Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 25/2012 van 1 maart 2012 Rolnummer 5126 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 289bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat artikel werd vervangen bij artikel 28 van de w Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 25/2012 van 1 maart 2012 Rolnummer 5126 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 289bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat artikel werd vervangen bij artikel 28 van de w Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 25/2012 van 1 maart 2012 Rolnummer 5126 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 289bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat artikel werd vervangen bij artikel 28 van de w Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 25/2012 van 1 maart 2012 Uittreksel uit arrest nr. 25/2012 van 1 maart 2012
Rolnummer 5126 Rolnummer 5126
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 289bis, § 2, van In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 289bis, § 2, van
het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat artikel werd het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat artikel werd
vervangen bij artikel 28 van de wet van 4 mei 1999 houdende diverse vervangen bij artikel 28 van de wet van 4 mei 1999 houdende diverse
fiscale bepalingen, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. fiscale bepalingen, gesteld door het Hof van Beroep te Luik.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de
rechters E. De Groot, A. Alen, J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey en F. rechters E. De Groot, A. Alen, J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey en F.
Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 11 maart 2011 in zake de bvba « Balimmco » tegen de Bij arrest van 11 maart 2011 in zake de bvba « Balimmco » tegen de
Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 15 maart 2011, heeft het Hof van Beroep te Luik de ingekomen op 15 maart 2011, heeft het Hof van Beroep te Luik de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992, ingevoegd bij artikel « Schendt artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992, ingevoegd bij artikel
15 van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en 15 van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en
diverse bepalingen en gewijzigd bij artikel 28 van de wet van 4 mei diverse bepalingen en gewijzigd bij artikel 28 van de wet van 4 mei
1999 houdende diverse fiscale bepalingen, het in de artikelen 10, 11 1999 houdende diverse fiscale bepalingen, het in de artikelen 10, 11
en 172 van de Grondwet verwoorde gelijkheidsbeginsel in zoverre de en 172 van de Grondwet verwoorde gelijkheidsbeginsel in zoverre de
vennootschappen die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar vennootschappen die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar
waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van het gestorte waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van het gestorte
kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, de toepassing van kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, de toepassing van
het belastingkrediet niet kunnen genieten, terwijl de vennootschappen het belastingkrediet niet kunnen genieten, terwijl de vennootschappen
die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar waarvan de die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar waarvan de
dividenduitkering niet hoger is dan 13 pct. van het gestorte kapitaal dividenduitkering niet hoger is dan 13 pct. van het gestorte kapitaal
bij het begin van het belastbare tijdperk, het belastingkrediet van bij het begin van het belastbare tijdperk, het belastingkrediet van
artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 wel kunnen genieten ? ». artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 wel kunnen genieten ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over de bestaanbaarheid, met B.1. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over de bestaanbaarheid, met
de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, van artikel 289bis, § 2, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, van artikel 289bis, § 2,
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992),
ingevoegd bij artikel 15 van de wet van 20 december 1995 houdende ingevoegd bij artikel 15 van de wet van 20 december 1995 houdende
fiscale, financiële en diverse bepalingen en gewijzigd bij artikel 28 fiscale, financiële en diverse bepalingen en gewijzigd bij artikel 28
van de wet van 4 mei 1999 houdende diverse fiscale bepalingen. van de wet van 4 mei 1999 houdende diverse fiscale bepalingen.
B.2.1. Artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992, zoals het op het B.2.1. Artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992, zoals het op het
ogenblik van de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten werd ogenblik van de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten werd
toegepast, bepaalde : toegepast, bepaalde :
« Met de overeenkomstig artikel 215, tweede lid, berekende « Met de overeenkomstig artikel 215, tweede lid, berekende
vennootschapsbelasting wordt een belastingkrediet verrekend van 7,5 %, vennootschapsbelasting wordt een belastingkrediet verrekend van 7,5 %,
met een maximum van 19.850 EUR, van het positieve verschil tussen : met een maximum van 19.850 EUR, van het positieve verschil tussen :
- het in geld gestorte kapitaal op het einde van het belastbare - het in geld gestorte kapitaal op het einde van het belastbare
tijdperk; tijdperk;
- en het hoogste bedrag van het op het einde van enig belastbaar - en het hoogste bedrag van het op het einde van enig belastbaar
tijdperk in geld gestorte kapitaal dat vroeger werd weerhouden om het tijdperk in geld gestorte kapitaal dat vroeger werd weerhouden om het
verlenen van het belastingkrediet te bepalen, of bij het ontbreken verlenen van het belastingkrediet te bepalen, of bij het ontbreken
daarvan het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare daarvan het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare
tijdperken bereikte hoogste bedrag ervan. tijdperken bereikte hoogste bedrag ervan.
In geval van overdracht door de aandeelhouders, bestuurders, In geval van overdracht door de aandeelhouders, bestuurders,
zaakvoerders of vennoten van de vennootschap-cessionaris van hetzij zaakvoerders of vennoten van de vennootschap-cessionaris van hetzij
goederen die voorheen werden aangewend voor hun beroepswerkzaamheid, goederen die voorheen werden aangewend voor hun beroepswerkzaamheid,
hetzij aandelen die deel uitmaken van hun vermogen, hetzij goederen hetzij aandelen die deel uitmaken van hun vermogen, hetzij goederen
die hebben toebehoord aan een vennootschap waarvan zij aandeelhouders, die hebben toebehoord aan een vennootschap waarvan zij aandeelhouders,
bestuurders, zaakvoerders of vennoten zijn of geweest zijn, wordt bestuurders, zaakvoerders of vennoten zijn of geweest zijn, wordt
enkel het bedrag van het in geld gestorte kapitaal dat de enkel het bedrag van het in geld gestorte kapitaal dat de
overdrachtprijs overschrijdt in aanmerking genomen voor de toepassing overdrachtprijs overschrijdt in aanmerking genomen voor de toepassing
van het eerste lid. van het eerste lid.
Hetgeen voorafgaat is eveneens van toepassing op de overdracht gedaan Hetgeen voorafgaat is eveneens van toepassing op de overdracht gedaan
door een natuurlijke of rechtspersoon die in eigen naam maar voor door een natuurlijke of rechtspersoon die in eigen naam maar voor
rekening van een hiervoor vermelde persoon handelt ». rekening van een hiervoor vermelde persoon handelt ».
B.2.2. Artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 is sindsdien bij artikel B.2.2. Artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 is sindsdien bij artikel
15 van de wet van 22 juni 2005 tot invoering van een belastingaftrek 15 van de wet van 22 juni 2005 tot invoering van een belastingaftrek
voor risicokapitaal opgeheven. Die opheffing is echter pas in werking voor risicokapitaal opgeheven. Die opheffing is echter pas in werking
getreden vanaf het aanslagjaar 2007. Zij heeft bijgevolg geen weerslag getreden vanaf het aanslagjaar 2007. Zij heeft bijgevolg geen weerslag
op het aan de verwijzende rechter voorgelegde geschil, dat betrekking op het aan de verwijzende rechter voorgelegde geschil, dat betrekking
heeft op het aanslagjaar 2005. heeft op het aanslagjaar 2005.
B.3. Met artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 voerde de wetgever een B.3. Met artikel 289bis, § 2, van het WIB 1992 voerde de wetgever een
nieuw stelsel van belastingkrediet in met als doel « de nieuw stelsel van belastingkrediet in met als doel « de
autofinanciering van de kleine en middelgrote ondernemingen te autofinanciering van de kleine en middelgrote ondernemingen te
begunstigen » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. 208/1, p. 2) en aldus begunstigen » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. 208/1, p. 2) en aldus
een antwoord te bieden op « een aanbeveling van de Europese Commissie een antwoord te bieden op « een aanbeveling van de Europese Commissie
waarin de Lid-Staten worden verzocht de toename van het eigen vermogen waarin de Lid-Staten worden verzocht de toename van het eigen vermogen
van de K.M.O.'s aan te moedigen » (Parl. St., Senaat, 1995-1996, nr. van de K.M.O.'s aan te moedigen » (Parl. St., Senaat, 1995-1996, nr.
1-187/4, p. 8). 1-187/4, p. 8).
Tijdens de parlementaire voorbereiding is verklaard : Tijdens de parlementaire voorbereiding is verklaard :
« Het reserveren van winst geeft reeds aanleiding tot toepassing van « Het reserveren van winst geeft reeds aanleiding tot toepassing van
progressieve verlaagde tarieven inzake vennootschapsbelasting. Enkel progressieve verlaagde tarieven inzake vennootschapsbelasting. Enkel
de inbrengen van nieuw kapitaal dienden nog te worden aangemoedigd. de inbrengen van nieuw kapitaal dienden nog te worden aangemoedigd.
Dit is het doel van de maatregel » (ibid.). Dit is het doel van de maatregel » (ibid.).
De Regering was van mening « dat de kleine en middelgrote De Regering was van mening « dat de kleine en middelgrote
ondernemingen een beslissende rol kunnen spelen in het kader van de ondernemingen een beslissende rol kunnen spelen in het kader van de
heropleving van de economische activiteit en van de werkgelegenheid » heropleving van de economische activiteit en van de werkgelegenheid »
(Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. 208/1, p. 2). (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. 208/1, p. 2).
In de parlementaire voorbereiding wordt verder toegelicht : In de parlementaire voorbereiding wordt verder toegelicht :
« Dit is de reden waarom de regering meent dat het aangewezen is de « Dit is de reden waarom de regering meent dat het aangewezen is de
autofinanciering van deze ondernemingen te begunstigen en dit zowel in autofinanciering van deze ondernemingen te begunstigen en dit zowel in
hoofde van individuele ondernemingen (handels-, nijverheids- of hoofde van individuele ondernemingen (handels-, nijverheids- of
landbouwondernemingen, vrij beroepen, ...) als in hoofde van bepaalde landbouwondernemingen, vrij beroepen, ...) als in hoofde van bepaalde
vennootschappen (vennootschappen die recht hebben op de toepassing van vennootschappen (vennootschappen die recht hebben op de toepassing van
de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting) » (ibid.). de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting) » (ibid.).
B.4.1. De in het geding zijnde bepaling geldt uitsluitend voor die B.4.1. De in het geding zijnde bepaling geldt uitsluitend voor die
vennootschappen waarvan de vennootschapsbelasting daadwerkelijk wordt vennootschappen waarvan de vennootschapsbelasting daadwerkelijk wordt
berekend overeenkomstig artikel 215, tweede lid, van het WIB 1992, berekend overeenkomstig artikel 215, tweede lid, van het WIB 1992,
zijnde overeenkomstig het verlaagde tarief inzake zijnde overeenkomstig het verlaagde tarief inzake
vennootschapsbelasting. vennootschapsbelasting.
In de versie ervan die op het hangende geschil voor de verwijzende In de versie ervan die op het hangende geschil voor de verwijzende
rechter van toepassing is, bepaalde artikel 215 van het WIB 1992 : rechter van toepassing is, bepaalde artikel 215 van het WIB 1992 :
« Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct. « Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct.
Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt, Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt,
wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld : wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld :
1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.; 1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.;
2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.; 2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.;
3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct. 3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct.
Het tweede lid is niet van toepassing : Het tweede lid is niet van toepassing :
[...] [...]
3° op vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13 3° op vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13
pct. van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare pct. van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare
tijdperk; tijdperk;
[...] ». [...] ».
B.4.2. De vraag strekt ertoe te vernemen of artikel 289bis, § 2, van B.4.2. De vraag strekt ertoe te vernemen of artikel 289bis, § 2, van
het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt in het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt in
zoverre de vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van de zoverre de vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van de
kleine en middelgrote ondernemingen (hierna : kmo's) maar die zijn kleine en middelgrote ondernemingen (hierna : kmo's) maar die zijn
uitgesloten van de toepassing van het verlaagde tarief van de uitgesloten van de toepassing van het verlaagde tarief van de
vennootschapsbelasting waarin is voorzien bij artikel 215, tweede lid, vennootschapsbelasting waarin is voorzien bij artikel 215, tweede lid,
van het WIB 1992 omdat de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van van het WIB 1992 omdat de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van
het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, de het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, de
toepassing van het belastingkrediet niet kunnen genieten, terwijl de toepassing van het belastingkrediet niet kunnen genieten, terwijl de
vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een kmo maar vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een kmo maar
waarvan de dividenduitkering niet hoger is dan 13 pct. van het waarvan de dividenduitkering niet hoger is dan 13 pct. van het
gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, het
belastingkrediet waarin de in het geding zijnde bepaling voorziet, wel belastingkrediet waarin de in het geding zijnde bepaling voorziet, wel
kunnen genieten. kunnen genieten.
B.5.1. In het kader van de doelstelling zoals beschreven in B.3 heeft B.5.1. In het kader van de doelstelling zoals beschreven in B.3 heeft
de wetgever : de wetgever :
« met ingang van het aanslagjaar 1997, [...] aan de vennootschappen « met ingang van het aanslagjaar 1997, [...] aan de vennootschappen
die recht hebben op de in artikel 215, tweede lid, WIB 1992 vermelde die recht hebben op de in artikel 215, tweede lid, WIB 1992 vermelde
verlaagde tarieven, een nieuw fiscaal voordeel verleend dat verbonden verlaagde tarieven, een nieuw fiscaal voordeel verleend dat verbonden
is met de toename van het eigen vermogen en dat de vorm aanneemt van is met de toename van het eigen vermogen en dat de vorm aanneemt van
een belastingkrediet van 7,5 %, met een maximum van 800.000 frank. Met een belastingkrediet van 7,5 %, met een maximum van 800.000 frank. Met
de toename van het eigen vermogen wordt de verhoging bedoeld van het de toename van het eigen vermogen wordt de verhoging bedoeld van het
in geld gestorte maatschappelijke kapitaal op het einde van het in geld gestorte maatschappelijke kapitaal op het einde van het
belastbare tijdperk, ten opzichte van het hoogste bedrag bereikt door belastbare tijdperk, ten opzichte van het hoogste bedrag bereikt door
het in geld gestorte kapitaal op het einde van één van de drie het in geld gestorte kapitaal op het einde van één van de drie
voorafgaande belastbare tijdperken » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. voorafgaande belastbare tijdperken » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr.
208/1, pp. 2-3). 208/1, pp. 2-3).
Dat belastingkrediet wordt verrekend met de vennootschapsbelasting. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de vennootschapsbelasting.
Een eventueel overschot wordt niet terugbetaald, maar kan worden Een eventueel overschot wordt niet terugbetaald, maar kan worden
overgedragen, om te worden verrekend met de vennootschapsbelasting van overgedragen, om te worden verrekend met de vennootschapsbelasting van
de volgende drie aanslagjaren (artikel 292bis van het WIB 1992, zoals de volgende drie aanslagjaren (artikel 292bis van het WIB 1992, zoals
van toepassing in het geschil voor de verwijzende rechter). van toepassing in het geschil voor de verwijzende rechter).
B.5.2. De beperking van het belastingkrediet tot de vennootschappen B.5.2. De beperking van het belastingkrediet tot de vennootschappen
die het verlaagde tarief inzake vennootschapsbelasting genieten, werd die het verlaagde tarief inzake vennootschapsbelasting genieten, werd
verantwoord door budgettaire bekommernissen : verantwoord door budgettaire bekommernissen :
« De minister stipt aan dat de geplande maatregel oorspronkelijk, ook « De minister stipt aan dat de geplande maatregel oorspronkelijk, ook
voor de middelgrote ondernemingen, een veel grotere aansporing was om voor de middelgrote ondernemingen, een veel grotere aansporing was om
het eigen vermogen te versterken. De weerslag op de begroting moest het eigen vermogen te versterken. De weerslag op de begroting moest
worden gecompenseerd door de afschaffing van de verlaagde tarieven worden gecompenseerd door de afschaffing van de verlaagde tarieven
voor de vennootschapsbelasting. voor de vennootschapsbelasting.
Zodra de optie voor het behoud van die verlaagde tarieven een feit Zodra de optie voor het behoud van die verlaagde tarieven een feit
was, werd om voor de hand liggende budgettaire redenen, het was, werd om voor de hand liggende budgettaire redenen, het
toepassingsgebied van de maatregel beperkt en werd de financiële toepassingsgebied van de maatregel beperkt en werd de financiële
weerslag gecompenseerd [...] » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. weerslag gecompenseerd [...] » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr.
208/8, p. 27; zie soortgelijke verklaring van de minister in de 208/8, p. 27; zie soortgelijke verklaring van de minister in de
Senaat, Parl. St., Senaat, 1995-1996, nr. 1-187/4, p. 14). Senaat, Parl. St., Senaat, 1995-1996, nr. 1-187/4, p. 14).
B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in
een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij
nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij
daarvoor gekozen heeft niet een onverantwoord verschil in behandeling daarvoor gekozen heeft niet een onverantwoord verschil in behandeling
tot gevolg heeft. Om bestaanbaar te zijn met de artikelen 10, 11 en tot gevolg heeft. Om bestaanbaar te zijn met de artikelen 10, 11 en
172 van de Grondwet moet het criterium waarop het in het geding zijnde 172 van de Grondwet moet het criterium waarop het in het geding zijnde
verschil in behandeling berust, pertinent zijn ten opzichte van het verschil in behandeling berust, pertinent zijn ten opzichte van het
onderwerp van de betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt onderwerp van de betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt
nagestreefd. nagestreefd.
B.7.1. De maatregel die ertoe strekt die vennootschappen waarvan de B.7.1. De maatregel die ertoe strekt die vennootschappen waarvan de
dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van het gestorte kapitaal bij dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van het gestorte kapitaal bij
het begin van het belastbare tijdperk, uit te sluiten van het in het het begin van het belastbare tijdperk, uit te sluiten van het in het
voormelde artikel 215, tweede lid, van het WIB 1992 bedoelde verlaagde voormelde artikel 215, tweede lid, van het WIB 1992 bedoelde verlaagde
tarief in de vennootschapsbelasting, werd in de parlementaire tarief in de vennootschapsbelasting, werd in de parlementaire
voorbereiding als volgt verantwoord : voorbereiding als volgt verantwoord :
« Om [...] pogingen tot belastingontwijking te voorkomen die onder « Om [...] pogingen tot belastingontwijking te voorkomen die onder
vennootschapsvorm geëxploiteerde familiale ondernemingen kunnen vennootschapsvorm geëxploiteerde familiale ondernemingen kunnen
ondernemen door een gedeelte van de normale bezoldigingen van de ondernemen door een gedeelte van de normale bezoldigingen van de
exploitanten om te zetten in dividenden of in inkomsten van belegde exploitanten om te zetten in dividenden of in inkomsten van belegde
kapitalen waarvoor de roerende voorheffing bevrijdend is, meent de kapitalen waarvoor de roerende voorheffing bevrijdend is, meent de
Regering dat het past - en tevens volstaat - die vennootschappen niet Regering dat het past - en tevens volstaat - die vennootschappen niet
meer tegen de huidige verlaagde tarieven aan de vennootschapsbelasting meer tegen de huidige verlaagde tarieven aan de vennootschapsbelasting
te onderwerpen als de vergoeding van het werkelijk afbetaalde te onderwerpen als de vergoeding van het werkelijk afbetaalde
maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbaar maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbaar
tijdperk, nog is terug te betalen, meer bedraagt dan 13 %, d.w.z. tijdperk, nog is terug te betalen, meer bedraagt dan 13 %, d.w.z.
wanneer het bedrag van de dividenden of van de inkomsten van de wanneer het bedrag van de dividenden of van de inkomsten van de
belegde kapitalen hoger is dan 13 % van dat kapitaal » (Parl. St., belegde kapitalen hoger is dan 13 % van dat kapitaal » (Parl. St.,
Kamer, 1983-1984, nr. 758/1, p. 4, en nr. 758/15, p. 49). Kamer, 1983-1984, nr. 758/1, p. 4, en nr. 758/15, p. 49).
B.7.2. Uit het voorafgaande blijkt dat de wetgever met de in artikel B.7.2. Uit het voorafgaande blijkt dat de wetgever met de in artikel
215, derde lid, 3°, van het WIB 1992 bedoelde maatregel een specifiek 215, derde lid, 3°, van het WIB 1992 bedoelde maatregel een specifiek
fiscaal doel heeft willen nastreven, zonder de bedoeling te hebben fiscaal doel heeft willen nastreven, zonder de bedoeling te hebben
gehad het begrip « kmo » te definiëren. gehad het begrip « kmo » te definiëren.
De memorie van toelichting van de wet van 31 juli 2004, die De memorie van toelichting van de wet van 31 juli 2004, die
verschillende bepalingen van het WIB 1992 heeft gewijzigd teneinde verschillende bepalingen van het WIB 1992 heeft gewijzigd teneinde
rekening te houden met het arrest nr. 59/2004 zoals bevestigd door het rekening te houden met het arrest nr. 59/2004 zoals bevestigd door het
arrest nr. 162/2006 van het Hof, versterkt trouwens die vaststelling : arrest nr. 162/2006 van het Hof, versterkt trouwens die vaststelling :
« Wat inzonderheid artikel 215, 3de lid, van het WIB 92 betreft weze « Wat inzonderheid artikel 215, 3de lid, van het WIB 92 betreft weze
opgemerkt dat dit enkel tot doel heeft de criteria vast te leggen opgemerkt dat dit enkel tot doel heeft de criteria vast te leggen
waaraan vennootschappen moeten voldoen om te kunnen genieten van het waaraan vennootschappen moeten voldoen om te kunnen genieten van het
verlaagd tarief van artikel 215, 2de lid, WIB 92 en niet beoogt een verlaagd tarief van artikel 215, 2de lid, WIB 92 en niet beoogt een
definitie te geven van het begrip KMO » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, definitie te geven van het begrip KMO » (Parl. St., Kamer, 2003-2004,
DOC 51-1197/001, p. 6). DOC 51-1197/001, p. 6).
B.8. Zoals de Ministerraad in zijn memorie aangeeft, bevordert het B.8. Zoals de Ministerraad in zijn memorie aangeeft, bevordert het
criterium dat ertoe strekt de dividenduitkering ten aanzien van het criterium dat ertoe strekt de dividenduitkering ten aanzien van het
gestorte kapitaal van de vennootschap te beperken, weliswaar het gestorte kapitaal van de vennootschap te beperken, weliswaar het
vormen van een eigen vermogen en sluit het bijgevolg aan bij het door vormen van een eigen vermogen en sluit het bijgevolg aan bij het door
de wetgever nagestreefde doel voor de toepassing van een de wetgever nagestreefde doel voor de toepassing van een
belastingkrediet op de kmo's, dat in B.3 is beschreven. belastingkrediet op de kmo's, dat in B.3 is beschreven.
De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in het De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in het
geding zijnde bepaling, heeft echter tot gevolg dat bepaalde kmo's het geding zijnde bepaling, heeft echter tot gevolg dat bepaalde kmo's het
voordeel van het belastingkrediet niet kunnen genieten hoewel zij voordeel van het belastingkrediet niet kunnen genieten hoewel zij
zich, met betrekking tot de specifieke doelstellingen die de wetgever zich, met betrekking tot de specifieke doelstellingen die de wetgever
voor hen nastreeft, in een situatie bevinden die soortgelijk is aan voor hen nastreeft, in een situatie bevinden die soortgelijk is aan
die van de kmo's die het belastingkrediet wel genieten. die van de kmo's die het belastingkrediet wel genieten.
B.9. Daaruit volgt dat het in aanmerking genomen criterium niet B.9. Daaruit volgt dat het in aanmerking genomen criterium niet
relevant is ten aanzien van het in B.3 uiteengezette doel, dat erin relevant is ten aanzien van het in B.3 uiteengezette doel, dat erin
bestaat de kmo's te begunstigen, en dat artikel 289bis, § 2, van het bestaat de kmo's te begunstigen, en dat artikel 289bis, § 2, van het
WIB 1992 in die mate niet bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en WIB 1992 in die mate niet bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en
172 van de Grondwet. 172 van de Grondwet.
De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 289bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Artikel 289bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre de schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre de
vennootschappen die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar die vennootschappen die aan de kenmerken van een kmo beantwoorden maar die
van de toepassing van artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek van de toepassing van artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek
zijn uitgesloten omdat de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van zijn uitgesloten omdat de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van
het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk, van
de toepassing van het belastingkrediet worden uitgesloten. de toepassing van het belastingkrediet worden uitgesloten.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2012. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2012.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
R. Henneuse. R. Henneuse.
^