← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 Rolnummer : 5555 In zake
: de prejudiciële vraag over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 januari
2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, ges Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de rechte(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 Rolnummer : 5555 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, ges Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de rechte(...) | Uittreksel uit arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 Rolnummer : 5555 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, ges Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de rechte(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 | Uittreksel uit arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 |
Rolnummer : 5555 | Rolnummer : 5555 |
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, c) tot e), 35, § | In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, c) tot e), 35, § |
2, en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit | 2, en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit |
van de ondernemingen, gesteld door het Arbeidshof te Luik. | van de ondernemingen, gesteld door het Arbeidshof te Luik. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de |
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, | rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, |
P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, bijgestaan door de griffier P.-Y. | P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, bijgestaan door de griffier P.-Y. |
Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, | Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 10 januari 2013 in zake de nv « Agrimat » tegen | Bij arrest van 10 januari 2013 in zake de nv « Agrimat » tegen |
Jean-Claude Clementz, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | Jean-Claude Clementz, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is |
ingekomen op 18 januari 2013, heeft het Arbeidshof te Luik de volgende | ingekomen op 18 januari 2013, heeft het Arbeidshof te Luik de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden de artikelen 2, c, d en e, 35, § 2, en 57 van de wet van 31 | « Schenden de artikelen 2, c, d en e, 35, § 2, en 57 van de wet van 31 |
januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen de | januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet en voeren zij een discriminatie in | artikelen 10 en 11 van de Grondwet en voeren zij een discriminatie in |
: | : |
doordat ten aanzien van de werknemer die wordt ontslagen vóór de | doordat ten aanzien van de werknemer die wordt ontslagen vóór de |
opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie zijn | opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie zijn |
compenserende opzeggingsvergoeding een schuldvordering in de | compenserende opzeggingsvergoeding een schuldvordering in de |
opschorting vormt die is onderworpen aan de uitvoering van het | opschorting vormt die is onderworpen aan de uitvoering van het |
reorganisatieplan met mogelijke verminderingen en | reorganisatieplan met mogelijke verminderingen en |
betalingsmodaliteiten die in de tijd zijn gespreid, | betalingsmodaliteiten die in de tijd zijn gespreid, |
terwijl ten aanzien van de werknemer die wordt ontslagen in de loop | terwijl ten aanzien van de werknemer die wordt ontslagen in de loop |
van de procedure van gerechtelijke reorganisatie zijn compenserende | van de procedure van gerechtelijke reorganisatie zijn compenserende |
opzeggingsvergoeding ontsnapt aan de kwalificatie van schuldvordering | opzeggingsvergoeding ontsnapt aan de kwalificatie van schuldvordering |
in de opschorting en aan de uitvoeringsmodaliteiten van het | in de opschorting en aan de uitvoeringsmodaliteiten van het |
reorganisatieplan, zodat die vergoeding integraal zal worden betaald | reorganisatieplan, zodat die vergoeding integraal zal worden betaald |
en zonder enige betalingstermijn ? ». | en zonder enige betalingstermijn ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen |
B.1.1. De artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 | B.1.1. De artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 |
januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna | januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna |
: WCO), in de versie ervan die van toepassing is voor de verwijzende | : WCO), in de versie ervan die van toepassing is voor de verwijzende |
rechter, bepalen : | rechter, bepalen : |
« Art. 2.Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder : |
« Art. 2.Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder : |
[...] | [...] |
c) 'schuldvorderingen in de opschorting' : de schuldvorderingen | c) 'schuldvorderingen in de opschorting' : de schuldvorderingen |
ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke | ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke |
reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen | reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen |
genomen in het kader van de procedure volgen; | genomen in het kader van de procedure volgen; |
d) 'buitengewone schuldvorderingen in de opschorting' : de | d) 'buitengewone schuldvorderingen in de opschorting' : de |
schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een | schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een |
bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de | bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de |
schuldeisers-eigenaars; | schuldeisers-eigenaars; |
e) 'gewone schuldvorderingen in de opschorting' : de schuldvorderingen | e) 'gewone schuldvorderingen in de opschorting' : de schuldvorderingen |
in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de | in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de |
opschorting; | opschorting; |
[...] | [...] |
Art. 35.[...] |
Art. 35.[...] |
§ 2. De schuldenaar kan evenwel, ook bij ontstentenis van contractuele | § 2. De schuldenaar kan evenwel, ook bij ontstentenis van contractuele |
bepaling in deze zin, beslissen een lopende overeenkomst niet langer | bepaling in deze zin, beslissen een lopende overeenkomst niet langer |
uit te voeren voor de duur van de opschorting met een mededeling aan | uit te voeren voor de duur van de opschorting met een mededeling aan |
zijn medecontractanten overeenkomstig artikel 26, § 2, op voorwaarde | zijn medecontractanten overeenkomstig artikel 26, § 2, op voorwaarde |
dat die niet-uitvoering noodzakelijk is om een reorganisatieplan te | dat die niet-uitvoering noodzakelijk is om een reorganisatieplan te |
kunnen voorstellen aan de schuldeisers of om de overdracht onder | kunnen voorstellen aan de schuldeisers of om de overdracht onder |
gerechtelijk gezag mogelijk te maken. | gerechtelijk gezag mogelijk te maken. |
Wanneer de schuldenaar beslist een lopende overeenkomst niet langer | Wanneer de schuldenaar beslist een lopende overeenkomst niet langer |
uit te voeren, vormt de schadevergoeding waartoe de wederpartij in | uit te voeren, vormt de schadevergoeding waartoe de wederpartij in |
voorkomend geval gerechtigd is een schuldvordering in de opschorting. | voorkomend geval gerechtigd is een schuldvordering in de opschorting. |
De mogelijkheid gegeven in dit artikel is niet toepasselijk op | De mogelijkheid gegeven in dit artikel is niet toepasselijk op |
arbeidsovereenkomsten. | arbeidsovereenkomsten. |
[...] | [...] |
Art. 57.De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend |
Art. 57.De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend |
voor alle schuldeisers in de opschorting. | voor alle schuldeisers in de opschorting. |
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende | De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende |
schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is | schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is |
bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan | bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan |
de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk | de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk |
opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen | opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen |
beslissingen. | beslissingen. |
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de | De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de |
in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd | in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd |
met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven | met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven |
tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het | tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het |
plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van | plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van |
dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht | dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht |
tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate | tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate |
die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige | die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige |
schuldvorderingen. | schuldvorderingen. |
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige | Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige |
uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle | uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle |
schuldvorderingen die erin voorkomen. | schuldvorderingen die erin voorkomen. |
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk | Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk |
Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een | Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een |
persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede ». | persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede ». |
B.1.2. Een wet van 27 mei 2013 « tot wijziging van verschillende | B.1.2. Een wet van 27 mei 2013 « tot wijziging van verschillende |
wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen », | wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen », |
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013, wijzigt de | bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013, wijzigt de |
in het geding zijnde artikelen 2, c), en 35, § 2, als volgt : | in het geding zijnde artikelen 2, c), en 35, § 2, als volgt : |
- artikel 2 van die wet voegt in artikel 2, c), van de WCO het woord « | - artikel 2 van die wet voegt in artikel 2, c), van de WCO het woord « |
gerechtelijke » in tussen de woorden « verzoekschrift of » en de | gerechtelijke » in tussen de woorden « verzoekschrift of » en de |
woorden « beslissingen genomen »; | woorden « beslissingen genomen »; |
- artikel 19, b), van die wet voegt tussen het eerste en het tweede | - artikel 19, b), van die wet voegt tussen het eerste en het tweede |
lid van artikel 35, § 2, een lid in dat luidt : « De uitoefening van | lid van artikel 35, § 2, een lid in dat luidt : « De uitoefening van |
dit recht ontneemt de schuldeiser niet het recht zijn eigen prestaties | dit recht ontneemt de schuldeiser niet het recht zijn eigen prestaties |
op te schorten ». | op te schorten ». |
Krachtens artikel 62 van die wet treden die wijzigingen in werking | Krachtens artikel 62 van die wet treden die wijzigingen in werking |
tien dagen na de bekendmaking van de wet van 27 mei 2013 in het | tien dagen na de bekendmaking van de wet van 27 mei 2013 in het |
Belgisch Staatsblad. | Belgisch Staatsblad. |
Die wijzigingen hebben dus geen invloed op het geschil dat aanleiding | Die wijzigingen hebben dus geen invloed op het geschil dat aanleiding |
heeft gegeven tot de prejudiciële vraag, zodat het Hof de in het | heeft gegeven tot de prejudiciële vraag, zodat het Hof de in het |
geding zijnde bepalingen, alsook de tekst van de WCO, onderzoekt in de | geding zijnde bepalingen, alsook de tekst van de WCO, onderzoekt in de |
versie ervan die van toepassing is op het voor de verwijzende rechter | versie ervan die van toepassing is op het voor de verwijzende rechter |
hangende geschil. | hangende geschil. |
B.1.3. De voormelde wet van 31 januari 2009, in de versie ervan die op | B.1.3. De voormelde wet van 31 januari 2009, in de versie ervan die op |
het voor de verwijzende rechter hangende geschil van toepassing is, | het voor de verwijzende rechter hangende geschil van toepassing is, |
voorziet onder meer in een zogenoemde procedure « van gerechtelijke | voorziet onder meer in een zogenoemde procedure « van gerechtelijke |
reorganisatie » die strekt tot het behouden, onder toezicht van de | reorganisatie » die strekt tot het behouden, onder toezicht van de |
rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de | rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de |
onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten (artikel 16, | onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten (artikel 16, |
eerste lid, van de WCO); die procedure maakt het mogelijk de | eerste lid, van de WCO); die procedure maakt het mogelijk de |
schuldenaar een opschorting toe te kennen (waarvan de duur door de | schuldenaar een opschorting toe te kennen (waarvan de duur door de |
rechter wordt bepaald krachtens artikel 24, § 2, van de WCO) om hetzij | rechter wordt bepaald krachtens artikel 24, § 2, van de WCO) om hetzij |
tot een gerechtelijke reorganisatie te komen door een minnelijk | tot een gerechtelijke reorganisatie te komen door een minnelijk |
akkoord tussen schuldeisers en schuldenaar - bedoeld in artikel 43 - | akkoord tussen schuldeisers en schuldenaar - bedoeld in artikel 43 - |
of door een collectief akkoord van de schuldeisers - bedoeld in de | of door een collectief akkoord van de schuldeisers - bedoeld in de |
artikelen 44 en volgende -, hetzij de overdracht toe te staan, aan | artikelen 44 en volgende -, hetzij de overdracht toe te staan, aan |
derden, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar | derden, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar |
activiteiten, bedoeld in de artikelen 59 en volgende (artikel 16, | activiteiten, bedoeld in de artikelen 59 en volgende (artikel 16, |
tweede lid, van de WCO). | tweede lid, van de WCO). |
Naast het door de in het geding zijnde bepaling vastgelegde verbod om | Naast het door de in het geding zijnde bepaling vastgelegde verbod om |
de middelen tot tenuitvoerlegging voort te zetten, bepaalt de wet dat | de middelen tot tenuitvoerlegging voort te zetten, bepaalt de wet dat |
tijdens de opschorting, voor schuldeisers in de opschorting, geen | tijdens de opschorting, voor schuldeisers in de opschorting, geen |
enkel ander beslag dan een bewarend beslag kan worden gelegd (artikel | enkel ander beslag dan een bewarend beslag kan worden gelegd (artikel |
31 van de WCO). Zij doet evenwel geen afbreuk aan de rechten van de | 31 van de WCO). Zij doet evenwel geen afbreuk aan de rechten van de |
pandhoudende schuldeiser wanneer het gaat om specifiek in pand gegeven | pandhoudende schuldeiser wanneer het gaat om specifiek in pand gegeven |
schuldvorderingen (artikel 32 van de WCO), staat een vrijwillige | schuldvorderingen (artikel 32 van de WCO), staat een vrijwillige |
betaling door de schuldenaar van schuldvorderingen in de opschorting | betaling door de schuldenaar van schuldvorderingen in de opschorting |
niet in de weg, noch een rechtstreekse vordering (artikel 33 van de | niet in de weg, noch een rechtstreekse vordering (artikel 33 van de |
WCO), noch een schuldvergelijking van verknochte schuldvorderingen | WCO), noch een schuldvergelijking van verknochte schuldvorderingen |
(artikel 34 van de WCO), noch de mogelijkheid om de schuldenaar | (artikel 34 van de WCO), noch de mogelijkheid om de schuldenaar |
failliet te verklaren of een gerechtelijke ontbinding van de | failliet te verklaren of een gerechtelijke ontbinding van de |
vennootschap die schuldenaar is teweeg te brengen (artikel 30 van de | vennootschap die schuldenaar is teweeg te brengen (artikel 30 van de |
WCO), en zij maakt in principe geen einde aan de lopende | WCO), en zij maakt in principe geen einde aan de lopende |
overeenkomsten (artikel 35, § 1, van de WCO). | overeenkomsten (artikel 35, § 1, van de WCO). |
Ten aanzien van het verschil in behandeling | Ten aanzien van het verschil in behandeling |
B.2. De in het geding zijnde bepalingen worden door de verwijzende | B.2. De in het geding zijnde bepalingen worden door de verwijzende |
rechter in die zin geïnterpreteerd dat zij een verschil in behandeling | rechter in die zin geïnterpreteerd dat zij een verschil in behandeling |
invoeren tussen een werknemer die is ontslagen vóór de indiening, door | invoeren tussen een werknemer die is ontslagen vóór de indiening, door |
zijn werkgever, van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie | zijn werkgever, van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie |
en een werknemer die tijdens de periode van de opschorting is | en een werknemer die tijdens de periode van de opschorting is |
ontslagen : de schuldvordering met betrekking tot een door de | ontslagen : de schuldvordering met betrekking tot een door de |
werknemer gevorderde compenserende opzeggingsvergoeding zal in het | werknemer gevorderde compenserende opzeggingsvergoeding zal in het |
eerste geval in de opschorting zijn, krachtens artikel 2, c) tot e), | eerste geval in de opschorting zijn, krachtens artikel 2, c) tot e), |
van de WCO, en zal bijgevolg worden onderworpen aan de verminderingen | van de WCO, en zal bijgevolg worden onderworpen aan de verminderingen |
en modaliteiten van het gehomologeerde reorganisatieplan, | en modaliteiten van het gehomologeerde reorganisatieplan, |
overeenkomstig artikel 57 van de WCO; in het tweede geval zal de | overeenkomstig artikel 57 van de WCO; in het tweede geval zal de |
schuldvordering van de werknemer ontsnappen aan de kwalificatie van | schuldvordering van de werknemer ontsnappen aan de kwalificatie van |
schuldvordering in de opschorting, zodat, volgens de verwijzende | schuldvordering in de opschorting, zodat, volgens de verwijzende |
rechter, « zij integraal en zonder enige betalingstermijn zal worden | rechter, « zij integraal en zonder enige betalingstermijn zal worden |
betaald ». | betaald ». |
Het geschil voor de verwijzende rechter betreft een werknemer die | Het geschil voor de verwijzende rechter betreft een werknemer die |
enkele dagen vóór de indiening van het verzoekschrift tot | enkele dagen vóór de indiening van het verzoekschrift tot |
gerechtelijke reorganisatie is ontslagen, ten gevolge van een | gerechtelijke reorganisatie is ontslagen, ten gevolge van een |
herstructurering van het personeel om economische redenen. | herstructurering van het personeel om economische redenen. |
B.3. In tegenstelling tot wat de Ministerraad betoogt, vormen de | B.3. In tegenstelling tot wat de Ministerraad betoogt, vormen de |
situaties waarin beide categorieën van de in B.2 vermelde werknemers | situaties waarin beide categorieën van de in B.2 vermelde werknemers |
zich bevinden, vergelijkbare categorieën : in beide gevallen vorderen | zich bevinden, vergelijkbare categorieën : in beide gevallen vorderen |
de werknemers een compenserende opzeggingsvergoeding voor een rechter | de werknemers een compenserende opzeggingsvergoeding voor een rechter |
die uitspraak moet doen na de homologatie van een door de werkgever | die uitspraak moet doen na de homologatie van een door de werkgever |
ingediend plan van gerechtelijke reorganisatie en zijn dus | ingediend plan van gerechtelijke reorganisatie en zijn dus |
schuldeisers van de schuldenaar in de opschorting. | schuldeisers van de schuldenaar in de opschorting. |
B.4.1. De Ministerraad voert eveneens aan dat de prejudiciële vraag | B.4.1. De Ministerraad voert eveneens aan dat de prejudiciële vraag |
zonder voorwerp en dus niet ontvankelijk is, aangezien het in het | zonder voorwerp en dus niet ontvankelijk is, aangezien het in het |
geding zijnde verschil in behandeling niet zou voortvloeien uit de in | geding zijnde verschil in behandeling niet zou voortvloeien uit de in |
de prejudiciële vraag beoogde bepalingen, maar uit artikel 36 van de | de prejudiciële vraag beoogde bepalingen, maar uit artikel 36 van de |
in het geding zijnde wet en uit artikel 19, eerste lid, 3°bis, van de | in het geding zijnde wet en uit artikel 19, eerste lid, 3°bis, van de |
hypotheekwet van 16 december 1851, die de in B.2 vermelde | hypotheekwet van 16 december 1851, die de in B.2 vermelde |
schuldvorderingen van de werknemers klasseren onder de algemene | schuldvorderingen van de werknemers klasseren onder de algemene |
voorrechten. | voorrechten. |
B.4.2. Artikel 2, c) tot e), van de WCO definieert de | B.4.2. Artikel 2, c) tot e), van de WCO definieert de |
schuldvorderingen in de opschorting, de gewone schuldvorderingen in de | schuldvorderingen in de opschorting, de gewone schuldvorderingen in de |
opschorting en de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. | opschorting en de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. |
Door te bepalen dat het reorganisatieplan door de homologatie ervan | Door te bepalen dat het reorganisatieplan door de homologatie ervan |
voor alle schuldeisers in de opschorting bindend wordt, heeft artikel | voor alle schuldeisers in de opschorting bindend wordt, heeft artikel |
57 van de WCO tot gevolg dat, wanneer dat plan, overeenkomstig artikel | 57 van de WCO tot gevolg dat, wanneer dat plan, overeenkomstig artikel |
49 van de WCO, voorziet in een vermindering van sommige | 49 van de WCO, voorziet in een vermindering van sommige |
schuldvorderingen, de door de rechtbank van koophandel verleende | schuldvorderingen, de door de rechtbank van koophandel verleende |
homologatie ertoe leidt dat de schuldenaar een vermindering van zijn | homologatie ertoe leidt dat de schuldenaar een vermindering van zijn |
schuld verkrijgt. Artikel 35, § 2, van de WCO vestigt het beginsel van | schuld verkrijgt. Artikel 35, § 2, van de WCO vestigt het beginsel van |
de continuïteit van de arbeidsovereenkomsten, zonder de mogelijkheid | de continuïteit van de arbeidsovereenkomsten, zonder de mogelijkheid |
voor de schuldenaar om de opschorting aan te voeren teneinde de | voor de schuldenaar om de opschorting aan te voeren teneinde de |
tenuitvoerlegging van die overeenkomsten op te schorten. In | tenuitvoerlegging van die overeenkomsten op te schorten. In |
tegenstelling tot wat de Ministerraad beweert, staat het onderwerp van | tegenstelling tot wat de Ministerraad beweert, staat het onderwerp van |
de prejudiciële vraag niet los van de in het geding zijnde bepalingen. | de prejudiciële vraag niet los van de in het geding zijnde bepalingen. |
B.4.3. De prejudiciële vraag is ontvankelijk. | B.4.3. De prejudiciële vraag is ontvankelijk. |
B.5. Er dient evenwel te worden onderzocht in welke mate de in het | B.5. Er dient evenwel te worden onderzocht in welke mate de in het |
geding zijnde bepalingen ten grondslag liggen aan het in B.2 | geding zijnde bepalingen ten grondslag liggen aan het in B.2 |
bekritiseerde verschil in behandeling en of dat verschil in | bekritiseerde verschil in behandeling en of dat verschil in |
behandeling verantwoord is. | behandeling verantwoord is. |
B.6. De bij de wet van 31 januari 2009 vastgelegde procedure van | B.6. De bij de wet van 31 januari 2009 vastgelegde procedure van |
gerechtelijke reorganisatie strekt tot het behouden, onder toezicht | gerechtelijke reorganisatie strekt tot het behouden, onder toezicht |
van de rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van | van de rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van |
de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten. | de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten. |
De parlementaire voorbereiding vermeldt daarover : | De parlementaire voorbereiding vermeldt daarover : |
« 'De continuïteit van de onderneming behouden', verwijst naar de | « 'De continuïteit van de onderneming behouden', verwijst naar de |
entiteit zelf met haar verschillende componenten. 'De activiteiten | entiteit zelf met haar verschillende componenten. 'De activiteiten |
behouden' verwijst naar de economische activiteit die gedeeltelijk | behouden' verwijst naar de economische activiteit die gedeeltelijk |
losstaat van het medium ervan. De formulering is heel ruim bedoeld, | losstaat van het medium ervan. De formulering is heel ruim bedoeld, |
teneinde te voorkomen dat de wil van de wetgever door interpretaties | teneinde te voorkomen dat de wil van de wetgever door interpretaties |
wordt vertekend : het is duidelijk de bedoeling ervoor te zorgen dat | wordt vertekend : het is duidelijk de bedoeling ervoor te zorgen dat |
problemen van structurele of toevallige aard in toereikende | problemen van structurele of toevallige aard in toereikende |
economische omstandigheden kunnen worden opgelost » (Parl. St., Kamer, | economische omstandigheden kunnen worden opgelost » (Parl. St., Kamer, |
B.Z. 2007, DOC 52-0160/001, p. 15). | B.Z. 2007, DOC 52-0160/001, p. 15). |
B.7. De wetgever heeft met die procedure de draagwijdte willen | B.7. De wetgever heeft met die procedure de draagwijdte willen |
verruimen van de regelgeving op het gerechtelijk akkoord, die zij | verruimen van de regelgeving op het gerechtelijk akkoord, die zij |
vervangt (ibid., DOC 52-0160/002, pp. 39 en 82). Hij heeft getracht | vervangt (ibid., DOC 52-0160/002, pp. 39 en 82). Hij heeft getracht |
het doel van behoud van de continuïteit van de onderneming te | het doel van behoud van de continuïteit van de onderneming te |
verzoenen met dat van vrijwaring van de rechten van de schuldeisers : | verzoenen met dat van vrijwaring van de rechten van de schuldeisers : |
« [De materie met betrekking tot de gevolgen van de gerechtelijke | « [De materie met betrekking tot de gevolgen van de gerechtelijke |
reorganisatie] is een van de moeilijkste die er bestaat omdat een | reorganisatie] is een van de moeilijkste die er bestaat omdat een |
insolventiewetgeving rekening moet houden met zeer uiteenlopende | insolventiewetgeving rekening moet houden met zeer uiteenlopende |
belangen : de belangen van de schuldeisers die wensen betaald te | belangen : de belangen van de schuldeisers die wensen betaald te |
worden op zo kort mogelijke tijd en de nood om de reorganisatie een | worden op zo kort mogelijke tijd en de nood om de reorganisatie een |
kans te geven (met inbegrip van een reorganisatie door overdracht van | kans te geven (met inbegrip van een reorganisatie door overdracht van |
de onderneming). De regel is dat de continuïteit en van de onderneming | de onderneming). De regel is dat de continuïteit en van de onderneming |
en van de contracten behouden blijft, maar het is vanzelfsprekend dat | en van de contracten behouden blijft, maar het is vanzelfsprekend dat |
in een periode van acute betaalmoeilijkheden de handhaving van de | in een periode van acute betaalmoeilijkheden de handhaving van de |
rechten bedreigd wordt » (ibid., DOC 52-0160/005, p. 10). | rechten bedreigd wordt » (ibid., DOC 52-0160/005, p. 10). |
B.8.1. Ten aanzien van de schuldvorderingen in de opschorting wordt in | B.8.1. Ten aanzien van de schuldvorderingen in de opschorting wordt in |
de parlementaire voorbereiding gepreciseerd : | de parlementaire voorbereiding gepreciseerd : |
« Schuldvorderingen in de opschorting zijn die als bedoeld in de | « Schuldvorderingen in de opschorting zijn die als bedoeld in de |
aanvraag tot opschorting. Ze gaan noodzakelijkerwijze vooraf aan de | aanvraag tot opschorting. Ze gaan noodzakelijkerwijze vooraf aan de |
dag waarop de opschorting open is verklaard of is ontstaan uit het | dag waarop de opschorting open is verklaard of is ontstaan uit het |
vonnis zelf (bijvoorbeeld een schuld die ontstaat wegens de toepassing | vonnis zelf (bijvoorbeeld een schuld die ontstaat wegens de toepassing |
van een ontbindende voorwaarde in geval van reorganisatie). Het | van een ontbindende voorwaarde in geval van reorganisatie). Het |
betreft twee soorten schulden : gewone schuldvorderingen in de | betreft twee soorten schulden : gewone schuldvorderingen in de |
opschorting en buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. | opschorting en buitengewone schuldvorderingen in de opschorting. |
Laatstgenoemde schuldvorderingen krijgen een bijzondere behandeling en | Laatstgenoemde schuldvorderingen krijgen een bijzondere behandeling en |
zijn zeker gesteld door een zakelijke zekerheid, dus een waarborg of | zijn zeker gesteld door een zakelijke zekerheid, dus een waarborg of |
een hypotheek, dan wel komen in aanmerking voor een waarborg verstrekt | een hypotheek, dan wel komen in aanmerking voor een waarborg verstrekt |
door de retentie van een eigendomsrecht of via een bijzonder voorrecht | door de retentie van een eigendomsrecht of via een bijzonder voorrecht |
» (Parl. St., Kamer, B.Z. 2007, DOC 52-0160/001, p. 9). | » (Parl. St., Kamer, B.Z. 2007, DOC 52-0160/001, p. 9). |
De kwalificatie van schuldvorderingen al dan niet in de opschorting | De kwalificatie van schuldvorderingen al dan niet in de opschorting |
berust dus op een objectief criterium, in beginsel gekoppeld aan het | berust dus op een objectief criterium, in beginsel gekoppeld aan het |
onderwerp zelf van de opschortingsaanvraag of aan het verband tussen | onderwerp zelf van de opschortingsaanvraag of aan het verband tussen |
de schuldvordering en de indiening van het verzoekschrift of tussen de | de schuldvordering en de indiening van het verzoekschrift of tussen de |
schuldvordering en de beslissingen genomen in het kader van de | schuldvordering en de beslissingen genomen in het kader van de |
reorganisatieprocedure. | reorganisatieprocedure. |
B.8.2. Wanneer het, zoals te dezen, gaat om een gerechtelijke | B.8.2. Wanneer het, zoals te dezen, gaat om een gerechtelijke |
reorganisatie door middel van een collectief akkoord, voorziet de | reorganisatie door middel van een collectief akkoord, voorziet de |
procedure erin dat, nadat de rechtbank van koophandel de | procedure erin dat, nadat de rechtbank van koophandel de |
reorganisatieprocedure open heeft verklaard, de schuldenaar een | reorganisatieprocedure open heeft verklaard, de schuldenaar een |
reorganisatieplan ter griffie dient neer te leggen (artikel 44 van de | reorganisatieplan ter griffie dient neer te leggen (artikel 44 van de |
WCO), waarvan de inhoud wordt geregeld door de artikelen 47 tot 52 van | WCO), waarvan de inhoud wordt geregeld door de artikelen 47 tot 52 van |
de WCO en waarover de schuldeisers in de opschorting dienen te | de WCO en waarover de schuldeisers in de opschorting dienen te |
stemmen. De schuldeisers in de opschorting worden ingelicht over de | stemmen. De schuldeisers in de opschorting worden ingelicht over de |
procedure van gerechtelijke reorganisatie (artikel 53 van de WCO), | procedure van gerechtelijke reorganisatie (artikel 53 van de WCO), |
worden gehoord voor de rechtbank en moeten het plan van gerechtelijke | worden gehoord voor de rechtbank en moeten het plan van gerechtelijke |
reorganisatie goedkeuren (artikel 54 van de WCO). | reorganisatie goedkeuren (artikel 54 van de WCO). |
Wanneer het reorganisatieplan wordt goedgekeurd door de schuldeisers, | Wanneer het reorganisatieplan wordt goedgekeurd door de schuldeisers, |
dient de rechtbank van koophandel zich uit te spreken over de | dient de rechtbank van koophandel zich uit te spreken over de |
homologatie ervan (artikel 55 van de WCO). Door de homologatie wordt | homologatie ervan (artikel 55 van de WCO). Door de homologatie wordt |
het plan bindend voor alle schuldeisers in de opschorting (artikel 57, | het plan bindend voor alle schuldeisers in de opschorting (artikel 57, |
eerste lid, van de WCO). | eerste lid, van de WCO). |
De schuldeisers in de opschorting beschikken dus, in die hoedanigheid, | De schuldeisers in de opschorting beschikken dus, in die hoedanigheid, |
over de mogelijkheid om tussen te komen in de procedure voor de | over de mogelijkheid om tussen te komen in de procedure voor de |
homologatie van het plan van gerechtelijke reorganisatie. | homologatie van het plan van gerechtelijke reorganisatie. |
B.8.3. De werknemer die wegens een herstructurering van het personeel | B.8.3. De werknemer die wegens een herstructurering van het personeel |
om economische redenen wordt ontslagen vóór het vonnis tot opening van | om economische redenen wordt ontslagen vóór het vonnis tot opening van |
de procedure van gerechtelijke reorganisatie, beschikt, op grond van | de procedure van gerechtelijke reorganisatie, beschikt, op grond van |
de in artikel 2 van de in het geding zijnde wet gegeven definities, | de in artikel 2 van de in het geding zijnde wet gegeven definities, |
over een schuldvordering in de opschorting; bij ontstentenis van een | over een schuldvordering in de opschorting; bij ontstentenis van een |
bijzonder voorrecht is die schuldvordering een gewone schuldvordering | bijzonder voorrecht is die schuldvordering een gewone schuldvordering |
in de opschorting. | in de opschorting. |
Het gegeven dat die schuldvordering gewoon is, heeft evenwel geen | Het gegeven dat die schuldvordering gewoon is, heeft evenwel geen |
gevolgen voor het dwingende karakter van het gehomologeerde plan van | gevolgen voor het dwingende karakter van het gehomologeerde plan van |
gerechtelijke reorganisatie; artikel 57 van de in het geding zijnde | gerechtelijke reorganisatie; artikel 57 van de in het geding zijnde |
wet bepaalt immers dat de homologatie van dat plan een dwingend | wet bepaalt immers dat de homologatie van dat plan een dwingend |
karakter heeft ten aanzien van alle schuldeisers in de opschorting, | karakter heeft ten aanzien van alle schuldeisers in de opschorting, |
ongeacht of die al dan niet gewoon zijn. | ongeacht of die al dan niet gewoon zijn. |
B.8.4. In tegenstelling tot wat de Ministerraad aanvoert, is het dus | B.8.4. In tegenstelling tot wat de Ministerraad aanvoert, is het dus |
niet artikel 19, eerste lid, 3°bis, van de hypotheekwet van 16 | niet artikel 19, eerste lid, 3°bis, van de hypotheekwet van 16 |
december 1851 dat ten grondslag ligt aan het bekritiseerde verschil in | december 1851 dat ten grondslag ligt aan het bekritiseerde verschil in |
behandeling ten aanzien van het dwingende karakter van het | behandeling ten aanzien van het dwingende karakter van het |
reorganisatieplan. | reorganisatieplan. |
B.9.1. Het feit dat de schuldvordering al dan niet wordt onderworpen | B.9.1. Het feit dat de schuldvordering al dan niet wordt onderworpen |
aan mogelijke verminderingen en in de tijd gespreide | aan mogelijke verminderingen en in de tijd gespreide |
betalingsmodaliteiten waarin het plan van gerechtelijke reorganisatie | betalingsmodaliteiten waarin het plan van gerechtelijke reorganisatie |
voorziet, houdt zijnerzijds verband met de inhoud van het | voorziet, houdt zijnerzijds verband met de inhoud van het |
reorganisatieplan. | reorganisatieplan. |
Het reorganisatieplan geeft de betalingstermijnen en de verminderingen | Het reorganisatieplan geeft de betalingstermijnen en de verminderingen |
op de schuldvorderingen in de opschorting aan, onverminderd de | op de schuldvorderingen in de opschorting aan, onverminderd de |
mogelijkheid te voorzien in een gedifferentieerde regeling voor | mogelijkheid te voorzien in een gedifferentieerde regeling voor |
bepaalde categorieën van schuldvorderingen, op grond van de omvang of | bepaalde categorieën van schuldvorderingen, op grond van de omvang of |
de aard ervan (artikel 49, eerste lid, van de WCO). | de aard ervan (artikel 49, eerste lid, van de WCO). |
De schuldvorderingen in de opschorting die hun grondslag vinden in een | De schuldvorderingen in de opschorting die hun grondslag vinden in een |
arbeidsovereenkomst, waaronder die gekoppeld aan een compenserende | arbeidsovereenkomst, waaronder die gekoppeld aan een compenserende |
opzeggingsvergoeding, kunnen dus, wegens de aard ervan, het voorwerp | opzeggingsvergoeding, kunnen dus, wegens de aard ervan, het voorwerp |
uitmaken van een bijzondere regeling in het plan van gerechtelijke | uitmaken van een bijzondere regeling in het plan van gerechtelijke |
reorganisatie. | reorganisatie. |
B.9.2. Wanneer de compenserende opzeggingsvergoeding van de werknemer | B.9.2. Wanneer de compenserende opzeggingsvergoeding van de werknemer |
die is ontslagen vóór het vonnis tot opening van de procedure van | die is ontslagen vóór het vonnis tot opening van de procedure van |
gerechtelijke reorganisatie een gewone schuldvordering in de | gerechtelijke reorganisatie een gewone schuldvordering in de |
opschorting is, betekent die kwalificatie dus niet dat de belangen van | opschorting is, betekent die kwalificatie dus niet dat de belangen van |
de werknemers niet in aanmerking zullen worden genomen in de | de werknemers niet in aanmerking zullen worden genomen in de |
modaliteiten van het plan van gerechtelijke reorganisatie, in het | modaliteiten van het plan van gerechtelijke reorganisatie, in het |
licht van het door de in het geding zijnde wet nagestreefde doel van | licht van het door de in het geding zijnde wet nagestreefde doel van |
continuïteit. | continuïteit. |
B.9.3. Het feit dat de schuldvordering in de opschorting van een | B.9.3. Het feit dat de schuldvordering in de opschorting van een |
werknemer die is ontslagen vóór het vonnis tot opening van de | werknemer die is ontslagen vóór het vonnis tot opening van de |
reorganisatieprocedure kan worden verminderd of onderworpen aan | reorganisatieprocedure kan worden verminderd of onderworpen aan |
betalingstermijnen, vindt zijn oorsprong dus in de mogelijkheid, | betalingstermijnen, vindt zijn oorsprong dus in de mogelijkheid, |
bepaald in artikel 49 van de WCO, om te voorzien in een vermindering | bepaald in artikel 49 van de WCO, om te voorzien in een vermindering |
van alle schuldvorderingen in de opschorting, zonder dat de | van alle schuldvorderingen in de opschorting, zonder dat de |
schuldvorderingen in de opschorting die voortvloeien uit een | schuldvorderingen in de opschorting die voortvloeien uit een |
arbeidsovereenkomst aan die mogelijkheid van vermindering ontsnappen. | arbeidsovereenkomst aan die mogelijkheid van vermindering ontsnappen. |
Hiermee heeft de wetgever gekozen voor een principiële gelijkheid | Hiermee heeft de wetgever gekozen voor een principiële gelijkheid |
onder schuldeisers in de opschorting. | onder schuldeisers in de opschorting. |
Het Hof moet zich niet uitspreken over de vraag of de ontstentenis van | Het Hof moet zich niet uitspreken over de vraag of de ontstentenis van |
een onderscheid onder bepaalde schuldvorderingen in de opschorting | een onderscheid onder bepaalde schuldvorderingen in de opschorting |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.9.4. De wet van 27 mei 2013 heeft in de WCO een artikel 49/1, vierde | B.9.4. De wet van 27 mei 2013 heeft in de WCO een artikel 49/1, vierde |
lid, ingevoegd, dat bepaalt : | lid, ingevoegd, dat bepaalt : |
« Het plan kan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van | « Het plan kan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van |
schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de | schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de |
procedure verrichte arbeidsprestaties ». | procedure verrichte arbeidsprestaties ». |
Het feit dat die bepaling, vanaf de inwerkingtreding van de wet van 27 | Het feit dat die bepaling, vanaf de inwerkingtreding van de wet van 27 |
mei 2013, voorziet in een bijzondere bescherming ten aanzien van | mei 2013, voorziet in een bijzondere bescherming ten aanzien van |
sommige schuldvorderingen in de opschorting, in de context van een | sommige schuldvorderingen in de opschorting, in de context van een |
algemene aanpassing van de WCO, maakt het evenmin mogelijk te | algemene aanpassing van de WCO, maakt het evenmin mogelijk te |
besluiten dat de in het geding zijnde bepalingen, in de versie ervan | besluiten dat de in het geding zijnde bepalingen, in de versie ervan |
die van toepassing is voor de verwijzende rechter, de artikelen 10 en | die van toepassing is voor de verwijzende rechter, de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet schenden. | 11 van de Grondwet schenden. |
B.10.1. Artikel 35, § 2, voorziet in de mogelijkheid voor de | B.10.1. Artikel 35, § 2, voorziet in de mogelijkheid voor de |
schuldenaar om te beslissen de lopende overeenkomsten niet langer uit | schuldenaar om te beslissen de lopende overeenkomsten niet langer uit |
te voeren voor de duur van de opschorting; artikel 35, § 2, derde lid, | te voeren voor de duur van de opschorting; artikel 35, § 2, derde lid, |
in de versie die van toepassing is voor de verwijzende rechter, | in de versie die van toepassing is voor de verwijzende rechter, |
voorziet evenwel erin dat de mogelijkheid voor de schuldenaar om de | voorziet evenwel erin dat de mogelijkheid voor de schuldenaar om de |
lopende overeenkomsten niet langer uit te voeren voor de duur van de | lopende overeenkomsten niet langer uit te voeren voor de duur van de |
opschorting, niet van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten. | opschorting, niet van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten. |
In de parlementaire voorbereiding wordt in dat verband uiteengezet : | In de parlementaire voorbereiding wordt in dat verband uiteengezet : |
« Vooreerst is te wijzen op de mogelijkheid voor de onderneming in | « Vooreerst is te wijzen op de mogelijkheid voor de onderneming in |
moeilijkheden, voorzien in artikel 26 van het wetsvoorstel, om lopende | moeilijkheden, voorzien in artikel 26 van het wetsvoorstel, om lopende |
overeenkomsten te beëindigen, zelfs bij gebreke van wanprestatie van | overeenkomsten te beëindigen, zelfs bij gebreke van wanprestatie van |
zijn kant. Deze mogelijkheid, die bestaat ongeacht de hoedanigheid van | zijn kant. Deze mogelijkheid, die bestaat ongeacht de hoedanigheid van |
de ondernemer als schuldenaar of schuldeiser, moet de reorganiserende | de ondernemer als schuldenaar of schuldeiser, moet de reorganiserende |
onderneming toelaten zich te ontdoen van onrendabele of verlieslatende | onderneming toelaten zich te ontdoen van onrendabele of verlieslatende |
overeenkomsten en de continuïteit van de activiteit te vrijwaren. De | overeenkomsten en de continuïteit van de activiteit te vrijwaren. De |
schadevergoeding waartoe de beëindiging ten gunste van de tegenpartij | schadevergoeding waartoe de beëindiging ten gunste van de tegenpartij |
aanleiding geeft, valt binnen de opschorting, en kan bijgevolg het | aanleiding geeft, valt binnen de opschorting, en kan bijgevolg het |
voorwerp uitmaken van een onderhandelde reductie in herstelplan. De | voorwerp uitmaken van een onderhandelde reductie in herstelplan. De |
uitzondering hierop ten voordele van arbeidsovereenkomsten is | uitzondering hierop ten voordele van arbeidsovereenkomsten is |
gerechtvaardigd in een perspectief van sociale bescherming » (Parl. | gerechtvaardigd in een perspectief van sociale bescherming » (Parl. |
St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-0160/005, p. 90). | St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-0160/005, p. 90). |
Uit de beoogde bepaling vloeit voort dat de opschorting geen motief | Uit de beoogde bepaling vloeit voort dat de opschorting geen motief |
vormt dat het mogelijk maakt de uitvoering van een arbeidsovereenkomst | vormt dat het mogelijk maakt de uitvoering van een arbeidsovereenkomst |
op te schorten, zodat die onderworpen blijft aan de regels van het | op te schorten, zodat die onderworpen blijft aan de regels van het |
gemeen recht. | gemeen recht. |
B.10.2. Hoewel, zoals de verzoekende rechter oordeelt, een | B.10.2. Hoewel, zoals de verzoekende rechter oordeelt, een |
compenserende opzeggingsvergoeding wegens een ontslag waartoe de | compenserende opzeggingsvergoeding wegens een ontslag waartoe de |
werkgever tijdens de opschorting heeft beslist geen schuldvordering in | werkgever tijdens de opschorting heeft beslist geen schuldvordering in |
de opschorting vormt, aangezien zij niet kon worden beoogd door de | de opschorting vormt, aangezien zij niet kon worden beoogd door de |
opschorting en haar grondslag niet vindt in de procedure van | opschorting en haar grondslag niet vindt in de procedure van |
gerechtelijke reorganisatie, betekent het feit dat die schuldvordering | gerechtelijke reorganisatie, betekent het feit dat die schuldvordering |
niet in de opschorting is dat de houder ervan niet zal worden | niet in de opschorting is dat de houder ervan niet zal worden |
belemmerd in de uitoefening van zijn middelen tot tenuitvoerlegging | belemmerd in de uitoefening van zijn middelen tot tenuitvoerlegging |
tegen de schuldenaar, of zal zijn gebonden door de modaliteiten van | tegen de schuldenaar, of zal zijn gebonden door de modaliteiten van |
het gehomologeerde plan van gerechtelijke reorganisatie; die | het gehomologeerde plan van gerechtelijke reorganisatie; die |
kwalificatie betekent evenwel niet dat de houder van die | kwalificatie betekent evenwel niet dat de houder van die |
schuldvordering noodzakelijkerwijs integraal en zonder | schuldvordering noodzakelijkerwijs integraal en zonder |
betalingstermijn door de onderneming in moeilijkheden zal worden | betalingstermijn door de onderneming in moeilijkheden zal worden |
betaald. | betaald. |
B.11. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.11. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 januari | De artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, en 57 van de wet van 31 januari |
2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór de | 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór de |
wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van | wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van |
verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, | verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, |
schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 21 november | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 21 november |
2013. | 2013. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
J. Spreutels | J. Spreutels |