldt dienaangaande :
« Volgens de vaste rechtspraak van het Ministerie van Binnenlandse « Volgens de vaste rechtspraak van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken is het verboden deze kosten te verhalen. Zaken is het verboden deze kosten te verhalen.
Door expliciet te stellen dat de kosten van de honoraria ten laste van Door expliciet te stellen dat de kosten van de honoraria ten laste van
het gemeentebestuur vallen wordt vermeden dat sommige besturen hun het gemeentebestuur vallen wordt vermeden dat sommige besturen hun
toevlucht zouden nemen tot een zegelrecht op de afgifte van toevlucht zouden nemen tot een zegelrecht op de afgifte van
administratieve stukken » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nr. 1086/2, administratieve stukken » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nr. 1086/2,
amendement nr. 1, p. 1). amendement nr. 1, p. 1).
B.3.1. Het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 neemt de B.3.1. Het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 neemt de
basisbeginselen vervat in de wet van 20 juli 1971, waaronder de in basisbeginselen vervat in de wet van 20 juli 1971, waaronder de in
B.2.2.2 in herinnering gebrachte vereisten, over. B.2.2.2 in herinnering gebrachte vereisten, over.
Het in het geding zijnde artikel 21, § 1, van het decreet van 16 Het in het geding zijnde artikel 21, § 1, van het decreet van 16
januari 2004 bepaalt dat het ereloon en alle daaraan verbonden kosten januari 2004 bepaalt dat het ereloon en alle daaraan verbonden kosten
van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde
geneesheer, die de oorzaken van het overlijden van een persoon in het geneesheer, die de oorzaken van het overlijden van een persoon in het
Vlaamse Gewest heeft nagegaan, ten laste vallen van het Vlaamse Gewest heeft nagegaan, ten laste vallen van het
gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de
overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of
wachtregister is ingeschreven. Artikel 22, § 2, van de wet van 20 juli wachtregister is ingeschreven. Artikel 22, § 2, van de wet van 20 juli
1971, dat van toepassing is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 1971, dat van toepassing is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest,
bevat een soortgelijke bepaling, onder voorbehoud dat het een in bevat een soortgelijke bepaling, onder voorbehoud dat het een in
België overleden persoon beoogt. België overleden persoon beoogt.
Het in het geding zijnde artikel 30 van het decreet van 16 januari Het in het geding zijnde artikel 30 van het decreet van 16 januari
2004 heft evenwel de wet van 20 juli 1971 op, voor wat het Vlaamse 2004 heft evenwel de wet van 20 juli 1971 op, voor wat het Vlaamse
Gewest betreft, met uitzondering van de artikelen 15bis, § 2, tweede Gewest betreft, met uitzondering van de artikelen 15bis, § 2, tweede
lid, 23bis en 32. lid, 23bis en 32.
B.3.2. De verwijzende rechter is in essentie van oordeel dat noch B.3.2. De verwijzende rechter is in essentie van oordeel dat noch
artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 januari 2004, noch artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 januari 2004, noch
artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 erin voorziet artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 erin voorziet
dat een gemeente van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het ereloon dat een gemeente van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het ereloon
en de onkosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand en de onkosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand
aangestelde geneesheer van een gemeentebestuur van een gemeente van aangestelde geneesheer van een gemeentebestuur van een gemeente van
het Vlaamse Gewest kan terugvorderen, aangezien het in de hem het Vlaamse Gewest kan terugvorderen, aangezien het in de hem
voorgelegde gevallen om overlijdens van personen gaat in een ander voorgelegde gevallen om overlijdens van personen gaat in een ander
gewest dan waar zij zijn gedomicilieerd. gewest dan waar zij zijn gedomicilieerd.
B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende
overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de
gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd
voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan
de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke
taken. taken.
De voormelde bevoegdheid strekt zich niet uit tot de regels inzake het De voormelde bevoegdheid strekt zich niet uit tot de regels inzake het
opmaken van de akte van overlijden, aangezien de regels inzake de opmaken van de akte van overlijden, aangezien de regels inzake de
burgerlijke stand tot de bevoegdheid van de federale overheid zijn burgerlijke stand tot de bevoegdheid van de federale overheid zijn
blijven behoren. Zij heeft daarentegen betrekking op de bestuurlijke blijven behoren. Zij heeft daarentegen betrekking op de bestuurlijke
voorschriften die bij een teraardebestelling of crematie in acht voorschriften die bij een teraardebestelling of crematie in acht
moeten worden genomen. Het komt derhalve de gewesten toe de moeten worden genomen. Het komt derhalve de gewesten toe de
toestemming tot crematie te regelen. Op grond van de decreten van 27 toestemming tot crematie te regelen. Op grond van de decreten van 27
mei 2004 en 1 juni 2004 betreffende de uitoefening door de Duitstalige mei 2004 en 1 juni 2004 betreffende de uitoefening door de Duitstalige
Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de
ondergeschikte besturen beschikt de Duitstalige Gemeenschap over ondergeschikte besturen beschikt de Duitstalige Gemeenschap over
dezelfde bevoegdheid wat haar grondgebied betreft. dezelfde bevoegdheid wat haar grondgebied betreft.
B.4.2. De artikelen 5, 39 en 134 van de Grondwet, in samenhang gelezen B.4.2. De artikelen 5, 39 en 134 van de Grondwet, in samenhang gelezen
met de artikelen 2 en 19, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus met de artikelen 2 en 19, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen en met de artikelen 2, § 1, en 7 1980 tot hervorming der instellingen en met de artikelen 2, § 1, en 7
van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de
Brusselse instellingen, hebben een exclusieve territoriale Brusselse instellingen, hebben een exclusieve territoriale
bevoegdheidsverdeling tot stand gebracht. Een zodanig stelsel bevoegdheidsverdeling tot stand gebracht. Een zodanig stelsel
veronderstelt dat het onderwerp van iedere regeling die een veronderstelt dat het onderwerp van iedere regeling die een
gewestwetgever uitvaardigt, moet kunnen worden gelokaliseerd binnen gewestwetgever uitvaardigt, moet kunnen worden gelokaliseerd binnen
het gebied waarvoor hij bevoegd is, zodat iedere concrete verhouding het gebied waarvoor hij bevoegd is, zodat iedere concrete verhouding
of situatie slechts door één enkele wetgever wordt geregeld. of situatie slechts door één enkele wetgever wordt geregeld.
B.4.3. Wat de in het geding zijnde regeling betreft, vormt de plaats B.4.3. Wat de in het geding zijnde regeling betreft, vormt de plaats
van de crematie het territoriale aanknopingspunt. Wanneer de crematie van de crematie het territoriale aanknopingspunt. Wanneer de crematie
op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvindt, komt het de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvindt, komt het de
Vlaamse gewestwetgever toe de toestemming tot die crematie te regelen. Vlaamse gewestwetgever toe de toestemming tot die crematie te regelen.
Tot die regeling behoort met name het aanwijzen van de ambtenaar die Tot die regeling behoort met name het aanwijzen van de ambtenaar die
bevoegd is om de aanvraag tot toestemming te beoordelen en de bevoegd is om de aanvraag tot toestemming te beoordelen en de
toestemming te verlenen. De gewestwetgever vermag, zoals te dezen, de toestemming te verlenen. De gewestwetgever vermag, zoals te dezen, de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden
werd vastgesteld aan te wijzen als bevoegd ambtenaar, indien het werd vastgesteld aan te wijzen als bevoegd ambtenaar, indien het
overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad. Tot de regeling overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad. Tot de regeling
van de toestemming tot crematie behoort eveneens het bepalen van de van de toestemming tot crematie behoort eveneens het bepalen van de
wijze waarop de kosten en erelonen van de door de ambtenaar wijze waarop de kosten en erelonen van de door de ambtenaar
aangestelde geneesheer worden aangerekend. aangestelde geneesheer worden aangerekend.
Wanneer de gewestwetgever voor overlijdens die buiten het gewest Wanneer de gewestwetgever voor overlijdens die buiten het gewest
hebben plaatsgehad, zoals te dezen, in een eenvoudige gelijkstelling hebben plaatsgehad, zoals te dezen, in een eenvoudige gelijkstelling
voorziet van de toestemming tot crematie die door de bevoegde voorziet van de toestemming tot crematie die door de bevoegde
ambtenaar van een ander gewest is verleend, zou hij niet, zonder het ambtenaar van een ander gewest is verleend, zou hij niet, zonder het
evenredigheidsbeginsel te schenden dat inherent is aan elke evenredigheidsbeginsel te schenden dat inherent is aan elke
bevoegdheidsuitoefening, de regeling van de kosten en erelonen van de bevoegdheidsuitoefening, de regeling van de kosten en erelonen van de
door die ambtenaar aangestelde geneesheer op een andere wijze kunnen door die ambtenaar aangestelde geneesheer op een andere wijze kunnen
aanrekenen dan het geval is wanneer het overlijden in het Vlaamse aanrekenen dan het geval is wanneer het overlijden in het Vlaamse
Gewest heeft plaatsgehad. Gewest heeft plaatsgehad.
B.4.4. Daaruit volgt dat in de door de verwijzende rechter aangenomen B.4.4. Daaruit volgt dat in de door de verwijzende rechter aangenomen
interpretatie van artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 interpretatie van artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16
januari 2004 volgens welke het voor een gemeentebestuur van een ander januari 2004 volgens welke het voor een gemeentebestuur van een ander
gewest onmogelijk is de door dat bestuur gedragen erelonen en kosten gewest onmogelijk is de door dat bestuur gedragen erelonen en kosten
voor een aanvraag tot toestemming voor crematie van een persoon die voor een aanvraag tot toestemming voor crematie van een persoon die
overleden is in dat gewest, te verhalen op een gemeente van het overleden is in dat gewest, te verhalen op een gemeente van het
Vlaamse Gewest, het Vlaamse Gewest het andere gewest overdreven Vlaamse Gewest, het Vlaamse Gewest het andere gewest overdreven
moeilijk maakt zijn beleid op het vlak van de begraafplaatsen en de moeilijk maakt zijn beleid op het vlak van de begraafplaatsen en de
lijkbezorging doelmatig te voeren. lijkbezorging doelmatig te voeren.
Hetzelfde geldt voor artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 Hetzelfde geldt voor artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20
juli 1971 zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke juli 1971 zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke
Gewest. Gewest.
B.5. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te B.5. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te
worden beantwoord. worden beantwoord.
B.6. Evenwel belet niets de artikelen 22, § 1, derde lid, van de wet B.6. Evenwel belet niets de artikelen 22, § 1, derde lid, van de wet
van 20 juli 1971, zoals van toepassing in het Brusselse van 20 juli 1971, zoals van toepassing in het Brusselse
Hoofdstedelijke Gewest, en 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 Hoofdstedelijke Gewest, en 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16
januari 2004 zo te interpreteren dat in geval van een overlijden van januari 2004 zo te interpreteren dat in geval van een overlijden van
een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is, het een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is, het
gemeentebestuur van de gemeente waar de overledene in het gemeentebestuur van de gemeente waar de overledene in het
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is
ingeschreven, het ereloon en de kosten van de aangestelde geneesheer ingeschreven, het ereloon en de kosten van de aangestelde geneesheer
aan de gemeente waar de persoon is overleden, dient te betalen. aan de gemeente waar de persoon is overleden, dient te betalen.
In die interpretatie zijn de in het geding zijnde bepalingen in In die interpretatie zijn de in het geding zijnde bepalingen in
overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels. overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels.
Bovendien bestaat in die interpretatie het in de prejudiciële vraag Bovendien bestaat in die interpretatie het in de prejudiciële vraag
opgeworpen verschil in behandeling niet, zodat de in het geding zijnde opgeworpen verschil in behandeling niet, zodat de in het geding zijnde
bepalingen niet onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de bepalingen niet onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet. Grondwet.
B.7. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag ontkennend te B.7. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag ontkennend te
worden beantwoord. worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon - In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon
in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de
kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde
beëdigde geneesheer niet ten laste vallen van het gemeentebestuur van beëdigde geneesheer niet ten laste vallen van het gemeentebestuur van
de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is
ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van
het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de
lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli
1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing
in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de regels die door of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de regels die door of
krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de
onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de
gewesten. gewesten.
- In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon - In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon
in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de
kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde
beëdigde geneesheer ook ten laste vallen van het gemeentebestuur van beëdigde geneesheer ook ten laste vallen van het gemeentebestuur van
de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is
ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, en 30 van het ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, en 30 van het
decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van
de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging,
zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, noch de zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, noch de
regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het
bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de
gemeenschappen en de gewesten, noch de artikelen 10 en 11 van de gemeenschappen en de gewesten, noch de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet. Grondwet.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 9 februari 2017. op 9 februari 2017.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
E. De Groot E. De Groot
^