Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 60/2016 van 28 april 2016 Rolnummer : 6183 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang gelezen met Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 60/2016 van 28 april 2016 Rolnummer : 6183 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang gelezen met Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) Uittreksel uit arrest nr. 60/2016 van 28 april 2016 Rolnummer : 6183 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang gelezen met Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 60/2016 van 28 april 2016 Uittreksel uit arrest nr. 60/2016 van 28 april 2016
Rolnummer : 6183 Rolnummer : 6183
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wet van 12 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1 van de wet van 12
januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van
het leefmilieu, in samenhang gelezen met artikel 194 van het Vlaamse het leefmilieu, in samenhang gelezen met artikel 194 van het Vlaamse
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door de Rechtbank van eerste Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door de Rechtbank van eerste
aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, voorzitterschap van voorzitter E. De Groot,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 26 maart 2015 in zake de stad Antwerpen tegen de vzw « Bij vonnis van 26 maart 2015 in zake de stad Antwerpen tegen de vzw «
Cultureel Centrum Mehmet Akif », waarvan de expeditie ter griffie van Cultureel Centrum Mehmet Akif », waarvan de expeditie ter griffie van
het Hof is ingekomen op 15 april 2015, heeft de Rechtbank van eerste het Hof is ingekomen op 15 april 2015, heeft de Rechtbank van eerste
aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, de volgende prejudiciële vraag aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, de volgende prejudiciële vraag
gesteld : gesteld :
« Schendt het artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een « Schendt het artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een
vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu juncto het vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu juncto het
artikel 194 Gemeentedecreet van 15 juli 2005 de artikelen 10 en 11 artikel 194 Gemeentedecreet van 15 juli 2005 de artikelen 10 en 11
(gelijkheid en niet-discriminatie) en het artikel 23 (recht op (gelijkheid en niet-discriminatie) en het artikel 23 (recht op
juridische bijstand) van de Grondwet en het grondwettelijk beginsel juridische bijstand) van de Grondwet en het grondwettelijk beginsel
van de bijstand door een vrij gekozen advocaat en in samenhang gelezen van de bijstand door een vrij gekozen advocaat en in samenhang gelezen
met het artikel 6 van het EVRM (rechten van verdediging) en het met het artikel 6 van het EVRM (rechten van verdediging) en het
algemeen beginsel van het recht op verdediging, doordat, telkens algemeen beginsel van het recht op verdediging, doordat, telkens
wanneer een inwoner optreedt namens de gemeente en daartoe een eigen wanneer een inwoner optreedt namens de gemeente en daartoe een eigen
advocaat aanstelt om op te treden namens de gemeente, het College van advocaat aanstelt om op te treden namens de gemeente, het College van
burgemeester en schepenen ook het recht heeft om een eigen raadsman burgemeester en schepenen ook het recht heeft om een eigen raadsman
aan te stellen die evenwel enkel zou kunnen optreden ter ondersteuning aan te stellen die evenwel enkel zou kunnen optreden ter ondersteuning
van de inwoner, aangezien de gemeente de vrije beschikking is verloren van de inwoner, aangezien de gemeente de vrije beschikking is verloren
over de rechten die het voorwerp van de vordering uitmaken, terwijl over de rechten die het voorwerp van de vordering uitmaken, terwijl
het feit dat de gemeente de vrije beschikking is verloren over de het feit dat de gemeente de vrije beschikking is verloren over de
rechten die het voorwerp van de vordering uitmaken zich niet verzet rechten die het voorwerp van de vordering uitmaken zich niet verzet
tegen het gegeven dat de gemeente haar eigen visie over de vordering tegen het gegeven dat de gemeente haar eigen visie over de vordering
uiteenzet, aangezien zulks niet raakt aan het uitoefenen van die uiteenzet, aangezien zulks niet raakt aan het uitoefenen van die
rechten door de inwoner ? ». rechten door de inwoner ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1 van de wet B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1 van de wet
van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming
van het leefmilieu, in samenhang gelezen met artikel 194 van het van het leefmilieu, in samenhang gelezen met artikel 194 van het
Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005. Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005.
B.1.2. Het Hof wordt meer bepaald ondervraagd over de bestaanbaarheid B.1.2. Het Hof wordt meer bepaald ondervraagd over de bestaanbaarheid
van die bepalingen met de artikelen 10, 11 en 23, derde lid, 2°, van van die bepalingen met de artikelen 10, 11 en 23, derde lid, 2°, van
de Grondwet en met het « grondwettelijk beginsel van de bijstand door de Grondwet en met het « grondwettelijk beginsel van de bijstand door
een vrij gekozen advocaat », al dan niet in samenhang gelezen met een vrij gekozen advocaat », al dan niet in samenhang gelezen met
artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met
het algemeen beginsel van de rechten van verdediging, doordat, wanneer het algemeen beginsel van de rechten van verdediging, doordat, wanneer
een inwoner op grond van artikel 194 van het Gemeentedecreet in rechte een inwoner op grond van artikel 194 van het Gemeentedecreet in rechte
optreedt namens de gemeente en daartoe een raadsman aanstelt, het optreedt namens de gemeente en daartoe een raadsman aanstelt, het
college van burgemeester en schepenen, dat het recht heeft om een college van burgemeester en schepenen, dat het recht heeft om een
eigen raadsman aan te stellen, enkel kan optreden ter ondersteuning eigen raadsman aan te stellen, enkel kan optreden ter ondersteuning
van de vordering van de inwoner. van de vordering van de inwoner.
B.1.3. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de hypothese waarin de B.1.3. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de hypothese waarin de
inwoners namens de gemeente een milieustakingsvordering, bedoeld in inwoners namens de gemeente een milieustakingsvordering, bedoeld in
artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een
vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, instellen. vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, instellen.
B.2.1. Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een B.2.1. Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een
vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu bepaalt : vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu bepaalt :
« Onverminderd de bevoegdheid van andere rechtscolleges op basis van « Onverminderd de bevoegdheid van andere rechtscolleges op basis van
andere wetsbepalingen, stelt de voorzitter van de rechtbank van eerste andere wetsbepalingen, stelt de voorzitter van de rechtbank van eerste
aanleg, op verzoek van de procureur des Konings, van een aanleg, op verzoek van de procureur des Konings, van een
administratieve overheid of van een rechtspersoon zoals omschreven in administratieve overheid of van een rechtspersoon zoals omschreven in
artikel 2, het bestaan vast van een zelfs onder het strafrecht artikel 2, het bestaan vast van een zelfs onder het strafrecht
vallende handeling, die een kennelijke inbreuk is of een ernstige vallende handeling, die een kennelijke inbreuk is of een ernstige
dreiging vormt voor een inbreuk op één of meer bepalingen van wetten, dreiging vormt voor een inbreuk op één of meer bepalingen van wetten,
decreten, ordonnanties, verordeningen of besluiten betreffende de decreten, ordonnanties, verordeningen of besluiten betreffende de
bescherming van het leefmilieu. bescherming van het leefmilieu.
Hij kan de staking bevelen van handelingen waarvan de uitvoering reeds Hij kan de staking bevelen van handelingen waarvan de uitvoering reeds
is begonnen of maatregelen opleggen ter preventie van de uitvoering is begonnen of maatregelen opleggen ter preventie van de uitvoering
ervan of ter voorkoming van schade aan het leefmilieu. Voor elk debat ervan of ter voorkoming van schade aan het leefmilieu. Voor elk debat
over de grond van de zaak moet een verzoeningspoging plaatshebben. over de grond van de zaak moet een verzoeningspoging plaatshebben.
De voorzitter kan aan de overtreder een termijn toestaan om aan de De voorzitter kan aan de overtreder een termijn toestaan om aan de
opgelegde maatregelen te voldoen ». opgelegde maatregelen te voldoen ».
B.2.2. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, B.2.2. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005,
zoals vervangen bij artikel 64 van het decreet van 29 juni 2012 tot zoals vervangen bij artikel 64 van het decreet van 29 juni 2012 tot
wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en gedeeltelijk wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en gedeeltelijk
vernietigd bij het arrest nr. 9/2014 van 23 januari 2014 van het Hof, vernietigd bij het arrest nr. 9/2014 van 23 januari 2014 van het Hof,
bepaalt : bepaalt :
« Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad « Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad
nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte
optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling
aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te
staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens
tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden
uitgesproken. uitgesproken.
Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de
maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd. maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd.
De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van
doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft
gevoerd. gevoerd.
Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het
eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden
indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester
en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van
burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben
gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze
ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur
heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen
voorafgaande ingebrekestelling vereist ». voorafgaande ingebrekestelling vereist ».
B.3.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet gaat terug op B.3.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet gaat terug op
artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet en op artikel 150 van de artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet en op artikel 150 van de
Gemeentewet van 30 maart 1836. Gemeentewet van 30 maart 1836.
Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de
Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij
de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten
koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de
belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen
bestuur. bestuur.
B.3.2. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van B.3.2. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van
het Vlaamse Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit het Vlaamse Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit
eigen naam, maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de eigen naam, maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de
gemeente. De vordering dient te steunen op een recht van de gemeente gemeente. De vordering dient te steunen op een recht van de gemeente
en heeft tot doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg en heeft tot doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg
vermag een inwoner van een gemeente slechts namens haar in rechte op vermag een inwoner van een gemeente slechts namens haar in rechte op
te treden voor zover de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke te treden voor zover de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke
vordering kan instellen. vordering kan instellen.
B.3.3. Artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1993 verleent B.3.3. Artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1993 verleent
een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu aan onder een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu aan onder
meer een « administratieve overheid ». Tot de administratieve meer een « administratieve overheid ». Tot de administratieve
overheden bedoeld in artikel 1 van de wet behoren de gemeenten. overheden bedoeld in artikel 1 van de wet behoren de gemeenten.
Bijgevolg kan een gemeente op grond van die bepaling een vordering tot Bijgevolg kan een gemeente op grond van die bepaling een vordering tot
staking instellen ter bescherming van het leefmilieu of ter voorkoming staking instellen ter bescherming van het leefmilieu of ter voorkoming
van een ernstige dreiging voor het leefmilieu op haar grondgebied voor van een ernstige dreiging voor het leefmilieu op haar grondgebied voor
zover die bescherming van dat aspect van het leefmilieu tot haar zover die bescherming van dat aspect van het leefmilieu tot haar
bevoegdheid behoort (Cass., 14 februari 2002, Arr. Cass., 2002, nr. bevoegdheid behoort (Cass., 14 februari 2002, Arr. Cass., 2002, nr.
104). 104).
De gemeente wordt geacht in een dergelijk geval een belang te hebben De gemeente wordt geacht in een dergelijk geval een belang te hebben
(Cass., 14 februari 2002, voormeld; in dezelfde zin Cass., 10 maart (Cass., 14 februari 2002, voormeld; in dezelfde zin Cass., 10 maart
2008, Arr. Cass., 2008, nr. 163). Bijgevolg moet de gemeente niet doen 2008, Arr. Cass., 2008, nr. 163). Bijgevolg moet de gemeente niet doen
blijken van een eigen belang in de zin van artikel 17 van het blijken van een eigen belang in de zin van artikel 17 van het
Gerechtelijk Wetboek. Haar vorderingsrecht vloeit rechtstreeks voort Gerechtelijk Wetboek. Haar vorderingsrecht vloeit rechtstreeks voort
uit de wet van 12 januari 1993. uit de wet van 12 januari 1993.
B.3.4. Uit de combinatie van de in het geding zijnde bepalingen volgt B.3.4. Uit de combinatie van de in het geding zijnde bepalingen volgt
dat een inwoner een vordering tot staking namens de gemeente kan dat een inwoner een vordering tot staking namens de gemeente kan
instellen, als het college van burgemeester en schepenen of de instellen, als het college van burgemeester en schepenen of de
gemeenteraad nalaten dat te doen. Vermits die vordering « namens de gemeenteraad nalaten dat te doen. Vermits die vordering « namens de
gemeente » wordt ingesteld, treedt die inwoner in dat geval op als gemeente » wordt ingesteld, treedt die inwoner in dat geval op als
vertegenwoordiger van de gemeente. Bijgevolg dient die inwoner in dat vertegenwoordiger van de gemeente. Bijgevolg dient die inwoner in dat
geval evenmin van een belang in de zin van artikel 17 van het geval evenmin van een belang in de zin van artikel 17 van het
Gerechtelijk Wetboek te doen blijken, en komt het hem toe een raadsman Gerechtelijk Wetboek te doen blijken, en komt het hem toe een raadsman
te kiezen om de gemeente te laten bijstaan in de procedure. te kiezen om de gemeente te laten bijstaan in de procedure.
B.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte B.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte
optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de
gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van
burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die
het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010, Arr. het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010, Arr.
Cass., 2010, nr. 542). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het Cass., 2010, nr. 542). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het
Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading
aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het
geding namens haar heeft gevoerd. geding namens haar heeft gevoerd.
B.5.1. Het Hof heeft zich reeds meermaals over het in het geding B.5.1. Het Hof heeft zich reeds meermaals over het in het geding
zijnde vorderingsrecht van de inwoners uitgesproken. zijnde vorderingsrecht van de inwoners uitgesproken.
B.5.2. Bij zijn arresten nrs. 70/2007 van 26 april 2007 en 121/2007 B.5.2. Bij zijn arresten nrs. 70/2007 van 26 april 2007 en 121/2007
van 19 september 2007, gewezen op prejudiciële vragen, heeft het Hof van 19 september 2007, gewezen op prejudiciële vragen, heeft het Hof
voor recht gezegd dat artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 voor recht gezegd dat artikel 1 van de wet van 12 januari 1993
betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu,
in samenhang gelezen met artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet, in samenhang gelezen met artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet,
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt, wanneer die de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt, wanneer die
bepalingen in die zin worden geïnterpreteerd dat een inwoner van een bepalingen in die zin worden geïnterpreteerd dat een inwoner van een
gemeente namens die gemeente een vordering tot staking kan instellen, gemeente namens die gemeente een vordering tot staking kan instellen,
zelfs indien de betwiste handeling in overeenstemming is met een zelfs indien de betwiste handeling in overeenstemming is met een
vergunning of een gunstig advies van die gemeente. vergunning of een gunstig advies van die gemeente.
Artikel 159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers Artikel 159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers
niet om voor een rechter de onwettigheid aan te voeren van een besluit niet om voor een rechter de onwettigheid aan te voeren van een besluit
dat zij zelf heeft genomen. Er zou ook niet kunnen worden aangevoerd dat zij zelf heeft genomen. Er zou ook niet kunnen worden aangevoerd
dat de gemeente - en dus ook de inwoner die namens de gemeente dat de gemeente - en dus ook de inwoner die namens de gemeente
optreedt - geen belang zou hebben bij een dergelijke vordering, optreedt - geen belang zou hebben bij een dergelijke vordering,
vermits een gemeente die op grond van artikel 1 van de wet van 12 vermits een gemeente die op grond van artikel 1 van de wet van 12
januari 1993 een vordering tot staking instelt ter bescherming van het januari 1993 een vordering tot staking instelt ter bescherming van het
leefmilieu of ter voorkoming van een ernstige dreiging voor het leefmilieu of ter voorkoming van een ernstige dreiging voor het
leefmilieu op haar grondgebied, wordt geacht een belang te hebben leefmilieu op haar grondgebied, wordt geacht een belang te hebben
(Cass., 14 februari 2002, Arr. Cass., 2002, nr. 104; Cass., 10 maart (Cass., 14 februari 2002, Arr. Cass., 2002, nr. 104; Cass., 10 maart
2008, Arr. Cass., 2008, nr. 163). 2008, Arr. Cass., 2008, nr. 163).
B.5.3. Bij zijn arrest nr. 29/2011 van 24 februari 2011, gewezen op B.5.3. Bij zijn arrest nr. 29/2011 van 24 februari 2011, gewezen op
een prejudiciële vraag, diende het Hof zich uit te spreken over de een prejudiciële vraag, diende het Hof zich uit te spreken over de
grondwettigheid van artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 grondwettigheid van artikel 1 van de wet van 12 januari 1993
betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu,
in samenhang gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet in samenhang gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet
van 15 juli 2005, in die zin geïnterpreteerd dat de gemeente niet de van 15 juli 2005, in die zin geïnterpreteerd dat de gemeente niet de
mogelijkheid zou hebben om zich in een procedure die door een inwoner mogelijkheid zou hebben om zich in een procedure die door een inwoner
namens die gemeente is ingeleid, te laten bijstaan door een zelf namens die gemeente is ingeleid, te laten bijstaan door een zelf
gekozen advocaat. gekozen advocaat.
Het Hof heeft bij dat arrest geoordeeld dat het feit dat een vordering Het Hof heeft bij dat arrest geoordeeld dat het feit dat een vordering
is ingeleid namens de gemeente door een inwoner, niet belet dat het is ingeleid namens de gemeente door een inwoner, niet belet dat het
college van burgemeester en schepenen het recht heeft om zelf een college van burgemeester en schepenen het recht heeft om zelf een
raadsman te kiezen en aan te stellen (B.13). De voormelde bepalingen raadsman te kiezen en aan te stellen (B.13). De voormelde bepalingen
beperken bijgevolg het recht van de gemeente om vrij een raadsman te beperken bijgevolg het recht van de gemeente om vrij een raadsman te
kiezen niet (B.14). kiezen niet (B.14).
B.5.4. Bij zijn arrest nr. 9/2014 van 23 januari 2014 heeft het Hof B.5.4. Bij zijn arrest nr. 9/2014 van 23 januari 2014 heeft het Hof
geoordeeld over een beroep tot vernietiging van onder meer artikel 64 geoordeeld over een beroep tot vernietiging van onder meer artikel 64
van het Vlaamse decreet van 29 juni 2012 tot wijziging van het van het Vlaamse decreet van 29 juni 2012 tot wijziging van het
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dat het recht van de inwoners om Gemeentedecreet van 15 juli 2005, dat het recht van de inwoners om
namens de gemeente op te treden, zoals daarin is voorzien in artikel namens de gemeente op te treden, zoals daarin is voorzien in artikel
194 van het Vlaamse Gemeentedecreet, beperkte tot de gevallen waarin 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet, beperkte tot de gevallen waarin
schade aan het leefmilieu wordt toegebracht. Het Hof oordeelde : schade aan het leefmilieu wordt toegebracht. Het Hof oordeelde :
« B.5.2. Uit de [...] parlementaire voorbereiding blijkt dat de « B.5.2. Uit de [...] parlementaire voorbereiding blijkt dat de
Vlaamse decreetgever met de bestreden bepalingen met name beoogde om, Vlaamse decreetgever met de bestreden bepalingen met name beoogde om,
in het domein van de ruimtelijke ordening, de combinatie van het recht in het domein van de ruimtelijke ordening, de combinatie van het recht
om namens de gemeente of de provincie in rechte op te treden met de om namens de gemeente of de provincie in rechte op te treden met de
milieustakingsvordering bedoeld in de wet van 12 januari 1993 aan milieustakingsvordering bedoeld in de wet van 12 januari 1993 aan
banden te leggen, omdat hij oordeelde dat van die combinatie misbruik banden te leggen, omdat hij oordeelde dat van die combinatie misbruik
werd gemaakt en dat het college van burgemeester en schepenen en de werd gemaakt en dat het college van burgemeester en schepenen en de
deputatie in die procedure worden benadeeld, doordat zij niet in het deputatie in die procedure worden benadeeld, doordat zij niet in het
geding kunnen tussenkomen om hun visie op het gemeentelijk of het geding kunnen tussenkomen om hun visie op het gemeentelijk of het
provinciaal belang uiteen te zetten of om aan te voeren dat de namens provinciaal belang uiteen te zetten of om aan te voeren dat de namens
de gemeente of de provincie ingestelde vordering onontvankelijk of de gemeente of de provincie ingestelde vordering onontvankelijk of
ongegrond moet worden verklaard. ongegrond moet worden verklaard.
B.5.3. In de materies die tot de gemeentelijke of de provinciale B.5.3. In de materies die tot de gemeentelijke of de provinciale
bevoegdheden behoren, komt het aan de gemeentelijke en de provinciale bevoegdheden behoren, komt het aan de gemeentelijke en de provinciale
overheden toe om onwettige handelingen te doen ophouden of te overheden toe om onwettige handelingen te doen ophouden of te
voorkomen en om daartoe desnoods in rechte op te treden. Artikel 194 voorkomen en om daartoe desnoods in rechte op te treden. Artikel 194
van het Gemeentedecreet en artikel 187 van het Provinciedecreet beogen van het Gemeentedecreet en artikel 187 van het Provinciedecreet beogen
de inwoners van een gemeente of van een provincie in de mogelijkheid de inwoners van een gemeente of van een provincie in de mogelijkheid
te stellen om namens de gemeente of de provincie in rechte op te te stellen om namens de gemeente of de provincie in rechte op te
treden indien het college van burgemeester en schepenen of de treden indien het college van burgemeester en schepenen of de
deputatie dat ten onrechte nalaten. deputatie dat ten onrechte nalaten.
Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt,
toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien
de inwoners die namens de gemeente of de provincie in rechte optreden, de inwoners die namens de gemeente of de provincie in rechte optreden,
geen collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven. geen collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven.
Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond
verklaren indien geen onwettigheid werd begaan. verklaren indien geen onwettigheid werd begaan.
De omstandigheid dat het college van burgemeester en schepenen of de De omstandigheid dat het college van burgemeester en schepenen of de
deputatie daarbij de vrije beschikking verliezen over de rechten die deputatie daarbij de vrije beschikking verliezen over de rechten die
het voorwerp van de vordering uitmaken, is het gevolg van het het voorwerp van de vordering uitmaken, is het gevolg van het
stilzitten van die organen ». stilzitten van die organen ».
Het Hof besloot dat de afschaffing, in alle aangelegenheden die geen Het Hof besloot dat de afschaffing, in alle aangelegenheden die geen
betrekking hebben op het leefmilieu sensu stricto, van de mogelijkheid betrekking hebben op het leefmilieu sensu stricto, van de mogelijkheid
van de inwoners om het algemeen belang van hun gemeente te beschermen van de inwoners om het algemeen belang van hun gemeente te beschermen
tegen het onverantwoorde stilzitten van hun bestuur, niet kon worden tegen het onverantwoorde stilzitten van hun bestuur, niet kon worden
verantwoord. Bijgevolg vernietigde het in artikel 194 van het Vlaamse verantwoord. Bijgevolg vernietigde het in artikel 194 van het Vlaamse
Gemeentedecreet, gewijzigd bij artikel 64 van het Vlaamse decreet van Gemeentedecreet, gewijzigd bij artikel 64 van het Vlaamse decreet van
29 juni 2012 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, 29 juni 2012 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005,
de woorden « en als gevolg van dit stilzitten het leefmilieu schade de woorden « en als gevolg van dit stilzitten het leefmilieu schade
toegebracht wordt of een ernstige dreiging op schade aan het toegebracht wordt of een ernstige dreiging op schade aan het
leefmilieu ontstaat, ». leefmilieu ontstaat, ».
B.6. In onderhavige zaak wenst de verwijzende rechter van het Hof te B.6. In onderhavige zaak wenst de verwijzende rechter van het Hof te
vernemen of de in het geding zijnde in samenhang gelezen bepalingen op vernemen of de in het geding zijnde in samenhang gelezen bepalingen op
discriminerende wijze afbreuk doen aan het recht op juridische discriminerende wijze afbreuk doen aan het recht op juridische
bijstand en aan de rechten van verdediging, in die interpretatie dat bijstand en aan de rechten van verdediging, in die interpretatie dat
de raadsman die wordt aangesteld door het college van burgemeester en de raadsman die wordt aangesteld door het college van burgemeester en
schepenen enkel kan optreden ter ondersteuning van de vordering die schepenen enkel kan optreden ter ondersteuning van de vordering die
een inwoner namens de gemeente heeft ingesteld, « aangezien de een inwoner namens de gemeente heeft ingesteld, « aangezien de
gemeente de vrije beschikking is verloren over de rechten die het gemeente de vrije beschikking is verloren over de rechten die het
voorwerp van de vordering uitmaken, terwijl het feit dat de gemeente voorwerp van de vordering uitmaken, terwijl het feit dat de gemeente
de vrije beschikking is verloren over de rechten die het voorwerp van de vrije beschikking is verloren over de rechten die het voorwerp van
de vordering uitmaken zich niet verzet tegen het gegeven dat de de vordering uitmaken zich niet verzet tegen het gegeven dat de
gemeente haar eigen visie over de vordering uiteenzet, aangezien zulks gemeente haar eigen visie over de vordering uiteenzet, aangezien zulks
niet raakt aan het uitoefenen van die rechten door de inwoner ». niet raakt aan het uitoefenen van die rechten door de inwoner ».
Het is in die interpretatie dat het Hof de prejudiciële vraag Het is in die interpretatie dat het Hof de prejudiciële vraag
beantwoordt. Het Hof heeft in de voormelde arresten nog geen uitspraak beantwoordt. Het Hof heeft in de voormelde arresten nog geen uitspraak
gedaan over die vraag. gedaan over die vraag.
B.7.1. Het verlies door het college van burgemeester en schepenen van B.7.1. Het verlies door het college van burgemeester en schepenen van
de vrije beschikking over de rechten die het voorwerp van de vordering de vrije beschikking over de rechten die het voorwerp van de vordering
uitmaken, strekt ertoe te verhinderen dat de gemeente een einde zou uitmaken, strekt ertoe te verhinderen dat de gemeente een einde zou
maken aan het door een inwoner ingesteld geding zonder instemming van maken aan het door een inwoner ingesteld geding zonder instemming van
laatstgenoemde. Om die reden bepaalt het derde lid van artikel 194 van laatstgenoemde. Om die reden bepaalt het derde lid van artikel 194 van
het Vlaamse Gemeentedecreet dat de gemeente over het geding geen het Vlaamse Gemeentedecreet dat de gemeente over het geding geen
dading kan aangaan of er afstand van kan doen zonder instemming van dading kan aangaan of er afstand van kan doen zonder instemming van
degene die het geding namens haar heeft gevoerd. De rechter bij wie de degene die het geding namens haar heeft gevoerd. De rechter bij wie de
zaak aanhangig is gemaakt, zou op die wijze immers worden verhinderd zaak aanhangig is gemaakt, zou op die wijze immers worden verhinderd
het betrokken geschil te beslechten. het betrokken geschil te beslechten.
Die doelstelling om het recht van de inwoners te vrijwaren om namens Die doelstelling om het recht van de inwoners te vrijwaren om namens
de gemeente in rechte op te treden, kan evenwel niet verantwoorden dat de gemeente in rechte op te treden, kan evenwel niet verantwoorden dat
de gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en de gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en
schepenen, enkel mag deelnemen aan het geding ter ondersteuning van de schepenen, enkel mag deelnemen aan het geding ter ondersteuning van de
vordering die door een inwoner namens haar is ingesteld, doch niet om vordering die door een inwoner namens haar is ingesteld, doch niet om
die vordering te betwisten. die vordering te betwisten.
B.7.2. Zoals is vermeld in B.6.1 van de voormelde arresten nrs. B.7.2. Zoals is vermeld in B.6.1 van de voormelde arresten nrs.
70/2007 en 121/2007, en zoals het in het geding voor de verwijzende 70/2007 en 121/2007, en zoals het in het geding voor de verwijzende
rechter het geval is, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste rechter het geval is, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste
aanleg in het kader van een procedure tot staking ertoe worden aanleg in het kader van een procedure tot staking ertoe worden
gebracht op grond van artikel 159 van de Grondwet de geldigheid van gebracht op grond van artikel 159 van de Grondwet de geldigheid van
een door de gemeente genomen beslissing te onderzoeken, omdat de een door de gemeente genomen beslissing te onderzoeken, omdat de
staking wordt gevorderd van een handeling die er een uitvoering van staking wordt gevorderd van een handeling die er een uitvoering van
is. is.
Op grond van de in het geding zijnde bepalingen kunnen de beslissingen Op grond van de in het geding zijnde bepalingen kunnen de beslissingen
van de gemeente aldus op onrechtstreekse wijze worden aangevochten van de gemeente aldus op onrechtstreekse wijze worden aangevochten
door haar inwoners. Het stilzitten van de gemeente is dan ook niet door haar inwoners. Het stilzitten van de gemeente is dan ook niet
noodzakelijkerwijs een gevolg van een nalatigheid of onwilligheid om noodzakelijkerwijs een gevolg van een nalatigheid of onwilligheid om
het gemeentelijk belang te behartigen, doch kan evenzeer de uiting het gemeentelijk belang te behartigen, doch kan evenzeer de uiting
zijn van een weloverwogen keuze, omdat de gemeente van oordeel is dat zijn van een weloverwogen keuze, omdat de gemeente van oordeel is dat
er geen onwettigheid is begaan en er dus geen aanleiding is om een er geen onwettigheid is begaan en er dus geen aanleiding is om een
stakingsvordering in te stellen. De inwoner die optreedt namens de stakingsvordering in te stellen. De inwoner die optreedt namens de
gemeente, enerzijds, en het college van burgemeester en schepenen, gemeente, enerzijds, en het college van burgemeester en schepenen,
anderzijds, hebben in dat geval klaarblijkelijk tegenstrijdige anderzijds, hebben in dat geval klaarblijkelijk tegenstrijdige
belangen in het geding. De rechten van verdediging van de gemeente, belangen in het geding. De rechten van verdediging van de gemeente,
vertegenwoordigd door haar college, worden op onevenredige wijze vertegenwoordigd door haar college, worden op onevenredige wijze
beperkt in zoverre de gemeente in een dergelijk geding enkel zou beperkt in zoverre de gemeente in een dergelijk geding enkel zou
kunnen optreden ter ondersteuning van de vordering van een inwoner, kunnen optreden ter ondersteuning van de vordering van een inwoner,
doch niet om die vordering te betwisten en haar beslissing te doch niet om die vordering te betwisten en haar beslissing te
verdedigen. verdedigen.
Dat geldt des te meer nu, in zoverre de rechter bij wie het geschil Dat geldt des te meer nu, in zoverre de rechter bij wie het geschil
aanhangig is gemaakt de beslissing van de gemeente onwettig verklaart aanhangig is gemaakt de beslissing van de gemeente onwettig verklaart
en op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing laat, en op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing laat,
die gemeente kan worden blootgesteld aan een mogelijke vordering tot die gemeente kan worden blootgesteld aan een mogelijke vordering tot
schadevergoeding vanwege de begunstigde van die beslissing. Mede in schadevergoeding vanwege de begunstigde van die beslissing. Mede in
het licht van die gevolgen, kan het niet worden verantwoord dat die het licht van die gevolgen, kan het niet worden verantwoord dat die
gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en
schepenen, geen verweer zou kunnen voeren wat betreft de vordering die schepenen, geen verweer zou kunnen voeren wat betreft de vordering die
door een inwoner namens haar is ingesteld in het kader van een op door een inwoner namens haar is ingesteld in het kader van een op
tegenspraak gevoerde procedure. tegenspraak gevoerde procedure.
B.8. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de in het geding zijnde B.8. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de in het geding zijnde
bepalingen niet bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de bepalingen niet bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de
rechten van verdediging, in zoverre de gemeente, vertegenwoordigd door rechten van verdediging, in zoverre de gemeente, vertegenwoordigd door
haar college van burgemeester en schepenen, enkel kan deelnemen aan haar college van burgemeester en schepenen, enkel kan deelnemen aan
het door een inwoner op grond van artikel 194 van het Vlaamse het door een inwoner op grond van artikel 194 van het Vlaamse
Gemeentedecreet en artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 ingestelde Gemeentedecreet en artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 ingestelde
geding betreffende de vordering tot staking om de vordering van de geding betreffende de vordering tot staking om de vordering van de
inwoner te ondersteunen. inwoner te ondersteunen.
B.9. In die interpretatie van de in het geding zijnde bepalingen dient B.9. In die interpretatie van de in het geding zijnde bepalingen dient
de prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. de prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord.
B.10. De in het geding zijnde bepalingen, in samenhang gelezen, kunnen B.10. De in het geding zijnde bepalingen, in samenhang gelezen, kunnen
evenwel anders worden geïnterpreteerd, in die zin dat de gemeente, evenwel anders worden geïnterpreteerd, in die zin dat de gemeente,
vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, kan vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, kan
deelnemen aan het door een inwoner op grond van artikel 194 van het deelnemen aan het door een inwoner op grond van artikel 194 van het
Vlaamse Gemeentedecreet ingesteld geding, niet enkel om de vordering Vlaamse Gemeentedecreet ingesteld geding, niet enkel om de vordering
van de inwoner te ondersteunen, maar ook om haar eigen visie ter zake van de inwoner te ondersteunen, maar ook om haar eigen visie ter zake
uiteen te zetten en die vordering in voorkomend geval te betwisten. uiteen te zetten en die vordering in voorkomend geval te betwisten.
In die interpretatie zijn de in het geding bepalingen bestaanbaar met In die interpretatie zijn de in het geding bepalingen bestaanbaar met
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het
algemeen beginsel van de rechten van verdediging. algemeen beginsel van de rechten van verdediging.
B.11. Overigens doen de in het geding zijnde bepalingen in die B.11. Overigens doen de in het geding zijnde bepalingen in die
interpretatie geen afbreuk aan het recht van de inwoners om namens de interpretatie geen afbreuk aan het recht van de inwoners om namens de
gemeente in rechte op te treden. gemeente in rechte op te treden.
De gemeente verliest immers de vrije beschikking over de rechten die De gemeente verliest immers de vrije beschikking over de rechten die
het voorwerp van de vordering uitmaken wanneer een of meer inwoners het voorwerp van de vordering uitmaken wanneer een of meer inwoners
namens haar in rechte zijn opgetreden. De uitoefening door de namens haar in rechte zijn opgetreden. De uitoefening door de
gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en
schepenen, van haar recht om aan het door een inwoner ingesteld geding schepenen, van haar recht om aan het door een inwoner ingesteld geding
deel te nemen, heeft derhalve niet tot gevolg dat de inwoner niet deel te nemen, heeft derhalve niet tot gevolg dat de inwoner niet
langer het geding mag voeren teneinde de rechten van de gemeente te langer het geding mag voeren teneinde de rechten van de gemeente te
doen gelden (Cass., 23 september 2010, Arr. Cass., 2010, nr. 542). doen gelden (Cass., 23 september 2010, Arr. Cass., 2010, nr. 542).
Bovendien kan de gemeente over het geding geen dading aangaan of er Bovendien kan de gemeente over het geding geen dading aangaan of er
afstand van doen zonder instemming van de inwoner die het geding afstand van doen zonder instemming van de inwoner die het geding
namens haar heeft gevoerd. namens haar heeft gevoerd.
Het komt aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt toe te Het komt aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt toe te
oordelen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vordering oordelen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vordering
die door een inwoner namens de gemeente is ingesteld. De omstandigheid die door een inwoner namens de gemeente is ingesteld. De omstandigheid
dat de gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester dat de gemeente, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester
en schepenen, haar visie over die vordering kan uiteenzetten en die en schepenen, haar visie over die vordering kan uiteenzetten en die
vordering in voorkomend geval kan betwisten in kader van een op vordering in voorkomend geval kan betwisten in kader van een op
tegenspraak gevoerde procedure, doet op geen enkele wijze afbreuk aan tegenspraak gevoerde procedure, doet op geen enkele wijze afbreuk aan
het recht van de inwoners om namens de gemeente in rechte op te treden het recht van de inwoners om namens de gemeente in rechte op te treden
en het geschil door een rechter te laten beslechten. en het geschil door een rechter te laten beslechten.
B.12. Zonder dat het noodzakelijk is te onderzoeken of de overige in B.12. Zonder dat het noodzakelijk is te onderzoeken of de overige in
de prejudiciële vraag vermelde referentienormen te dezen toepassing de prejudiciële vraag vermelde referentienormen te dezen toepassing
kunnen vinden, volstaat het vast te stellen dat de toetsing aan die kunnen vinden, volstaat het vast te stellen dat de toetsing aan die
normen niet tot een ander resultaat zou kunnen leiden. normen niet tot een ander resultaat zou kunnen leiden.
B.13. In de in B.10 vermelde interpretatie van de in het geding zijnde B.13. In de in B.10 vermelde interpretatie van de in het geding zijnde
bepalingen dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden bepalingen dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden
beantwoord. beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een - Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een
vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang
gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli
2005, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang 2005, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang
gelezen met het algemeen beginsel van de rechten van verdediging, in gelezen met het algemeen beginsel van de rechten van verdediging, in
die interpretatie dat de gemeente, vertegenwoordigd door haar college die interpretatie dat de gemeente, vertegenwoordigd door haar college
van burgemeester en schepenen, kan deelnemen aan het door een inwoner van burgemeester en schepenen, kan deelnemen aan het door een inwoner
op grond van artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet ingesteld op grond van artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet ingesteld
geding, doch enkel om de vordering van de inwoner te ondersteunen. geding, doch enkel om de vordering van de inwoner te ondersteunen.
- Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een - Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 betreffende een
vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu, in samenhang
gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli gelezen met artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli
2005, schendt niet de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, in 2005, schendt niet de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, in
samenhang gelezen met het artikel 6 van het Europees Verdrag voor de samenhang gelezen met het artikel 6 van het Europees Verdrag voor de
rechten van de Mens en met het algemeen beginsel van de rechten van rechten van de Mens en met het algemeen beginsel van de rechten van
verdediging, in die interpretatie dat de gemeente, vertegenwoordigd verdediging, in die interpretatie dat de gemeente, vertegenwoordigd
door haar college van burgemeester en schepenen, kan deelnemen aan het door haar college van burgemeester en schepenen, kan deelnemen aan het
door een inwoner op grond van artikel 194 van het Vlaamse door een inwoner op grond van artikel 194 van het Vlaamse
Gemeentedecreet ingesteld geding, niet enkel om de vordering van de Gemeentedecreet ingesteld geding, niet enkel om de vordering van de
inwoner te ondersteunen, maar ook om haar eigen visie uiteen te zetten inwoner te ondersteunen, maar ook om haar eigen visie uiteen te zetten
en die vordering in voorkomend geval te betwisten. en die vordering in voorkomend geval te betwisten.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 28 april 2016. op 28 april 2016.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
E. De Groot E. De Groot
^