Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 89/2015 van 11 juni 2015 Rolnummer : 5857 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 89/2015 van 11 juni 2015 Rolnummer : 5857 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 89/2015 van 11 juni 2015 Rolnummer : 5857 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 89/2015 van 11 juni 2015 Uittreksel uit arrest nr. 89/2015 van 11 juni 2015
Rolnummer : 5857 Rolnummer : 5857
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van de wet van 8 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van de wet van 8
mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende
de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de
verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007
betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere
categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn », betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn »,
ingesteld door de vzw « Coordination et Initiatives pour et avec les ingesteld door de vzw « Coordination et Initiatives pour et avec les
Réfugiés et Etrangers » en anderen. Réfugiés et Etrangers » en anderen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de
rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en F. rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en F.
Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 21 februari Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 21 februari
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 24 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 24
februari 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 11 van februari 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 11 van
de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging
en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007
betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere
categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn » betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn »
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2013) door (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2013) door
de vzw « Coordination et Initiatives pour et avec les Réfugiés et de vzw « Coordination et Initiatives pour et avec les Réfugiés et
Etrangers », de vzw « Association pour le droit des Etrangers » en de Etrangers », de vzw « Association pour le droit des Etrangers » en de
vzw « Vluchtelingenwerk Vlaanderen », bijgestaan en vertegenwoordigd vzw « Vluchtelingenwerk Vlaanderen », bijgestaan en vertegenwoordigd
door Mr. M. Kaiser en Mr. P.-F. Henrard, advocaten bij de balie te door Mr. M. Kaiser en Mr. P.-F. Henrard, advocaten bij de balie te
Brussel. Brussel.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de bestreden bepaling Ten aanzien van de bestreden bepaling
B.1.1. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat aanleiding B.1.1. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat aanleiding
heeft gegeven tot de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van heeft gegeven tot de wet van 8 mei 2013 « tot wijziging van de wet van
15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de
wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van
bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet
van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn », wordt met name vermeld dat die wet ertoe strekt de welzijn », wordt met name vermeld dat die wet ertoe strekt de
richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13
december 2011 « inzake normen voor de erkenning van onderdanen van december 2011 « inzake normen voor de erkenning van onderdanen van
derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming
genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen
die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de
inhoud van de verleende bescherming » gedeeltelijk om te zetten. inhoud van de verleende bescherming » gedeeltelijk om te zetten.
Bovendien strekt die wet ertoe de asielprocedure te optimaliseren Bovendien strekt die wet ertoe de asielprocedure te optimaliseren
teneinde, enerzijds, de effectiviteit, de kwaliteit en de efficiëntie teneinde, enerzijds, de effectiviteit, de kwaliteit en de efficiëntie
ervan te verhogen en, anderzijds, het oneigenlijk gebruik van de ervan te verhogen en, anderzijds, het oneigenlijk gebruik van de
asielprocedure te voorkomen door de rechten te vrijwaren van de asielprocedure te voorkomen door de rechten te vrijwaren van de
personen die bescherming nodig hebben. personen die bescherming nodig hebben.
Wat dat tweede doel betreft, wordt in de parlementaire voorbereiding Wat dat tweede doel betreft, wordt in de parlementaire voorbereiding
aangegeven dat de Regering alles in het werk wil stellen opdat de aangegeven dat de Regering alles in het werk wil stellen opdat de
asielzoekers een definitieve beslissing kunnen krijgen binnen een asielzoekers een definitieve beslissing kunnen krijgen binnen een
termijn van zes maanden na het indienen van hun aanvraag. De Regering termijn van zes maanden na het indienen van hun aanvraag. De Regering
wenst aldus, enerzijds, de asielzoekers snel duidelijkheid te geven wenst aldus, enerzijds, de asielzoekers snel duidelijkheid te geven
over hun status en, anderzijds, een van de factoren van de verzadiging over hun status en, anderzijds, een van de factoren van de verzadiging
van het opvangnetwerk weg te nemen teneinde de kwaliteit van die van het opvangnetwerk weg te nemen teneinde de kwaliteit van die
opvang te verbeteren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001, opvang te verbeteren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001,
pp. 3 en volgende). pp. 3 en volgende).
De bevoegde staatssecretaris heeft eveneens beklemtoond de De bevoegde staatssecretaris heeft eveneens beklemtoond de
administratieve lasten te willen verminderen. Zij heeft met nadruk administratieve lasten te willen verminderen. Zij heeft met nadruk
gewezen op het feit dat, om de toename van het aantal voor de Raad gewezen op het feit dat, om de toename van het aantal voor de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroepsprocedures te voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroepsprocedures te
voorkomen, het beginsel van « één bevel [om het grondgebied te voorkomen, het beginsel van « één bevel [om het grondgebied te
verlaten] voor één procedure » moest worden toegepast : « in de nieuwe verlaten] voor één procedure » moest worden toegepast : « in de nieuwe
regeling [geldt] het principe van één bevel om het grondgebied te regeling [geldt] het principe van één bevel om het grondgebied te
verlaten na een negatieve beslissing van het CGVS, met een verlenging verlaten na een negatieve beslissing van het CGVS, met een verlenging
van dat bevel na bevestiging van de beslissing door de RvV » (Parl. van dat bevel na bevestiging van de beslissing door de RvV » (Parl.
St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/004, pp. 4 en 6). St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/004, pp. 4 en 6).
B.1.2. Artikel 11 van de wet van 8 mei 2013 wijzigt artikel 52/3 van B.1.2. Artikel 11 van de wet van 8 mei 2013 wijzigt artikel 52/3 van
de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen en luidt als volgt : vreemdelingen en luidt als volgt :
« In artikel 52/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 « In artikel 52/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15
december 2006 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2012, worden de december 2006 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2012, worden de
volgende wijzigingen aangebracht : volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
' § 1. Indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de ' § 1. Indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de
Staatlozen de asielaanvraag niet in overweging neemt of de Staatlozen de asielaanvraag niet in overweging neemt of de
vluchtelingenstatus weigert te erkennen of de subsidiaire vluchtelingenstatus weigert te erkennen of de subsidiaire
beschermingsstatus weigert toe te kennen aan een vreemdeling en de beschermingsstatus weigert toe te kennen aan een vreemdeling en de
vreemdeling onregelmatig in het Rijk verblijft, moet de minister of vreemdeling onregelmatig in het Rijk verblijft, moet de minister of
zijn gemachtigde onverwijld een bevel om het grondgebied te verlaten zijn gemachtigde onverwijld een bevel om het grondgebied te verlaten
afgeven, gemotiveerd op basis van één van de gronden voorzien in afgeven, gemotiveerd op basis van één van de gronden voorzien in
artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°. Deze beslissing wordt ter kennis artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°. Deze beslissing wordt ter kennis
gebracht van de betrokkene overeenkomstig artikel 51/2. gebracht van de betrokkene overeenkomstig artikel 51/2.
Indien de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep van de Indien de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep van de
vreemdeling tegen een beslissing genomen door de Commissaris-generaal vreemdeling tegen een beslissing genomen door de Commissaris-generaal
voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verwerpt met toepassing van voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verwerpt met toepassing van
artikel 39/2, § 1, 1°, en de vreemdeling verblijft onregelmatig in het artikel 39/2, § 1, 1°, en de vreemdeling verblijft onregelmatig in het
Rijk, beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld tot een Rijk, beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld tot een
verlenging van het in het eerste lid bedoelde bevel om het grondgebied verlenging van het in het eerste lid bedoelde bevel om het grondgebied
te verlaten. Deze beslissing wordt onverwijld ter kennis gebracht van te verlaten. Deze beslissing wordt onverwijld ter kennis gebracht van
de betrokkene overeenkomstig artikel 51/2. de betrokkene overeenkomstig artikel 51/2.
De termijn van deze verlenging bedraagt tien dagen, en is twee maal De termijn van deze verlenging bedraagt tien dagen, en is twee maal
verlengbaar op voorwaarde dat de vreemdeling voldoende meewerkt aan verlengbaar op voorwaarde dat de vreemdeling voldoende meewerkt aan
het terugkeertraject bedoeld in [artikel] 6/1, § 3, van de wet van 12 het terugkeertraject bedoeld in [artikel] 6/1, § 3, van de wet van 12
januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde
andere categorieën van vreemdelingen. De regeling in dit lid doet geen andere categorieën van vreemdelingen. De regeling in dit lid doet geen
afbreuk aan de overige mogelijkheden tot verlenging van het bevel, afbreuk aan de overige mogelijkheden tot verlenging van het bevel,
zoals voorzien in de wet. ' zoals voorzien in de wet. '
2° in § 2 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : 2° in § 2 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
' In de in artikel 74/6, § 1bis, bedoelde gevallen moet de minister of ' In de in artikel 74/6, § 1bis, bedoelde gevallen moet de minister of
zijn gemachtigde onmiddellijk bij het indienen van de asielaanvraag zijn gemachtigde onmiddellijk bij het indienen van de asielaanvraag
een bevel om het grondgebied te verlaten afgeven, gemotiveerd op basis een bevel om het grondgebied te verlaten afgeven, gemotiveerd op basis
van één van de gronden voorzien in artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°. van één van de gronden voorzien in artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°.
' ». ' ».
B.1.3. Artikel 52/3 is bij een wet van 15 september 2006 in de wet van B.1.3. Artikel 52/3 is bij een wet van 15 september 2006 in de wet van
15 december 1980 ingevoegd. Oorspronkelijk luidde die bepaling : 15 december 1980 ingevoegd. Oorspronkelijk luidde die bepaling :
« § 1. Indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de « § 1. Indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de
Staatlozen de vluchtelingenstatus weigert te erkennen of de Staatlozen de vluchtelingenstatus weigert te erkennen of de
subsidiaire beschermingsstatus weigert toe te kennen aan een subsidiaire beschermingsstatus weigert toe te kennen aan een
vreemdeling en de vreemdeling onregelmatig in het Rijk verblijft, vreemdeling en de vreemdeling onregelmatig in het Rijk verblijft,
beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld dat de vreemdeling beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld dat de vreemdeling
valt onder de in artikel 7, eerste lid, 1° tot 11° of de in artikel valt onder de in artikel 7, eerste lid, 1° tot 11° of de in artikel
27, § 1, eerste lid, en § 3, bedoelde gevallen. Deze beslissing wordt 27, § 1, eerste lid, en § 3, bedoelde gevallen. Deze beslissing wordt
ter kennis gebracht van de betrokkene overeenkomstig het bepaalde in ter kennis gebracht van de betrokkene overeenkomstig het bepaalde in
artikel 51/2. artikel 51/2.
§ 2. In de in artikel 74/6, § 1bis, bedoelde gevallen beslist de § 2. In de in artikel 74/6, § 1bis, bedoelde gevallen beslist de
minister of zijn gemachtigde onmiddellijk bij het indienen van de minister of zijn gemachtigde onmiddellijk bij het indienen van de
asielaanvraag dat de vreemdeling valt onder de in artikel 7, eerste asielaanvraag dat de vreemdeling valt onder de in artikel 7, eerste
lid, 1° tot 11°, of de in artikel 27, § 1, eerste lid, en § 3, lid, 1° tot 11°, of de in artikel 27, § 1, eerste lid, en § 3,
bedoelde gevallen. In het in artikel 50ter bedoelde geval beslist de bedoelde gevallen. In het in artikel 50ter bedoelde geval beslist de
minister of zijn gemachtigde eveneens onmiddellijk bij het indienen minister of zijn gemachtigde eveneens onmiddellijk bij het indienen
van de asielaanvraag dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot het van de asielaanvraag dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot het
grondgebied en dat hij wordt teruggedreven. grondgebied en dat hij wordt teruggedreven.
Deze beslissingen worden betekend op de plaats waar de vreemdeling Deze beslissingen worden betekend op de plaats waar de vreemdeling
wordt vastgehouden ». wordt vastgehouden ».
Die bepaling is later gewijzigd bij artikel 11 van de wet van 19 Die bepaling is later gewijzigd bij artikel 11 van de wet van 19
januari 2012 om de tekst aan te passen aan de toevoeging van een 12° januari 2012 om de tekst aan te passen aan de toevoeging van een 12°
in artikel 7, § 1. Artikel 52/3, § 1, werd aangevuld met de volgende in artikel 7, § 1. Artikel 52/3, § 1, werd aangevuld met de volgende
zinnen : zinnen :
« Indien de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep van de « Indien de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep van de
vreemdeling tegen een beslissing genomen door de Commissaris-generaal vreemdeling tegen een beslissing genomen door de Commissaris-generaal
voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verwerpt in overeenstemming met voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verwerpt in overeenstemming met
artikel 39/2, § 1, 1°, en de vreemdeling verblijft onregelmatig in het artikel 39/2, § 1, 1°, en de vreemdeling verblijft onregelmatig in het
Rijk, beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld dat de Rijk, beslist de minister of zijn gemachtigde onverwijld dat de
vreemdeling valt onder de in artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°, of de vreemdeling valt onder de in artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°, of de
in artikel 27, § 1, eerste lid, en § 3, bedoelde gevallen. Deze in artikel 27, § 1, eerste lid, en § 3, bedoelde gevallen. Deze
beslissing wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene beslissing wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene
overeenkomstig artikel 51/2 ». overeenkomstig artikel 51/2 ».
In de parlementaire voorbereiding van de wet van 19 januari 2012 werd In de parlementaire voorbereiding van de wet van 19 januari 2012 werd
met name gepreciseerd dat een « beslissing tot verwijdering wordt met name gepreciseerd dat een « beslissing tot verwijdering wordt
genomen jegens elke onderdaan van een derde land die illegaal op het genomen jegens elke onderdaan van een derde land die illegaal op het
grondgebied verblijft » en dat de vrijwillige terugkeer van de grondgebied verblijft » en dat de vrijwillige terugkeer van de
vreemdeling moest worden bevorderd (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC vreemdeling moest worden bevorderd (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC
53-1825/001, pp. 4 en volgende). 53-1825/001, pp. 4 en volgende).
B.2. De wijziging van artikel 52/3 bij de wet van 8 mei 2013 werd als B.2. De wijziging van artikel 52/3 bij de wet van 8 mei 2013 werd als
volgt verantwoord : volgt verantwoord :
« In artikel 52/3, § 1, wordt expliciet de verplichting opgenomen voor « In artikel 52/3, § 1, wordt expliciet de verplichting opgenomen voor
de minister of zijn gemachtigde tot afgifte van een bevel om het de minister of zijn gemachtigde tot afgifte van een bevel om het
grondgebied te verlaten aan de onregelmatig in het Rijk verblijvende grondgebied te verlaten aan de onregelmatig in het Rijk verblijvende
vreemdeling na niet inoverwegingname van de asielaanvraag of na vreemdeling na niet inoverwegingname van de asielaanvraag of na
weigering tot erkenning van de vluchtelingenstatus of tot toekenning weigering tot erkenning van de vluchtelingenstatus of tot toekenning
van de subsidiaire beschermingsstatus door de Commissaris-generaal van de subsidiaire beschermingsstatus door de Commissaris-generaal
voor de Vluchtelingen of de Staatlozen. voor de Vluchtelingen of de Staatlozen.
De minister of zijn gemachtigde beschikt bij het nemen van deze De minister of zijn gemachtigde beschikt bij het nemen van deze
beslissing niet over enige appreciatiebevoegdheid indien hij vaststelt beslissing niet over enige appreciatiebevoegdheid indien hij vaststelt
dat aan beide navolgende bepalingen is voldaan : de vreemdeling werd dat aan beide navolgende bepalingen is voldaan : de vreemdeling werd
de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus geweigerd de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus geweigerd
of zijn asielaanvraag werd niet in overweging genomen én hij verblijft of zijn asielaanvraag werd niet in overweging genomen én hij verblijft
onregelmatig in het Rijk. De minister of zijn gemachtigde moet onregelmatig in het Rijk. De minister of zijn gemachtigde moet
bijgevolg eerst nagaan of aan deze twee voorwaarden is voldaan. Is dit bijgevolg eerst nagaan of aan deze twee voorwaarden is voldaan. Is dit
het geval, dan moet de minister of zijn gemachtigde vervolgens een het geval, dan moet de minister of zijn gemachtigde vervolgens een
bevel om het grondgebied te verlaten afleveren gemotiveerd op basis bevel om het grondgebied te verlaten afleveren gemotiveerd op basis
van één van de gronden voorzien in de punten 1° tot 12° van artikel 7, van één van de gronden voorzien in de punten 1° tot 12° van artikel 7,
eerste lid. eerste lid.
Dit artikel vormt een uitzondering op artikel 7, eerste lid, dat in Dit artikel vormt een uitzondering op artikel 7, eerste lid, dat in
principe wel een appreciatiemogelijkheid voorziet voor de minister of principe wel een appreciatiemogelijkheid voorziet voor de minister of
zijn gemachtigde tot afgifte van een bevel om het grondgebied te zijn gemachtigde tot afgifte van een bevel om het grondgebied te
verlaten aan de vreemdeling die noch gemachtigd noch toegelaten is tot verlaten aan de vreemdeling die noch gemachtigd noch toegelaten is tot
een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk of om er zich te een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk of om er zich te
vestigen. Enkel in de in 1°, 2°, 5°, 11° of 12° bedoelde gevallen van vestigen. Enkel in de in 1°, 2°, 5°, 11° of 12° bedoelde gevallen van
artikel 7, eerste lid, heeft de minister of zijn gemachtigde sinds de artikel 7, eerste lid, heeft de minister of zijn gemachtigde sinds de
wet van 19 januari 2012 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 wet van 19 januari 2012 tot wijziging van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging
en de verwijdering van vreemdelingen een gebonden bevoegdheid. en de verwijdering van vreemdelingen een gebonden bevoegdheid.
Met betrekking tot de verplichting voor de minister of zijn Met betrekking tot de verplichting voor de minister of zijn
gemachtigde tot afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten gemachtigde tot afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten
op basis van artikel 52/3, dient tenslotte te worden opgemerkt dat het op basis van artikel 52/3, dient tenslotte te worden opgemerkt dat het
bevel om het grondgebied te verlaten niet uitvoerbaar is indien de bevel om het grondgebied te verlaten niet uitvoerbaar is indien de
effectieve terugkeer van de vreemdeling een schending met zich zou effectieve terugkeer van de vreemdeling een schending met zich zou
brengen van de artikelen 3 en 8 van het EVRM. De vreemdeling die het brengen van de artikelen 3 en 8 van het EVRM. De vreemdeling die het
voorwerp uitmaakt van een verwijderingsmaatregel mag in geen geval voorwerp uitmaakt van een verwijderingsmaatregel mag in geen geval
verwijderd worden naar het land waar hij een reëel risico loopt om verwijderd worden naar het land waar hij een reëel risico loopt om
blootgesteld te worden aan een schending van het beginsel van non blootgesteld te worden aan een schending van het beginsel van non
refoulement. Artikel 3 van het EVRM dient geëerbiedigd te worden bij refoulement. Artikel 3 van het EVRM dient geëerbiedigd te worden bij
de tenuitvoerlegging van een bevel om het grondgebied te verlaten de tenuitvoerlegging van een bevel om het grondgebied te verlaten
(arrest Kastrati van het Grondwettelijk Hof nr. 141/2006 van 20 (arrest Kastrati van het Grondwettelijk Hof nr. 141/2006 van 20
september 2006). september 2006).
Tijdens het opschortend beroep in volle rechtsmacht voor de Raad voor Tijdens het opschortend beroep in volle rechtsmacht voor de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen (RvV) zal een nieuw voorlopig Vreemdelingenbetwistingen (RvV) zal een nieuw voorlopig
verblijfsdocument afgeleverd worden, dat de uitvoering van het bevel verblijfsdocument afgeleverd worden, dat de uitvoering van het bevel
om het grondgebied te verlaten opschort. De termijn van dit document om het grondgebied te verlaten opschort. De termijn van dit document
zal gelinkt zijn aan de duur van de procedure voor de RvV. Hierdoor zal gelinkt zijn aan de duur van de procedure voor de RvV. Hierdoor
zal de asielzoeker die in beroep gaat bij de RvV een duidelijker zal de asielzoeker die in beroep gaat bij de RvV een duidelijker
verblijfsdocument krijgen. Bovendien worden de administratieve lasten verblijfsdocument krijgen. Bovendien worden de administratieve lasten
voor de lokale besturen beperkt in vergelijking met de huidige voor de lokale besturen beperkt in vergelijking met de huidige
praktijk, waarbij een maandelijks hernieuwbaar document moet worden praktijk, waarbij een maandelijks hernieuwbaar document moet worden
afgeleverd. afgeleverd.
Eén bevel om het grondgebied te verlaten wordt onverwijld afgegeven, Eén bevel om het grondgebied te verlaten wordt onverwijld afgegeven,
eenmaal de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen negatief heeft eenmaal de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen negatief heeft
beslist over de asielaanvraag. beslist over de asielaanvraag.
Na het negatief arrest van de Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen dat Na het negatief arrest van de Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen dat
de asielprocedure afsluit zal het reeds eerder, na de negatieve de asielprocedure afsluit zal het reeds eerder, na de negatieve
beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de
Staatlozen, afgeleverde bevel om het grondgebied te verlaten verlengd Staatlozen, afgeleverde bevel om het grondgebied te verlaten verlengd
worden door de minister of zijn gemachtigde. worden door de minister of zijn gemachtigde.
De termijn van deze verlenging en eventuele daaropvolgende verlenging De termijn van deze verlenging en eventuele daaropvolgende verlenging
zullen bepaald worden afhankelijk van de medewerking van de betrokkene zullen bepaald worden afhankelijk van de medewerking van de betrokkene
aan het terugkeertraject, zoals gedefinieerd in art. 6/1 van de wet aan het terugkeertraject, zoals gedefinieerd in art. 6/1 van de wet
van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van
bepaalde andere categorieën van vreemdelingen (hierna ' opvangwet '). bepaalde andere categorieën van vreemdelingen (hierna ' opvangwet ').
De termijn van deze verlenging zal 10 dagen bedragen, twee maal De termijn van deze verlenging zal 10 dagen bedragen, twee maal
verlengbaar met 10 dagen, afhankelijk van de medewerking van de verlengbaar met 10 dagen, afhankelijk van de medewerking van de
betrokkene aan het terugkeertraject, zoals gedefinieerd in art. 6/1 betrokkene aan het terugkeertraject, zoals gedefinieerd in art. 6/1
van de opvangwet. Dit doet geen afbreuk aan de andere mogelijkheden van de opvangwet. Dit doet geen afbreuk aan de andere mogelijkheden
tot verlenging, op basis van de wet » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, tot verlenging, op basis van de wet » (Parl. St., Kamer, 2012-2013,
DOC 53-2555/001 en 53-2556/001, pp. 18-20). DOC 53-2555/001 en 53-2556/001, pp. 18-20).
Ten aanzien van het eerste middel Ten aanzien van het eerste middel
B.3.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door artikel 11 B.3.1. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door artikel 11
van de voormelde wet van 8 mei 2013, van de artikelen 10, 11 en 22 van van de voormelde wet van 8 mei 2013, van de artikelen 10, 11 en 22 van
de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 3, 8 en 13 van het de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 3, 8 en 13 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.3.2. In een eerste onderdeel voeren de verzoekende partijen aan dat B.3.2. In een eerste onderdeel voeren de verzoekende partijen aan dat
de bestreden bepaling de toetsing van de inachtneming van het recht om de bestreden bepaling de toetsing van de inachtneming van het recht om
niet het voorwerp van een onmenselijke en vernederende behandeling uit niet het voorwerp van een onmenselijke en vernederende behandeling uit
te maken en van het recht op het privé- en gezinsleven beperkt tot te maken en van het recht op het privé- en gezinsleven beperkt tot
enkel het ogenblik van de tenuitvoerlegging van het bevel om het enkel het ogenblik van de tenuitvoerlegging van het bevel om het
grondgebied te verlaten, zonder dat een dergelijke toetsing op het grondgebied te verlaten, zonder dat een dergelijke toetsing op het
ogenblik van de afgifte van dat bevel kan worden verricht. Dat zou de ogenblik van de afgifte van dat bevel kan worden verricht. Dat zou de
uitoefening van die rechten verhinderen of minstens aanzienlijk uitoefening van die rechten verhinderen of minstens aanzienlijk
moeilijker maken. moeilijker maken.
B.4.1. Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : B.4.1. Artikel 22 van de Grondwet bepaalt :
« Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn
gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de
wet bepaald. wet bepaald.
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de
bescherming van dat recht ». bescherming van dat recht ».
B.4.2. Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens B.4.2. Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens
bepaalt : bepaalt :
« Niemand mag worden onderworpen aan folteringen noch aan onmenselijke « Niemand mag worden onderworpen aan folteringen noch aan onmenselijke
of vernederende behandelingen of straffen ». of vernederende behandelingen of straffen ».
B.4.3. Artikel 8 van hetzelfde Verdrag bepaalt : B.4.3. Artikel 8 van hetzelfde Verdrag bepaalt :
« 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn « 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn
gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking
tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien
en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's
lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn
van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van
strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden,
of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ».
B.4.4. Artikel 13 van dat Verdrag bepaalt : B.4.4. Artikel 13 van dat Verdrag bepaalt :
« Eenieder wiens rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn « Eenieder wiens rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn
vermeld, zijn geschonden, heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp vermeld, zijn geschonden, heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp
voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn
begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie ». begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie ».
B.5.1. De beoordelingsbevoegdheid die aan de minister of zijn B.5.1. De beoordelingsbevoegdheid die aan de minister of zijn
gemachtigde wordt gelaten wanneer hij een bevel om het grondgebied te gemachtigde wordt gelaten wanneer hij een bevel om het grondgebied te
verlaten afgeeft, wordt bij de bestreden bepaling enkel beperkt voor verlaten afgeeft, wordt bij de bestreden bepaling enkel beperkt voor
de twee voorwaarden waarvan zij de afgifte van een bevel om het de twee voorwaarden waarvan zij de afgifte van een bevel om het
grondgebied te verlaten afhankelijk stelt, namelijk indien de grondgebied te verlaten afhankelijk stelt, namelijk indien de
Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus niet in vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus niet in
overweging neemt of weigert te erkennen en indien de asielzoeker overweging neemt of weigert te erkennen en indien de asielzoeker
onregelmatig op het grondgebied verblijft. In dat stadium dient de onregelmatig op het grondgebied verblijft. In dat stadium dient de
minister of zijn gemachtigde niet te beoordelen of de minister of zijn gemachtigde niet te beoordelen of de
tenuitvoerlegging van het bevel om het grondgebied te verlaten de tenuitvoerlegging van het bevel om het grondgebied te verlaten de
artikelen 3 en 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens artikelen 3 en 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens
in acht neemt. in acht neemt.
Met betrekking tot die toetsing wordt in de memorie van toelichting Met betrekking tot die toetsing wordt in de memorie van toelichting
aangegeven dat aangegeven dat
« het bevel om het grondgebied te verlaten niet uitvoerbaar is indien « het bevel om het grondgebied te verlaten niet uitvoerbaar is indien
de effectieve terugkeer van de vreemdeling een schending met zich zou de effectieve terugkeer van de vreemdeling een schending met zich zou
brengen van de artikelen 3 en 8 van het EVRM. De vreemdeling die het brengen van de artikelen 3 en 8 van het EVRM. De vreemdeling die het
voorwerp uitmaakt van een verwijderingsmaatregel mag in geen geval voorwerp uitmaakt van een verwijderingsmaatregel mag in geen geval
verwijderd worden naar het land waar hij een reëel risico loopt om verwijderd worden naar het land waar hij een reëel risico loopt om
blootgesteld te worden aan een schending van het beginsel van non blootgesteld te worden aan een schending van het beginsel van non
refoulement. Artikel 3 van het EVRM dient geëerbiedigd te worden bij refoulement. Artikel 3 van het EVRM dient geëerbiedigd te worden bij
de tenuitvoerlegging van een bevel om het grondgebied te verlaten » de tenuitvoerlegging van een bevel om het grondgebied te verlaten »
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001 en 53-2556/001, p. 19). (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001 en 53-2556/001, p. 19).
B.5.2. Door geen onderscheid te maken tussen die twee fases in de B.5.2. Door geen onderscheid te maken tussen die twee fases in de
procedure, geven de verzoekende partijen aan de bestreden bepaling een procedure, geven de verzoekende partijen aan de bestreden bepaling een
draagwijdte die zij niet heeft. draagwijdte die zij niet heeft.
B.5.3. Het eerste onderdeel van het eerste middel is niet gegrond. B.5.3. Het eerste onderdeel van het eerste middel is niet gegrond.
B.6.1. In een tweede onderdeel van het eerste middel voeren de B.6.1. In een tweede onderdeel van het eerste middel voeren de
verzoekende partijen aan dat de bestreden bepaling het niet mogelijk verzoekende partijen aan dat de bestreden bepaling het niet mogelijk
maakt een daadwerkelijk beroep voor de Raad voor maakt een daadwerkelijk beroep voor de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen in te stellen tegen het bevel om het Vreemdelingenbetwistingen in te stellen tegen het bevel om het
grondgebied te verlaten en aldus de artikelen 10 en 11 van de grondgebied te verlaten en aldus de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 3 en 13 van het Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 3 en 13 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens schendt. Europees Verdrag voor de rechten van de mens schendt.
B.6.2. Zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof voor de Rechten van B.6.2. Zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof voor de Rechten van
de Mens veronderstelt het bij artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Mens veronderstelt het bij artikel 13 van het Europees Verdrag voor
de rechten van de mens gewaarborgde recht op daadwerkelijke rechtshulp de rechten van de mens gewaarborgde recht op daadwerkelijke rechtshulp
dat de persoon die een verdedigbare grief aanvoert die is afgeleid uit dat de persoon die een verdedigbare grief aanvoert die is afgeleid uit
de schending van artikel 3 van hetzelfde Verdrag, toegang heeft tot de schending van artikel 3 van hetzelfde Verdrag, toegang heeft tot
een rechtscollege dat bevoegd is om de inhoud van de grief te een rechtscollege dat bevoegd is om de inhoud van de grief te
onderzoeken en om het gepaste herstel te bieden. Het Europees Hof voor onderzoeken en om het gepaste herstel te bieden. Het Europees Hof voor
de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat, « gelet op de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat, « gelet op
het belang dat [het] hecht aan artikel 3 van het Verdrag en aan de het belang dat [het] hecht aan artikel 3 van het Verdrag en aan de
onomkeerbare aard van de schade die kan worden veroorzaakt wanneer het onomkeerbare aard van de schade die kan worden veroorzaakt wanneer het
risico van foltering of slechte behandelingen zich voordoet [...], risico van foltering of slechte behandelingen zich voordoet [...],
artikel 13 eist dat de betrokkene toegang heeft tot een van rechtswege artikel 13 eist dat de betrokkene toegang heeft tot een van rechtswege
opschortend beroep » (EHRM, 26 april 2007, Gebremedhin (Gaberamadhien) opschortend beroep » (EHRM, 26 april 2007, Gebremedhin (Gaberamadhien)
t. Frankrijk, § 66; zie EHRM, 21 januari 2011, M.S.S. t. België en t. Frankrijk, § 66; zie EHRM, 21 januari 2011, M.S.S. t. België en
Griekenland, § 293; 2 februari 2012, I.M. t. Frankrijk, § § 134 en Griekenland, § 293; 2 februari 2012, I.M. t. Frankrijk, § § 134 en
156; 2 oktober 2012, Singh en anderen t. België, § 92). 156; 2 oktober 2012, Singh en anderen t. België, § 92).
Om daadwerkelijk te zijn in de zin van artikel 13 van het Europees Om daadwerkelijk te zijn in de zin van artikel 13 van het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens moet het beroep dat openstaat voor Verdrag voor de rechten van de mens moet het beroep dat openstaat voor
de persoon die een schending van artikel 3 aanklaagt, een « de persoon die een schending van artikel 3 aanklaagt, een «
aandachtige », « volledige » en « strikte » controle mogelijk maken aandachtige », « volledige » en « strikte » controle mogelijk maken
van de situatie van de verzoeker door het bevoegde orgaan (EHRM, 21 van de situatie van de verzoeker door het bevoegde orgaan (EHRM, 21
januari 2011, M.S.S. t. België en Griekenland, § § 387 en 389; 20 januari 2011, M.S.S. t. België en Griekenland, § § 387 en 389; 20
december 2011, Yoh-Ekale Mwanje t. België, § § 105 en 107). december 2011, Yoh-Ekale Mwanje t. België, § § 105 en 107).
B.7. Het is juist dat, zoals het Hof in zijn arrest nr. 1/2014 van 16 B.7. Het is juist dat, zoals het Hof in zijn arrest nr. 1/2014 van 16
januari 2014 heeft opgemerkt, het loutere bestaan van een vaste januari 2014 heeft opgemerkt, het loutere bestaan van een vaste
rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en van de Raad rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en van de Raad
van State niet volstaat om het daadwerkelijk bestaan van een beroep van State niet volstaat om het daadwerkelijk bestaan van een beroep
met volle rechtsmacht in de zin van artikel 13 van het Europees met volle rechtsmacht in de zin van artikel 13 van het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens te waarborgen (EHRM, 5 februari Verdrag voor de rechten van de mens te waarborgen (EHRM, 5 februari
2002, Conka t. België, § 83; 26 april 2007, Gebremedhin 2002, Conka t. België, § 83; 26 april 2007, Gebremedhin
(Gaberamadhien) t. Frankrijk, § 66). In het voormelde arrest heeft het (Gaberamadhien) t. Frankrijk, § 66). In het voormelde arrest heeft het
Hof eveneens gepreciseerd dat « de daadwerkelijkheid [van het beroep] Hof eveneens gepreciseerd dat « de daadwerkelijkheid [van het beroep]
vereisten inhoudt inzake de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de vereisten inhoudt inzake de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de
beroepen, zowel in rechte als in de praktijk » (EHRM, 2 februari 2012, beroepen, zowel in rechte als in de praktijk » (EHRM, 2 februari 2012,
I.M. t. Frankrijk, § 150, en 2 oktober 2012, Singh en anderen t. I.M. t. Frankrijk, § 150, en 2 oktober 2012, Singh en anderen t.
België, § 90). België, § 90).
Artikel 5, 1°, van de wet van 10 april 2014 heeft evenwel artikel Artikel 5, 1°, van de wet van 10 april 2014 heeft evenwel artikel
39/82 van de wet van 15 december 1980 gewijzigd. Met betrekking tot de 39/82 van de wet van 15 december 1980 gewijzigd. Met betrekking tot de
vordering tot schorsing en in het bijzonder de voorwaarde van het vordering tot schorsing en in het bijzonder de voorwaarde van het
moeilijk te herstellen ernstig nadeel, bepaalt artikel 39/82, § 2 : moeilijk te herstellen ernstig nadeel, bepaalt artikel 39/82, § 2 :
« De schorsing van de tenuitvoerlegging kan alleen worden bevolen als « De schorsing van de tenuitvoerlegging kan alleen worden bevolen als
ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de
aangevochten akte kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat de aangevochten akte kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat de
onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte een moeilijk te herstellen onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte een moeilijk te herstellen
ernstig nadeel kan berokkenen. Deze laatste voorwaarde is onder andere ernstig nadeel kan berokkenen. Deze laatste voorwaarde is onder andere
vervuld indien een ernstig middel werd aangevoerd gesteund op de vervuld indien een ernstig middel werd aangevoerd gesteund op de
grondrechten van de mens, in het bijzonder de rechten ten aanzien grondrechten van de mens, in het bijzonder de rechten ten aanzien
waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, tweede waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, tweede
lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden. mens en de fundamentele vrijheden.
De uitspraken waarbij de schorsing is bevolen, kunnen worden De uitspraken waarbij de schorsing is bevolen, kunnen worden
ingetrokken of gewijzigd op verzoek van de partijen ». ingetrokken of gewijzigd op verzoek van de partijen ».
De wet van 10 april 2014 is in het Belgisch Staatsblad van 21 mei 2014 De wet van 10 april 2014 is in het Belgisch Staatsblad van 21 mei 2014
bekendgemaakt en is op 31 mei 2014 in werking getreden. De grief, bekendgemaakt en is op 31 mei 2014 in werking getreden. De grief,
vervat in het tweede onderdeel van het eerste middel, heeft sinds die vervat in het tweede onderdeel van het eerste middel, heeft sinds die
datum zijn voorwerp verloren, zodat er geen noodzaak bestaat om er datum zijn voorwerp verloren, zodat er geen noodzaak bestaat om er
alsnog uitspraak over te doen in de context van het huidige beroep. alsnog uitspraak over te doen in de context van het huidige beroep.
B.8.1. In een derde onderdeel van het eerste middel voeren de B.8.1. In een derde onderdeel van het eerste middel voeren de
verzoekende partijen aan dat de bestreden bepaling een onverantwoord verzoekende partijen aan dat de bestreden bepaling een onverantwoord
verschil in behandeling maakt tussen twee categorieën van verschil in behandeling maakt tussen twee categorieën van
vreemdelingen, namelijk tussen, enerzijds, de asielaanvragers en vreemdelingen, namelijk tussen, enerzijds, de asielaanvragers en
aanvragers van subsidiaire bescherming en, anderzijds, de andere aanvragers van subsidiaire bescherming en, anderzijds, de andere
vreemdelingen. vreemdelingen.
B.8.2. Zoals in B.5.1 is vermeld, is de minister of zijn gemachtigde B.8.2. Zoals in B.5.1 is vermeld, is de minister of zijn gemachtigde
ertoe gehouden het bevel om het grondgebied te verlaten af te geven ertoe gehouden het bevel om het grondgebied te verlaten af te geven
indien de vreemdeling die asiel of subsidiaire bescherming aanvraagt, indien de vreemdeling die asiel of subsidiaire bescherming aanvraagt,
onregelmatig in België verblijft en indien hij zich in een van de in onregelmatig in België verblijft en indien hij zich in een van de in
artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°, van de wet van 15 december 1980 artikel 7, eerste lid, 1° tot 12°, van de wet van 15 december 1980
bedoelde gevallen bevindt. bedoelde gevallen bevindt.
Artikel 7, eerste lid, van de voormelde wet bepaalt : Artikel 7, eerste lid, van de voormelde wet bepaalt :
« Onverminderd meer voordelige bepalingen vervat in een internationaal « Onverminderd meer voordelige bepalingen vervat in een internationaal
verdrag, kan de minister of zijn gemachtigde aan de vreemdeling, die verdrag, kan de minister of zijn gemachtigde aan de vreemdeling, die
noch gemachtigd noch toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie noch gemachtigd noch toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie
maanden in het Rijk of om er zich te vestigen, een bevel om het maanden in het Rijk of om er zich te vestigen, een bevel om het
grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten afgeven of moet de grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten afgeven of moet de
minister of zijn gemachtigde in de in 1°, 2°, 5°, 11° of 12° bedoelde minister of zijn gemachtigde in de in 1°, 2°, 5°, 11° of 12° bedoelde
gevallen een bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te gevallen een bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te
verlaten afgeven : verlaten afgeven :
1° wanneer hij in het Rijk verblijft zonder houder te zijn van de bij 1° wanneer hij in het Rijk verblijft zonder houder te zijn van de bij
artikel 2 vereiste documenten; artikel 2 vereiste documenten;
2° wanneer hij langer in het Rijk verblijft dan de overeenkomstig 2° wanneer hij langer in het Rijk verblijft dan de overeenkomstig
artikel 6 bepaalde termijn of er niet in slaagt het bewijs te leveren artikel 6 bepaalde termijn of er niet in slaagt het bewijs te leveren
dat deze termijn niet overschreden werd; dat deze termijn niet overschreden werd;
3° wanneer hij door zijn gedrag geacht wordt de openbare orde of de 3° wanneer hij door zijn gedrag geacht wordt de openbare orde of de
nationale veiligheid te kunnen schaden; nationale veiligheid te kunnen schaden;
4° wanneer hij door de Minister, op eensluidend advies van de 4° wanneer hij door de Minister, op eensluidend advies van de
Commissie van advies voor vreemdelingen, geacht wordt de Commissie van advies voor vreemdelingen, geacht wordt de
internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is
bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van
de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden; de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden;
5° wanneer hij, ter fine van weigering van toegang, gesignaleerd is, 5° wanneer hij, ter fine van weigering van toegang, gesignaleerd is,
overeenkomstig artikel 3, 5°; overeenkomstig artikel 3, 5°;
6° wanneer hij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan, 6° wanneer hij niet beschikt over voldoende middelen van bestaan,
zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis
naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat, naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat,
waar zijn toelating is gewaarborgd, en niet in staat is deze middelen waar zijn toelating is gewaarborgd, en niet in staat is deze middelen
wettelijk te verwerven; wettelijk te verwerven;
7° wanneer hij aangetast is door een der ziekten of gebreken opgesomd 7° wanneer hij aangetast is door een der ziekten of gebreken opgesomd
in de bijlage bij deze wet; in de bijlage bij deze wet;
8° wanneer hij een beroepsbedrijvigheid als zelfstandige of in 8° wanneer hij een beroepsbedrijvigheid als zelfstandige of in
ondergeschikt verband uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ondergeschikt verband uitoefent zonder in het bezit te zijn van de
daartoe vereiste machtiging; daartoe vereiste machtiging;
9° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten of 9° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten of
akkoorden die België binden, door de overheden van de akkoorden die België binden, door de overheden van de
overeenkomstsluitende Staten, ter verwijdering van het grondgebied van overeenkomstsluitende Staten, ter verwijdering van het grondgebied van
deze Staten, aan de Belgische overheden wordt overgedragen; deze Staten, aan de Belgische overheden wordt overgedragen;
10° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten 10° wanneer hij, met toepassing van de internationale overeenkomsten
of akkoorden die België binden, door de Belgische overheden aan de of akkoorden die België binden, door de Belgische overheden aan de
overheden van de overeenkomstsluitende Staten moet overgedragen overheden van de overeenkomstsluitende Staten moet overgedragen
worden; worden;
11° wanneer hij sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd 11° wanneer hij sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd
teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of
ingetrokken; ingetrokken;
12° wanneer een vreemdeling het voorwerp uitmaakt van een inreisverbod 12° wanneer een vreemdeling het voorwerp uitmaakt van een inreisverbod
dat noch opgeschort noch opgeheven is ». dat noch opgeschort noch opgeheven is ».
Uit die bepaling blijkt dat een zelfde verplichting tot afgifte van Uit die bepaling blijkt dat een zelfde verplichting tot afgifte van
een bevel om het grondgebied te verlaten ten aanzien van de minister een bevel om het grondgebied te verlaten ten aanzien van de minister
of zijn gemachtigde bestaat wanneer de vreemdeling onregelmatig in het of zijn gemachtigde bestaat wanneer de vreemdeling onregelmatig in het
land verblijft. land verblijft.
Het door de verzoekende partijen aangevoerde verschil in behandeling Het door de verzoekende partijen aangevoerde verschil in behandeling
is onbestaande. is onbestaande.
B.9. Het derde onderdeel van het eerste middel is niet gegrond. B.9. Het derde onderdeel van het eerste middel is niet gegrond.
Ten aanzien van het tweede middel Ten aanzien van het tweede middel
B.10. De verzoekende partijen leiden een tweede middel af uit de B.10. De verzoekende partijen leiden een tweede middel af uit de
schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang
gelezen met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de gelezen met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens, met artikel 33 van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 mens, met artikel 33 van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951
betreffende de status van vluchtelingen en met artikel 46, lid 5, van betreffende de status van vluchtelingen en met artikel 46, lid 5, van
de richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 de richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26
juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning
en intrekking van de internationale bescherming. en intrekking van de internationale bescherming.
Zij voeren aan dat de bestreden bepaling, door te vooronderstellen dat Zij voeren aan dat de bestreden bepaling, door te vooronderstellen dat
de asielaanvragers of aanvragers van subsidiaire bescherming de asielaanvragers of aanvragers van subsidiaire bescherming
onregelmatig in het Rijk kunnen verblijven, twee verschillende onregelmatig in het Rijk kunnen verblijven, twee verschillende
categorieën van vreemdelingen op identieke wijze behandelt, zonder dat categorieën van vreemdelingen op identieke wijze behandelt, zonder dat
zulks wordt verantwoord : enerzijds, de asielaanvragers of aanvragers zulks wordt verantwoord : enerzijds, de asielaanvragers of aanvragers
van subsidiaire bescherming en, anderzijds, de andere vreemdelingen. van subsidiaire bescherming en, anderzijds, de andere vreemdelingen.
Zij zijn in het bijzonder van mening dat de bestreden bepaling, met Zij zijn in het bijzonder van mening dat de bestreden bepaling, met
schending van de in het middel aangevoerde bepalingen, tot gevolg zou schending van de in het middel aangevoerde bepalingen, tot gevolg zou
hebben dat de asielaanvrager of aanvrager van subsidiaire bescherming, hebben dat de asielaanvrager of aanvrager van subsidiaire bescherming,
niettegenstaande het beroep dat hij voor de Raad voor niettegenstaande het beroep dat hij voor de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen zou hebben ingesteld, beroep dat schorsend Vreemdelingenbetwistingen zou hebben ingesteld, beroep dat schorsend
is, zou kunnen worden geacht onregelmatig in het land te verblijven. is, zou kunnen worden geacht onregelmatig in het land te verblijven.
B.11. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen aanvoeren, doet B.11. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen aanvoeren, doet
de bestreden bepaling geen afbreuk aan het schorsende karakter van het de bestreden bepaling geen afbreuk aan het schorsende karakter van het
voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep tegen voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep tegen
een beslissing die door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen een beslissing die door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen
en de staatlozen is genomen. en de staatlozen is genomen.
In de parlementaire voorbereiding wordt dienaangaande vermeld : In de parlementaire voorbereiding wordt dienaangaande vermeld :
« Tijdens het opschortend beroep in volle rechtsmacht voor de Raad « Tijdens het opschortend beroep in volle rechtsmacht voor de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) zal een nieuw voorlopig voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) zal een nieuw voorlopig
verblijfsdocument afgeleverd worden, dat de uitvoering van het bevel verblijfsdocument afgeleverd worden, dat de uitvoering van het bevel
om het grondgebied te verlaten opschort. De termijn van dit document om het grondgebied te verlaten opschort. De termijn van dit document
zal gelinkt zijn aan de duur van de procedure voor de RvV. Hierdoor zal gelinkt zijn aan de duur van de procedure voor de RvV. Hierdoor
zal de asielzoeker die in beroep gaat bij de RvV een duidelijker zal de asielzoeker die in beroep gaat bij de RvV een duidelijker
verblijfsdocument krijgen. Bovendien worden de administratieve lasten verblijfsdocument krijgen. Bovendien worden de administratieve lasten
voor de lokale besturen beperkt in vergelijking met de huidige voor de lokale besturen beperkt in vergelijking met de huidige
praktijk, waarbij een maandelijks hernieuwbaar document moet worden praktijk, waarbij een maandelijks hernieuwbaar document moet worden
afgeleverd » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001 en afgeleverd » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2555/001 en
53-2556/001, p. 19). 53-2556/001, p. 19).
De bestreden bepaling voorziet enkel erin dat een onderzoek moet De bestreden bepaling voorziet enkel erin dat een onderzoek moet
worden verricht om na te gaan of de vreemdeling regelmatig in het Rijk worden verricht om na te gaan of de vreemdeling regelmatig in het Rijk
verblijft, hetgeen het geval zou kunnen zijn, niettegenstaande de verblijft, hetgeen het geval zou kunnen zijn, niettegenstaande de
eventuele weigering van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen eventuele weigering van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen
en de staatlozen, indien de vreemdeling terzelfder tijd een en de staatlozen, indien de vreemdeling terzelfder tijd een
verblijfsaanvraag op een andere grond heeft ingediend. verblijfsaanvraag op een andere grond heeft ingediend.
Uit het voorgaande blijkt dat de asielaanvrager of aanvrager van Uit het voorgaande blijkt dat de asielaanvrager of aanvrager van
subsidiaire bescherming, gedurende de periode van het voor de Raad subsidiaire bescherming, gedurende de periode van het voor de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep, over een tijdelijke voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep, over een tijdelijke
verblijfstitel beschikt en niet onregelmatig in het land kan verblijfstitel beschikt en niet onregelmatig in het land kan
verblijven. verblijven.
Daarenboven kan de wetgever niet worden verweten dat hij erin heeft Daarenboven kan de wetgever niet worden verweten dat hij erin heeft
voorzien dat het bevel om het grondgebied te verlaten uitvoerbaar zou voorzien dat het bevel om het grondgebied te verlaten uitvoerbaar zou
worden indien de asielaanvrager of aanvrager van subsidiaire worden indien de asielaanvrager of aanvrager van subsidiaire
bescherming geen beroep voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bescherming geen beroep voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
heeft ingesteld of indien hij dat beroep niet heeft ingesteld binnen heeft ingesteld of indien hij dat beroep niet heeft ingesteld binnen
de termijnen en in de vormen die bij de wet zijn vereist. de termijnen en in de vormen die bij de wet zijn vereist.
B.12. Het tweede middel is niet gegrond. B.12. Het tweede middel is niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt het beroep. verwerpt het beroep.
Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 11 juni 2015. het Grondwettelijk Hof, op 11 juni 2015.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^