← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest
van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E.
De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) | Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 Rolnummer 6337 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezor Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 | Uittreksel uit arrest nr. 14/2017 van 9 februari 2017 |
Rolnummer 6337 | Rolnummer 6337 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en | In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 21, § 1, en |
30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de | 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de |
begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, van de wet van | begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, van de wet van |
20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gesteld door | 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gesteld door |
de Vrederechter van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel | de Vrederechter van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel |
Sint-Pieters-Leeuw. | Sint-Pieters-Leeuw. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de | samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de |
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. | Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. |
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder | Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder |
voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, | voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 14 januari 2016 in zake de stad Brussel tegen de | Bij vonnis van 14 januari 2016 in zake de stad Brussel tegen de |
gemeente Sint-Pieters-Leeuw en in zake de gemeente Sint-Pieters-Leeuw | gemeente Sint-Pieters-Leeuw en in zake de gemeente Sint-Pieters-Leeuw |
tegen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, | tegen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 |
januari 2016, heeft de Vrederechter van het kanton | januari 2016, heeft de Vrederechter van het kanton |
Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel Sint-Pieters-Leeuw, de volgende | Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel Sint-Pieters-Leeuw, de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden de artikelen 21, § 1 en 30 van het decreet van 16 januari | « Schenden de artikelen 21, § 1 en 30 van het decreet van 16 januari |
2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (B.S. 10 februari 2004) | 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (B.S. 10 februari 2004) |
en/of artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op de | en/of artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op de |
begraafplaatsen en lijkbezorging (B.S. 3 augustus 1971) zoals | begraafplaatsen en lijkbezorging (B.S. 3 augustus 1971) zoals |
vervangen bij wet van 20 september 1998 (B.S. 28 oktober 1998) de | vervangen bij wet van 20 september 1998 (B.S. 28 oktober 1998) de |
regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het | regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het |
bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de | bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de |
gemeenschappen en de gewesten en het evenredigheidsbeginsel, of de | gemeenschappen en de gewesten en het evenredigheidsbeginsel, of de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat |
gemeenten uit een gewest de honoraria van de aangestelde geneesheer | gemeenten uit een gewest de honoraria van de aangestelde geneesheer |
niet terugbetaald krijgen wanneer deze het overlijden op hun | niet terugbetaald krijgen wanneer deze het overlijden op hun |
grondgebied vaststelt van een persoon die in een ander gewest is | grondgebied vaststelt van een persoon die in een ander gewest is |
gedomicilieerd ? ». | gedomicilieerd ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op, enerzijds, de | B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op, enerzijds, de |
overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels en het | overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels en het |
evenredigheidsbeginsel en, anderzijds, de bestaanbaarheid met de | evenredigheidsbeginsel en, anderzijds, de bestaanbaarheid met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 21, § 1, en 30 | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 21, § 1, en 30 |
van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de | van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de |
begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : het decreet van 16 | begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : het decreet van 16 |
januari 2004) en van artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op | januari 2004) en van artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971 op |
de begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : de wet van 20 juli | de begraafplaatsen en de lijkbezorging (hierna : de wet van 20 juli |
1971), wanneer de in het geding zijnde bepalingen in die zin worden | 1971), wanneer de in het geding zijnde bepalingen in die zin worden |
geïnterpreteerd « dat gemeenten uit een gewest de honoraria van de | geïnterpreteerd « dat gemeenten uit een gewest de honoraria van de |
aangestelde geneesheer niet terugbetaald krijgen wanneer deze het | aangestelde geneesheer niet terugbetaald krijgen wanneer deze het |
overlijden op hun grondgebied vaststelt van een persoon die in een | overlijden op hun grondgebied vaststelt van een persoon die in een |
ander gewest is gedomicilieerd ». | ander gewest is gedomicilieerd ». |
B.2.1. Artikel 21, § 1, van het decreet van 16 januari 2004 bepaalt : | B.2.1. Artikel 21, § 1, van het decreet van 16 januari 2004 bepaalt : |
« Bij de aanvraag tot toestemming moet een attest worden gevoegd | « Bij de aanvraag tot toestemming moet een attest worden gevoegd |
waarin de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden | waarin de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden |
heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een | heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een |
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen | natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen |
oorzaak. | oorzaak. |
Als de aanvraag het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse | Als de aanvraag het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse |
Gewest overleden persoon betreft, en de in het bovenstaande lid | Gewest overleden persoon betreft, en de in het bovenstaande lid |
bedoelde geneesheer heeft bevestigd dat het om een natuurlijk | bedoelde geneesheer heeft bevestigd dat het om een natuurlijk |
overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van | overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van |
een beëdigd geneesheer uit eigen gemeente of een andere gemeente van | een beëdigd geneesheer uit eigen gemeente of een andere gemeente van |
het Vlaamse Gewest, die door de ambtenaar van de burgerlijke stand is | het Vlaamse Gewest, die door de ambtenaar van de burgerlijke stand is |
aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt | aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt |
vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of | vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of |
gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. | gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. |
Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar | Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar |
van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van | van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van |
het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de | het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de |
overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of | overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of |
wachtregister is ingeschreven ». | wachtregister is ingeschreven ». |
Artikel 30 van hetzelfde decreet bepaalt : | Artikel 30 van hetzelfde decreet bepaalt : |
« De wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging | « De wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging |
wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 15bis, § 2, tweede | wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 15bis, § 2, tweede |
lid, 23bis en 32 ». | lid, 23bis en 32 ». |
B.2.2.1. Artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971, vervangen bij | B.2.2.1. Artikel 22, § 1, van de wet van 20 juli 1971, vervangen bij |
artikel 22 van de wet van 20 september 1998, bepaalt : | artikel 22 van de wet van 20 september 1998, bepaalt : |
« Bij de aanvraag om verlof moet een attest worden gevoegd waarin de | « Bij de aanvraag om verlof moet een attest worden gevoegd waarin de |
behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft | behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft |
vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een | vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een |
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen | natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen |
oorzaak. | oorzaak. |
Geldt de aanvraag het lijk van een in België overleden persoon, en | Geldt de aanvraag het lijk van een in België overleden persoon, en |
heeft de in het bovenstaand lid bedoelde geneesheer bevestigd dat het | heeft de in het bovenstaand lid bedoelde geneesheer bevestigd dat het |
een natuurlijk overlijden betreft, dan moet bovendien het verslag | een natuurlijk overlijden betreft, dan moet bovendien het verslag |
worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer door de ambtenaar van de | worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer door de ambtenaar van de |
burgerlijke stand aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan, in welk | burgerlijke stand aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan, in welk |
verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een | verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een |
natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen | natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen |
oorzaak. | oorzaak. |
Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar | Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar |
van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van | van de burgerlijke stand aangestelde geneesheer vallen ten laste van |
het gemeentebestuur van de woonplaats van de overledene ». | het gemeentebestuur van de woonplaats van de overledene ». |
B.2.2.2. Zowel de voormelde decreetsbepaling als de voormelde | B.2.2.2. Zowel de voormelde decreetsbepaling als de voormelde |
wetsbepaling betreffen de bijzondere procedure voor een aanvraag tot | wetsbepaling betreffen de bijzondere procedure voor een aanvraag tot |
crematie. Zij stellen de aanvraag tot crematie afhankelijk van een | crematie. Zij stellen de aanvraag tot crematie afhankelijk van een |
toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij | toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij |
die aanvraag moet een attest worden gevoegd waarin de behandelende | die aanvraag moet een attest worden gevoegd waarin de behandelende |
geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, | geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, |
vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke, | vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke, |
gewelddadige of verdachte oorzaak. Als de geneesheer heeft bevestigd | gewelddadige of verdachte oorzaak. Als de geneesheer heeft bevestigd |
dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien een | dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien een |
verslag worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer die door de | verslag worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer die door de |
ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld om de doodsoorzaken | ambtenaar van de burgerlijke stand is aangesteld om de doodsoorzaken |
na te gaan, waarin wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan | na te gaan, waarin wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan |
een natuurlijke, gewelddadige, verdachte of niet vast te stellen | een natuurlijke, gewelddadige, verdachte of niet vast te stellen |
oorzaak. Het beroep op die beëdigde geneesheer behoort tot de | oorzaak. Het beroep op die beëdigde geneesheer behoort tot de |
exclusieve verantwoordelijkheid van de ambtenaar van de burgerlijke | exclusieve verantwoordelijkheid van de ambtenaar van de burgerlijke |
stand. | stand. |
B.2.2.3. De precisering met betrekking tot het betalen van de erelonen | B.2.2.3. De precisering met betrekking tot het betalen van de erelonen |
van de beëdigde geneesheren, in de wet van 20 juli 1971 ingevoerd bij | van de beëdigde geneesheren, in de wet van 20 juli 1971 ingevoerd bij |
de voormelde wetswijziging, had tot doel te verhinderen dat gemeenten, | de voormelde wetswijziging, had tot doel te verhinderen dat gemeenten, |
via een aangenomen retributiereglement, de erelonen en de daaraan | via een aangenomen retributiereglement, de erelonen en de daaraan |
verbonden kosten zouden verhalen op de erfgenamen of legatarissen van | verbonden kosten zouden verhalen op de erfgenamen of legatarissen van |
de overledene. De parlementaire voorbereiding vermeldt dienaangaande : | de overledene. De parlementaire voorbereiding vermeldt dienaangaande : |
« Volgens de vaste rechtspraak van het Ministerie van Binnenlandse | « Volgens de vaste rechtspraak van het Ministerie van Binnenlandse |
Zaken is het verboden deze kosten te verhalen. | Zaken is het verboden deze kosten te verhalen. |
Door expliciet te stellen dat de kosten van de honoraria ten laste van | Door expliciet te stellen dat de kosten van de honoraria ten laste van |
het gemeentebestuur vallen wordt vermeden dat sommige besturen hun | het gemeentebestuur vallen wordt vermeden dat sommige besturen hun |
toevlucht zouden nemen tot een zegelrecht op de afgifte van | toevlucht zouden nemen tot een zegelrecht op de afgifte van |
administratieve stukken » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nr. 1086/2, | administratieve stukken » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nr. 1086/2, |
amendement nr. 1, p. 1). | amendement nr. 1, p. 1). |
B.3.1. Het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 neemt de | B.3.1. Het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 neemt de |
basisbeginselen vervat in de wet van 20 juli 1971, waaronder de in | basisbeginselen vervat in de wet van 20 juli 1971, waaronder de in |
B.2.2.2 in herinnering gebrachte vereisten, over. | B.2.2.2 in herinnering gebrachte vereisten, over. |
Het in het geding zijnde artikel 21, § 1, van het decreet van 16 | Het in het geding zijnde artikel 21, § 1, van het decreet van 16 |
januari 2004 bepaalt dat het ereloon en alle daaraan verbonden kosten | januari 2004 bepaalt dat het ereloon en alle daaraan verbonden kosten |
van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde | van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde |
geneesheer, die de oorzaken van het overlijden van een persoon in het | geneesheer, die de oorzaken van het overlijden van een persoon in het |
Vlaamse Gewest heeft nagegaan, ten laste vallen van het | Vlaamse Gewest heeft nagegaan, ten laste vallen van het |
gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de | gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de |
overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of | overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of |
wachtregister is ingeschreven. Artikel 22, § 2, van de wet van 20 juli | wachtregister is ingeschreven. Artikel 22, § 2, van de wet van 20 juli |
1971, dat van toepassing is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, | 1971, dat van toepassing is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, |
bevat een soortgelijke bepaling, onder voorbehoud dat het een in | bevat een soortgelijke bepaling, onder voorbehoud dat het een in |
België overleden persoon beoogt. | België overleden persoon beoogt. |
Het in het geding zijnde artikel 30 van het decreet van 16 januari | Het in het geding zijnde artikel 30 van het decreet van 16 januari |
2004 heft evenwel de wet van 20 juli 1971 op, voor wat het Vlaamse | 2004 heft evenwel de wet van 20 juli 1971 op, voor wat het Vlaamse |
Gewest betreft, met uitzondering van de artikelen 15bis, § 2, tweede | Gewest betreft, met uitzondering van de artikelen 15bis, § 2, tweede |
lid, 23bis en 32. | lid, 23bis en 32. |
B.3.2. De verwijzende rechter is in essentie van oordeel dat noch | B.3.2. De verwijzende rechter is in essentie van oordeel dat noch |
artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 januari 2004, noch | artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 januari 2004, noch |
artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 erin voorziet | artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 erin voorziet |
dat een gemeente van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het ereloon | dat een gemeente van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het ereloon |
en de onkosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand | en de onkosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand |
aangestelde geneesheer van een gemeentebestuur van een gemeente van | aangestelde geneesheer van een gemeentebestuur van een gemeente van |
het Vlaamse Gewest kan terugvorderen, aangezien het in de hem | het Vlaamse Gewest kan terugvorderen, aangezien het in de hem |
voorgelegde gevallen om overlijdens van personen gaat in een ander | voorgelegde gevallen om overlijdens van personen gaat in een ander |
gewest dan waar zij zijn gedomicilieerd. | gewest dan waar zij zijn gedomicilieerd. |
B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de | B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, | bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, |
zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende | zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende |
overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de | overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de |
gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd | gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd |
voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan | voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan |
de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke | de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke |
taken. | taken. |
De voormelde bevoegdheid strekt zich niet uit tot de regels inzake het | De voormelde bevoegdheid strekt zich niet uit tot de regels inzake het |
opmaken van de akte van overlijden, aangezien de regels inzake de | opmaken van de akte van overlijden, aangezien de regels inzake de |
burgerlijke stand tot de bevoegdheid van de federale overheid zijn | burgerlijke stand tot de bevoegdheid van de federale overheid zijn |
blijven behoren. Zij heeft daarentegen betrekking op de bestuurlijke | blijven behoren. Zij heeft daarentegen betrekking op de bestuurlijke |
voorschriften die bij een teraardebestelling of crematie in acht | voorschriften die bij een teraardebestelling of crematie in acht |
moeten worden genomen. Het komt derhalve de gewesten toe de | moeten worden genomen. Het komt derhalve de gewesten toe de |
toestemming tot crematie te regelen. Op grond van de decreten van 27 | toestemming tot crematie te regelen. Op grond van de decreten van 27 |
mei 2004 en 1 juni 2004 betreffende de uitoefening door de Duitstalige | mei 2004 en 1 juni 2004 betreffende de uitoefening door de Duitstalige |
Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de | Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de |
ondergeschikte besturen beschikt de Duitstalige Gemeenschap over | ondergeschikte besturen beschikt de Duitstalige Gemeenschap over |
dezelfde bevoegdheid wat haar grondgebied betreft. | dezelfde bevoegdheid wat haar grondgebied betreft. |
B.4.2. De artikelen 5, 39 en 134 van de Grondwet, in samenhang gelezen | B.4.2. De artikelen 5, 39 en 134 van de Grondwet, in samenhang gelezen |
met de artikelen 2 en 19, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus | met de artikelen 2 en 19, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen en met de artikelen 2, § 1, en 7 | 1980 tot hervorming der instellingen en met de artikelen 2, § 1, en 7 |
van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de | van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de |
Brusselse instellingen, hebben een exclusieve territoriale | Brusselse instellingen, hebben een exclusieve territoriale |
bevoegdheidsverdeling tot stand gebracht. Een zodanig stelsel | bevoegdheidsverdeling tot stand gebracht. Een zodanig stelsel |
veronderstelt dat het onderwerp van iedere regeling die een | veronderstelt dat het onderwerp van iedere regeling die een |
gewestwetgever uitvaardigt, moet kunnen worden gelokaliseerd binnen | gewestwetgever uitvaardigt, moet kunnen worden gelokaliseerd binnen |
het gebied waarvoor hij bevoegd is, zodat iedere concrete verhouding | het gebied waarvoor hij bevoegd is, zodat iedere concrete verhouding |
of situatie slechts door één enkele wetgever wordt geregeld. | of situatie slechts door één enkele wetgever wordt geregeld. |
B.4.3. Wat de in het geding zijnde regeling betreft, vormt de plaats | B.4.3. Wat de in het geding zijnde regeling betreft, vormt de plaats |
van de crematie het territoriale aanknopingspunt. Wanneer de crematie | van de crematie het territoriale aanknopingspunt. Wanneer de crematie |
op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvindt, komt het de | op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvindt, komt het de |
Vlaamse gewestwetgever toe de toestemming tot die crematie te regelen. | Vlaamse gewestwetgever toe de toestemming tot die crematie te regelen. |
Tot die regeling behoort met name het aanwijzen van de ambtenaar die | Tot die regeling behoort met name het aanwijzen van de ambtenaar die |
bevoegd is om de aanvraag tot toestemming te beoordelen en de | bevoegd is om de aanvraag tot toestemming te beoordelen en de |
toestemming te verlenen. De gewestwetgever vermag, zoals te dezen, de | toestemming te verlenen. De gewestwetgever vermag, zoals te dezen, de |
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden | ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden |
werd vastgesteld aan te wijzen als bevoegd ambtenaar, indien het | werd vastgesteld aan te wijzen als bevoegd ambtenaar, indien het |
overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad. Tot de regeling | overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad. Tot de regeling |
van de toestemming tot crematie behoort eveneens het bepalen van de | van de toestemming tot crematie behoort eveneens het bepalen van de |
wijze waarop de kosten en erelonen van de door de ambtenaar | wijze waarop de kosten en erelonen van de door de ambtenaar |
aangestelde geneesheer worden aangerekend. | aangestelde geneesheer worden aangerekend. |
Wanneer de gewestwetgever voor overlijdens die buiten het gewest | Wanneer de gewestwetgever voor overlijdens die buiten het gewest |
hebben plaatsgehad, zoals te dezen, in een eenvoudige gelijkstelling | hebben plaatsgehad, zoals te dezen, in een eenvoudige gelijkstelling |
voorziet van de toestemming tot crematie die door de bevoegde | voorziet van de toestemming tot crematie die door de bevoegde |
ambtenaar van een ander gewest is verleend, zou hij niet, zonder het | ambtenaar van een ander gewest is verleend, zou hij niet, zonder het |
evenredigheidsbeginsel te schenden dat inherent is aan elke | evenredigheidsbeginsel te schenden dat inherent is aan elke |
bevoegdheidsuitoefening, de regeling van de kosten en erelonen van de | bevoegdheidsuitoefening, de regeling van de kosten en erelonen van de |
door die ambtenaar aangestelde geneesheer op een andere wijze kunnen | door die ambtenaar aangestelde geneesheer op een andere wijze kunnen |
aanrekenen dan het geval is wanneer het overlijden in het Vlaamse | aanrekenen dan het geval is wanneer het overlijden in het Vlaamse |
Gewest heeft plaatsgehad. | Gewest heeft plaatsgehad. |
B.4.4. Daaruit volgt dat in de door de verwijzende rechter aangenomen | B.4.4. Daaruit volgt dat in de door de verwijzende rechter aangenomen |
interpretatie van artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 | interpretatie van artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 |
januari 2004 volgens welke het voor een gemeentebestuur van een ander | januari 2004 volgens welke het voor een gemeentebestuur van een ander |
gewest onmogelijk is de door dat bestuur gedragen erelonen en kosten | gewest onmogelijk is de door dat bestuur gedragen erelonen en kosten |
voor een aanvraag tot toestemming voor crematie van een persoon die | voor een aanvraag tot toestemming voor crematie van een persoon die |
overleden is in dat gewest, te verhalen op een gemeente van het | overleden is in dat gewest, te verhalen op een gemeente van het |
Vlaamse Gewest, het Vlaamse Gewest het andere gewest overdreven | Vlaamse Gewest, het Vlaamse Gewest het andere gewest overdreven |
moeilijk maakt zijn beleid op het vlak van de begraafplaatsen en de | moeilijk maakt zijn beleid op het vlak van de begraafplaatsen en de |
lijkbezorging doelmatig te voeren. | lijkbezorging doelmatig te voeren. |
Hetzelfde geldt voor artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 | Hetzelfde geldt voor artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 |
juli 1971 zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke | juli 1971 zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke |
Gewest. | Gewest. |
B.5. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te | B.5. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te |
worden beantwoord. | worden beantwoord. |
B.6. Evenwel belet niets de artikelen 22, § 1, derde lid, van de wet | B.6. Evenwel belet niets de artikelen 22, § 1, derde lid, van de wet |
van 20 juli 1971, zoals van toepassing in het Brusselse | van 20 juli 1971, zoals van toepassing in het Brusselse |
Hoofdstedelijke Gewest, en 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 | Hoofdstedelijke Gewest, en 21, § 1, derde lid, van het decreet van 16 |
januari 2004 zo te interpreteren dat in geval van een overlijden van | januari 2004 zo te interpreteren dat in geval van een overlijden van |
een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is, het | een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is, het |
gemeentebestuur van de gemeente waar de overledene in het | gemeentebestuur van de gemeente waar de overledene in het |
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is | bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is |
ingeschreven, het ereloon en de kosten van de aangestelde geneesheer | ingeschreven, het ereloon en de kosten van de aangestelde geneesheer |
aan de gemeente waar de persoon is overleden, dient te betalen. | aan de gemeente waar de persoon is overleden, dient te betalen. |
In die interpretatie zijn de in het geding zijnde bepalingen in | In die interpretatie zijn de in het geding zijnde bepalingen in |
overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels. | overeenstemming met de bevoegdheidverdelende regels. |
Bovendien bestaat in die interpretatie het in de prejudiciële vraag | Bovendien bestaat in die interpretatie het in de prejudiciële vraag |
opgeworpen verschil in behandeling niet, zodat de in het geding zijnde | opgeworpen verschil in behandeling niet, zodat de in het geding zijnde |
bepalingen niet onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de | bepalingen niet onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet. | Grondwet. |
B.7. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag ontkennend te | B.7. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag ontkennend te |
worden beantwoord. | worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
- In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon | - In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon |
in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de | in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de |
kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde | kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde |
beëdigde geneesheer niet ten laste vallen van het gemeentebestuur van | beëdigde geneesheer niet ten laste vallen van het gemeentebestuur van |
de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het | de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het |
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is | bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is |
ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van | ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, van het decreet van |
het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de | het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de |
lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli | lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli |
1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing | 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing |
in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de regels die door of | in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de regels die door of |
krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de | krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de |
onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de | onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de |
gewesten. | gewesten. |
- In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon | - In de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon |
in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de | in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de |
kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde | kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde |
beëdigde geneesheer ook ten laste vallen van het gemeentebestuur van | beëdigde geneesheer ook ten laste vallen van het gemeentebestuur van |
de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het | de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het |
bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is | bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is |
ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, en 30 van het | ingeschreven, schenden artikel 21, § 1, derde lid, en 30 van het |
decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de | decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de |
begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van | begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van |
de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, | de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, |
zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, noch de | zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, noch de |
regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het | regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het |
bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de | bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de |
gemeenschappen en de gewesten, noch de artikelen 10 en 11 van de | gemeenschappen en de gewesten, noch de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet. | Grondwet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 9 februari 2017. | op 9 februari 2017. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
E. De Groot | E. De Groot |